MALLORCA

16 tot 23 april 2000

Deel 1 : VOGELS

Wielewaal Vlaamse Ardennen heeft Ro-Travel gevraagd om de nationale Wielewaalreis uit mei 1998 over te doen. Dirk Raes en Jacques Vanheuverswyn waren nu de reisleiders van dienst, terwijl de botanisten op sleeptouw genomen werden door Karel De Waele.

Zoals bij alle Wielewaalreizen werd ook deze keer wat tijd ingelast om de plaatselijke cultuur te proeven naast de hoofdbrok natuur. Dat het accent op vogels lag zal op een Wielewaalreis niemand verwonderen, maar anderzijds hebben we met volle teugen genoten van de Middellandse zeeflora en tal van endemische planten die telkens weer door Karel op naam gebracht werden.

Een korte achtdaagse reis, maar door elke dag tussen 7 en 8, vóór het ontbijt reeds de hotelomgeving uit te kammen en na ’t avondeten er nog op uit te trekken, éénmaal zelfs in groep, sloten we de vogellijst af op 132 soorten … de vogellijst uit 1998 met 121 waargenomen soorten werd aldus ruimschoots overtroffen! Uiteraard hadden we in april nog wat meer kans op wintergasten, maar enkele zomergasten lieten het in april in Mallorca nog afweten…

Zondag 16 april 2000: heenreis

Om 18u30 worden de 47 Wielewalers op Zaventem verwacht. Reeds om 17u45 zijn de eerste reizigers aanwezig en Eric Liebert, zaakvoerder van Ro-Travel, wordt omstreeks 18u30 wat zenuwachtig als bij het uitdelen van de vliegtuigtickets er nog 3 dames ontbreken. Oef, na wat file op de Brusselse ring duiken omstreeks 18u40 ook zij op en kunnen we inchecken…

Het inschepen verloopt stroef. Onze groep mag aanschuiven bij de VIP’s omdat een bediende ziek is, maar ook dan gaat het nog traagjes. De bagage wordt gewogen en de normale 15kg per persoon wordt meerdere keren overschreden… er volgen echter gelukkig geen opmerkingen.

Tegen 20u (normale vertrektijd) is iedereen ingescheept, maar dan komt de melding: 30 minuten vertraging. Uiteindelijk stappen we om halfnegen de bus in en rijden we naar ’t vliegtuig. Een Houtduif komt even afscheid van ons nemen. Opstijgen om 21u.

Na 2u 10’ vliegen waarbij we een snelheid halen van 760 km/u, op 10.200m hoogte en bij een buitentemperatuur van –52°C, zoals de kapitein ons meedeelt, bereiken we Palma om 23u10.

Omstreeks middernacht heeft ieder zijn bagage.

Nog een uurtje rijden tot het hotel. Onderweg wordt de Kerkuil tot 2x toe gezien door de mensen vooraan op de bus. In het hotel krijgt ieder, tegen afgifte van zijn identiteitskaart, de kamersleutel. En wacht ons nog een aangename verrassing: na de doosjesmaaltijd eigen aan Sobelair wacht ons nog een kleine koude schotel. En of het nog smaakte met de vogelwijn. Leon Lybeer hoorde ondertussen reeds de Dwergooruil vanop zijn balkon. Voortaan is die vogel aan ’t hotel elke avond en nacht te horen…en ja, zo is onze vogelreis van start gegaan!  5 over 2 het bed in… de nacht zal kort zijn, want om 7u is er afspraak voor een morgenwandeling …

Dagelijkse vroege morgentochten! (van 17/4 tot 22/4)

