|
|
PRAKTISCHE
TIPS of
WEGWIJS
NA EEN ONGEVAL © |
|
De
definitie van elk met *
gemarkeerd woord kan men terugvinden in de
Woordenlijst |
|
Met
dank aan advocaat Pascal Mortier uit Gent.
|
V.Z.W.
VERKEERSSLACHTOFFERS kan jullie enkel dienen dankzij
onze bereidwillige medewerkers die zich kosteloos
inzetten. Onze V.Z.W. ontvangt geen enkele subsidie
noch sponsoring. Onze enige inkomsten
zijn de lidgelden. Op vandaag tellen wij minder
dan 10 leden.
Wij
verzoeken elke sympathisant om lid te worden.
Je
wordt lid (voor
een jaar) door storting
van slechts 15
€ op bankrekening
979-9574501-24
(IBAN:
BE81 9799 5745 0124 - BIC: ARSPBE22).
|
|
DE
PRAKTISCHE TIPS SAMENGEVAT :
1°
Zorg steeds voor bewijzen
-
van het verloop van het ongeval (getuigen, foto's,
aanrijdingsformulier, en proces-verbaal door de
Politie)
- van uw lichamelijke letsels (tijdig medische onderzoeken
en verslagen)
- van uw kosten (facturen, apothekersbriefjes, en
zo meer)
2°
Zet de juiste
stappen om alle vergoedingen
te bekomen (o.a. : Wie
verwittigen (altijd - in buitenland - na
overlijden) ?)
3°
Ken en verdedig uw rechten en
vraag tijdig raad
-
wees er niet te snel van overtuigd dat u - geheel
of gedeeltelijk - aansprakelijk is voor het ongeval
- besef dat de voertuigexpert de schade raamt in
opdracht van de verzekeringsmaatschappij die de
schade moet vergoeden ; het is dus vaak aangewezen
om na deze voertuigexpertise het advies in te winnen
van een eigen raadgevende expert
- zo ook dienen de medische besluiten opgemaakt
door de raadsgeneesheer van de verzekeringsmaatschappij
daarna te worden nagezien door uw eigen
raadsgeneesheer, die in vele gevallen zal
oordelen dat uw graad van blijvende arbeidsongeschiktheid*
(afgekort "B.A.O.") op een hoger percentage
moet worden vastgelegd
- zeker dient u de schadevergoeding voorgesteld
door de verzekeringsmaatschappij eens voor te leggen
aan uw advocaat, die zo kan nagaan
welke schadeposten vergeten zijn of te laag worden
vergoed; onderteken nooit een document van de verzekeringsmaatschappij
vooraleer daarover degelijke raad te hebben ingewonnen!
|
Deze
drie vuistregels van het slachtoffers worden hieronder verduidelijkt.
Sommige tips lijken evident, maar zou u er tijdig aan denken?.
Zonodig
kan u bijkomende inlichtingen bekomen bij V.Z.W.
Verkeersslachtoffers (zie de telefoonnummers
hieronder of stuur
een e-mail naar onze V.Z.W. ). Bel ons
maar eens. Wij helpen u met plezier.
|
|
WAT MOET U DOEN ONMIDDELLIJK
NA HET ONGEVAL ?
A. Verzamel onmiddellijk bewijzen
1. Door de aanrijding
is men geschrokken, mogelijks zelfs in de war. Nochtans zijn
de eerste paar minuten na het ongeval van het grootste belang
om later te kunnen bewijzen hoe het ongeval is verlopen, wie
aansprakelijk is voor dit ongeval en welke schade precies
werd geleden.
Is
u overstuur, aarzel dan niet een vriend(in) erbij te roepen.
1.1 Het bewijs
van het verloop van het ongeval
kan vooral als volgt worden geleverd :
a.
via getuigen, door de nummerplaten
van de wegrijdende bestuurders te noteren en door de adressen
te verzamelen van de toekijkende getuigen (vooraleer dezen
verdwijnen);
b. blijft
er discussie bestaan over de juiste ongevalsomstandigheden,
dan dient de politie (tel.: 101)
te worden tussengeroepen; dit dient in elk geval te
gebeuren wanneer één van de betrokkenen verwond
is geraakt;
c. het is
aangeraden dat het Europese aanrijdingsformulier
steeds wordt ingevuld, ook als er politie tussenkomt; zie
meer hierna onder nr. 2;
d.
indien mogelijk worden de voertuigen niet verplaatst totdat
de politie ter plaatse is of eventueel totdat u de nodige
foto’s heeft genomen; foto’s
van de twee betrokken voertuigen en van de plaats van het
ongeval zijn in elk geval nuttig om achteraf (bij betwisting
van de aansprakelijkheid) de omstandigheden van het ongeval
duidelijker te maken; dergelijke foto's zijn ook nuttig
om de juiste voertuigschade en om andere schade (vernield
brilglas, beschadigde muziekinstallatie,...) ingevolge het
ongeval te kunnen bewijzen.
Het gebeurt al te vaak dat de foutieve bestuurder plots wegrijdt
(vluchtmisdrijf); heb dan de reflex zijn nummerplaat te noteren
en zoek daarna een getuige.
Regelmatig
tracht de schuldige bestuurder aan zijn aansprakelijkheid
te ontsnappen door een andere feitenversie in elkaar te steken.
Omdat hiervoor enige nadenktijd nodig is, doet u er goed aan
de onmiddellijke invulling van het aanrijdingsformulier
te eisen (anders roept u de politie op - via 101 - ).
