DEZE SPREEKBEURT werd online gezet door

 

 

Het symfonieorkest

door
Vincent Uiterweerd

groep 8 van Chr. Basisschool De Fakkel, Apeldoorn
mei 2004

Inleiding  

Niet alleen voetbal, maar ook muziek is mijn hobby. Ik speel al een paar jaar slagwerk (snare drum) bij een drumband en heb al eerder een spreekbeurt gehouden over de drumband en over het harmonieorkest. Dit werkstuk gaat over het symfonieorkest, dat langer geleden is ontstaan en uit nog meer instrumenten bestaat dan het harmonieorkest.
Bij het verzamelen van informatie voor dit werkstuk heb ik wel tips en hulp gehad, maar ik heb het zelf geschreven.  

Over de volgende onderwerpen is er in dit werkstuk informatie te vinden:

1.     Wat is een symfonieorkest en wanneer is het ontstaan?
2.     Samenstelling (instrumentgroepen)
3.     Stijlperiodes, componisten en muziek
4.     Ontwikkeling van de samenstelling van het symfonieorkest
5.     Orkestleiding
6.     Luisteren (en kijken) naar het symfonieorkest
7.     Afsluiting en bronnen
Bijlage 1:  informatie over muziekinstrumenten
Bijlage 2:  informatie over componisten
   

1.       Wat is een symfonieorkest en wanneer is het ontstaan?  

Het symfonieorkest is een grote groep muzikanten die met elkaar samenwerken om muziek te maken. Alle instrumentgroepen komen in het symfonieorkest voor: snaarinstrumenten, blaasinstrumenten en slaginstrumenten. De strijkinstrumenten zijn ‘het hart’ van het symfonieorkest. Juist die samenwerking tussen muzikanten is zo belangrijk. Eén partij van één muzikant alleen klinkt niet echt fraai. Soms kun je niet eens horen om welk muziekstuk het gaat. Het gaat juist om de combinatie van alle partijen. Net als een schilderij dat ontstaat door de combinatie van allerlei aparte kleuren.  

Ongeveer 300 jaar geleden is het symfonieorkest ontstaan. Toen was nog niet de naam ‘symfonieorkest’ bedacht. Dat gebeurde pas 50 jaar later (dus 250 jaar geleden).
De woorden ‘symfonie’ en ‘orkest’ komen uit het Grieks. ‘Symfonie’ betekent samenklank. ‘Sym’ = samen, ‘phonè’ = klank.
‘Orkest’ (orchestra) was de ruimte in het Griekse theater voor de musici (en dansers).
Het symfonieorkest is genoemd naar een bepaalde vaste vorm van een muziekstuk die in die tijd is ontwikkeld: de symfonie.
Dat is een muziekstuk dat uit 4 delen bestaat, die verschillend zijn van tempo en aard (langzaam of vlot, droevig of opgewekt, enz.).


Symfonie



Franz Joseph Haydn (1732-1809)
’vader van de symfonie’

1e deel

Bestaat uit meerdere (vaak 4) mini-delen die aan elkaar zijn gekoppeld. Twee thema’s (dat zijn muziekfragmenten), soms apart, maar ook door elkaar.

2e deel

Een langzaam en zangerig deel.

3e deel

Menuet (sierlijke dans). Begint en eindigt met het refrein.

4e deel

Rondo (liedvorm). Meestal snel.

De symfonie is ontstaan uit de symfonia. Dat was een muzikale inleiding in drie delen van de opera (opera-ouverture). De componist Franz Joseph Haydn (1732-1809) wordt ‘de vader van de symfonie’ genoemd. Hij schreef maar liefst 106 symfonieën naast alle andere muziek die hij heeft geschreven.  

Voordat er misschien een misverstand ontstaat is het verstandig te vermelden dat het symfonieorkest niet alleen symfonieën speelt. Dat zou eentonig worden. Er zijn veel meer muziekvormen die worden gespeeld. Je hebt misschien wel eens gehoord van bijvoorbeeld ‘opera’s’, ‘ouvertures’, ‘suites’ en ‘soloconcerten’. Die worden niet allemaal in dit werkstuk besproken. Daar kun je wel een apart werkstuk van maken.  

2.     Samenstelling  

De instrumenten en de combinatie van instrumenten van het tegenwoordige symfonieorkest zijn eigenlijk ongeveer hetzelfde als 250 jaar geleden. Alleen zijn de aantallen per instrument gegroeid. Vroeger bestond een symfonieorkest uit 20 tot 30 muzikanten, een middelgroot symfonieorkest bestaat tegenwoordig uit 90 tot 110 muzikanten.  

Het symfonieorkest heeft de volgende instrumentgroepen:

A)    Snaarinstrumenten

De strijkinstrumenten vormen ‘het hart’ van het symfonieorkest. Ze worden bespeeld met een strijkstok (die heet ‘arco’).
Strijkinstrumenten zijn: viool (1e en 2e viool), altviool, cello en contrabas.
Andere snaarinstrumenten in het symfonieorkest zijn de harp (tokkelinstrument) en piano (meestal als solo-instrument).
 

B)    Blaasinstrumenten
Dit zijn instrumenten die geluid maken door erop te blazen. Deze groep bestaat uit 2 kleinere groepen: houten blaasinstrumenten en koperen blaasinstrumenten. Niet altijd kun je aan het materiaal zien tot welke groep een blaasinstrument hoort.
Muzikanten in één van deze groepen heten houtblazers of koperblazers.

  (Plaatje hiernaast: mondstuk van een klarinet – enkelriet)

B1)    Houten blaasinstrumenten
Deze zijn vaak van hout gemaakt. Dat kun je dan ook wel zien bij de klarinet, hobo en fagot.

Maar de dwarsfluit is niet meer van hout. Vroeger wel. Toch hoort die wel bij de houten blaasinstrumenten. Je moet in een gat blazen en met de vingers kun je verschillende tonen maken door de gaatjes open te laten of af te dekken. Omdat er veel meer gaatjes dan vingers zijn, heeft een houten blaasinstrument klepjes die hetzelfde doen.
Ook de saxofoon heeft zulke klepjes boven de gaatjes. En het mondstuk waar je op moet blazen heeft een plat riet (‘enkel riet’). Die zorgt voor de toon. Als je met je lippen tegen een vloeitje of crêpepapier blaast, voel je wat de lucht en het riet doen: trillen.
Een klarinet en saxofoon zijn enkelrietinstrumenten.

(Plaatje hiernaast:  mondstuk van een hobo – dubbelriet)

Instrumenten met een riet horen tot de groep houten blaasinstrumenten, ook al zijn ze niet van hout gemaakt. De hobo en de fagot hebben alleen maar een riet om op te blazen. Het is eigenlijk een rietstengel dat is dubbelgevouwen en dat verder is bewerkt. Dat heet ‘dubbelriet’. Als je daarmee ergens tegen aanstoot, is dat riet direct kapot.

Alle instrumenten die onder B1 worden genoemd komen voor in het symfonieorkest, maar de saxofoon niet als vast onderdeel. Dat komt doordat die pas in 1840 is ontwikkeld en er in de tijd daarvoor al veel muziek was geschreven die tegenwoordig nog veel wordt gespeeld.  

