De geschiedenis van de moderne Delphinium
De moderne Delphinium hybriden zoals we ze nu zien in onze tuinen, is de
combinatie van het resultaat van vele kwekers over een periode van meer dan 100
jaar.
Vilmorin-Andrieux verkocht al in de 18de eeuw zaad van Delphinium
Elatum, deze soort wordt aanvaard als de voornaamste ouderplant
van de huidige tuin hybriden samen met D.formosanum
en D.grandiflorum.
Het tijdperk van de moderne delphinium begon met Victor Lemoine wonende te
Nancy,Frankrijk. De deken van alle veredelaars nam de eerste stap in het
veredelen van Delphiniums en bood in 1857 reeds 17 soorten aan, sommige met
volledig dubbele bloemen. Lemoine heeft 70 jaar gewerkt met Delphiniums en
tuinders zijn hem eeuwig dankbaar voor de enorme verscheidenheid van planten die
voorkomen in tuinen, welke direct of indirect voortkomen uit zijn werk
Op hetzelfde moment in Engeland, had James Kelway een kweekprogramma
opgezet en had daarvoor de beste planten van V.Lemoine uit Frankrijk geïmporteerd.
Tussen 1878 en 1918 werden er meer dan duizend planten op naam geïntroduceerd
door Lemoine en Kelway. Zij maakten Delphiniums zo populair de vele
andere kwekers hun interesse begonnen te tonen en de race was begonnen. In een
korte periode van veertig jaar verschenen er maar liefst 1821 soorten.
Charles F.Langdon van Bath, Engeland kocht in 1890 een collectie van Kelway
en Lemoine, zijn werk dat werd verdergezet door zijn zoon en zijn kleinzoon,
vertegewoordigde het leeuwenaandeel van de ontwikkeling van de Engelse
Delphiniums in die tijd.
![]() |
Delphinium Elatum in de Zwitserse Alpen |
![]() |
Delphinium Grandiflorum |
Met uitzondering van het werk dat werd gedaan door Blackmore and Langdon,
denken we dat er in Engeland weinig veredelingswerk werd verricht in de 19de en
begin 20ste eeuw.
Vanaf 1920 zien we dat er in Amerika grote vooruitgang werd geboekt. De reden
voor dit succes was vooral te danken aan het milde klimaat van de Westkust van
Amerika.
Luther Burbank, Amerika´s grootste plantenkweker gebruikte zaad van
Britse en Franse kweekers en ontwikkelde zijn eigen ras in het begin van de 20 ste
eeuw.
Edward Steichen kweekte Delphiniums tussen de eerste en tweede
wereldoorlog. Zijn grootste bijdrage was de ontwikkeling van het "Connecticut
Yankee" ras.
Newel Vanderbilt gebruikte Elatum hybriden afkomstig van Burbank´s
kweekprogramma en kruiste deze met D.scopulorum var
glaucum, een soort uit de hoge Sierras van Californië, hij
produceerde een reeks zeer mooie planten.
De grootste stap in het combineren van sommige Engelse soorten met de Vanderbilt
reeks werd gemaakt door Dr.Leon H.Leonian. Hij ontwikkelde soorten met
kleuren die nooit eerder waren gezien, vooral de lavendel-tinten.
Charles Barber werd de vader van grote witte Delphiniums. Voor zijn tijd
waren de witte soorten meestal enkelbloemig en hadden ze ook geen mooie kleur. Zijn grootste bijdrage in de ontwikkeling van de Delphinium was zijn "Hoodacre
White" ras.
In 1926 kwam Frank Reinelt naar Californië vanuit Tsjechië.
Daar groeiden enkel de nog wilde soort D.Elatum. Bij het zien van zaailingen van
Millecent Blackmore, welke meer dan twee meter hoog waren was hij zo onder de
indruk dat hij begon te kweken. Hij startte met enkele pakjes zaad van Blackmore
en Langdon welke mooie bloemen leverden, met planten van Watklin
welke de langste bloemen hadden en met planten van N.F. Vanderbilt. De
kleurenreeks toen was beperkt tot lavendel, violet tonen, sommige met twee
kleuren en enkele blauw-tinten, maar deze waren dof van kleur.
Frank Reinelt werkte nauw samen met andere kwekers zoals Dr.Leonian en N.F.Vanderbilt.
