Deze spreekbeurt werd online geplaatst door

 

 

 

 

Aan de oevers van de Nijl 

 

 

 

 


We gaan een grote sprong terug in de tijd maken een sprong van 5000 jaar. In die tijd leefden de mannen en de vrouwen nog in de prehistorie. De mensen van toen konden toen nog niet schrijven. Dus daarom weten we ook niet veel over hun leven. Maar we konden sommige dingen wel weten. Want archeologen hebben voorwerpen in de grond gevonden.(Archeologen zijn mensen die oude voorwerpen opgraven.) aan de andere kant van de Middellandse Zee in Egypte is de situatie heel anders. Daar konden de mensen 5000 jaar geleden al schrijven en dus kunnen wij de teksten lezen die er zijn gevonden in dat stuk van Egypte. Ook in de tijd begonnen de mensen al met reusachtige bouwwerken te bouwen. De piramiden bijvoorbeeld.

Een piramiden is voor 1 koning. Een dode koning. Hij wordt daar dan ingelegd. Hij ligt dan in een graftombe bestemd voor de koning. Er zijn nog steeds graftombes in de zandvlaktes van de woestijn. Er is een prachtig stuk woestijn in Egypte. Dan zie je in het westen en in het oosten woestijn. Het ligt aan de Nijl.dat is een bekende rivier in Egypte. Er zijn overal keien en zand en een hete zonneschijn. Hij ontspringt heel ver weg, duizenden meters ver in het midden van Afrika, en stroomt vanaf daar naar de Middellandse Zee. De vallei waar hij doorstroomt tussen de Libische en de Arabische woestijn, is Egypte. 

 

                        

 

 

 

 

 

 

 

inleiding 

 

 

 

 

 

 


Alle mensen hebben voedsel en een dak boven hun hoofd nodig om te overleven. Ze hebben dingen nodig om naar uit te kijken bijvoorbeeld naar je verjaardag of dat de oorlog weer over is. Door de geschiedenis heen hebben allemaal volken over heel de wereld bedacht wat voor voedsel je kon eten want vroeger aten de mensen in de prehistorie vis en rund bijvoorbeeld en in Afrika was het misschien wel heel anders daar aten ze misschien wel hele andere dingen die ze in een ander gebied niet kenden. Door oude ontdekkingen en opgravingen kunnen wij leren hoe Egyptenaren vroeger hebben geleefd. Bijvoorbeeld met wat voor dingen zei vroeger hun huisjes bouwden, hoe ze voedsel vonden en of ze dat ook verbouwden, en wat de mode was van toen. En nog veel meer dat lees je in mijn werkstuk over Het oude Egypte. Veel leesplezier!!!

 

 

 

 

 

                                       

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De mode 

 

 

 


Om te weten te komen wat de mensen uit Egypte vroeger droegen , kunnen we de lijsten die de huisvrouwen maakten als ze de was naar de wasserij stuurden als bewijsmateriaal gebruiken. Of de kleren die bij de dood in het graf weden gelegd. Jammer genoeg hebben de meeste onderzoekers die deze kleren vonden weggegooid. Ze dachten  dat het toch niets waard was en die kleren zagen er toch lelijk uit.

Kleding: Gelukkig begreep een egyptoloog (dat is iemand die opgravingen doet in Egypte) wiliam Flinders Petrie dat het iets belangrijks kon zijn toen hij 1912 wat kleren vond in een graf. Het was een jurk, hij was binnenstebuiten gekeerd. Het was misschien wel de oudste jurk van heel de wereld. Waarschijnlijk was het meisje hem vergeten goed te doen na het uitkleden rond 2800 voor Christus.  

Deze jurken moesten toen wel een leuke jurk zijn geweest want ze hadden er nog wel meer gevonden. Waarschijnlijk was het toen mode.

Linnen: In het hete klimaat van Egypte waren luchtige, losse en goedwasbare kleren het handigst. Vooral omdat veel mensen zwaar werk deden. Het vlas (dat is een plant wat grondstof voor linnen levert) waarvan linnen werd gemaakt werd op verschillende tijden geoogst.De jonge groene planten leverden de fijne stof.- koninklijk linnen -met 200 draden per 2,5 centimeter en de op één na beste fijne dunne stof. Van de oudere gele stengels werd sterk linnen gemaakt voor kleding. Het volgroeide stugge vlas werd gebruikt voor touw en matten. Voor de kleur werd van planten knollen en bieten  en nog veel meer dingen de kleur gemaakt. En daar konden ze dan verf van maken. Dus voor de kleur gebruikten ze die verf. Maar gekleurde stof werd weinig gebruikt, omdat de kleuren in de hitte snel uitliepen.