B2)    Koperen blaasinstrumenten
Deze zijn altijd gemaakt van metaal. Ze hebben een mondstuk dat ook van metaal is. Met je lippen kun je maar een paar tonen maken. Die tonen klinken als signalen. De koperen blaasinstrumenten zijn vroeger eerst signaalinstrument geweest. Bijna alle koperen blaasinstrumenten hebben nu ventielen. Die moet je indrukken om alle andere tonen te kunnen spelen. Alleen de trombone heeft een schuif. Als je die ver uitschuift klinkt de trombone laag.

  Plaatje hiernaast:  mondstukken voor trompet – koperen blaasinstrument)

Koperen blaasinstrumenten hebben vaak opgerolde buizen. Anders zou het instrument te lang worden. Langere (opgerolde) buizen zorgen voor een lagere klank en kortere (opgerolde) buizen voor een hogere klank.  

Koperen blaasinstrumenten in het symfonieorkest: trompet, hoorn, trombone en (bas)tuba.  

C)    Slaginstrumenten

Deze instrumenten worden bespeeld met stokken of blote handen. Er zijn twee groepen: instrumenten met een eigen, vaste toon en instrumenten zonder vaste toon (met gespannen slagvel).
De eerste groep heet ‘idiofonen’. Voorbeelden: xylofoon, marimba, triangel en bekkens.
De tweede groep heet ‘membranofonen’. Voorbeelden: pauken, kleine trom (snare drum), grote trom (bass drum) en tamboerijn. Als je het slagvel strakker of losser spant klinkt het instrument net wat anders.  

Op Bijlage 1 bij dit werkstuk kun je informatie vinden over alle instrumenten die onder A, B en C zijn genoemd (met plaatje).  

Orkestindeling (plattegrond)  

Op het plaatje hieronder kun je zien hoe de instrumentgroepen zijn verdeeld in het orkest.

Families

Verschillende instrumenten hebben een familie. Vergelijk instrumentenfamilies maar met een kind, moeder, vader en opa. In de muziek is het kind de sopraan. Moeder is de alt. Vader is de tenor. En opa is de bas; die klinkt het laagst. Dit kun je bijvoorbeeld goed zien en horen bij de strijkinstrumenten: viool is de sopraan, altviool is de alt, cello is de tenor, contrabas is de bas.
Sommige families zijn niet meer compleet of komen niet als complete familie voor in het symfonieorkest.

  (de meest voorkomende saxofoons uit de saxofoonfamilie. V.l.n.r.: sopraan, alt, tenor en bariton.)

3.  Stijlperiodes, componisten en muziek  

Klassieke muziek wordt heel veel gespeeld door symfonieorkesten. Dat is muziek die eeuwen geleden is geschreven en nog altijd wordt gespeeld. Mensen die muziek bedenken en op-schrijven heten componisten. Vroeger waren die in dienst van de kerk en adel. In latere eeuwen ook steeds meer van stadsbesturen. Vroeger waren ze werknemer en moesten ze een opdracht uitvoeren, later werden ze meer kunstenaar.  

De geschiedenis van de muziek is ingedeeld in stijlperiodes. Net zoals dat het geval is bij beeldende kunst (= schilderijen en beeldhouwwerken) en literatuur. Iedere stijlperiode heeft eigen kenmerken van de muziekvormen, samenstelling van het ensemble (een groepje muzikanten) of orkest en de manier waarop muziek wordt gespeeld. Stijlperiodes houden niet opeens op om daarna over te gaan in een nieuwe periode, maar gaan langzaam in elkaar over. Er zijn dus muziekwerken die kenmerken hebben van een vorige en een nieuwe periode. Een nieuwe stijlperiode is steeds een reactie op de vorige. Men wil het dan dus juist anders doen dan zoals het daarvoor is gegaan.

Stijlperiode

Middeleeuwen (500 – 1450)

De tijd van … (o.a.)

Karel de Grote, kruistochten, gilden, leenstelsel, de pest, heksenvervolgingen (Jeanne d’Arc op de brandstapel; 1431)

Algemene kenmerken

De kerk is het centrum van de cultuur. Muziek staat in dienst van het geloof. Beroepsmuzikanten zijn in dienst van de kerk.

Muziek

Gregoriaanse muziek (liederen zonder melodie, gezongen door monniken). Troubadours zingen kunstliederen met een instrument voor de begeleiding. Verder zijn er volksliederen: liefdesliederen, drinkliederen, strijdliederen. Alle liederen zijn 1-stemmig.

Instrumenten

Snaarinstrumenten: harp, vedel (voorloper viool), luit (voorloper gitaar) en psalterium (soort citer).
Blaasinstrumenten: blokfluit, dwarsfluit, schalmei (voorloper hobo), zink (hoorn) en sackbut (voorloper trombone).

Slaginstrumenten vanaf 12e eeuw: trommels, bekkens en tamboerijn.
Bij volksliederen ook draailier (draagbaar orgeltje) en doedelzak.

Componisten

Deze zijn meestal niet bekend.

 

Stijlperiode

Renaissance  (1450 – 1600)

De tijd van … (o.a.)

Leonardo da Vinci (wereldberoemde Italiaanse kunstenaar 1452-1519, schilderde o.a. de Mona Lisa), ontdekking Amerika door Columbus (1492), de Beeldenstorm (begin van de opstand tegen de RK-kerk en het ontstaan van het protestantisme, 1556), schilder Frans Hals (1580-1666), de moord op Willem van Oranje (1584).

Algemene kenmerken

Wedergeboorte/herontdekking van de opvattingen van de klassieke Griekse en Romeinse wereld. De mens zelf staat centraal. Periode van orde en stabiliteit.

Muziek

Muziek is er voor de muziek zelf. Liederen krijgen een melodie en worden meerstemming. Eerst veel zang a-capella (zonder muziek).  Later ook begeleiding van instrumenten. Instrumenten krijgen daarna ook zelfstandige betekenis.

Instrumenten

Luit, gamba (voorloper cello), blokfluit, klavecimbel (voorloper piano).

Componisten

Deze zijn meestal niet bekend.

 

Stijlperiode

Barok  (1600 – 1750)

De tijd van … (o.a.)

De Gouden Eeuw (17e eeuw, periode van grote welvaart), Verenigde Oost-Indische Compagnie (handelscompagnie voor specerijenhandel met Azië; 1602-1779), schilders Rembrandt van Rijn (1606-1669), Jan Steen (1626-1679) en Johannes Vermeer (1632-1675), einde Tachtigjarige oorlog (1648), Franse koning (1693-1715) Lodewijk XIV (‘De Zonnekoning’), Pruikentijd (1700-1750), dood Peter de Grote (tsaar van Rusland) in 1725, dood Koning George I van Engeland (opdrachtgever van componist Händel) in 1729.