Wat elke morgen een vaste waarde werd verliep de eerste dag nog wat stroefjes: Jacques (en anderen) waren niet tijdig uit bed geraakt. Een uurtje vroege morgentocht tussen 7u en 8u in de omgeving van dit hotel is gewoon ongelooflijk. Net bij de parking van ’t hotel zingt een Nachtegaal onophoudelijk. Soms zit deze verborgen zanger open en bloot op een electriciteitskabel te zingen. In de struiken tussen de ingang van het hotel en deze parking weerklinkt het lied van de Kleine zwartkop. De dennebosjes tussen ’t hotel en ’t strand zijn de broedplaats geweest van de Kruisbek: een koppeltje heeft uitvliegende jongen, die nog druk begeleid worden. Verder zijn in de omgeving elke dag meerdere Hoppen, Roodkopklauwier, Roodborsttapuitjes, Grauwe gors, Putters, Turkse tortels, Groenlingen dagelijkse gasten. Op het strand dagelijks Audouins meeuwen, echter zonder kleurringen… Toch haasten we ons om tegen 8u telkens terug te zijn, want het uitgebreide ontbijtbuffet vergt ook wat tijd en om negen uur zou elke dag het vaste vertrekuur worden. Op de vogeldaglijst vind je de aangetroffen vogelsoorten gemerkt met een M. Want naast de dagelijkse soorten werden ook Duinpieper, Ortolaan, Sardijnse grasmus, Vale spotvogel, Rode patrijs en Griel eenmalig of enkele keren opgemerkt naast vele andere gewonere soorten.

Maandag 17 april 2000: Enige afwijking van het programma: bij gebrek aan de middagpicknick voorzien we twee halve dagexcursies

Voormiddag: naar Castillo de Satueri

Wat voor de nationale Wielewaalreis een extraatje was net vóór hun terugvlucht wordt onze eerste kennismaking met Mallorca.  De bus brengt ons om 9u tot aan de afslag naar Castillo de Satueri en in groep volgen we dan maar de asfaltweg: de vlugsten zullen beloond worden met het waarnemen van de beloofde Alpengierzwaluwen (10ex!, en volgens de Engelsen de enige kolonie op Mallorca.

Voor Karel en de andere plantenliefhebbers zijn de eerste meters moeizaam: niets van grassen, bomen, struiken en bloeiende planten herinnert ons aan Vlaanderen. De botanisten vorderen dan ook moeizaam. De kuifhyacint en de zwaardlelie trekken de meeste aandacht. Een unieke muurflora wordt ontdekt: en zowaar enkele prachtig bloeiende spiegelorchissen groeien hier op de muurtjes! Halverwege de beklimming ontsproten enkele paarse aspergeorchissen, maar de botanisten geraakten niet zo ver.

Nu, ook niet alle vogelaars vorderen snel: het geluid van de Kleine zwartkop leren we volop kennen en gelukkig laat deze Grasmus zich ook zien. De Cirlgors is een andere zonneklopper die we prachtig observeren, maar we kwamen hier vooral op zoek naar de Griel en ja, hoor de Griel laat zich meerdere keren opvliegend en stappend op de rand van een amandelboomgaard observeren. De telescopen worden opgesteld en deze grote steltloper komt als een der eerste vogels op het soortenlijstje. Ook de Rode patrijs heeft geen argwaan als ze door 94 ogen bekeken wordt.

In de groep leerden we stilaan mekaar kennen, en ook al kenden we nog geen namen, weldra wisten we wie vogels keek of wie eerder genoot van de planten en struiken of wie gewoon genoot van het landschap en de zon. De Johannesbroodboom had jonge groene peulen terwijl de zaden van vorig jaar er nog onder lagen. En de sinaasappelbomen in de tuinen droegen volop vruchten en toch bloeiden dezelfde bomen…

De drie uren waren al te vlug om maar Hop, Roodkopklauwier, Draaihals, vele Roodborsttapuiten, Paapje, Europese kanarie en distelvlinders op trek vulden het eerste vogellijstje. Met enige vertraging keerden we naar het hotel terug, waar we voor de eerste keer kennismaakten met het heerlijke eten aan het buffet.

Namiddag: naar het Arta-gebergte

Geen middagrust, want het Arta-gebergte staat nog op het programma. De busrit laat ons reeds zien welke prachtige landschappen Mallorca te bieden heeft.  Omdat we al wat laat zijn rijden we de depuradora (of waterzuivering) met Wilde eend, voorbij en stappen we een kilometer verder uit de bus. Opmerkelijk stil is het in de vogelwereld: onze gevederde vrienden zijn aan hun Spaanse siesta toe.

Twee Rotszwaluwen vormen een welkom observatiepunt. Bijna overal zijn Gierzwaluwen in de lucht. Gelukkig is er ook nog de Kleine zwartkop, naast Putter en Vink. Een Torenvalk , Dwergarend (donkere vorm) en een Slechtvalk laten zich te kort zien.

