<%@LANGUAGE="JAVASCRIPT" CODEPAGE="1252"%> medische expertise raadsgeneesheer
 
V.Z.W. VERKEERSSLACHTOFFERS
Vereniging voor bijstand na een ongeval
Word geen tweede keer slachtoffer! Vraag tijdig Inlichtingen! Wij helpen U verder!
Juridisch - Voertuigtechnisch - Medisch
 
- Naar HOMEPAGE
Doel E-mail Contactpersonen Woordenlijst A-D / E-O / P-Z
Tips na een ongeval
Procedures
Vergoedingen
 
Voertuigschade
Lichamelijke schade
Juridische teksten
Psychologische hulp
Klachten
Adressen
Links
 
Woordenlijst
Heet van de naald
 
Inhoudstafel
 
E-mail onze V.Z.W.
LICHAMELIJKE SCHADE & MEDISCHE EXPERTISE

Alle met* gemarkeerde woorden kan men met hun verklaring terugvinden in de Woordenlijst



MEDISCHE EXPERTISE + vragen van leden: zie: Vragen aangaande lichamelijke schade

 

 

A. DE MEDISCHE EXPERTISE

 

 

Samenvatting

Vooraf wordt het onderscheid tussen de verschillende soorten geneesheren verduidelijkt (zie hieronder nr. 1).

Vanzelfsprekend kan de lichamelijke en aanverwante schade enkel maar op een passende wijze worden vergoed na een medische expertise (zie nr. 2). Hierbij speelt uw eigen raadsgeneesheer, die u naar vrije keuze mag aanstellen, een belangrijke rol (nr. 3).

In vele gevallen zal een tegensprekelijke medische expertise moeten gebeuren, om uw morele en materiële schade als gevolg van de lichamelijke letsels correct te laten vastleggen (nr. 4 en 5).

U kan meerdere maatregelen tegen een gerechtsdeskundige nemen die niet naar behoren functioneert (nr. 6).

Ter afronding de adviezen van een ervaren raadsgeneesheer.

 

 

 

 

1. Soorten artsen

Voor alle duidelijkheid worden vooreerst de verschillende soorten artsen die betrokken zijn bij de gevolgen van een ongeval - beknopt - besproken.

a. Behandelende arts: elke geneesheer die u heeft onderzocht en/of heeft verzorgd, die u dus heeft behandeld in het kader van de (poging tot) genezing; met "uw" of "de" behandelende arts wordt meestal uw vaste huisarts bedoeld.

b. Raadsgeneesheer (= raadgevende arts = raadsdokter): de arts-raadsman betreffende de medische besluiten (de "medische advocaat"); de raadsgeneesheer treedt op ofwel voor de partij die de schade moet vergoeden ofwel voor het slachtoffer; zie verder onder nr 3.

c. Gerechtsdeskundige (of justitiearts): zie verder onder nr 4.

d. Scheidsrechter (of arbiter): deze geneesheer wordt door de twee raadsgeneesheren bij onderling overleg aangesteld bij de aanvang van de minnelijke medische expertise (afgekort "M.M.E."); hij dient in feite de taak van een gerechtsdeskundige uit te voeren voor het geval de 2 raadsgeneesheren niet tot de nodige overeenstemming zouden komen; in een dergelijk geval maakt hij dus autonoom de medische besluiten op, binnen het kader van de M.M.E.

e. Controle-arts : is de dokter die controleert of een welbepaalde werknemer wel afwezig mag blijven van zijn werk wegens ziekte; deze controle gebeurt in opdracht van de werkgever (die immers het gewaarborgd loon moet betalen indien de werknemer ziek is en die zich mag vergewissen of de werknemer wel met reden afwezig blijft).

f. Arbeidsgeneesheer : is de arts die binnen de onderneming de werknemers onderzoekt, met vooral een preventieve functie; zijn belangrijkste taken zijn: het houden van consultaties, het uitvoeren van bedrijfsbezoeken en het deelnemen aan comités (samen met de vakbonden). Zijn onderzoeken zijn hoofdzakelijk bedoeld om de arbeidsomstandigheden van de werknemers te verbeteren en om de werknemers te beschermen tegen de risico's van hun werk. Hij voert 6 verschillende soorten consultaties uit (1° de voorafgaande gezondheidsbeoordeling, vóór de aanwerving - 2° de periodieke, meestal jaarlijkse, gezondheidsbeoordeling - 3° het onderzoek bij werkhervatting, nl. telkens de afwezigheid meer dan 4 weken heeft geduurd - 4° het onderzoek bij verandering van functie of activiteit wanneer dit nieuwe risico's inhoudt - 5° de spontane consultatie, door de wernemer die problemen als gevolg van zijn beroep ondervindt - en 6° de gezondheidsbeoordeling van de definitief arbeidsongeschikte werknemer); tijdens elk van deze raadplegingen beoordeelt de arbeidsgeneesheer of de persoon al dan niet geschikt is voor een bepaalde professionele taak.

g. Adviserend geneesheer van het ziekenfonds, beter bekend als de "medisch adviseur": is een dokter die in opdracht van het ziekenfonds nagaat of een bepaalde persoon gerechtigd is op een bepaalde behandeling of medicatie (e.d.m.) of op mutualiteitsuitkeringen (zie hieromtrent In welke gevallen kan vergoeding worden bekomen voor de lichamelijke en verwante schade ? , onder 6 d.).

h. Specialist - geneesheer: een arts die na het behalen van het universitair diploma licentiaat (master) in de geneeskunde een bijkomend diploma in één van de verdergezette studierichtingen geneeskunde heeft behaald, en die in deze richting zijn beroep uitoefent (zoals een gynaecoloog, endocrinoloog, internist, dermatoloog, ...); staat in feite tegenover de term "huisarts".

NOOT: elke geneesheer moet het medisch beroepsgeheim eerbiedigen; hij mag aan zijn opdrachtgever (bvb. de werkgever) enkel zijn beslissing meedelen, maar hij mag hem nooit (mondeling of schriftelijk) de redenen van zijn beslissing uitleggen.

 

2. Doel van de expertise

De medische expertise is een bewijsmiddel, meerbepaald een onderzoeksmaatregel. Zij heeft (in het burgerlijk recht) als functie te onderzoeken en vervolgens te bepalen welke fysieke en psychische gevolgen het ongeval rechtstreeks of onrechtstreeks met zich heeft meegebracht; haar uiteindelijk doel is de vergoeding voor deze schadelijke gevolgen te kunnen bepalen. De vergoeding voor de lichamelijke schade wordt dus bepaald door de medische besluiten.

Noot: een expertise kan ook worden bevolen in het kader van de strafvervolging (zie Procedures, onder nr. 1.2).

Er bestaan twee vormen van expertise, nl. enerzijds de eenzijdige expertise, die niet bindend is, en anderzijds de tegensprekelijke expertise, die normalerwijze wel definitief bindend is.

In de praktijk wordt eerst een eenzijdige expertise uitgevoerd op initiatief en op kosten van de verzekeringsmaatschappij die de schade moet vergoeden. Een verstandige schadelijder zal daarna steeds een tegenexpertise, dus een deskundig onderzoek door een door hem aangestelde raadsgeneesheer, laten doorgaan.

 

3. De raadsgeneesheer

3.1 Doorgaans zal eerst een eenzijdige medische expertise doorgaan, die wordt georganiseerd door de verzekeringsmaatschappij die gehouden is tot de vergoeding van uw schade; dit is in het bijzonder de B.A.-verzekeraar (zijnde meestal de autoverzekeraar) en/of de arbeidsongevallenverzekeraar. Aldus zal u doorgaans eerst worden onderzocht en ondervraagd door de raadsgeneesheer van de verzekeringsmaatschappij, dus van tegenpartij. Deze geneesheer - deskundige zal uiteindelijk de medische besluiten* volgens zijn zienswijze opstellen (vooral : de graden en periodes van tijdelijke arbeidsongeschiktheid en de graad van blijvende arbeidsongeschiktheid of van blijvende invaliditeit).

Het zou logischer zijn dat u onmiddellijk na het ongeval wordt bijgestaan door uw eigen raadsgeneesheer; deze kan dan o.a. nagaan welke bijkomende onderzoeken dienen te gebeuren, en wanneer. Maar de rechtsbijstandsverzekeraar neemt de kosten voor uw eigen raadsgeneesheer doorgaans pas ten laste van zodra de medische besluiten van de raadsdokter van tegenpartij gekend zijn (en dus moeten worden gecontroleerd). 

