<%@LANGUAGE="JAVASCRIPT" CODEPAGE="1252"%> wegwijs na een ongeval
 
V.Z.W. VERKEERSSLACHTOFFERS
Vereniging voor bijstand na een ongeval
Word geen tweede keer slachtoffer! Vraag tijdig Inlichtingen! Wij helpen u verder!
Juridisch - Voertuigtechnisch - Medisch
 
- Naar HOMEPAGE
Doel E-mail onze V.Z.W. Contactpersonen Woordenlijst A-D / E-O / P-Z
Tips na een ongeval
Procedures
Vergoedingen
 
Voertuigschade
Lichamelijke schade
Juridische teksten
Psychologische hulp
Klachten
Adressen
Links
 
Woordenlijst
Heet van de naald
 
Inhoudstafel
 
E-mail onze V.Z.W.
PRAKTISCHE TIPS of WEGWIJS NA EEN ONGEVAL ©

De definitie van elk met * gemarkeerd woord kan men terugvinden in de Woordenlijst


Met dank aan advocaat Pascal Mortier uit Gent.


 

DE PRAKTISCHE TIPS SAMENGEVAT :

Zorg steeds voor bewijzen

- van het verloop van het ongeval (getuigen, foto's, aanrijdingsformulier, en proces-verbaal door de Politie)
- van uw lichamelijke letsels (tijdig medische onderzoeken en verslagen)
- van uw kosten (facturen, apothekersbriefjes, en zo meer)

Zet de juiste stappen om alle vergoedingen te bekomen (o.a. : Wie verwittigen (altijd - in buitenland - na overlijden) ?)

Ken en verdedig uw rechten en vraag tijdig raad

- wees er niet te snel van overtuigd dat u - geheel of gedeeltelijk - aansprakelijk is voor het ongeval
- besef dat de voertuigexpert de schade raamt in opdracht van de verzekeringsmaatschappij die de schade moet vergoeden ; het is dus vaak aangewezen om na deze voertuigexpertise het advies in te winnen van een eigen raadgevende expert
- zo ook dienen de medische besluiten opgemaakt door de raadsgeneesheer van de verzekeringsmaatschappij daarna te worden nagezien door uw eigen raadsgeneesheer; deze zal in vele gevallen oordelen dat uw graad van blijvende arbeidsongeschiktheid* (afgekort "B.A.O.") of blijvende ongeschiktheid (afgekort "B.O.") op een hoger percentage moet worden vastgelegd
- zeker dient u de schadevergoeding voorgesteld door de verzekeringsmaatschappij eens voor te leggen aan uw advocaat; zo kan deze nagaan welke schadeposten vergeten zijn of te laag worden vergoed; onderteken nooit een document van de verzekeringsmaatschappij vooraleer daarover degelijke raad te hebben ingewonnen!

 

 

 

Deze drie vuistregels van het slachtoffers worden hieronder verduidelijkt. Sommige tips lijken evident, maar zou u er tijdig aan denken?.

 

 

Zonodig kan u bijkomende inlichtingen bekomen bij V.Z.W. Verkeersslachtoffers (zie de telefoonnummers hieronder of stuur een e-mail naar onze V.Z.W. bijstand@verkeersslachtoffers.be). Bel ons maar eens. Wij helpen u met plezier.

 

 



WAT MOET U DOEN ONMIDDELLIJK NA HET ONGEVAL ?


A. Verzamel onmiddellijk bewijzen

1.
Door de aanrijding is men geschrokken, mogelijks zelfs in de war. Nochtans zijn de eerste paar minuten na het ongeval van het grootste belang om later te kunnen bewijzen hoe het ongeval is verlopen, wie aansprakelijk is voor dit ongeval en welke schade precies werd geleden.

1.1 Het bewijs van het verloop van het ongeval kan vooral als volgt worden geleverd :

a. via getuigen, door de nummerplaten van de wegrijdende bestuurders te noteren en door de adressen te verzamelen van de toekijkende getuigen (vooraleer dezen verdwijnen);

b. blijft er discussie bestaan over de juiste ongevalsomstandigheden, dan dient de politie (tel.: 101) te worden tussengeroepen; dit dient in elk geval te gebeuren wanneer één van de betrokkenen verwond is geraakt;

c. het is aangeraden dat het Europese aanrijdingsformulier steeds wordt ingevuld, ook als er politie tussenkomt; zie meer hierna onder nr. 2;

d. indien mogelijk worden de voertuigen niet verplaatst totdat de politie ter plaatse is of eventueel totdat u de nodige foto’s heeft genomen; foto’s van de twee betrokken voertuigen en van de plaats van het ongeval zijn in elk geval nuttig om achteraf (bij betwisting van de aansprakelijkheid) de omstandigheden van het ongeval duidelijker te maken; dergelijke foto's zijn ook nuttig om de juiste voertuigschade en om andere schade (vernield brilglas, beschadigde muziekinstallatie,...) ingevolge het ongeval te kunnen bewijzen.


Voor alle duidelijkheid wordt hier een goed voorbeeld gegeven van een volledig bundel foto’s bij een aanrijding tussen een personenauto en een motorfiets:

1. Foto's betreffende de plaats van het ongeval - enkel nodig bij betwisting van de aansprakelijkheid

1.1 Foto’s betreffende de plaats van het ongeval zelf :
a. overzichtsfoto van het remspoor van de auto ;
b. detailfoto van het einde van het remspoor ;
c. enkele foto’s van de haag die het zicht beperkte, genomen vanuit de twee rijrichtingen
d. enkele foto’s van de brokstukken op de weg

1.2 Foto’s genomen vanuit de rijrichting van de motorfietser M :
a. op 100 meter van de plaats van het ongeval; met de bemerking: aan 60 km/u. legt men een afstand van 16,667 m per seconde af, terwijl de tijd om te beginnen reageren (de reactietijd) minstens 1 seconde is en terwijl daarbovenop de remtijd dient te worden gerekend;
b. op 50 meter ;
c. op 20 meter ;
d. op 5 à 10 meter ;

1.3 Foto’s vanuit de rijrichting van de autobestuurster A, op dezelfde afstanden als hierboven onder nr. 1.1.


1.4 Detailfoto's van de brokstukken, van het oliespoor, van de beschadigde huisgevel, ...

2. Foto’s van de schade aan de auto - steeds nuttig (ook zonder betwisting van de aansprakelijkheid)

2.1 Foto van de achterzijde (noot : steeds een foto nemen van het voertuig met daarop zijn nummerplaat !).
2.2 Foto’s van de impactschade aan het voertuig, zowel een overzichtsfoto als detailfoto’s.
2.3 Een paar foto’s van het dak (zie de indeuking links vooraan).
2.4 Enkele foto’s van de binnenzijde van het voertuig.

