DIT WERKSTUK werd online gezet door

 

 

Het hart

Inhoudsopgave:

1.   Een bonkend hart
2.   Bloedsomloop
3.   Hartslag
4.   Sneller kloppen
5.   Slagaders
6.   Aders
7.   Fit en gezond
8.   Cholesterol
9.   Hoge bloeddruk
10. Roken en Alcohol
11. Beweging
12. Hart- en vaatziekten
13. Afwijkingen

1. Een bonkend hart

Je zult het wel eens gehad hebben als je hard gerend hebt. Ik heb het over een bonkend hart. Het hart is een spier die van binnen hol is en het is ongeveer even groot als je vuist. Het hart zit beveiligd achter het borstbeen en de ribbenkast en het ligt meer naar links. Het hart is een soort pomp. Een pomp die het bloed door het lichaam stuwt. Het hart is in 4 delen gesplitst. De bovenste 2 delen zijn de boezems en de onderste zijn de kamers. Om het hart liggen veel aders en slagaders. Dat zijn een soort pijpleidingen waar bloed door heen loopt.

2. De bloedsomloop

De grote bloedsomloop zorgt ervoor dat alle organen zoals de hersenen, nieren,lever, darmen en longen bloed krijgen. Want al deze organen hebben bloed nodig.

Het bloed is een soort vrachtwagen. Een vrachtwagen die zuurstof en voedingsstoffen overal in het lichaam naartoe vervoerd en dat afvalstoffen mee terug neemt. Als het bloed weer terug is bij het hart heeft het bijna geen zuurstof meer. Dan moet het naar de longen. Dit noemen we de kleine bloedsomloop. Het hart moet dus blijven pompen anders ga je dood.

3. Hartslag

Ons hart klopt en dat kun je voelen. Voel maar eens bij de pols, in je nek of gewoon waar het hart zit. Het hart moet steeds het bloed door het lichaam persen. Daarvoor trekt het samen en bij elke samentrekking klopt het hart. Bij ons klopt het hart ongeveer 70 keer per minuut. Bij een dier is dat anders. Het hart van een mus klopt maar liefst 500 keer per minuut. Ons hart klopt dag en nacht. De sinusknoop zorgt daar voor. De sinusknoop zit in je rechter voorkamer. Het geeft een seintje wanneer het hart moet samentrekken. En het hart gehoorzaamt dat meestal goed.
  

4. Sneller kloppen

Het hart klopt niet altijd even snel. Bij extra inspanning, bijvoorbeeld met rennen, moet je lichaam meer werk doen. Veel spieren worden dan gebruikt. De spieren moeten meer en sneller voeding hebben. Het bloed moet sneller stromen, dus moet het hart zich sneller samentrekken. Dan voelen wij het bonken. Het hart heeft ook voedsel en zuurstof nodig. Hiervoor zorgen de bloedvaten die rondom het hart zitten. Deze bloedvaten beginnen als 2 zijweggetjes van de aorta en vertakken zich dan verder. Ze heten kransslagaders.

5. Slagaders

Slagaders zijn grote bloedvaten. Ze hebben dikke, stevige wanden. Door die slagaders perst het hart bloed met zuurstof en voedsel naar alle delen van het lichaam. Dit gaat met veel kracht. Daarom kun je het hart in een slagader voelen kloppen. Als je bij iemand de pols voelt, voel je dus een slagader. In de pols ligt de slagader vlak onder de huid. Daarom controleert een dokter juist daar de hartslag.

6. Aders

De gewone aders brengen het bloed weer van de lichaamsdelen naar het hart terug. De wand van deze aders is dun en slap. Het hart zuigt door de aders het bloed terug. Je kunt het hart vergelijken met een fietspomp. In de pomp zit lucht. Druk je de pomp in, dan wordt de lucht in de band gepompt. Trek je nu het handvat omhoog, dan komt er nieuwe lucht in de pomp. Die pomp je vervolgens weer in de band. Zo perst ons hart het bloed door de slagaders naar alle lichaamsdelen. Door de aders wordt het bloed weer teruggezogen. Wist je dat je eigenlijk twee kleuren bloed hebt? Door de zuurstof is het bloed in de slagaders helderrood. Maar in de aders is het bloed donkerrood. Dat komt omdat er dan geen zuurstof meer in zit.

7. Fit en gezond

Het hart moet zijn werk altijd goed kunnen doen. Daarom moet je ervoor zorgen dat je fit en gezond blijft. Maar dan is er de vraag: Hoe doe je dat?

Door gezond te leven en te eten. Door ongezond te leven kunnen er gebreken aan het hart ontstaan. Te veel vet, te hoge bloeddruk, roken, alcohol en te weinig beweging. Het is allemaal slecht voor je hart. Elke dag krijgen we ongemerkt heel wat vet binnen. Het zit in gebak, gehakt, vleeswaren, patat, snacks, volle melk, slagroom, kas, ijs, chips, enz.Je mag wel een beetje van dit soort dingen eten, maar natuurlijk moet je wel meestal gezond eten.