Voor de botanisten kan de vreugde niet op: in Mallorca is het volle lente, in de schrale weiden bloeien duizenden eenjarige madeliefjes, en in de bermen vinden we prachtig bloeiende planten en terug een paarse aspergeorchis, met bijna geopende bloemen.

Op speurtocht of in de omgeving géén volop bloeiende planten staan ontdekken we een dwergvorm van de gele orchis: klein maar mooi. Ook witbloeiende cyclamen krijgen de nodige aandacht. Ondertussen ervaren we met zijn allen dat heel veel planten vol stekels of doornen staan: vele plaatsen zijn echt ondoordringbaar. En hier als schaap of geit je maag volknabbelen is ook geen lachtertje. De sodomsappel is hiervan een voorbeeld die Karel determineert op aanbrengen van zijn kamergenoot Rudy.

Dit gebied is botanisch véél rijker dan het gebied uit de voormiddagwandeling laat Karel zich ontglippen… hier zou je een hele dag kunnen strepen…  Tevreden stappen we op de bus: de eerste kennismaking met Mallorca én met de zon is geslaagd! En de vogel- en plantenlijst is reeds aardig aangedikt.

Dinsdag 18 april 2000: Dagexcursie naar S’ Albufera, Mallorca’s beste moerasgebied.

S’Albufera is het meest gekende natuurgebied van Mallorca. Het is een moerasgebied dat vroeger rechtstreeks aansloot bij de Middellandse Zee. Het massatoerisme heeft de strook langs de kust opgeëist, maar het hinterland blijft nog zeer goed. En we hebben geluk: de zon is van de partij, wat wel maakt dat naast onze groep vele andere toeristen dit natuurgebied bezoeken, waaronder vele Engelse birdwatchers.

Nog tijdens het uitstappen van de bus is er reeds animatie: een Cetti’s zanger zingt in de lage bomen en laat zich bewonderen. Zonnecrème wordt duchtig opgesmeerd, zonnehoedjes verschijnen, truien verdwijnen, telescopen worden opgesteld en ja, na goed zoeken vinden we enkele Kwakken rustend in de bomen naast de ingang. Ook enkele nesten van de Kleine zilverreiger worden opgemerkt. Terwijl we ofwel de Cetti’s zanger bekijken, de Grote karekieten bewonderen, door de telescoop loeren naar de continentale vorm van de Aalscholver zich drogend op de oever van het kanaaltje merkt Karel Samey, een aankomende ornitoloog, reeds de Zwartkoprietzanger op. Subliem hoe die zich laat zien. We zijn niet eens 50m ver in ’t reservaat.

Plots zoeken twee Duitse toeristen een Belgische groep… zij hebben geld gevonden. Dirk en Jacques doen hun ronde en gaan op zoek naar de verliezende partij… zonder succes, tot Marleen denkt dat het linnen borstzakje van Leon moet zijn… en ja hoor, het geld komt terecht! Verbauwereerd doet Leon zijn geld weer op de borst, terwijl Dirk in naam van Ro-Travel en als dank voor hun eerlijkheid de Duitse toeristen uitnodigt op de boottocht naar Cabrera op vrijdag.

Nadat we ook al de Purperreiger en Bruine kiekendief zagen ontdekken we de eerste Purperkoeten in gezelschap van een jong. Ook een tiental Krooneenden rusten hier op ’t water. Enige nervositeit bij wie de Purperkoet de eerste keer niet waar kon nemen, maar de ganse verdere dag was deze soort wel goed te zien. Een andere constante is de aanwezigheid van honderden Gierzwaluwen boven ’t moerasgebied op doortrek naar hun broedplaatsen in Europa.

Pas tegen de middag bereiken we het kleine bezoekerscentrum en wordt de picknick verorberd terwijl de Cetti’s zanger ons rond de oren vliegt en zijn lied laat horen.

Vanuit de schuilhut en vanop het uitkijkpunt krijgen we een echt vogelfestijn voorgeschoteld. Links en recht waadvogels van groot naar klein met Kleine plevier, Strandplevier, Bontbekplevier, uiteraard tientallen Steltkluten, vele Tureluurtjes, Bonte strandloper en Kleine strandloper bij elkaar.

Een Visarend is ook van de partij. De Slechtvalk is onze bondgenoot: af en toe jaagt hij vogels verderop in ’t moeras de hoogte in en zo zien we enkele Flamingo’s, één Lepelaar, 2 Heilige ibissen. De Ralreiger wordt door Jacques gezien en ook zien we de Blauwe reiger. Van onze reigers verschijnt enkel de Grote zilverreiger niet op ’t appel.

