Lezing over de ontstaanscontext van de koran

door Daniël De Smet, islamoloog aan de KU Leuven
op 12-6-2003 in het CvS-secretariaat Mechelen

Op initiatief van de werkgroep “Bevrijdende stromingen in de islam” binnen CvS-WTM hield Daniël De Smet een boeiende uiteenzetting over de economische, politieke, sociale, culturele en religieuze evoluties die zich afgespeeld hebben tussen de tweede en zevende eeuw van onze tijdrekening. Deze elementen kunnen een zicht geven op de maatschappelijke context waarin de Koran ontstaan is en ons dus helpen bij de studie van de koran en de islam. Hieronder vindt u de samenvatting van deze lezing, die door de auteur werd nagelezen en verbeterd.

1.Huidige opvattingen van de islamitische orthodoxie over de koran.

De meeste moslims geloven dat de koran letterlijk in het Arabisch uit de hemel is neergedaald en via de engel Gabriël aan Mohammed werd geopenbaard. Het origineel van die openbaring zou echter op een tablet in de hemel bewaard worden. Dit dogma vormt de basis om te zeggen dat de koran het “eeuwige ongeschapen woord is van God”, dat op mirakuleuze wijze van alle vervormingen behoed is gebleven. Daartegenover stellen de Moslims dat de Christelijke en Joodse teksten, ofschoon ze oorspronkelijk dezelfde waarheid verkondigden als de Koran (Mozes, Jezus en Mohammed brachten immers dezelfde openbaring!) door de latere overlevering vervalst zijn. Deze visie heeft gevolgen: orthodoxe moslims aanvaarden daarom tot op heden geen vertaling van de koran voor religieus gebruik, want alleen de Arabische koran heeft een religieuze betekenis en is gevrijwaard gebleven van corruptie. In die lijn ligt ook de bewering dat de koran de wil van God is, die letterlijk moet genomen worden en niet tijdsgebonden is. Elke vorm van tijdgebonden interpretatie is dan ook onbespreekbaar.

In de totstandkoming van dit dogma speelden twee elementen mee in de Middeleeuwen:

Dit dogma is echter vanuit wetenschappelijk standpunt onhoudbaar. Onderzoek heeft uitgewezen dat de huidige versie van de Koran het resultaat is van een lange ontstaansgeschiedenis die verschillende eeuwen in beslag heeft genomen. Immers, de Korantekst zoals die nu voorligt is het product van redactioneel werk, waarbij zich heel wat problemen hebben voorgedaan:

Het vasthouden aan de eeuwigheid en ongeschapenheid van de Koran is volgens mij niet vol te houden. Naarmate meer moslims geschoold zijn, zullen zij dat dogma in vraag stellen. Blijven zweren bij dat dogma zal ongeloofwaardig zijn en uiteindelijk een omgekeerd effect hebben. De enige manier om de Islam te redden is te aanvaarden dat er een redactie gebeurd is. In het christendom en jodendom is hetzelfde gebeurd zonder dat dit het geloof heeft aangetast.