Een bijzonder geval: u loopt schade op zonder dat een andere
weggebruiker erbij betrokken is. Enkele voorbeelden:
uw wagen slipt over een zo goed als onzichtbare laag mazout
op het wegdek en wordt daardoor beschadigd; u struikelt over
een niet te voorziene oneffenheid in het voetpad; uw remmen
blokkeren plots. Om dan vergoeding te kunnen bekomen moet
u zeker alle mogelijke bewijzen verzamelen (foto's, getuigenissen,
...). Roep zeker de politie op.
1.2
Ook
de stoffelijke schade
- zoals schade aan uw kledij, fiets, laptop, handtas, GPS,
... - die u bij het ongeval zelf heeft opgelopen moet u zo
goed mogelijk bewijzen. Neem foto's en bewaar de restanten.
Nemen
we het voorbeeld dat uw bril bij de aanrijding
werd beschadigd, dan kunnen hiervan de volgende bewijzen
worden verzameld :
*
u vraagt expliciet aan de politie of desnoods aan getuigen
om vast te stellen dat uw bril werd beschadigd ;
* u neemt een foto van de gebroken bril, bij voorkeur
nog op de plaats van het ongeval zelf ;
* dient de bril volledig te worden vervangen, wil de restanten
dan behouden ; koop zo spoedig mogelijk na het ongeval
een nieuwe bril en vraag hierbij aan de opticien om schriftelijk
te bevestigen dat deze nieuwe bril van dezelfde aard en
waarde is als de vernielde bril ;
* indien de bril daarentegen dient te worden hersteld,
dan zal u hiermee niet wachten en dan zal u aan de opticien
verzoeken om gedetailleerd te beschrijven welke bril hij
heeft hersteld en hoe de diverse herstellingen precies
werden aangerekend ;
* u bezorgt aan anderen enkel maar een fotokopie van alle
nuttige bewijsstukken betreffende de brilschade (zijnde,
naast de vaststellingen door de politie in het proces-verbaal,
1° de aankoopfactuur en het betalingsbewijs betreffende
de beschadigde bril, 2° een paar foto’s van
de brilschade, 3° de gedetailleerde verklaring van
de opticien, en 4° de factuur van de opticien betreffende
de herstelling of betreffende de nieuwe bril).
Noot
1: vaak zal de Rechter brilschade aanvaarden, ook al bestaat
daarvan geen echt, rechtstreeks bewijs; maar hoe sterker
de bewijzen, hoe minder discussie achteraf en hoe hoger
de vergoeding kan zijn.
Noot
2: vaak zal een verzekeringsinspecteur de stoffelijke schade
bij u komen vaststellen, toch wanneer de stoffelijke schade
relatief belangrijk is; bvb. wanneer u beschadiging aan
uw bromfietskledij, aan uw fiets, of aan de muziekinstallatie
in uw auto heeft geleden. Bij de ondertekening van het document
schadevaststelling zal u goed willen nagaan
of bepaalde stoffelijke schade (bvb. de schade aan uw bril
of GSM) niet werd vergeten; een onjuiste of onvolledige
vermelding in de schadevaststelling kan achteraf meestal
niet meer worden rechtgezet.
1.3
U draagt ook de last om uw voertuigschade
te bewijzen.
Wat
het behoud van de restanten, dus het wrak of het herstelbare
voertuig, betreft
zit de schadelijder tussen twee vuren: enerzijds kan hij de
werkelijke schade beter aantonen als het wrak of het herstelbare
voertuig bewaard blijft; anderzijds heeft dit tot gevolg dat
de stallingskosten en bij herstelbaarheid tevens de gebruiksderving
oplopen, terwijl de benadeelde de schade niet nodeloos mag
laten oplopen. Bepaalde gerechtsdeskundigen eisen dat het
voertuig in ongewijzigde staat door hem kan worden onderzocht;
als hij in zijn verslag uitlegt waarom, zal de rechtbank bijna
altijd toestaan dat de gebruiksderving (meestal aan 20 euro
per dag) wordt vergoed tot op de dag van de expertise door
de gerechtsdeskundige.
Zie verder
in het hoofdstuk "Voertuigschade":
B.
Het aanrijdingsformulier
2.
Het Europese aanrijdingsformulier
(A.R.F.) is het voorgedrukte formulier, waarbij aan de twee
betrokkenen van het verkeersongeval wordt gevraagd de inlichtingen
op te geven bedoeld voor de identificatie van de rechtstreeks
en onrechtstreeks betrokkenen en voor de beschrijving van
het ongeval en van de schade.
2.1
Vul steeds het Europese aanrijdingformulier
(A.R.F.) in, zelfs als de politie is opgeroepen. Aan de hand
van dit formulier zal u immers al onmiddellijk de identiteit
van tegenpartij en van diens B.A.-verzekeraar vernemen.
Bovendien
wordt vastgesteld dat men onmiddellijk na het ongeval en in
het bijzijn van de andere bestuurder meestal de ware feiten
weergeeft, maar dat een uurtje piekeren (en spreken) over
het ongeval soms tot verdraaiing van de feiten leidt.
2.2
Het voorblad van het "aanrijdings-formulier" bestaat
uit drie delen:
1°
links voor voertuig A, 2° rechts voor
voertuig B, en 3° in het midden het
gemeenschappelijke deel (voornamelijk de schets).

Onder nr. 2 ("plaats") noteert u tevens het huisnummer
of andere gegevens die de exacte plaats van het ongeval
aangeven (zoals de afstand vanaf de plaats van de aanrijding
en van de eindstand van de voertuigen tot de kilometerpaal
met het nummer zoveel, tot de voordeur van huis nr. zoveel,
tot een bepaalde zijstraat,...) .
Let
zeker op de gedeelten bestemd om de eventuele getuigen te
vermelden (nr.5) en om de voertuigschade te beschrijven (nr.
10 en 11).
De
gegevens van nr. 6 "verzekeringsnemer" staan op
het verzekeringsbewijs (het groene document); vaak gaat het
om een vennootschap (bvb. uw werkgever).