Bij een brugje staan we op uitkijk voor een Woudaapje, maar enkel Leon blijft lang genoeg om het ook te zien. De Roerdomp wordt in de namiddag opgemerkt door de West-Vlamingen Hubert en Jacques.  Ondertussen zagen we ook reeds de Geoorde fuut en meerdere Dodaarsjes. Ook de Krakeend en de Tafeleend (wintergasten aldaar) zijn nog van de partij.  Veel te vlug was het halfvijf en tijd om terug te keren.  Sylvain bracht een rare strandvondst aan: een bal van plantenresten bleken de resten van een onderzee groeiende plant te zijn en geen reuze braakbal van een of andere plantenetende uil…(grapje).

Woensdag 19 april 2000: Voormiddagexcursie naar Lluch en namiddagwandeling rond het Cuber reservoir

Zoals elke dag vertrek omstreeks 9u. De kartonnen picknickdoosjes gaan deze keer wel mee. Raf uit Deinze vergelijkt ons met vinkeniers: onze picknick lijkt wel een vinkenkooi… De laatste kilometers van de rit naar het Monasterio de Lluch zijn spectaculair. Haarspeldbochten, prachtige vergezichten, om de paar honderd meter zouden we willen stoppen voor kiekjes van het type prentkaarten, maar met de bus is dit ondoenbaar. Jammer.

De cultuur-balans indachtig bezoeken we het mooie klooster. Wel wat toegevingen voor het toerisme, maar toch ruim het bezoeken waard. Om het koor te beluisteren moet er worden gekozen: of je bezoekt de kruisweg met kans op natuurwaarnemingen of je neemt plaats in de kerk en beluistert de repetities van de koorknapen. Voor elk wat wils.  Volgens onze kenners moet dit koor toch nog wat oefenen, maar het kerkgebouw maakt het toch de moeite naar hen te luisteren.

De kruisweg is botanisch en ornitologisch interessant: een Rotszwaluw is bezig met zijn nest te bouwen en verzamelt modder in een klein plasje. De Pimpelmees en Vuurgoudhaantje laten zich zien en horen. Op de busparking tellen we een tiental rondscharrelende Vinken.  Bij ’t vertrek naar Cuber mistelt Jacques zich met één. Peter vergat de tijd, maar Rika waarschuwt op tijd zodat we toch voltallig door kunnen rijden naar het Embalse de Cuber.  Misschien iets te veel wind en mogelijks iets te veel verwachtingen op deze unieke plaats. Wij krijgen echter ruim de tijd om te picknicken en de doosjes worden gestapeld tot onze terugkeer, daar de bus géén parkeerruimte heeft, zoveel vogelkijkers, vooral Engelsen, lopen hier rond.

In het stuwmeer staat maar weinig water: het regende deze winter te weinig en mogelijks komen er waterproblemen later op ’t jaar… de slikrand laat ons echter toe enkele steltlopers te ontdekken zoals Oeverloper en Kleine plevier.

Op ’t water rusten een duizendtal Geelpootmeeuwen of ze maken hun toilet. Ook op een van de heuvels rust een evengrote groep geelpootmeeuwen uit. Tweemaal komt een Monniksgier mooi overdrijven, vrij dichtbij. Bijna de ganse groep ziet door de telescoop de Rode rotslijster. Ook de Roodborsttapuitjes trekken dikwijls de aandacht. Verder wordt ook een Graspieper (wintergast) en de gewone Grasmus gezien, die hier een doortrekker is. Enkele Raven worden overzwevend opgemerkt.

Dat de trek volop aan de gang is bewijst het overvliegen van een Rode wouw (jaagt alle meeuwen van de bergflank) en een Zwarte wouw (hoog in de wolken). Enkelen denken ook de Vale gier te hebben gezien, er blijft echter twijfel bestaan omdat één iemand niet de witte kop bij die vogel opmerkte, maar wel de kleurverschillen op de vleugel… Eigenlijk zijn Vale gier en Monniksgier niet zo moeilijk, maar niet alle Wielewalers zijn specialisten en met gieren vertrouwd. Vandaar het (?) bij deze waarneming. Vermelden we nog dat de Brilgrasmus werd gezien en gehoord. De  grasmussen blijven echter meestal verborgen in het dichte struikgewas.  In elk geval: dit stuwmeer is een interessante vogelwaarnemingsplaats die we iedereen op een Mallorcareis kunnen aanbevelen.

