<%@LANGUAGE="JAVASCRIPT" CODEPAGE="1252"%> lichamelijke schade letsels
 
V.Z.W. VERKEERSSLACHTOFFERS
Vereniging voor bijstand na een ongeval
Word geen tweede keer slachtoffer! Vraag tijdig Inlichtingen! Wij helpen U verder!
Juridisch - Voertuigtechnisch - Medisch
 
- Naar HOMEPAGE
Doel E-mail onze V.Z.W. Contactpersonen Woordenlijst A-D / E-O / P-Z
Tips na een ongeval
Procedures
Vergoedingen
 
Voertuigschade
Lichamelijke schade
Psychologische hulp
 
Klachten
Adressen
Links
 
Woordenlijst
Heet van de naald
 
Inhoudstafel
 
E-mail onze V.Z.W.
LICHAMELIJKE SCHADE & MEDISCHE EXPERTISE ©

lletselschade letsels vergoeding letselschade gehandicapt schadevergoeding invalide "hulp van derden" morele schade lichamelijkeamelijke schade amputatie

 

Wanneer een woord is aangeduid met * kan u de definitie ervan terugvinden in de Woordenlijst,

ingedeeld in A-D / E-O / P-Z.

 

 

--------------------------------

 


LICHAMELIJKE SCHADE (LICHAMELIJKE LETSELS)

 

 

 

Met dank aan advocaat Pascal Mortier, Hoogstraat 53, 9000 Gent (tel.: 09 / 224 14 14 – fax : 09 / 225 55 65 – pascal.mortier@skynet.be)

 

 

A. VOOREERST: zie DE MEDISCHE EXPERTISE = nr 1 t.e.m. 7.

 

 

 

B. DE VERGOEDING VOOR DE LICHAMELIJKE SCHADE

(


S a m e n v a t t i n g

 

* Juristen delen de lichamelijke schade ( = letselschade) op in meerdere schadeposten (vooral: Morele schade tegenover Materiële schade, en Tijdelijke arbeidsongeschiktheid (T.A.O.) / tijdelijke invaliditeit (T.I.) * tegenover Blijvende arbeidsongeschiktheid (B.A.O. = B.W.O.) */ blijvende invaliditeit (B.I.) * )."ex aequo et bono" BAO BI consolidatie blijvend werkongeschikt percentage werkonbekwaamheid werkongeschiktheid werkononbekwaamheid arbeidsongeschiktheid invaliditeit tijdelijke en blijvende ongeschiktheid invaliditeit
* Er bestaan meerdere Wijzen van vergoeding (nr. 9.5 ), zoals de forfaitaire vergoeding, de raming ex aequo et bono *, de kapitalisatieberekening, en de geïndexeerde rente. Voor B.I. /B.A.O. tot 15 % wordt meestal de forfaitaire vergoeding per punt (= per procentunt van B.A.O. / B.I.) toegepast (nr. 9.54). VVkapitalisatie kapitalisatieberekening geïndexeerde rente ex aequo et bono

Gaat het om (zeer) ernstige lichamelijke schade, dan worden bijkomende schadeposten aangenomen en dan gelden bijzondere regels voor de berekening van de vergoeding (zie hieronder nr. 9.6 Erge morele schade en 9.7 Zwaar gehandicapten, en ook nr. 9.33 bijzondere soorten van morele schade en nr. 9.53 kapitalisatie; zie tevens Enkele voorbeelden onder nr. 10.2). geïndexeerde levenslange rente ernstig gehandicapt zonder benen motorfiets ongeval rolstoel verkeersongeval totaal afhankelijk derden ouders

* Onder nr. 11. Losse weetjes worden enkele uiteenlopende inlichtingen gegeven over de vergoeding voor de lichamelijke schade.

* Daarna, onder nr.
12., wordt besproken onder welke voorwaarden de kosten na de consolidatiedatum * vergoedbaar zijn.

* De schadevergoeding bij overlijden : zie 13. Vergoedingen bij overlijden


*
Tenslotte wordt in het deel C (zijnde nr. 14 t.e.m. 20) uitgelegd wat het slachtoffer zelf moet doen om volledige vergoeding te kunnen bekomen, dus:

• welke stukken moet het slachtoffer van in het begin verzamelen (nr. 14. Medische verslagen en 15. Uw kosten bewijzen) ?
• wat is de functie van een eigen raadsgeneesheer (nr.16
Uw eigen raadsgeneesheer) ?
• hoe kan/moet ik de medische expertise voorbereiden?
(nr. 17 Hoe kan u het best de medische expertise voorbereiden ?)
wat is de rol van uw advocaat ? (nr. 18 Uw advocaat )
• betaalt de rechtsbijstandverzekeraar alle kosten van de eigen advocaat en de eigen raadsgeneesheer ? (nr. 19
. Uw advocaat en uw rechtsbijstandsverzekeraar en 20. Rechtsbijstand).

 

 

ONS HOOFDADVIES: ONDERTEKEN NOOIT EEN AKKOORD BETREFFENDE DE SCHADEVERGOEDING, TENZIJ NA ADVIES VAN UW ADVOCAAT.

MINSTENS ZAL U VOORALEER UW AKKOORD TE GEVEN ONZE TEKSTEN WILLEN LEZEN.

WORD GEEN TWEEDE KEER SLACHTOFFER.

 

 

letsels)

 

Contactpersoon van de V.Z.W.:


Etienne Verniers (van 10 tot 22 uur) :

tel. 09/ 339 17 30

GSM 0473/ 38 00 88


OF


E-MAIL ONS


ZELFS ANONIEME E-MAILS WORDEN BEANTWOORD !

Thans ontvangen we ongeveer 1 mail met vragen per dag.

 

 

8. Het vergoedingsprincipe - de indicatieve tabel

 

8.1 Hoofdprincipe: volledige schadeloosstelling

Het principe van de schadebegroting is geniaal in zijn eenvoud : het slachtoffer - en bij diens overlijden zijn erfgenamen - zijn gerechtigd op de volledige vergoeding van alle schade die voortvloeit uit het ongeval (zie ook het hoofdstuk "Mogelijke vergoedingen" om de voorwaarden te vernemen).

Schade is het verschil tussen:
enerzijds de - hypothetische - toestand waarin het slachtoffer zich normalerwijze zou hebben bevonden indien
het schadegeval (de fout, de onrechtmatige daad, het ongeval) niet zou zijn tussengekomen
en
anderzijds de - werkelijke - toestand waarin het zich sinds en ingevolge het schadegeval bevindt.

De indicatieve tabel van 2008 (zie hierover nr. 8.2 hieronder) voorziet:

"85. De schade moet steeds in concreto worden begroot, zelfs bij een vergoeding ex aequo et bono, zodat het slachtoffer, voor zoveel als mogelijk, teruggeplaatst wordt in de toestand waarin hij zich zou hebben bevonden wanneer er geen ongeval gebeurd zou zijn".

Maar de toepassing van dit hoofdprincipe op de lichamelijke schade past als een tang op een varken; juristen zijn dan ook op zoek gegaan naar een passende onderverdeling van de lichamelijke schade, om zo de regelmatig voorkomende gevallen op een algemene en rechtvaardige wijze te kunnen vergoeden.


8.2
De indicatieve tabel

Bovendien werd door de verenigingen van Belgische Magistraten een indicatieve tabel opgesteld. Deze tabel werd in mei 2004 en in oktober 2008 herzien (gepubliceerd in NJW op 22 oktober 2008 - http://www.nieuwjuridischweekblad.be/); ze geeft een overzicht weer van de gebruikelijke vergoedingen van de regelmatig voorkomende schadeposten. Omdat zij door de rechters zelf is opgesteld bevat zij in feite de gebruikelijke rechtspraak betreffende de schadevergoeding.

Zij is vooral bedoeld als richtlijn bij de begroting van de lichamelijke schade van slachtoffers van een verkeersongeval, maar ze wordt ook daarbuiten vrij algemeen gebruikt.

In de indicatieve tabel (I.T.) wordt benadrukt dat de opgegeven richtvergoedingen voor de rechter helemaal niet bindend zijn en dat zij niet kunnen worden toegepast wanneer de omvang van de schade in concreto wordt aangetoond.

In het voorwoord van de Indicatieve Tabel van mei 2004 stond : "De tabel laat de soevereine beoordeling van de feitenrechter geval per geval onverkort". In de nieuwe indicatieve tabel, van oktober 2008, merkt men op dat de tabel uitsluitend in die zaken een houvast biedt waar de schade enkel op forfaitaire wijze kan worden geraamd.

Vele van deze richtvergoedingen worden niettemin bijna steeds zonder enige betwisting toegepast door de advocaten en door de rechters, zoals de vergoeding voor de huishoudelijke en de morele schade tijdens de TAO en zoals de forfaitaire vergoeding per punt voor de schade BAO (bij lage graden van BAO).

MAAR: de richtvergoedingen voorzien in de I.T. gelden niet of slechts gedeeltelijk voor personen die ernstig gehandicapt zijn (zie verder 9.7 Zwaar gehandicapten); ze worden bovendien slechts gedeeltelijk toegepast door de verzekeringsmaatschappijen.

 

 

De inhoud van de indicatieve tabel van oktober 2008 - (gepubliceerd in NJW op 22 oktober 2008 - http://www.nieuwjuridischweekblad.be/) :


Voorwoord

I. Kosten en uitgaven

A. Voertuigschade – gebruiksderving – BTW---------- zie hierover het hoofdstuk Voertuigschade
B. Verplaatsings- en administratieve kosten -------------- zie hierover verder onder nr. 9.23 kosten en uitgaven
C. Kledij en bagage -------------- zie hierover verder onder nr. 9.23 kosten en uitgaven
D. Medische kosten na consolidatie -------------- zie nr. 12.
Zijn de kosten na de consolidatiedatum vergoedbaar ?

II. Tijdelijke arbeidsongeschiktheid en invaliditeit

A. Materiële schade

1. Inkomensverlies
-------------- zie hieronder 9.21 professionele schade
2. Meerinspanningen
-------------- zie hieronder 9.21 professionele schade
3. Economische waarde huishoudelijke arbeid
-------------- zie 9.22 huishoudelijke schade

B. Morele schade

C. Verlies schooljaar
-------------- zie 11. Losse weetjes , nl. nr. 11.5
1. Materiële schade
2. Morele schade
3. Achterstand in de loopbaan

III. Blijvende arbeidsongeschiktheid en invaliditeit

A. Wijzen van vergoeding van de materiële schade

1. Geïndexeerde rente -------------- zie 9.7 Zwaar gehandicapten (m.a.w. hoge graad van B.A.O.)
2. Kapitalisatie – splitsingsmethode
-------------- zie 9.5 Wijzen van vergoeding
3. Intrestvoet
4. Sterftetafels
5. Vergoeding per punt
-------------- zie 9.5 Wijzen van vergoeding

B. Verschillende vormen van schade

1. Inkomensverlies -------------- zie 9.21
professionele schade
2. Huishoudelijke schade -------------- zie 9.22
huishoudelijke schade
3. Hulp van derden -------------- zie 9.22
huishoudelijke schade
4. Postprofessionele schade -------------- zie 9.21
professionele schade
5. Morele schade
6. Seksuele schade
-------------- zie 9.33 bijzondere soorten van morele schade
7. Esthetische schade
-------------- zie 9.33 bijzondere soorten van morele schade
8. Genoegenschade
-------------- zie 9.33 bijzondere soorten van morele schade
9. Schade door weerkaatsing
-------------- zie 9.33 bijzondere soorten van morele schade (o.a. genegenheidsschade)

C. Vergoeding per punt
-------------- zie 9.5 Wijzen van vergoeding

1. Materiele/morele schade vermengd
2. Zuivere morele schade

IV. Overlijden
-------------- zie 13. Vergoedingen bij overlijden
A. Begrafeniskosten
B. Schade ex haerede
C. Morele schade van de nabestaanden
D. Economische schade bij overlijden

V. Intrest en provisie -------------- zie hierover
Enkele principes betreffende de uitbetaling van de vergoeding door de verzekeringsmaatschappij (in hoofdstuk "Vergoedingen")

A. Vergoedende intrest
1. Op de hoofdsom
2. Op de provisies
B. Moratoire rente

VI. Opdracht medische expertise -------------- zie hierover de tegensprekelijke medische expertise

VII. Slotbeschouwingen

De belangrijkste delen van de indicatieve tabel worden hieronder geciteerd.

 


Noot 1: aangaande de wettelijke voorwaarden voor vergoeding aan slachtoffers, inbegrepen de vergoeding voor de zwakke weggebruikers * en inbegrepen allerlei sociale uitkeringen (gehandicapten-, mutualiteits-, arbeidsongevallen-, en andere uitkeringen) : zie "Mogelijke vergoedingen".

Noot 2: de indicatieve tabel 2008 ( = laatste versie) kan u vinden via http://www.e-njw.be/

 

 

 

9. Wat is lichamelijke schade?

 

9.1 Algemene definitie

9.11 Het gaat hier om (de vergoeding voor) lichamelijke letsels in de ruimste zin, inbegrepen de nadelen op het morele vlak en de psychische letsels. Synoniemen voor "lichamelijke schade": letselschade, schade aan de mens, persoonsschade,...

Het gaat om de nadelen die rechtstreeks of onrechtstreeks voortvloeien uit de (fysieke en/of psychische) letsels die een persoon heeft opgelopen.

9.12 Het hoofdonderscheid in lichamelijke schade: materiële * en morele * schadevergoeding. Beide worden verder onderverdeeld (zie hieronder nr. 9.2 ).

9.13 Een ander belangrijk onderscheid is dit tussen invaliditeit en arbeidsongeschiktheid.
Vooreerst zal de geneesheer - expert nagaan in welke mate de fysieke integriteit, dus het lichamelijk (inbegrepen het cerebraal / psychisch) vermogen, van het slachtoffer is aangetast; dus de vraag: welke aantasting, dus handicaps en andere beperkingen, kan op medisch gebied worden aangenomen?; dit betreft de (tijdelijke of blijvende) invaliditeit.
Daarna wordt, grotendeels op basis van de bepaling van de invaliditeit en ook van de mogelijkheden om te arbeiden, nagegaan in welke mate het slachtoffer nog kan werken (vooral op professioneel maar ook op huishoudelijk vlak, en desgevallend betreffende postlucratieve of extraprofessionele activiteiten); dit betreft de arbeidsongeschiktheid.

In het Belgische recht wordt geen onderscheid gemaakt naargelang de aard van de letsels. De begroting van de letselschade gebeurt in principe dus op dezelfde wijze voor een whiplash - patiënt als voor een persoon die een vingerkootje heeft verloren of die een psychisch trauma (met depressie) heeft opgelopen. Alle bewezen fysieke en psychische (geestelijke) schade als gevolg van het verkeersongeval moet worden vergoed. De juristen hebben de schadelijke gevolgen enkel maar in soorten ingedeeld om ze gemakkelijker te kunnen bespreken.

Zo ook is in principe de rechtsgrond zonder belang: van zodra het recht op schadevergoeding vaststaat moet deze integraal worden betaald aan het slachtoffer, ongeacht of de schade gebaseerd is op de burgerlijke aansprakelijkheid,of op de wetgeving betreffende de zwakke weggebruikers (art. 29bis WAM), of op de verplichtingen van het Gemeenschappelijk Motorwaarborgfonds, of op een medische fout, of op een verkeersinbreuk (samen met art. 1382 Burgerlijk Wetboek). Maar soms is het slachtoffer enkel gerechtigd op een vergoeding die forfaitair (dus niet volgens de werkelijkheid) wordt bepaald, zoals bij toepassing van het arbeidsongevallenrecht of van een sommenverzekering.

 

9.2 Materiële schade

De materiële schade betreft in essentie de nadelen met een rechtstreekse of onrechtstreekse financiële weerslag; dus de vraag: in welke mate zou mijn patrimoniale toestand, mijn financieel vermogen, beter zijn geweest indien het ongeval niet was gebeurd.

Deze schade omvat de
professionele schade (9.21), de huishoudelijke schade (9.22), en de stoffelijke schade (
kosten en uitgaven, nr. 9.23).

 

9.21 De professionele schade

Deze (materiële) schade bestaat in de volgende vormen : inkomstenverlies, de vermindering van de economische waarde (dus in het bijzonder van het verdienvermogen), en het moeten leveren van meerinspanningen .

1° a Het rechtstreekse inkomstenverlies, i.h.b. het beroepsinkomensverlies doordat men - al dan niet tijdelijk - niet meer kan werken als gevolg van de arbeidsongeschiktheid. Het verlies aan beroepsinkomsten en aanverwante (sociale) voordelen, door het ongeval, moet zo precies mogelijk worden berekend; daarbij vertrekt men van de vraag welk beroepsinkomen zou zijn behaald indien het ongeval niet zou zijn gebeurd.

Een moeilijkheid bij deze berekening: er dient rekening te worden gehouden met de personenbelasting en met de sociale-zekerheidsbijdragen (meestal 13,07 % voor een werknemer).

De indicatieve tabel van oktober 2008 - (gepubliceerd in NJW op 22 oktober 2008 - http://www.nieuwjuridischweekblad.be/) (verder "I.T.") voorziet:

"11. Het inkomensverlies moet steeds in concreto worden bewezen.

(...). Als het nettoloon als basis gebruikt wordt, kunnen reserves worden toegekend voor de fiscale en sociale lasten op voorwaarde dat dit gevraagd wordt. De schadevergoeding strekt ertoe steeds hetzelfde nettoloon te verkrijgen als vóór het ontstaan van de schade.


31. Het basisloon moet in concreto worden begroot.

Aan jonge slachtoffers die nog geen of een gering loon verdienen, moet speciale aandacht worden besteed.

In aanmerking te nemen is het nettoloon, tenzij aangetoond wordt dat de gelijkwaardige fiscale en sociale lasten de toe te kennen vergoeding te zwaar belasten. Als het nettoloon als basis gebruikt wordt, kunnen reserves worden toegekend voor de genoemde fiscale en sociale lasten wanneer dit gevraagd wordt. De winstderving (lucrum cessans) wordt vergoed.

32. Het inkomen kan verhoogd worden als toekomstige loonsverhogingen los van de indexering kunnen aangetoond worden. (...)
".

Het volgende wordt bedoeld: de werkelijke inkomensschade van het slachtoffer bestaat niet uit het verlies aan bruto-inkomen, waarvan immers een groot deel toekomt aan de overheid; dus wordt uitgegaan van het nettoloon. Maar de schadevergoeding voor beroepsinkomstenverlies wordt op fiscaal gebied beschouwd als een vervangingsinkomen, en is alzo eveneens belastbaar. Evenwel is het bedrag van deze belastingen afhankelijk van de gezinssamenstelling en andere factoren. Dus moet aan het slachtoffer voorbehoud worden toegekend om dit bedrag terug te kunnen bekomen van de vergoedingplichtige van zodra hij vanwege de fiscus dit bedrag verneemt. Zonder een dergelijk voorbehoud zou het slachtoffer uiteindelijk maar de schadevergoeding gebaseerd op het netto-inkomen verminderd met de belastingen op deze schadevergoeding ontvangen.

De tekst van de I.T. onder nr. 31 (zie hierboven) is op zijn zachtst gezegd verwarrend. De derde zin moet wellicht zijn: "In aanmerking te nemen is het nettoloon, tenzij aangetoond wordt dat de fiscale en sociale lasten die moeten worden geheven op de toe te kennen vergoeding voor het loonverlies gelijkwaardig zijn aan soortgelijke lasten op het loon". Bedoeld wordt: voormeld voorbehoud moet niet worden voorzien en het brutoloon mag als berekeningsbasis worden aangenomen indien wordt bewezen dat de sociale en fiscale lasten enerzijds op het loon en anderzijds op de vergoeding van het loonverlies gelijk(waardig) zijn. Doch nu vervanginginkomsten, nl. de vergoeding voor beroepsinkomsten, onder een gunstig belastingsregime vallen en nu daarop geen sociale lasten verschuldigd zijn is kwestieuze mogelijke gelijkwaardigheid louter theoretisch.

De vergoeding voor de inkomensderving wordt doorgaans zo precies mogelijk, cijfermatig berekend (zie ook verder onder nr 10, a2).

Voor de juiste begroting "in concreto" van het inkomensverlies is het noodzakelijk dat de nodige bewijzen worden voorgelegd: de relevante loonbrieven, fiscale aanslagbiljetten, bewijzen van de ontvangen mutualiteitsuitkeringen (die moeten worden afgetrokken van de schadevergoeding), e.d. Vanzelfsprekend moet ook het verlies aan voordelen volledig worden vergoed.

 

1° b Men kan ook inkomensverlies lijden buiten de eigenlijke beroepsuitoefening.

Wie door het ongeval geen sport of hobby meer kan uitoefenen die geld opbracht of geen activiteit meer kan verrichten die geld bespaarde (bvb. onderhouden van de tuin) heeft voor dit verlies recht op schadevergoeding. Hier spreekt men van extra-professionele schade (zijnde materiële schade bovenop het beroepsinkomensverlies).

Het kan ook aannemelijk zijn dat het slachtoffer normalerwijze, zonder het ongeval, na zijn pensioen nog op enige wijze geld zou verdiend hebben (of uitgaven zou hebben bespaard). Hier spreekt men van postlucratieve (of postprofessionele) schade, dit is de materiële schade vanaf de pensioenleeftijd (dit is na de lucratieve, dus professionele, periode).


De indicatieve tabel van 2008: " 35. Postprofessionele schade is het verlies opgelopen door de gehele of gedeeltelijke ongeschiktheid tot het verrichten van arbeidstaken die niet behoren tot de huishoudelijke arbeid en die een economische waarde hebben na het afsluiten van de beroepsloopbaan.
Daaronder vallen niet: de inkomsten uit toegelaten arbeid voor gepensioneerden, wanneer zij vervat zijn in de vergoeding voor de blijvende arbeidsongeschiktheid".



De vermindering van de economische waarde als gevolg van de (blijvende) arbeidsongeschiktheid.

Deze vermindering betreft voor een werknemer de aantasting van zijn concurrentiële waarde op de arbeidsmarkt. Dit is het verhoogde risico om in de loop van zijn verder leven als gevolg van het ongeval minder te verdienen doordat hij sneller en langer werkloos zal zijn en/of doordat hij verplicht zal zijn een beroep te aanvaarden met een lager loon (nl. wegens lager uurloon of wegens niet meer voltijds kunnen werken).

Voor een zelfstandige is soortgelijk verlies uiteraard veel moeilijker in te schatten, zeker wanneer hij met personeel werkt.

Het verlies aan economische waarde betreft grotendeels een toekomstig en niet exact te bepalen financieel verlies wegens het niet meer of minder geschikt zijn om een beroep uit te oefenen.

Het valt wellicht samen met het begrip "verlies aan verdienvermogen" in de wetgeving betreffende de Ziekte- en Invaliditeitsverzekering.

De noodzaak meerinspanningen te leveren bij de uitoefening van economische activiteiten, zijnde in het bijzonder bij de huishoudelijke en/of professionele activiteiten; deze vorm van materiële schade betreft de verhoogde inspanningen die thans bij de uitvoering van deze activiteiten nodig zijn, ten aanzien van de toestand die zou hebben bestaan zonder het ongeval.

Het slachtoffer kan zijn professionele en/of huishoudelijke activiteiten enkel nog verrichten mits bepaalde meerinspanningen op te brengen. Dan bestaat naast de morele ook materiële schade, die volledig moet worden vergoed. Deze schadepost bestaat bvb. bij soms opkomende hoofdpijn.

Aangaande de meerinspanningen bij professionele activiteiten is de indicatieve vergoeding bepaald op 20 € (voorheen 17, 50 €) per dag, in verhouding tot het percentage van T.A.O., vanaf de werkhervatting .

De I.T. 2008: "12. Meerinspanningen die niet concreet begrootbaar zijn, worden vergoed tegen 20,- euro per dag a rato van 100 % arbeidsongeschiktheid vanaf het hernemen van de professionele activiteit".

 


9.22 De huishoudelijke schade


a. De huishoudelijke schade

De uitvoering van huishoudelijke taken heeft een economische waarde, zodat het niet meer (of minder goed) kunnen uitvoeren van het huishoudelijke werk vergoedbare materiële schade uitmaakt. De huishoudelijke schade slaat op de materiële schade doordat men (als gevolg van het ongeval) zijn vroegere, gebruikelijke huishoudelijke activiteiten niet meer of minder goed kan verrichten. Zoals bij de professionele schade is vergoeding voor de huishoudschade verschuldigd 1° voor het verlies aan economische waarde (als huisvrouw / huisman), dus voor de volledige of gedeeltelijke onmogelijkheid om huishoudelijke activiteiten te verrichten, alsook 2° voor het moeten leveren van meerinspanningen bij dergelijke activiteiten.

Voor de huishoudelijke schade worden de volgende richtvergoedingen voorgesteld:

* zonder kinderlast:17,50 € per dag;
* met één kind dat gerechtigd is op kinderbijslag: 25 € per dag; per bijkomend kind vermeerderd met 5 €.

Deze vergoeding geldt per huishouden. Ze wordt aangepast in overeenstemming met de (bewezen) concrete bijdrage die elke partner in het huishouden levert; bij gebrek aan concrete gegevens (zoals bijna steeds) wordt de bijdrage uitgesplitst in 65 % door de vrouw en 35 % door de man.

Volgens de I.T. 2008:

"14. Als deze schade, meerinspanningen inbegrepen, hoewel hij vaststaat, niet concreet kan worden begroot bij gebrek aan valabele bewijzen en concrete elementen, wordt een forfaitaire vergoeding voor het verlies van de economische waarde van de huishoudelijke
arbeid toegekend, mits de schadelijder concrete elementen aanbrengt die het bestaan van
deze schade minstens aannemelijk maken. Volgende vergoedingen worden voorgesteld:

[1] zonder kinderlast: 17,50 euro per dag;
[2] met kinderlast: 25,- euro per dag voor één kind, te verhogen met 5,- euro per bijkomend kind ten laste van het globaal huishouden zolang hij gerechtigd is op kinderbijslag.


Het betreft een vergoeding per huishouden en niet per individu. De vergoeding wordt aangepast in functie van de bijdrage die elke partner in het huishouden levert. Bij gebrek aan concrete gegevens wordt de bijdrage gesplitst als volgt: ten belope van 65 % voor de bijdrage door de vrouw en 35 % voor de bijdrage door de man
".

Bij voorbeeld: het gezin bestaat uit vader + moeder + 2 nog inwonende kinderen; de volledige waarde van de huishoudelijke bezigheden van man en vrouw samen wordt, volgens de indicatieve tabel, bepaald op (25 + 5 € =) 30 € per dag; het aandeel van de man wordt forfaitair geraamd op 35%, dus op 10,5 €; als de man aangereden wordt zal hij dus een vergoeding voor huishoudelijke schade ontvangen van 10,50 € per dag van 100 % TAO, van (10,50 € x 75 % =) 7,875 € per dag van 75 % TAO, enzoverder.

 

"13. Als het niet of gedeeltelijk kunnen verrichten van huishoudelijke arbeid, het gevolg is van een schadeverwekkend feit en een behoefte aan hulp in het huishouden doet ontstaan, kan deze schade concreet worden begroot en vergoed, door de kostprijs van de noodzakelijk erkende hulp integraal te vergoeden".

Evenwel kunnen de kosten voor hulp in het huishouden uiteraard niet bovenop de zopas besproken forfaitaire vergoeding voor de huishoudelijke schade worden aangerekend; dit zou een dubbeltelling, een tweevoudige vergoeding van dezelfde schade, uitmaken. In de praktijk worden de reële kosten dan ook in vele gevallen achterwege gelaten (tenzij ze hoger zouden bedragen dan de forfaitaire vergoeding).


b. De hulp van derden

Het slachtoffer kan ook nood hebben aan hulp van derden. Vaak zal het slachtoffer hulp van huishoudelijke aard nodig hebben (schoonmaken, afwassen, strijken,...), maar dit valt onder de huishoudelijke schade (of evt. onder de kosten en uitgaven) en niet onder de eigenlijke hulp van derden. Met deze hulp van derden wordt het volgende bedoeld: bij erge B.A.O., en meerbepaald bij een vermindering van de zelfredzaamheid, heeft het slachtoffer hulp nodig bij activiteiten van het dagelijkse leven (A.D.L.), zoals bij zich voeden, zich wassen, zich aankleden, zich verplaatsen, e.d. Deze hulp van derden vormt een andere, bijkomende schadepost dan de eigenlijke huishoudelijke schade. Deze schade bestaat vooral bij zeer ernstig gehandicapten.

De indicatieve tabel 2008:

" 3. Hulp van derden

34. De noodzaak aan hulp van derden, buiten het huishouden, en de omvang van de te verstrekken hulp moeten steeds in concreto worden vastgesteld.

Wanneer de hulp wordt uitgedrukt per tijdseenheid, wordt een bedrag per uur vastgesteld, in overeenstemming met de vereiste kwalificatie van de hulpverlener.


Voor de wijze van vergoeden gelden dezelfde regels als voor het toekomstige inkomensverlies.
"

Deze hulp van derden geeft vaak aanleiding tot een zeer hoge schadevergoeding. Als bvb. de vergoeding daarvoor wordt vastgelegd op 2 uren aan 10 euro per dag, dan betekent dit een levenslange vergoeding van 7.300 euro per jaar. Maar mogelijks gaat het zelfs om veel zwaardere schade, zodat bvb. de vergoeding overeenstemt met het loon van 3 verpleegsters.

Het meten van het aantal uren noodzakelijke hulp dient derhalve zo nauwkeurig mogelijk te gebeuren, wat bij een medische expertise vaak wordt vergeten. Een belangrijk meetinstrument is de Elida-schaal (zie ook ADL-hulp).


9.23
De stoffelijke schade

Ook alle andere geleden schade moet worden vergoed, zoals kosten en uitgaven die het gevolg zijn van het ongeval (zijnde meestal een verkeersongeval). Onder "stoffelijke schade" vallen o.a. de medische kosten, de voertuigschade, de kledijschade, de verplaatsingskosten, e.d.

De I.T. 2008:

" Verplaatsingkosten - administratiekosten

6. Een forfaitaire tegemoetkoming van € 62,- tot € 125,- in administratie-, correspondentie- en telefoonkosten kan toegekend worden.

7. Voor verplaatsingskosten, indien forfaitair berekend, ongeacht het type van voertuig, is € 0,30 euro per kilometer aanvaardbaar.

Kledij en bagage

8. Als de schade vaststaat maar de omvang niet exact kan bewezen worden, wordt ex aequo et bono € 375,- voorgesteld voor de gehele kledij rekening houdend met de vetusteit".


Zie ook:

 

 

9.3 Morele* schade (morele - geestelijke - psychische schade)


9.31 Definitie

De morele schade (in de volksmond soms nog “pijnen en smarten” genoemd) is alle andere nadelige gevolgen dan de materiële schade. Het gaat dus om nadelen die daadwerkelijk worden ervaren door het slachtoffer maar die geen betrekking hebben op zijn financiële toestand (zijnde op zijn vermogen, zijn patrimonium).


9.32
De gewone morele schade

Deze omvat de psychische trauma 's, lichamelijke pijnen, ongemakken, en andere nadelen die algemeen gepaard gaan met een ongeval.

Opmerkingen:

  • inzover het gaat om buitengewone blijvende morele schade: zie nr 9.33
  • in de mate dat deze morele nadelen ook een financiële weerslag hebben gaat het tevens om materiële schade (zie verder nr. 9.6).

De algemeen gebruikelijke morele schadevergoeding tijdens de T.A.O. (zoals voorzien in de indicatieve tabel en zoals overigens zo goed als nooit wordt betwist) beloopt 25 € per dag, in verhouding tot de graden van T.A.O.

Deze basisvergoeding wordt meestal bepaald op 31 € per dag van hospitalisatie, die immers uiteraard heel wat bijkomende ongemakken en hinder met zich brengt.

 

De I.T. oktober 2008:

"Morele schade

15. De deskundige begroot het quantum doloris op een schaal van 1 tot 7 als volgt:

- 1/7: minieme pijn
- 2/7: zeer lichte pijn
- 3/7: lichte pijn
- 4/7: middelmatige pijn
- 5/7: ernstige pijn
- 6/7: zeer ernstige pijn
- 7/7: uitzonderlijke ernstige pijn.

Hij houdt er rekening mee dat de fysische smarten van niveau 1 tot 3 vervat moeten zitten in de graden van arbeidsongeschiktheid en/of invaliditeit.

De morele schade omvat de normale pijn en smarten, en alle courante ongemakken als gevolg van de vastgestelde letsels evenals hun impact op persoonlijke activiteiten in tuin, sport, hobby en het pretium doloris tot de graad van 3 op een schaal van 7. Deze morele schade kan als volgt vergoed worden:

- € 31,- per gewone dag hospitalisatie;
- € 25,- per dag zonder hospitalisatie bij 100 % ongeschiktheid.

Deze vergoeding bevat de voorzienbare fysieke smarten inherent verbonden met de aangetaste fysieke integriteit en waarvan de gevolgen vergelijkbaar zijn voor ieder individu.

Wanneer het pretium doloris niet in het hiervóór vermeld forfait begrepen is omwille van het feit dat het afzonderlijk wordt begroot door een medische expertise, dan worden volgende bedragen per dag toegekend vanaf schaal 4:

Schaal met hospitalisatie

 

zonder hospitalisatie

 

4/7 € 31,- + € 10,- € 25,- + € 10,-
5/7 € 31,- + € 12,50 € 25,- + € 12,50
6/7 € 31,- + € 15,- € 25,- + € 15,-
7/7 € 31,- + € 17,50 € 25,- + € 17,50

".

Soms wordt voor de T.A.O. dus een bijkomende vergoeding voor "pretium doloris" aangenomen (letterlijk vertaald "de prijs voor de pijnen"). Dit is de bijzondere morele schade wegens uitzonderlijke fysieke pijnen (bvb. wegens brandwonden). De ernst van deze pijnen wordt meestal uitgedrukt door middel van de zevendelige schaal (zoals voor de esthetische schade - zie wat verder); daarbij betekent 1/7 (1 op 7) een minieme graad van bijzondere pijn en 7/7 onhoudbare pijnen. In de indicatieve tabel van 2008 is een bijkomende vergoeding voor "quantum doloris" (de hoeveelheid van pijn) voorzien, nl. ten bedrage van 10 euro per dag bij 4/7 en bijkomend 2,5 euro per graad boven 4/7.

Thans, bij de nieuwe indicatieve tabel van oktober 2008, wordt een beter onderscheid gemaakt tussen de graden van de pijn; tot voordien werd enkel een vergoeding, t.b.v. 37,50 € per dag, toegekend bij werkelijk erge pijnen of uitzonderlijke fysieke hinder tijdens de hospitalisatie- of de revalidatieperiode.

Bijna nooit wordt pretium doloris als blijvende schade aanvaard (en dus enkel als schade TAO).



9.33
Bijzondere morele schade

Het is logisch en billijk dat een bijkomende vergoeding wordt toegekend wanneer het slachtoffer bovenop de blijvende gewone morele schade een bijzondere morele schade ondervindt, die andere slachtoffers niet lijden.

Deze bijzondere vormen van morele schade worden meestal ex aequo et bono geschat (zie over deze begrotingswijze verder nr. 9.51, 3°).

Hier volgen de belangrijkste soorten van bijzondere morele schade (dewelke dus supplementair wordt vergoed).

a. Pretium doloris (zie hierboven nr. 9.32), die soms als bijkomende (tijdelijke) morele schadepost wordt aangenomen.

b. Pretium voluptatis, of seksuele schade : de nadelen die rechtstreeks of onrechtstreeks verband houden met de seksuele mogelijkheden. Deze schadepost omvat op zeer ruime wijze alles wat een verminderde functionaliteit van het geslachtsorgaan betreft (inbegrepen een vermindering van de vruchtbaarheid).

Er wordt een onderscheid gemaakt tussen

enerzijds de schade betreffende het seksuele genot (bvb. impotentie, vermindering van libido en lustbeleving, en dergelijke)
en
anderzijds het verlies van (de kansen op) een nageslacht.

Zo omvat de sexuele schade :

1° de vermindering (of het volledige verlies) van de genotservaring tijdens de seksuele daad,

2° de onmogelijkheid om nog seksueel actief te zijn (zodat uiteraard geen seksueel genot meer kan worden ervaren en zodat geen kinderen meer kunnen worden voortgebracht),

3° de verminderde kansen op een huwelijk (of andere vaste relatie), bvb. ingevolge uiterst erge esthetische schade of cerebrale aantasting, en

4° de verminderde kansen of zelfs de onmogelijkheid om nog een kind voort te brengen (m.i.v. meer kansen op een miskraam).

Het gaat hier bijna steeds om een blijvende morele schade (dus vallend niet onder de TAO maar onder de BAO / BI).

De vergoeding voor de pretium voluptatis wordt vaak op 25.000 € of meer vastgelegd (ex aequo et bono).

De indicatieve tafel 2008:

"
6. Seksuele schade

37. Deze schade is als zeer specifieke schade te vergoeden afzonderlijk van de overige schadeposten.
Er moet een onderscheid gemaakt worden tussen enerzijds de schade door verlies aan seksueel leven (bijvoorbeeld impotentie, anorgasmie, aantasting van libido en gevoelloosheid) en anderzijds het verlies van zekerheid op nageslacht, waaronder steriliteit valt te catalogeren.

38. De kosten verbonden aan de noodzaak van bijvoorbeeld een keizersnede of kunstmatige inseminatie worden vergoed. Zowel de materiële schade (onder meer de aankoop van medicatie, medisch materiaal, medische ingrepen…) als de uit de noodzakelijke ingrepen spruitende morele schade moeten vergoed worden.

39. De partner die bij weerkaatsing schade heeft, kan om vergoeding ervan verzoeken
".


c.
Genoegenschade, ook geneugteschade of plezierschade genoemd: de vermindering van het levensgenot als gevolg van de verhoogde moeilijkheid (of de onmogelijkheid) om nog deel te nemen aan bepaalde aangename activiteiten, in het bijzonder om nog een bepaalde sport of hobby te beoefenen.

De indicatieve tabel 2008:

"8. Genoegenschade

42. Indien niet vervat in de morele schade kan deze vergoeding worden voorbehouden voor uitzonderlijke gevallen waarin het slachtoffer als gevolg van het bewezen schadeverwekkende feit een vooraf beoefende sport of hobby moet stopzetten of drastisch verminderd ziet".

Valt ook onder deze schadepost: het niet kunnen meemaken van een geplande vakantie, bvb. omdat men op weg naar de luchthaven werd aangereden of omdat men een week voor het vertrek werd omvergereden. Maar over soortgelijke vormen van genoegenschade zijn de laatste jaren geen vonnissen meer gepubliceerd.

De begroting van de genoegenschade gebeurt meestal ex aequo et bono (dus ruw geschat), maar zij steunt uiteraard op de concrete gegevens. Daar deze gegevens zeer uiteenlopend kunnen zijn - bij voorbeeld het niet meer kunnen voetballen (als vrijetijdsbesteding) tegenover een bijna volledig verlies van alle mogelijkheden om te genieten - zijn ook de toegekende vergoedingen zeer verschillend (bij voorbeeld 500 euro tegenover 25.000 euro).

 


d. Genegenheidschade
of schade door weerkaatsing (of bij repercussie of bij weerslag): de morele schade die door de verwanten wordt geleden door het moeten aanzien van het zeer ernstige lijden van een zeer nauw familielid of van de vaste partner.

Zo is het begrijpelijk dat de ouders een uitzonderlijke onrust moeten ondergaan wanneer hun kind in coma verkeert ; ook de toestand waarbij een kind of andere naaste een blijvende, erge (fysieke of psychische) aftakeling ondergaat brengt genegenheidsschade met zich mee.

Deze vergoeding wordt in principe eveneens begroot ex aequo et bono, op basis van de concrete omstandigheden (zoals de ernst van de toestand, de duurtijd ervan, de graad van verwantschap en van genegenheidsband, en dergelijke).

De I.T. 2008: "Schade door weerkaatsing

43. Dit is de schade die de verwanten lijden door het aanzien van het leed en de pijn van het slachtoffer. Het moet gaan om uitzonderlijke pijnen.
Er wordt een vergoeding toegekend wanneer het slachtoffer in levensgevaar of coma verkeert, zodat de toestand uiterst zorgwekkend is. Ook de situatie waarin naastbestaanden verkeren die dagelijks en langdurend geconfronteerd worden met een ernstige blijvende psychische, fysieke of mentale aftakeling van het slachtoffer geeft recht op deze vergoeding.
Deze vergoeding wordt toegekend vanaf het moment dat de familieband niet meer normaal kan worden beleefd.
"


e. Esthetische schade
: esthetische schade = de morele nadelen als gevolg van de ontsieringen van het lichaam, zoals een litteken, huidverkleuring, amputatie van een lidmaat, misvorming, hinkende gang, … ; hierdoor ontstaat een gevoel van minderwaarde en schaamte bij het slachtoffer, dat hiervoor recht heeft op een bijzondere, bijkomende vergoeding.

Opmerking: de medische expert zal in vele gevallen enkel de littekens en de zichtbare vervormingen aan het lichaam als esthetische schade beschouwen; ten onrechte !; ook het manken, het verlies van een been of een arm, en dergelijke zijn een vorm van esthetische schade.

De graad van de ontsiering wordt door de geneesheer-expert vastgelegd aan de hand van de zevendelige schaal van Julin: 1 miniem, 2 zeer licht, 3 licht, 4 middelmatig, 5 ernstig, 6 zeer ernstig, 7 afstotend. De schaal van Julin geeft uiteraard maar een persoonlijke en dus arbitraire schatting van de expert weer; meestal is het aangewezen dat het slachtoffer de ontsieringen visueel laat vaststellen door de rechter, hoewel in vele gevallen foto’s van de esthetische schade kunnen volstaan.

Bij de begroting van de vergoeding voor deze esthetische schade wordt bovendien rekening gehouden

1° met de plaats van de ontsiering – hoe zichtbaarder hoe hoger de vergoeding (litteken in uw gezicht of op uw billen ?) –,

2° met het geslacht van het slachtoffer (een vrouw bekomt een hogere vergoeding dan een man),

3° met de leeftijd, en

4° met het sociale leven, dus de activiteiten, van het slachtoffer (veel onder de mensen of niet?).


De I.T. 2008:

"7. Esthetische schade

40. Deze schade heeft niets te maken met de economische schade die voortvloeit uit esthetische ontsiering.
De (arts)deskundige baseert zich op de gebruikelijke schaal van 1 tot 7 (schaal van Julin). De
rechter moet rekening houden met de plaats van de ontsiering, het geslacht, de leeftijd en de activiteiten van het slachtoffer. Met activiteiten worden bedoeld niet alleen de professionele activiteiten maar ook de sociale activiteiten zoals deelname aan een toneelkring,
muziekgroep die een mens confronteren met anderen.
41. Daar de rechter moet appreciëren, is een gedetailleerd advies van de deskundige noodzakelijk. Het is aan te bevelen dat de arts-deskundige, naast de gebruikelijke quotering van 1 tot 7, een gedetailleerde beschrijving geeft van de schade, indien mogelijk ondersteund door foto’s, onverminderd de mogelijkheid om de schade van het slachtoffer op de zitting de visu vast te stellen
.

Wijze van vergoeden:

Leeftijd

1/7
miniem

2/7
zeer licht
3/7
licht
4/7
middelmatig
0 - 10 jaar 540 2.150 4.850 8.625 €
11 - 20 520 2.075 4.700 8.300 €
21 - 30 490 2.000 4.400 7.850 €
31 - 40 450 1.800 4.100 7.250 €
41 - 50 400 1.600 3.600 6.500 €
51 - 60 350 1.400 3.100 5.550 €
61 - 70 275 1.100 2.600 4.400 €
71 - 80 200 800 1.750 3.100 €
ouder 115 450 1.050 1.850 €
5/7 ernstig:
min. 10.000 €
(geen maximum)
6/7 zeer ernstig:
min. 15.000 €
(geen maximum)

 

7/7 afstotend:
min. 25.000 €
(geen maximum)

 

 

Bovenstaande richtvergoedingen voor de esthetische schade zijn een verfijning tegenover de vorige indicatieve tabel, waar geen leeftijdsverschil werd gemaakt. Maar ze liggen in vele gevallen nog steeds (merkelijk) lager dan wat de rechter toekent. Zeker voor kinderen hebben vele rechters de neiging een hogere vergoeding toe te kennen dan voorgesteld in de indicatieve tabel. De tarifering valt al te ongunstig uit voor jongeren: een vrouw van 65 jaar zou nog meer dan de helft van de vergoeding ontvangen van deze voor een meisje van 15 jaar, voor dezelfde levenslange ontsieringen...


f. Andere bijzondere morele schade: telkens het verantwoord is een bijkomende vergoeding te bekomen bovenop de gewone vergoeding voor de morele schade kan deze worden gevraagd. Zo is een dergelijke bijzondere vergoeding gerechtvaardigd wanneer de vader vóór zijn ogen zijn zoon heeft zien verongelukken, wanneer het slachtoffer als gevolg van het ongeval een P.T.S.S. (posttraumatische stressstoornis) of een ander belangrijk psychisch trauma heeft opgelopen, of wanneer de noodzakelijke chirurgische ingreep een bepaald nadelig gevolg (bij voorbeeld een blijvende hese stem of incontinentie) met zich heeft gebracht.

 


9.4 T.A.O. en B.A.O. (ijdelijke arbeidsongeschiktheid en blijvende arbeidsongeschiktheid)

Een ander onderscheid is deze volgens het tijdsverloop.

9.41 Op een bepaald tijdstip kunnen de letsels als gestabiliseerd worden beschouwd; ze zullen niet meer verder genezen (maar evenmin verergeren) vanaf een bepaalde dag. Deze dag wordt de consolidatiedatum* genoemd.

9.42 De - evolutieve - periode tot aan deze consolidatie is de tijdelijke arbeidsongeschiktheid (T.A.O.*) , ook T.W.O. (tijdelijke werkongeschiktheid) of T.O. (tijdelijke ongeschiktheid) genoemd; soms is er geen economische ongeschiktheid en dan noemt deze periode "tijdelijke invaliditeit" (T.I.*).

De - levenslange - periode na deze consolidatiedatum is de blijvende invaliditeit (B.I.*); bestaat een blijvende arbeidsongeschiktheid, bovenop de B.I., dan spreekt men van B.A.O.

Bij de professionele schade TAO wordt in principe enkel (of hoofdzakelijk) geoordeeld op basis van het beroep dat men uitoefende op de dag van het ongeval. Vanaf de consolidatiedatum (dus BAO) worden alle mogelijke beroepen (gelet op de beroepsopleiding, -ervaring, e.d.) in ogenschouw genomen.

9.43 De blijvende invaliditeit slaat op de opgelopen handicap(s), op de verminderde mogelijkheden als mens, louter gezien vanuit medisch (en dus niet-juridisch) oogpunt.

Blijvende arbeidsongeschiktheid (B.A.O.), ook blijvende werkonbekwaamheid (B.W.O.) genoemd, is een vorm van B.I.; zij is meerbepaald deze blijvende invaliditeit die een materieel (geldelijk) verlies met zich brengt in de vorm van een - al dan niet rechtstreeks - verlies aan inkomsten of aan economische (zijnde in geld waardeerbare) waarde.

Wie de activiteiten in zijn beroep of binnen het huishouden minder goed kan verrichten, zelfs ondanks meerinspanningen, lijdt een vermindering van zijn arbeidsgeschiktheid en dus een verlies aan economische waarde.

LET OP: u kan op verschillende gebieden een beoordeling van uw B.I. / B.A.O. meemaken, met telkens een volledig andere beslissing. Zo gebeurt het vaak dat de arbeidsongevallenverzekeraar u een beslissing van genezenverklaring (dus 0 % BAO) stuurt, dat u van de B.A.-verzekeraar de kennisgeving van 4 % B.A.O. ontvangt, en dat u door uw ziekenfonds wordt aanvaardt als zijnde meer dan 66 % invalide...; zie ook de uitleg bij Vergoedingen nr. 3, 6c en 6d (Gevallen van vergoedbaarheid van de lichamelijke (en verwante) schade). Steeds een eigen, ervaren raadsgeneesheer raadplegen!


9.44
De verzekeringsexpert, die zoals hierboven onder medische expertise uiteengezet normalerwijze als eerste medische besluiten opstelt, zal steeds enkel maar tot blijvende invaliditeit (B.I.) en dus niet tot B.A.O. besluiten. Vaak wordt dit door de rechtbank geïnterpreteerd in die zin dat er enkel morele (en dus geen materiële) schade overblijft.

Vanzelfsprekend zal u een beduidend hogere vergoeding kunnen vragen indien de tegensprekelijke expertise besluit tot B.A.O. (= B.W.O.), en niet enkel tot blijvende invaliditeit



9.5
Wijzen van vergoeding (of juister : wijzen van begroting van de vergoeding)

9.51 De begrotingswijzen die relevant zijn in het kader van schadevergoeding zijn:

1° de terugbetaling van de werkelijk betaalde prijs (voor de medicamenten, medische onderzoeken,...); deze hoofdsom wordt vermeerderd met intrest;
in somminge gevallen wordt eventueel een aftrek toegepast wegens het toerekenen van een voordeel (bijvoorbeeld wegens de eigen besparingen bij de huur van een vervangingsvoertuig);

2° de forfaitaire vergoeding, waarbij de vergoeding niet effectief wordt uitgerekend maar op een vast bedrag wordt geschat; deze begrotingswijze kan worden onderverdeeld in twee vormen:

a. er wordt een bedrag voor één schadepost, of één globale som voor meerdere schadeposten gezamenlijk, vastgelegd, rekening gehouden met de concreet vastgestelde toestand; zo kan de expert met de schadelijder overeenkomen dat de voertuigschade in haar totaliteit wordt begroot op bvb. 1.000 euro (zonder te bepalen of het al dan niet een totaal verlies betreft, of dergelijke); zie ook hierna 3°, begroting ex aequo;

b. een andere vorm van forfaitaire begroting bestaat erin dat de vooraf vastgelegde vergoedingscriteria worden toegepast op dit concrete geval; zo wordt voor de vergoeding ingevolge de B.A.O. zeer vaak een begroting per punt (= per percent van blijvende invaliditeit ) toegepast, volgens de indicatieve tabel; daarbij wordt de vergoeding uitsluitend bepaald door de graad (= het percentage) van B.A.O. of van B.I. en door de leeftijd van het slachtoffer (en dus niet door de andere relevante factoren, zoals gezinssamenstelling, beroep en inkomen, ...);

3° begroting van de schade ex aequo et bono, dus "naar billijkheid en goedheid", d.w.z. op grove wijze forfaitair * geschat; het bestaan van kwestieuze schadepost is afdoende aannemelijk en dus bewezen, maar tezelfdertijd is het onredelijk of zelfs onmogelijk om van de benadeelde te eisen dat hij de exacte omvang van deze schade dient aan te tonen;
typevoorbeeld: de kledijschade als gevolg van een ongeval wordt bijna steeds ex aequo et bono geraamd (volgens de indicatieve tabel meerbepaald op 375 euro); ook morele-schadeposten worden ex aequo et bono geraamd (zie hoger onder nr. 9.33); bvb. : wegens de lichte letsels die de wandelaar heeft opgelopen doordat hij werd omvergelopen door Piet wordt hem voor alle morele en materiële schade gemengd een vergoeding toegekend die ex aequo et bono wordt begroot op 50 euro.

4° de kapitalisatieberekening : zie hierna nr. 9.53;

5° de periodieke (geïndexeerde) rente : zie hierna nr. 9.7.

9.52 De keuze tussen deze onderscheiden begrotingswijzen wordt vooral bepaald door de vaststelling dat men al dan niet voldoende cijfergegevens bezit om een berekening uit te voeren.

9.53 Vanaf ongeveer 15 % B.A.O. (blijvende arbeidsongeschiktheid) staat men vergoeding toe bij wijze van kapitalisatieberekening *. Hierbij worden de verdere toekomstige professionele schade en andere blijvende schade berekend uitgaande van de actuele schadevergoeding per dag, maar rekening gehouden met het voordeel van de vervroegde uitbetaling.

De actuele indicatieve tabel (oktober 2008):

"III. Blijvende arbeidsongeschiktheid en invaliditeit

A. Wijzen van vergoeding van de materiële schade

(...)

Kapitalisatie – splitsingsmethode

22. De kapitalisatie is een manier van berekenen van de toekomstige schade.
23. Kapitalisatie is de omzetting in een kapitaal van al de (jaarlijkse of maandelijkse te vervallen) renten over de (vermoedelijke) periode waarover de vergoeding
verschuldigd is.
De rechter moet zich plaatsen op het ogenblik van zijn uitspraak. Er moet een duidelijk onderscheid gemaakt worden tussen de tot dan geleden schade en de schade die voortloopt na de uitspraak. Enkel de vergoeding van deze laatste schade kan door kapitalisatie berekend worden.
Het in aanmerking te nemen basisloon (te bewijzen aan de hand van stukken) is het loon van de laatste periode voorafgaand aan de uitspraak. Als basisloon bij inkomensverlies wordt het nettoloon genomen, met een reserve voor de fiscale en sociale lasten opde vergoeding.
24. (...)
Rekening moet worden gehouden met de wettelijke pensioenleeftijd.
25. (...)
26. (...)
27. Wanneer de termijn waarover de rente moet worden betaald, relatief lang is, moeten de opbrengsten van de meest veilige beleggingsmethoden in aanmerking worden genomen. Deze hebben traditioneel het laagste nettorendement. Omdat ook rekening moet gehouden worden met een hogere inflatie in 2008 dan 3,9 % en de nog bestaande roerende voorheffing van 15 % op een renteopbrengst van OLO’s (10 jaar) van gemiddeld 4,9 %, lijkt het verantwoord nog 2 % als rentevoet voor kapitalisatie te hanteren.
28. (...)

4. Sterftetafels

29. Gebruik steeds de meest recente overlevings– of
sterftetafels. (...)".

De levensduur stijgt de laatste decennia pijlsnel: sinds de berekeningen van de levensverwachting bij de geboorte vanaf eind 19° eeuw tot heden blijkt deze levensverwachting elk decennium met meer dan 2 jaar te stijgen (dus 10 jaar geleden stierf men meer dan 2 jaar vroeger dan nu, 20 jaar geleden meer dan 4 jaar vroeger enz.). Kapitalisatieberekening met hantering van verouderde sterftetafels resulteert voor levenslange schade (zoals huishoudelijke en morele schade) dus tot een te lage schadevergoeding.

Bovendien kan worden betwist welke kapitalisatierentevoet moet worden gebruikt. De I.T. oktober 2008 stelt 2 % voorop; voordien was 3 % voorzien in de I.T. (wat een merkelijk lagere vergoeding oplevert dan 2 %).

 

Uit haar aard kan kapitalisatie enkel gebeuren voor toekomstige verliezen (of andere nadelen), die dus nog moeten ontstaan op de dag van de kapitalisatieberekening. Hier wordt de splitsingsmethode toegepast, waarbij via de vastlegging van een scharnierdatum de blijvende schade wordt opgesplitst tussen deze in het verleden en deze in de toekomst. In de praktijk is de scharnierdatum deze van het (toekomstige) vonnis of deze van de dading*.

Bij kapitalisatie moet dus eerst een scharnierdatum worden bepaald, zijnde de datum waarop de dading of het vonnis normalerwijze zal tussenkomen. Vervolgens moet een opsplitsing worden gemaakt tussen 1° de periode in het verleden, dit is de periode tussen de eerste dag vanaf wanneer kwestieuze schade aanvat (meestal de consolidatiedatum) en de scharnierdatum, en 2° de toekomstige periode, dit is de periode vanaf de scharnierdatum tot de laatste dag van die schade (dus tot de pensioenleeftijd voor het beroepsinkomensverlies of tot de overlijdensdatum voor huishoudelijke en morele schade). De kapitalisatieberekening, bedoeld om het voordeel dat de benadeelde geniet door de vervroegde uitbetaling van de schadevergoeding in te calculeren, gebeurt uit haar aard uitsluitend voor de toekomstige schade.
Voor de toekomstige schade neemt men meerbepaald aan dat de vervroegde betaling (op vandaag) een voordeel oplevert van bvb. 2 % per jaar (vanaf vandaag tot op de laatste dag van deze schade, bvb. tot op de pensioenleeftijd).

Wij stellen deze kapitalisatierentevoet van 2 % voor de begroting van het inkomensverlies toch in vraag. Het inkomen is gekoppeld aan de index, dus aan de inflatie. De kapitalisatierentevoet van 2 % impliceert dus dat een belegd kapitaal (nl. de schadesom voor het verlies aan toekomstige beroepsinkomsten) netto, na belastingen en na aftrek van de inflatie, gemiddeld 2 % per jaar zou opbrengen...


Enkel de schade in het verleden kan worden vermeerderd met vergoedende intrest, vanaf de gemiddelde datum van deze periode.

Uitleg over de kapitalisatie d.m.v. een voorbeeld. Men berekent eerst welk netto-inkomen u normaal gezien zonder het ongeval zou hebben verdiend - bij voorbeeld 1.500 euro per maand - . Veronderstel 1° dat u op de vermoedelijke datum van het vonnis, zijnde de scharnierdatum, nog 25 jaar (= 300 maanden) verwijderd zal zijn van uw pensioenleeftijd en 2° dat u 50% BAO heeft opgelopen door het ongeval en dat u slechts nog de helft van uw loon, dus 750 euro netto per maand, verdient. Hoe wordt uw toekomstig inkomensverlies dan berekend? Het basisbedrag van uw inkomensverlies (750 €) wordt niet zo maar vermenigvuldigd met het aantal maanden tot aan uw pensioenleeftijd ; dus niet zo maar 750 euro x 300 maanden = 225.000 € schadevergoeding. Omdat u deze schadesom nu onmiddellijk in één keer krijgt, terwijl u uw loon normaal gezien pas maand na maand in de toekomst had ontvangen, wordt de som van 225.000 euro verminderd wegens het voordeel van de vervroegde ontvangst van de som; dit gebeurt door een kapitalisatiecoëfficiënt toe te passen. Bvb.: 750 euro (nettoverlies per maand) x 12 maanden x 17,2557 (kapitalisatiecoëfficiënt voor de duurtijd van 25 jaar) = 155.301,30 euro (of bijna 70.000 € minder dan bij niet-kapitalisatie).

Er worden verschillende kapitalisatietabellen gebruikt. Sommige zijn zeer nadelig voor de schadelijder (bvb. de tafels van Levie of van Jaumain); andere zijn aanvaardbaar (zoals de wiskundige tabellen gecombineerd met de meest recente sterftestatistieken, of de tafels van Jacques Schrijvers). Schryvers gaat uit van de mediaanlevensduur, zijnde van de resterende levensduur die gemiddeld door 50,01 % van eenzelfde groep personen wordt behaald; u hebt dus iets meer dan de helft de kans nog even lang te leven.
Levie meent daarentegen dat het slachtoffer oververgoed zou worden indien zijn beroepsinkomensverlies zou worden becijferd over de volledige resterende lucratieve levensduur, dus over alle verdere jaren tot aan het pensioen; immers, er bestaat een kans dat het slachtoffer vroegtijdig overlijdt en deze kans moet worden ingecalculeerd; volgens ons is dit onjuist:
- in de veronderstelling dat 10 % van soortgelijke personen vroegtijdig, vóór de pensioenleeftijd, zal overlijden, betekent dit dat dit welbepaalde slachtoffer X met 90 % zekerheid en dus volgens de normale verwachtingen niet vroegtijdig zal overlijden; waarom zou hij dan een vermindering van zijn vergoeding met 10 % moeten ondergaan?
- de toepassing van de tafels van Levie voor de kapitalisatieberekening van levenslange schade (zoals huishoudelijke en morele schade) is nog meer onverantwoord: zo houdt men enkel rekening met het risico dat men vroeger sterft dan het gemiddelde, terwijl de kans dat men langer dan het gemiddelde leeft toch even groot is !

De gekapitaliseerde som zal een onvolledige vergoeding uitmaken indien bij de kapitalisatieberekening een te hoge rente, de tabellen van Levie, verouderde tabellen of sterftestatistieken, tabellen met jaarlijkse (i.p.v. maandelijkse) betalingen, of een te laag basisbedrag (nettoloon) worden gebruikt. In veel gepubliceerde vonnissen ziet men dat dergelijke berekeningsfactoren al te nadelig zijn vastgelegd voor de benadeelde (vooral doordat diens advocaat niet de juiste berekeningsfactoren heeft aangewend, terwijl de rechter de vergissingen niet mag rechtzetten); zo kan het verschil in het nadeel van het slachtoffer gemakkelijk meer dan 10 % van de juist berekende vergoeding bedragen!

Dit alles is een zeer technische aangelegenheid, voor gespecialiseerde juristen!

9.54 In de meeste andere gevallen wordt de blijvende schade op forfaitaire * wijze vergoed (d.w.z. grof geraamd). Zo wordt bij lagere graden van B.I.* (blijvende invaliditeit) de vergoeding ervoor meestal bepaald door de graad van B.I. te vermenigvuldigen met een vast bedrag dat enkel wordt bepaald door de leeftijd van het slachtoffer (zijnde de zogenaamde forfaitaire vergoeding per punt).

Bijvoorbeeld: een slachtoffer tussen 15 en 25 jaar zal voor een lage graad van B.A.O. doorgaans een forfaitaire vergoeding van 2.062 euro per punt, zijnde per percent van B.A.O., ontvangen; dus: is de B.A.O. 3%, dan is de gebruikelijke vergoeding 3 x 2.062 = 6.186 euro.

De I.T., zoals aangepast in oktober 2008:

"Vergoeding per punt

30. Deze vergoeding betreft een derde wijze van vergoeding wanneer het niet mogelijk is voorgaande methodes te gebruiken. (...)".

Hier wordt bedoeld dat de inderdaad zeer ruwe raming per procentpunt van B.I. / B.A.O. enkel toepasselijk is wanneer de begroting niet via geïndexeerde rente noch via kapitalisatie kan gebeuren. In de praktijk wordt de vergoeding per punt zeker tot 10 % B.A.O. zo goed als steeds aangewend.

Verder in de I.T.:

"Vergoeding per punt of percentage blijvende arbeidsongeschiktheid/blijvende invaliditeit

44. Er moet rekening worden gehouden met de impact van de letsels op de totaliteit van de activiteiten van het slachtoffer. (...) De basis van appreciatie is de leeftijd van het slachtoffer op de datum van de consolidatie.(...)

Bij ongeschiktheden lager dan 15 % kunnen de hierna voorgestelde bedragen worden toegepast, rekening houdend met de ernst, de impact en de graad van de restletsels.

45. De tabel is de volgende:

< 15 jaar: € 2.200,-
< 25 jaar: € 2.062,-
< 30 jaar: € 1.925,-
< 35 jaar: € 1.925,-
< 40 jaar: € 1.787,-
< 45 jaar: € 1.650,-
< 50 jaar: € 1.512,-
< 55 jaar: € 1.375,-
< 60 jaar: € 1.237,-
< 65 jaar: € 962,-
< 70 jaar: € 825,-
< 75 jaar: € 687,-
< 80 jaar: € 550,-
< 85 jaar: € 412,-
> 85 jaar: € 275,-

 

46. Bij blijvende ongeschiktheid wanneer de materiële schade niet forfaitair begroot werd, wordt de morele schade bepaald op basis van de helft van de bedragen vermeld in bovenstaand tabel.

47. In de gevallen van blijvende invaliditeit, dit is zonder meerinspanning in het huishouden en professioneel leven, wordt als morele schade de helft van de bedragen uit bovenstaande tabel in aanmerking genomen".


Dus hier zijn enkel het percentage van B.I. / B.A.O. en de leeftijd determinerend voor de schadevergoeding. Bij voorbeeld: wie op de dag van de consolidatie 54 jaar oud is zal voor zijn 3 % B.A.O. meestal (3 x 1.375 € =) 4.125 € ontvangen (meer vergoedende rente vanaf de consolidatiedatum). Maar als enkel 3% B.I. zonder meerinspanningen werd weerhouden, dus enkel morele schade, dan zal dit slachtoffer slechts de helft, zijnde 2.062,50 €, bekomen voor zijn blijvende lichamelijke schade.

De richtvergoedingen van de I.T. 2008 zijn een verhoging met 10 % van deze van de I.T. 2004. Helaas heeft men niet van de gelegenheid gebruik gemaakt om de richtvergoedingen merkelijk te verhogen, zeker voor jongeren. Veronderstel: het slachtoffer is 17 jaar wanneer het 10 % B.A.O. oploopt; zijn vergoeding per punt beloopt amper 10 x 2.062 = 20.620 euro, voor zijn levenslange morele schade en materiële (i.h.b. professionele en huishoudelijke) schade gezamenlijk; nu 10 % B.A.O. impliceert dat een blijvende vermindering van het normale beroepsinkomen met 10 % mag worden aangenomen, betekent voormelde schadesom van 20.620 € dat hiermee in feite slechts 10 jaar beroepsinkomensverlies wordt gedekt (uitgaand van een redelijk netto-inkomen van 20.620 euro per jaar).

Bovenstaande forfaitaire vergoedingen per procentpunt van BAO / BI gelden in principe enkel tot maximaal 15% BI / BAO. Maar ook als de blijvende ongeschiktheid minder dan 15 % bedraagt is soms kapitalisatie gerechtvaardigd (zodat een veel hogere vergoeding wordt bekomen).

 

9.6 Erge B.I. zonder B.A.O. (en omgekeerd)

Soms is er erge morele schade hoewel er geen B.A.O. is, dus hoewel men even goed kan werken als vóór het ongeval. Dan wordt daarvoor doorgaans een afzonderlijke vergoeding toegestaan.

Enkele voorbeelden uit de rechtspraktijk:

- deze jonge vrouw kan als gevolg van het ongeval geen sexuele genoegens meer ervaren en zij kan geen kinderen meer baren: een bijzondere vergoeding, dus bovenop de vergoeding voor de gewone morele schade (zie hierover hoger onder 9.31 en 9.32), voor deze seksuele schade of pretium voluptatis * ( zie ook de woordenlijst, onder P-Z ) van 25.000 euro;

- het slachtoffer kan zijn vroegere hobby, nl. wielrennen, niet meer uitoefenen: een vergoeding voor deze genoegenschade * (dus zie ook de woordenlijst, onder E-O ) van 5.000 euro; met de randbemerking dat in de praktijk slechts eerder uitzonderlijk een afzonderlijke vergoeding voor genoegenschade (ook genots- of geneugteschade genoemd) wordt toegekend;

- door het barbecue - ongeval werd haar gelaat grotendeels verminkt: een vergoeding voor deze esthetische schade (zie ook E-O) t.b.v. 25.000 euro; met de bemerking dat ook voor kleine littekens of andere lichte ontsieringen een bijkomende, afzonderlijke vergoeding wordt toegestaan.

Omgekeerd kan een lichte blijvende invaliditeit , dus een lichte morele schade, gepaard gaan met belangrijke materiële, dus financiële, gevolgen.

Zo is het mogelijk dat een eerder beperkte B.I. een volledige B.A.O. met zich brengt. Bijvoorbeeld: een topkok die zijn reukzin verliest zal wellicht een heel ander beroep moeten zoeken (zo dit nog mogelijk is), zodat hier een lichte B.I. erge B.A.O. en dus een erg financieel verlies tot gevolg heeft. Zo ook: een fotomodel met een litteken in het gelaat, een pianist die een pink verliest, een ongeschoolde arbeider die geen kracht meer heeft in zijn rechterpols, een chirurg die concentratiestoornissen ondervindt...

Het is van het grootste belang dat uw raadsgeneesheer en uw advocaat de werkelijke omvang van de morele en van de materiële (= financiële) gevolgen duidelijk maken aan de gerechtsdeskundige en aan de rechtbank. In voorkomend geval zullen zij bepaalde bijkomende onderzoeken aanvragen (bvb. een ergologisch, psychiatrisch, ... onderzoek).

In evenredigheid met de werkelijke schade moet u volledige schadevergoeding bekomen; maar wat de werkelijke schade is wordt in feite bepaald door de gerechtsdeskundige!


9.7
Zwaar gehandicapten

9.71 Een uitzonderlijk hoge schadevergoeding kan worden bekomen wanneer het slachtoffer een hoge graad van B.A.O. overhoudt (zijnde meer dan 50%).

Bij werkelijk zware graden van B.A.O. kan een vergoeding bij wijze van geïndexeerde * rente worden bekomen. Dit houdt in dat het slachtoffer voor één of meer schadeposten vanwege de B.A.-verzekeraar een maandelijkse (of soms jaarlijkse) uitkering ontvangt, die doorgaans jaarlijks wordt geïndexeerd. Meestal kan deze uitkering ook worden herzien, om de 3, 4, of 5 jaar (ten einde de maandelijkse uitkering dan, dus bij de herziening, te kunnen aanpassen aan de ondertussen gewijzigde omstandigheden).

De geïndexeerde rente wordt het meest toegekend voor beroepsinkomensverlies, tot aan de pensioenleeftijd (65 jaar). Zij wordt ook toegepast voor de hulp van derden, en soms ook voor de huishoudelijke schade en voor de morele schade; in deze 3 gevallen gaat het om een rente die levenslang wordt uitgekeerd (tot op de dag van het overlijden).

De indicatieve tabel 2008:

"Geïndexeerde rente

21. De geïndexeerde rente is de meest volledige vorm van schadevergoeding wanneer een slachtoffer een permanent periodiek verlies aan inkomen heeft. Deze vorm van vergoeding houdt in dat het slachtoffer in de toekomst en gedurende de volledige periode waarin de vergoedbare nood bestaat een herzienbaar, eventueel geïndexeerd, bedrag ontvangt."

Bij voorbeeld: aan de patiënte met paraplegie (=verlamming aan de 4 ledematen) wordt, naast enkele forfaitaire schadebedragen (50.000 euro wegens pretium voluptatis, 10.000 euro voor de genoegenschade, en dergelijke meer), een geïndexeerde rente toegekend 1° van 1.200 euro per maand wegens het verlies aan beroepsinkomsten, 2° van 600 euro per maand wegens het verlies aan huishoudelijke waarde, 3° van 2.000 euro per maand wegens de noodzakelijke hulp van derden, en 4° van 750 euro per maand voor de morele schade; hetzij in totaal 4.550 euro per maand.

Zie ook het becijferde voorbeeld onder nr. 10.2.

Dit vergoedingssysteem biedt levenslang de nodige bestaanszekerheid aan het ernstig gehandicapte slachtoffer.



9.72
Wij herinneren in het kader van de ernstig gehandicapten ook aan enkele specifieke schadeposten, die vooral voor hen van belang zijn:

a. de hulp van derden - zie 9.22 huishoudelijke schade;

b. de bijzondere vormen van morele schade, vooral: genoegenschade en sexuele schade van het slachtoffer en genegenheidsschade van de gezinsleden - zie 9.33 bijzondere soorten van morele schade.

Uiteraard komen bovenstaande en ook alle andere schadeposten, zoals inkomensverlies en huishoudschade, aan bod voor een jongere of volwassene die levenslang erg gehandicapt zal blijven.


9.73
Begrijpelijkerwijze is hier het advies van een ervaren advocaat onmisbaar.

Let op: de rechter mag enkel rekening houden met de argumentatie uiteengezet door uw advocaat; zo ook mag hij, per afzonderlijke schadepost, geen hoger bedrag toekennen dan gevorderd door uw advocaat!

Heel wat advocaten nemen velerlei soorten zaken aan. Heeft u ongeluk, dan wordt uw zaak van zware lichamelijke schade behartigd door een advocaat die van deze materie te weinig kaas hebben gegeten. Het verschil tussen deze advocaat en een advocaat die wel de nodige kennis en ervaring bezit kan voor u het dubbele van de vergoeding, en dus meerdere honderdduizenden euro, zijn...

 

 

 

 

Vraag tijdig raad aan onze V.Z.W.!

Tel.: 09/ 339 17 30

GSM: 0473/ 38 00 88

 

 

 

 


 

10. Een paar praktische voorbeelden

 

10.1 VOORBEELD 1

Mevrouw A. heeft bij het verkeersongeval een whiplash en rugklachten opgelopen. Het gerechtsdeskundig verslag besluit als volgt:

* 100 % tijdelijke arbeidsongeschiktheid (afgekort “T.A.O.*”) vanaf 16/9/00 (datum van het ongeval) t.e.m. 31/12/00, zijnde gedurende 107 dagen ;
* 75 % T.A.O. vanaf 1/1/01 t.e.m. 31/3/01, zijnde gedurende 90 dagen ;
* 50 % T.A.O. vanaf 1/4/01 t.e.m. 31/5/01, zijnde gedurende 61 dagen ;
* 25 % T.A.O. vanaf 1/6/01 t.e.m. 15/9/01, zijnde gedurende 107 dagen ;
* consolidatie op 16/9/01, met 10 % voor zowel de blijvende invaliditeit (afgekort “B.I.”) als de blijvende arbeidsongeschiktheid (afgekort “B.A.O.”).

Mevr. A. is geboren op 15/2/69, is ongehuwd, en heeft twee jonge kinderen ten laste.

a. Voor de periode T.A.O. wordt haar schade begroot als volgt.

a1. De huishoudelijke schade wordt begroot op basis van 30 euro per dag, in overeenstemming met de graden van T.A.O. Aldus bekomt men :

* 100 % T.A.O. x 107 dagen x 30 euro : 3.210,00 euro
* 75 % T.A.O. x 90 dagen x 30 euro : 2.025,00 euro
* 50 % T.A.O. x 61 dagen x 30 euro : 915,00 euro
* 25 % T.A.O. x 107 dagen x 30 euro : 802,50 euro
---------------------------------------------------
totaal : ===================== 6.952,50 euro (of 280.463 Bef.)

a2. Het te vergoeden inkomensverlies wordt berekend op basis van het attest daarover vanwege de werkgever. Dergelijk verlies mag uiteraard geen 2 keer worden vergoed; inzover de werknemer al een gewaarborgd loon, uitkeringen vanwege het ziekenfonds, ... heeft ontvangen moeten deze eerst in mindering worden gebracht.

Bij werkhervatting (waardoor het loonverlies ophoudt) wordt vanaf dan doorgaans een forfaitaire vergoeding wegens meerinspanningen aan 20 euro per dag toegekend, in overeenstemming met de graden van T.A.O.

a3. Er bestaat uiteraard tevens morele schade, die wordt begroot aan 25 euro per dag, eveneens overeenkomstig de graden van T.A.O. (zie a1).

Per dag hospitalisatie wordt doorgaans bijkomend (31 - 25 =) 6 euro toegekend.

b. De schade ingevolge de B.A.O. wordt in principe vergoed per procentpunt. Voor een slachtoffer van minder dan 35 jaar beloopt de richtvergoeding volgens de indicatieve* tabel 1.925 euro per punt, zodat Mevr. A. gerechtigd is op (1.925 euro x 10% BAO =) 19.250 euro. Beloopt de B.A.O. minstens 15 %, dan wordt de vergoeding vaak berekend d.m.v. kapitalisatie, wat heel wat hogere vergoedingen oplevert.

c. Uiteraard dienen bovendien allerlei kosten en uitgaven te worden vergoed, zoals deze voor de verplaatsingen, voor de medische onderzoeken en behandelingen, e.d.

d. Daarenboven worden de schadebedragen vermeerderd met vergoedende rente; deze wordt thans doorgaans bepaald op 5 % voor de forfaitaire vergoedingen (die immers periodiek worden aangepast aan de inflatie) en op de wettelijke rentevoet - zijnde 7 % behalve 6 % voor het jaar 2007- voor de niet-geïndexeerde vergoedingen (zoals de betaalde uitgaven).

 

10.2 VOORBEELD 2

Bij een zware handicap worden andere vergoedingprincipes toegepast (zie ook hierboven onder nr 9.6 en 9.7).

Een meisje van 20 jaar rijdt met een vriend, die dronken is, naar huis. De auto slipt tot tegen een stilstaande vrachtwagen. Daardoor wordt de rechterknie van het meisje verbrijzeld en daardoor lijdt zij bovendien zeer ernstige cerebrale schade (N.A.H. of niet-aangeboren hersenschade). De gerechtsdeskundige besluit tot 100 % B.A.O., met esthetische schade van 5/7 (ernstig), en met hulp van derden, nl. permanent passief toezicht en 2 uren per dag actieve hulp bij de activiteiten van het dagelijkse leven (A.D.L.). De Politierechtbank, bevestigd door de Rechtbank van Eerste Aanleg (zetelend in graad van hoger beroep), kent aan het meisje de volgende vergoedingen toe :

a. morele schade T.A.O. : 25.476 € (op basis van 37,50, erna 31 en tenslotte 25 euro per dag)
b. huishoudelijke schade T.A.O. : 7.942 €
c. verlies van een schooljaar en van verdere beroepsopleiding : 7.500 €
d. professionele schade T.A.O. : 32.063 €
e. gewone morele schade B.A.O. : 300.000 €
f. esthetische schade, vooral wegens de hinkende gang en de littekens in het aangezicht: 12.500 €
g. de seksuele schade, nl. zowel het verlies aan seksueel leven als het verlies van een nageslacht : 50.000 €
h. genoegenschade : 10.000 €
i. professionele schade B.A.O., in het bijzonder het toekomstig inkomensverlies : een rente van 1.485 € per maand, jaarlijks geïndexeerd, tot de leeftijd van 65 jaar
j. bijkomende vergoeding wegens pensioenverlies en wegens de postlucratieve schade : 10.000 €
k. huishoudelijke schade B.A.O. : 250.000 €
l. hulp van derden : 7.400 € per maand, te indexeren
m. naast de vergoeding voor de ouders, t.b.v. in totaal 25.000 € per ouder
n. uiteraard worden daarenboven alle andere reële kosten en uitgaven vergoed, mits daarvoor afdoende bewijsstukken worden voorgelegd
o. voormelde bedragen worden, vanaf onderscheiden data, vermeerderd met vergoedende interest, meestal aan 5 % per jaar en gedeeltelijk ook aan de wettelijke rentevoet

p. daarnaast wordt fiscaal voorbehoud toegekend en worden de reserves voorzien in het gerechtsdeskundig verslag bevestigd door de rechtbank.

NOOT: als het zwaar gehandicapt slachtoffer nog jong was, moet ook voor de ouders de passende vergoeding worden gevorderd.


-------------------------------------------------------

 

Met dank aan advocaat Pascal Mortier uit Gent (09/ 224.14.14).

 

 

 

11. Enkele losse weetjes


11.1
De kledijschade en andere schadeposten die niet precies kunnen worden begroot zullen op een forfaitaire wijze (met de natte vinger) worden geraamd, rekening gehouden met de relevante omstandigheden; maar voor de andere schadeposten moeten degelijke bewijsstukken worden voorgelegd; u bekomt geen vergoeding voor medische en andere kosten zonder de bewijsstukken terzake.

11.2 De vergoeding voor uw professionele schade tijdens de T.A.O. wordt bepaald door de graad van arbeidsongeschiktheid (en niet door uw afwezigheid op het werk); als u bvb. tijdens de 8° maand na het ongeval nog steeds niet is gaan werken, en als achteraf volgens het medisch verslag blijkt dat u tijdens deze 8° maand wel had kunnen werken, dan zal u geen vergoeding voor deze maand bekomen.

11.3 Wat de verdere levenslange lichamelijke schade betreft is het onderscheid tussen B.I. en B.A.O. essentieel (zie ook hoger onder nr 9.4); zonder deze hele problematiek hier te kunnen uitleggen, wordt erop gewezen dat de schadevergoeding meestal hoger zal worden bepaald voor 10 % B.A.O. dan voor 13 % B.I. (zonder B.A.O.).

11.4 Sinds enkele jaren wordt de vergoeding voor de huishoudelijke schade bepaald per gezin, en wordt daarvan 65 % toebedeeld aan de vrouw en 35 % aan de man ; dus ook de echtgenoot is gerechtigd op vergoeding voor huishoudelijke schade (wat vaak over het hoofd wordt gezien);

11.5 Ook leerlingen en studenten lijden materiële schade*, in de vorm van het moeten leveren van meerinspanningen om van en naar de lessen te gaan, om de lessen te volgen, om de opgelegde taken uit te voeren, om te studeren, en zo meer; vanzelfsprekend is ook voor een schoolgaande sprake van materiële schade op professioneel vlak ingevolge de B.A.O. ("blijvende arbeidsongeschiktheid"), daar dit betrekking heeft op een levenslange toestand en daar ook toekomstige schade, die volgens redelijke verwachtingen mag worden aangenomen, moet worden vergoed.

      De I.T. (indicatieve tabel) stelt voorop:

      " C. Verlies schooljaar

      16. Wanneer bewezen wordt dat het slachtoffer ingevolge de onrechtmatige daad een schooljaar heeft verloren, moet ook deze schadepost worden vergoed. Deze schade bestaat uit een materiële schade, een morele schade en een financieel verlies naar de toekomst.

      Eerst en vooral is er de schade bestaande uit de kosten van het verloren schooljaar. Het verlies van een schooljaar gaat bovendien gepaard met specifieke morele schade wegens het verlies van bijzondere schoolactiviteiten en de frustratie van de leerling/student als ‘zittenblijver’ te worden beschouwd.

      17. Wanneer er een vergoeding ex aequo et bono wordt toegekend, kan deze als volgt begroot worden.

      a. Materiële schade

      18. De materiële schade wordt als volgt vergoed:

      Schadepost

       

      Vergoeding

       

      lager onderwijs € 390,-
      middelbaar onderwijs
      (ASO-TSO-BSO)
      € 1.000,-
      hoger onderwijs
      - op kot
      - thuis

       

      € 4.300,-

      2.500,-

      universiteit
      - op kot
      - thuis

       

      € 4.000,-

      2.000,-

      ".


      Blijkbaar kost een niet-universitair meer dan een universiteitsstudent...

      b. Morele schade

      19. Voor alle onderwijstypes: 3.750,- euro.

      c. Achterstand in de loopbaan

      20. Het verlies van een schooljaar kan een schade aan de toekomstige beroepsactiviteit of loopbaan teweegbrengen. Wanneer de achterstand in de loopbaan wordt bewezen, bestaat de schade uit de actuele waarde van het eerste jaar beroepsinkomen".

       

      11.6 Aangezien volgens de regels van de burgerlijke aansprakelijkheid* alle schade volledig moet worden vergoed, is dit tevens het geval voor eerder ongewone schade, zoals voor het niet kunnen meemaken van een geplande vakantie (wegens de letsels), een psychische shock, het niet meer kunnen tuinieren, en zo meer.

      11.7 U kunt in afwachting van een definitieve beslissing over de schadevergoeding aan de BA-verzekeraar* een provisie vragen, op gemotiveerde wijze. Zie hierover Enkele principes betreffende de uitbetaling van de vergoeding door de verzekeringsmaatschappij (in hoofdstuk "Vergoedingen").

       

      12. Kosten na de consolidatiedatum

      Uw bijzondere aandacht wordt gevraagd voor medische en aanverwante kosten na de consolidatie*. Meestal worden dergelijke kosten slechts vergoed tot aan de consolidatie, omdat de kosten nadien gemaakt de toestand van het slachtoffer niet meer kunnen verbeteren en dus nutteloos zijn.

      Het ongeval is gebeurd op 1 januari 2005. Op voorschrift van uw huisarts blijft u bepaalde behandelingen (kinesitherapie, medicatie, …) ondergaan. De verzekeringsdeskundige besluit op 1 oktober 2007 dat de consolidatiedatum wordt vastgelegd op 1 januari 2006. U stelt op 1 december 2007 uw eigen raadsgeneesheer aan, die op 15 april 2008 meedeelt dat hij een gerechtelijke expertise verkiest (boven een minnelijke medische expertise, M.M.E.). U stelt uw eigen advocaat aan, die ervoor zorgt dat een gerechtsdeskundige* wordt aangesteld, nl. bij vonnis van 10 oktober 2008; deze gerechtsdeskundige laat bijkomende onderzoeken uitvoeren, en hij houdt 3 expertisezittingen; hij maakt zijn voorverslag kenbaar op 10 december 2009 en zijn eindverslag op 20 februari 2010. Pas nu verneemt u dat de gerechtsdeskundige besluit tot consolidatie* op 1 januari 2006 en dat dit betekent dat vanaf die datum de medische en aanverwante kosten niet meer worden aanvaard omdat zij vanaf dan nutteloos zijn. Plots wordt het slachtoffer geconfronteerd met een heel pak kosten die niet-vergoedbaar zijn…

      De enige uitzondering in de praktijk : bij de tegensprekelijke (minnelijke of gerechtelijke) expertise is in het verslag vermeld dat bepaalde kosten na de consolidatiedatum verantwoord zijn. Zorg er dan ook voor dat uw raadsgeneesheer over dit punt de nodige argumenten naar voor brengt!

      De indicatieve tabel (I.T.) 2008:

      "Medische kosten na consolidatie

      9. Om voor vergoeding in aanmerking te komen, moeten deze kosten het gevolg zijn van het bewezen verklaarde schadeverwekkende feit en medisch gerechtvaardigd zijn. De deskundige moet in deze optiek aandacht besteden aan de mogelijke medische uitgaven na consolidatie.

      10. De vergoeding van de medische kosten en prothesen (bijvoorbeeld tandprothesen en rolstoelen), die slechts in de toekomst zullen worden verstrekt en aangeschaft, kunnen vergoed worden via kapitalisatie, door nominale vervangingen, vergoeding ex aequo et bono of via een reserve voor de toekomst".

      Dit betekent dat de vergoeding voor toekomstige protheses o.a.kan worden berekend door de actuele prijs voor deze prothese te vermenigvuldigen met het aantal toekomstige vervangingen ervan (zonder kapitalisatie van de som).
      Bvb. Op de scharnierdatum, zijnde op de vermoedelijke datum waarop het vonnis zal worden geveld, zal het slachtoffer Z. 34 jaar zijn. Dan zal zijn resterende levensduur nog 46 jaar zijn (volgens de statistische gegevens). De prothese kost nu 5.000 euro en ze moet vijfjaarlijks vervangen worden. De huidige prothese, die reeds werd vergoed, is op de scharnierdatum 2 jaar oud en kan vanaf dan dus nog 3 jaar worden gebruikt. Z. zal derhalve in de toekomst nog 9 protheses nodig hebben. De vergoeding aan "nominale waarde" beloopt 9 x 5.000 euro = 45.000 euro.

      Hier bestaat geen voordeel van de vervroegde uitbetaling voor een uitgave die pas in de toekomst moet worden betaald. Er moet hiervoor dus geen aftrek wegens een dergelijk voordeel te worden toegepast, bvb. door middel van kapitalisatie. Immers, vastgesteld moet worden dat de prijs voor een prothese minstens even snel stijgt als een belegd kapitaal; zelfs wanneer Z. voormelde 45.000 € goed zou beleggen zal hij wellicht net toekomen om al zijn protheses te betalen.

       

       

   

 

 

(zelfs anoniem)  

 

 

 

  wij antwoorden u spoedig !

 

 

13. Vergoeding bij overlijden

Noot vooraf: zie ook Welke personen en instanties moeten worden gecontacteerd bij een overlijden?


13.1 Medische kosten

Indien het slachtoffer nog geneeskundige zorgen of dergelijke heeft genoten vooraleer te overlijden, dienen de kosten voor de medische behandelingen (inbegrepen het vervoer per spoedopname en dergelijke) te worden vergoed aan de nabestaanden.

13.2 Begrafeniskosten

Daarnaast dienen de begrafenis- en andere kosten te worden vergoed. Hier dient men voor ogen te houden dat er zeer veel verschillende dergelijke kosten bestaan (kledijschade, drukwerk zoals de doodsbrieven en de doodsprentjes, eventuele publicatie in dagbladen, rouwmis, grafconcessie, rouwkledij, bloemen, soms een zangkoor, doodskist, rouwmaaltijd, vervoer per lijkwagen, en meerdere andere begrafeniskosten).


13.3 Aanverwante kosten

De kosten voor de akte van bekendheid en voor de uittreksels uit de burgerlijke stand worden door de rechtspraak meestal aanvaard als zijnde vergoedbaar.

In het algemeen worden de uitgaven voor transport, personeel, een lijkkist en de huur van een tijdelijke grafkelder aanvaard. Uit de rechtspraak blijkt dat de aangerekende prijzen zeer sterk verschillen.

De kosten voor een grafkelder en grafzerk worden vanzelfsprekend in principe volledig vergoed. Dit is niet altijd het geval wanneer de kosten als ongewoon of overdreven worden geacht, zoals de aanstelling van een architect om de grafsteen te ontwerpen, het aanleggen van een voetpad in graniet langs het grafzerk, en het gebruik van abnormaal dure materialen zoals zilver en graniet.

De kosten voor de kerkelijke plechtigheid, inbegrepen voor de muzikale opluistering en de tekstboekjes, zijn in principe vergoedbaar, zeker wanneer het gaat om een verongelukt kind.

Het kan eigenaardig worden genoemd dat de bloemen en kransen niet vergoedbaar worden geacht in vele gevallen, omdat de uitgave ervoor enkel een uiting van een persoonlijk eerbetoon zou zijn.

De uitgaven voor een rouwmaaltijd worden wel vergoed. Het probleem stelt zich wel betreffende al te hoge kosten voor de drank…

13.4 Rouwkledij

Voor de rouwkledij wordt bijna steeds naar billijkheid ("ex aequo et bono"), dus volgens een ruwe schatting, een vergoeding toegekend, bvb. van 200 €, o.a. omdat deze kledij ook bij latere begrafenissen kan worden gebruikt. Wanneer het niet gaat om specifieke rouwkledij wordt vaak geoordeeld dat het gaat om klederen die in het gewone leven kunnen worden gebruikt zodat geen vergoeding wordt toegekend.

De huurkosten voor specifieke rouwkledij worden wel volledig vergoed.

Daarnaast is er de schade aan de kledij van de overledene zelf. Opmerkelijk hierbij is dat men blijkbaar enkel maar vergoeding vordert voor de kledij die bij het ongeval zelf werd vernield ; het is toch logisch dat ook de klederen die in de kleerkast van de overledene hangen zo goed als waardeloos zijn geworden door het overlijden, zodat ook daarvoor vergoeding zou kunnen worden gevraagd.

13.5 "Speciale" kosten

Tenslotte zijn er de vergoedingen naar aanleiding van een overlijden waarover slechts weinig rechtspraak kan worden teruggevonden. Dit komt doordat het gaat om een slechts uitzonderlijk voorkomende schadepost ofwel omdat het blijkbaar niet de gewoonte is vergoeding terzake te vorderen.

De weinig in de rechtspraak voorkomende, maar wel toegekende schadevergoedingen zijn o.a. :

* de aankoop van een hondenhok omdat de hond van de overledene diende te worden geplaatst bij een andere persoon ;
* de kosten voor psychotherapie, nodig om het overlijden te verwerken ;
* de repatriëringskosten naar Turkije ;
* de kosten betreffende het openvallen van de voogdij van het kind.

13.6 Herleiding van bepaalde schadebedragen

In vele gevallen wordt niet de totale uitgave vergoed, maar wordt zij herleid op één of andere wijze. Deze herleiding kan forfaitair worden geraamd door de rechter, op bvb. 50 %, of kan worden berekend door middel van kapitalisatie.

Deze herleidingen gebeuren vooral om de volgende redenen :

a. de uitgave werd niet uitsluitend gemaakt voor de persoon die bij het verkeersongeval is overleden ; bvb. : de grafconcessie geldt niet alleen voor de overledene maar ook voor zijn echtgenote ;
b. het gaat om al te luxueuze en dus te dure zaken ; bvb. rouwprentjes in speciale druk, in kleur, of publicatie in al te veel dagbladen ;
c. het gaat louter om een vervroegde betaling van de begrafenis- en aanverwante kosten ; zo is het begrijpelijk dat slechts een deel van deze kosten wordt vergoed wanneer de overledene reeds een zekere leeftijd had ; de begrafeniskosten zouden hoe dan ook later moeten worden gemaakt, en het is dus enkel maar het nadeel dat deze kosten vervroegd moeten worden betaald dat moet worden vergoed ; de berekening gebeurt vaak door middel van kapitalisatie.

De indicatieve tabel 2008:

"48. De begrafeniskosten maken een last van de nalatenschap uit. De feitenrechter kan echter soeverein vaststellen wie de schade door de uitvaartkosten effectief heeft geleden.
49. De begrafeniskosten zelf, mits voorlegging van de nodige bewijsstukken, worden aanvaard doch er wordt rekening gehouden met de status van de overledene en diens nabestaanden. Buitensporige uitgaven worden herleid.
Bij vergoeding van grafkelders, grafzerken, grafmonumenten en concessies wordt eventueel rekening gehouden met het aantal plaatsen.
50. Er moet rekening mee gehouden worden dat deze uitgaven meestal vervroegde betalingen zijn (...)".

 


13.7 Inkomstenverlies door het overlijden.

De overlevende echtgenoot (of echtgenote), de kinderen en soms andere rechthebbenden hebben recht op vergoeding voor het verlies van het persoonlijke voordeel dat zij haalden uit de inkomsten van de overledene. Dit verlies moet volledig worden vergoed aan elk van de benadeelden.