Algemene kenmerken

3-standen maatschappij (1e stand = koning en adel, 2e stand = geestelijken, 3e stand = burgers en boeren). Door opbloei van de wereldhandel ontwikkelt de burgerij zich. Daardoor bloeit het openbaar theater (toneel) op en ontstaat de opera . Voorkeur voor pracht en praal in beeldende kunst, muziek en omgangsvormen.

Muziek

De opera ontstaat en bloeit op. Belangrijkste periode voor orgel en klavecimbel. Heel veel overdadige versieringen in de muziek.

Instrumenten

Orgel en klavecimbel. Het Barokensemble ontstaat als kleine orkestvorm: strijkinstrumenten (6 violen, 3 altviolen, 2 cello’s en 1 contrabas), fluiten/blokfluiten, hobo’s, fagotten, trompetten, hoorns en klavecimbel.

Componisten (o.a.)

Bach, Händel en Vivaldi.

 

Stijlperiode

Klassieke periode: Classicisme  (1750 – 1820)

De tijd van … (o.a.)

Uitvinding stoommachine door James Watt (1769), Onafhankelijkheidsverklaring Amerika (1776), bestorming ‘Les Bastilles’ en Franse revolutie (1789-1795), onthoofding Franse koning Lodewijk XVI in 1793, kroning Lodewijk Napoleon Bonaparte in 1804 tot keizer van Frankrijk, verdrijving Fransen uit Nederland in 1813 en komst van de eerste Nederlandse koning (Willem I).

Algemene kenmerken

De invloed van de burgerij wordt steeds groter. De klassieke oudheid is voorbeeld voor de kunst: strakke vormen en structuren.

Muziek

Strakke vormen en structuren ook in de muziek. De muziekvorm symfonie ontstaat (zie hoofdstuk 1 voor de uitleg van deze muziekvorm).

Instrumenten

Nieuw instrument: piano. Klavecimbel verdwijnt. Het symfonieorkest ontstaat. De strijkersgroep uit het vroegere Barokensemble wordt verdubbeld en er komen nieuwe instrumenten bij: klarinet, trombone en slagwerk (pauken, bekkens en triangel). Het symfonieorkest krijgt een dirigent die voor het orkest staat en zelf geen instrument bespeelt.

Componisten (o.a.)

Beethoven, Haydn, Mozart en Schubert.

 

Stijlperiode

Romantiek  (1820 – 1900)

De tijd van … (o.a.)

Nederlandsch Indië (vanaf 1816), tijdperk van Queen Victoria van Engeland (1837-1901), eerste spoorweg in Nederland (1839), afscheiding België van Nederland (1839), uitvinding saxofoon door Adolphe Sax (1840), liberale grondwet Nederland (1848), schilder Vincent van Gogh (1853-1890), afschaffing slavernij in Ned. Indië (1860) en Suriname en Nederlandse Antillen (1863), uitvinding telefoon (1872), afschaffing kinderarbeid in fabrieken (1874), Wet op het Lager Onderwijs (1878), Noordzeekanaal (1876), uitvinding gloeilamp (1879), uitvinding auto (1885), oprichting Concertgebouworkest (1887), bouw Eifeltoren (1889), de eerste auto in Nederland (1896) en inhuldiging 18-jarige Wilhelmina als eerste Nederlandse koningin (1898).

Algemene kenmerken

De industriële revolutie zorgt voor ingrijpende veranderingen, waaronder vervreemding van de natuur. De alledaagse werkelijkheid wil men juist in de kunst ontvluchten.

Muziek

De muziekvormen uit het Classicisme (o.a. de symfonie) blijven zich verder ontwikkelen. In de muziek komt het gevoel op de eerste plaats. De natuur komt vaak als thema voor (voorbeeld: ‘De vier jaargetijden’ van Vivaldi). Meer en nieuwe instrumenten in het symfonieorkest.

Instrumenten

De strijkersgroep wordt opnieuw verdubbeld (30 violen, 12 altviolen, 10 cello’s en 8 contrabassen). Ook van andere instrumenten komen er meer in het symfonieorkest. De blazersgroep wordt uitgebreid met basinstrumenten: basklarinet, contrafagot en bastuba. Trompetten en hoorns hebben voortaan ventielen. De dwarsfluit is nu van metaal en heeft kleppen om de luchtgaten te dichten. Het slagwerk wordt uitgebreid, o.a. met xylofoon, marimba, tubular bells (buisklokken). De harp wordt in het symfonieorkest opgenomen. De piano ook, maar meer als solo-instrument. Na deze veranderingen is de samenstelling van het symfonieorkest eigenlijk niet meer veranderd, alleen grotere aantallen instrumenten.

Componisten (o.a.)

Brahms, Bruckner, Chopin, Dvorak, Grieg, Liszt, Mendelssohn-Bartholdy, Moessorgski, Rimski-Korsakov, Rossini, Schubert, Strauss, Tsjaikovski, Verdi en Wagner.

 


Stijlperiode

20e eeuw  (1900 – 2000)

De tijd van … (o.a.)

Het eerste vliegtuig (1903), uitvinding tv-toestel (1911), 1e Wereldoorlog (1914-1918), kiesrecht voor mannen (1917) en voor vrouwen (1919), Russische revolutie (1917), oprichting KLM (1919), crisisjaren (1920-1940), Zuiderzee wordt IJsselmeer door Afsluitdijk (1932), 2e Wereldoorlog (1940-1945), ‘Koude Oorlog’ (1945-1989), inhuldiging koningin Juliana (1948), onafhankelijkheid Indonesië (1949), watersnoodramp (1953), Vietnamoorlog (1959-1975), moord op president Kennedy (1963), eerste mens op de maan (1969), inhuldiging koningin Beatrix (1980), val communistische regeringen in Oost-Europa en Berlijnse Muur (1989).

Algemene kenmerken

Grote behoefte aan vernieuwing. Een beetje ‘afrekenen met het verleden’. Tijd van nieuwe wetgeving en emancipatie. Verbetering van technieken. Na periode van nationalisme en oorlogen behoefte aan internationale samenwerking. Computertijdperk begint.

Muziek

Niet 1 muziekstijl, maar veel verschillende (Impressionisme, Expressionisme, Neo-classicisme, Avant-garde, enz.). Ook muziek uit andere werelddelen/

culturen (wereldmuziek, volksmuziek). Sinds de helft van de 20e eeuw ook elektronische muziek.
Meer nadruk op blazers en slagwerk. Ritme erg belangrijk. Melodie minder voorspelbaar en vaak vreemde samenklank, voor veel mensen moeilijke muziek om te beluisteren.

Instrumenten

Dezelfde instrumenten als tijdens de Romantiek, alleen andere aantallen. Later ook gebruik van elektronische instrumenten.

Componisten (o.a.)

Debussy, Prokofjev, Schönberg en Strawinsky.

4.       Ontwikkeling van de samenstelling van het symfonieorkest  

Het Barokensemble (1600-1750) is de voorloper van het symfonieorkest. Dit bestond uit de volgende instrumenten: strijkinstrumenten (6 violen, 3 altviolen, 2 cello’s en 1 contrabas), fluiten/blokfluiten, hobo’s, fagotten, trompetten, hoorns en klavecimbel.  

