Onderwijs. |
|
|
|
|
Onderwijs aan autistische kinderen
|
|
Een hele belangrijke, misschien wel de belangrijkste, begeleiding voor kinderen met autisme is het onderwijs. Hoewel mensen met autisme een ontwikkelingsstoornis hebben, kunnen ze toch leren en ontwikkelen. Als je dit aan henzelf overlaat, gebeurt dit op een beperkte manier. Kinderen met autisme gaan te weinig op ontdekking uit of doen dit erg eenzijdig. Ze leren te weinig uit hun eigen ervaringen en brengen uit zichzelf te weinig ordening aan in hun omgeving. Mensen met autisme ontdekken de betekenissen, regels en wetten in de wereld rondom hen heen niet spontaan, uit zichzelf. Nieuwe dingen leren is voor autistische mensen eerder beangstigend dan uitdagend. Autisme remt dus eigenlijk het leren, en daarom is behandelen vooral onderwijzen.
Andere mensen moeten personen met autisme helpen met ontwikkelen. Dit moet het liefst zo jong mogelijk gebeuren. Waar andere kinderen spontaan ontwikkelen, zijn kinderen met autisme meer afhankelijk van aangepaste begeleiding. Jarenlange, of zelfs levenslange, ondersteuning is dus noodzakelijk.
Het is daarom voor kinderen met autisme zeer belangrijk dat het onderwijs aangepast is op een andere manier van informatieverwerking bij autistische kinderen. Mensen met autisme kunnen moeilijk de samenhang in de wereld ontdekken. Het onderwijs moet hierop inspelen door de wereld voor hen overzichtelijk en begrijpelijk te maken. Veel structuur aanbrengen is voor deze kinderen dus zeer belangrijk. De term die men hiervoor gebruikt is verhelderen. Het onderwijs moet dan veel aanpassingen hebben, zoals; alternatieve ondersteunende communicatiesystemen, gepaste ruimtes, aangepaste materialen etc.
|
 |
Zo zijn er scholen met autiklassen.
|
 |
|
|
De structuur waar ik het zojuist over had is op deze scholen ook duidelijk aanwezig. Ieder kind heeft een eigen tafeltje en een eigen schemaatje waarop staat wat hij die dag allemaal moet doen en van hoe laat tot hoe laat. Zo hoeft het kind niet bang te zijn dat er iets gebeurt wat hij/ zij niet in controle kan houden, want nu kan hij/ zij het van tevoren al zien en kan het kind zich hierop voorbereiden. Het werk dat het kind nog uit moet voeren ligt in één mandje en als hij/ zij het af heeft mag dat in het anderen mandje. Dit schemaatje en deze vaststaande procedure bezorgt een grote rust bij de kinderen. Een communicatiesysteem is ook vaak te zien in de lokalen. Op dit blad staat stap voor stap uitgelegd hoe je een conversatie moet voeren, voor deze kinderen duidelijke richtlijnen waaraan ze zich moeten houden; voor ons de normaal beschaaft gedrag.
Ook wát de kinderen leren is hier aangepast, naast de standaard vakken leren zij vooral ook hoe ze met hun gedrag en met anderen om moeten gaan. Eigenlijk worden de kinderen geconfronteerd met hun eigen aandoening en leren ze hoe ze hier het beste mee om kunnen gaan. Deze kinderen moeten dingen leren, die andere kinderen spontaan leren, zoals omgang met anderen. In het onderwijs moet daarom voldoende ruimte zijn voor het aanleren van functionele overlevingsvaardigheden; sociale vaardigheden, zelfredzaamheid, vrijetijdsvaardigheden en communicatievaardigheden. Omdat mensen met autisme aangeleerde vaardigheden minder spontaan buiten de leeromgeving toepassen, moet het onderwijs de levensvaardigheden ook buiten de school aanleren.
Het doel is dus de leerlingen te leren zo zelfstandig mogelijk in de maatschappij te functioneren. Deze scholen proberen dit doel natuurlijk allemaal op hun eigen manier te bereiken. Dit gebeurt natuurlijk in verschillende fasen. Deze kunnen als het volgt omschreven worden:
|
1. Het bieden van basisveiligheid
|
Voor deze leerlingen is het gevoel van zich veilig kunnen voelen een voorwaarde om tot werken en meewerken te kunnen komen. Deze veiligheid kan op verschillende manieren aangeboden worden;
|
|
|
- - respect hebben voor de manier van zijn van de leerling
- - begrip hebben voor zijn/ haar angsten voor het onbekende
- - voor de leerling begrijpend taalgebruik hanteren
- - ervan uitgaan dat het vertrouwen voor ieder persoonlijk met de leerling moet worden opgebouwd
- - ouders/ verzorgers en leerkrachten moeten een zelfde taal spreken,
veel en intensief contact met de ouders is dus van zeer groot belang
|
|
2. Het bewust maken van een “eigen ik”
|
De leerlingen kunnen hierbij geholpen worden door; |
|
- - succes-ervaringen op te doen
- - ze te leren praten over zichzelf
- - ze probleemoplossend te leren denken
- - ze hun eigen (on)mogelijkheden te leren inschatten
|
|
3. Het aanleren van een werkhouding
|
Dit houdt uiteindelijk in het leren uitvoeren van een opdracht en daarbij de opdrachtgever te volgen. De opdrachten worden zo voorgestructureerd dat de leerlingen er zelfstandig aan kunnen werken. De leerling leert in verschillende situaties met verschillende opdrachten zelf te zoeken naar de structuur die hij/ zij nodig heeft. Hier wordt natuurlijk al een beroep gedaan op bepaalde sociale vaardigheden. |
|
4. Het aanleren van vaardigheden
|
Schoolse vaardigheden; basisschool vaardigheden zoals: |
|
- taal, rekenen en lezen
- Voortgezette schoolse vaardigheden op gewenste en mogelijke niveau
- Voorbereidende stage opdrachten
|
|
Trainingsvaardigheden |
|
- sociale vaardigheden
- zelfstandigheidstraining
- technische vaardigheden
|
|
Vrijetijdsvaardigheden |
|
- muziek, handvaardigheid, bewegingsonderwijs, textiele
werkvormen etc.
|
|
|
School kan een belangrijke steun zijn en een goede manier om kinderen met autisme op het spoor te helpen.
Of een kind het beste kan werken in een klas met alleen maar kinderen met autisme of in een gemengde klas is over het algemeen niet vast te stellen. Voor elk kind moet dit opnieuw bekeken worden.
Veel hangt af van de sociale inzichten en vaardigheden van het kind en zijn behoefte aan aangepast onderwijs. Het is ook niet met zekerheid vast te stellen of dit onderwijs het beste is voor een autistisch kind. De meeste kinderen hebben naast hun autisme ook nog een andere verstandelijke handicap, voor deze kinderen is dit onderwijs wel ideaal. Er lopen vaak genoeg kinderen met een gemiddelde intelligentie rond op een gewone school. Als een leraar zo’n kind in de klas krijgt, is het natuurlijk erg handig als hij weet hoe hij hiermee om moet gaan. Het is dan bijvoorbeeld erg verstandig een handelingsplan te maken.