In principe komt elke vorm van inkomen van de overledene in aanmerking, dus ook het rust- of brugpensioen, de werkloosheids- of invaliditeitsuitkeringen, …

Het Hof van Cassatie heeft zelfs aanvaard dat aan de weduwe een vergoeding moet worden toegekend omdat zij het voordeel heeft verloren van kosteloze gezondheidszorgen door haar overleden echtgenoot, een arts.

Bij de begroting van het persoonlijk nadeel geleden door de nabestaanden gaat men meestal uit van het inkomen dat de overledene behaalde. In principe kan enkel rekening worden gehouden met het netto-inkomen, na aftrek van de sociale en fiscale lasten (waaruit men immers niet rechtstreeks een voordeel haalt). Bovendien worden de eigen kosten van onderhoud van de overledene in mindering gebracht van het basisinkomen (de kosten voor voeding, kleding, vrije tijd, …).

Het financieel verlies dient zo precies mogelijk te worden berekend. Dit is geen eenvoudige zaak, daar rekening moet worden gehouden met de eventuele toekomstige inkomensstijging die de overledene normalerwijze zou hebben behaald, met de pensioenleeftijd van de overledene, met het voormelde aandeel van de eigen kosten van onderhoud van de overledene, met de geraamde duur dat de kinderen ten laste zouden zijn gebleven, en met het voordeel van de vervroegde betaling.

Wat dit laatste betreft wordt erop gewezen dat de benadeelden nù een volledige vergoeding bekomen voor hun persoonlijk nadeel door het overlijden, terwijl zij bij het overleven van het slachtoffer slechts van dag tot dag in de toekomst de voordelen geput uit het inkomen zouden hebben genoten. Kapitalisatieberekening is dus hier aan de orde.

De I.T. 2008:

"
IV. Overlijden

D. Economische schade bij overlijden

54. Hoewel de dood geen schade meer oplevert voorde overledene zelf, is het overlijden de gebeurtenisbij uitstek die aanleiding geeft tot schade voor de nabestaanden. Dit is zeker het geval voor de nabestaanden die voordeel haalden uit het beroepsinkomen van de overledene. Zij kunnen slechts aanspraak maken op dat deel van het inkomen waaruit ze persoonlijk voordeel genoten. Het is dan ook belangrijk te weten welke uitgaven het gezin niet meer
zal doen voor de kostwinner zelf.
Het aandeel van de persoonlijke uitgaven van de kostwinner in het gezinsbudget is niet steeds exact te berekenen, zeker wanneer het slachtoffer met andere gezinsleden woonde. De aftrek voor de eigen onderhoudskosten kan dan ook in een aantal gevallen forfaitair gebeuren bij gebrek aan gegevens van een andere aard.
Bij de begroting van het aandeel voor het eigen onderhoud moet onder meer rekening gehouden worden met de leeftijd van de echtgeno(o)t(e) en de kinderen, de vaststelling dat het om een eenverdienergezin dan wel om tweeverdienergezin gaat, het inkomenspeil, de levensstandaard van het gezin, het beroep van de overledene, de vraag of het echtpaar een gemeenschappelijk vermogen zou opbouwen en hypothecaire lasten.

55. Bij gebrek aan actualisering van schalen voor de berekening van het eigen aandeel in de gezinsuitgaven kan volgende formule als vuistregel gehanteerd worden:

g e z i n s i n k o m e n 100 %
totaal aantal gezinsleden vóór overlijden + 1


56. Bij het vaststellen van het aantal gezinsleden
kan rekening gehouden worden met het feit dat de
kinderen op een bepaalde leeftijd het ouderlijke
huis verlaten, waardoor het eigen aandeel van de
overledene zal vergroten. Men kan dus voor de toekomst
in verschillende periodes met onderscheiden
percentages voorzien. Bij gebrek aan andere criteria
wordt het verlaten van de ouderlijke woonst aanvaard
op de leeftijd van 25 jaar .
"

In elk geval geldt ook hier het principe dat de benadeelden, zoals de echtgenoot en de kinderen, op financieel vlak in dezelfde toestand moeten worden hersteld alsof het ongeval nooit was gebeurd.

Weet dat aan ongehuwde partners thans volledig dezelfde vergoedingsbedragen worden toegekend als aan gehuwden (mits het vast, duurzaam karakter van de relatie voldoende wordt aangetoond). Maar de rechten op sociaal vlak zijn nog niet gelijkgeschakeld !

 

13.8 Er zijn specifieke vergoedingen bij overlijden voorzien :

a. wanneer het gaat om een dodelijk arbeids(weg)ongeval : zich wenden tot de arbeidsongevallenverzekeraar ;
b. bij de pensioendienst van uw gemeente kan u het overlevingspensioen (weduwe- of weduwnaarspensioen) aanvragen ;
c. de administratie van de pensioenen, afdeling begrafenisvergoedingen, betaalt voor overleden ambtenaren en gelijkgestelden een begrafenisvergoeding uit ;
d. het ziekenfonds betaalt een beperkte tussenkomst in de begrafeniskosten ;
e. ook de vakbond betaalt een zekere vergoeding uit ;
f. de bank (waar de overledene een spaarrekening had) betaalt meestal eveneens een zeker bedrag uit ;
g. tot het Fonds voor Kinderbijslag dient u zich te wenden voor de verhoogde kinderbijslag (wezengeld).

Voor de Adressen van voormelde instellingen verwijzen wij u naar ons hoofdstuk terzake.

 

13.9 Morele schade ingevolge overlijden

A. Bij overlijden dient uiteraard een passende vergoeding te worden toegekend voor de morele schade, zijnde het leed en de smart, wegens het verlies van een naaste verwant.

Meestal worden de forfaitaire bedragen van de indicatieve* tabel, opgesteld door de Belgische Verenigingen van Magistraten, toegepast, hoewel deze schadebedragen ondermaats zijn.

De indicatieve tabel, zoals aangepast in oktober 2008:

 

"Morele schade van de nabestaanden

52. Deze (delicate) menselijke schade heeft betrekking op de affectieve band met de overledene. De voorgestelde bedragen mogen onderling niet vergeleken worden, moeten niet automatisch toegekend worden en kunnen verhoogd of verminderd worden rekening houdend met speciale en concrete omstandigheden.

53. De lijst van schadelijders is niet limitatief.

Slachtoffer -----------vergoeding

echtgenoot/echtgenote : € 12.500,-
samenwonende levenspartner (duurzame samenwoning): € 12.500,-
verloofde: € 5.000,-
feitelijk gescheiden partner: € 3.750,-
ouder inwonend: € 7.500,-
ouder niet inwonend: € 3.750,-
kind inwonend (per ouder): € 12.500,-
kind zelfstandig wonend (per ouder): € 5.000,-
ongeboren kind (miskraam): € 2.500,-
broer/zus inwonend : € 2.500,-
broer/zus niet inwonend : € 1.500,-
stiefvader/stiefmoeder inwonend : € 5.000,-
stiefvader/stiefmoeder niet inwonend : € 2.500,-
stiefzoon/stiefdochter inwonend : € 5.000,-
stiefzoon/stiefdochter niet inwonend : € 2.500,-
grootouder inwonend : € 2.500,-
grootouder niet inwonend : € 1.250,-
kleinkind inwonend : € 2.500,-
kleinkind niet inwonend : € 1.250,-
schoonouder inwonend : € 1.750,-
schoonouder niet inwonend : € 1.150,-
schoonkind inwonend : € 1.750,-
schoonkind niet inwonend : € 1.150,-".

OF OVERZICHTELIJKER:

Het verongelukte slachtoffer is SAMENWONEND NIET SAMENWONEND
echtgenoot/echtgenote
12.500

3.750

levenspartner
12.500

5.000 (verloofde)

ouder
7.500

3.750

kind
12.500

5.000

broer/zus
2.500

1.500

stiefouder
5.000

2.500

stiefkind
5.000

2.500

grootouder
2.500

1.250

kleinkind
2.500

1.250

schoonouder
1.750

1.150

schoonkind
1.750

1.150

ongeboren kind (miskraam)
2.500
 


B. Het is mogelijk dat het slachtoffer gedurende enkele dagen het ongeval heeft overleefd en dat hij daarbij morele schade heeft ervaren. De vergoeding voor deze morele schade valt in de nalatenschap ("haeres") van het slachtoffer en deze schadevergoeding ex haerede komt dus de erfgenamen toe.

B. Schade ex haerede

51. Wanneer het slachtoffer zich bewust was van zijn nakend overlijden, kan hiervoor als vergoeding voor morele schade aan de rechthebbende een forfaitair bedrag van 75,- euro per dag toegekend worden.
Zo het slachtoffer bij bewustzijn was, maar zich geen rekenschap kon geven van het nakend overlijden is de gewone morele schade zoals bij tijdelijke ongeschiktheid te vergoeden.
Als het slachtoffer in de periode na het ongeval en vóór het overlijden niet bij bewustzijn is geweest, is er geen vergoedbare schade ex haerede.
Deze schade mag niet verward worden met de schade door weerkaatsing noch met de gereflecteerde schade. Het is een schade van de nalatenschap".

 

NOOT: "Intrest" en "provisie" worden besproken onder Enkele principes betreffende de uitbetaling van de vergoeding door de verzekeringsmaatschappij (in het hoofdstuk "Vergoedingen")

 

VOOR DEZE TEKSTEN BEDANKEN WIJ VAN HARTE ONZE JURIDISCHE ADVISEUR, ADVOCAAT PASCAL MORTIER UIT GENT !

 

 

Lichamelijke schade

 

Voor meer concrete vragen zal u zich uiteraard moeten wenden tot de V.Z.W. zelf.

 


C. PRAKTISCHE ADVIEZEN AAN HET SLACHTOFFER

Hoe kan het slachtoffer zelf vermijden dat het achteraf kampt met bewijsproblemen en dat het een te lage vergoeding moet aanvaarden ?

 

14. Medische verslagen

14.1 Vaak ondervindt u na het ongeval allerlei klachten (hoofdpijn, nekpijn, bewegingsbeperking, krachtverlies, vermindering van het zicht, duizeligheid, concentratiestoornissen, en zo meer). Vraag aan uw behandelende geneesheer (bvb. uw huisarts) een attest van arbeidsongeschiktheid, ook al heeft u bvb. maar hoofd- en nekpijn geleden gedurende enkele dagen.

Dit attest ziet er bijvoorbeeld uit als volgt:

"Mijn patiënt X heeft als gevolg van de letsels aan zijn rechterbeen, veroorzaakt door het verkeersongeval van 17 maart 2010, de volgende graden van arbeidsongeschiktheid ondergaan:

100% T.A.O.* vanaf 17/3/10 tot 16/4/10

75% van 17/4/10 tot 16/5/10

50% 17/5/10 tot 1/6/10

25% van 2/6/10 tot heden, 15/6/10, en later nog verder te bepalen".

Zijn er geen klachten meer vanaf bvb. 16/6/10, dan zal u aan de hand van voormeld attest vergoeding voor de lichamelijke letsels kunnen vorderen.

Maar blijvende klachten moeten beter worden bewezen.

14.2 Als de klachten na een paar weken blijven aanhouden, dient u zonder verwijl aan uw dokter tevens te vragen om de klachten en letsels schriftelijk vast te leggen in een medisch verslag. Pas op: wees volledig! (zie ook verder nr 17)

Ter verduidelijking een voorbeeld. Mevrouw A werd achteraan aangereden op 1 april 2010. Reeds op 18 april laat zij door haar huisarts de volgende verklaring opstellen: "Mijn patiënte A heeft mij medegedeeld dat zij als gevolg van het ongeval van 1 april 2010 1° nekpijn lijdt, ter hoogte van C3 - C4, 2° hoofdpijn, aan beide slapen, vooral naar de avond toe, en dan stekend, 3° slapeloosheid, nl. inslaapstoornissen en 's nachts wakker schieten, vooral als gevolg van voormelde nekpijn, en 4° lumbale pijn". Deze medische verklaring is op zichzelf degelijk opgesteld. Maar het duurt een hele tijd vooraleer A begint in te zien dat zij bovendien aandachts- en concentratiestoornissen en rugpijn heeft opgelopen; daarna verlopen nog meerdere maanden eer zij zich afvraagt of deze klachten niet een gevolg kunnen zijn van het ongeval; pas op 29 september 2010 (dus anderhalf jaar na na het ongeval) wordt dit door een arts genoteerd. Kan men daarna nog bewijzen dat deze bijkomende klachten werkelijk zijn veroorzaakt door het ongeval ?

Bovendien dient u kort na het ongeval en wellicht nogmaals enkele maanden later specialistische onderzoeken te laten verrichten. De beeldvorming (NMR, scan, RX, …) en de medische verslagen zullen bij de medische expertise goud waard zijn.

Het is logisch dat beeldvorming en medische verslagen daterend van meer dan een jaar na het ongeval meestal geen of zeer weinig bewijswaarde bezitten.

Wie een jaar na het ongeval aan de geneesheer - deskundige enkel mondeling kan uitleggen dat hij heeft geklaagd over bepaalde pijnen of hinder, zonder dat deze door een arts werden onderzocht, zal mogelijks nooit meer kunnen bewijzen dat deze schade veroorzaakt werd door het ongeval.

14.3 Het is ten stelligste àf te raden de originele bewijsstukken uit handen te geven. Maak om die reden enkel fotokopies van de medische verslagen en van andere bewijsstukken over, en vraag de RX-foto’s onmiddellijk terug. Op het ogenblik dat deze stukken opnieuw dienen te worden voorgelegd blijken zij immers al te vaak verdwenen te zijn…

15. Uw kosten bewijzen - U kan slechts vergoeding bekomen inzover de kosten en de andere schade worden bewezen. Verzamel dus van in het begin alle nuttige bewijsstukken. Excuses zoals "ik was te ziek om de bewijsstukken betreffende de medische uitgaven bij te houden" worden door de Rechter niet aanvaard. Ook de stoffelijke schade die u bij het ongeval zelf heeft opgelopen moet u zo goed mogelijk bewijzen; wij herinneren hier aan de mogelijke bewijzen betreffende een zaak, bvb. een bril, die door de aanrijding werd beschadigd (zie Tips na een ongeval, onder nr. 1.2).

16. Eigen raadsgeneesheer - Het is van het grootste belang dat u een degelijke raadsgeneesheer contacteert van zodra u de medische besluiten* vanwege de raadsgeneesheer van de verzekeringsmaatschappij heeft vernomen. Deze besluiten zijn uiteraard opgemaakt door een arts die dag in dag uit werkt voor de verzekeringsmaatschappij die de vergoeding van uw lichamelijke schade moet betalen! Enkel uw eigen raadsgeneesheer kan op onpartijdige wijze nazien of deze besluiten al dan niet aanvaardbaar zijn (zie ook hoger nr. 3). Hij kan uw "advocaat op medisch vlak" worden genoemd.

Wij herinneren aan de zeer praktische adviezen van de raadsgeneesheer Prof.Dr. Herregodts in De medische expertise , onder nr. 7.

Vanzelfsprekend is het in feite aangeraden om reeds een raadsgeneesheer te raadplegen van zodra blijvende letsels mogen worden gevreesd, dus reeds kort na het ongeval. Want enkel uw eigen raadsgeneesheer

- kan u laten weten welke bijkomende onderzoeken moeten gebeuren en wanneer (sommige moeten bvb. 3 maand na het ongeval doorgaan)

- kan u de nodige uitleg geven aangaande de medische verslagen, de bevindingen van de raadsarts van tegenpartij, e.d.

