St.Bernina      

 

Reportage verschenen in Modelspoormagazine nr. 116, juli - augustus 2012

Het idee

St.-Bernina is een fictief plaatsje, ergens in het Zwitserse kanton Graubünden, gelegen aan de RhB Berninabahn. Deze spoorlijn vormt de verbinding tussen het Zwitserse St.Moritz en het Italiaanse Tirano. St. Bernina situeert zich ergens tussen Pontresina en Ospizio Bernina, nabij de Montebello Kurve en de beroemde Morteratschgletscher. Het is dan ook deze gletsjer die de achtergrond van dit baantje siert. Enkele vakanties  in deze streek waren  een must om het nodige fotomateriaal  te verzamelen. Deze beelden hebben bijgedragen tot  de typisch Zwitserse Engadiner stijl die dit baantje toch wel uitstraalt.

De Bernina Express St.Moritz - Tirano aan de Montebelle Kurve (foto: www.alpenbahnen.net)

Opzet van de baan

St.Bernina is gebouwd op drie modules die samen een oppervlakte hebben van 2 m² of  2.50 bij 0.80 m. De hoofdmodule ,1.50 bij 0.50 m, is uitgevoerd als kijkkast en bevat het station. Aan de achterkant bevindt zich het schaduwstation dat op een uitklapbare plaat is gemonteerd. Links en rechts  bevindt zich een module van 0.50 bij 0.80 m waarop het spoor een boog maakt van 180°. Deze bogen zijn  aan het zicht van de toeschouwer onttrokken. Het schaduwstation bevat twee doorgaande sporen en twee eindsporen met nog een extra opstelspoortje.   Zo kan ik op St.Bernina zowel continu rondjes rijden,  als van punt A naar punt B  pendelen.  Op die manier is een  afwisselend verkeer mogelijk . De afmetingen van de modules zijn zodanig berekend dat  de complete baan in de auto kan worden getransporteerd. De baan steunt op 2 verstelbare schragen en 4 poten in grenenhout. Voor een keurige presentatie heeft vrouwlief gezorgd voor een grijze stof om de baan rondom af te rokken. De spoorhoogte bevindt zich op ongeveer 1.05 m boven de grond. Op die manier kan zowel groot als klein zonder al te grote inspanningen of hulpmiddelen het verkeer op ooghoogte bekijken.

Baanplan uitgewerkt door Gerard Tombroek - Modelspoormagazine 116

Station St.Bernina

Zoals het wel vaker voorkomt in Zwitserland, ligt het station St.Bernina een eindje buiten het lager gelegen dorp. Het stationsgebouw is opgetrokken in de typische Engadiner bouwstijl met een bepleisterde gelijkvloerse verdieping en een houten bovenbouw. Typisch voor de RhB zijn de stationsklokken die de aankomst van een trein aankondigen. Spoor 1 is een kort doorgaand spoor dat alleen gebruikt wordt om enkele goederenwagens voor de plaatselijke bediening op te halen of af te zetten. Een enkele motorwagen of een korte museumtrein kunnen hier ook halt houden. Een wissel geeft aansluiting naar de plaatselijke goederenkoer waar hoofdzakelijk hout wordt geladen dat in de buurt gekapt is. Afgewerkte producten als planken en balken worden hier ook gelost. Sporen 2 en 3 zijn doorgaande sporen en liggen aan een eilandperron. Korte regionale treinen stoppen op spoor 2, terwijl langere, meestal doorgaande treinen, naar spoor 3 worden geleid. St.-Bernina is voor de toeristen een ideale uitvalsbasis voor wandel- en fietstochten in de omgeving van de Morteratschgletscher. In de winter is de trein een belangrijk alternatief als de wegen ondergesneeuwd zijn. Het station bevindt zich tussen  de Morteratsch Tunnel en  de  Suot Tunnel waarvan de toegang beschermd is door een steenslaggalerij. In het station heerst ook de gebruikelijke drukte van inwoners en toeristen die de trein nemen. De stationschef komt buiten op het perron een kijkje nemen en de rangeerder heeft net een goederenwagen losgekoppeld. Aan de goederenloods staat de vrachtwagen klaar en is men bezig met het in- en uitladen van goederen. Bij het losspoor maakt de kraanman zich gereed om een lading  boomstammen over te laden. De bestuurder heeft net zijn tractor stilgelegd om een handje te gaan helpen.