Donderdag 23 april 2000: Voormiddagexcursie naar de Boquer-vallei.

Namiddag naar het uitkijkpunt bij het begin van het schiereiland Formentor en wat vrije tijd in het stadje Pollensa.

Op weg naar de Boquer-vallei passeren we het moerasgebied van S’Albufera en vanop de bus merken we er terug de Flamingo, de Kleine zilverreiger en enkele steltlopers op.  Dirk gaf ons de raad niet te lang te blijven hangen op het erf van het oud vrouwtje, dat afwezig was. De koekendoos, een klein geschenk van onze attente gids, wordt achtergelaten met een briefje op de vensterbank.  Hier voorbijlopen in één, twee, drie kan ook niet want de Hop en de Gekraagde roodstaart worden dichtbij opgemerkt. 

Bij de lichte beklimming worden we steeds geremd door de waarnemingen: er is immers veel roofvogeltrek. Naast de plaatselijk broedende Dwergarend zien we vooral Wespendieven, maar ook de BuizerdOp zijn vaste stek is de Blauwe rotslijster niet van de partij, maar verderop en veraf in de hoogte is hij toch te bewonderen door de telescopen.

5 overtrekkende Zwarte wouwen, 2 en 1 Rode wouw, Visarend, Slechtvalk en ook Sperwer komen in beeld. Voor de Eleonora’s valk zijn we echter te vroeg. Onze waarnemingen van valkjes waren steeds Torenvalkjes, april is te vroeg voor de Eleonora’s valk…

Bijna ieder trekt door tot men zicht op zee heeft en vleit zich dan in het gras neer om de kleine zangvogels te zoeken in de kijker: Cirlgors, Kleine zwartkop, Sardijnse grasmus, Tjiftjaf, Fitis, Zwartkop, Grauwe vliegenvanger… Vele zangvogeltjes rusten nog even uit voor hun verdere oversteek naar Europa. Ook honderden Gierzwaluwen passeren.  We keren dan maar op onze stappen terug en bekijken de vallei van de anderen kant. 

Nog voor de picknick ontdekt Karel Samey in het laatste bosje voor de zee een 15tal Bonte vliegenvangers

Tijdens de picknick groot alarm: de Blauwe rotslijster komt op de rotsen zitten en is beter te zien dan voorheen. De eitjes, kippebout, tomaatjes, appelsien of appel vliegen meteen weer de box in en de telescopen worden op één doel gericht: de Blauwe rotslijster die gelukkig maar af en toe verwipt, maar zichtbaar blijft. Tijdens de picknick weten de plantenmannen ook van geen ophouden en zo wordt eenieder langs de springkomkommer geleid. Op een braakliggend terrein leidt Jacques Karel naar de roodachtig bloeiende Spaanse of Italiaanse esparcette en met moeite krijgen we de groep in de bus. 

De korte klim met de bus naar het uitkijkpunt is vooral voor de chauffeur geen lachertje: druk verkeer en haarspeldbochten… en niet alle jonge chauffeurs rijden met hun (huur?)wagen vlot achteruit.

Het uitkijkpunt over de Middellandse zee en het schiereiland Formentor vanuit de Mirador is subliem. Het ijsje is er een heerlijk toetje… en roofvogels zijn voortdurend in de lucht: Wespendief, Buizerd, Slechtvalk en Torenvalk.   Het uurtje luieren en vogels kijken hier is al te vlug voorbij. 

Op terugweg houden we halt om even te verpozen in Port d’ Alcudia. Bijna ieders verpozing begint met een biertje of sangria op een terras… maar enkele trekken onmiddellijk naar de Smiley River (de stinkende rivier). We hebben geluk: Naast de Waterhoen zien we een Kleine zilverreiger en een Koereiger, vlak bij elkaar. Ook de Iberische gele kwik laat zich zien.  In de haven bewonderen we verder de Audouins meeuwen op het water en enkele Geelpootmeeuwen.

Ook enkele dames zijn gelukkig: onverwachts kunnen ze de winkeltjes op de dijk aandoen. Menig souvenir wordt aangekocht.  Na een prachtige dag keren we terug naar Porto Colom.

Na het avondeten trekken we nog op avondtocht en een grote groep trekt nog later op late avondwandeling. Zij horen nog de Griel met zijn wulpachtige geluiden en zien de Ransuil.

Vrijdag 21 april 2000: Boottocht naar de Cabrera-archipel

De Duitse toeristen verschijnen op de afspraak: zij maken onze boottocht naar Cabrera mee.  Om 9u nu niet de bus op, maar in de baai vóór het hotel komt de boot ons oppikken. De boot biedt plaats voor ruim 100 toeristen zodat we met zijn 47 plaats zat hebben: wie wil kan ik de benedenverdieping door de doorschijnende wand de onderzeewereld bekijken, wat vooral nabij de kust, bij ’t stilliggen interessant is.  De benedenverdieping is tevens de bar en het dek bovenaan heeft voldoende plaats voor alle Wielewalers.

De zee is nogal levendig zodat enkele zich wat zeeziek voelen, gelukkig blijven de ongemakken beperkt. Stoere zeebonken zoals Leon en Annemie staan op de voorsteven op de uitkijk. Wie zich op dek wil verplaatsen lijkt wel dronken…  Pas nu zien we hoeveel kleine inhammen de kust van Mallorca heeft. 

Eenmaal de zuidoostpunt van Mallorca bereikt zien we Cabrera liggen in de verte: zowat 15km van Mallorca af. Boerenzwaluw en Tapuit trekken over zee naar Mallorca toe. Even een dolfijn voor de boot. Af en toe zien we vissende Kuifaalscholvers

Eenmaal de archipel bereikt gooit Dirk de verzamelde etensresten overboord: een uniek schouwspel speelt zich dan af: honderden Geelpootmeeuwen en tientallen Audouins meeuwen komen hun restje oppikken. Ook een prachtige Zwartkopmeeuw komt opduiken. Ook de Vale pijlstormvogel en de Kuhlspijlstormvogel laten zich, iets verderaf, zien.

Het aanmeren in de kleine haven verloopt perfect en in onze haast vergeten we één van onze oudere dames op de boot… maar via een ommetje langs het militaire schip komt ook zij aan land. We hebben nu 5 uren om van dit eiland te genieten. 

De gebouwen en muurtjes van het eiland krioelen van de hagedissen: pikzwarte, heel donker blauwe, groene en alle combinaties. We zien de Balearenhagedis Podarcis lilfordi. De fotografen laten zich niet onbetuigd en sakkeren soms als zij enkel een hoopje stenen fotografeerden terwijl de hagedis plots wegspurtte…

We horen de Bijeneter en later zien de meesten uit de groep een 35tal overtrekkende vogels en later nog eens een vijftiental. De eerste Bijeneters op Cabrera in 2000; om deze juweeltjes dagelijks te bewonderen op Mallorca is april nog te vroeg. Bij de picknickplaats is het voor een vogelaar onmogelijk te eten: tientallen zangvogeltjes zitten hier bijeen en laten zich opmerken: een 15tal Gekraagde roodstaarten, Paapjes, Kortteenleeuwerik, Duinpieper, Tapuit, Roodborsttapuit, Spotvogel, Brilgrasmus, Tjiftjaf, Fitis, Grauwe en Bonte vliegenvanger, Roodkopklauwier, Europese kanarie, Putter, Kneu en Groenling bij elkaar om een helicopterlandingsplaats van 100 bij 100m … ongelooflijk, maar waar. We zien ook een vrouwtje Kleine vliegenvanger!

In de richting van het vogelringstation en een heemkundig museum bewonderen we nog een Afrikaanse blauwe vogel. Deze reis heeft vele verrassingen in petto!  Veel te vroeg moeten we rechtsomkeer maken, maar vooraleer in te schepen en het meeuwenschouwspel opnieuw te beleven drinken we nog iets in ’t haventje… hoe langer de reis duurt hoe warmer het ook wordt en enkele onder ons zien er ondertussen uit als kreeften!  Na twee uur varen en het bewonderen van vissen onder water en het bekijken van een verlaten slechtvalkennest op de rotskust keren we tevreden huiswaarts!  We hadden een prachtige dag!

Zaterdag 22 april 2000: Dagtocht naar de Salinas de Levante en het pittoreske Cala Figuera.