Zijn bedoeling was de beste zaailingen te selecteren en deze dan verder te
kweken via stek, maar de klimaatverschillen waren te groot in de VS. De planten
stonden al in volle bloei in Californië terwijl aan de oostkust de lente nog
moest beginnen. Hij begon nu aan een programma om zaailingen te kweken die
kleurecht terug kwamen. In zijn kweekprogramma gebruikte hij ook D.Cardinale
waarvan het zaad met x-stralen was behandeld en deze werden dan gekweekt door
zelfbestuiving, in een later stadium werden deze planten gekruist met de
hybriden uit zijn tuin. Deze afstammelingen gekruist met (doffe)blauwe planten
leverde helderblauwe platen op vb. "Black Knight
", gekruist met een witte soort leverde dit een roze soort op, de "Astolat"
serie was geboren, een kruising met planten van Leonian leverde de "Lancelot"
serie op met een lila kleur. Generatie na generatie kwamen de
kleuren steeds echter terug in de zaailingen. Zo ontstond de "Pacific
Strain".
Californië is gezegend met een klimaat waar Delphiniums kunnen bloeien van
maart tot het einde van november, waardoor het kweekprogramma vlug vorderingen
maakte. De hoofdbetrachting was uniforme planten te produceren met een heldere
kleur, goede vorm, vrij van witziekte en soortecht terug komen uit zaad. De
beste zaailingen werden telkens geselecteerd voor het kweekprogramma. We doen
zeker geen afbraak van zijn groot succes met deze planten wanneer we zeggen dat
zijn "Pacific Giants" zaailingen altijd probleemplanten zijn in
ons klimaat. Het was ook nooit zijn doelstelling om zijn planten te testen als
wintervaste planten, omdat er in Californië geen winters zijn.
Frank Reinelt ging in 1969 op pensioen en niemand heeft zijn taak overgenomen, "Pacific
Giants" zijn nog steeds verkrijgbaar, maar zijn van jaar tot jaar in
kwaliteit achteruitgegaan. Het is zeer ongelukkig dat minderwaardige
planten, onder de naam "Pacific Giants", tot de best verkochte
Delphiniums behoren.
De schitterende resultaten die Frank Reinelt boekte, ontging de rest van de
wereld niet. Kwekers van Engeland gebruikten planten van de Pacific Strain in hun
veredelingsprogramma om meer heldere kleuren te bekomen.
We weten dat Frank Bishop Amerikaanse Pacific Giants kruiste met zijn
eigen planten om winterharde planten te bekomen. Bij zijn dood in1957 liet hij
de "Commonwealth" reeks achter, dit waren planten met massieve
bloemaren en grote bloemen van diverse kleuren. Een grote poststaking in 1970
had catastrofale gevolgen voor het postorderbedrijf dat zijn planten verkocht,
daarom zijn de meeste van zijn variëteiten verloren geraakt voor de
handel.
![]() |
![]() |
![]() |
| D.Cardinale | D.Nudicaule | D.Princess Caroline |
De voornaamste kweekers op het Europese vaste land waren Carl Foester
van Monheim, Duitsland, hij concentreerde zich op het kweken van blauwe en zeer
winterharde soorten. Hij kweekte een reeks planten, meestal blauw, met enkele
bloemen en stevige stengels.
De Nederlanders Dr.Theodore Ruys en Dr. Robert Legro probeerden
rode Delphiniums, geschikt voor de tuin te kweken. Ze gebruikten hiervoor de in
Californië voorkomend D.Cardinale en D.Nudicaule
. Het eerste succes om een rode delphinium te kruisen met een Elatum hybride
boekte Dr. Ruys in 1936 met "Pink
sensation" dit was een kruising tussen D.Nudicaule
en een Elatum hybride. In 1953 startte Dr. Legro een kweekprogramma op
voor het kweken van een rode Delphinium, Dr.Legro werkte aan de universiteit van
Wageningen en daarom werden zijn zaailingen "University Hybrids"
genoemd. Dit kweekprogramma eindigde in 1981 toen Dr.Legro op pensioen
ging, maar het programma werd overgebracht naar "the Royal Horticultural
Gardens" in Wisley. De planten werden aan het publiek getoond op de Chelsea
Flower show in 1986. Twee relatief kleine "University Hybrids"
Delphiniums heeft men op de markt gebracht in Engeland, deze waren: "Princess
Caroline" deze is helder roze en "Red
Rocket" welke rood is. Ondanks het enorme veredelingswerk dat werd
besteed aan deze planten, blijkt het dat deze planten niet doorlevend zijn in
ons klimaat. Vele van deze planten worden daarom in Nederland in serres gekweekt
als snijbloemen.