 

Nostalgiezug met Museums Triebwagen ABe 4/4 I nr. 34 op spoor 2.

Spooraanleg

De rails en wissels zijn afkomstig uit het gamma van Peco (H0m, 12 mm). Ze zijn niet zo duur, maar wel stevig en natuurgetrouw. Er werden uitsluitend flexrails gebruikt en de wissels zijn uitgerust met een metalen hartstuk dat via een schakelaartje op de aandrijving van de juiste polariteit wordt voorzien. De aandrijvingen zijn eveneens van Peco. Rails en wissels werden aangelegd op een strook kurk  met een dikte van 4 mm . Verspreid over het ganse baantraject zijn stroomaansluitingen voorzien naar een hoofdleiding (luidsprekerdraad rood/zwart) die onder de baan werd aangebracht. In de ene railstaaf (+ rood) zijn de nodige onderbrekingen voorzien voor rij- en stopsecties. Bij een eventuele digitalisering kunnen deze worden gebruikt voor terugmelding naar een centrale. De rails werden in een roestkleur geschilderd en daarna ingebed in gezeefd rijnzand met verdunde houtlijm. Om de bedding al een basiskleur te geven werd aan het lijmmengsel bruine plakkaatverf toegevoegd. Na droging werd pigmentpoeder ingeborsteld om de roestkleur nog beter tot zijn recht te laten komen. Hier en daar werden de dwarsliggers met  gebroken wit gedroogborsteld om deze een ietwat verweerd uitzicht te geven.

Doortocht van de Bernina Express naar St.Moritz met Triebwagen ABe 4/4 III nr. 53.

Rollend materieel

Daar het om een stukje Berninabahn gaat, worden enkel treincombinaties ingezet die daar ook in werkelijkheid rijden. Bewust werd gekozen voor tijdperk III – IV (rond 1980 tot 2000). De recente Alegra-treinstellen en de panoramarijtuigen van de Bernina Express zijn dus nog niet te zien . Drie motorwagens maken op St.Bernina de dienst uit: een oude ABe 4/4 I nr. 35, een ABe 4/4 II nr. 42 en een modernere ABe 4/4 III nr. 53. Een Zweikraftloc Gem 4/4 nr. 802 "Murmeltier" wordt ingezet voor het slepen van de Bernina Express en voor rangeerwerk. Voor de museumritten wordt een gele Triebwagen ABe I 4/4 nr. 34 met een bijpassend rijtuig ingezet. Voor de reizigersdienst staan drie slepen ter beschikking. De Bernina Express bestaat uit 4 rijtuigen EW III in rode uitvoering met donkergrijze band aan de ramen. De twee regionale treinen zijn samengesteld uit twee slepen EW I rijtuigen in de vroegere groene en huidige rode uitvoering, elk aangevuld met een bijpassende Packwagen. Een gele open “Aussichtswagens” kan bij goed weer voor toeristen aan de trein worden toegevoegd. Het goederenverkeer wordt voornamelijk verzorgd door enkele platte wagens voor houttransport, een paar gesloten goederenwagens (waarvan 1 railpoetswagen), enkele silowagens voor het vervoer van cement, een ketelwagen, een open goederenwagen en een platte open bakwagen. Zoals gebruikelijk op de Berninabahn worden dergelijke goederenwagens vaak aan een regionale trein gekoppeld. Een rangeertractor Tm 2/2 zorgt voor het plaatselijke rangeerwerk. Intussen werd het rollend materieel lichtjes verweerd, voornamelijk aan daken en onderstellen.

Rangeertractor Rm 2/2 zorgt voor het plaatselijke rangeerwerk.

