|
DIT WERKSTUK werd online gezet door |
|
|
DINOSAURUSSEN |
|
|
|
|
|
Door Ruben Serto |
|
|
Inhoudsopgave 1.
Inleiding
2.
Wat is een
dinosaurus
3.
Wanneer
leefden de dinosaurussen
4.
Wat eten ze
5.
Gezinsleven
6.
Een nieuw
tijdperk
Inleiding Ik
ben aan het onderwerp gekomen.
1.
Wat is een dinosaurus Dinosaurus betekent
verschrikkelijke hagedis. Dinosaurussen waren
reptielen. Ze hadden net zo’n skelet als de reptielen die nu leven. Net zoals de reptielen
van nu legde dinosarussen ook eieren. Er zijn fossiele eieren gevonden met
kleine dinosaurussen erin. Dinosaurussen leefden
op aarde en niet in het water of in de lucht Het opvallende aan de
dinosaurussen is dat er heel veel soorten waren. Er zijn nu bijna 1100
soorten ontdekt. De meeste dinologen
denken dat er tien keer zoveel soorten dino's hebben bestaan als we nu
kennen, en dat er dus bij elkaar zo'n 10.000 verschillende soorten zijn
geweest. Waarschijnlijk waren er nooit meer dan vijf tot vijftien soorten
tegelijk op een bepaalde plaats op aarde te vinden De grootste
dinosaurussen waren hoger dan een huis van 2 verdiepingen, de
middelmatigen waren nog 2x zo groot dan een olifant. Er waren ook kleine
soorten die niet groter waren dan 15 centimeter.
2.
Wanneer leefden de dinosaurussen De dinosaurussen
ontstonden tijdens de periode Trias. De Trias is tussen de 250 en 200
miljoen jaar geleden. Voorbeelden van dinosaurussen uit deze tijd zijn
Procompsogathus en Cynognathus. Hierna kwam de Jura.
Tussen de 200 en 135 miljoen jaar geleden. Toen kwamen de meeste soort
dinosaurussen over de hele wereld voor. Voorbeelden van
dinosaurussen uit deze tijd zijn:
dit is
een Stegosaurus En na de jura kwam de
krijt. Tussen de 135 en 65 miljoen jaar geleden. Voorbeelden van
dinosaurussen uit deze tijd zijn:
Dit is een T-Rex En in de krijt stierven alle soorten dinosaurussen uit door een meteorietinslag. 99,9% van de dieren waren gestorven. Zo kwam er een eind aan het leven van de grootste reptielen die ooit geleefd hebben.
3.
Wat eten ze Eerst
waren het kleine dieren, niet langer dan 50 cm tot 1 meter en zei liepen
op hun achterpoten. Hun voorpoten hadden handen in de vorm van klauwen en
ze hielden hun evenwicht door een lange hagedisachtige staart. Deze
dinosaurussen waren zeer klein, maar fel. Het waren vleeseters die andere
kleine reptielen aten. Sommige dinosaurussen aten planten, omdat er veel
planten waren hadden ze dus veel voer. Hierdoor werden sommige van deze
dinosaurussen heel groot. Planteneters
hebben grote kaken en sterke tanden waarmee ze de planten konden
fijnhakken. Een
voorbeeld van een zeer bloeddorstige
dinosaurus is de Allosaurus.
Deze dinosaurus ad andere dinosaurussen en leefde in de Juraperiode. Van
de punt van de staart tot de voorkant van zijn kop was hij meer dan 10
meter lang.
4.
Gezinsleven Alle dinosaurussen
leggen eieren. Net als de meeste
reptielen nu. Vroeger dachten we dat
dinosaurussen hun eieren gewoon begroeven in een kuil in de grond en ze
aan hun lot overlieten. Maar ontdekkingen van
nesten in Amerika en Azië hebben aangetoond dat in elk geval sommige
dinosaurussen hun jongen beschermden en verzorgden. In een fossiel
nest zijn skeletten gevonden van een volwassene, meerdere jongen
dinosaurussen en een paar pas uitgekomen jongen. Op het moment dat de
dinosaurussen uit hun ei kwamen, waren ze ongeveer 35centimeter lang. Hun moeder bracht de
jongen voedsel tot ze sterk genoeg waren om zelf voedsel te zoeken. Veel dinosaurussen
leefden in kuddes. Als de jongen groot genoeg waren trokken ze mee met de
kudde, waar ze goed werden beschermd door de volwassen dieren. Leven in een kudde
leverde veel voordelen op voor dinosaurussen, net zoals nu bijvoorbeeld
zebra’s. Samen waren de
dinosaurussen beter beschermd tegen roofdieren en konden ze elkaar
waarschuwen voor naderende roofdieren of ander gevaar. Maar aan het begin van
de paartijd waren er felle gevechten tussen de mannetjes om het
leiderschap van de kudde.
5.
Een nieuw tijdperk Na het uitsterven van
de dinosaurussen kwam er een nieuw tijdperk. Alleen de sterkste
dieren overleefden. Bijvoorbeeld de krokodillen, schildpadden en
hagedissen. Zij leefden ook in de periode Jura. Bovendien leefden er laat
in het Krijt al kleine zoogdieren met haren, en vogels met veren. Dankzij
de haren en veren waren zij bestand tegen de kou na de meteorietinslag. Nu
was er ruimte voor hen om de wereld te veroveren die 160 miljoen jaar aan
de dinosaurussen had toebehoord. Er brak een nieuw tijdperk aan: het
tijdperk van de zoogdieren.
6.
Tot Slot Ik
vond het leuk om het over dinosaurussen te hebben.
|
|