 

 

 

 

De mode
 

 

 

 

 

 


Vervolg: Crèmes en Parfums: De Egyptenaren besteedden veel aandacht aan hun uiterlijk. Het was brutaal om behaard te zijn. Maar met crèmes en parfums en hun geparfumeerde olie hielden ze hun huid lekker soepel in het hete droge Egyptische klimaat.

Sieraden: Sieraden waren voor 2 dingen bedoelt. Als leuke versieringen en als bescherming. In de meeste kettingen en armbanden werden magische, beschermende tekens of een amulet verwerkt. Een amulet= een voorwerp waaraan gelukbrengende en ongelukkige kracht werd toegevoegd. Al het goed was een bezit van de Farao. Dus een goeden sieraad was een geschenk van hem. Sommige mensen droegen armbanden, oorbellen en enkelbandjes van halfedelstenen aan koperdraad.

 

 

 

                                                            

 

Kinderen 

 

 

 

 


De oude Egyptenaren hielden van kinderen. De geboorte van een kind  was een feest, maar het bracht ook gevaren mee. Voor de bevalling werd in de tuin een rieten huisje gebouwd. De vrouwen uit de familie of soms een vroedvrouw (dat is een verloskundige) hielpen bij de bevalling. Als ze geen tuin hadden werd het kind in huis geboren, omringt door bloemen en mooie muurschilderingen. Mooie en speciale gebeden opgezegd.

Bescherming: Baby’s moesten de hele tijd beschermd worden, want heel veel kinderen gingen toen ze jong waren al dood. Door in de horoscoop van de baby’s te kijken konden de ouders zien welke dagen slecht en welke dagen goed waren en waar het kind goed op moest passen.Maar om het kind te beschermen kreeg het een amulet om zij hals. (een amulet is een voorwerp waaraan gelukbrengende en ongelukbrengende  kracht werd toegevoegd). Een klein oog van Horus bijvoorbeeld, of een rolletje met een gebed van Papyrus erin, meestal was het een belofte van hun god dat hij het kind goed zou beschermen tegen ziektes of magie, of gevaren van verre reizen.

School en werk: Sommige jongens, meestal de zonen van ambtenaren gingen naar school in een tempel. Sommige arme kinderen gingen ook naar school , meestal met behulp van een plaatselijke landeigenaar.(een plaatselijke landeigenaar is iemand die geld geeft aan zulke arme mensen om naar school te kunnen gaan). Het moet wel duur zijn geweest om naar school te gaan. Want school duurde tien jaar en al was het onderwijs gratis, zolang hij op school zat kon een jongen niet werken, dus ook niet geld verdienen. Als je spijbelde kreeg je houten blokken om je enkels. Maar zelfs dan konden sommige nog over de schoolmuur klimmen. Als ze hun school hadden afgemaakt, konden ze verder gaan met studeren voor een beroep.

 

 

Kinderen    

 

 

 

 

 

Sommige jongens hielden eerder op met school en werden schrijvers.

Maar ook veel mensen hadden geen opleiding. We weten niet hoeveel meisjes er leerden lezen en schrijven. Dat sommige het konden weten we uit brieven die ze een keer hebben geschreven. En die gevonden zijn in hun graven.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Boeren 

 

 

 

 

 

 

 


Land kopen en pachten: Alle boeren van Egypte waren knechten van de koning. En ze waren verplicht op een stuk landgoed te werken. Ze konden wel hun eigen stuk land kopen of pachten(pachten is huren) en dat hun kinderen het daarna weer overnamen. Zelfs slaven en vreemdelingen, die als slaaf waren verkocht of die in oorlogen gevangen waren genomen en op het landgoed van tempels of een ander mens werkten, mochten ook land pachten en mooi houden. De farao gaf soms ook land aan soldaten die met pensioen gingen dan konden ze nog wat doen. De boeren woonden vaak in dorpjes op hogere stukken land, dat was tegen overstromingen.