3. Foto's van de schade aan de motorfiets - steeds nuttig (ook zonder betwisting van de aansprakelijkheid)

3.1 Een foto van de twee zijkanten en van de achterzijde van de motorfiets.
3.2 Een foto van bovenaan genomen.
3.3 Een foto van de zijkant, met een meetlat vanaf het midden van het voorwiel tot het midden van het achterwiel (als bewijs dat de motorfiets 8 cm korter is geworden).
3.4 Detailfoto’s van de schade en van de voorvork.

Bemerking : indien bepaalde zaken beschadigd werden (de zonnebril op het dashboard, de valhelm, een kist wijn in de koffer, …) daarvan dan ook de nodige foto’s nemen – zie hieronder.


Het gebeurt al te vaak dat de foutieve bestuurder plots wegrijdt (vluchtmisdrijf); heb dan de reflex zijn nummerplaat te noteren en zoek daarna een getuige.

Regelmatig tracht de schuldige bestuurder aan zijn aansprakelijkheid te ontsnappen door een andere feitenversie in elkaar te steken. Omdat hiervoor enige nadenktijd nodig is, doet u er goed aan de onmiddellijke invulling van het aanrijdingsformulier te eisen (anders roept u de politie op - via 101 - ).


Een bijzonder geval: u loopt schade op zonder dat een andere weggebruiker erbij betrokken is. Enkele voorbeelden: uw wagen slipt over een zo goed als onzichtbare laag mazout op het wegdek en wordt daardoor beschadigd; u struikelt over een niet te voorziene oneffenheid in het voetpad; uw remmen blokkeren plots. Om dan vergoeding te kunnen bekomen moet u zeker alle mogelijke bewijzen verzamelen (foto's, getuigenissen, ...). Roep zeker de politie op.

1.2 Ook de stoffelijke schade - zoals schade aan uw kledij, fiets, laptop, handtas, GPS, ... - die u bij het ongeval zelf heeft opgelopen moet u zo goed mogelijk bewijzen. Neem foto's en bewaar de restanten.

Nemen we het voorbeeld dat uw bril bij de aanrijding werd beschadigd, dan kunnen hiervan de volgende bewijzen worden verzameld :

* u vraagt expliciet aan de politie of desnoods aan getuigen om vast te stellen dat uw bril werd beschadigd ;
* u neemt een foto van de gebroken bril, bij voorkeur nog op de plaats van het ongeval zelf ;
* dient de bril volledig te worden vervangen, wil de restanten dan behouden ; koop zo spoedig mogelijk na het ongeval een nieuwe bril en vraag hierbij aan de opticien om schriftelijk te bevestigen dat deze nieuwe bril van dezelfde aard en waarde is als de vernielde bril ;
* indien de bril daarentegen dient te worden hersteld, dan zal u hiermee niet wachten en dan zal u aan de opticien verzoeken om gedetailleerd te beschrijven welke bril hij heeft hersteld en hoe de diverse herstellingen precies werden aangerekend ;
* u bezorgt aan anderen enkel maar een fotokopie van alle nuttige bewijsstukken betreffende de brilschade (zijnde, naast de vaststellingen door de politie in het proces-verbaal, 1° de aankoopfactuur en het betalingsbewijs betreffende de beschadigde bril, 2° een paar foto’s van de brilschade, 3° de gedetailleerde verklaring van de opticien, en 4° de factuur van de opticien betreffende de herstelling of betreffende de nieuwe bril).

Noot 1: vaak zal de Rechter brilschade aanvaarden, ook al bestaat daarvan geen echt, rechtstreeks bewijs; maar hoe sterker de bewijzen, hoe minder discussie achteraf en hoe hoger de vergoeding kan zijn.

Noot 2: vaak zal een verzekeringsinspecteur de stoffelijke schade bij u komen vaststellen, toch wanneer de stoffelijke schade relatief belangrijk is; bvb. wanneer u beschadiging aan uw bromfietskledij, aan uw fiets, of aan de muziekinstallatie in uw auto heeft geleden. Bij de ondertekening van het document schadevaststelling zal u goed willen nagaan of bepaalde stoffelijke schade (bvb. de schade aan uw bril of GSM) niet werd vergeten; een onjuiste of onvolledige vermelding in de schadevaststelling kan achteraf meestal niet meer worden rechtgezet.

1.3 U moet ook uw voertuigschade bewijzen.

Wat het behoud van de restanten, dus het wrak, of van het herstelbare voertuig betreft zit de schadelijder tussen twee vuren: enerzijds kan hij de werkelijke schade beter aantonen als het wrak of het herstelbare voertuig bewaard blijft; anderzijds heeft dit tot gevolg dat de stallingskosten en bij herstelbaarheid tevens de gebruiksderving oplopen, terwijl de benadeelde de schade niet nodeloos mag laten oplopen. Bepaalde gerechtsdeskundigen eisen dat het voertuig in ongewijzigde staat door hem kan worden onderzocht; als hij in zijn verslag uitlegt waarom, zal de rechtbank bijna altijd toestaan dat de gebruiksderving (meestal aan 20 euro per dag) wordt vergoed tot op de dag van de expertise door de gerechtsdeskundige.

Zie verder in het hoofdstuk "Voertuigschade":

 

B. Het aanrijdingsformulier

2. Het Europese aanrijdingsformulier (A.R.F.) is het voorgedrukte formulier, waarbij aan de twee betrokkenen van het verkeersongeval wordt gevraagd de inlichtingen op te geven bedoeld voor de identificatie van de rechtstreeks en onrechtstreeks betrokkenen en voor de beschrijving van het ongeval en van de schade.