Vergeet niet de relevante vakjes (onder nr. 12. toedracht)
aan te kruisen.
Let daarbij wel op:
- de
juridische term "parkeren", zoals
vermeld onder de eerste drie vakken (dus onder de vakjes
1 t.e.m. 3), heeft een specifieke betekenis: het is
het laten stilstaan van een voertuig gedurende een langere
tijd "dan nodig is voor het in- of uitstappen
van personen of voor het laden of lossen van zaken"
(art. 2.23 Wegcode van 1/12/75)
- onder
vakken 6 en 7 is sprake van "verkeersplein";
hoewel deze term in geen enkele wettekst kan worden
teruggevonden mag worden aangenomen dat daarmee een
"rotonde" (rondpunt) wordt bedoeld
; dit is een "weg waarop het verkeer in één
richting geschiedt rond een aangelegd middeneiland"
(art. 2.39 Wegcode); het is voorzien van het verkeersbord
D5, "verplicht rondgaand verkeer" (een rond
verkeersbord met daarop drie witte pijlen achter elkaar)
- bij
de vakjes 8 t.e.m. 10 wordt de term "rijstrook"
aangewend; dit is "elk deel
van een rijbaan die in haar langsrichting verdeeld is
door één of meer witte doorlopende of
onderbroken strepen" (of door gelijkgestelde
strepen)
(art. 2.2 Wegcode).
2.3
Kijk veiligheidshalve de officiële documenten
van tegenpartij na: is hij nog geldig verzekerd (groene
kaart), noteert hij zijn identiteit juist, met wiens wagen
rijdt hij, heeft hij een rijbewijs,...? Zijn de boorddocumenten
niet in orde: de politie verwittigen.
2.4 Lees goed het volledige formulier en noteer aandachtig
de gevraagde gegevens. Door uw handtekening
verbindt u zich tot het definitief aanvaarden van de door
u genoteerde gegevens en van de gemeenschappelijke gedeelten
(waaronder vooral de schets). De bewijskracht daarvan ligt
dus vast.
Stemmen
de versies van A en van B overeen, dan kunnen in principe
geen grote discussies meer rijzen over de belangrijkste feiten.
De latere, andersluidende verklaring tegenover de politie
wordt als minder geloofwaardig beschouwd (met bepaalde uitzonderingen).
Maar vaak kan via het - toch wel zeer beknopte - aanrijdingsformulier
niet het volledige verloop van het ongeval duidelijk worden
gemaakt.
Schrijf
steeds onder "opmerkingen" (nr. 14) wat u belangrijk
vindt (bvb.: "Ik reed volledig reglementair,
aan ongeveer 50 km/ u., met een voldoende veiligheidsafstand
tegenover mijn voorligger B; maar opeens remde deze zeer bruusk,
met kriepende banden, omdat hij blijkbaar plots een vriendin
op het voetpad had opgemerkt"). Er is maar
weinig plaats, maar zo nodig kan u verder schrijven op de
rand van het formulier.
TIPS
bij het schrijven van de opmerkingen:
-
plaats uw handtekening pas nadat tegenpartij het volledige
formulier heeft ingevuld;
- indien
tegenpartij iets zou noteren dat onjuist is, vermeld dit
dan bij uw "opmerkingen".
Het
achterblad van het aanrijdings-formulier is volledig voor
uzelf voorbehouden; dit mag u dus achteraf, thuis, invullen.
2.5
De politierechtbanken* hechten een zeer groot belang aan de
situatieschets van de aanrijding (nr. 13)
om te bepalen wie van de twee bestuurders aansprakelijk is.
De schets wordt beschouwd als het belangrijkste gemeenschappelijke
deel, dat door de handtekening van de twee partijen werd aanvaard,
en het heeft dan ook een grote bewijswaarde.
Maak
dus na het ongeval zo
volledig en nauwkeurig
mogelijk
deze schets op.
Zo is het reeds meermaals gebeurd dat bestuurder B aansprakelijk
wordt geacht, omdat op de tekening te zien is dat de neus
van zijn auto reeds op het kruispunt is gekomen of dat zijn
auto niet volledig aan de rechterzijde van de weg aan het
rijden was.
TIPS
bij het tekenen van de situatieschets:
- laat de opmaak van deze schets niet over aan de andere
bestuurder; wees zeer nauwkeurig bij deze opmaak (zie hierboven);
-
geef aan hoe en waar de voertuigen elkaar precies hebben
geraakt, en teken (of schrijf) van waar de voertuigen kwamen
en waar ze na de aanrijding uiteindelijk tot stilstand zijn
gekomen; u kan het rijgedrag van de twee bestuurders duidelijk
maken door de 2 voertuigen 2 of 3 keer te tekenen, nl. 1°
op de plaats van waar u en tegenpartij oorspronkelijk kwamen,
2° op het ogenblik van de aanrijding, en eventueel ook
3° de uiteindelijke stand na de aanrijding;
-
u tekent de voertuigen op de plaats van de contactname in
volle lijnen, de andere plaatsen van de voertuigen in stippellijnen;
- de gevolgde richting van de 2 voertuigen duidt u aan door
middel van pijltjes;
de gewenste richting kan u ook aanduiden, maar bij voorkeur
door pijltjes getekend in stippellijnen;
- u kan met korte woorden op de schets enkele bijkomende
verduidelijkingen geven.
2.6
"De politie heeft gezegd dat de andere in fout is",
telt niet. Politie-agenten kennen vaak goed de Wegcode, maar
ze zijn geen juristen en ze hebben geen kaas gegeten van het
aansprakelijkheidsrecht (i.h.b. van de rechtspraak betreffende
- de verdeling van - de aansprakelijkheid tussen twee weggebruikers).