Frank Bischop´s succes met het kruisen van Amerikaanse "Pacific
Giants" en de sterkere Engelse soorten had tot gevolg dat de firma Blackmore
and Langdon ook zulk een kweekprogramma opstartte, wat planten van
verschillende kleuren opleverde. Briljant blauwe zoals "Blue
Nile" en "Fenella", helder
purper zoals "Chelsea Star", roze zoals
"Turkish Delight" en "Strawberry
Fair". Nauwkeurige selectie leverde planten op die winterhard waren
en een lange levensduur hadden. Blackmore and Langdon introduceerden ook
een reeks van kleinere Delphiniums, gebaseerd op kruisingen met een plant "Blue
Tit" genoemd, welke maar 1,1 à
Blackmore and Langdon maakte in 1978 de commerciële beslissing om niet
meer op grote schaal nieuwe Delphiniums te kweken, wel zijn ze verdergegaan met
het introduceren van nieuwe planten gekweekt door liefhebbers.
De eerste betekenisvolle amateur kweker was waarschijnlijk Ronald Parrett.
Zzijn best gekende plant is de mid-blauwe "Daily
Express" een goede tuinplant, andere planten van zijn hand zijn
"Demavand"(bleek grijs), "Sunday
Express"(wit) en "Taj Mahal"(blauw
met een geelbruin hart)
Colin Edwards best gekende planten zijn "Claire"(roze)
en "Joan Edwards"(mid-blauwe met wit
hart)
Tom Cowan was een Schot die zich heeft ingelaten met de vraag naar echt
blauwe en turquoise Delphiniums.
Hij ontwikkelde de "Loch" reeks met "Loch
Nevis"(mid-blauwe), "Loch Leven"(licht
blauw en kleiner), "Spindrift" en "Gossamer"
zijn mauve met een beetje turquoise. Van zijn hand zijn ook de witte Delphiniums
met een groene waas "Rona" en "Iona".
Hij richtte een amateur-kwekers vereniging op, vele van deze amateur-kwekers
zijn vandaag nog steeds actief.
Roy Latty ging vervroegd op pensioen om Delphiniums te kweken, op zijn
kleine kwekerij ontwikkelde hij zeer mooie planten waaronder "Rosina"
en "Summerwine" beide magenta-rose,
"Florestian"(mauve met een groot en
donker hart), "Snowdown"(grijs), "Sandpiper"(wit
met zwart hart), "Leonora"(blauw met wit
hart).
Duncan McGlashan kweekte volgende zeer goede planten, "Lucia
Sahin", "Min", "Bruce",
"Athol"
Nigel Moody kweekte vele planten waaronder "Sunkissed",
"Purple Velvet" en "Blue
Lagoon".
"Walton Gemstone" werd gekweekt door
Henry Wilkins.
David en Shirley Basset zijn zeer goed gekende kwekers van vele
prachtige planten van zeer goede kwaliteit zoals "Galileo",
"Rosemary Brock", "Lilian
Basset" en "Summerfield Oberon".
De broers Woodfield introduceerde de laatste jaren vele goede planten
waaronder "Clifford Sky", "Clifford
Pink" en "Anne Woodfield".
Meestal wordt gedacht dat Delphinium Elatum hybriden planten zijn die
ontstaan zijn in Groot Brittannië, maar het ontstaan is meer wereldwijd, met een
gelijke bijdrage van Franse, Amerikaanse en Engelse kwekers.
Toekomstplannen van de kwekers:
- In de toekomst wil men sterkere en kleinere ( kleiner dan 80cm) planten kweken
die geschikt zijn voor de hedendaagse kleinere tuinen en die beter bestand zijn
tegen ziekten.
- Een uitbreiding van de kleuren van de bloem, vooral de kleuren fel-geel,
zalmkleur, rood en groene tinten. Ook nieuwe contrasten tussen bloem en het oog,
zoals blauwe of roze ogen in witte of gele bloemen
- De planten over een langere periode laten bloeien.
- Planten kweken met een goede geur.
De verzorging van Delphiniums