2.1 Vul steeds het Europese aanrijdingformulier (A.R.F.) in, zelfs als de politie is opgeroepen. Aan de hand van dit formulier zal u immers al onmiddellijk de identiteit van tegenpartij en van diens B.A.-verzekeraar vernemen.

Bovendien wordt vastgesteld dat men onmiddellijk na het ongeval en in het bijzijn van de andere bestuurder meestal de ware feiten weergeeft, maar dat een uurtje piekeren (en spreken) over het ongeval soms tot verdraaiing van de feiten leidt.

2.2 Het voorblad van het "aanrijdings-formulier" bestaat uit drie delen: 1° links voor voertuig A, 2° rechts voor voertuig B, en 3° in het midden het gemeenschappelijke deel (voornamelijk de schets).

 


Onder nr. 2 ("plaats") noteert u tevens het huisnummer of andere gegevens die de exacte plaats van het ongeval aangeven (zoals de afstand vanaf de plaats van de aanrijding en van de eindstand van de voertuigen tot de kilometerpaal met het nummer zoveel, tot de voordeur van huis nr. zoveel, tot een bepaalde zijstraat,...) .

Let zeker op de gedeelten bestemd om de eventuele getuigen te vermelden (nr.5) en om de voertuigschade te beschrijven (nr. 10 en 11).

De gegevens van nr. 6 "verzekeringsnemer" staan op het verzekeringsbewijs (het groene document); vaak gaat het om een vennootschap (bvb. uw werkgever).


Vergeet niet de relevante vakjes (onder nr. 12. toedracht) aan te kruisen.

Let daarbij wel op:

    • de juridische term "parkeren", zoals vermeld onder de eerste drie vakken (dus onder de vakjes 1 t.e.m. 3), heeft een specifieke betekenis: het is het laten stilstaan van een voertuig gedurende een langere tijd "dan nodig is voor het in- of uitstappen van personen of voor het laden of lossen van zaken" (art. 2.23 Wegcode van 1/12/75)
    • onder vakken 6 en 7 is sprake van "verkeersplein"; hoewel deze term in geen enkele wettekst kan worden teruggevonden mag worden aangenomen dat daarmee een "rotonde" (rondpunt) wordt bedoeld ; dit is een "weg waarop het verkeer in één richting geschiedt rond een aangelegd middeneiland" (art. 2.39 Wegcode); het is voorzien van het verkeersbord D5, "verplicht rondgaand verkeer" (een rond verkeersbord met daarop drie witte pijlen achter elkaar)
    • bij de vakjes 8 t.e.m. 10 wordt de term "rijstrook" aangewend; dit is "elk deel van een rijbaan die in haar langsrichting verdeeld is door één of meer witte doorlopende of onderbroken strepen" (of door gelijkgestelde strepen) (art. 2.2 Wegcode).


2.3
Kijk veiligheidshalve de officiële documenten van tegenpartij na: is hij nog geldig verzekerd (groene kaart), noteert hij zijn identiteit juist, met wiens wagen rijdt hij, heeft hij een rijbewijs,...? Zijn de boorddocumenten niet in orde: de politie verwittigen.


2.4
Lees goed het volledige formulier en noteer aandachtig de gevraagde gegevens. Door uw handtekening verbindt u zich tot het definitief aanvaarden van de door u genoteerde gegevens en van de gemeenschappelijke gedeelten (waaronder vooral de schets). De bewijskracht daarvan ligt dus vast.

Stemmen de versies van A en van B overeen, dan kunnen in principe geen grote discussies meer rijzen over de belangrijkste feiten. De latere, andersluidende verklaring tegenover de politie wordt als minder geloofwaardig beschouwd (met bepaalde uitzonderingen). Maar vaak kan via het - toch wel zeer beknopte - aanrijdingsformulier niet het volledige verloop van het ongeval duidelijk worden gemaakt.

Schrijf steeds onder "opmerkingen" (nr. 14) wat u belangrijk vindt (bvb.: "Ik reed volledig reglementair, aan ongeveer 50 km/ u., met een voldoende veiligheidsafstand tegenover mijn voorligger B; maar opeens remde deze zeer bruusk, met kriepende banden, omdat hij blijkbaar plots een vriendin op het voetpad had opgemerkt"). Er is maar weinig plaats, maar zo nodig kan u verder schrijven op de rand van het formulier.

TIPS bij het schrijven van de opmerkingen:

- plaats uw handtekening pas nadat tegenpartij het volledige formulier heeft ingevuld;
- indien tegenpartij iets zou noteren dat onjuist is, vermeld dit dan bij uw "opmerkingen".

Het achterblad van het aanrijdings-formulier is volledig voor uzelf voorbehouden; dit mag u dus achteraf, thuis, invullen.


2.5
De politierechtbanken* hechten een zeer groot belang aan de situatieschets van de aanrijding (nr. 13) om te bepalen wie van de twee bestuurders aansprakelijk is. De schets wordt beschouwd als het belangrijkste gemeenschappelijke deel, dat door de handtekening van de twee partijen werd aanvaard, en het heeft dan ook een grote bewijswaarde.

Maak dus na het ongeval zo volledig en nauwkeurig mogelijk deze schets op.

Zo is het reeds meermaals gebeurd dat bestuurder B aansprakelijk wordt geacht, omdat op de tekening te zien is dat de neus van zijn auto reeds op het kruispunt is gekomen of dat zijn auto niet volledig aan de rechterzijde van de weg aan het rijden was.

TIPS bij het tekenen van de situatieschets:

- laat de opmaak van deze schets niet over aan de andere bestuurder; wees zeer nauwkeurig bij deze opmaak (zie hierboven);
- geef aan hoe en waar de voertuigen elkaar precies hebben geraakt, en teken (of schrijf) van waar de voertuigen kwamen en waar ze na de aanrijding uiteindelijk tot stilstand zijn gekomen; u kan het rijgedrag van de twee bestuurders duidelijk maken door de 2 voertuigen 2 of 3 keer te tekenen, nl. 1° op de plaats van waar u en tegenpartij oorspronkelijk kwamen, 2° op het ogenblik van de aanrijding, en eventueel ook 3° de uiteindelijke stand na de aanrijding;
- u tekent de voertuigen op de plaats van de contactname in volle lijnen, de andere plaatsen van de voertuigen in stippellijnen;
- de gevolgde richting van de 2 voertuigen duidt u aan door middel van pijltjes;
de gewenste richting kan u ook aanduiden, maar bij voorkeur door pijltjes getekend in stippellijnen;
- u kan met korte woorden op de schets enkele bijkomende verduidelijkingen geven.