Gebouwen

St.Bernina is een landelijk stationnetje  dat net buiten het dorp gelegen is. Daarom zijn er weinig gebouwen te zien. Het stationsgebouw is een bouwkit “Oberzell” van Kibri die vooraf grondig werd geschilderd en verweerd. Naast het station bevindt zich het Pension “Edelweiss” van Faller. Op het dakterras kan de toerist genieten van een lekkere maaltijd met een koele pint of een wijntje, terwijl de treinen  voor zijn neus voorbij denderen. In de linker hoek vinden we de bron van de Morteratschbach met vlakbij een bergkapelletje (Faller) en een uitzichtpunt op de gletsjer. De kapel en het uitzichtpunt zijn bereikbaar via een wandelpaadje dat zigzag omhoog kronkelt. Vlakbij de ingang van de Suot Tunnel bevindt zich een trafohuisje dat ook typisch is voor de streek. Dit gebouwtje werd  gemaakt uit karton van een cursusblok en van onderdelen uit de rommelkist. De stroompalen  zijn satéstokjes die werden voorzien van uithouders en isolatoren. De draden  zijn vervaardigd met een  fijne staaldraad van 0.4 mm doorsnede. Deze werden met een drupje secondelijm aan de isolatoren vastgemaakt en achteraf matgrijs geverfd, waardoor ze nog dunner lijken. In de bergen kijken de Zwitsers TV via de satelliet en daarom werden het stationsgebouw en het Pension ook voorzien van een zelfgemaakte schotelantenne. (zie ook artikel in Modelspoormagazine 116)

De Zweikraftloc Gem 4/4 "Murmeltier" nr. 802 met een Regionalzug in de oorspronkelijke groene RhB livrei.

Besturing

Momenteel wordt St.Bernina nog analoog bestuurd door middel van een Roco 45 VA trafo en een handregelaar van Treinelektronica. Bij eventuele omschakeling naar digitaal volstaat het de nodige decoders in de locs en motorwagens in te bouwen en de handregelaar te vervangen door een Roco Maus en booster. De rails zijn zodanig in secties verdeeld dat deze bij analoog bedrijf dienst doen als rij- en stopsecties zodat de trein  zonder stroom kan worden gezet voor een rood sein of op een opstelspoor. Bij digitaal bedrijf kunnen de secties later worden aangesloten op bezetmelders en zou een besturing via een centrale of PC mogelijk moeten zijn. Of het echter zo ver zal komen, is weinig waarschijnlijk.  Omdat er maar met één trein tegelijk wordt gereden, lijkt me een digitale besturing een beetje overbodig vanwege de toch wel hoge kostprijs  van decoders en bezetmelders. Bovendien werkt de handregelaar volgens het pulsbreedtesysteem waardoor de snelheid van de locs toch wel nauwkeurig kan geregeld worden. Aan de voorkant van de baan is een synoptisch bord ingebouwd van waaruit de wissels en seinen kunnen geschakeld worden. De stand van wissels en seinen wordt met LED’s weergegeven. Net zoals bij de RhB is het schakelbord uitgevoerd in groen met zwarte lijnen die de sporen weergeven. Er zijn slechts twee seinen aanwezig in St.Bernina: één aan elke uitrit van het station. Het schaduwstation wordt volgens hetzelfde principe beveiligd, maar seinen zijn hier niet geplaatst. Wel wordt de stand weergegeven op het synoptisch bord en naast de sporen met ingebouwde LED’s. Recent werden ook de opstelsporen voorzien van een eenvoudige bezetmelding. Voor het rangeerwerk werden in spoor 1 en het goederenspoor ontkoppelaars van Herkat ingebouwd. Deze worden bediend door een impulsschakelaartje dat buiten het paneel in de voorwand werd ingebouwd, vlakbij de plaats waar ontkoppeld dient te worden.

Het bedieningspaneel is ingebouwd aan de voorzijde van de baan.