Allereerst moet het kind goed geobserveerd worden en de nodige informatie over autisme moet uiteraard ook aanwezig zijn. Als de leraar dit allemaal goed bekeken heeft kan een handelingsplan worden opgesteld, waarin staat hoe met het kind het best kan worden omgegaan. Uiteraard heeft een autistisch kind wel de nodige intelligentie nodig om mee te kunnen gaan met de gewone leerplannen. Toch zie je vaak dat een kind intelligent genoeg is, maar dat het sociaal niet met de groep mee kan gaan. Kinderen met autisme worden dan ook vaak gepest of uitgestoten in gewoon onderwijs. Naarmate de kinderen ouder worden, wordt het voor hen vaak wel moeilijker om zich te handhaven in gewoon onderwijs. Er wordt steeds meer van hen verwacht, ook op het vlak van zelfstandigheid, sociale vaardigheid en communicatievaardigheid. Dan voelen kinderen vaak ook sterk aan dat ze niet zo zijn als de anderen. Persoonlijke begeleiding om hun autisme te verwerken en toe te passen in hun leven is dan een belangrijke uitdaging voor henzelf en natuurlijk ook voor de omgeving.
|
 |
Er is in Vlaanderen geen speciaal type onderwijs voor kinderen met autisme.
|
 |
|
|
De meeste kinderen hebben naast hun autisme ook een verstandelijke handicap en krijgen de beste leermogelijkheden in het buitengewoon
onderwijs, best in een auti-klasje.
Kinderen met een gemiddelde intelligentie lopen vaak school in het gewone onderwijs en een klein aantal behaald zelfs een universitair diploma.
Vaak is het kind wel voldoende intelligent, maar sociaal niet weerbaar genoeg om mee te kunnen met een groep van niet gehandicapte kinderen. Kinderen met autisme worden vaak gepest of uitgesloten in het gewoon onderwijs.
Een goede voorbereiding, van zowel het kind met autisme als de leerkracht en de andere kinderen, is noodzakelijk om het autistische kind niet alleen een leerzame, maar ook fijne tijd te geven in het gewone onderwijs.
Naarmate de kinderen met autisme ouder worden is het voor hen steeds moeilijker om zich te handhaven in het gewone onderwijs. Er wordt naast het leren, ook op het gebied van zelfstandigheid, sociale vaardigheid en communicatievaardigheden veel van hen verwacht.
Daarom voelen zij op dat moment ook scherper aan dat ze anders zijn dan andere kinderen. Persoonlijke begeleiding om hun autisme te verwerken en het een plaatsje te geven, wordt een belangrijke uitdaging voor henzelf en de omgeving.
Omdat elk kind met autisme anders is, kunnen we je ook niet de ideale school voorstellen.Het is echter wel raadzaam indien je een school kiest voor je kind om meerdere scholen te gaan bezoeken en zeker te vragen of ze ervaring hebben met autistische kinderen, of er ook extra begeleiding is zoals: semi- of internaat, ondersteuning voor de ouders enz.
In het gewone onderwijs is zeker de onderwijzer belangrijk; kies daarom beter voor een school waar je als ouders gehoord wordt en samen de aanpak van je kind kunt bespreken. |
 |
De onderwijsvormen in belgië
|
 |
|
I. Gewoon onderwijs:
|
Traditioneel worden er drie netten onderscheiden:
|
| |
- Het gemeenschapsonderwijs.
- Het gesubsidieerd officieel onderwijs.
- Het gesubsidieerd vrij onderwijs.
|
| |
Een klein aantal scholen in Vlaanderen zijn erkend door de overheid en worden privé-scholen genoemd. |
| |
II. Het buitengewoon basisonderwijs
|
| |
|
|
| |
III. Het buitengewoon secundair onderwijs
|
| |
- OV 1
het buitengewoon secundair onderwijs tot sociale aanpassing dat tot doel heeft de leerlingen een sociale vorming te geven teneinde hun integratie mogelijk te maken in een beschermd leefmilieu. Deze opleidingsvorm kan zijn van het type 2, 3, 4, 6 en 7 van het buitengewoon onderwijs die afzonderlijk of gezamenlijk kan georganiseerd worden.
- OV 2
het buitengewoon secundair onderwijs tot sociale aanpassing en arbeidsgeschiktmaking dat tot doel heeft aan de leerlingen een algemene en sociale vorming en een arbeidstraining te geven teneinde hun integratie mogelijk te maken in een beschermd leef- en arbeidsmilieu. Deze opleidingsvorm kan zijn van het type 2, 3, 4, 6 of 7 van het buitengewoon onderwijs die afzonderlijk of gezamenlijk kan georganiseerd worden.