2.6
"De politie heeft gezegd dat de andere in fout is", telt niet. Politie-agenten kennen vaak goed de Wegcode, maar ze zijn geen juristen en ze hebben geen kaas gegeten van het aansprakelijkheidsrecht (i.h.b. van de rechtspraak betreffende - de verdeling van - de aansprakelijkheid tussen twee weggebruikers). De enige die definitief kan beslissen wie aansprakelijk is is de (politie)rechtbank. Deze zal haar oordeel vormen op basis van alle gegevens, en dus mogelijks niet alleen op basis van het aanrijdingsformulier maar ook van de getuigen, voertuigschadepatronen, latere verklaringen van de bestuurders, foto's, ...

2.7 Waarschuwing: het gebeurt regelmatig dat de aansprakelijke eerst de indruk geeft de schade in der minne te willen regelen; hij acht de invulling van een aanrijdingsformulier overbodig en vraagt u mee te rijden naar huis; ondertussen of daarna telefoneert hij/zij met een vriend(in); plots worden de ongevalsfeiten verdraaid en wordt u door tegenpartij in fout gesteld. In dezelfde zin: eerst aanvaardt tegenpartij om zelf de lichte herstellingskosten aan uw voertuig te vergoeden; maar wanneer u enkele dagen later de herstellingsfactuur voorlegt wordt gerepliceerd dat er veel minder schade zou zijn veroorzaakt door het ongeval. Dit toont aan dat een onmiddellijke, degelijke en volledige invulling van het aanrijdingsformulier meer dan nuttig is.

 

Maar in vele gevallen volstaat een aanrijdingsformulier niet en moet u...

C. Wachten op de politie

3. Wanneer geen gemeenschappelijk aanrijdingsformulier kan worden opgesteld moet u de politie oproepen om ter plaatse een proces-verbaal* op te maken. U moet in het bijzonder in de volgende gevallen de politie oproepen:

- u rijdt een verkeersbord omver, of u rijdt een geparkeerde auto aan en de eigenaar van deze auto daagt niet op; mocht u in een dergelijk geval wegrijden, bvb. omdat de schade zeer licht is, dan pleegt u vluchtmisdrijf; het risico op veroordeling wegens vluchtmisdrijf loopt u ook indien geen door beide bestuurders ondertekend aanrijdingsformulier (of soortgelijk document) wordt opgesteld en tegenpartij na uw wegrijden aangifte bij de politie doet;

- als er een persoon werd verwond, moet de politie eveneens ter plaatse proces-verbaal opstellen; voelt u bvb. nek- of hoofdpijn, laat dit dan door de politie noteren;

- het verzekeringsbewijs en/of andere boorddocumenten van de aansprakelijke tegenpartij zijn niet in orde;

- door het ongeval is een verkeersonveilige toestand ontstaan (bvb. brokstukken of olie op de weg); soms zal dan de brandweer worden opgeroepen.

Daarnaast is het niet verplicht maar wel aangeraden om de politie op te roepen :

- indien de andere bestuurder op het aanrijdingsformulier een onjuiste feitenversie noteert, om te trachten te ontsnappen aan zijn aansprakelijkheid;

- indien u belangrijke niet-evidente stoffelijke schade heeft opgelopen (een gebroken uurwerk, een niet meer spelende muziekinstallatie, een gebroken antieke vaas,...) ; in plaats van de tussenkomst van de politie kan u ook kiezen voor een minnelijke beschrijving van de schade, voor akkoord ondertekend door de tegenpartij.

De aangifte bij de politie (zie http://www.lokalepolitie.be/5368/politie-abc/159-verkeersongeval.html) heeft als belangrijk voordeel dat de verbalisanten persoonlijke vaststellingen kunnen verrichten, die een betrouwbaar bewijs opleveren.

Tegenwoordig tracht de politie haar tussenkomst te beperken tot het helpen invullen van het aanrijdingsformulier. Deze methode biedt uiteraard minder duidelijkheid en zekerheid dan een proces-verbaal. Zo ontstaat vaak heel wat discussie omtrent de aansprakelijkheid, en zo ontstaat uiteindelijk heel wat onrecht, omdat de niet-foutieve bestuurder niet kan bewijzen dat de andere aansprakelijk was en omdat hij zo geen vergoeding kan bekomen. Bovendien ontlopen daders van verkeersovertredingen en van onopzettelijke slagen of verwondingen zo hun - vaak toch wel verdiende - bestraffing.

Besef ook de nadelen van de tussenkomst van de politie:

  • de politie laat vaak meer dan een uur op zich wachten;
  • zij zal aan beide betrokken bestuurders de boorddocumenten ter inzage opvragen, zodat u een geldboete riskeert wanneer deze niet in orde zijn (bijvoorbeeld wanneer uw schouwingsbewijs verstreken blijkt te zijn); zo ook riskeren de bestuurders een geldboete en zelfs een rijverbod wanneer alcoholintoxicatie* wordt vastgesteld;
  • de bestuurder die fout heeft aan het ongeval zal normalerwijze een geldboete oplopen.

    Het risico op deze sancties bestaat vanzelfsprekend niet indien enkel een aanrijdingsformulier wordt opgesteld, zonder politionele tussenkomst.


D. De vaststellingen door de politie

4. Aangaande deze vaststellingen vooreerst de volgende bemerkingen:

      • ze hebben volgens de wet een bijzondere bewijswaarde
      • zorg ervoor dat de politie nog zo goed mogelijk kan zien hoe het ongeval is gebeurd; indien mogelijk worden de voertuigen, brokstukken, glasscherven, e.d.m. niet verplaatst, of desnoods pas na het nemen van foto's of na aftekening met watervast krijt
      • ook als de politieagenten nogal gehaast (lijken te) zijn, zal u niettemin de nodige tijd uittrekken om op een gedetailleerde wijze het volledige verloop van het ongeval uiteen te zetten;
      • neem overigens tegenover de politie zelf het nodige initiatief, bvb. door te wijzen op een ver weggeslingerd brokstuk, door de identiteit van getuigen mee te delen of door te vragen een welbepaald vermoeden (bvb. de alcoholintoxicatie* van tegenpartij of het niet branden van de lichten van de andere auto) te onderzoeken; op het einde van de tussenkomst van de politie kan u trouwens navragen of alle voormelde elementen wel degelijk zijn genoteerd
      • stelt u bij de nalezing van uw verklaring bepaalde onnauwkeurigheden vast, aarzel dan niet de verbetering ervan te vragen; houd voor ogen dat de verklaringen achteraf door de advokaten bijna woord voor woord onder de loep worden genomen.

