|
WOL
SPINNEN
|
|
WASSEN Na het spinnen worden de klossen op een streng gebonden (haspelen). We gebruiken hiervoor een wolhaspel of molentje. De strengen worden zo goed mogelijk, maar niet te strak afgebonden. Op deze manier blijven ze stevig tijdens de wasbeurt of het verven. We gebruiken veel water en weinig zeep. Voor het eerste bad gebruik je een wolwaszeep, na veel spoelbeurten is de wol crémekleurig tot wit. Bij zéér vuile wol kan je aan het eerste bad enkele lepels keukenzout toevoegen en het geheel laten weken. Op deze manier haal je de natuurlijke lanoline uit de vezel en verliest de wol min of meer zijn veerkracht. Gebruik nooit te heet maar steeds handwarm tot lauw water. Je wast de wol nooit in een wasmachine. De strengen worden uitgeknepen, niet gewrongen. Om te drogen kan je de strengen in een zak of sloop steken en dichtgebonden droogzwieren (centrifugeren) in de wasmachine. Wol nooit in de zon of boven een warmtebron drogen.
|