De laatste excursiedag en op de bus wordt met de micro de vogellijst door Jacques eens overlopen. Vandaag hopen we op nog enkele steltlopers aan de zoutwinningsplassen. Omdat er de zaterdag geen industriële activiteiten zijn op de Salinas is deze dag een geschikte excursiedag erheen.

De vele steltlopers met de Steltkluut en Kluten voorop zorgen ervoor dat de vogelaars traag vorderen. De plantengroei bestaat slechts uit 1 alles overheersende plant: de houtige struikzeekraal zodat op het keerpunt Karel zowaar voorop loopt!

Cetti’s zanger, Graszanger (de vroegere waaierstaartrietzanger), Grauwe gors, Roodborsttapuit, Witte kwik (een late wintergast), Iberische gele kwik maar vooral Zwarte ruiter, Tureluur, Zilverplevier laten zich goed zien. Ook de Griel is van de partij. De show wordt echter gestolen door een Visarend die meerdere keren dichtbij komt.  De gevolgde aardeweg laat vogelaars toe ongestoord te genieten van al die vogels! Later dan verwacht wordt teruggekeerd. De picknick wordt genomen in de schaduw nabij de bus, want de 30° C wordt overschreden.

De namiddagwandeling op de asfaltweg aan de Salinas wordt verstoord door tientallen auto’s die richting strand rijden… vogels worden op de zoutpannen bijna niet gezien, op de Steltkluut na. Gelukkig zijn de velden wèl vogelrijk: vooral de Kortteenleeuwerik, Duinpieper en de Griel staan in de vedette.

Omwille van de drukte én de warmte zijn we blij dat na anderhalf uur de bus ons naar Cala Figuera brengt.  Nadat we de bus verlieten daalden we door het stadje af richting kust: eerst brengen we een bezoek aan de rotskust en zien naast vele jachten vooral de Kuifaalscholver vissend in de baai en enkele Geelpootmeeuwen en Audouins meeuwen. Na lange tijd genoten te hebben van een koele cerveza (’n biertje) hebben we nog juist de tijd de smalle baai met vissersboten in te trekken: én dat is niet mis hoor. Waar je ook kijkt loont het de moeite te fotograferen. Langs smalle trappen keren we terug naar de bus. De dag (en onze reis) zit erop.

Zondag 23 april 2000: Terugreis

Géén tijd voor een vroege morgenexcursie op Pasen. Om 6u stipt worden we in de refter verwacht voor een erg sober ontbijt: brood met konfituur en koffie of fruitsap… dit had toch wel wat feestelijker gekund… Na dit ontbijt: inpakken en wegwezen. Even is nog een sleutel zoek, maar omstreeks 7u zitten de valiezen in de bus en rijden we richting vlieghaven van Palma. Onderweg kijken we vooral uit naar de Hop en zien we ook nog enkele Torenvalkjes, zelfs biddend naast de startbaan van ’t vliegveld.

Het inchecken verloopt in groep. Even is een ticket zoek, maar vlug zijn we van de 47 valiezen verlost en kunnen we aan de lange tocht door de vlieghaven van Palma beginnen: we moeten precies aan ’t verste eind onze vlieger halen… voor goede stappers als ons uiteraard geen probleem. Omstreeks 9u 10 zitten we in de Boeing van Sobelair om even later op te stijgen. Palma is wel een drukke vlieghaven.

Op een hoogte van 10 600m vliegen we tegen 830 km/u. bij een temperatuur van –52°C richting Zaventem. Bij ’t opstijgen ligt Palma en Mallorca onder ons te stralen in de zon.  Weldra zitten we boven de wolken en straalt de zon tot 10u45 door de venstertjes binnen.

De kapitein meldt ons dat de weersomstandigheden niet te paasbest zijn: amper 11 tot 12°C en regen te Brussel… We hadden op de helft van de vorige dag gehoopt, maar meer dan 1/3 van de temperatuur zullen we in Brussel niet krijgen. Probleemloos verloopt de vlucht en vrij vlug, op Christine na, hebben we onze valiezen en kunnen we afscheid nemen. Onze prachtige Wielewaalreis naar Mallorca zit erop!