5. Vaak tracht de politie het papierwerk voor de opmaak van een proces-verbaal te vermijden (zie hoger nr. 3). Enig aandringen kan dus nodig zijn; wijs erop dat de andere bestuurder misdrijven (verkeersovertredingen en evt. onopzettelijk slagen) heeft begaan, die moeten worden bestraft. De politie moet een nauwkeurige schets van de plaats van het ongeval, met opmetingen en met de aftekening van de betrokken voertuigen, opmaken; zij moet bovendien de nuttige vaststellingen betreffende de voertuigen, de bestuurders en de ongevalsomstandigheden doen; zij dient tevens de verklaringen af te nemen van de betrokken bestuurders en van eventuele getuigen.

Dit volledige bundel wordt nadien gevoegd in het strafdossier dat in handen is van de parketmagistraat, zijnde de Procureur des Konings*. Deze zal normalerwijze enkel de inzage in het strafdossier toestaan van zodra alle onderzoeksdaden achter de rug zijn; houd voor ogen dat het dus gemakkelijk een jaar kan duren vooraleer u de verklaring van de andere partij, de vaststellingen en de schets door de verbalisanten, en de andere delen van het strafdossier kan vernemen!

6. In die context wordt opgemerkt dat de politie op uw eerste verzoek onmiddellijk een afschrift van uw eigen verklaring en (later) een informatieblad met daarop de identiteit van de betrokken partijen en van hun B.A.-verzekeraars* moet overmaken. Vraag steeds aan de politie een kopie van uw verklaring en van het inlichtingenblad, o.a. omdat zo het strafdossier gemakkelijk kan worden geïdentificeerd.


E. Klacht achteraf

7. Indien u het bovenstaande niet zou hebben gedaan, dan kan het nodige bewijs mogelijks nog worden geleverd doordat u enkele weken of maanden na het ongeval toch nog klacht neerlegt bij de politie, foto’s maakt van de plaats van het ongeval en van uw voertuigschade, en inzover mogelijk zorgt voor schriftelijke getuigenverklaringen. Soms is de aanstelling van een raadgevende voertuigexpert (deskundige in verkeersaansprakelijkheid) aangewezen.

Besef: enkel als u de aansprakelijkheid van de andere bestuurder kan bewijzen is u gerechtigd op schadevergoeding (maar zie ook de talrijke uitzonderingen onder "Vergoedingen").

 

 

F. Wie verwittigen na het ongeval ?

8. Vanzelfsprekend zal u binnen de 24 uur na het ongeval contact nemen met uw makelaar.

In voorkomend geval bovendien verwittigen, kort na het ongeval :

- uw B.A.-verzekeraar (om vergoeding voor uw voertuigschade te bekomen)

- als er medische kosten door het verkeersongeval zijn veroorzaakt: uw ziekenfonds

- als het gaat om een verkeersongeval van of naar uw werk of om een eigenlijk arbeidsongeval (op het werk): uw werkgever + arbeidsongevallenverzekeraar (aangifteformulier zo spoedig mogelijk invullen en opsturen)

- als er dekking bij een andere verzekeringsmaatschappij bestaat: de andere betrokken verzekeringsmaatschappij(en) (zoals verzekering voor: eigen schade / schoolongevallen / hospitalisatie / inkomstenverlies / gezin / reis /...)

- zeker ook uw rechtsbijstandsverzekeraar * (die de eerste stappen voor de schadevergoeding zal zetten).

Volledigheidshalve: zo nodig (bv. bij hospitalisatie) ook uw werkgever, familie en vrienden verwittigen.

 

NOOT bij hospitalisatie:

Als je verwond werd zal je wellicht per spoedopname in het dichtstbijzijnde ziekenhuis worden opgenomen. Het ziekenhuis heeft nodig:
• je identiteitskaart;
• je mutualiteitsgegevens / SIS-kaart;
• gegevens over je hospitalisatie- of soortgelijke verzekering.

Houd deze informatie dus steeds bij !

 

............En wat bij overlijden?................

9. Het overlijden van een naaste veroorzaakt de diepst mogelijke droefheid. Wie een partner, ouder of kind verliest moet nochtans de tranen verbijten om heel wat praktische zaken te regelen.
Hier volgt een lijst van de personen (en diensten) die moeten worden gecontacteerd:

Bevolkingsdienst van de gemeente van het overlijden: voor aangifte van overlijden en voor de toelating tot begraven/cremeren; meestal doet de begrafenisondernemer hiervoor het nodige;

TIP: vraag onmiddellijk meerdere exemplaren van de uittreksels uit de overlijdensakte aan, of maak zelf onmiddellijk meerdere fotocopies (daar u een dergelijk uittreksel meermaals zal moeten voorleggen)

2° De gekozen begrafenisondernemer; deze zorgt meestal niet alleen voor de begrafenis zelf, maar ook voor het drukken van het overlijdensbericht en de publicatie in de kranten, voor de aangifte van overlijden, en voor de aanvraag tot begraven of cremeren

3° De priester of het crematorium

4° Gaat het om een arbeidsongeval*: de arbeidsongevallenverzekeraar (die tussenkomt in de kosten voor begrafenis, voor geneeskundige verstrekkingen, en voor bepaalde verplaatsingen, en die onder bepaalde voorwaarden een rente uitkeert aan de weduwe of weduwnaar en aan de kinderen) ; zie de rubriek "procedures.html#arbeidsongeval";

Pensioendienst van uw gemeente: voor de aanvraag van het weduwe- of weduwnaarspensioen of van het gewaarborgd inkomen voor bejaarden ;

