Deze spreekbeurt werd online gezet door

 

 

Het heelal

Daan Wielens

Inleiding

Ik hou mijn spreekbeurt over dingen in het heelal omdat ik het heelal interes­sant vind. Zelf wou ik ook wel eens iets weten over het heelal.

1. Vallen om de aarde

In een huis is alles duidelijk want de tafels en stoelen staan gewoon op de grond. De lampen hangen aan het plafond en schilderijen aan de muur. Sta je op je kop, dan is alles heel raar voor je. Maar dan pas besef je je hoe belangrijk het is om te weten wat boven en onder is. Stel je eens voor, dat je kon vliegen, en dat je vloog door je huis, en dat je net als een vlieg overal kon gaan zitten. En dan bedoel ik ook op het plafond. Of gewoon op een schilderij, dat zou toch geweldig zijn?

Weet je waarom dat niet kan? Dat kan niet omdat er zwaartekracht is. Zwaartekracht zorgt ervoor dat je op de grond blijft. Zwaartekracht zorgt er na­melijk voor dat alles naar de aarde toe wordt ge­trokken. Door zwaartekracht valt alles dus steeds terug op de aarde. Dat kun je merken als je springt. Je komt wel omhoog, maar de aarde trekt je weer terug. Als er geen zwaarte­kracht was, dan zou je zo weg kunnen springen, en dan zou je kunnen vliegen. Zwaartekracht is dus heel belangrijk. Je kunt daardoor niet van de aarde af, tenzij je met een raket of zo’n ding de ruimte in gaat. Dit betekent dat je wel de ruimte in kunt, maar alleen met een spaceshuttle of raket. Een raket of zoiets heeft ge­noeg snelheid om door de zwaarte­kracht heen te kunnen gaan.  

De raketten worden gelanceerd door de ESA, en dat betekend European Space Agency.  Een ra­ket mag ook weer niet te hard worden weggeschoten, want dan zie je hem nooit meer terug. Een ruimtestation zou je kunnen verge­lijken met een balletje dat ronddraait aan een touwtje. Het balletje wil weg­vliegen, maar het touwtje houdt hem tegen en daardoor maakt hij rondjes om de aarde. Alleen, het ruimtestation kan die rondjes maken zonder touwtjes. In de ruimte werkt de zwaartekracht als een touwtje. Een ruimtestation zweeft boven de aarde als een gebouw en draait eromheen. Het is een werkplaats waar een onderzoek wordt gedaan en waar de mens een tijd kan leven.

4. De levensweg van de zon

Iedereen kent de zon. Het is een grote ster. Maar de meeste van ons zullen zich afvragen hoe de levensweg van de zon in elkaar zit.  

Het begint met een gaswolk. De wolk trekt samen. De wolk wordt een pasge­boren gele dwergster. De gele dwerg­ster wordt groter; het wordt een rode reus. De rode reus valt uit elkaar en wat dan overblijft is een witte dwerg. De witte dwerg is dan nog kleiner dan de aarde!

 

3. De planeten

Er zijn negen planeten. De Aarde, Mer­curius, Mars, Venus, Jupiter, Saturnus, Pluto, Uranus en Neptunus. Deze pla­neten cirkelen om de zon. Sommige hebben kraters! Deze ontstaan door de Meteorieten, die er met hoge snelheid tegenop zijn geknald en dan met een hele hoge snelheid.  

 De Maan is geen planeet. De maan geeft zelf ook geen licht. Het licht weer kaatst hij van de zon. De maan ziet er verschillend uit. Elke vorm heeft een ei­gen naam. De volgorde gaat zo: Sikkel, Eerste Kwartier, Volle Maan, Laatste Kwartier en weer een Sikkel. Als je op de maan loopt, lijkt het net alsof je een reus bent.  

Ooit heeft men gedacht dat er leven op mars was. Men is nog steeds bezig met onderzoek. Ze denken, als er leven was dat er dan lange, groene wezens leef­den. Genaamd: Aliëns.

4. De aarde

De aarde heeft een doorsnede van: 12.756 KM!!! Vergelijk  dat maar eens met de zon. Die heeft namelijk een doorsnede van 1.392.000 KM!!! De Aarde past dan zo’n 109 keer in de Zon!!!!!!!!!!!! Om precies te zijn, het zijn de volgende getallen: 109,125117591721542803386641580433!!!!!!!

De Aarde heeft een sterke aantrek­kingskracht. Dat komt door de atmos­feer. De atmosfeer bestaat uit meer­dere lagen. Eerst heb je de troposfeer. Daarin vliegen de vliegtuigen en straaljagers. Na deze laag krijgen we de ozonlaag. De ozonlaag houdt de ge­vaarlijke UV-straling tegen. UV bete­kent Ultra Violet. Als je teveel van die UV –straling op je lichaam krijgt, alleen dan is het gevaarlijk. Maar, te weinig is ook niet goed. Want als je nooit in de zon komt krijg je ook geen vitamine D bin­nen. Vitamine D wordt door je huid gemaakt als er zonlicht op de huid valt. Als dat niet gebeurd worden je botten minder sterk en dan raken ze misvormt.