Voormelde medische besluiten zijn opgesteld door een arts die dagelijks wordt aangesteld door de vergoedingsplichtige verzekeringsmaatschappij en die dus niet onpartijdig kan worden genoemd ; ze vallen begrijpelijkerwijze vaak al te nadelig uit voor het slachtoffer.

Zo blijkt de raadsgeneesheer van de verzekeringsmaatschappij vaak te verdedigen dat uw klachten en letsels

- reeds vòòr het ongeval zouden hebben bestaan ("voorafbestaande toestand")
- voortvloeien uit een natuurlijke evolutie die ook zonder het ongeval zou hebben plaatsgehad
-
door u worden overdreven ("aggravatie"), omdat u zich laat beïnvloeden door uw raads- of behandelende geneesheer ("iatrogene beïnvloeding") of omdat u uit is op een hoge vergoeding ("renteneurose")
- volledig worden geveinsd ("simulatie")
- onvoldoende bewezen zijn en geen steun vinden in de beeldvorming

- voortvloeien uit uw verkeerde psychische ingesteldheid (met termen als "somatisatie", "fixatie", "persoonlijkheid die de neiging heeft zich op autodestructieve wijze te focussen op tegenslagen...").

En veel klachten kunnen onmogelijk daadwerkelijk worden bewezen, in het bijzonder aan de hand van beeldvorming (terwijl het slachtoffer de bewijslast draagt...).

Bovendien zal de expert van de vergoedingsplichtige verzekeringsmaatschappij meestal enkel besluiten tot blijvende invaliditeit (B.I.), hoewel ook blijvende arbeisongeschiktheid (B.A.O.) overblijft; hij weet maar al te goed dat dit naar vergoeding toe een groot verschil uitmaakt.

3.2 Het is dan ook ten zeerste aangewezen dat u een tegenexpertise laat doorgaan, dus een "second opinion"vraagt; dit houdt in dat u de medische besluiten van de raadsgeneesheer van de verzekeringsmaatschappij laat beoordelen door een eigen raadsgeneesheer *, die uitsluitend uw belangen verdedigt, in het bijzonder tegenover de raadsgeneesheer van tegenpartij.

Uw eigen raadsgeneesheer zal er vooral op toezien:

1° dat hij alle nuttige inlichtingen en stukken ontvangt, zodat hij zijn cliënt afdoende kan verdedigen (op medisch vlak); hij zal de nodige bijkomende onderzoeken laten doorgaan, om in de mate van het mogelijke de sequelen (= klachten en letsels) te bewijzen;

2° dat B.A.O.* i.p.v. B.I. wordt weerhouden (zie ook verder lichamelijke schade, nr. 9.4), en dat het toegekende percentage ervan voldoende hoog is,

3° dat de consolidatie niet op een te vroege datum wordt bepaald,

4° dat alle gerechtvaardigde kosten en uitgaven, mogelijks ook bepaalde uitgaven na de consolidatiedatum, worden weerhouden (zie verder onder lichamelijke schade, nr. 12)

en
5° of er voor bepaalde toekomstige mogelijke verwikkelingen of dergelijke geen voorbehoud * dient te worden gemaakt.


De opdracht van uw raadsgeneesheer is dus zeer complementair aan de taak van uw advocaat: uw raadsgeneesheer heeft tot taak te verdedigen dat al uw letsels en klachten ingevolge het het ongeval worden aanvaard en dat de medische besluiten toelaten een volledige vergoeding voor alle lichamelijke schade te bekomen.

Maar ook met de bijstand van een degelijke eigen raadgevende arts blijft het moeilijk en onzeker om de volledige omvang van de lichamelijke schade te bewijzen...

3.3 In dit kader moet worden betreurd dat het slachtoffer al te vaak zijn behandelende arts (huisarts) als raadsgeneesheer aanstelt, hoewel deze arts op dit gebied geen (of onvoldoende) kennis en ervaring heeft. Het is aangeraden om een ervaren specialist-geneesheer te kiezen die weet 1° welke bijkomende onderzoeken moeten gebeuren, 2° hoe een medische expertise verloopt en moet verlopen, 3° welke medische besluiten verdedigbaar kunnen worden geacht en 4° – niet in het minst – hoe hij zich dient te verdedigen tegen de scherpe argumenten van de raadsgeneesheer van de verzekeringsmaatschappij. Zie ook verder Adviezen om de volledige vergoeding voor uw lichamelijke schade te bekomen , nr. 16.

3.4 Soms is het belangrijk al na een paar maanden advies in te winnen bij uw eigen raadsgeneesheer. Deze kan u bvb. laten weten welke onderzoeken binnen een zekere termijn, bvb. binnen de 3 maanden vanaf het ongeval, moeten gebeuren om bepaalde klachten op degelijke wijze te kunnen bewijzen.

Ter herinnering: u dient vooraf de toestemming tot aanstelling van een eigen raadsgeneesheer te bekomen vanwege uw rechtsbijstandsverzekeraar, die immers o.a. de kosten van uw verdediging op medisch vlak moet betalen.

Voor meer concrete vragen zal u zich willen wenden tot de V.Z.W. zelf, evt. anoniem.

 

4. De tegensprekelijke (minnelijke òf gerechtelijke) expertise

4.1 Indien uw raadsgeneesheer oordeelt dat de besluiten vanwege de raadsgeneesheer van de verzekeringsmaatschappij niet kunnen worden aanvaard, dan dient een tegensprekelijke expertise te worden benaarstigd.

Er zijn twee soorten tegensprekelijke medische expertises :

a. bij de minnelijke medische expertise* (afgekort “M.M.E.”) wordt het verslag gezamenlijk opgesteld door de raadsgeneesheer van de verzekeringsmaatschappij (de tegenpartij) en deze van uzelf ; deze 2 artsen moeten dus tot volledige overeenstemming komen over de (fysieke en psychische) gevolgen van het ongeval en over de medische besluiten*;

b. bij een gerechtelijke expertise wordt het verslag opgemaakt door een arts daartoe aangesteld door de rechtbank ; voor deze aanstelling moet u beroep doen op uw advocaat; de raadsgeneesheer van uzelf en deze van tegenpartij zullen aan de gerechtsdeskundige*- geneesheer (= justitiearts) alle nuttige medische stukken overmaken en zij zullen t.a.v. de gerechtsdeskundige hun respectieve standpunten verdedigen.

Het verslag van een dergelijke tegensprekelijke expertise kan slechts in eerder uitzonderlijke gevallen met succes worden aangevochten voor de rechtbank.

4.2 Vooraleer een overeenkomst tot minnelijke medische expertise (M.M.E.) te ondertekenen is het aangewezen contact op te nemen met uw raadsgeneesheer (en eventueel met uw advocaat). Deze zal u meerbepaald adviseren over de vraag of een gerechtelijke expertise niet te verkiezen valt boven een M.M.E.

Dit kan vooral om de volgende redenen het geval zijn:

- de raadsgeneesheer van uzelf en deze van tegenpartij hebben geen goede verstandhouding (zodat een minnelijke expertise om persoonlijke redenen niet aangewezen is) ;
- de medische besluiten van de wederzijdse raadsgeneesheren liggen al te ver uit elkaar (zodat geen overeenstemming kan worden verwacht) ;
- het gaat om een complexe of zwaarwichtige aangelegenheid, die heel wat tijd of meerdere bijkomende onderzoeken vergt.

In de omgekeerde gevallen zal meestal voor een M.M.E. worden gekozen.

Zie ook de redenen voor deze keuze opgegeven door de onafhankelijke raadsgeneesheer Prof. Dr. Patrick Herregodts, onder
adviezen van een ervaren raadsgeneesheer, als antwoord op vraag 8.

 

4.3 Hierbij aansluitend wordt erop gewezen dat de besluitvorming bij een minnelijke medische expertise (M.M.E.) doorgaans oppervlakkiger en onnauwkeuriger gebeurt dan bij een gerechtelijke expertise. Zo verloopt een M.M.E. vaak als volgt : 1° het slachtoffer ondertekent de overeenkomst tot M.M.E. ; 2° hij wordt opgeroepen voor één expertisezitting ; 3° nadien ontvangt hij het definitieve verslag, ondertekend door de twee raadsgeneesheren. Dit verslag van de M.M.E. is in principe niet meer aanvechtbaar van zodra elk van de twee raadsgeneesheren (of de eventuele arbiter) zijn handtekening heeft geplaatst. Zo heeft het slachtoffer nooit de gelegenheid gehad om opmerkingen betreffende bepaalde onjuistheden of onvolledigheden te formuleren. De M.M.E. kan op die wijze een valkuil zijn.
Om dit te vermijden moet uw raadsgeneesheer u toelaten om opmerkingen te formuleren vooraleer hij het verslag van de M.M.E. voor akkoord ondertekent; maar dit gebeurt slechts uitzonderlijk en enkel als het slachtoffer dit op voorhand met zijn raadsgeneesheer heeft afgesproken.

Bij een gerechtelijke expertise bestaan meer waarborgen voor het slachtoffer. Hierbij worden meestal één of twee zittingen meer gehouden dan bij een M.M.E. Bovendien moet steeds eerst een voorverslag ter nazicht worden overgemaakt aan het slachtoffer vooraleer het eindverslag in definitieve vorm ter griffie wordt neergelegd. Daarenboven moet de aanstelling van een gerechtsdeskundige worden bekomen door een advocaat, zodat u bij een gerechtelijke expertise de bijstand geniet van uw eigen advocaat (terwijl een M.M.E. meestal doorgaat zonder dergelijke bijstand); tevens ziet de rechter toe op het verloop van het deskundigenonderzoek. Tenslotte moet het gerechtsdeskundig verslag worden beoordeeld door de Rechtbank, die zo nodig een aanvullende expertise (door dezelfde gerechtsdeskundige) of zelfs een volledig nieuwe expertise (door een andere deskundige) kan bevelen (zie verder nr. 6.24).

“De rechters zijn niet verplicht het advies van de deskundigen te volgen, indien het strijdig is met hun overtuiging”.

4.4 Besef dat de besluiten van de minnelijke of gerechtelijke expertise in principe definitief bepalen binnen welke perken u schadevergoeding kan vorderen.

Houd voor ogen dat de Rechtbank u uiteraard niet zelf zal onderzoeken en u zelfs niet zal aanhoren, zodat ze (bijna) uitsluitend rekening zal houden met het expertiseverslag om te beslissen

  • welke sequelen (lichamelijke en psychische letsels en klachten) voortvloeien uit het ongeval
  • welke hun tijdelijke en blijvende weerslag is op uw arbeidsgeschiktheid
  • hoe groot uw tijdelijke en blijvende morele schade is
  • welke medische kosten en aanverwante uitgaven verantwoord zijn.

Indien uit het tegensprekelijk expertiseverslag niet voldoende bepaalde nadelige gevolgen van het ongeval blijken, dan zal u daarvoor dus waarschijnlijk geen vergoeding bekomen. Dit zal bijvoorbeeld het geval zijn wanneer uit het medisch rapport niet blijkt

- dat u ook na de consolidatie nog medische behandelingen nodig heeft,

- dat u vervroegd op pensioen werd gesteld als gevolg van het ongeval,

- dat uw depressie of uw rugpijn het gevolg is van het ongeval,

- en zo meer.

Het bekomen van een aanvullende of nieuwe expertise is niet zo eenvoudig ! (zie verder nr. 6.24).

 

 

4.5 De gerechtelijke medische expertise in de indicatieve tabel

De indicatieve tabel van oktober 2008 (gepubliceerd in NJW op 22 oktober 2008 - http://www.nieuwjuridischweekblad.be/) besteedt uitgebreid aandacht aan de gerechtelijke medische expertise.

VI. Opdracht medische expertise

A. Procedure
1. Oproepingen
2. Omschrijving van de opdracht

B. Voorafbestaande toestand

C. Tijdelijke schade
1. Hulp
2. Tijdelijke persoonlijke ongeschiktheid
3. Tijdelijke huishoudelijke ongeschiktheid
4. Tijdelijke economische ongeschiktheid
5. Bijzondere schadeposten

D. Blijvende schade
1. Consolidatie – letseltabel
2. Hulp
3. Blijvende persoonlijke ongeschiktheid
4. Blijvende huishoudelijke ongeschiktheid
5. Economische ongeschiktheid
6. Bijzondere schadeposten
7. Reserves
8. Medische verzorging en kosten na consolidatie

E. Voor- en eindverslag


F. Afstand van de expertise en hoger beroep

 

"VI. Opdracht medische expertise

A. Procedure

63. Nadat de partijen conform artikel 972 § 1 van het Gerechtelijk Wetboek uitdrukkelijk hebben afgezien van het houden van een installatievergadering, stelt de rechtbank als gerechtsdeskundige aan:
"…, dokter in de geneeskunde of arts, met de volgende opdracht:

1. Oproepingen

64. De deskundige zal binnen de 8 dagen na de betekening van zijn opdracht

- bij een ter post aangetekende brief de betrokken partijen, … en …

- bij gewone brief:

de advocaten, zijnde respectievelijk
voor …, meester …
voor …, meester …

en de raadsgeneesheren van elk van de betrokken partijen, zijnde
voor …, dokter …
voor …, dokter …

oproepen.

De deskundige zal ook de rechtbank hiervan bij gewone brief in kennis stellen met vermelding van de plaats, de dag en het uur van de eerste vergadering die noodzakelijk moet plaatsvinden binnen de twee maanden nadat de opdracht hem officieel ter kennis werd gebracht.

2. Omschrijving van de opdracht

65. De aangestelde deskundige

- zal de partijen, hun advocaten en raadsgeneesheren horen;
- zal kennis nemen van de dossiers en de medische stukken die al in het bezit zijn van de partijen, dewelke hem zullen medegedeeld worden uiterlijk binnen de 8 dagen vóór de eerste vergadering;
- zal (bij het begin van zijn verslag) de volledige identiteit van het slachtoffer vermelden en diens burgerlijke stand, diens persoonlijke en familiale situatie, diens schoolse opleiding, diens vroegere en huidig beroep, diens medische antecedenten, alsook de ter kennis gebrachte hobby’s vermelden;
- zal aan de hand van een gedetailleerde ondervraging en een grondig klinisch onderzoek, eventueel aangevuld door specifieke gespecialiseerde onderzoeken op nauwkeurige wijze de vastgestelde letsels en stoornissen, hun evolutie, de ondergane behandelingen, de eventuele verwikkelingen en de geuite klachten beschrijven, alsook bepalen in welke mate deze toe te schrijven zijn aan het ongeval.

B. Voorafbestaande toestand

66. In het geval er zou worden aangetoond dat het slachtoffer getroffen is of was door een fysische aandoening of een ziekte waarvan klaarblijkelijk kan gezegd worden dat deze losstaat van het ongeval, zal de deskundige vaststellen of en in welke mate deze voorafbestaande toestand door het ongeval werd gewijzigd of er de gevolgen van heeft gewijzigd.

C. Tijdelijke schade

1. Hulp

67. De deskundige zal bepalen of prothesen, orthesen, technische hulpmiddelen, aanpassingen aan de woning (hierin begrepen domotica) of het voertuig van aard zijn geweest het privé-leven, het huishouden in de brede zin van het woord of het professionele leven van het slachtoffer te vergemakkelijken. In bevestigend geval zal hij de kostprijs hiervan bepalen.
De deskundige zal ook bepalen of, gedurende deze tijdelijke periodes, de toestand van het slachtoffer de hulp van derden, al dan niet van professionele aard, noodzakelijk maakte.
In bevestigend geval zal hij de aard en de tijdsduur ervan bepalen, hierbij rekening houdend met de bestaande en beschikbare hulpmiddelen.
Er zal bij de evaluatie van de verschillende graden van ongeschiktheid met deze onderscheiden vormen van hulp rekening gehouden worden.

2. Tijdelijke persoonlijke ongeschiktheid

68. De deskundige zal op een schaal van 0 tot 100 de graad van tijdelijke, volledige en gedeeltelijke ongeschiktheid vaststellen die deze aantasting van de fysieke en/of psychische integriteit op het dagelijkse leven van het slachtoffer met zich meebrengt. Een onderscheid zal gemaakt worden tussen de periodes van hospitalisatie en de andere periodes van de eventuele huishoudelijke en economische ongeschiktheden die op een aparte wijze zullen beoordeeld worden (zie randnummers 69 en 70).

3. Tijdelijke huishoudelijke ongeschiktheid

69. De deskundige zal de eventuele tijdelijke, volledige en gedeeltelijke repercussies van deze aantasting van de fysieke en/of psychische integriteit op de huishoudelijke activiteiten van het slachtoffer vaststellen door deze te bepalen en te begroten op een schaal van 0 tot 100.

4. Tijdelijke economische ongeschiktheid

70. De deskundige zal de eventuele tijdelijke, volledige en gedeeltelijke repercussies van deze aantasting van de fysieke en/of psychische integriteit op de voorbije en huidige beroepsactiviteit van het slachtoffer vaststellen door deze te bepalen en te begroten op een schaal van 0 tot 100. (Zodoende zal de deskundige onder andere rekening houden met de eventueel beschreven meerinspanningen al dan niet geleverd door het slachtoffer in geval van gedeeltelijkeof gehele werkhervatting.)

5. Bijzondere schadeposten

71. Voor zover zij vóór de consolidatie een specifiek fysiek, psychisch of sociaal belang vertonen en voor zover zij niet in aanmerking gekomen zijn bij de vaststelling van de verschillende graden van tijdelijke ongeschiktheid, zal de deskundige nagaan of er specifieke schadeposten (inzake de esthetische schade, de seksuele schade en de genoegenschade) bestaan en zal hij de aard ervan bepalen en beschrijven.
De deskundige zal ook bepalen of het gepast voorkomt rekening te houden met specifieke fysieke pijnen die niet werden opgenomen in de persoonlijke ongeschiktheidpercentages, en in bevestigend geval zal hij deze pijnen in de tijd beschrijven en begroten volgens een zevendelige schaal.

D. Blijvende schade

1. Consolidatie – letseltabel

72. De deskundige zal een omstandig advies geven met betrekking tot de datum van genezing of de consolidatie van de letsels. Hij zal nauwkeurig de blijvende sequelen alsook de aanhoudende klachten beschrijven en ook bepalen in welke mate deze aantastingen van de fysieke en/of psychische integriteit toe te schrijven zijn aan het ongeval.

2. Hulp

73. De deskundige zal bepalen of na de consolidatiedatum van de letsels, prothesen, orthesen, technische hulpmiddelen, aanpassingen aan de woning (hierin begrepen domotica) of het voertuig van aard zijn of zullen zijn het privé-leven, het huishouden in de brede zin van het woord of het professionele leven van het slachtoffer te vergemakkelijken. Hij zal er de kostprijs van bepalen, alsook de frequenties van de vernieuwingen en het onderhoud.
In bevestigend geval zal hij er rekening mee houden bij de vaststelling van de verschillende graden van blijvende ongeschiktheid.
74. De deskundige zal bepalen of het slachtoffer na de datum van consolidatie van de letsels een beroep moet of zal moeten doen op de hulp van derden en zal er de aard, de vakbekwaamheid en er de tijdsduur van bepalen, hierbij rekening houdend met de bestaande en beschikbare hulpmiddelen.
In bevestigend geval zal de deskundige er rekening mee houden bij de vaststelling van de verschillende graden van blijvende ongeschiktheid.

3. Blijvende persoonlijke ongeschiktheid

75. De deskundige zal onder de rubriek ‘ongeschiktheid’ bepalen of en in welke mate (volgens een schaal van 0 tot 100) de aan het ongeval te wijten blijvende sequelen een repercussie hebben op het dagelijkse leven van het slachtoffer, en dit onafhankelijk van de eventuele huishoudelijke en economische ongeschiktheden die op een aparte wijze zullen worden beoordeeld (zie randnummers 76 en 77).

4. Blijvende huishoudelijke ongeschiktheid

76. De deskundige zal onder de rubriek ‘huishoudelijke ongeschiktheid’ bepalen of en in welke mate (volgens een schaal van 0 tot 100) de aan het ongeval te wijten blijvende sequelen een repercussie hebben op de huishoudelijke ongeschiktheid van het slachtoffer.

5. Economische ongeschiktheid

77. De deskundige zal onder de rubriek ‘economische ongeschiktheid’ bepalen, indien nodig een beroep doende op een ergoloog, of en in welke mate (volgens een schaal van 0 tot 100) de aan het ongeval te wijten blijvende sequelen op een blijvende wijze een aantasting van de werkgeschiktheid van het slachtoffer zullen uitmaken, hierbij vooral rekening houdend met zijn eerdere beroepsactiviteiten, zijn huidig beroep en de andere winstgevende activiteiten die hij redelijkerwijze nog kan uitoefenen in functie van zijn daadwerkelijke aanpassingsmogelijkheden in overeenstemming met zijn leeftijd, zijn opleiding en zijn eerdere beroepsoriëntering. Hij zal in geval van gedeeltelijke of gehele werkhervatting rekening houden met de eventueel al dan niet geleverde meerinspanningen.

6. Bijzondere schadeposten

78. De deskundige zal, voor zover bij de bepaling van de verschillende graden van blijvende ongeschiktheid er geen rekening mee gehouden werd,onder de rubriek ‘bijzondere schadeposten’ bepalen of en in welke mate de aan het ongeval toe te schrijven blijvende sequelen voor het slachtoffer hebbengeleid tot:

- Esthetische schade

In bevestigend geval zal hij op grond van de door hem aangegeven criteria deze blijvende esthetische schade beschrijven en bepalen volgens een schaal van 1 tot 7. Voor zover er correctieve behandelingen mogelijk zijn, zal hij het risico et de kostprijs van deze eventuele ingreep of ingrepen, de periodes van ongeschiktheid als gevolg hiervan, en in voorkomend geval de achteraf overblijvende schade bepalen.

- Seksuele schade

In bevestigend geval zal hij op nauwkeurige wijze de verschillende aspecten van deze schade beschrijven.

- Genoegenschade

In bevestigend geval zal hij nauwkeurig de verschillende aspecten van de schade bepalen die de sociale, culturele of sportieve activiteiten van het slachtoffer hebben aangetast, voor zover het slachtoffer heeft aangegeven dat deze activiteiten voor het ongeval intens beleefd werden.

- Buitengewone blijvende fysieke pijnen die niet geïntegreerd werden bij de graden van blijvende persoonlijke ongeschiktheid.

In bevestigend geval zal hij deze fysieke pijnen beschrijven en zal hij de eventuele medicaties en behandelingen die het mogelijk maken de belangrijkheid ervan te milderen nader bepalen.

7. Reserves

79. De deskundige zal, rekening houdend met het sequellair bilan, vaststellen of er in reserves moet voorzien worden, en zal in dit geval in de mate van het mogelijke, het voorwerp en de duur ervan nader omschrijven.

8. Medische verzorging en kosten na
consolidatie


80. De deskundige zal, rekening houdend met het sequellair bilan, vaststellen of er in bestendige medische verzorging en kosten moet worden voorzien en zal in dit geval de aard en de frequentie ervan bepalen.

E. Voor- en eindverslag

81. De deskundige zal de rechtbank op een globale wijze opheldering verschaffen over de toestand van het slachtoffer met betrekking tot de schadelijke gevolgen van het ongeval, zij het vóór of na de consolidatie. De deskundige zal aan partijen een voorlopig advies overmaken, waarbij hen de mogelijkheid wordt geboden hun opmerkingen te maken binnen de strikt vastgestelde termijn (art. 976 Ger. W.). Zowel in het voor- als eindverslag zal de deskundige antwoorden op alle geformuleerde pertinente opmerkingen, zelfs wanneer deze binnen de gestelde termijn verwoord werden als nota’s van relevante feiten. De deskundige zal pogen de partijen te verzoenen (art. 977 Ger. W.). Wanneer het dossier aanvullende taken of onderzoeken vereist waardoor de deskundige het verslag niet kan inleveren binnen de oorspronkelijk vastgestelde termijn of wanneer de consolidatie blijkbaar in de verre toekomst te situeren is, zal de deskundige voor het verstrijken van de termijn van zes maanden, hetzij op …, een tussentijds verslag opstellen en zal hij conform het artikel 974 van het Gerechtelijk Wetboek een gemotiveerd verzoek richten tot de rechter om de verlenging van de termijn te verkrijgen.
De deskundige zal binnen de … maanden, hetzij uiterlijk op …, zijn eindverslag onder ede ter griffie van deze rechtbank neerleggen.
De deskundige zal zijn opdracht vervullen onder toezicht van de rechter, die steeds ambtshalve of op verzoek van de partijen de werkzaamheden kan bijwonen (art. 973 § 1 Ger. W.). De partijen en de deskundige kunnen zich steeds bij gewone brief, met vermelding van de redenen, tot de rechter wenden (art. 973 § 2 Ger. W.).

F. Afstand van de expertise en hoger beroep

82. De partij die afstand doet van de expertise zal de deskundige, de rechtbank alsook de andere partijen hiervan binnen de maand na huidig vonnis schriftelijk op de hoogte moeten stellen, waarbij de reeds door de deskundige gemaakte kosten ten laste vallen van de partij die afstand doet.
De partij die tegen dit vonnis hoger beroep aantekent moet binnen de 8 dagen na zijn beslissing de deskundige, de rechtbank, alsook de andere partijen hiervan schriftelijk in kennis stellen.

 

 
 

 

 

Voor meer concrete vragen zal u zich uiteraard wenden tot de V.Z.W. zelf!

 

 

.

5. Hoe zorg ik voor een goed verloop van de medische expertise ?

5.1 Het verloop van de afhandeling van de vergoeding voor de lichamelijke schade kan als volgt worden samengevat, volgens de volgorde in de tijd :

1° expertise bij de raadsgeneesheer van de vergoedingsplichtige verzekeringsmaatschappij (meestal de BA-verzekeraar en/of de arbeidsongevallenverzekeraar) ;

2° u stelt een raadsgeneesheer aan, om de medische besluiten van de raadsgeneesheer van de verzekeringsmaatschappij na te zien en zonodig te betwisten ;

opmerking hierbij : het is in feite aangeraden om binnen de drie maanden na het ongeval reeds een eigen raadsgeneesheer aan te stellen, vooral omdat deze u kan laten weten welke bijkomende onderzoeken zo spoedig mogelijk moeten worden uitgevoerd (als bewijslevering) ;

3° in samenspraak met uw raadsarts wordt een minnelijke ofwel een gerechtelijke medische expertise verkozen;

noot hierbij : ingeval een gerechtsdeskundige wordt aangesteld, is het verloop identiek als beschreven in het hoofdstuk “Voertuigschade”, nr. 15, vanaf 4° (t.e.m. 12°).

4° u stelt een advocaat aan, die alle nuttige bewijsstukken verzamelt en die een afrekening betreffende de schadevergoeding opstelt ;

5° hij legt deze afrekening voor aan tegenpartij, om via onderhandelingen een minnelijke regeling na te streven ; lukt dit niet, dan dient de Politierechtbank te beslissen.

Essentieel is het advies een ervaren raadsgeneesheer aan te stellen, ten einde de medische besluiten van de raadsgeneesheer van de verzekeraar te controleren en zo nodig te betwisten.

5.2 Uw raadsgeneesheer moet in het bezit zijn van alle nuttige medische stukken en informatie. Hoe kan hij u anders immers afdoende verdedigen? Zorg daar dus voor !

5.3 Op de eerste en wellicht ook op de tweede expertisebijeenkomst zal aan u worden gevraagd om bepaalde feiten, en vooral uw klachten veroorzaakt door het ongeval, weer te geven. Beschrijf deze klachten volledig, nauwgezet, en zonder overdrijving (zie hierover uitgebreider Adviezen om de volledige vergoeding voor uw lichamelijke schade te bekomen onder nr. 17).

Normalerwijze zal u op de eerste expertisebijeenkomst bovendien moeten uiteenzetten:

- hoe het ongeval precies is gebeurd,

- welke behandelingen u heeft ondergaan (en door wie en wanneer verricht), maar hierbij mag u de medische documenten inroepen,

- welke beroepsopleiding u heeft genoten (aan welke scholen en wanneer),

- welke opeenvolgende beroepen u heeft uitgeoefend (en over welke periodes),

- wat uw gezinssituatie was en is (met opgave van de namen en geboortedata van uw kinderen),

- e.d.m.

Bereid de eerste expertisezitting dan ook zeer goed voor, met de hulp van uw raadsgeneesheer!

5.4 Bij de expertise blijft uw advocaat op de achtergrond, nu hij op medisch gebied vanzelfsprekend niet bevoegd is ; het is uw raadsgeneesheer die uw belangen op medisch gebied verdedigt. Uw advocaat wacht dan ook de voltooiing van de medische expertise af, en hij moet pas daarna alle nuttige bewijsstukken ontvangen (zie ook hierboven onder nr. 1).

Niettemin is het nut van een advocaat tijdens een gerechtelijke expertise niet verwaarloosbaar : hij ziet erop toe dat de expertise op een volledig tegensprekelijke wijze verloopt, vooral wat de overmaking van de bewijsstukken betreft; hij zal tegenover de gerechtsdeskundige en de raadsgeneesheer aandringen op een passende en tijdige reactie; hij zorgt voor de (tijdige) doorzending van de nodige opmerkingen en eventueel ook van nuttige stukken; e.d.m.

Het verslag van de tegensprekelijke expertise (dus van de minnelijke of gerechtelijke expertise) legt de grenzen vast waarbinnen schadevergoeding kan worden gevorderd (zie het voorbeeld verder onder lichamelijke schade, nr. 10).

Het is dus begrijpelijk dat uw advocaat zijn hoofdtaak, nl. de begroting van de lichamelijke schade, pas kan aanvatten nadat de tegensprekelijke medische expertise achter de rug is.

5.5 Voor raad vanwege een raadsdokter met heel wat ervaring: zie nr. 7. hieronder.

.

6. Wat als de gerechtsdeskundige te traag, onzorgvuldig of niet-correct handelt?

6.1 Vooreerst moet worden opgemerkt dat een gerechtelijke expertise in de praktijk gemakkelijk meer dan een jaar in beslag neemt.

 Tevens past het om, in het voordeel van de gerechtsdeskundige, het volgende voor ogen te houden :

a. uw zaak is voor hem een routinezaak, en hij weet precies welke inlichtingen nodig zijn om zijn besluiten te kunnen vormen ;
b. voor u gaat het daarentegen om een mijlpaalgebeurtenis in uw leven ; u bereidt zich goed voor om van alles en nog wat uiteen te zetten, maar een groot deel van deze informatie is voor de gerechtsdeskundige overbodig.

Wrijvingen tussen de gerechtsdeskundige en het slachtoffer komen in de praktijk regelmatig voor. Daarbij staat de gerechtsdeskundige uiteraard aan de sterke kant, aangezien hij beslist welke besluiten hij zal vastleggen…

Het slachtoffer heeft er in elk geval alle baat bij om zich bij een expertise kalm en beleefd te gedragen, zelfs al zou de expert dit niet zijn; tezelfdertijd moet worden beklemtoond dat hij/zij voldoende assertief moet zijn om bijvoorbeeld ervoor te zorgen dat de expert wel degelijk alle klachten en letsels noteert (zie daaromtrent ook Adviezen om de volledige vergoeding voor uw lichamelijke schade te bekomen, onder nr. 17).

6.2 De maatregelen die het slachtoffer kan nemen tegenover een gerechtsdeskundige die niet naar behoren zijn taak uitvoert zijn beperkt, nl. : wraking of vervanging van de gerechtsdeskundige, of – na de expertise – een nieuwe of aanvullende gerechtelijke expertise; vanaf 1/9/07 kan elke partij de gerechtsdeskundige laten oproepen voor de rechter die de deskundige heeft aangesteld, om zo de rechter te doen beslissen over de betwistingen betreffende de expertise (art. 973 § 2 Ger.W.).

Hierbij rijst voorafgaandelijk de vraag of de rechtbank wel de toepassing van de gevraagde maatregel zal toestaan. Vaak is dit niet het geval, bijvoorbeeld omdat de voorwaarden (voor de wraking, vervanging of nieuwe expertise) niet vervuld zijn of omdat deze maatregel overbodig wordt geacht.

6.21 De wraking is werkelijk een uitzonderlijke maatregel.

Art. 966 Gerechtelijk Wetboek : “De deskundigen kunnen worden gewraakt om dezelfde redenen als de rechters”.

Art. 967 Ger. W. : “Iedere deskundige die weet dat er enige reden van wraking tegen hem bestaat, is ertoe gehouden zulks onverwijld aan de partijen mee te delen en zich van de zaak te onthouden indien de partijen hem geen vrijstelling verlenen”.