Bank: betaalt bij overlijden meestal een zeker bedrag uit;

opmerking: vanaf het overlijden vervallen alle volmachten, o.a. de eventuele volmacht om de bankkluis van de overledene te mogen openen; zo ook worden de rekeningen van de overledene geblokkeerd

7° Administratie der pensioenen, sectie begrafenisvergoedingen (Victor Hortaplein 40 bus 30, 1060 Brussel – tel. 02/548 57 11): betaalt voor (overleden) ambtenaren en gelijkgestelden een begrafenisvergoeding uit ; in de dienst ernaast, zijnde de dienst overlijdensvergoedingen, kan u de overlijdensvergoeding vragen ; opmerking : speciale regeling voor werknemers van de NMBS of van De Lijn, voor militairen, e.d., waarvoor men zich het best wendt tot de personeelsdienst van de werkgever ;

Ziekenfonds :
-de partner of kinderen die als ten laste van de overledene waren opgegeven moeten zich nu onder eigen naam lid maken; als het inkomen laag is geldt een voorkeurtarifering
-voor werknemers en gepensioneerde werknemers wordt een tussenkomst in de begrafeniskosten betaald van 6.000 fr./149 €
mee te nemen naar uw mutualiteit : SIS-kaart, drie uittreksels uit de overlijdensakte en de factuur van de begrafenisondernemer samen met het betalingsbewijs ;

Vakbond: betaalt een vergoeding uit, o.a. afhankelijk van het aantal jaren lidmaatschap

10° Notaris van de overledene : als er een notarieel testament is, en voor inlichtingen (o.a. als de nalatenschap moet worden verworpen om te ontsnappen aan de schulden van de overledene) ; hij levert ook het gewoon attest of de akte van erfopvolging (vroeger “akte van bekendheid”) af ;

11° Verzekeringsmaatschappijen:
* de overblijvende partner, of de kinderen, hebben doorgaans belangrijke rechten tegenover de levensverzekeraar van de overledene; zie de verzekeringspolissen aangegaan bij de aankoop van een woning zeker na;
* er kan trouwens recht op een uitkering bestaan bij een andere bijzondere verzekering (uitvaartverzekering, hospitalisatieverzekering,...);
* bepaalde verzekeringen dienen te worden opgezegd en andere te worden overgenomen ;

contacteer zeker de makelaar; u dient aan de verzekeringsmaatschappij een uittreksel uit de overlijdensakte over te maken (wat meestal gebeurt door de makelaar) ;

12° Directie voor de Inschrijving van Motorvoertuigen: de nummerplaat dient te worden ingeleverd, behalve als de weduwe of weduwnaar de wagen zelf verder wil gebruiken

13° Successierechten : de erfgenamen moeten een aangifte van nalatenschap indienen bij de belastingsdiensten, nl. bij het registratiekantoor van de gemeente waar de overledene zijn laatste woonplaats had

14° (het Fonds voor) Kinderbijslag: voor het verhoogde kinderbijslag (wezengeld)

15° De instanties van wie het slachtoffer inkomsten of steun ontving, zoals:
- de werkgever
- de
werkloosheidskas indien het slachtoffer een werkloosheidsuitkering ontving
- het OCMW indien het een steuntrekker was
- de eventuele andere instantie die uitkeringen betaalt, zoals het RIZIV, de arbeidsongevallenverzekeraar, de verzekeraar gewaarborgd inkomen, ...;

16° Alle personen en instellingen met dewelke de overledene een vaste contractuele relatie had (die beëindigd werd door het overlijden) verwittigen aangaande de beëindiging van deze relatie, zoals:
- huisbaas
- werkgever of school
- electriciteit-, gas-, en watermaatschappij, telecombedrijf, ... (zeker als de woning niet verder wordt gebruikt)
- leverancier van tijdschriften, kranten en andere abonnementen
- verzekeringen (voor auto, brand, diefstal,...)
- (naast vrienden en familie:) de verenigingen waarvan de overledene lid was

17° Ging het om een zelfstandige:
* het Rijksinstituut voor Sociale Verzekeringen van Zelfstandigen (RSVZ) verwittigen
* bij een erkend ondernemingsloket vragen de handelsonderneming uit de kruispuntbank van ondernemingen te schrappen; een uittreksel van de overlijdensakte volstaat hiervoor
* het plaatselijke kantoor van de BTW-controle op de hoogte brengen
* de boekhouder/accountant verwittigen (en om raad vragen)

 

NOOT: het bewijs van overlijden zal u dienen te leveren aan de hand van het attest van erfopvolging (vroeger “akte van bekendheid”) of aan de hand van de overlijdensakte (zijnde een uittreksel uit de registers van de burgerlijke stand van de gemeente van de woonplaats van de overledene); voorzie dus onmiddellijk voldoende exemplaren van deze bewijsstukken.

Voor de Adressen van voormelde instellingen verwijzen wij u naar ons hoofdstuk terzake.

Kortom, kort na het overlijden moeten zeer vele contacten worden gelegd. Bepaalde nalatigheden terzake kunnen zwaarwichtige gevolgen met zich brengen!

 

Soms komt het lichaam in aanmerking voor orgaandonatie. Hoewel de wet voorziet dat de artsen hiervoor geen toestemming aan de familie moeten vragen, gebeurt dit steeds.

Geef de laatste en enige mogelijke positieve wending aan het drama en sta donatie toe. Mogelijks wordt de dood van uw dierbare zo het leven van een ander. Vraag uitleg aan de arts.

Organen die momenteel voor transplantatie in aanmerking komen zijn: het hart, de longen, de lever, de nieren, de pancreas, de dunne darm, gehoorbeentjes, het hoornvlies van het oog en de huid.

Het lichaam wordt na zorgvuldige verwijdering van de organen en na schoonmaking teruggebracht naar
de dienst intensieve zorgen, waar je nog afscheid kan nemen.

 

Hoe de strafrechtelijke vervolging verloopt, hoe je schadevergoeding kan bekomen, en zo meer vind je terug elders op onze website (zie o.a. het hoofdstuk "Procedures").

 

Eis in een latere fase de passende schadevergoedingen op van de verzekeringsmaatschappij ! Is de overledene omgekomen ingevolge een verkeersongeval, als niet-foutieve bestuurder óf als zwakke weggebruiker, dan kunnen de nabestaanden van de B.A.-verzekeraar bepaalde vergoedingen vorderen.