Toen het Classicisme aanbrak (1750) vonden er aan de samenstelling van het vroegere Barokensemble veranderingen plaats (zie het schema ‘Klassieke periode: Classicisme’ in hoofdstuk 3). Daardoor ontstond de volgende samenstelling: strijkinstrumenten (2x zoveel als in het Barokensemble), fluiten, hobo’s, klarinetten, fagotten, trompetten, hoorns, trombones, slagwerk (pauken, kleine en grote trom, bekkens en triangel) en piano. Dit is het begin van het ‘echte’ symfonieorkest.  

Een kleine eeuw later (1820) begon de Romantiek en vonden er weer wat wijzigingen plaats (zie het schema ‘Romantiek’ in hoofdstuk 3). De samenstelling die toen ontstond: strijkinstrumenten (2x zoveel als in het symfonieorkest in het Classicisme), dwarsfluiten (van metaal), hobo’s, klarinetten, basklarinet, fagotten, contrafagot, trompetten (met ventielen), hoorns (met ventielen), trombones, bastuba, slagwerk (pauken, kleine en grote trom, bekkens, triangel, xylofoon, marimba, tubular bells), harp en piano.
Sinds toen is de samenstelling van het symfonieorkest eigenlijk niet meer veranderd, alleen grotere aantallen instrumenten. Alleen het slagwerk werd nog uitgebreid.
 

5.       Orkestleiding  

5A.    Dirigent  

De leider van een (symfonie)orkest is de dirigent. Vroeger waren componisten ook dirigent. Sommigen lieten hun orkest alleen hun eigen muziek spelen, anderen niet.  

Tot en met de Barokperiode leidde meestal één van de musici het ensemble. Die speelde dan staande. In het Barokensemble deed de man of vrouw dat die op het klavecimbel speelde. Die hoefde alleen maar aan te geven wat het tempo moest zijn en wanneer muzikanten moesten beginnen.

Toen het symfonieorkest ontstond (Classicisme) verdween het klavecimbel. Vanaf dat moment kwam de dirigent zonder instrument voor het orkest te staan, hoewel dat daarvoor ook wel eens voorkwam.  

Sommige dirigenten tikten of stampten de maat. Dat gebeurde ook al wel in de 17e eeuw. De dirigent stampte met een dirigeerstaf op de grond. Dat bonkte hinderlijk.

Een waar gebeurd ongeval: de Franse componist en dirigent Jean-Baptiste Lully, hofcomponist van de Franse koning Lodewijk XIV, verbrijzelde in 1687 een van zijn tenen met zijn dirigeer-staf. De wond werd niet goed verzorgd. Door de infectie overleed hij uiteindelijk.

Het werd vanaf de eerste helft van de 19e eeuw steeds gewoner om een dirigeerstokje te gebruiken en dit in de lucht te zwaaien, in plaats van het ergens tegenaan te slaan.

Taak van de dirigent van nu  

De dirigent slaat niet alleen de maat. Hij (of zij) moet de repetities en de uitvoeringen leiden en geeft tevens aan wanneer de verschillende instrumenten moeten invallen en hoe hard en hoe snel er moet worden gespeeld. Daarom heeft de dirigent het hele muziekstuk (compositie) voor zich. Dat is een boekwerk, waarin alle partijen zijn genoteerd. Dat boekwerk heet partituur (zie plaatje links). Daarin staan ook aanwijzingen van de componist voor tempo, geluidssterkte en sfeer, maar een dirigent voegt daar vaak nog zijn eigen interpretatie (vertaling) aan toe. Vandaar dat een muziekstuk dat door hetzelfde orkest wordt gespeeld, maar met een andere dirigent altijd iets anders klinkt.  

De rechterhand heeft het dirigeerstokje (heet ‘baton’) vast en geeft het tempo en de maat aan. De linkerhand spreekt geheimtaal. Die hand heeft aan wanneer een groep instrumenten moet beginnen. Maar ook als muzikanten wat zachter of luider moeten spelen.
Niet alleen de handen vertellen de muzikanten hoe ze moeten spelen, maar ook het gezicht van de dirigent.

                                                   

Bekende dirigenten  

De meeste klassieke componisten dirigeerden ook zelf.  

Wereldberoemde dirigenten van de 20e eeuw waren:

 de Oostenrijkse dirigent Herbert von Karajan (1908-1989), dirigent van de Berliner Philharmonike

de Amerikaanse dirigent Leonard Bernstein (1918-1990), dirigent van de New York Philharmonic Orchestra

5B.    Concertmeester  

De concertmeester is de aanvoerder van de strijkers en zit rechts vooraan, bij de dirigent (voor het publiek: links van de dirigent). Hij (of zij) heeft de volgende taken:

Ø       tijdens de repetities afspraken maken voor het maken van de strijkbewegingen met de bedoeling dat die gelijk gaan.

Ø       bemiddelen tussen het orkest en de dirigent (overbrengen van de wensen van de dirigent).

Ø       zorgen (met de hoboïst) voor de zuiverheid van het orkest (afstemmen voordat het orkest met een repetitie of concert gaat beginnen).

Ø       spelen van solopartijen voor viool.

De eerste drie taken zijn taken die niet direct of nauwelijks merkbaar zijn voor het publiek, maar die zijn juist wel heel belangrijk.  

6.       Luisteren (en kijken) naar het symfonieorkest  

6A.    Concertbezoek  

Nederland heeft 14 beroepssymfonieorkesten, verspreid over heel Nederland:

 

Naam orkest

Gevestigd in

Website

Het Brabants Orkest

Eindhoven (Noord-Brabant)

www.brabantsorkest.nl

Het Gelders Orkest

Arnhem (Gelderland)

www.hetgeldersorkest.nl

Holland Symfonia, Het Nederlands Ballet- en Symfonieorkest

Amsterdam (Noord-Holland)

www.hollandsymfonia.nl

Koninklijk Concertgebouworkest

Amsterdam (Noord-Holland)

www.concertgebouworkest.nl

Limurgs Symphonie Orkest

Maastricht (Limburg)

www.lso.nl

Metropole Orkest

Hilversum (Noord-Holland)

www.metropoleorkest.nl

Nederlands Philharmonisch Orkest

Amsterdam (Noord-Holland)

www.orkest.nl

Nederlands Radio Symfonie Orkest

Hilversum (Noord-Holland)

www.nl-rso.org

Noord Nederlands Orkest

Groningen (Groningen)

www.noordnederlandsorkest.nl

Orkest van het Oosten

Enschede (Overijssel)

www.orkestvanhetoosten.nl

Radio Filharmonisch Orkest Holland

Hilversum (Noord-Holland)

www.rfo.nl

Radio Kamerorkest

Hilversum (Noord-Holland)

www.radiokamerorkest.nl

Residentie Orkest

Den Haag (Zuid-Holland)

www.residentieorkest.nl

Rotterdams Philharmonisch Orkest

Rotterdam (Zuid-Holland)

www.rpho.nl

Al deze symfonieorkesten hebben een gemeenschappelijke website:

www.symfonieorkesten.nl

Op deze websites staat het concertprogramma van deze symfonieorkesten. Zij geven niet alleen in hun eigen plaats concerten, maar ook in verschillende concertzalen in Nederland. Heel bekende concertzalen in Nederland zijn o.a.: het Concertgebouw in Amsterdam, De Doelen in Rotterdam, Muziekcentrum Vredenburg in Utrecht en Musis Sacrum in Arnhem.