Art. 969 Ger. W. : “Na de eerste bijeenkomst voor het deskundigenonderzoek mag geen wraking meer worden voorgedragen tenzij de partij eerst nadien kennis heeft gekregen van de wrakingsgronden”.

6.22 De vervanging van een gerechtsdeskundige gebeurt vaker, namelijk in het bijzonder wanneer hij de expertise - opdracht niet kan of wil aanvaarden of verderzetten (wegens teveel werk, pensionering, overlijden, ...).

Een dergelijke vervanging kan ook worden toegestaan op verzoek van één der partijen, tegen de wil van de gerechtsdeskundige in, bijvoorbeeld ingeval deze abnormaal traag of niet meer reageert. De vervanging van de deskundige zal thans ook gebeuren wanneer de gerechtsdeskundige “zijn opdracht niet naar behoren vervult” of wanneer de partijen daar gezamenlijk om verzoeken (nieuw art. 979, §1 Ger. W., van toepassing vanaf 1/9/07).

Een randbemerking hierbij : indien de gerechtsdeskundig zich verzet tegen zijn wraking/vervanging en zijn gelijk behaalt, dan zal het slachtoffer nog meer mogen vrezen voor een niet-objectieve beoordeling door de gerechtsdeskundige. Bovendien bestaan er praktische problemen bij de wraking of vervanging : al het werk dat reeds werd gepresteerd door de gerechtsdeskundige wordt vaak in feite zo goed als nutteloos.

6.23 Volgens de nieuwe wetgeving, van toepassing voor experten aangesteld vanaf 1 september 2007, kunnen de partijen bij gewone brief aan de rechter verzoeken om op te treden betreffende een betwisting die is ontstaan m.b.t. het deskundigenonderzoek; dit omvat een verzoek tot vervanging van de deskundige of tot wijziging van diens opdracht. Onmiddellijk na dit verzoek wordt de zaak beoordeeld in Raadkamer.

Art. 973 § 2 Ger.W.: "Alle betwistingen die in de loop van het deskundigenonderzoek met betrekking tot dit onderzoek ontstaan tussen de partijen of tussen de partijen en de deskundigen, met inbegrip van het verzoek tot vervanging van de deskundigen en van elke betwisting aangaande de uitbreiding of de verlenging van de opdracht, worden door de rechter beslecht.
De partijen en de deskundigen kunnen zich daartoe bij gewone brief, met vermelding van de redenen, tot de rechter wenden. De rechter gelast onmiddellijk de oproeping van de partijen en de deskundigen.
De griffier geeft hiervan binnen vijf dagen bij gewone brief kennis aan de partijen en raadslieden en bij gerechtsbrief aan de deskundige (...)"

De rechters blijken hun bevoegdheid om de gerechtelijke expertise bij te sturen gelukkiglijk ruim op te vatten. Niemand is erbij gebaat dat een expertise onvolledig of onjuist wordt uitgevoerd. Het hoofddoel ervan blijft dat de nodige feitelijke informatie aan de partijen en aan de rechters wordt verstrekt door de deskundige.

6.24 Het vorderen van een nieuwe of aanvullende gerechtelijke expertise stelt minder problemen ; deze vordering wordt immers gesteld nadat de (eerste) gerechtelijke expertise is voltooid. De rechtbank kan beslissen tot een volledig nieuwe gerechtelijke expertise, door een andere expert; zij kan evenzeer beslissen tot enkel een aanvullende expertise of tot loutere onderhoring van de aangestelde gerechtsdeskundige.

Art. 984 Ger. W. : “Indien de rechter in het verslag niet voldoende opheldering vindt, kan hij een aanvullend onderzoek door dezelfde deskundige ofwel een nieuw onderzoek door een andere deskundige bevelen.
De nieuwe deskundige mag aan de vroeger benoemde deskundige de inlichtingen vragen die hij dienstig acht".

Evenwel zal de rechtbank enkel in eerder uitzonderlijke gevallen een nieuw of aanvullend gerechtelijk deskundigenonderzoek toestaan.

De rechter kan ook, tijdens het gehele verloop van de debatten, de deskundigen ter zitting horen.

.

6.25 Een degelijke gerechtsdeskundige gedraagt zich als volgt :


a. als mens :

* in de praktijk moet men constateren dat veel gerechtsdeskundigen al te weinig empathie opbrengen voor het slachtoffer ; door het ongeval is de kwaliteit van het leven van het slachtoffer aangetast, met niet enkel fysieke maar ook psychische gevolgen (al is het maar een bepaalde frustratie) ; voor een nuchtere arts kan het slachtoffer overkomen als iemand die overdrijft, hoewel het enkel maar met enige emotie en misschien zelfs kwaadheid de beperkingen door het ongeval beschrijft ; al te vaak wordt dit geïnterpreteerd als aggravatie (het erger voorstellen van de gevolgen dan deze in werkelijkheid zijn) of zelfs als simulatie (veinzing) ;
* veel slachtoffers klagen over de arrogante houding van bepaalde gerechtsdeskundigen ; dezen moeten ook kunnen omgaan met slachtoffers die minder intelligent zijn, die op een beleefde wijze willen worden aangesproken, die soms iets over de gevolgen van het ongeval willen vertellen dat niet onmiddellijk relevant is voor de expertise, die weetgierig zijn en dus allerlei vragen stellen, of die weinig manieren hebben geleerd ;


b. als expert (adviesverlener) :

* hij vraagt alle medische informatie (verslagen, beeldvorming, e.d.) op ;
* hij bestudeert grondig zowel de aan hem voorgelegde medische stukken als de medische literatuur en andere informatiebronnen die betrekking hebben op de medische discussiepunten ;
* hij staat open voor de informatie en bedenkingen gegeven door de betrokkenen (zijnde door het slachtoffer, de twee raadsgeneesheren, en de twee advocaten) ;
* hij denkt op een objectieve en eerlijke wijze na over alle hem voorgelegde discussiepunten en doet alle nodige afwegingen ; hij zal in elk geval rekening willen houden met de werkelijkheid, en dus o.a. met de vraag wat de werkelijke gevolgen van het ongeval zijn voor het slachtoffer ;
* hij zet zijn bevindingen, vooral zijn overwegingen, duidelijk uiteen in zijn verslag ; hoewel de eerlijkheid vaak gebiedt dat men enige twijfel dient te tonen in de besluitvorming, blijkt dit in de praktijk niet aangeraden te zijn (o.a. omdat dit helaas vaak wordt beschouwd als onduidelijkheid of onzekerheid, wat dan wordt aangegrepen om een nieuwe expertise te vragen) ;
* vragen en opmerkingen op de voorlopige bevindingen en besluitvorming zal de expert grondig en duidelijk beantwoorden ;


c. als gerechtsdeskundige :

* een gerechtsdeskundige moet uiteraard onpartijdig zijn, en hij mag zelfs niet de schijn verwekken dat hij vóór of tegen het slachtoffer gezind is ; zelfs een schijn van partijdigheid kan aanleiding geven tot wraking van de gerechtsdeskundige (zie hierboven) ;
* zijn tweede hoofdverplichting bestaat in het eerbiedigen van de rechten van verdediging ; dit betekent dat de gerechtsdeskundige zijn medisch besluiten in concreto en onderbouwd moet motiveren, dat hij de verzoeken tot een bijkomend onderzoek enkel kan afwijzen mits daarvoor een gegronde reden op te geven, en dat hij voor de partijen en voor de rechtbank voldoende duidelijk moet maken waarom hij tot deze medische besluiten is gekomen ;
* een ander aspect van het recht op verdediging heeft betrekking op het respecteren van de tegensprekelijkheid van de expertise ; wanneer de gerechtsdeskundige bepaalde stukken ontvangt zonder dat duidelijk is dat deze stukken ook zijn kenbaar gemaakt aan de andere partij, dan dient hij daarover zekerheid te bekomen ; zo ook zal hij weigeren om één der partijen (i.h.b. één van de raadsgeneesheren) te aanhoren over de zaak wanneer de andere partij daarbij afwezig is ; in dit kader kan worden aangestipt dat een halve eeuw geleden aan een gerechtsdeskundige de raad werd gegeven om ten vroegste enkele minuten na het aanvangstijdstip van de vastgelegde zitting van de expertise te verschijnen, om te vermijden dat men zou kunnen vermoeden dat hij reeds besprekingen zou hebben gevoerd met één van de twee raadgevende experten ;
* op de expertisezitting zal de gerechtsdeskundige aan elk van de aanwezigen (het slachtoffer en de raadsgeneesheren) voldoende tijd gunnen om hen te laten spreken ; hij neemt nota van alles wat nuttig is of kan zijn ; hij stelt de juiste vragen ; hij ziet na welke bijkomende onderzoeken nog aangewezen zijn en bespreekt dit met de raadsgeneesheren ; hij laat een discussie toe, maar laat deze niet ontaarden.