 

8. Cholesterol

Cholesterol is een vetachtige stof die vooral voorkomt in eidooiers en vlees. Als we een ei eten, komt er cholesterol in ons bloed. Maar ons lichaam maakt ook zelf cholesterol aan. We hebben dus gauw te veel van die vettige stof in ons bloed. Het gevolg kan zijn dat de bloedvaten nauwer worden. Cholesterol plakt namelijk vast aan de binnenkant van de bloedvaten. Eet daarom niet meer dan twee eieren per week.

9. Hoge bloeddruk

De bloeddruk kan hoog of laag zijn. Denk maar aan de fietsband. Is de band hard, dan is de druk hoog. Is de band zacht, dan is de druk laag. De bloeddruk wordt in ons lichaam geregeld. Dat gaat ongeveer zoals de temperatuur in de kamer wordt geregeld: met een thermostaat. Maar soms is er met de “thermostaat” in ons lichaam iets fout. Dan pompt het hart te veel bloed door de aderen en wordt de druk te hoog. Bij een te hoge bloeddruk kan een ader knappen. Meestal gebeurt dit in de hersenen. Dat heet een hersenbloeding. Zo’n hersenbloeding is erg gevaarlijk. Je kunt er ernstige verlammingen aan overhouden. Je kunt er ook aan doodgaan.

Vaak weten dokters niet waardoor een te hoge bloeddruk ontstaat. We kunnen er wel iets aan doen. Bijvoorbeeld door niet te veel zout, drop of alcohol te gebruiken. En door te zorgen dat we voldoende ontspanning hebben.

10. Roken en alcohol

Roken is slecht, vooral als de rook diep wordt ingeademd. Dan komt de rook immers in de longen. Het bloed neemt dan in de longen behalve zuurstof ook schadelijke stoffen uit de sigarettenrook op. Nicotine is zo’n stof.

Deze vernauwt de bloedvaten. Hierdoor gaat de bloeddruk omhoog en heb je meer zuurstof nodig. Maar de rook verdringt juist de zuurstof in het bloed. Het gevolg is dat je lichaam weinig zuurstof krijgt. In wijn, bier, jenever en andere sterke drank zit alcohol. Wie te veel van deze dranken gebruikt, kan te dik worden en een hoge bloeddruk krijgen. Het hartritme kan erdoor worden verstoord. Anders gezegd: het hart gaat onregelmatig kloppen.

11. Beweging

Door voldoende beweging zorg je ervoor dat je hart fit blijft. Gelukkig zijn er tal van mogelijkheden om te bewegen: zwemmen, voetballen, hardlopen fietsen en noem maar op. Maar het hart moet zich op z’n tijd ook kunnen ontspannen. Ga dus ook eens lekker lezen of naar de tv kijken. Zorg bovendien voor voldoende slaap. ’s Nachts rust het hart het best, omdat dan alle spieren zich ontspannen.

12. Hart- en vaatziekten

We hebben gezien hoe gebreken aan het hart en de bloedvaten kunnen ontstaan. Al die gebreken samen noemen we hart- en vaatziekten. Het hartinfarct is er één van.

Het gaat weer over cholesterol. Die vetachtige stof maakt dat ook de bloedvaten rond het hart nauwer worden. Soms kan er dan geen zuurstofrijk bloed meer door het bloedvat. Of onvoldoende. Dus krijgt dat deel van het hart onvoldoende voedsel. Dat deel sterft af en kan niet meer helpen met pompen. We noemen dat een hartinfarct of hartaanval. Zo’n aanval is levensgevaarlijk. Als een bloedvat verstopt raak, kan opeens de bloedtoevoer naar de hersenen ophouden. Dit is een herseninfarct of beroerte. Hierdoor worden de hersenen beschadigd. Vaak kunnen mensen daarna niet meer praten, zien, lopen of denken. Een herseninfarct kan ook dodelijk zijn.

13. Afwijkingen

Er zijn baby’s die met een hartafwijking worden geboren. Als die afwijking erg is, moet er meteen geopereerd worden. Zelf ben ik ook geboren met een hartafwijking. Ze noemen het de tetralogie van Fallot. Ik werd geopereerd in Nijmegen toen ik precies 1 jaar oud was. Gelukkig gaat het heel erg goed en heb ik helemaal nergens last van. Ik moet 1x per 2 jaar op controle. Dat vind ik ook wel fijn, dan wordt alles weer heel goed gecontroleerd.

14. Wat vind ik zelf van dit werkstuk ?

Natuurlijk is dit onderwerp voor mij extra interessant. Ik hoop ook dat jullie er veel van hebben geleerd.