|
WOL
SPINNEN
|
|
HENNEP Dit is één van de oudste gewassen, mogelijk reeds 10.000 jaar VC gebruikt. Hennep groeit uit de cannabisplant en is een veel gemakkelijker gewas dan vlas. Het werd vooral gebruikt voor de productie van touwen, zakken en dekzeilen van schepen. De hennepvezel is veel zachter dan vlas en is heel gemakkelijk te spinnen.
VLAS Vlas groeit uit lijnzaad en is een éénjarige plant. Om de vezel uit de vlasplant te halen zijn verschillende bewerkingen nodig; Repelen: zaadbollen van de stengel scheiden met een repelkam Rooten: het rottingsproces om de vezels uit de stengel te krijgen en de pektine van de plant op te lossen. Het dauwrooten gebeurt op het land en duurt een drietal weken. Het waterrooten duurt enkele dagen. Zwingelen: Door middel van een zwingelmolen worden de houtdeeltjes tussen de vezels weggeslagen. Hekelen: Met een hekelkam worden de vezelbundels gespleten tot zachtere vezels. Volgens dit proces kunnen ook netels klaargemaakt worden voor het spinnen. Het woord ‘neteldoek’ komt hier oorspronkelijk vandaan, een doek geweven uit de gesponnen netelvezel. Vlas kan ook gesponnen worden met een spinnewiel, de haren zijn lang (tot 1 m) en worden vochtig gesponnen. Het vlas wordt eerst opgebonden op een spinrok door middel van een spinstok .
|