De trappisten van Tibhirine

door br Benoît Standaert


Tibhirine is de naam van een gehucht in het Atlasgebergte (Algerije) waar monniken sinds 1934 leefden. Tibhirine betekent "de tuin". De monniken
behoorden tot de orde van de trappisten. Bij de onafhankelijkheid van Algerije in 1963, waarbij de islam als staatsgodsdienst gold, scheelde het maar
weinig of de communiteit moest het land verlaten. Dankzij de tussenkomst van Mgr Duval, aartsbisschop van Algiers, wordt de gemeenschap van broeders
officieel "getolereerd", maar deze mag nooit meer dan twaalf leden tellen. Binnen de orde zelf denkt men eraan de stichting op te heffen. Nieuw bloed komt uit Frankrijk. Zo komt onder meer P. Christian de Chergé, priester van het bisdom Parijs, na twee jaar noviciaat in Aiguebelle (Frankrijk) in 1971 in Algerije aan.
In 1984 wordt hij tot prior gekozen. Onder zijn bezieling groeit het klooster uit tot een plaats van dialoog en ontmoeting tussen christenen en moslims.
We weten hoe in de nacht van 26 op 27 maart 1996 zeven broeders werden opgepakt en ontvoerd, en hoe ze na twee maanden gevangenis op 21 mei
werden onthoofd. De precieze omstandigheden van zowel de ontvoering als de dood zijn nog steeds niet verhelderd: de gruweldaad blijkt veel ingewikkelder
te zijn verlopen dan wat in een eerste berichtgeving bekend raakte. Hoe dan ook de broeders hebben het tot hun roeping onderscheiden om een plaats te worden
van dialoog. Ze hebben gestudeerd, gebeden en concreet gastvrijheid en solidariteit beleefd met en voor de hen omringende bevolking die zo goed als uitsluitend moslim was.

Studie

In de toespraken en homilieën van P. Christian zoals in de dagboeken van fr Christophe, een jongere medebroeder die vanuit Tamié in 1987 te Tibhirine aankwam, zien we hoe ze zich toegelegd hebben om de Koran te kennen, en echt te luisteren naar het Godsbeeld van de andere. Wat betekent die aanhoudende aanroeping
van God als de Erbarmer, de Barmhartige? P. Christian noteert terloops hoe die benoeming in de Koran gewoon statistisch veel vaker voorkomt dan in ons
Nieuwe Testament. Dat stemt tot nadenken. Langzaam werken ze aan een beeldvorming van de ander die zoveel mogelijk overeenstemt met de manier waarop
de ander zichzelf verstaat. Dat vraagt behoorlijk veel tijd, geduld en liefde.

Gebed

De broeders bidden voor en met de moslims. Hun gebedsruimte is open, en niet zelden zijn ze getuige van moslims die biddend hen komen vervoegen.
In de stilte en in de voorspraak smeden zich banden, dieper dan woorden. Ze leerden een soefi fraterniteit kennen in Medea, de meest nabije stad van
het klooster. Over meer dan twintig jaar ('79-'92) hebben ze geregeld ontmoetingen georganiseerd met deze fraterniteit. Onder christenen stichtten ze
een groep, Ribât es-Salam geheten (Band van Vrede), waarop deze soefi-vrienden regelmatig uitgenodigd werden.

Stilte

Vanuit die ontmoetingen ontstond er een dubbele praktijk. Eerst en vooral die van de stilte. Moslim broeders en christen broeders gingen samen in een
kring zitten, door elkaar. In het midden lieten ze een kaars branden. Samen verbleven ze, zij aan zij, zonder één woord te zeggen. Men liet zich door God,
de Ene, aanschouwen en opnemen in Zijn blik. P. Christian gebruikte het woord: envisager. Zich samen laten "envisager" door het ene Gelaat van de Onzienlijke.
Hij neemt ons op in Zijn blik. Wij leggen geen beslag op Hem, gebruiken geen enkel woord of zin, hoe vroom ook, uit onze respectievelijke tradities.
Alleen pure stilte in het hart van elkeen en aandacht voor de Ene alziende. Deze praktijk heeft elk van hen in de diepte gevormd en omgesmeed, zo getuigde
P. Jean-Pierre, één van de overlevenden, in zijn getuigenis te Westmalle op 24 november 1997. Ik citeer enkele van zijn beschouwingen daaromtrent:
"We luisterden naar de ene God, naar wat Hij in het verborgen zegt. Dat schept eenheid in, de diepte; daar zijn we gelijk, allen dienaars van de levende God.
Zo zaten we een half uur lang, zij aan zij, en probeerden ook innerlijk helemaal stil te worden. Allen zijn we door Hem op gelijke wijze bemind en op gelijke wijze begerig Hem te beminnen, allen broeders die gegrepen zijn door dezelfde blik van de zeer minzame God, die over elk zijn barmhartigheid laat stralen.
Het kwam erop aan zijn Blik, de straling van zijn toegewend Gelaat toe te laten over elk en over allen. In die woordeloze houding, wachten op God.
Op dat ogenblik zijn er geen verschillen meer. God, door zijn Geest, vlecht banden in deze stilte. Banden van verwondering, eerbied, ontvankelijkheid en
uiteindelijk banden van vriendschap" .
Wanneer P. Christian in zijn wereldwijd beroemd geworden Testament, geschreven enkele maanden voor zijn dood, het heeft over de blik waarmee hij degene
die hem de keel zal doorsteken, zou willen "envisager", dan mogen we veronderstellen dat dit de rechtstreekse vrucht is van die jarenlange praktijk: de ander
blijven zien vanuit de ene Blik van God, hoezeer we verschillend en zelfs aan elkaar tegengesteld kunnen zijn .

Dhikr

De tweede praktijk bestond in de dhikr (Arabisch woord, waarvan de wortel 'gedenken' betekent). Op het einde van elke bijeenkomst sprak men af welk
woord men zou aanhouden om het voortdurend innerlijk te herhalen en het te herkauwen. Enkele voorbeelden kunnen ons een idee geven van wat dit inhoudt:
- "God is groter"
- "In uw licht zien wij licht" (uit Ps 36)
- "Ik was vreemdeling en jij hebt mij ontvangen" (zie Mt 25)
- "Mijn, Heer, ik ben volledig behoeftig van het goede dat U tot mij wilt neerzenden" (gebed van Mozes, uit de Koran 28, 24).
Zes maanden later bij het volgende treffen, deelde men onderling wat het overwegen van het woord (dhikr) bij de een en bij de ander te weeg gebracht had.
Een van de soefi broeders kwam telkens blijgezind naar de vergadering: 'Daar waar ik het parfum van God opsnuif, daar snel ik heen!'

Gastvrijheid en solidariteit

De broeders leefden verbonden en open. Geen wapens in huis om zich te verdedigen, wel concrete solidariteit en dienstvaardigheid. Eén teken tussen de vele
kan hier volstaan: één van de broeders was arts (toubib). In het dispensarium aan de ingang van het klooster verzorgde hij zowel "de broeders uit de vallei"
(de gewone mensen van het dorp) als "de broeders uit de bergen" (de rebellen).

Het getuigenis van de zeven broeders van Tibhirine blijft luid roepen: we zijn slechts aan het begin in het vernemen van wat ze ons allemaal te zeggen hebben.
Vele teksten zijn nog niet eens gepubliceerd. 'Wat was de uiteindelijke verwachting van br Christian?', zo vraagt P. Jean Pierre zich af, in november '97.
'Niet de bekering van de ander maar wel dat velen bewust worden van het ene project van God over ons allen'.

Laat ons in hun moedig voetspoor verder trekken, pelgrims op weg naar wat ons allen overstijgt en Gods ene bedoeling is: het visioen van vrede in het feest van
zijn Rijk. 'Tibhirine waarvan de naam "tuin" netekent, was tegelijk de aarde van de eerste nostalgische verwachtingen, herinnering aan de wereld zoals God die
ooit gewild had, maar ook tuin van Getsemani, de tuin van de angst' (Robert Masson, in Tibhirine, veilleurs de l'Atlas, Cerf, 1997). Laat die tuin verder bloeien
in onvergetelijke beloften van hoop op een andere wereld, menselijker, ja menselijk tot het goddelijke toe.

Noten:

Zie het speciale nummer van Heiliging, 48(1998, 2-3), p. 43, helemaal gewijd aan het getuigenis van de zeven van Tibhirine.
Het Testament is vertaald afgedrukt in het zelfde nummer van Heiliging (zie vorige noot), p. 57-58. Zie ook de uitgave van Westmalle: Een Band van Vrede. Monniken in Algerije, Brepols/Westmalle, 1997, p. 190-192.

* * * * * * *