 

 

Ook zijn er andere websites die informatie geven over concerten. Zowel websites van de verschillende concertzalen, theaters en schouwburgen als algemene en culturele websites, zoals www.uitburo.nl en www.ticketservice.nl  

Als je nog nooit eerder naar een concert bent geweest van een symfonieorkest is het misschien een goed idee om naar een speciaal concert te gaan om met het symfonieorkest en de muziek kennis te maken. Er zijn voor kleinere en grotere kinderen (maar ook leuk en leerzaam voor volwassenen) speciale leerzame programma’s en concerten. Die kun je ook vinden via de websites die net eerder zijn genoemd.


Een andere manier om met het symfonieorkest en klassieke muziek kennis te maken is een bezoek aan een speciaal concert, waarbij klassieke muziek op een moderne manier wordt gespeeld, vaak met een vaste ritmische begeleiding van drums. Een soort mengsel van klassieke muziek met popmuziek. Zulke concerten heten ‘Promsconcerten’ of ‘Night of the Proms’.  

Concerten vinden bijna altijd in een concertzaal plaats. Daar is de totaalklank van het orkest het mooist. En snaarinstrumenten en houten blaasinstrumenten zijn wat gevoeliger voor temperatuurwisselingen en vochtigheid. Daarom is een concertzaal de meest geschikte plaats. Die is speciaal gebouwd om de klanken van het orkest mooi en goed de zaal te laten ingaan.

Bekende buitenconcerten die ieder jaar in augustus plaatsvinden zijn de Prinsengrachtconcerten in Amsterdam. Dat zijn Promsconcerten van een symfonieorkest op een drijvend podium in de Prinsengracht. Deze concerten worden ook uitgezonden door radio en tv. Ze maken deel uit van het vijfdaagse Grachtenfestival in Amsterdam (www.grachtenfestival.nl). In en bij prachtige Amsterdamse grachtenhuizen vinden er allerlei concerten plaats. Er is ook een apart Kindergrachtenfestival.  

Dichterbij huis zijn er ook vaak mogelijkheden om een symfonieorkest te beluisteren. Veel steden hebben wel een amateur symfonieorkest. Deze zijn wel vaak kleiner dan de beroepsorkesten.

 

6B.    Radio en televisie  

Iedere zondag is er een (klassiek) concert te zien en te beluisteren op de tv-zenders Nederland 1 (’s middags het programma ‘C-majeur’) en Nederland 2 (’s morgens het programma ‘Koffieconcert’). Promsconcerten worden ook door radio en tv uitgezonden. Op oudejaarsavond vinden deze ook plaats. Op nieuwjaarsdag vindt ieder jaar het Nieuwsjaarsconcert vanuit Wenen (Oostenrijk) plaats, dat rechtstreeks wordt uitgezonden (zie plaatje hiernaast).  

Radiozenders die klassieke muziek uitzenden zijn:

Ø       Radio 4.

Ø       Concertzender.

Ø       Classic FM.  

Natuurlijk worden radio- en tv-uitzendingen van concerten bekendgemaakt in de radio- en tv-gids en teletext. Ook websites geven daarover informatie. Vooral de website van de omroepvereniging AVRO besteedt hier veel aandacht aan: www.avroklassiek.nl   

En verder … het valt niet veel mensen op, maar muziek van symfonieorkesten is ook te beluisteren als filmmuziek of bij popmuziek. En je kunt soms zelfs een stukje klassieke muziek horen bij een tv-reclame.  

7.       Afsluiting en bronnen  

Ik vond het heel interessant al deze informatie eerst zelf te lezen. Nu weet ik meer over het symfonieorkest en klassieke muziek. Het was ook wel leuk, maar ook moeilijk om zo veel informatie samen te voegen tot dit werkstuk.  

Concerten van harmonieorkesten heb ik al wel eerder bezocht, maar nog niet van een symfonieorkest. Maar dat gaat beslist gebeuren. Zo’n speciaal kennismakingsprogramma met het symfonieorkest en klassieke muziek lijkt me erg leuk, maar ook wel zo’n Promsconcert.  

De volgende bronnen heb ik gebruikt voor het maken van dit werkstuk:  

a)      boeken

Titel

Schrijver

Uitgever

Jaar

ISBN

Het orkest

Sven Kruckenburg

Gaade

(Houten)

1994

90-6017-583-2

Het orkest en zijn instrumenten

José Fefon

Bosch & Keunig
(Baarn)

1994

90-246-0054-5

b)      websites (internet)  

Ø       http://www.digischool.nl/mu/leerlingen
De onderdelen ‘Muziekgeschiedenis’ en ‘Muziekinstrumenten’ van de website De Digitale School (via ‘Vaklokaal Muziek’). Onderwerpen: samenstelling symfonieorkest, informatie over instrumenten, stijlperiodes en muziekvormen.
Leuk: Midi-orkest. Je kunt instrumentgroepen aanklikken en die dan horen spelen. Ook kun je alle instrumentgroepen samen, dus het hele orkest, laten spelen.
(hier terechtgekomen via www.kennisnet.nl en www.jeugdbieb.nl)

Ø       http://grotesmurf.madscience.nl/music/orkest.htm#boven
Onderwerpen: samenstelling symfonieorkest en informatie over instrumenten.
Leuk: Midi-melodie van het symfonieorkest. Je kunt een instrument aanklikken om daarover meer uitleg te krijgen. Van sommige instrumenten kun je een kort stukje beluisteren of een filmpje zien.
(hier terechtgekomen via www.internetwijzer-bao.nl)

Ø       http://www.orkestkidsite.nl/dbv1/frame1.asp?p=home
Website van het Randstedelijk Begeleidingsorkest over de instrumenten van het symfonie-orkest en klassieke componisten. Als je sommige componisten aanklikt hoor je een klein stukje muziek van die componist.
(hier terechtgekomen via www.kennisnet.nl)

Ø       http://www.hesoct.educatie.net/~bisrie/muziek/index.htm
Website voor leerlingen van basisscholen, gemaakt door 3 studenten aan de Hogeschool Edith Stein/OCT in Hengelo. Onderwerpen: klassieke muziek, stijlperiodes en componisten.
(hier terechtgekomen via www.kennisnet.nl)

Ø       www.klassiekemuziekgids.net
Informatie over klassieke muziek. Ook aparte kinderpagina met luistervoorbeelden.

Ø       www.geschiedenisvoorkinderen.nl
Informatie over algemene geschiedenis  

c)      overige  

Microsoft Encarta Encyclopedie Winckler Prins
Vooral gebruikt voor het opzoeken van algemene geschiedenisonderwerpen.
 