 

6.3 Enkele bedenkingen

Wie blijvende klachten overhoudt aan een ongeval zal toch een paar jaar moeten wachten op de definitieve schadevergoeding (hoewel ondertussen provisies kunnen worden gevraagd).

Immers, de vergoeding voor de lichamelijke en aanverwante schade kan uiteraard slechts worden bepaald nadat de omvang van deze schade werd vastgesteld en beschreven. De beschrijving van de lichamelijke letsels kan op haar beurt slechts definitief en volledig gebeuren van zodra consolidatie * is ingetreden, dus van zodra de letsels niet meer wijzigen. Voormelde beschrijving kan overigens enkel worden gegeven door een arts, die als expert is aangesteld; deze zal wellicht bepaalde bijkomende onderzoeken bevelen vooraleer zijn besluiten op te maken. Deze medische besluiten kunnen dan ook doorgaans pas na meer dan een jaar na het ongeval worden vastgelegd; maar bij ernstige B.A.O. kan de medische expertise nog heel wat langer aanslepen, vooral doordat de consolidatie moet worden afgewacht.

.

Vervolgens moet mogelijks een tegensprekelijke expertise doorgaan. Daarna moet uw verzekeraar rechtsbijstand of - beter - uw advocaat dan nog de afrekening tot schadeloosstelling opmaken, en nadien via onderhandelingen met tegenpartij een minnelijke regeling nastreven; en tenslotte moet u mogelijks procederen om de passende vergoeding te kunnen bekomen.

Kortom, de definitieve medische besluiten worden meestal pas meer dan 1 jaar na het schadegeval opgesteld en de vergoeding volgt nog - een beetje of veel - later...

 

 

 

 

   

 

MET ONZE OPRECHTE DANK AAN

Mtr. Pascal Mortier

advocaat te Gent

09 224 14 14

pascal.mortier@skynet.be

 

   

 

 

 

De passende vergoeding voor de Lichamelijke schade = nr. 8 e.v.

 

 

7. ADVIEZEN VANWEGE EEN ERVAREN RAADSGENEESHEER


V.Z.W. Verkeersslachtoffers heeft enkele vragen gesteld aan Prof. Dr. Patrick Herregodts. Deze dokter is niet alleen neurochirurg, maar bovendien licentiaat verzekeringsgeneeskunde; daarenboven is hij tot begin 2008 lange tijd een - onafhankelijke - raadsgeneesheer geweest. Hij is dus de geknipte persoon om enkele vragen te beantwoorden omtrent de medische expertise.

NOOT: onderstaand interview werd afgenomen in 2007, toen Prof. Dr. Herregodts nog werkzaam was als raadsgeneesheer.


1) V.Z.W. Verkeersslachtoffers : “Wat zijn de belangrijkste taken van een raadsgeneesheer, volgens u ?

Prof. Dr. Patrick Herregodts : “Het spreekt vanzelf dat de algemene taak van de raadsgeneesheer erin bestaat het slachtoffer zo goed mogelijk bij te staan op het medische gebied :

- de nodige medische informatie verzamelen,

- nagaan of geen bijkomende onderzoeken dienen te gebeuren,

- de medische besluiten van de raadsgeneesheer van tegenpartij beoordelen en zo nodig betwisten,

- bij de eventuele tegensprekelijke expertise argumenten in het voordeel van het slachtoffer ontwikkelen en de argumenten van de raadsgeneesheer van tegenpartij weerleggen,

- en zo meer.

Het is dan ook aangeraden dat het slachtoffer een raadsgeneesheer aanstelt voordat de tegensprekelijke expertise wordt opgestart.

Nadat de raadsgeneesheer alle nuttige stukken en inlichtingen zal hebben bekomen, zal hij het slachtoffer op een correcte wijze informeren over de lichamelijke schade. Bepaalde raadsgeneesheren durven de verwachte graad van blijvende arbeidsongeschiktheid (B.A.O.) overdreven hoog in te schatten, om het slachtoffer gunstig gezind te zijn. De resultaten van de tegensprekelijke medische expertise zullen dan vaak een teleurstelling vormen”.


2) V.Z.W. Verkeersslachtoffers : “Welke dokter dient men aan te stellen als zijn raadsgeneesheer ?

Prof. Dr. Herregodts : “Vaak kiest het slachtoffer een raadsgeneesheer zonder zich daarover de nodige vragen te stellen. Hij stelt zijn huisarts aan, of een arts die dag in dag uit werkt voor verzekeringsmaatschappijen.

Een goede raadsgeneesheer is een dokter met ervaring in medische expertises. Het is bovendien ten zeerste aanbevolen dat deze arts een diploma heeft in de verzekeringsgeneeskunde en evaluatie van menselijke schade. Een raadsgeneesheer moet immers niet alleen de letselschade kunnen beoordelen, maar hij moet ook voldoende op de hoogte zijn van de verschillende wettelijke stelsels ; zo moet hij voldoende weten betreffende het gemeen recht, de arbeidsongevallenwetgeving, de verzekeringspolissen, de uitkering van een vervangingsinkomen binnen het kader van de ziekte- en invaliditeitsverzekering (R.I.Z.I.V.), en dergelijke.

Tevens is het aangeraden dat de raadsgeneesheer onafhankelijk staat van verzekeringsmaatschappijen. Het gebeurt maar al te vaak dat het slachtoffer schadevergoeding vordert van verzekeringsmaatschappij X, maar dat hij tezelfdertijd wordt bijgestaan door een raadsgeneesheer die jaarlijks honderden opdrachten uitvoert voor deze verzekeringsmaatschappij X…”.


3) V.Z.W. Verkeersslachtoffers : “Welke zijn, naast een verkeerde keuze van raadsgeneesheer, de andere belangrijke oorzaken van de mislukking van een medische expertise ?

Prof. Dr. Herregodts : “De belangrijkste oorzaak ligt bij het slachtoffer zelf. Vaak heeft het slachtoffer een onjuist verwachtingspatroon betreffende de begroting van de letselschade. Het slachtoffer ondervindt zelf heel wat klachten, maar deze leiden slechts in beperkte mate tot vergoeding.

Om te kunnen spreken van vergoeding van letselschade moet voldaan zijn aan een aantal regels :

a. vooreerst moet een letsel worden bewezen ; het louter optreden van enkele klachten, zonder dat bepaalde letsels voldoende duidelijk aan het licht zijn gekomen bij onderzoeken, is onvoldoende ;


b. bovendien moet worden bewezen dat bepaalde letsels wel degelijk uit dit welbepaalde ongeval voortvloeien ; met andere woorden, er moet worden bewezen dat het vastgestelde letsel met een hoge graad van waarschijnlijkheid het gevolg is van dit ongeval ; zo is de loutere vaststelling van arthrose (slijtage) van de wervelzuil of van de gewrichten onvoldoende;


c. tenslotte moet het slachtoffer beseffen dat grenzen worden gesteld aan de vergoeding voor lichamelijke schade ; zo zal bij de bepaling van de blijvende arbeidsongeschiktheid (B.A.O.) niet uitsluitend rekening worden gehouden met het vroeger uitgeoefende beroep, maar tevens met alle mogelijke beroepen waarvoor het slachtoffer (theoretisch) in aanmerking komt ; dit heeft soms dramatische gevolgen voor het slachtoffer, dat zich helemaal niet meer in staat voelt nog zijn beroep uit te oefenen maar dat toch vrede moet nemen met een veel lagere graad dan 100 % B.A.O., bvb. met 20 % B.A.O. en dus met slechts 20 % vergoeding van zijn loonverlies
”.


4) V.Z.W. Verkeersslachtoffers : “Wat zijn uw belangrijkste adviezen als raadsgeneesheer aan een slachtoffer van een ongeval ?

Prof. Dr. Herregodts : “Het slachtoffer mag vooreerst niet te lang wachten om een eigen raadsgeneesheer aan te stellen. Ideaal is de situatie waarbij de raadsgeneesheer kan tussenkomen voordat het slachtoffer de eerste keer op onderzoek gaat bij de raadsgeneesheer van de verzekeringsmaatschappij. In zo een geval kan de raadsgeneesheer als eerste nazien welke stukken wel en welke niet worden gebruikt bij de medische expertise, welke onderzoeken nog moeten gebeuren en wanneer,

In de praktijk raadpleegt het slachtoffer meestal pas een raadsgeneesheer nadat de medische expertise door de raadsgeneesheer van de tegenpartij (zijnde de verzekeringsmaatschappij die de vergoeding moet betalen) reeds volop aan de gang is of zelfs reeds beëindigd is. In dit kader rijst trouwens het probleem dat de meeste rechtsbijstandsverzekeraars van oordeel zijn dat een eigen raadsgeneesheer pas moet tussenkomen nadat de raadsgeneesheer van de verzekeringsmaatschappij zijn eindbesluiten heeft kenbaar gemaakt.

Een ander advies aan een slachtoffer betreft het geven van alle informatie aan de raadsgeneesheer. Soms meent het slachtoffer dat het beter zou zijn bepaalde informatie niet kenbaar te maken aan zijn raadsgeneesheer. Maar het slachtoffer moet beseffen dat zijn raadsgeneesheer hem wil helpen en dat hij bovendien gebonden is door het beroepsgeheim. De raadsgeneesheer kan trouwens aanraden om bepaalde onderzoeksresultaten niet te gebruiken bij de medische expertise.

Kortom, ik wil vooral de volgende twee adviezen aan een slachtoffer geven : raadpleeg tijdig een eigen raadsgeneesheer en geef alle mogelijke informatie en stukken aan deze raadsgeneesheer”.


5) V.Z.W. Verkeersslachtoffers : “Welk advies wilt u geven aan een slachtoffer, in uw hoedanigheid van neurochirurg (en dus niet in uw hoedanigheid van raadsgeneesheer) ?

Prof. Dr. Herregodts : “Het slachtoffer ervaart het ongeval soms als een zeer ingrijpend gebeuren. Het is wel belangrijk dat het slachtoffer voldoende tijd neemt om goed te herstellen, maar tevens is meestal een zo snel mogelijke hervatting van de gewone bezigheden aangewezen. Te veel slachtoffers nestelen zich in een langdurige volledige arbeidsongeschiktheid, met de – meestal verkeerde – gedachte dat deze ongeschiktheid toch volledig zal worden vergoed door de verzekeringsmaatschappij. De hervatting van de beroepsbezigheden en van de andere gewone activiteiten wordt meestal gewaardeerd door de raadsgeneesheer van de verzekeringsmaatschappij. Het werkt bovendien meestal heilzaam zodat het genezingsproces wordt bespoedigd”.


6) V.Z.W. Verkeersslachtoffers : “Wat mag een slachtoffer zeker niet doen in het kader van de medische expertise ?

Prof. Dr. Herregodts : “Sommige slachtoffers hebben de neiging om bepaalde medische informatie te verzwijgen. Zij vrezen dat zij als gevolg van bepaalde informatie een lager percentage ongeschiktheid zouden krijgen. Maar het is aangeraden om steeds open kaart te spelen en om maximaal mee te werken aan de expertise. Het slachtoffer maakt een zeer slechte indruk wanneer wordt vastgesteld dat hij bepaalde inlichtingen heeft verzwegen, bvb. betreffende een vorig ongeval”.


7) V.Z.W. Verkeersslachtoffers : “Het is begrijpelijk dat de slachtoffers in bepaalde gevallen klagen over de lange duur van de medische expertise. Wat antwoordt u op dergelijke klachten ?

Prof. Dr. Herregodts : “De slachtoffers moeten voldoende geduld leren opbrengen. Zo kunnen de medische besluiten pas voor het eerst worden vastgelegd van zodra de letsels consolideerbaar zijn, dus van zodra de letsels niet meer wijzigen. Wanneer het slachtoffer te sterk aandringt op de beëindiging van de medische expertise ontstaat het gevaar dat de deskundige zijn medische besluiten opmaakt vooraleer de consolidatie daadwerkelijk is ingetreden ; in een dergelijk geval zal het slachtoffer meestal een te lage schadevergoeding bekomen : de schadevergoeding per dag is het hoogst in de periode tussen het ongeval en de consolidatiedatum, zijnde in de periode van tijdelijke arbeidsongeschiktheid (afgekort T.A.O.) ; bovendien is het zeer moeilijk of onmogelijk om laattijdige verwikkelingen of miskende letsels in verband te brengen met het ongeval eens het dossier werd afgesloten.

Als algemene regel kan worden gesteld dat de datum van de consolidatie meestal valt op de verjaardag van het ongeval ; daar de medische expertise pas na de consolidatiedatum kan worden beëindigd, moet het slachtoffer begrijpen dat deze beëindiging meestal pas meer dan een jaar na het ongeval kan gebeuren”.

 

 

8) V.Z.W. Verkeersslachtoffers : “In welke gevallen is een gerechtelijke expertise te verkiezen boven een minnelijke expertise ?

Prof. Dr. Herregodts : “Vooreerst wil ik beklemtonen dat de keuze tussen deze twee vormen van tegensprekelijke expertise niet uitsluitend wordt bepaald door de raadsgeneesheer, maar dat hiervoor tevens samenspraak nodig is met het slachtoffer en met diens advocaat.

Volgens mij hangt de keuze tussen een gerechtelijke expertise en een minnelijke expertise grotendeels af van de houding en de ingesteldheid van de raadgevende geneesheer van de tegenpartij. Bij een minnelijke expertise moeten de twee raadsgeneesheren – deze van de verzekeringsmaatschappij en deze van het slachtoffer – kunnen verwachten dat zij gezamenlijk tot een overeenstemming zullen kunnen komen betreffende de belangrijkste punten van de medische expertise.

Ik verkies een gerechtelijke expertise in de volgende gevallen :

* de sfeer waarin de voorafgaandelijke controle-onderzoeken bij de raadgevende geneesheer van de verzekeringsmaatschappij zijn verlopen was niet goed ; er was bvb. sprake van een verstoord contact tussen deze raadsgeneesheer en het slachtoffer ;


* de raadsgeneesheer van de verzekeringsmaatschappij heeft de reputatie om zeer stroef op zijn eerste standpunt te blijven staan ; het nastreven van een overeenstemming betreffende de graad van B.A.O. en betreffende de andere belangrijke punten heeft dan ook weinig zin ;


* de raadsgeneesheer van de verzekeringsmaatschappij verdedigt medische besluiten die veel te laag liggen en die niet in overeenstemming zijn met de werkelijk vastgestelde letsels ; dan is de kloof tussen de onderscheiden standpunten van de raadsgeneesheren al te groot, zodat een gerechtelijke expertise beter is dan een minnelijke expertise ;


* ook wanneer het gaat om een uitermate belangrijke aangelegenheid, om een medisch ingewikkeld probleem (waarover de raadsgeneesheren te weinig kennis hebben), of om een expertise waarin nog heel wat onderzoeken nodig zijn kan een gerechtelijke expertise meer aangewezen zijn
”.

 

*
* *

 

ZIE MEER BIJ "Adviezen om de volledige vergoeding

voor uw lichamelijke schade te bekomen" (= nr. 14 -20).

 


***

*

 

Met dank aan advocaat Pascal Mortier, Hoogstraat 53, 9000 Gent (tel. : 09 / 224 14 14 – fax : 09 / 225 55 65 – pascal.mortier@skynet.be)

 

 


Vervolg : Lichamelijke schade = nr. 8 e.v.

 

 

 

 

Je wordt lid voor een heel jaar door storting van slechts 15 €.
Lidgelden zijn onze enige bron van inkomsten!
Word lid van de V.Z.W. Verkeersslachtoffers door storting van slechts 15 € op bankrekening 979-9574501-24 (IBAN: BE81 9799 5745 0124 - BIC: ARSPBE22).


Met een kleinere bijdrage helpt u onze vzw ook al.

 

  
 
 
 
 
 
 
   
Naar pagina top
Uw rechtsbijstandsverzekering dekt alle kosten van Uw verdediging
 
HZetel: Persijzerstraat 77, 9080 Lochristi
Etienne Verniers van 10 tot 22 uur
H 
09/ 339 17 30
H
Hbijstand@verkeersslachtoffers.be
0473/ 38 00 88
H