- OV 3
het buitengewoon secundair beroepsonderwijs dat tot doel heeft aan de leerling een algemene, sociale en beroepsvorming te geven, teneinde hun integratie mogelijk te maken in een gewoon leef- en arbeidsmilieu. Deze opleidingsvorm kan zijn van het type 1, 3, 4, 6 of 7 van het buitengewoon onderwijs die afzonderlijk of gezamenlijk kan georganiseerd worden.
- OV 4
het secundair algemeen, technisch, kunst- en beroepsonderwijs met doorstromingsafdeling of met kwalificatieafdeling. Het secundair onderwijs met doorstromingsafdeling heeft tot doel de leerlingen voor te bereiden op de voortzetting van de studies en tevens de leerling de mogelijkheid biedt zich in te schakelen in het actieve leven.
|
| |
IV. Het geďntegreerd onderwijs GON
|
Het geďntegreerd onderwijs GON
|
| |
Is een samenwerking tussen het gewoon basisonderwijs en het buitengewoon onderwijs. Het is bedoeld om leerlingen met een handicap en/of leer- en opvoedingsmoeilijkheden tijdelijk of permanent, gedeeltelijk of volledig de lessen of activiteiten te laten volgen in een school voor gewoon basisonderwijs met hulp vanuit een school voor buitengewoon onderwijs die daartoe aanvullende lestijden en/of aanvullende uren krijgt en via het werkingsbudget een integratietoelage of –krediet krijgt.
Een GON-leerling is een leerling met een handicap die geďntegreerd is in een gewone basisschool, secundaire school of hogeschool. Hij zit niet apart in een of ander type van het buitengewoon onderwijs.
Maar een gewone school is minder aan de specifieke behoeften van een andersvalide aangepast. Om vlot te kunnen leren moet de hinder verminderen die hij van zijn handicap ondervindt. Daarom krijgt hij hulp van een GON-begeleider, een leerkracht of paramedicus (kinesist, logopedist) die in het buitengewoon onderwijs werkt.
Die begeleider gaat bijv. mee op zoek naar teksten in brailleschrift of geschikte versterkingsapparatuur .Hij helpt niet alleen de individuele GON-leerling, ook de gastschool.Hij leert het team deskundiger met de handicap van de GON-leerling omgaan.
Geďntegreerd onderwijs is een stap in de richting van inclusief onderwijs, waarbij scholen aan de leerbehoeften en specifieke hulpvragen van zoveel mogelijk leerlingen tegemoet komen, zonder ze in aparte scholen van verschillende types onder te brengen.
In de meeste Europese landen is dat inclusief onderwijs ondertussen een feit. Een GON-leerling krijgt hulp om zich te integreren in de gewone school, een inclusieve school past zich aan de diversiteit van al haar leerlingen aan.
Het Vlaams Fonds voor Sociale Integratie van Personen met een handicap vindt dat personen met een handicap op een evenwaardige manier aan alle aspecten van het maatschappelijk leven moeten kunnen deelnemen. Het reguliere onderwijs is er één van.
Op hun site www.vlafo.be kun je terecht voor meer informatie.
Kinderen die geďntegreerd onderwijs willen volgen, moeten allereerst voldoen aan de toelatingsvoorwaarden voor het buitengewoon onderwijs. Daarnaast moeten ze beschikken over een attest geďntegreerd onderwijs en een integratieplan. Het attest geďntegreerd onderwijs wordt opgemaakt door een centrum voor leerlingenbegeleiding(CLB) vroeger PMS |
| |
Voor Nederland kan je informatie over onderwijs vinden op volgende sites.
www.autisme-nva.nl
www.autsider.net
|
| |
|
|
|