5. De oerknal

Omdat het heelal groter wordt, kunnen wetenschappers nagaan dat het heelal eerst heel klein was. Heel veel geleer­den denken dat het heelal zo’n vijftien miljard jaar begon met de oerknal. De oerknal moet een echt geweldige ex­plosie zijn geweest. Na de oerknal was het heelal ongeveer net zo groot als de zon. Het was er superheet. De tempe­ratuur was zo’n  1.000.000.000.000 (zeg tegen de klas een één en 12 nul­letjes.) graden ºC. Daarna werd het heelal groter, en groter. 300.000 jaar na de oerknal was het nog maar 3.000 graden ºC. Ons zonnestelsel ontstond 2 mil­jard jaar na de oerknal.

6. De levensweg van de aarde

We gaan een grote sprong in de tijd nemen. De aarde begon uit een grote explosie, de oerknal. Het begon als een klein rotsblok. Er zweefden nog meer rotsblokken rond. Deze hadden hun ei­gen weg gekozen. Ze knalden tegen “de kleine aarde” op. Daardoor werd de kleine aarde groter. Toen er geen rots­blokken meer tegenaan kwamen, be­gon de meteorentijd. Dat was een tijd waarin heel veel meteoren naar bene­den vielen, op de aarde. De meteoren bevatten veel gas en dus ging de aarde dit gas vasthouden. Zo ontstond de At­mosfeer. De aarde kreeg daarna last van een grote regenbui. Die net zo lang als de meteorenregen duurde. De grote regenbui zorgde ervoor de er water op de aarde kwam. Toen was er alleen maar gesteente en water op de aarde. De zware delen van de aarde, nikkel en andere dingen, zakten naar beneden. Zo ontstonden de binnenste en buiten­ste kern. Later ontstond de aarde zoals we hem nu kennen; een grote groene en blauwe bol.

7. Een groot mysterie in de ruimte

Een groot mysterie in de ruimte: Zwarte gaten. Zwarte gaten ontstaan als een ster die 30 keer zo zwaar als de Zon explodeert. Wat overblijft is een groot zwart gat. In dat zwarte gat is nog zwaar­tekracht. Als een astronaut in zo’n gat gaat, zou de zwaartekracht zo hard aan hem trekken, dat er alleen een spaghettisliert van de astronaut overblijft. Door de zwaartekracht kan er niets meer uit het gat, maar alles kan er wel in gaan. Eigenlijk een parkeergarage, want daar kun je er door de in­gang ook niet meer uit. Zo gaat het dus ook met een zwart gat. Je kunt er wel in, maar niet uit.

8. Militaire sattelieten

Militaire satellieten vormen eigenlijk geen aparte groep. De legerbegeleiding maakt gebruik van: 1.  Communicatiesatellieten om een contact te onderhouden met alle delen van de landmacht en de vloot.
2.  Satellieten die de aarde verkennen, om spionnen op te sporen en voor het opsporen van troepsbewegingen in oorlogstijd.
3.  Weersatellieten om een eigen weer­bericht samen te stellen.

9. Hoe dachten de Grieken over ons heelal ?

In de tweede eeuw na Christus dacht de Griekse sterrenkundige Ptolomaeus (Puhtoolomeejus) dat de aarde in het midden van het heelal was Om de aarde bevonden zich de maan, de zon, de sterren, en de planeten die de Grie­ken toen kenden; Mercurius, Venus, Mars, Jupiter en Saturnus.

De Griekse geleerden probeerden de afstand tot de zon uit te rekenen.

 

10. Alles draait

De Italiaan Galilei leverde het bewijs dat de aarde niet het middelpunt was. Galilei maakte in 1609 een eigen tele­scoop. Het jaar ervoor was de tele­scoop uitgevonden door Johannes Lip­pershey uit middelburg. Galilei ging met zijn telescoop het heelal bestuderen Galilei zag dingen die je met het blote oog nooit zou kunnen zien. Ontdekte bijvoorbeeld dat om Jupiter 3 manen draaien. Vanuit een telescoop zie je die manen als zwarte bolletjes. Voor Galilei was dit het bewijs de manen draaien om Jupiter, de Maan draait om de Aarde, de aarde draait om de zon.

11. Slot

Ik vond het leuk deze spreekbeurt te houden. Ik hoop dat jullie er veel van geleerd hebben. Als jullie vragen hebben, mogen jullie die zo meteen stellen, want eerst stel ik er een paar.

12. De vragen

  1. Hoe heet de Italiaanse man die zei dat hij het bewijs had?
  2. Hoeveel planeten zijn er in totaal?
  3. Hoe word de aantrekkingskracht ook wel genoemd?