De enige die definitief kan beslissen wie aansprakelijk is
is de (politie)rechtbank. Deze zal haar oordeel vormen op
basis van alle gegevens, en dus mogelijks niet alleen op basis
van het aanrijdingsformulier maar ook van de getuigen, voertuigschadepatronen,
latere verklaringen van de bestuurders, foto's, ...
2.7
Waarschuwing: het gebeurt regelmatig
dat de aansprakelijke eerst de indruk geeft de schade in der
minne te willen regelen; hij acht de invulling van een aanrijdingsformulier
overbodig
en vraagt u mee te rijden naar huis; ondertussen of daarna
telefoneert hij/zij met een vriend(in); plots worden de ongevalsfeiten
verdraaid en wordt u door tegenpartij in fout gesteld. In
dezelfde zin: eerst aanvaardt tegenpartij om zelf de lichte
herstellingskosten aan uw voertuig te vergoeden; maar wanneer
u enkele dagen later de herstellingsfactuur voorlegt wordt
gerepliceerd dat er veel minder schade zou zijn veroorzaakt
door het ongeval. Dit toont aan dat
een onmiddellijke, degelijke en volledige invulling van het
aanrijdingsformulier meer dan nuttig is.
Maar
in vele gevallen volstaat een aanrijdingsformulier niet en
moet u...
C. Wachten op de politie
3.
Wanneer geen gemeenschappelijk aanrijdingsformulier kan worden
opgesteld moet u de politie oproepen om ter
plaatse een proces-verbaal* op te maken. U moet in het bijzonder
in de volgende gevallen de politie oproepen:
-
u rijdt een verkeersbord omver, of u rijdt een geparkeerde
auto aan en de eigenaar van deze auto daagt niet op; mocht
u in een dergelijk geval wegrijden, bvb. omdat de schade
zeer licht is, dan pleegt u vluchtmisdrijf; het
risico op veroordeling wegens vluchtmisdrijf loopt u ook
indien geen door beide bestuurders ondertekend aanrijdingsformulier
(of soortgelijk document) wordt opgesteld en tegenpartij
na uw wegrijden aangifte bij de politie doet;
-
als er een persoon werd verwond, moet de politie
eveneens ter plaatse proces-verbaal opstellen; voelt u bvb.
nek- of hoofdpijn, laat dit dan door de politie noteren;
- het verzekeringsbewijs en/of andere boorddocumenten
van de aansprakelijke tegenpartij zijn niet in orde;
- door het ongeval is een verkeersonveilige toestand
ontstaan (bvb. brokstukken of olie op de weg); soms zal
dan de brandweer worden opgeroepen.
Daarnaast
is het niet verplicht maar wel aangeraden
om de politie op te roepen :
-
indien de andere bestuurder op het aanrijdingsformulier
een onjuiste feitenversie noteert, om te trachten te ontsnappen
aan zijn aansprakelijkheid;
-
indien u belangrijke niet-evidente stoffelijke schade heeft
opgelopen (een gebroken uurwerk, een niet meer spelende
muziekinstallatie, een gebroken antieke vaas,...) ; in plaats
van de tussenkomst van de politie kan u ook kiezen voor
een minnelijke beschrijving van de schade, voor akkoord
ondertekend door de tegenpartij.
Tegenwoordig
tracht de politie haar tussenkomst te beperken tot het helpen
invullen van het aanrijdingsformulier. Deze methode biedt
uiteraard minder duidelijkheid en zekerheid dan een proces-verbaal.
Zo ontstaat vaak heel wat discussie omtrent de aansprakelijkheid,
en zo ontstaat uiteindelijk heel wat onrecht, omdat de niet-foutieve
bestuurder niet kan bewijzen dat de andere aansprakelijk was
en omdat hij zo geen vergoeding kan bekomen. Bovendien ontlopen
daders van verkeersovertredingen en van slagen of verwondingen
zo hun - vaak toch wel verdiende - bestraffing.
Besef
ook de nadelen van de tussenkomst van de
politie:
D.
De vaststellingen door de politie
4.
Aangaande deze vaststellingen vooreerst de volgende bemerkingen:
- ze
hebben volgens de wet een bijzondere bewijswaarde
- zorg
ervoor dat de politie nog zo goed mogelijk kan zien
hoe het ongeval is gebeurd; indien mogelijk worden de
voertuigen, brokstukken, glasscherven, e.d.m. niet verplaatst,
of desnoods pas na het nemen van foto's of na aftekening
met watervast krijt
- ook
als de politieagenten nogal gehaast (lijken te) zijn,
zal u niettemin de nodige tijd uittrekken om op een
gedetailleerde wijze het volledige verloop van het ongeval
uiteen te zetten;
- neem
overigens tegenover de politie zelf het nodige initiatief,
bvb. door te wijzen op een ver weggeslingerd brokstuk,
door de identiteit van getuigen mee te delen of door
te vragen een welbepaald vermoeden (bvb. de alcoholintoxicatie*
van tegenpartij of het niet branden van de lichten van
de andere auto) te onderzoeken; op het einde van de
tussenkomst van de politie kan u trouwens navragen of
alle voormelde elementen wel degelijk zijn genoteerd
- stelt
u bij de nalezing van uw verklaring bepaalde onnauwkeurigheden
vast, aarzel dan niet de verbetering ervan te vragen;
houd voor ogen dat de verklaringen achteraf door de
advokaten bijna woord voor woord onder de loep worden
genomen.
5.