Kunnen uzelf en uw raadsgeneesheer akkoord gaan met het verslag van de raadsgeneesheer van tegenpartij, dan kan uw advocaat op basis van dit medisch verslag een (ontwerp van) schadebegroting opstellen. Maar in vele gevallen zal uw raadsgeneesheer beslissen dat de medische besluiten van de tegenpartij niet kunnen worden aanvaard en dat een tegensprekelijke expertise moet doorgaan.

 

17. Hoe de medische expertise voorbereiden ?

17.1 Het slachtoffer dat wordt uitgenodigd voor een eerste zitting van een eenzijdige medische expertise zou in feite het best voordien een eigen raadsgeneesheer inschakelen. Maar vaak zal het daarvoor van de rechtsbijstandsverzekeraar pas de toelating bekomen nadat de eenzijdige expertise van de raadsgeneesheer van de verzekeringsmaatschappij - tegenpartij voltooid is (zie hoger onder nr. 3 t.e.m. 5.2).

Het slachtoffer moet zich verwachten aan allerlei vragen, eerst vanwege de raadsgeneesheer van de verzekeringsmaatschappij (de B.A.-verzekeraar of de arbeidsongevallenverzekeraar), en daarna vanwege de twee raadsgeneesheren aangesteld in het kader van de M.M.E.* ofwel vanwege de gerechtsdeskundige-geneesheer.

Als men niet vlot kan antwoorden op de vragen worden de antwoorden soms als ongeloofwaardig geacht, en minstens zal het risico ontstaan dat de expert geïrriteerd geraakt. En dit terwijl de vragen toch niet steeds zo eenvoudig zijn…

17.2 Zo zal de geneesheer - deskundige op de eerste expertisebijeenkomst meestal de volgende vragen stellen :

a. hoe is het ongeval gebeurd ? ;
b. welke letsels heeft u precies opgelopen bij het ongeval ? ;
c. hoe zijn deze letsels behandeld en door wie, en welke medicatie of dergelijke werden voorgeschreven ? ;
d. welke schoolopleiding heeft u genoten, en in welke jaren ? ;
e. wat is uw beroepservaring tot op heden, met opgave van de identiteit van uw vroegere werkgevers, de duurtijd van elke arbeidsbetrekking, en zo meer ? ;
f. gedurende welke dagen heeft u precies niet kunnen werken, na het ongeval ? ;
g. wat is de gezinssamenstelling, met opgave van de geboortedata van uw kinderen ? ;
h. welke ongevallen met letsels heeft u vroeger al meegemaakt ?; heeft u nog andere handicaps of gezondheidsproblemen ?;
i.
en dergelijke meer.

Zorg ervoor dat u op bovenstaande vragen toch in belangrijke mate onmiddellijk kan antwoorden en dat u bovendien de belangrijkste gegevens kan bewijzen aan de hand van bewijsstukken (zoals medische attesten en verslagen, een overzicht vanwege uw ziekenfonds aangaande uw genoten mutualiteituitkeringen, uw loonbrieven waarbij de periodes van afwezigheid worden vermeld, en zo meer).

17.3 Zowel op de eerste als op de tweede bijeenkomst van de (minnelijke of gerechtelijke) medische expertise zullen aan u allerlei vragen worden gesteld over Uw klachten.

Het is dan ook van het grootste belang dat u voorafgaandelijk goed nagaat welke klachten u lijdt, en dat u deze volledig en duidelijk kan uiteenzetten. U kunt daarbij voorbeelden aanwenden, zoals : “Nu moet ik na een half uur strijken minstens 10 minuten rusten, terwijl ik vroeger wel 4 uur na elkaar kon blijven strijken" - " Voor het ongeval kon ik gemakkelijk aan elke hand een volle emmer water dragen, maar nu kan ik nog maar met moeite een halfvolle emmer dragen" - "Als ik nu een uur achter de computer zit ..." - e.d.

Als er heel wat klachten zijn, kan het nuttig zijn dat u deze opsomt in een bepaalde volgorde. Bijvoorbeeld te beginnen vanaf de kruin van het hoofd, en aldus te dalen naar beneden ; bvb. 1° de hoofdpijn, de concentratiestoornissen en de vergeetachtigheid, 2° de vermindering van het zicht, 3° de oorsuizingen, 4° de nekpijnen, 5° de schouderpijnen, 6° …

Hierbij dient u de klachten voldoende nauwkeurig te omschrijven (bvb. niet alleen “soms hoofdpijn” of “af en toe nekpijn” opgeven, maar tevens beschrijven hoeveel keer per week en onder welke omstandigheden deze pijn optreedt, waar deze pijn en de eventuele uitstralingen ervan precies worden gevoeld, hoe de aard van de pijn is – zoals stekend, klemmend, licht, …-, e.d.m.). Het is aangeraden de klachten volledig en duidelijk kenbaar te maken, maar zonder te overdrijven ; wanneer overdrijving wordt vastgesteld of zelfs maar wordt vermoed, valt de expertise doorgaans negatief uit.

17.4 Op de tweede expertisezitting zal doorgaans eens te meer aan u worden gevraagd om uw klachten te beschrijven. Zorg er uiteraard voor dat u dan goed weet welke verbeteringen zijn opgetreden sinds de eerste zitting. Besef dat de deskundige zal nazien in welke mate u andere of tegenstrijdige antwoorden geeft ten opzichte van uw antwoorden op de eerste bijeenkomst; tevens zal hij nazien inhoever de klachten stroken met de medische bevindingen en andere gegevens.

17.5 Meestal zullen bepaalde bijkomende onderzoeken nodig zijn. Vraag vóór de eerste (minnelijke of gerechtelijke) expertisebijeenkomst aan uw eigen raadsgeneesheer welke bijkomende onderzoeken nuttig zijn en welke specialist het best zo een onderzoek kan uitvoeren.

 

18. Uw advocaat

Vraag steeds advies aan uw advocaat vooraleer een document te ondertekenen, zeker wanneer dit afkomstig is van een verzekeringsmaatschappij. Een provisionele kwitantie* kan wel zonder risico worden ondertekend.

Iedereen kan begrijpen dat degene die moet betalen liever te weinig dan teveel wil betalen en dus niet Sinterklaas is.

Uiteraard kan enkel uw advocaat op objectieve en deskundige wijze nazien inhoever het schaderegelingvoorstel vanwege de verzekeringsmaatschappij volledig en aanvaardbaar is. Zeer vaak is dit niet het geval, en dienen onderhandelingen te worden aangevat ; zo nodig moet een gerechtelijke procedure worden ingeleid.

 

19. Uw advocaat + rechtsbijstandsverzekeraar


U kunt, op kosten van de rechtsbijstandverzekeraar*, een advocaat naar vrije keuze aanstellen. Deze aanstelling is niet enkel nodig om een gerechtelijke procedure aan te vatten; zij kan o.a. tevens gebeuren:

voor de strafrechtelijke verdediging (bvb. wegens een snelheidsovertreding, dronkenschap of een andere verkeersinbreuk) ;
om na te gaan of u gerechtigd is op bepaalde vergoedingen, rekening gehouden met de voorliggende bewijzen en met de wettelijke bepalingen ;
om een gerechtsdeskundige* te laten aanstellen ;
om over de passende schadevergoeding onderhandelingen te voeren.

De wet waarborgt aan het slachtoffer de volledige vrije keuze van advocaat. In de praktijk laat de rechtsbijstandsverzekeraar toe dat u ook de raadsgeneesheer vrij kiest.

 

Hopelijk geniet u voor de tussenkomst van een advocaat dekking in ...

20. Rechtsbijstand

20.1 Soms denkt men ten onrechte dat men geen dergelijke dekking geniet:

  • niet alleen de bestuurder maar ook elke passagier kan de dekking inroepen van de rechtsbijstandsverzekering van het voertuig waarin hij zat op het ogenblik van het ongeval
  • een voetganger of andere zwakke weggebruiker heeft zeer vaak, eventueel zonder dat hij het weet, rechtsbijstand bij zijn familiale verzekeringspolis
  • naast andere mogelijkheden, zoals een ruime dekking voorzien in een losstaande rechtsbijstandsverzekering.

    Vraag steeds zeer goed na of u toch niet een dergelijke dekking geniet! U kan zich hiervoor wenden tot uw makelaar.

20.2 De rechtsbijstandverzekeraar zal alle kosten in verband met de nodige betwistingen dragen, zoals :

- de staat van ereloon en kosten vanwege de advocaat, de raadsgeneesheer, de raadgevende voertuigexpert, en de gerechtsdeskundige

- alle procedurekosten

- de eventuele kosten van gedwongen uitvoering.


Het is meer dan aangeraden om (via uw makelaar) voorafgaandelijk de toestemming te bekomen vanwege de verzekeraar
van de rechtsbijstand om een raadgevende expert of een advocaat aan te stellen. Normalerwijze zal uw raadsgeneesheer of uw advocaat trouwens zelf deze toestemming aanvragen.

Het is begrijpelijk dat de verzekeringsmaatschappij van de rechtsbijstand, die alle kosten gepaard gaand met uw verdediging (dus de kosten van een eigen voertuigexpert, eigen raadsgeneesheer en eigen advocaat) moet betalen, deze uitgaven wil beperken. Dit neemt niet weg dat de verzekeraar rechtsbijstand haar verbintenissen conform de verzekeringspolis met u moet naleven en dus uiteindelijk voormelde kosten van verdediging zal moeten dragen. Aandringen is vaak de boodschap. Het volstaat niet dat u uw rechten kent, u moet ze ook willen verdedigen !

Wanneer de waarde van de betwisting beperkt is (minder dan 1.000 euro) en wanneer u niettemin aandringt op een gerechtelijke procedure zal de rechtsbijstandsverzekeraar soms - maar niet altijd! - verkiezen u het bedrag van de betwisting uit te betalen (om de zaak op deze manier zonder procedure te kunnen beëindigen).

20.3 Gaat het om een arbeidsongeval, dan zullen de kosten m.b.t. de procedure, met inbegrip van de kosten van de gerechtelijke expertise, in principe volledig ten laste vallen van de arbeidsongevallenverzekeraar, maar niet de kosten van Uw eigen raadsgeneesheer* noch van uw advocaat. Meestal voorziet de polis van de verzekering in rechtsbijstand geen tussenkomst voor een procedure voor de Arbeidsrechtbank; hiervoor kan u beroep doen op uw vakbond.

20.4 Zorg voor een voldoende ruime dekking in rechtsbijstand, en niet alleen in het kader van uw autoverzekering. U dient immers ook gedekt te zijn als zwakke weggebruiker* (fietser, voetganger, ruiter, passagier, …), bij een arbeidsongeval, en eventueel zelfs bij medische aansprakelijkheid.

 Voor meer uitleg : zie aanstelling van een advocaat ( = Procedures, nr. 11 t.e.m. 13; o.a.: wetteksten m.b.t.: aanstelling van een advocaat - de rechtsplegingsvergoeding - wanneer mag u een advocaat op kosten van de verzekeraar rechtsbijstand aanstellen? - vervanging van advocaat).

 

 

CONTACTEER EEN VAN ONZE CONTACTPERSONEN BIJ PRAKTISCHE PROBLEMEN:

09/ 339 17 30

0473/ 38 00 88

 

of

e-mail onze V.Z.W.

 



Vragen van leden:

 

  • Lid: "De minnelijke medische expertise is volledig verkeerd afgelopen. Mijn huisarts ging op de expertisezitting met alles akkoord, en ik ben daar na een kwartier moeten buiten gaan. Enkele maanden later heb ik het eindverslag ontvangen, en daarbij is sprake van slechts 5 % blijvende invaliditeit. Wat kan ik nog doen ?"

    V.Z.W.: Het gaat hier om een vrij klassiek scenario. Wij kunnen enkel herinneren aan het nut van een degelijke, ervaren raadsgeneesheer (zie hoger onder nr. 3 de belangrijke rol van uw eigen raadsgeneesheer en 16 Uw eigen raadsgeneesheer) en aan het feit dat u na de ondertekening van de overeenkomst tot M.M.E.* meestal geen enkele inspraak meer heeft in de medische besluitvorming (zie hoger nr. 5 hoe zorg ikzelf voor een goed verloop van de expertise?).

  • Lid: "Op 5 januari 2003 stonden ik en mijn zuster Marleen voor de rode verkeerslichten te wachten. Plots voelden wij een harde botsing: de achterligger had onze auto te laat gezien. Wij hebben beiden een minnelijke medische expertise aanvaard.

    Voor mijn whiplash waren de besluiten : consolidatie op 5/1/04, met 5 % blijvende invaliditeit Ik heb vrijwillig het bedrag van in totaal 12.500,00 € aanvaard (vanzelfsprekend naast de vergoeding voor mijn autoschade).

    De besluiten voor mijn zuster, die ook een whiplash had opgelopen, waren: consolidatie eveneens op 5/1/04, maar met slechts 4 % blijvende invaliditeit. Mijn zuster is koppiger dan ik ; zij heeft het voorstel van de verzekeringsmaatschappij niet aanvaard en zij heeft op kosten van de rechtsbijstand een advocaat onder de arm genomen. Verleden week heeft zij het vonnis van de Politierechtbank ontvangen ; hoewel zij een kleinere blijvende invaliditeit heeft, is haar schadevergoeding bepaald op in totaal 15.526,00 €. Dus veel meer dan ik! Werd ik beduveld ?"

  • V.Z.W.: Vooreerst is het goed mogelijk dat uw zuster zwaardere materiële schade, zoals inkomstenverlies, heeft geleden (zie daarover hoger onder nr. 9.21 professionele schade). Maar ook indien dit niet het geval is kan het verschil in vergoeding begrijpelijk worden genoemd: bij een minnelijke regeling veronderstelt de verzekeringsmaatschappij dat u water bij de wijn wil doen.

    Zo wil ik u uitnodigen om de afrekening die uzelf heeft ontvangen van de verzekeringsmaatschappij te vergelijken met de afrekening in het vonnis betreffende de vergoeding aan uw zuster. In deze laatste afrekening zullen ongetwijfeld schadeposten staan die niet voorkomen in uw afrekening, zoals : vergoeding voor de huishoudelijke schade en voor de meerinspanningen, zowel tijdens de T.A.O. als tijdens de blijvende invaliditeit , administratiekosten, intresten, e.a. Bovendien zal bij de vergelijking van de twee afrekeningen wellicht blijken dat bepaalde schadeposten door de verzekeringsmaatschappij lager worden vergoed dan door de rechtbank.

    Laat steeds het voorstel tot schaderegeling van de verzekeringsmaatschappij minstens eens nazien door een ervaren advocaat ! Dit wordt trouwens ook aangeraden door het Ministerie van Justitie (in meerdere brochures).

     


 

 

 

raadsarts advocaat vergoed lichamelijke schade letsels vergoeding

schadevergoeding gehandicapte been arm voet hersenschade N.A.H. verzekering

 

 

Voor de juridische teksten danken we hartelijk advocaat Pascal Mortier uit Gent (09/ 224.14.14).

 

 

V.Z.W. VERKEERSSLACHTOFFERS kan jullie enkel dienen dankzij onze bereidwillige medewerkers die zich kosteloos inzetten. Onze V.Z.W. ontvangt geen enkele subsidie noch sponsoring. Onze enige inkomsten zijn de lidgelden. Op vandaag tellen wij minder dan 10 leden.

Wij verzoeken elke sympathisant om lid te worden.

Je wordt lid (voor een jaar) door storting van slechts 15 € op bankrekening 979-9574501-24 (IBAN: BE81 9799 5745 0124 - BIC: ARSPBE22).

 

 

 
 
   
Naar pagina top
Uw rechtsbijstandsverzekering dekt alle kosten van Uw verdediging
 
HZetel: Persijzerstraat 77, 9080 Lochristi
Etienne Verniers van 10 tot 22 uur
H 
09/ 339 17 30
H
H
0473/ 38 00 88