Deze schadevergoedingen zijn o.a.:

a) morele schade van de ouders, broers en zusters, kinderen, kleinkinderen, schoonkinderen,... van de overledene;

b) begrafenis- en aanverwante kosten;

c) verlies aan inkomsten en andere voordelen als gevolg van het overlijden van de ouder/ levenspartner.

Zie uitgebreider onder http://users.skynet.be/vzw-verkeersslachtoffers/lichamelijke-schade.html#overlijden.

 

Je wordt lid voor een heel jaar door storting van slechts 15 €.

Lidgelden zijn onze enige bron van inkomsten! Word lid van de V.Z.W. Verkeersslachtoffers door storting van slechts 15 € op bankrekening 979-9574501-24 (IBAN: BE81 9799 5745 0124 - BIC: ARSPBE22).

Met een kleinere bijdrage helpt u onze vzw ook al.

 

 

........En wat bij een verkeersongeval in België met een buitenlander of in het buitenland?

10. a. Uw internationaal verzekeringsbewijs - zijnde de "groene kaart" - geeft u dekking voor uw burgerrechtelijke aansprakelijkheid betreffende motorrijtuigen, in de volgende landen : A (Oostenrijk), AND (Andorra), B (België), BG (Bulgarije), CH (Zwitserland), CY (Cyprus), CZ (Tsjechische Republiek), D (Duitsland), DK (Denemarken), E (Spanje), EST (Estland), F (Frankrijk), FIN (Finland), GB (Groot Brittannië en Noord-Ierland), GR (Griekenland), H (Hongarije), HR (Kroatië), I (Italië), IRL (Ierland), IS (IJsland), L (Luxemburg), LT (Litouwen), LV (Letland), M (Malta), MA (Marokko), N (Noorwegen), NL (Nederland), P (Portugal), PL (Polen), RO (Roemenië), S (Zweden), SK (Slowaakse Republiek), SLO (Slovenië), TN (Tunesië) et TR (Turkije).

Het Belgisch Bureau van de Autoverzekeraars (BBAV) heeft zich eveneens met de bureaus van volgende landen verbonden tot het Algemeen Reglement (zie afdeling II van uw groene kaart) : AL (Albanië), BiH (Bosnië-Herzegovina), BY (Wit Rusland)), IL (Israël), IR (Islamitische Republiek Iran), MD (Moldavië), MK (F.Y.R.O.M., Former Yugoslav Republic of Macedonia), SCG (Servië en Montenegro), en UA (Oekraïne). Voor deze landen is de dekking niet verplicht; de kenletters die ermee overeenstemmen mogen door uw B.A.-verzekeraar worden doorstreept op de voorzijde van de groene kaart, zodat u voor de landen waarvan de kenletters zijn doorstreept desgevallend een bijkomende B.A.-verzekering moet aangaan.

Ook uw familiale- of gezinsverzekering verleent dekking in het vakantieland (in het bijzonder bij een ongeval als voetganger of fietser). Daarnaast kunnen nog meerdere andere verzekeringspolissen toepasselijk zijn voor het buitenlands ongeval (zie de polissen zelf).

Na een ongeval in het buitenland moet u bovendien onmiddellijk contact nemen met de bijstandsverlener van uw ziekenfonds of met de reisverzekeraar.

Deze zorgt voor de praktische afhandeling betreffende de kosten van de hospitalisatie, de medische en aanverwante verzorging en de eventuele terugkeer (repatriëring) naar het thuisland. Ga enkele dagen vóór u op reis vertrekt eens langs bij uw ziekenfonds (of bel deze minstens eens).

Zorg ervoor dat u tijdens uw reis beschikt over de nodige telefoonnummers!

b. Wanneer u vroeger in het buitenland een verkeersongeval meemaakte ondervond u heel wat moeilijkheden om de vergoeding voor de geleden schade te bekomen. Sinds enige tijd moet een vertegenwoordiging in België worden georganiseerd door elke verzekeraar van de burgerlijke aansprakelijkheid van een voertuig dat is ingeschreven in een land van de Europese Economische Ruimte (zijnde: de lidstaten van de Europese Unie - namelijk België, Bulgarije, Cyprus, Denemarken, Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Letland, Litouwen, Luxemburg, Malta, Nederland, Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië, Slovenië, Slowakije,Spanje, Tsjechië, Verenigd Koninkrijk en Zweden - en bovendien de niet-lidstaten Noorwegen, Liechtenstein en IJsland).

Of juister: alle verzekeringsondernemingen die de risico´s op het gebied van wettelijke aansprakelijkheid van motorrijtuigen dekken dienen in iedere andere E.E.R.-lidstaat dan die waar zij hun officiële vergunning hebben ontvangen een schaderegelaar aan te wijzen.

Bij deze vertegenwoordiger van de (buitenlandse) B.A.- verzekeraar kan u een eis tot schadevergoeding n.a.v. een verkeersongeval indienen. Deze schaderegelaar heeft tot taak alle informatie die nodig is voor de afhandeling van elke vraag tot schadevergoeding te verzamelen; hij moet over deze afhandeling onderhandelen met de benadeelden. Hij moet dus in staat zijn de zaak in de officiële taal of talen van de lidstaat van de woonplaats van de benadeelde te behandelen.

Art. 12. Wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen (Inwerkingtreding : 19-01-2003):

§ 1. Iedere verzekeringsonderneming die bij toepassing van artikel 5 van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen toegelaten is om de risico's te dekken die zijn ingedeeld bij tak 10 van bijlage I bij het koninklijk besluit van 22 februari 1991 houdende algemeen reglement betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, uitgezonderd de aansprakelijkheid van de vervoerder, wijst in iedere andere Staat van de Europese Economische Ruimte dan België, een schaderegelaar aan.
Deze schaderegelaar wordt belast met de behandeling en afwikkeling van verzoeken tot schadevergoeding ten gevolge van een ongeval voorgekomen op het grondgebied van een land waarvan het Nationaal Bureau aangesloten is bij het groenekaartsysteem en wanneer het een voertuig betreft dat gewoonlijk gestald is in een Staat van de Europese Economische Ruimte, dat verzekerd is voor burgerrechtelijke aansprakelijkheid motorrijtuigen door de onderneming die hem heeft aangewezen. De schaderegelaar heeft zijn woonplaats of vestiging in de Staat waar hij is aangewezen.
§ 2. De keuze van de schaderegelaar wordt overgelaten aan het oordeel van de verzekeringsonderneming.
§ 3. De schaderegelaar kan voor rekening van een of meer verzekeringsondernemingen optreden.
§ 4. De schaderegelaar verzamelt, met betrekking tot de verzoeken tot schadevergoeding, alle inlichtingen die nodig zijn om deze te kunnen afhandelen en neemt alle passende maatregelen om over een afwikkeling te onderhandelen. De vereiste om een schaderegelaar aan te wijzen doet geen afbreuk aan het recht van de benadeelde, of diens verzekeringsonderneming, om rechtstreeks degene die het ongeval heeft veroorzaakt, of diens verzekeringsonderneming, in rechte aan te spreken.
§ 5. De schaderegelaar beschikt over voldoende bevoegdheden om de verzekeringsonderneming ten aanzien van de benadeelden te vertegenwoordigen en om hun verzoeken tot schadevergoeding volledig af te handelen. Hij moet in staat zijn de zaak in de officiële taal of talen van de Staat van de woonplaats van de benadeelde te behandelen.

Deze schaderegelaar dient binnen de drie maanden na uw vraag een gemotiveerd antwoord aan u te geven, in uw taal. Het uitblijven van een antwoord kan worden beboet. Bij problemen kan u zich tot het Gemeenschappelijk Motorwaarborgfonds (GMWF) wenden.

Opgelet: een schaderegelaar kan enkel bemiddelen om een passende schadevergoeding op minnelijke wijze na te streven; hij kan niet voor de rechtbank worden gedagvaard tot betaling van de passende vergoeding en hij kan niet zelf een dading aangaan.

De schaderegelaar past het recht toe van het land waar het ongeval gebeurd is.

In veruit de meeste gevallen is het recht van het land waar het schadegeval is gebeurd van toepassing, ook wat de vergoeding van de schade betreft.

Het bovenstaande betekent dat u zo nodig (namelijk als via de schaderegelaar geen minnelijke regeling wordt bereikt) beroep zal moeten doen op een buitenlandse advocaat.

Om de adresgegevens van voormelde vertegenwoordigers te vernemen, kan u de website van het Gemeenschappelijk Motorwaarborgfonds raadplegen: http://www.fcga-gmwf.be/accnl.html (meerbepaald http://www.fcga-gmwf.be/nl/idassur.html (met verdere verwijzing naar B/ OPZOEKING VERTEGENWOORDIGER SCHADEBEHEER) of http://www.fcga-gmwf.be/represent/represent.php#NO2).

Welke informatie geeft het GMWF?:

- naam en adres van de eigenaar (of de gebruikelijke bestuurder of de houder) van het motorrijtuig
- naam en adres (en het nummer van de verzekeringspolis) van zijn verzekeringsonderneming (die de aansprakelijkheid van de andere bestuurder dekt)
- naam en adres van de schaderegelaar in de Lidstaat van de woonplaats van de benadeelde.

c. Bij een ongeval dat in België werd veroorzaakt door een buitenlands voertuig kan u aangaande uw vergoeding het Belgisch Bureau van de Autoverzekeraars (BBAV) aanspreken en zo nodig dagvaarden.

Art. 19bis-1. Wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen (W.A.M.): "De Koning laat, onder de voorwaarden die Hij bepaalt, een nationaal verzekeringsbureau, hierna het Belgisch Bureau genoemd, toe met als opdracht overeenkomstig de wetgeving betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen de schade te vergoeden, in België veroorzaakt door motorrijtuigen die gewoonlijk in het buitenland gestald zijn".

B.B.A.V., Liefdadigheidstraat 33 bus 2, 1210 Brussel
tel. : 02/287.18.11 - fax : 02/287.18.00

Voor meer info : http://www.bbaa-bbav.be/accnl.html.

Zoals zoëven gezegd is voor een ongeval in België het Belgisch recht van toepassing (zowel betreffende de aansprakelijkheid als betreffende de schadevergoeding). Dus wanneer het verkeersongeval met de buitenlander in België is gebeurd kan u de zaak, via een Belgische advocaat, voor een Belgische rechtbank inleiden.

 

Met dank aan advocaat Pascal MORTIER uit GENT

 

Naar boven

 

* * *

*


 

Vragen van leden

Lid: "In het begin heeft de andere bestuurder nooit betwist dat hij in fout was voor het ongeluk. Hij verontschuldigde zich zelfs. Nu, zes maanden later, krijg ik een brief, en daarbij wordt beweerd dat ik geen vergoeding kan krijgen omdat ik niets zou bewijzen. Wat moet ik doen ?"

V.Z.W.: Bij een dergelijke betwisting van de aansprakelijkheid is het meestal aangeraden om thans toch nog klacht neer te leggen bij de politie. Wil tevens, inzover mogelijk, zorgen voor foto’s van de plaats van het ongeval en van de voertuigschade. In bepaalde gevallen is het aangewezen om een voertuigexpert aan te stellen, die dan op grond van de gekende gegevens mogelijks kan aanduiden wie aansprakelijk moet zijn voor het ongeval. Uiteraard mogen ook achteraf getuigenverklaringen worden verzameld.
Zie ook onder nr. 7.

Mocht u de aansprakelijkheid in hoofde van tegenpartij uiteindelijk niet kunnen bewijzen, dan kan u enkel nog nagaan of u geen vergoeding kan bekomen op grond van een of andere wet of van een verzekeringspolis. Zie Vergoedingen.

 

Word lid van de V.Z.W. door storting van slechts 15 € op bankrekening 979-9574501-24.

 

Grasduin in onze website via de Inhoudsopgave met hyperlinks!

 

 
   
Naar pagina top
Uw rechtsbijstandsverzekering dekt alle kosten van Uw verdediging
 
HZetel: Persijzerstraat 77, 9080 Lochristi
Etienne Verniers van 10 tot 22 uur
H 
09/ 339 17 30
Hbijstand@verkeersslachtoffers.be
0473/ 38 00 88