Vaak tracht de politie het papierwerk voor de opmaak van een
proces-verbaal te vermijden (zie hoger nr. 3). Enig aandringen
kan dus nodig zijn; wijs erop dat de andere bestuurder misdrijven
(verkeersovertredingen en evt. onopzettelijk slagen) heeft
begaan, die moeten worden bestraft. De politie moet een nauwkeurige
schets van de plaats van het ongeval, met opmetingen en met
de aftekening van de betrokken voertuigen, opmaken; zij moet
bovendien de nuttige vaststellingen betreffende de voertuigen,
de bestuurders en de ongevalsomstandigheden doen; zij dient
tevens de verklaringen af te nemen van de betrokken bestuurders
en van eventuele getuigen.
Dit volledige bundel wordt nadien gevoegd in het strafdossier
dat in handen is van de parketmagistraat, zijnde de Procureur
des Konings*. Deze zal normalerwijze enkel de inzage in het
strafdossier toestaan van zodra alle onderzoeksdaden achter
de rug zijn; houd voor ogen dat het dus gemakkelijk een jaar
kan duren vooraleer u de verklaring van de andere partij,
de vaststellingen en de schets door de verbalisanten, en de
andere delen van het strafdossier kan vernemen!
6.
In die context wordt opgemerkt dat de politie op uw eerste
verzoek onmiddellijk een afschrift van uw eigen verklaring
en (later) een informatieblad met daarop de identiteit van
de betrokken partijen en van hun B.A.-verzekeraars* moet overmaken.
Vraag steeds aan de politie een kopie van uw verklaring en
van het inlichtingenblad, o.a. omdat zo het strafdossier gemakkelijk
kan worden geïdentificeerd.
E. Klacht achteraf
7.
Indien u het bovenstaande niet zou hebben gedaan, dan kan
het nodige bewijs mogelijks nog worden geleverd doordat u
enkele weken of maanden na het ongeval toch nog klacht neerlegt
bij de politie, foto’s maakt van de plaats van het ongeval
en van uw voertuigschade, en inzover mogelijk zorgt voor schriftelijke
getuigenverklaringen. Soms is de aanstelling van een raadgevende
voertuigexpert (deskundige in verkeersaansprakelijkheid) aangewezen.
Besef:
enkel als u de aansprakelijkheid van de andere bestuurder
kan bewijzen is u gerechtigd op schadevergoeding (maar
zie ook de talrijke uitzonderingen onder
"Vergoedingen").
|
| |
| F.
Wie
verwittigen na het ongeval ?
8.
Vanzelfsprekend
zal u binnen de 24 uur na het ongeval contact nemen met uw
makelaar of rechtstreeks met uw B.A.-verzekeraar,
om zo de nodige informatie over het ongeval te verstrekken.
In
voorkomend geval bovendien verwittigen,
kort na het ongeval :
- als
er medische kosten door het verkeersongeval zijn veroorzaakt:
uw ziekenfonds
- als
het gaat om een verkeersongeval van of naar uw werk of om
een eigenlijk arbeidsongeval (op het werk):
uw werkgever + arbeidsongevallenverzekeraar
(aangifteformulier zo spoedig mogelijk invullen en opsturen)
- als
er dekking bij een andere verzekeringsmaatschappij bestaat:
de andere betrokken verzekeringsmaatschappij(en)
(zoals verzekering voor: eigen schade /
schoolongevallen / hospitalisatie / inkomstenverlies / gezin
/ reis /...); zeker ook je rechtsbijstandsverzekeraar
* (die de eerste stappen voor de schadevergoeding
zal zetten).
Als je verwond werd zal je wellicht per spoedopname
in het dichtstbijzijnde ziekenhuis worden opgenomen.
Het ziekenhuis heeft nodig:
• je identiteitskaart;
• je mutualiteitsgegevens / SIS-kaart;
• gegevens over je hospitalisatie- of
soortgelijke verzekering.
Houd deze informatie dus steeds bij !
|
............En
wat bij overlijden?................
9.
Het overlijden van een naaste veroorzaakt de diepst mogelijke
droefheid. Wie een partner, ouder of kind verliest moet
nochtans de tranen verbijten om heel wat praktische zaken
te regelen. Hier volgt een lijst van de personen (en diensten)
die moeten worden gecontacteerd:
1°
Bevolkingsdienst van de gemeente van het overlijden:
voor aangifte van overlijden en voor de toelating tot begraven/cremeren;
meestal doet de begrafenisondernemer hiervoor het nodige;
TIP:
vraag onmiddellijk een drietal uittreksels uit de overlijdensakte
aan (daar u een dergelijk uittreksel meermaals zal moeten
voorleggen)
2°
De gekozen begrafenisondernemer;
deze zorgt meestal niet alleen voor de begrafenis zelf,
maar ook voor het drukken van het overlijdensbericht en
de publicatie in de kranten, voor de aangifte van overlijden,
en voor de aanvraag tot begraven of cremeren
3°
De priester of het crematorium
4°
Gaat het om een arbeidsongeval*: de arbeidsongevallenverzekeraar
(die tussenkomt in de kosten voor begrafenis, voor geneeskundige
verstrekkingen, en voor bepaalde verplaatsingen, en die
onder bepaalde voorwaarden een rente uitkeert aan de weduwe
of weduwnaar en aan de kinderen)
5°
Pensioendienst van uw gemeente:
voor aanvraag weduwe- of weduwnaarspensioen;
6°
Bank: betaalt bij overlijden
meestal een zeker bedrag uit;
opmerking:
vanaf het overlijden vervallen alle volmachten, o.a. de
eventuele volmacht om de bankkluis van de overledene te
mogen openen; zo ook worden de rekeningen van de overledene
geblokkeerd
7°
Administratie der pensioenen,
sectie begrafenisvergoedingen (tel. 02/548 57 11): betaalt
voor (overleden) ambtenaren en gelijkgestelden een begrafenisvergoeding
uit
8°
Ziekenfonds :
-de partner of kinderen die als ten laste van de overledene
waren opgegeven moeten zich nu onder eigen naam lid maken;
als het inkomen laag is geldt een voorkeurtarifering
-voor werknemers en gepensioneerde werknemers wordt een
tussenkomst in de begrafeniskosten betaald van 6.000 fr./149
€
9°
Vakbond: betaalt een vergoeding uit, o.a. afhankelijk
van het aantal jaren lidmaatschap
10°
Notaris van de overledene : als er een notarieel
testament is, en voor inlichtingen (o.a. als de nalatenschap
moet worden verworpen om te ontsnappen aan de schulden van
de overledene) ;
de
Vrederechter maakt bovendien
de akte van bekendheid op, zijnde een officieel
document waaruit blijkt wie erfrechten heeft; het bewijs
hiervan kan ook door een notariële akte worden geleverd;
11°
Verzekeringsmaatschappij:
* de overblijvende partner, of de kinderen, hebben doorgaans
belangrijke rechten tegenover de levensverzekeraar
van de overledene; zie de verzekeringspolissen aangegaan
bij de aankoop van een woning zeker na;
* er kan trouwens recht op een uitkering bestaan bij een
andere bijzondere verzekering (uitvaartverzekering, hospitalisatieverzekering,...);
contacteer zeker de makelaar;
12°
Directie voor de Inschrijving van
Motorvoertuigen: de nummerplaat dient te worden ingeleverd,
behalve als de weduwe of weduwnaar de wagen zelf verder
wil gebruiken
13°
Successierechten
: de erfgenamen moeten een aangifte van nalatenschap indienen
bij de belastingsdiensten, nl. bij het registratiekantoor
van de gemeente waar de overledene zijn laatste woonplaats
had
14°
(het Fonds voor) Kinderbijslag:
voor het verhoogde kinderbijslag (wezengeld)
15°
De instanties van wie het slachtoffer
inkomsten of steun ontving, zoals:
- de werkgever
- de werkloosheidskas
indien het slachtoffer een werkloosheidsuitkering ontving
- het OCMW indien het een steuntrekker was;
16°
Alle personen en instellingen met dewelke de overledene
een vaste contractuele relatie
had (die beëindigd werd door het overlijden) verwittigen
aangaande de beëindiging van deze relatie, zoals:
- huisbaas
- werkgever of school
- electriciteit-, gas-, en watermaatschappij, telecombedrijf,
... (zeker als de woning niet verder wordt gebruikt)
- tijdschriften, kranten en andere abonnementen
- verzekeringen (voor auto, brand, diefstal,...)
- (naast vrienden en familie:) de verenigingen waarvan de
overledene lid was
17°
Ging het om een zelfstandige:
* het
Rijksinstituut voor Sociale Verzekeringen van Zelfstandigen
(RSVZ) verwittigen
* bij een erkend ondernemingsloket vragen de handelsonderneming
uit de kruispuntbank van ondernemingen te schrappen; een
uittreksel van de overlijdensakte volstaat hiervoor
* het plaatselijke kantoor van de BTW-controle op de hoogte
brengen
* de boekhouder/accountant verwittigen (en om raad vragen)
NOOT:
voor psychosociale of therapeutische hulp:
de dienst Slachtofferhulp van een Centrum Algemeen Welzijnswerk
(C.A.W.).
Voor
de Adressen
van voormelde instellingen verwijzen wij u naar ons hoofdstuk
terzake.
Kortom,
kort na het overlijden moeten zeer vele contacten worden
gelegd. Bepaalde nalatigheden terzake kunnen zwaarwichtige
gevolgen met zich brengen!
Soms komt het lichaam in aanmerking voor orgaandonatie.
Hoewel de wet voorziet dat de artsen hiervoor
geen toestemming aan de familie moeten vragen,
gebeurt dit steeds.
Geef de laatste en enige mogelijke positieve
wending aan het drama en sta donatie toe. Mogelijks
wordt de dood van uw dierbare zo het leven van
een ander. Vraag uitleg aan de arts.
Organen die momenteel voor transplantatie
in aanmerking komen zijn: het hart, de longen,
de lever, de nieren, de pancreas, de dunne darm,
gehoorbeentjes, het hoornvlies van het oog en
de huid.
Het lichaam wordt na zorgvuldige verwijdering
van de organen en na schoonmaking teruggebracht
naar
de dienst intensieve zorgen, waar je nog afscheid
kan nemen.
|
Hoe
de strafrechtelijke vervolging verloopt, hoe je schadevergoeding
kan bekomen, en zo meer vind je terug elders op onze website
(zie o.a. het hoofdstuk "Procedures").
Eis
in een latere fase de passende schadevergoedingen
op van de verzekeringsmaatschappij ! Is de overledene
omgekomen ingevolge een verkeersongeval, als niet-foutieve
bestuurder óf als zwakke weggebruiker, dan kunnen
de nabestaanden van de B.A.-verzekeraar bepaalde vergoedingen
vorderen.
Deze
schadevergoedingen zijn o.a.:
a)
morele schade van de ouders,
broers en zusters, kinderen, kleinkinderen, schoonkinderen,...
van de overledene;
b)
begrafenis- en aanverwante kosten;
c)
verlies aan inkomsten en
andere voordelen als gevolg van het overlijden van de
ouder/ levenspartner.
Zie
uitgebreider onder lichamelijke
schade.
........En
wat bij een verkeersongeval in België met een buitenlander
of
in het buitenland?
10.
a.
Uw internationaal verzekeringsbewijs - zijnde de "groene
kaart" - geeft u dekking voor uw burgerrechtelijke
aansprakelijkheid betreffende motorrijtuigen, in de volgende
landen : A (Oostenrijk), AND (Andorra), B (België),
BG (Bulgarije), CH (Zwitserland), CY (Cyprus), CZ (Tsjechische
Republiek), D (Duitsland), DK (Denemarken), E (Spanje),
EST (Estland), F (Frankrijk), FIN (Finland), GB (Groot Brittannië
en Noord-Ierland), GR (Griekenland), H (Hongarije), HR (Kroatië),
I (Italië), IRL (Ierland), IS (IJsland), L (Luxemburg),
LT (Litouwen), LV (Letland), M (Malta), MA (Marokko), N
(Noorwegen), NL (Nederland), P (Portugal), PL (Polen), RO
(Roemenië), S (Zweden), SK (Slowaakse Republiek), SLO
(Slovenië), TN (Tunesië) et TR (Turkije).
Het
Belgisch Bureau van de Autoverzekeraars (BBAV) heeft zich
eveneens met de bureaus van volgende landen verbonden tot
het Algemeen Reglement (zie afdeling II van uw groene kaart)
: AL (Albanië), BiH (Bosnië-Herzegovina), BY (Wit
Rusland)), IL (Israël), IR (Islamitische Republiek
Iran), MD (Moldavië), MK (F.Y.R.O.M., Former Yugoslav
Republic of Macedonia), SCG (Servië en Montenegro),
en UA (Oekraïne). Voor deze landen is de dekking niet
verplicht; de kenletters die ermee overeenstemmen
mogen door uw B.A.-verzekeraar worden doorstreept op de
voorzijde van de groene kaart, zodat u voor de landen waarvan
de kenletters zijn doorstreept desgevallend een bijkomende
B.A.-verzekering moet aangaan.
Ook
uw familiale- of gezinsverzekering verleent dekking in het
vakantieland (in het bijzonder bij een ongeval als voetganger
of fietser). Daarnaast kunnen nog meerdere andere verzekeringspolissen
toepasselijk zijn voor het buitenlands ongeval (zie de polissen
zelf).
Na
een ongeval in het buitenland moet u bovendien onmiddellijk
contact nemen met de bijstandsverlener van uw ziekenfonds
of met de reisverzekeraar.
Deze
zorgt voor de praktische afhandeling betreffende de kosten
van de hospitalisatie, de medische en aanverwante verzorging
en de eventuele terugkeer (repatriëring) naar het
thuisland. Ga enkele dagen vóór u op reis
vertrekt eens langs bij uw ziekenfonds (of bel deze minstens
eens).
Zorg
ervoor dat u tijdens uw reis beschikt over de nodige
telefoonnummers!
b.
Wanneer u vroeger in het buitenland een verkeersongeval
meemaakte ondervond u heel wat moeilijkheden om de vergoeding
voor de geleden schade te bekomen. Sinds enige tijd moet
een vertegenwoordiging in België worden georganiseerd
door elke verzekeraar van de burgerlijke aansprakelijkheid
van een voertuig dat is ingeschreven in een land van de
Europese Economische Ruimte (zijnde: de lidstaten van de
Europese Unie - namelijk
België, Bulgarije, Cyprus, Denemarken, Duitsland,
Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Ierland,
Italië, Letland, Litouwen, Luxemburg, Malta, Nederland,
Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië, Slovenië,
Slowakije,Spanje, Tsjechië, Verenigd Koninkrijk en
Zweden - en
bovendien de niet-lidstaten Noorwegen, Liechtenstein en
IJsland).
Of
juister: alle verzekeringsondernemingen die de risico´s
op het gebied van wettelijke aansprakelijkheid van motorrijtuigen
dekken dienen in iedere andere E.E.R.-lidstaat dan die
waar zij hun officiële vergunning hebben ontvangen
een schaderegelaar aan te wijzen.
Bij
deze vertegenwoordiger van de (buitenlandse) B.A.- verzekeraar
kan u een eis tot schadevergoeding n.a.v. een verkeersongeval
indienen. Deze schaderegelaar heeft tot taak alle informatie
die nodig is voor de afhandeling van elke vraag tot schadevergoeding
te verzamelen; hij moet over deze afhandeling onderhandelen
met de benadeelden. Hij moet dus in staat zijn de zaak in
de officiële taal of talen van de lidstaat van de woonplaats
van de benadeelde te behandelen.
Art.
12. Wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte
aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen
(Inwerkingtreding : 19-01-2003):
§
1. Iedere verzekeringsonderneming die bij toepassing
van artikel 5 van de wet van 9 juli 1975 betreffende
de controle der verzekeringsondernemingen toegelaten
is om de risico's te dekken die zijn ingedeeld bij tak
10 van bijlage I bij het koninklijk besluit van 22 februari
1991 houdende algemeen reglement betreffende de controle
der verzekeringsondernemingen, uitgezonderd de aansprakelijkheid
van de vervoerder, wijst in iedere andere Staat van
de Europese Economische Ruimte dan België, een
schaderegelaar aan.
Deze schaderegelaar wordt belast met de behandeling
en afwikkeling van verzoeken tot schadevergoeding ten
gevolge van een ongeval voorgekomen op het grondgebied
van een land waarvan het Nationaal Bureau aangesloten
is bij het groenekaartsysteem en wanneer het een voertuig
betreft dat gewoonlijk gestald is in een Staat van de
Europese Economische Ruimte, dat verzekerd is voor burgerrechtelijke
aansprakelijkheid motorrijtuigen door de onderneming
die hem heeft aangewezen. De schaderegelaar heeft zijn
woonplaats of vestiging in de Staat waar hij is aangewezen.
§ 2. De keuze van de schaderegelaar wordt overgelaten
aan het oordeel van de verzekeringsonderneming.
§ 3. De schaderegelaar kan voor rekening van een
of meer verzekeringsondernemingen optreden.