Als laatste volgen nog 2 bijlagen bij dit werkstuk:

Ø       Bijlage 1: informatie over muziekstrumenten

Ø       Bijlage 2: informatie over componisten

 

 

Bijlage 1  -  Informatie over muziekinstrumenten

Instrumentengroep (met kenmerken)

Instrument (met afbeelding)

Informatie over instrument

Strijkinstrumenten

(‘strijkers’)

 

 

 

 

 

 

 

 

4 snaren,

bespeeld met strijkstok (arco), ‘hart’ van het symfonieorkest.

Ook andere speelmanieren, bijvoorbeeld (pizzicato = tokkelen met de vingers)

 

Vanaf ‘het begin’ in het symfonieorkest.

 

 

 

 

 

 

 

 

Strijkinstrumenten maken deel uit van de snaarinstrumenten
(zie ook verderop)

Viool

 

Ontstaan uit de vedel in de 16e eeuw. ‘Kin-strijker’. Ook solo-instrument en onderdeel van andere muziekensembles. Komt niet alleen voor in klassieke muziek, maar ook voor in pop-muziek, jazz en volksmuziek. In het symfonieorkest zijn er 1e en 2e violen. Oudste en bekendste merk: Stradivarius.

Altviool

 

Zie ook bij ‘viool’. Ook solo-instrument en net zo moeilijk te bespelen als viool. Is iets groter en klinkt wat lager.

Speelt in het symfonieorkest eenstemmig.

Cello

 

Heet ook ‘violoncello’. Staat rechtop. Strijkstok is kleiner dan die van de viool. Speelt soms mee met de violen (melodie) en soms met de contrabassen (begeleidende baspartij).

Contrabas

 

Grootste strijkinstrument, eigenlijk een basviool. Staat rechtop. De speler zit vaak op een kruk of staat. Pizzicato komt regelmatig voor. Ook belangrijk instrument buiten het symfonieorkest, bijv. in popmuziek, jazz, volksmuziek.

 

Instrumentengroep (met kenmerken)

Instrument (met afbeelding)

Informatie over instrument

Houten blaasinstrumenten

(‘houtblazers’)

 

 

1 of meer van de volgende kenmerken:

 

gemaakt van hout,

gaten die worden geopend of gedicht met vingers of kleppensysteem,

mondstuk: enkel- of dubbelriet

 

Houten blaasinstrumenten komen vanaf ‘het begin’ al voor in het symfonieorkest, behalve de saxofoon.

 

Fluit (dwarsfluit)

 

Kwam al voor in de oudheid. Vroeger van ivoor, bot en hout. Nu meestal van zilver, soms goud. Heeft nu 16 gaten en een kleppensysteem (sinds 1832).

Ook belangrijk buiten het symfonieorkest, bijv. in popmuziek, jazz, popmuziek.

Er zijn ook alt- en basfluiten.

Piccolo



Kleinste fluit die in zijn eentje makkelijk boven een orkest uitkomt. ‘Piccolo’ betekent ‘klein’.

Sinds eind 18e eeuw in het symfonieorkest.

Hobo

 

 

Dubbelrietinstrument. In Barok en Classicisme het belangrijkste blaasinstrument. Ontwikkeld in 17e eeuw (opvolger van de schalmei). Vanaf de 19e eeuw pas kleppensysteem. Doordringende toon. Ook geliefd solo-instrument. Er is ook een hobo d’amore en een althobo in het symfonieorkest. Op de toon ‘a’ van de hoboïst stemt het hele orkest af, vóór het begin van een concert. De naam ‘hobo’ komt af van ‘hautbois’; dat betekent ‘hoog hout’.
De hobo komt ook wel voor in popmuziek.

Fagot

 

 

Dubbelrietinstrument. De bas van de houtblazers. Buis is 1x dubbelgevouwen (totaal meer dan 2½ meter). De contrafagot is nog groter en klinkt nog lager. Die buis is bijna 6 meter en 2x dubbelgevouwen. ‘Fagot’ betekent in het Frans ‘takkenbos’ en ‘Fagotto’ (Italiaans) betekent ‘bundel’. Ontwikkeld in de 17e eeuw.

Klarinet

 

Enkelrietinstrument. Het (plat) riet zit vast met een klem aan het mondstuk. ‘Clarinetto’ betekent ‘klein trompetje’.
In het begin leek de klarinet erg op de blokfluit, maar nu is die 2x zo lang en heeft die een kleppensysteem. Ontwikkeld begin 18e eeuw. Vóór 1750 was het mondstuk gedraaid en zat het riet aan de voorzijde. Er is ook een alt- en basklarinet.

Saxofoon

 



Enkelrietinstrument. Ontwikkeld in 1840 door Aldolphe Sax. Er waren eerst maar liefst 14 verschillende groottes, nu 7. Maar 4 worden er het meest gebruikt: sopraan, alt, tenor, bariton. Komt niet standaard voor in het symfonieorkest. Populair instrument in de jazz en popmuziek. Komt ook veel voor in blaasorkesten.

 

Instrumentengroep (met kenmerken)

Instrument (met afbeelding)

Informatie over instrument

Koperen blaasinstrumenten
(‘koperblazers’)

 

gemaakt van metaal,
metalen mondstuk,

opgerolde buizen,
enkele tonen met lippen te maken, de overige tonen met ventielen (alleen trombone niet),

vroeger hadden deze instrumenten geen ventielen en konden ze ook niet alle tonen maken (signaalinstrumenten).

 

 

 

Hoorn

 

 

Duizenden jaren oud. Eerst gebruikt als jachthoorn. Vanaf ‘het begin’ in het symfonieorkest. 4-6 hoorns in het symfonieorkest. Ze spelen vaak (meerstemmig) met houtblazers mee en zijn een ‘brug’ naar de koperblazers, die vaak apart van hen zitten. Favoriet (solo-)instrument in de Romantiek.

Buislengte: bijna 4 meter.

Trompet

 

 

Duizenden jaren oud, eerst als signaalinstrument. Vanaf ‘het begin’ in het symfonieorkest. Ook veel gebruikt in andere muziekverbanden en andere muzieksoorten (popmuziek, jazz, blaasmuziek, etc.).
Familie van de trompet zijn: cornet en bugel. Buislengte:
1,4 meter.

Trombone

 

 

 

 

 

Ontwikkeld in 15e eeuw. Vanaf ‘het begin’ in het symfonie-orkest. Verschillende tonen ontstaan door in- en uitschuiven van de buis, waarvoor er 7 standen (posities) zijn. Het glijden van één toon naar een andere heet ‘glissando’.

Komt net als trompet ook voor in andere muziekverbanden en andere muzieksoorten. Buislengte: 2,7 meter. Er is ook nog een bastrombone.

Tuba

 

 

Ontwikkeld begin 19e eeuw.  Na 1850 in het symfonieorkest (1 tuba). Buislengte: 5,5 meter. Bedoeld wordt de bastuba.
Er is ook een tenortuba, die net als de bastuba veel in blaas-orkesten voorkomt.

 

Instrumentengroep (met kenmerken)

Instrument (met afbeelding)

Informatie over instrument

Slagwerk

 

al duizenden jaren oud, afkomstig uit Afrika en Azië.

 

Membranofonen: klank door trilling van gespannen vel (trommen).

 

Idiofonen: klank door het materiaal zelf, dus zonder vel.
Mallet-instrumenten maken daar deel van uit. ‘Mallets’ zijn de ‘hamertjes’ (stokjes) waarmee klankstaven worden aangeslagen.

 

Pauken

 

 

Gestemd slagwerk. Stemmen door voetpedalen.
Stammen af van Arabische (Turkse)  keteldrums. In 15e eeuw via Hongarije naar Europa.

Vanaf ‘begin’ in het symfonieorkest.

Kleine trom

(ook: snare drum, side drum)

 

Afkomstig uit Turkije. In de Middeleeuwen naar Europa. Sinds de 18e eeuw in het symfonieorkest.
Sinds 19e eeuw snaren bij het ondervel, waardoor de scherpe klank mogelijk is geworden.

Grote trom
(ook: bass drum)

 

Afkomstig uit Turkije. In de Middeleeuwen naar Europa. Sinds de 18e eeuw in het symfonieorkest.

Bekkens  (cymbals)

 

 

Kleine bekkens waren in de Oudheid al bekend in West-Europa. De grote bekkens kwamen in de 18e eeuw via Turkije naar Europa. Vanaf ‘het begin’ in het symfonieorkest. Ze kunnen tegen elkaar worden geslagen of met een stok worden bespeeld. Tegenwoordig ook onderdeel van drumstel.

Triangel

 

Driehoekige metalen staaf die met een metalen staafje wordt aangeslagen. Het geeft een heldere klank. Ontwikkeld in de Middeleeuwen. Vanaf ‘het begin’ in het symfonieorkest.

Tamboerijn

 

Handtrom met metalen schellen, afkomstig uit Egypte. Duizenden jaren oud. Vanaf ‘het begin’ in het symfonieorkest.

Xylofoon

 

 

Gestemd slaginstrument met houten klankstaven, vergelijkbaar met een pianotoetsenbord. Wordt bespeeld met houten ‘hamertjes’ (stokjes), mallets. Klank wordt versterkt door resonansbuizen.
Primitieve uitvoeringen bestaan al duizenden jaren in Afrika en Azië.

Sinds de Romantiek (1820) in het symfonieorkest.

Marimba

 

Alt- of basuitvoering van de xylofoon.

Grotere resonansbuizen, zachtere klank.

Vibrafoon

 

 

 

Gestemd slaginstrument met metalen klankstaven die met een rubberen of vilten bol aan een stok (mallet) worden aangeslagen. Is in de 20e eeuw ontwikkeld uit de xylofoon. In de resonansbuizen is een schijfje gemaakt dat door stroom draait en zorgt voor een trillend (vibrerend) geluid. Met een voetpedaal kunnen tonen extra lang doorklinken of juist korter. Juist ook buiten het symfonieorkest veel gebruikt, o.a. voor jazz.

Klokkenspel (bells)

 

Gestemd slaginstrument met metalen klankstaven die met een houten ‘hamertje’ (mallet) worden aangeslagen.
Zeer heldere toon.

Buisklokken (tubular bells)

 

Een serie koperen of metalen buizen van verschillende lengte die in een raamwerk hangen. Ze worden aan de bovenkant aangeslagen met een hamertje. Het geluid bootst de klank van kerkklokken na.
Vanaf de Romantiek (1820) in het symfonieorkest.

Diverse andere:

woodblock, castagnetten, claves, maracas, sledebellen, zweep, bongo’s.

 

‘Bij-instrumenten’, ook wel gelegenheidsslagwerk genoemd. Bedoeld om sfeer van andere culturen (bijv. Latijns-Amerikaanse muziek) weer te geven.

 

Instrumentengroep (met kenmerken)

Instrument (met afbeelding)

Informatie over instrument

Overige snaarinstrumenten

 

Strijkers zijn ook snaarinstrumenten, maar worden toch vaak als aparte groep beschouwd.

 

Hier: toets- en tokkelinstrumenten

 

Een ander snaarinstrument is de

gitaar. Deze komt niet in het

symfonieorkest voor.

Klavecimbel

 

 

Toetsinstrument, voorloper van de piano. Zeer belangrijk instrument in de Barok. De snaren worden aangetokkeld. Heeft een verfijnde klank. Eén geluidssterkte mogelijk.

Heeft geen deel uitgemaakt van het symfonieorkest, maar wel in de voorloper daarvan: het Barokensemble.

Kwam ook veel voor als solo-instrument, thuis.

Piano

 

 

 

 

 

 

 

Toetsinstrument, ontwikkeld in 1710. Heette eerst ‘piano forte’. Dat betekent ‘zacht sterk’. Snaren worden aangeslagen. Aanslaggevoelig: hard indrukken van de toetsen zorgt voor een sterkte toon, zacht indrukken zorgt voor een zachte toon. Vanaf ‘het begin’ in het symfonieorkest, als ‘vleugel’ en vooral als solo-instrument. Belangrijk instrument in de Romantiek.

Komt veel voor in verschillende ensembles en als solo-instrument, ook in vele huiskamers.
Vroeger werd de piano ook wel klavier genoemd. In het Duits nog steeds.

Harp

 

 

Tokkelinstrument met 46-47 snaren, die met 2 handen worden bespeeld (met alle vingers, behalve de pink).

3000 v. Chr. kwam de harp al voor in Egypte. In de Middeleeuwen veel gebruikt door minstreels en troubadours. De harp die we nu kennen is in 1810 ontwikkeld. Met dit instrument kun je de meeste tonen maken. Met de 7 voetpedalen kunnen de tonen langer doorklinken of korter worden gemaakt.

Vanaf de Romantiek in het symfonieorkest.

 

Bijlage 2  -  Informatie over componisten

Hieronder een overzicht van de meest bekende componisten, op alfabetische volgorde van hun achternaam. Dus niet op tijdvolgorde (daarvoor kun je naar hoofdstuk 3 van het werkstuk gaan).

Deze componisten schreven ook muziek voor symfonieorkest, maar ook voor solisten en ensembles, met en zonder zang.

Opmerking vooraf: namen van Russische componisten worden op verschillende manieren geschreven.

Naam

Levensjaren

Land

Stijlperiode

Eventuele opm.

Bach, Johann Sebastian

 

1685-1750

Duitsland

Barok

Kwam uit de grootste componistenfamilie: 64 Bachs waren componist.

Met Pasen wordt altijd zijn ‘Matthäus Passion’ gespeeld en gezongen.

Beethoven, Ludwig von

 

1770-1827

Duitsland

Classicisme

Leerling van Mozart en later van Haydn. Componeerde later gewoon door toen hij doof werd. Componeerde o.a. 9 symfonieën. Bekend is een deel uit zijn 9e Symfonie: het Europese volkslied.