Belasting: Twee keer per jaar kwamen de regeringsambtenaren (dat zijn mensen van de regering) op bezoek. De eerste keer om te kijken hoeveel oogst er dit jaar kwam en de tweede keer om de belasting te ontvangen. Hiermee betaalde de Farao zijn andere mensen die voor hem werkten. Dus zijn werknemers. Dat Egypte zoveel rijkdom heeft is te danken aan de boeren, die altijd genoeg voedsel leverden om de mensen eten te geven, zodat zij konden werken als schrijvers ambachtslui en priesters.

 

 

 

 

 

                                                            

 

 

 

 

 

Piramiden 

 

 

 

 

 

 


Tussen 2700 en 1640 voor Christus werden er langs de Nijl oevers meer dan 80 piramiden gebouwd, waaronder trappiramiden, maar ook de wat latere, gladde piramiden die wij beter kennen.

Waar zijn Piramiden voor:In het oude rijk vonden de Egyptenaren hun koning net een levende god. Tenminste zo gingen ze met hem om, net als een echte god. Als hij sterf ging hij naar de onsterfelijke goden. Maar zolang zijn lichaam werd beschermd kon zijn geest terugkeren en over Egypte blijven waken. Dus hij werd gebracht in de Piramiden want dat is zijn graf. En de Piramiden moest het lichaam van de koning voor altijd beschermen.

De vorm:Niemand weet precies waarom ze voor de Piramiden vorm hebben gekozen. Het is natuurlijk wel een stevige vorm, omdat de meeste stenen in de onderste helft zitten. Dus hoe hoger je komt hoe minder stenen je naar boven hoeft te sjouwen. Sommige deskundige denken dat de vorm zonnestralen naar zich toetrekt en dat de koning dan via de stralen naar de hemel kan klimmen. Volgens andere is het de vorm van de heilige Ben-Ben steen, dat is volgens hun het eerste stuk van de aarde geweest.

 

 

 

                     

 

 

Piramiden 

 

 

 

 


De plaats: Eerst werd de plek gekozen: Altijd op de West-oever van de Nijl. Buiten bereik van de overstroming en op een stevige rotsbodem. De twee zijkanten van de Piramiden moesten precies naar het noorden en het zuiden wijzen. Om dit te bepalen bouwde de bouwmeester (dat is de man die de Piramiden bouwt) een ronde muur op het terrein waar de Piramiden moest komen. S’nachts gaf hij op de muur aan waar een bepaalde ster opkwam. Hij wachtte tot de ster onderging en gaf die plek ook aan. Dan trok hij een lijn van de twee punten naar elkaar. En in het midden van die lijn zat het noorden, dus zat aan de ander kant het zuiden.  

 

 

                                                              

                               

 

 

 

                                                        

                                         

 

 

Vrouwen in Egypte                            

 

          

 

 

 

Als de vrouwen hadden kunnen kiezen zouden de vrouwen vast het liefst in het Nabije Oosten in Egypte willen geboren zijn. Daar hadden vrouwen een beter leven en een vrijer leven om te leidden dan waar dan ook. Grieken die Egypte bezochten, waren verbaasd dat Egyptische ouders even blij waren met de geboorte van een zoon of een dochter. En op verschillende schilderijen zie je meisjes met hun ouders op de boerderij spelen, in de tuin bij hun huis spelen of aan het vissen waren in het moeras, als een deel van het gezin.

Rijk en arm: Natuurlijk moesten vrouwen uit arme gezinnen overal meehelpen op het land. Maar bij de rijkere gezinnen mochten ze bijna niet de deur uit. In Egypte wel daar gingen vrouwen met hun man bij kennissen eten of samen winkelen. Veel Farao’s zeiden trots dat dankzij hun het land zo vredig en aardig voor andere waren. En een vrouw gewoon zonder gevaar de deur uit kon gaan en staan waar ze wilde.

Het huwelijk: Een bruiloft was een persoonlijke gebeurtenis, geen godsdienstige. Het belangrijkste was het wettelijke document (dat is een wet wat ergens op papier staat) dat het recht van beide partijen op hen eigen bezit vastlegde. De vrouw droeg meestal éénderde van het huwelijk goed bij, en de man twee derde. Als één van hen stierf kon de andere van het inkomen leven, maar ze mochten alleen hun eigen deel opmaken.