§ 4. De schaderegelaar verzamelt, met betrekking
tot de verzoeken tot schadevergoeding, alle inlichtingen
die nodig zijn om deze te kunnen afhandelen en neemt
alle passende maatregelen om over een afwikkeling te
onderhandelen. De vereiste om een schaderegelaar aan
te wijzen doet geen afbreuk aan het recht van de benadeelde,
of diens verzekeringsonderneming, om rechtstreeks degene
die het ongeval heeft veroorzaakt, of diens verzekeringsonderneming,
in rechte aan te spreken.
§ 5. De schaderegelaar beschikt over voldoende
bevoegdheden om de verzekeringsonderneming ten aanzien
van de benadeelden te vertegenwoordigen en om hun verzoeken
tot schadevergoeding volledig af te handelen. Hij moet
in staat zijn de zaak in de officiële taal of talen
van de Staat van de woonplaats van de benadeelde te
behandelen.
Deze
schaderegelaar dient binnen de drie maanden na uw vraag
een gemotiveerd antwoord aan u te geven, in uw taal. Het
uitblijven van een antwoord kan worden beboet. Bij problemen
kan u zich tot het Gemeenschappelijk Motorwaarborgfonds
(GMWF) wenden.
Opgelet:
een schaderegelaar kan enkel bemiddelen om een passende
schadevergoeding op minnelijke wijze na te streven; hij
kan niet voor de rechtbank worden gedagvaard tot betaling
van de passende vergoeding en hij kan niet zelf een dading
aangaan.
De
schaderegelaar past het recht toe van het land waar het
ongeval gebeurd is.
In
veruit de meeste gevallen is het recht van het land waar
het schadegeval is gebeurd van toepassing, ook wat de
vergoeding van de schade betreft.
Het
bovenstaande betekent dat u zo nodig (namelijk als via de
schaderegelaar geen minnelijke regeling wordt bereikt) beroep
zal moeten doen op een buitenlandse advocaat.
Om
de adresgegevens van voormelde vertegenwoordigers te vernemen,
kan u de website van het Gemeenschappelijk Motorwaarborgfonds
raadplegen: http://www.fcga-gmwf.be/accnl.html
(meerbepaald
http://www.fcga-gmwf.be/nl/idassur.html
(met verdere verwijzing naar B/ OPZOEKING VERTEGENWOORDIGER
SCHADEBEHEER) of http://www.fcga-gmwf.be/represent/represent.php#NO2).
Welke
informatie geeft het GMWF?:
- naam en adres van de eigenaar (of de gebruikelijke
bestuurder of de houder) van het motorrijtuig
- naam en adres (en het nummer van de verzekeringspolis)
van zijn verzekeringsonderneming (die de aansprakelijkheid
van de andere bestuurder dekt)
- naam en adres van de schaderegelaar in de Lidstaat
van de woonplaats van de benadeelde.
c.
Bij een ongeval dat in België werd veroorzaakt door
een buitenlands voertuig kan u aangaande uw vergoeding het
Belgisch Bureau van de Autoverzekeraars (BBAV)
aanspreken en zo nodig dagvaarden.
Art.
19bis-1. Wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte
aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen (W.A.M.):
"De Koning laat, onder de voorwaarden die Hij bepaalt,
een nationaal verzekeringsbureau, hierna het Belgisch
Bureau genoemd, toe met als opdracht overeenkomstig de
wetgeving betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering
inzake motorrijtuigen de schade te vergoeden, in België
veroorzaakt door motorrijtuigen die gewoonlijk in het
buitenland gestald zijn".
B.B.A.V.,
Liefdadigheidstraat 33 bus 2, 1210 Brussel
tel. : 02/287.18.11 - fax : 02/287.18.00
Voor
meer info : http://www.bbaa-bbav.be/accnl.html.
Zoals
zoëven gezegd is voor een ongeval in België
het Belgisch recht van toepassing (zowel betreffende de
aansprakelijkheid als betreffende de schadevergoeding).
Dus wanneer het verkeersongeval met de buitenlander in
België is gebeurd kan u de zaak, via een Belgische
advocaat, voor een Belgische rechtbank inleiden.
Met dank aan advocaat Pascal
MORTIER uit GENT |
Naar
boven
*
* *
*
Vragen
van leden
Lid:
"In het begin heeft de andere
bestuurder nooit betwist dat hij in fout was voor het
ongeluk. Hij verontschuldigde zich zelfs. Nu, zes maanden
later, krijg ik een brief, en daarbij wordt beweerd
dat ik geen vergoeding kan krijgen omdat ik niets zou
bewijzen. Wat moet ik doen ?"
V.Z.W.: Bij een
dergelijke betwisting van de aansprakelijkheid is
het meestal aangeraden om thans toch nog klacht neer
te leggen bij de politie. Wil tevens, inzover mogelijk,
zorgen voor foto’s van de plaats van het ongeval
en van de voertuigschade. In bepaalde gevallen is
het aangewezen om een voertuigexpert aan te stellen,
die dan op grond van de gekende gegevens mogelijks
kan aanduiden wie aansprakelijk moet zijn voor het
ongeval. Uiteraard mogen ook achteraf getuigenverklaringen
worden verzameld.
Zie ook onder nr. 7.
Mocht
u de aansprakelijkheid in hoofde van tegenpartij uiteindelijk
niet kunnen bewijzen, dan kan u enkel nog nagaan of
u geen vergoeding kan bekomen op grond van een of
andere wet of van een verzekeringspolis. Zie Vergoedingen.
|
Word
lid van de V.Z.W. door storting van slechts 15 €/jaar
op bankrekening 979-9574501-24.
Grasduin
in onze website via de Inhoudsopgave
met
hyperlinks!
|
|
|
|  |
|