Brahms, Johannes

1833-1897

Duitsland
Oostenrijk

Romantiek

Componeerde o.a. 4 symfonieën. Verwerkte veel zigeunermuziek in zijn muziek. Bevriend met Johann Strauss jr.

Bruckner, Anton

1824-1896

Oostenrijk

Romantiek

Schreef o.a. 9 symfonieën, maar de laatste kreeg hij niet af doordat hij stierf.

Chopin, Frederic François

1810-1849

Polen
Frankrijk

Romantiek

Vooral componist van pianomuziek en concertwerken voor piano en orkest. Was bevriend met Liszt.

Debussy, Claude

162-1918

Frankrijk

Impressionisme
Neo-Classicisme

Schreef veel voor orkest, piano en zangstemmen.

Dvorak, Antonin

1841-1904

Tsjechië

Romantiek

Neo-classicisme

Schreef o.a. 9 symfonieën. De 9e (‘Uit de Nieuwe Wereld’) is heel bekend. Was aantal jaren directeur van een conservatorium in Amerika.

Grieg, Edvard

1843-1907

Noor-wegen

Romantiek

Bevriend met Liszt, Tsjaikovski en Brahms. Verwerkte Noorse volksliederen en volksmuziek in zijn muziek. Heel bekend is zijn muziek bij het toneelstuk ‘Peer Gynt’. Het eerste deel (‘Morgenstimmung’) werd gespeeld op de begrafenis van koningin Juliana.

Händel, Georg Friedrich

1685-1759

Duitsland

Engeland

Barok

Hofcomponist van Koning George I van Engeland. Heel bekend is ‘Hallelujah koor’ uit het oratorium  ‘Messiah’.

Haydn, Franz Joseph

1732-1809

Duitsland

Classicisme

‘Vader van de symfonie’. Hij schreef er 106! Ook schreef hij de muziek van het Duitse volkslied.

Liszt, Franz

1811-1856

Hongarije

Romantiek

Was ook zeer goed pianist. Schreef veel voor piano en voor piano met orkest. Ook kerkelijke muziek.
Was bevriend met Chopin.

Mendelssohn-Bartholdy, Felix

1809-1847

Duitsland

Romantiek

Meest bekend is zijn ‘Midzomer-nachtsdroom’ en vooral de plechtige huwelijksmars daaruit. Die wordt nog steeds veel gespeeld bij trouwerijen (‘Daar komt de bruid ….’).

Moessorgski, Modest

1839-1881

Rusland

Romantiek

Kwam uit een adellijke familie en kreeg alleen pianoles. Schreef veel opera’s en pianomuziek. Heel bekend is zijn ‘Schilderijententoon-stelling’. Veel Russische kenmerken in zijn muziek.

Mozart, Wolfgang Amadeus

 

 

1756-1791

Oostenrijk

Classicisme

Zoon van Leopold, ook componist. Wordt beschouwd als de grootste muzikale kunstenaar. Toen hij 5 jaar was componeerde hij al zijn eerste muziekwerk. Als kind heeft hij ook een bezoek aan Nederland gebracht. Hij is hofcomponist geweest van de Oostenrijkse keizer. In zijn hele leven schreef hij meer dan 600 muziekstukken, waarvan meer dan 50 symfonieën. Die staan in de Köchel Verzeichnis, een hele dikke catalogus. Veel werken hebben een (eigen) volgnummer, die bij de titel wordt genoemd met ‘KV’ ervoor.

Prokofjev, Sergej

1891-1953

Rusland

Neo-classicisme

Leerling van o.a. Rimsi-Korsakov. Heeft tijdelijk in het buitenland gewoond. Kreeg berispingen van de Russische communistische leiders. Heel bekend zijn: balletmuziek bij ‘Romeo en Julia’ en het muzikale sprookje ‘Peter en de wolf’.

Rimski-Korsakov, Nicolai

1844-1908

Rusland

Romantiek

Schreef vooral opera’s. Was muziekleraar van Strawinksy en Prokofjev. De strakke regels voor het maken van symfonieën vond hij niet prettig. Hij schreef maar 3 symfonieën. Veel Russische kenmerken in zijn muziek.

Rossini, Gioacchino

1792-1868

Italië

Romantiek

Componeerde vooral veel opera’s, die nog steeds heel bekend zijn. Zijn werken bleven veel kenmerken houden van het Classicisme.

Schönberg, Arnold

1874-1951

Oostenrijk

Amerika

20e eeuw

Nieuwe manieren van componeren: atonale muziek en twaalftoons-muziek.

Schubert, Franz

1797-1828

Oostenrijk

Classicisme

Romantiek

Vooral bekend als ‘de componist van het lied’. Schreef ook 9 sym-fonieën.

Strauss jr., Johann

1825-1899

Oostenrijk

Romantiek

Schreef veel dansmuziek (walsen en polka’s) voor optredens in balzalen met zijn eigen orkest. Hij wordt ‘De Walskoning’ genoemd. Hij leidde zelf zijn orkest, zoals André Rieu dat nu doet met zijn orkest. Dus niet als ‘echte’ dirigent, maar als violist staand voor het orkest. Trad ook vaak op voor de Oostenrijkse keizer Franz Joseph en keizerin Elisabeth (‘Sisi’).

Strawinsky, Igor

1882-1971

Rusland

Amerika

Romantiek

Neo-classicisme

20e eeuw

Leerling van Rimski-Korsakov. Verschillende muziekstijlen. Later ook eigen muziek met invloeden van Russische volksmuziek, jazz en later kerkmuziek. Later ook twaalftoonsmuziek (zie Schönberg).

Tsjaikovski, Piotr Illjitsj

1840-1893

Rusland

Romantiek

Maakte veel concertreizen. Zijn muziek is een mix van Westerse en Slavische/en Russische volks-muziek. Was vaak depressief en stierf aan cholera. Heel bekend is zijn balletmuziek ‘Zwanenmeer’.

Verdi, Giuseppe

1813-1901

Italië

Romantiek

De meest bekende operacomponist. Afgewezen voor het conservato-rium. Zijn opera ‘Aïda’ (geschreven i.v.m. de opening van het Suez-kanaal) wordt nu ook als musical uitgevoerd. Andere bekende opera’s zijn o.a.: La Traviatia en Nabucco.

Vivaldi, Antonio

1678-1741

Italië

Barok

Was eerst priester en later muziekleraar voor weesmeisjes, in dienst van de kerk. Na zijn dood werd hij vergeten, maar sinds het begin van de 20e eeuw is zijn muziek herontdekt. Heel bekend is zijn ‘Vier jaargetijden’.

Wagner, Richard

1813-1883

Duitsland

Italië

Romantiek

Schreef vooral veel grote opera’s en gebruikte daarvoor verhalen uit de mythologie. Zijn opera ‘Ring des Nibelungen’ duurt 16 uur!
Oudere bekende opera’s zijn o.a.: Tannhäuser, Lohengrin en Tristan und Isolde.

Weber, Carl Maria von

1786-1826

Duitsland

Romantiek

Schreef 2 symfonieën. Vooral ook operacomponist. Wilde een eigen Duitse operastijl maken. Schreef ook veel pianomuziek.