                                            

 

 

 

Vrouwen in Egypte 

 

 

 

 

 

 


Onafhankelijkheid: Vrouwen hadden dus recht op eigen bezit en mochten zelf geld verdienen, zodat maar weinig vrouwen onafhankelijk waren van hun man. Zoals in andere landen. Ze konden werk zoeken als vroedvrouw, (dat is een vrouw die helpt bij een bevalling van een kind) zangeres, muzikant, priesteres of als marktkoopvrouw. Als haar man haar sloeg, kon ze hem voor de rechter slepen en als hij van haar scheidde moest hij haar blijven onderhouden. Als het echtpaar stierf, werden ze vaak in het zelfde graf begraven.

 

 

 

 

 

 

 

  

 

 

 

 

 

Mummies 

 

 


           

 

De oude Egyptenaren hadden 1 wens. Die wens was om eeuwig te blijven leven. De Egyptenaren geloofden dat na hun dood een nieuw leven begon. In hun graftombe zouden ze leven, zoals ze ook op aarde hadden geleefd. Ze zouden naar een ander wereld reizen om er te leven met goden en godinnen van de doden. De Egyptenaren droomde er altijd van om altijd te blijven leven. Er bestaan zelfs veel mummies die bijna drieduizend jaar oud zijn geworden. Om een farao tot mummie te maken duurde dat ongeveer 70 dagen en dan kon hij de piramiden in. Meestal werd het mummificeren buiten de woonwijken gedaan. Voordat ze in de graven gingen haalden ze hun lever, longen, milt, maag en darmen eruit. Ze gingen in een pot en werden ook in het graf gestopt. De Egyptenaren geloofden dat iedereen een ba en een ka had.  De ba was de ziel, de ka was de onzichtbare tweeling van de mens. Wanner iemand doodging geloofden ze dat de ba en de ka het lichaam verlieten en bleven leven in de graftombe. De ba bleef in verbinding met de nog levende familie en vrienden van de dode. De ka reisde heen en weer tussen het lichaam en de wereld . De ba en de ka moesten het lichaam herkennen, anders konden ze het niet terugvinden en dan kon de mens ook niet eeuwig blijven leven. Daarom moest het lichaam bewaarde blijven en moest er een mummie van gemaakt worden. De manier waarop mensen werden gemummificeerd en begraven hing af van hoeveel ze konden betalen. Arme mensen kregen een eenvoudige begrafenis. Edelen en leden van de hofhouding werden heel plechtig begraven. (dat was een hele dure begrafenis). De farao’s en de Egyptische koningen, waren het rijkst. De mensen geloofden trouwens dat farao’s een god werden na hun dood. Farao’s werden het best gemummificeerd en met heel veel pracht en praal begraven.                                                

                                     

Mummies                          

 

 

 

Mummificeren: Het duurde 70 dagen om een lichaam te balsemen. Dit gebeurde vaak ergens anders dan bij de graftombe, waarin de mummie zou begraven worden. Eerst hadden de balsemers (dat zijn mensen die de dode behandelen) de inwendige organen uit het lichaam. Ze verwijderen ook de hersenen langs de neusgaten met metalen haken. Ze maken ook een snee in de linkerkant van het lichaam en halen er de lever, de longen, de maag en de ingewanden er uit. Elk orgaan werd gebalsemd met natrium (dat is zoutoplossing), en bewaard in een kruik. Het hart bleef in het lichaam. Later werd ook dat er uit gehaald en gebalsemd met natrium. Er werd een steen in de vorm van een heilige kever gesneden, en in de plaats van het hart gelegd. Men maakte kleine linnen zakjes, vulde die met natrium en stopte die in het lichaam. De buitenkant van het lichaam werd ook ingesmeerd met natrium. Hierdoor droogde het lichaam uit.

Het verbinden: tijdens het wikkelen stoppen de familie tussen de lagen verbad juwelen en beeldjes. Als het verbinden klaar is, is de dode gemummificeerd. Daarna krijgt de dode een masker op. Het mummificeren duurde ongeveer 70 dagen bij elkaar.