2.Ontstaansbronnen van de koran

Een nog groter taboe voor de orthodoxe islam is de historische context, o.a. de religieuze context. Welke zijn m.a.w. de bronnen van de Islam? Zijn er historische parallellen? Zijn bepaalde passages uit de Koran niet terug te vinden in andere religieuze teksten? Het zijn vooral de oriëntalisten die hier onderzoek naar deden. Dit is wel geen gemakkelijk onderzoek omdat we over weinig historische bronnen beschikken.
Het is belangrijk een onderscheid te maken tussen enerzijds de ontstaanscultuur van de koran - de Arabische bedoeïenen-stammen uit de 6de en 7de eeuw met als centrum Mekka en Medina - en anderzijds de periode waarin de Islamitische doctrine ontstond: de tijd van het Kalifaat van de Abbasieden in Irak vanaf 750.
Over de centrumzone in Arabië is relatief weinig gekend, omdat die zich buiten de Grieks-Romeinse invloedssfeer bevond. Er zijn ook weinig archeologische resten. Wel weten we dat er welstellende karavaanroutes van Z naar N trokken en dat langs deze routes een smeltkroes van culturen en godsdiensten ontstonden. Over de context waarin de Islamitische doctrine een paar eeuwen later ontstond is veel meer bekend. Het was een gesedentariseerde, stedelijke context (Bagdad en andere Iraakse steden). Daar ontstonden de korancommentaren (exegese, tafsir), die uitleg gaven over de betekenissen van koranpassages. Dit was gebaseerd op overleveringen. Er waren toen reeds veel tegenstrijdige meningen. Toen al was het vaak niet meer duidelijk welke betekenissen de koranteksten hadden die 2 eeuwen vroeger, in een andere context, ontstaan waren ! Er werd ook op gewezen dat bepaalde woorden in de koran uit het Grieks, Ethiopisch en andere talen kwamen.
In de Islamitische traditie is het eenvoudig: de directe vijanden van Mohammed waren de polytheïsten (heidenen). Mohammed wilde het geloof in de ene God weer herstellen en opleggen aan de heidenen. Maar een precieze reconstructie is zeer moeilijk. Uit die pre-islamitische tijd dateerde reeds de cultus van de Kaäba (een steen) in Mekka, dat toen al een bedevaartsoord was. De heidenen geloofden dat de Goden in een steen zaten, meer bepaald ging het over drie Godinnen. Mohammed zou een moment van zwakte hebben gekend en een toegeving hebben gedaan aan de heidenen door die drie godinnen te erkennen. Dat is terug te vinden in S53,20: de zogenaamde duivelsverzen. Maar hij zou die verzen onmiddellijk hebben herroepen omdat ze ingefluisterd waren door Satan.

Mohammed had ook contacten met joden en christenen. Deze werden als monotheïsten, “volkeren van het boek” beschouwd. Die contacten hebben ook hun invloed gehad op de koran.
Over de joden uit die streek heeft men weinig gegevens, de meeste gegevens komen uit de Koran zelf. Over welke joden ging het hier: echte joden of Arabieren die zich hadden bekeerd tot het jodendom? Dat is dus niet duidelijk. In de Koran zijn wel sporen betuigd van joodse teksten. Bvb. de aanbidding van het gouden kalf (soerat 20): hier is geen sprake van Aäron, broer van Mozes, maar wel van “El Samiri” (de Samaritaan). Dit is echter een anachronisme, want de samaritanen kwamen lang na Mozes' tijd. De Koranische versie van het verhaal van het Gouden Kalf getuigt van een latere Joodse traditie, die de Samaritanen ervan beschuldigde de idolatrie binnen het jodendom te hebben ingevoerd. Mohammed stond aanvankelijk nogal dicht bij het Jodendom; zijn polemieken met de joden waren vooral ingegeven door het feit dat ze weigerden in hem de Messias te erkennen. Daarentegen is de Koranische discussie met de christenen eerder van theologische aard: triniteit, Jezus als zoon van God, de kruisdood.

Over de christenen uit die streek, waarmee Mohammed contact had, heeft men meer gegevens. Maar ook hier zijn de zaken niet zo evident. Met welke soort christenen kwam Mohammed in contact? Wellicht waren het heterodoxe christenen, ver verwijderd van de controle van Byzantium (centrum van oosters christendom).

Mohammed is wellicht ook beïnvloed geweest door het Manicheïsme (hervorming van het Zoroastrisme in Perzië, 3de-4de eeuw.) Veel elementen uit de Koran vertonen parallellen met het manicheïsme: de vasten, profetie, de theorie over de kruisdood.

Tenslotte leefde Mohammed in een messianistische context. De profeet zag zichzelf ook enigszins als een Messias, de Mahdi . Er zijn heel wat elementen die in die richting wijzen zoals zijn oproep om zich te bekeren vóór het te laat was en het feit dat hij geen opvolger voor zichzelf heeft aangeduid. Hij was zeker niet de enige, er waren heel wat kapers op de kust. Zo is er in de islamitische traditie sprake van Mousailama, een profetes die door haar tegenstanders werd beschuldigd van waarzeggerij. Er moeten zeker nog zo'n profeten of profetessen geweest zijn.