Landschap

De  basis voor de baan  is  een 12 mm multiplexplaat, die op een raamwerk van hetzelfde materiaal is bevestigd. Waar het landschap lager dient te liggen (bergbeek en aflopende weg) werd een deel van de draagplaat en raamwerk uitgezaagd. Als ondergrond voor de bergflanken werden stukken isolatieplaat min of meer op maat gesneden (deels met de hand afgebroken en/of geraspt) en vervolgens op elkaar gekleefd met houtlijm. Daarna werd een eerste laag modelgips aangebracht om de ruwe vorm weer te geven. Voor de fijnere vormgeving van rotsen en hellingen werd jointfiller gebruikt omdat de structuur ervan fijner is en het materiaal langer bewerkbaar is dan gips. De typische rotsstructuur werd met een oude platte verfborstel aangebracht in de nog vochtige massa. Daarna werd het landschap met plakkaatverf op kleur gebracht met de bekende inwas- en droogborstelmethode. De tunnelportalen en steunmuren bestaan eveneens uit isolatieplaat en werden bestreken met een laagje jointfiller. Nog voor de volledige uitharding werd de structuur van natuursteen ingekrast en na volledige droging eveneens op kleur gebracht. De rechter tunnelingang wordt met een zelfgebouwde galerij beveiligd tegen vallend gesteente. De vorm van het landschap werd volledig afgestemd op de achtergrond. Deze bestaat uit effen karton van 1 mm dikte dat tegen de achter- en zijwanden werd gekleefd en daarna met de verfrol lichtblauw werd geschilderd. Met een bijna droog stuk spons werden nadien spaarzaam enkele wolken aangebracht.  Ten slotte werd een foto van de Montebello Kurve aan de Morteratschgletscher op een grote poster afgedrukt. De contouren van de bergen werden nauwkeurig uitgesneden en deze werden  met lijmspray op de wolkenlucht gekleefd. Storende rechte hoeken zijn niet te zien omdat de achtergrond in de hoeken is afgerond. Een fries met een ingebouwde warmwitte TL-lamp zorgt voor een goede belichting. De vegetatie bestaat uit de bekende strooivezels voor gras, aangevuld met wildgras, vlokken en vegetatiematjes van Woodland Scenics, Noch en Heki. Sparren werden  vervaardigd volgens de bekende draadwikkelmethode. Struiken werden gemaakt uit plukjes staalkrullen die in een dubbel geplooide draad worden gedraaid en waarop met spuitlijm fijne uitgerafelde fliesmatjes van Heki werden aangebracht. Laag struikgewas werd  uitgebeeld met stukken clumb foliage van Woodland. Kleine toefjes bergbloemen maken het geheel compleet.

Overweg met knipperlichten aan de zijde van de Suot Tunnel.

Tal van kleine maar leuke details fleuren de baan op en geven ze een typisch Zwitsers uitzicht. Zo werden uit takjes houten banken vervaardigd en ontstonden afsluitingen uit doorboorde profieltjes of kaasprikkers waar fijne messingdraad doorheen werd gestoken. Over het bergbeekje loopt een houten voetgangersbrug, gemaakt uit een paar profieltjes en lucifers. Borden waarschuwen de wandelaars voor plots wassend water dat door de stroomcentrale verderop kan worden veroorzaakt. Aan de parking vinden we een Swisscom telefooncel en de typische Zentrale Parkuhr terug. Bij het station en aan de alpenweide bevinden zich bronnetjes waaruit heerlijk fris bergwater stroomt. Aan de bergkapel genieten een koppel van het uitzicht op de gletsjer terwijl enkele wandelaars op een bankje uitrusten. Vlakbij is een Zwitser druk bezig met oefenen op zijn alpenhoorn. Ook de typisch gele wegwijzers langs de wandelpaden en waarschuwingsbordjes voor hoogspanning bij de overweg ontbreken niet. Preiser koeien werden overschilderd  om er  typisch Engadiner bergkoeien van te maken  en ze werden letterlijk de bel aangebonden. Aan de stationsparking en langs de wandelweg staan de groene vuilnisbakjes met de rolletjes rode hondenpoepzakjes. Hier en daar zitten ook een paar wilde dieren verscholen tussen bomen en struiken. Tal van Preiser figuurtjes brengen leven in de verschillende scènes. Vele details werden tijdens vakanties ter plaatse gefotografeerd en achteraf via de PC afgedrukt op de juiste grootte. Alle auto's hebben nummerplaten en de "rijdende" modellen zijn uitgerust met werkende lichten.Tevens werden er ook een aantal persoonlijke accentjes toegevoegd. Zo staat onze eigen Opel Zafira (jawel: voorzien van onze nummerplaat en trekhaak) aan het station geparkeerd. Vrouwlief is net uitgestapt met onze hond die al naarstig op zoek is naar het baasje. Die staat immers al klaar bij de overweg met het fototoestel in de aanslag. De flits gaat trouwens ook af zodra een trein het station gaat uitrijden. Intussen is onze wagen een stukje geschiedenis geworden op de baan nadat hij door een andere is vervangen. Deze past echter niet meer in het tijdperk van de baan... iets voor een volgend project misschien???

 

Bedrijvigheid op de goederenkoer waar boomstammen worden geladen... Het zal de koeien een worst wezen.

Bovenleiding en seinen

De masten en portalen zijn gebouwd uit messing H-profielen van 3 mm, die  op de juiste lengte werden gezaagd. De typisch Zwitserse dwarsverbindingen komen uit het assortiment van Sommerfeldt, evenals de isolatoren. De rijdraden werden  gesoldeerd uit lange rechte messingdraden van 0.8 en 0.5 mm doorsnede. In vrijwel ieder Zwitsers station treft men een Schaltpost aan die gebruikt wordt om de stroom in diverse bovenleidingsecties in en uit te schakelen. Ook deze werd zelf gebouwd uit restjes messing profiel, draad en isolatoren. Bovenop de dwarsverbinding werd de perronverlichting gemonteerd, gemaakt  met  warmwitte LED’jes. De lampenkapjes werden gemaakt  met  messing U-profieltjes. Hoewel de bovenleiding niet functioneel is, rijden de locs toch voorbeeldgetrouw met de panto tegen de draad. In de tunnels zijn oploopstukken voorzien die de panto’s netjes tot op het niveau van de rijdraad brengen. In de keerbochten en het schaduwstation is geen bovenleiding voorzien om het opzetten en afnemen van rollend materieel te vergemakkelijken. Omdat  er in het station slechts twee seinen aanwezig zijn, werden deze bij Bemo aangeschaft. Deze zijn niet echt goedkoop, maar wel erg natuurgetrouw. De seinen kunnen drie seinbeelden tonen: rood, groen en groen/geel en dit afhankelijk van de stand van de uitrijwissels in het station. In het schaduwstation worden de seinen voorgesteld door 3 LED’s die met inbouwvoetjes in de grondplaat werden gemonteerd. Aan de kant van de Suot Tunnel bevindt zich een overweg met knipperlichten en overwegbel. Voor een weg naar een landelijk stationnetje zijn slagbomen niet echt noodzakelijk. Enkel als de rode knipperlichten werken, kan aan de overwegzijde een trein binnen- of buitenrijden. Een geluidsmodule van AVT Products zorgt voor de weergave ( in MP3) van een aantal typische geluiden: een RhB locfluit en de stationsklokken: één voor treinen komende uit Tirano en één voor treinen komende uit St.Moritz. Doorlopende achtergrondgeluiden (koebellen afgewisseld met een kapellenklok) worden vanaf een laptop en speakers weergegeven.

Regionalzug met rijtuigen in groene en rode RhB livrei, op de voorgrond de houten brug die het wandelpad over de Morteratschbach voert.

Nabeschouwing

Na een reeks succesvolle tentoonstellingen met “Willburg ÖBB” heb ik de smaak van het exposeren goed te pakken gekregen. Het was dan ook logisch dat er een opvolger zou gebouwd worden. Mijn passie voor Zwitserland, mijn lidmaatschap in de Zwitserse Treinclub en het feit dat ik deze keer niet gebonden ben aan opgelegde afmetingen hebben ervoor gezorgd dat ik deze keer eens een baan naar Zwitsers voorbeeld  heb kunnen bouwen. Door te werken in smalspoor kan de grootte van de baan beperkt blijven en kunnen de bochten ook krapper worden uitgevoerd zonder storend effect. Een compacte baan is niet alleen eenvoudiger te transporteren en op te stellen, maar kan bovendien ook beter in detail worden afgewerkt. Het zijn juist die kleine dingen die voor de toeschouwer beter opvallen en de baan een “finishing touch” geven waardoor deze steeds boeiend blijft om naar te kijken. Na de primeur tijdens de Modelspoorexpo te Mechelen op 27 en 28 oktober 2012 zal “St.Bernina” nog te zien zijn op tal van expo’s in binnen- en buitenland.

Drukte op de stationsparking en het dakterras van Pension Edelweiss... Wie vindt onze auto en het vrouwtje met de hond?

Try-out:

Première:

Expo's in 2013:

Expo's in 2014:

Expo's in 2015:

Expo's in 2016:

 

Expo's in 2017:

Expo's in 2017:

Tekst en foto’s:

Eddy De Wilde

Website club: http://users.skynet.be/zwitsersetreinclub

e-mail: dewilde.eddy@skynet.be