Uw verslaggever: Jacques Vanheuverswyn

Deel 2 : PLANTEN

Plantenverslag Mallorcareis Wielewaal Regio Schelde-Leie : 16 tot 23 april 2000

Wie wil weten wat we dag voor dag, plaats voor plaats gevonden hebben, verwijs ik naar een tabel die op aanvraag kan bekomen worden (zie onderaan). Deze is alfabetisch geordend naar de wetenschappelijke namen, waarbij ik ook de eventueel bestaande nederlandse benamingen gevoegd heb en indien deze niet bestaat zo mogelijk in cursief ook een nederlandse fantasienaam, nl. meestal de vertaling van ofwel de wetenschappelijke naam ofwel van bestaande spaanse, engelse, duitse of franse namen. Dit laatste heb ik enkel gedaan om onze deelnemers een idee te geven van het geslacht en de familie en van enkele kenmerken van deze planten (de nederlandse fantasienaam heeft dus geen enkele wetenschappelijk-wettige grond!)

De flora’s die ik ter plekke gebruikt heb waren voornamelijk de "Claves de la Flora de España" van Mariano Garcia Rollan (2 delen) (deze flora is eigenlijk een distillaat van de "Flora Europaea" van Tutin, voor wat betreft de spaanse flora). Daarnaast heb ik ook gretig gebruik gemaakt van "Mediterranean Wild Flowers" van Marjorie Blamey en Christopher Grey-Wilson, een uitstekend prentenboek met zeer veel detailtekeningetjes in de marge en een korte maar degelijke beschrijving van de voornaamste kenmerken van elke beschreven soort. Verder heb ik ook nu en dan ‘gespiekt’ in het fotoboekje "Pflanzen auf Mallorca und auf anderen Inseln der Balearen" van Ewald Kajan. En aangezien in de voorgaande boeken weinig aandacht besteed wordt aan de "endemische soorten" van de Balearen kwam ook "Plants of the Balearic Islands" van Anthony Bonner goed van pas, ook al omdat hierin een goede bespreking staat van de planten gegroepeerd per biotoop.

Ook bruikbaar (maar wegens gewichtsbeperking heb ik deze pas thuis opengeslagen) zijn "Fleurs du Bassin méditerranéen" van O. Polunin en A. Huxley en "Guide de la Flore méditerranéenne" van E. Bayer,e.a.

Om het aanduiden van de soorten tijdens de excursies te vergemakkelijken heb ik vooraf een soort "streeplijst" van de flora van de Balearen samengesteld aan de hand van bovenstaande flora’s. Hierop staan net zoals op de door ons in Vlaanderen gebruikte streeplijsten de afkortingen van de wetenschappelijke namen. Wie interesse heeft in deze streeplijst (om ze bvb. ter gelegenheid op een volgende natuurreis naar de Balearen te gebruiken) kan die altijd bij mij aanvragen (tel. 09/386.45.60; e-mail karel.de.waele@skynet.be )

Eén ding is ons tijdens deze reis vooral opgevallen aan de planten op dit Baleareneiland, d.i. de grote variatie aan aanpassingen die de planten vertonen aan het toch extreme klimaat dat hier heerst, met hoge temperaturen en sterk uitdrogende winden. Daarom wil ik hierover in dit plantenverslagje wat meer uitweiden aan de hand van enkele voorbeelden.

Tot slot misschien nog een laatste woordje uitleg over het woordje "endemisch". Deze term wordt gebruikt bij soorten die geografisch gezien enkel voorkomen in een strikt begrensd gebied (bvb. een eiland, een lokaal gebergte, één land,…). Ter vergelijking: het woord epidemisch (bij ziektes) wordt gebruikt als die ziekte over een uitgestrekt gebied voorkomt, in meerdere landen bvb.; en het woord pandemisch gebruikt men voor verschijnselen die over de gehele wereld voorkomen. Endemische planten- en dierensoorten komt men meestal tegen op eilanden omdat die in de loop der evolutie steeds geïsoleerd gelegen hebben, zodat zich daar aparte soorten hebben kunnen ontwikkelen, die elders niet voorkomen (de tegenwoordige groei van de reisindustrie en het luchtverkeer kan hier een afvlakkende rol spelen). Op het vasteland komt men die – wegens de gemakkelijker verspreidingswegen – minder tegen, behalve bvb. bij ‘landen’ als het Iberisch Schiereiland (Spanje en Portugal), waar de Pyreneeën een natuurlijke hinderpaal voor de verspreiding waren.

Karel De Waele