Mohammed voerde strijd tegen het polytheïsme en voor een monotheïsme. Maar, het blijft tot op vandaag onduidelijk wat de precieze bedoeling was van Mohammed: wilde hij een nieuwe godsdienst stichten of enkel de bestaande religies waarmee hij in contact was, (jodendom, christendom) hervormen? Gezien het feit dat er andere messiassen en profeten optraden, hing er blijkbaar op religieus vlak iets in de lucht. Maar Mohammed heeft het wel gehaald. Zijn succes had o.a. te maken met zijn andere hervormingsaspecten, nl. op politiek, maatschappelijk en militair vlak. Over de maatschappelijke verhoudingen in pre-islamitisch Arabië is nog minder geweten dan over de godsdienst, want oude teksten gingen daar meestal niet over. Men kan wel extrapoleren vanuit andere stammengemeenschappen. Bvb. dat individuen slechts rechten hadden binnen een stamverband, dat de vrouw bezit was van haar man, enz. Wat wel vaststaat is dat Mohammed de toenmalige stammenpraktijken doorbrak. De solidariteit van de stam (bloedverwantschap) verving hij door de solidariteit binnen een religieuze gemeenschap, de umma. De gemeenschap werd niet langer gebaseerd op afstamming maar op geloof. Dat was een grote vernieuwing. Dat impliceerde ook dat bepaalde praktijken, die inherent waren aan de stammenmaatschappij, moesten worden bestreden. Zo bijvoorbeeld nam Mohammed het op voor wie uit de boot viel van de stam: weduwen en wezen; aan vrouwen gaf hij een statuut via erfrecht, hij introduceerde regels i.v.m. huwelijk en verstoting, enz. Dit zou kunnen vergeleken worden met Deuteronomium: overgang van stammenverband naar gemeenschapsverband. De profeet was omringd door mensen die niet tot zijn stam behoorden.

3. Conclusie

Er zit heel wat tijdsgebonden materie in de Koran. Dat betekent dat we de regels moeten bekijken en begrijpen vanuit die historische context. Maar zolang men niet beschikt over precieze bronelementen en kritische varianten van de koran, kan men onvoldoende voeding geven aan dit contextueel begrijpen. Zonder een kritische editie is de lezing van bepaalde verzen zelfs problematisch. Bijvoorbeeld het vers S 4,34. Dat gaat over het “slaan” van de vrouw door de man. Er is een variante lezing die enkele puntjes verandert en dan staat er niet langer dat je je vrouw mag slagen toebrengen maar “isoleer haar” bij wijze van straf. Zolang er geen kritische editie is, is het speculeren in het ijle.

De islam is tot op vandaag niet in staat om afdoende antwoorden te geven op vragen over de ontstaanscontext van de koran en actuele vragen. Zij zal een reflectie moeten houden over haar eigen brontekst, een beetje zoals de katholieken dat gedaan hebben met het Vaticaans Concilie. Hoewel korankenners weet hebben van bijbelkritische geschriften en oriëntalisten bezig zijn met die vragen, spelen er nog grote blokkages en taboes om dit algemeen ingang te doen vinden in de islam. Het moet gezegd worden dat sommige oriëntalisten polemische bedoelingen hadden: ze wilden de Islam in een slecht daglicht stellen (tegenover het christendom). Dat heeft hen een slechte naam gegeven bij veel orthodoxe moslims. Edward Saids boek “Orientalism” (dat een kern van waarheid bezit doch schromelijk overdrijft door alle Oriëntalisten over dezelfde kam te scheren) heeft dit negatieve beeld nog versterkt. Ook zijn de huidige omstandigheden om aan vernieuwing te werken ongunstig voor moslims (cfr. diabolisering na gebeurtenissen van 11 september 2001). De islamofobie veroorzaakt een vicieuze cirkel: de Islam zet zich schrap en plooit nog meer terug op zichzelf, waardoor ze in een nog slechter daglicht komt te staan, enzovoort. Gelukkig zijn er onderzoekers van islamitische origine die de moed hebben om het taboe te doorbreken (zoals Mondher Sfar).

Auteurs

D. De Smet
R.M. Liebaert
M. Vandepitte
R. Verwimp

Bibliografische nota

Over de ontstaansgeschiedenis van de Koran(-tekst) zijn er recent een paar belangrijke publicaties verschenen, die vernieuwende inzichten bieden. Helaas is hiervan in de Nederlandstalige literatuur zeer weinig of niets doorgedrongen!
Mijn voordracht berust vooral op drie recente basiswerken: