|
|
|
|
lletselschade
letsels vergoeding letselschade gehandicapt schadevergoeding
invalide "hulp van derden" morele schade lichamelijke
schade amputatie
|
Elk
met * gemarkeerd woord kan men (met verklaring) terugvinden
in de Woordenlijst |
| |
LICHAMELIJKE SCHADE
(LICHAMELIJKE LETSELS)
+
vragen
van leden m.b.t. schadevergoeding
|
| Met
dank aan advocaat
Pascal Mortier,
Hoogstraat 53, 9000 Gent (tel. : 09 / 224 14 14 – fax
: 09 / 225 55 65 – pascal.mortier@skynet.be) |
A.
VOOREERST: zie
DE
MEDISCHE EXPERTISE =
nr 1
t.e.m. 7.
Noot1:
aangaande de wettelijke voorwaarden
voor vergoeding aan slachtoffers, inbegrepen
de zwakke weggebruikers, en voor allerlei
sociale uitkeringen
- mutualiteits-,
arbeidsongevallen-, gehandicapten-,
e.a. uitkeringen -
: zie "Mogelijke
vergoedingen".
Noot 2: de indicatieve
tabel 2008 ( = laatste versie) kan u vinden
via http://www.e-njw.be/
B.
DE VERGOEDING
VOOR DE LICHAMELIJKE SCHADE
(
S
a m e n v a t t i n g
*
Juristen delen de lichamelijke schade
( = letselschade) op in meerdere schadeposten
(vooral:
Morele schade tegenover Materiële schade, en
Tijdelijke arbeidsongeschiktheid (T.A.O.) / tijdelijke
invaliditeit (T.I.) tegenover Blijvende arbeidsongeschiktheid
(B.A.O. = B.W.O.)/ blijvende invaliditeit (B.I.)
)."ex
aequo et bono"
BAO BI consolidatie blijvend werkongeschikt percentage
werkonbekwaamheid werkongeschiktheid werkononbekwaamheid
arbeidsongeschiktheid invaliditeit tijdelijke en
blijvende ongeschiktheid invaliditeit
*
Er bestaan meerdere Wijzen
van vergoeding
(nr. 9.5
),
zoals de forfaitaire vergoeding, de raming ex aequo
et bono, de kapitalisatieberekening, en de geïndexeerde
rente. Voor B.I. /B.A.O. tot 15 % wordt meestal
de forfaitaire vergoeding per punt (= per procentunt
van B.A.O. / B.I.) toegepast (nr. 9.54). VVkapitalisatie
kapitalisatieberekening geïndexeerde rente
ex aequo et bono
Gaat
het om zeer ernstige lichamelijke schade, dan gelden
bijzondere principes
van
vergoeding
(zie hieronder nr. 9.6 Erge
morele schade en
9.7 Zwaar
gehandicapten,
en ook nr. 9.33 bijzondere
soorten van morele schade en
nr. 9.53 kapitalisatie; zie tevens Enkele
voorbeelden onder nr. 10.2). geïndexeerde
levenslange rente ernstig gehandicapt zonder benen
motorfiets ongeval rolstoel verkeersongeval totaal
afhankelijk derden ouders
*
Onder nr. 11.
Losse
weetjes
worden enkele uiteenlopende inlichtingen
gegeven over de vergoeding voor de lichamelijke
schade.
Onder nr. 12.
Zijn
de kosten na de consolidatiedatum vergoedbaar ?
wordt deze bijzondere problematiek besproken.
*
De schadevergoeding bij overlijden : zie
13.
Vergoedingen
bij overlijden
* Tenslotte wordt in het deel C
(zijnde nr. 14 t.e.m. 20) uitgelegd wat
het slachtoffer zelf moet doen om volledige
vergoeding te kunnen bekomen, dus:
•
welke stukken moet het slachtoffer van in het
begin verzamelen (nr. 14.
Medische
verslagen
en 15.
Uw kosten
bewijzen)
?
• wat is de functie van een eigen raadsgeneesheer
(nr.16
Uw
eigen raadsgeneesheer)
?
• hoe kan/moet ik de medische expertise
voorbereiden?
(nr. 17 Hoe
kan u het best de medische expertise voorbereiden
?)
• wat
is de rol van uw advocaat ? (nr.
18 Uw
advocaat )
• betaalt de rechtsbijstandverzekeraar alle
kosten van de eigen advocaat en de eigen raadsgeneesheer
? (nr. 19.
Uw
advocaat en uw rechtsbijstandsverzekeraar
en
20.
Rechtsbijstand).
|
letsels)
Contactpersoon
van de V.Z.W.:
Etienne Verniers (van 10 tot
22 uur) :
tel. 09/ 339 17 30
GSM 0473/ 38 00 88
OF
E-MAIL
ONS
ZELFS ANONIEME E-MAILS WORDEN BEANTWOORD !
Thans ontvangen we ongeveer 1 mail met vragen
per dag.
|
|
8.
Het vergoedingsprincipe - de indicatieve
tabel
8.1
Hoofdprincipe:
volledige schadeloosstelling
Het
principe van de schadebegroting is geniaal in zijn eenvoud
: het slachtoffer - en bij diens overlijden zijn erfgenamen
- zijn gerechtigd op de volledige vergoeding
van alle schade die voortvloeit uit het ongeval (zie
ook het hoofdstuk "Mogelijke
vergoedingen" om de voorwaarden te vernemen).
Schade
is het verschil tussen:
enerzijds de - hypothetische - toestand waarin het slachtoffer
zich normalerwijze zou hebben bevonden indien het
schadegeval (de
fout, de onrechtmatige daad, het ongeval) niet zou zijn tussengekomen
en anderzijds de - werkelijke - toestand waarin het zich sinds
en ingevolge het schadegeval bevindt.
De
indicatieve tabel van 2008 (zie hierover nr. 8.2 hieronder)
voorziet:
"85.
De schade moet steeds in concreto worden begroot, zelfs
bij een vergoeding ex aequo et bono, zodat het slachtoffer,
voor zoveel als mogelijk, teruggeplaatst wordt in de toestand
waarin hij zich zou hebben bevonden wanneer er geen ongeval
gebeurd zou zijn".
Maar
de toepassing van dit hoofdprincipe op de lichamelijke schade
past als een tang op een varken; juristen zijn dan ook op
zoek gegaan naar een passende onderverdeling van de lichamelijke
schade, om zo de regelmatig voorkomende gevallen op een algemene
en rechtvaardige wijze te kunnen vergoeden.
8.2 De
indicatieve tabel
Bovendien
werd door de verenigingen van Belgische Magistraten een indicatieve
tabel opgesteld. Deze tabel werd in mei 2004 en in
oktober 2008 herzien (gepubliceerd
in NJW op 22
oktober 2008 - http://www.nieuwjuridischweekblad.be/);
ze geeft een overzicht weer van de gebruikelijke vergoedingen
van de regelmatig voorkomende schadeposten. Omdat zij door
de rechters zelf is opgesteld bevat zij in feite de gebruikelijke
rechtspraak betreffende de schadevergoeding.
Zij
is vooral bedoeld als richtlijn bij de begroting van de
lichamelijke schade van slachtoffers van een verkeersongeval,
maar ze wordt ook daarbuiten vrij algemeen gebruikt.
In de
indicatieve tabel (I.T.) wordt benadrukt dat de opgegeven
richtvergoedingen voor de rechter helemaal niet bindend zijn
en dat zij niet kunnen worden toegepast wanneer de omvang
van de schade in concreto wordt aangetoond.
In
het voorwoord van de Indicatieve Tabel van mei 2004 stond
: "De tabel laat de soevereine beoordeling van de feitenrechter
geval per geval onverkort". In de nieuwe indicatieve
tabel, van oktober 2008, merkt men op dat de tabel uitsluitend
in die zaken een houvast biedt waar de schade enkel op forfaitaire
wijze kan worden geraamd.
Vele
van deze richtvergoedingen worden niettemin bijna steeds zonder
enige betwisting toegepast door de advocaten en door de rechters,
zoals de vergoeding voor de huishoudelijke en de morele schade
tijdens de TAO en zoals de forfaitaire vergoeding per punt
voor de schade BAO (bij lage graden van BAO).
MAAR:
de richtvergoedingen voorzien in de I.T. gelden niet of slechts
gedeeltelijk voor personen die ernstig gehandicapt zijn (zie
verder 9.7
Zwaar gehandicapten);
ze worden bovendien slechts gedeeltelijk toegepast door de
verzekeringsmaatschappijen.
|
| |
9.
Wat
is lichamelijke schade?
9.1
Algemene
definitie
9.11
Het gaat hier
om (de vergoeding voor) lichamelijke letsels in de ruimste
zin, inbegrepen de nadelen op het morele vlak en de psychische
letsels. Synoniemen voor "lichamelijke
schade": letselschade, schade aan de mens, persoonsschade,...
Het
gaat om de nadelen die rechtstreeks of onrechtstreeks voortvloeien
uit de (fysieke en/of psychische) letsels die een persoon
heeft opgelopen.
9.12
Het
hoofdonderscheid in lichamelijke schade: materiële
* en morele
* schadevergoeding. Beide worden verder onderverdeeld (zie
hieronder nr. 9.2
).
9.13
Een
ander belangrijk onderscheid is dit tussen invaliditeit en
arbeidsongeschiktheid. Vooreerst zal de geneesheer - expert
nagaan in welke mate de fysieke integriteit, dus het lichamelijk
(en cerebraal / psychisch) vermogen, van het slachtoffer is
aangetast; dus de vraag: welke aantasting, dus handicaps
en andere beperkingen, kan op medisch gebied worden aangenomen?;
dit betreft de (tijdelijke en/of blijvende) invaliditeit.
Daarna wordt, grotendeels op basis van de bepaling van de
invaliditeit en ook van de mogelijkheden om te arbeiden, nagegaan
in welke mate het slachtoffer nog kan werken (vooral op professioneel
vlak); dit betreft de arbeids(on)geschiktheid.
In
het Belgische recht wordt geen onderscheid gemaakt naargelang
de aard van de letsels. De begroting van de letselschade
gebeurt in principe dus op dezelfde wijze voor een whiplash
- patiënt als voor een persoon die een vingerkootje
heeft verloren of die een psychisch trauma (met depressie)
heeft opgelopen. Alle bewezen fysieke en psychische (geestelijke)
schade als gevolg van het verkeersongeval moet worden vergoed.
De juristen hebben de schadelijke gevolgen enkel maar in
soorten ingedeeld om ze gemakkelijker te kunnen bespreken.
Zo
ook is in principe de rechtsgrond zonder belang: van zodra
het recht op schadevergoeding vaststaat moet deze integraal
worden betaald aan het slachtoffer, ongeacht of de schade
gebaseerd is op de burgerlijke
aansprakelijkheid,of
op de
wetgeving betreffende de zwakke weggebruikers
(art. 29bis WAM), of op de
verplichtingen van het Gemeenschappelijk Motorwaarborgfonds,
of op een medische
fout,
of op een verkeersinbreuk (samen met art.
1382 Burgerlijk Wetboek).
Maar soms is het slachtoffer enkel gerechtigd op een vergoeding
die forfaitair (dus niet volgens de werkelijkheid) wordt
bepaald, zoals bij toepassing van het arbeidsongevallenrecht
of van een sommenverzekering.
9.2
Materiële
schade
De
materiële schade betreft in essentie de nadelen met een
rechtstreekse of onrechtstreekse financiële weerslag;
dus de vraag: in welke mate zou mijn patrimoniale toestand,
mijn financieel vermogen, beter zijn geweest indien het ongeval
niet was gebeurd.
Deze schade omvat de professionele
schade (9.21), de huishoudelijke
schade (9.22), en de stoffelijke schade (kosten
en uitgaven, nr. 9.23).
9.21
De professionele
schade
Deze
(materiële) schade bestaat in de volgende vormen :
1°
inkomstenverlies, 2°
de vermindering van de economische waarde (dus in het bijzonder
van het verdienvermogen), en
3°
het moeten leveren van
meerinspanningen .
1°
Het rechtstreekse inkomstenverlies,
i.h.b. het beroepsinkomensverlies doordat men - al dan niet
tijdelijk - niet meer kan gaan werken als gevolg van de
arbeidsongeschiktheid. Het verlies aan beroepsinkomsten
en aanverwante (sociale) voordelen, door het ongeval, moet
zo precies mogelijk worden berekend; daarbij vertrekt men
van de vraag welk beroepsinkomen zou zijn behaald indien
het ongeval niet zou zijn gebeurd.
Een
moeilijkheid bij deze berekening: er dient rekening te worden
gehouden met de personenbelasting en met de sociale-zekerheidsbijdragen
(meestal 13,07 % voor een werknemer).
De
indicatieve tabel van
oktober 2008 - (gepubliceerd in NJW op 22 oktober 2008
- http://www.nieuwjuridischweekblad.be/)
(verder
"I.T.") voorziet:
"11.
Het inkomensverlies moet steeds in concreto worden bewezen.
(...). Als het nettoloon als basis gebruikt wordt, kunnen
reserves worden toegekend voor de fiscale en sociale
lasten op voorwaarde dat dit gevraagd wordt. De schadevergoeding
strekt ertoe steeds hetzelfde nettoloon te verkrijgen
als vóór het ontstaan van de schade.
31. Het basisloon moet in concreto worden begroot.
Aan jonge slachtoffers die nog geen of een gering loon
verdienen, moet speciale aandacht worden besteed.
In aanmerking te nemen is het nettoloon, tenzij aangetoond
wordt dat de gelijkwaardige fiscale en sociale lasten
de toe te kennen vergoeding te zwaar belasten. Als het
nettoloon als basis gebruikt wordt, kunnen reserves
worden toegekend voor de genoemde fiscale en sociale
lasten wanneer dit gevraagd wordt. De winstderving (lucrum
cessans) wordt vergoed.
32. Het inkomen kan verhoogd worden als toekomstige
loonsverhogingen los van de indexering kunnen aangetoond
worden. (...)".
Het
volgende wordt bedoeld: de werkelijke inkomensschade
van het slachtoffer bestaat niet uit het verlies aan
bruto-inkomen, waarvan immers een groot deel toekomt
aan de overheid; dus wordt uitgegaan van het nettoloon.
Maar de schadevergoeding die op fiscaal gebied wordt
beschouwd als een vervangingsinkomen is eveneens belastbaar;
dit is het geval voor de meeste vergoedingen die slaan
op beroepsinkomstenverlies. Evenwel is het bedrag van
deze belastingen afhankelijk van de gezinssamenstelling
en andere factoren. Dus moet aan het slachtoffer voorbehoud
worden toegekend om dit bedrag terug te kunnen bekomen
van de vergoedingplichtige van zodra hij vanwege de
fiscus dit bedrag verneemt. Zonder een dergelijk voorbehoud
zou het slachtoffer uiteindelijk maar de schadevergoeding
gebaseerd op het netto-inkomen verminderd met de belastingen
op deze schadevergoeding ontvangen.
De
tekst van de I.T. onder nr. 31 (zie hierboven) is op
zijn zachtst gezegd verwarrend. De derde zin moet wellicht
zijn: "In aanmerking te nemen is het nettoloon,
tenzij aangetoond wordt dat de fiscale en sociale lasten
die moeten worden geheven op de toe te kennen vergoeding
voor het loonverlies gelijkwaardig zijn aan soortgelijke
lasten op het loon". Bedoeld wordt: voormeld
voorbehoud moet niet worden voorzien en het brutoloon
mag als berekeningsbasis worden aangenomen indien wordt
bewezen dat de sociale en fiscale lasten enerzijds op
het loon en anderzijds op de vergoeding van het loonverlies
gelijk(waardig) zijn. Doch nu vervanginginkomsten, nl.
de vergoeding voor beroepsinkomsten, onder een gunstig
belastingsregime vallen en nu daarop geen sociale lasten
verschuldigd zijn is kwestieuze mogelijke gelijkwaardigheid
louter theoretisch.
De
vergoeding voor de inkomensderving wordt doorgaans zo
precies mogelijk, cijfermatig berekend (zie ook verder
onder nr 10, a2).
Voor
de juiste begroting "in concreto" van het
inkomensverlies is het noodzakelijk dat de nodige bewijzen
worden voorgelegd: de relevante loonbrieven, fiscale
aanslagbiljetten, bewijzen van de ontvangen mutualiteitsuitkeringen
(die moeten worden afgetrokken van de schadevergoeding),
e.d. Vanzelfsprekend moet ook het verlies aan voordelen
volledig worden vergoed.
1°
bis Men kan ook inkomensverlies
lijden buiten de eigenlijke beroepsuitoefening.
Wie
door het ongeval geen sport of hobby meer kan uitoefenen
die geld opbracht of geen activiteit meer kan verrichten
die geld bespaarde (bvb. onderhouden van de tuin) heeft
voor dit verlies recht op schadevergoeding. Hier spreekt
men van extra-professionele schade (zijnde materiële
schade bovenop het beroepsinkomensverlies).
Het
kan ook aannemelijk zijn dat het slachtoffer normalerwijze,
zonder het ongeval, na zijn pensioen nog op enige wijze
geld zou verdiend hebben (of uitgaven zou hebben bespaard).
Hier spreekt men van postlucratieve (of postprofessionele)
schade, dit is de materiële schade vanaf de pensioenleeftijd
(dit is na de lucratieve, dus professionele, periode).
De indicatieve tabel van 2008: " 35. Postprofessionele
schade is het verlies opgelopen door de gehele of gedeeltelijke
ongeschiktheid tot het verrichten van arbeidstaken die
niet behoren tot de huishoudelijke arbeid en die een
economische waarde hebben na het afsluiten van de beroepsloopbaan.
Daaronder vallen niet: de inkomsten uit toegelaten arbeid
voor gepensioneerden, wanneer zij vervat zijn in de
vergoeding voor de blijvende arbeidsongeschiktheid".
2° De vermindering van de economische
waarde als gevolg van de (blijvende) arbeidsongeschiktheid.
Deze vermindering betreft voor een werknemer
de aantasting van zijn concurrentiële waarde op de
arbeidsmarkt. Dit is het verhoogde risico om in de loop
van zijn verder leven als gevolg van het ongeval minder
te verdienen doordat hij sneller en langer werkloos zal
zijn en/of doordat hij verplicht zal zijn een beroep te
aanvaarden met een lager loon (nl. wegens lager uurloon
of wegens niet meer voltijds kunnen werken).
Voor
een zelfstandige is soortgelijk verlies uiteraard veel moeilijker
in te schatten, zeker wanneer hij met personeel werkt.
Het
verlies aan economische waarde betreft grotendeels een toekomstige,
onrechtstreekse en niet exact te bepalen schade. Het valt
samen met het begrip "verlies aan verdienvermogen"
in de wetgeving betreffende de Ziekte- en Invaliditeitsverzekering.
3°
De noodzaak meerinspanningen te
leveren bij de uitoefening van economische activiteiten,
zijnde in het bijzonder bij de huishoudelijke en/of professionele
activiteiten; deze vorm van materiële schade betreft
de verhoogde inspanningen die thans bij de uitvoering van
deze activiteiten nodig zijn, ten aanzien van de toestand
die zou hebben bestaan zonder het ongeval.
Aangaande
de meerinspanningen bij professionele activiteiten is de
indicatieve vergoeding bepaald op 20 € (voorheen 17,
50
€) per dag, in verhouding
tot het percentage van T.A.O., vanaf de werkhervatting .
De
I.T. 2008: "12.
Meerinspanningen die niet concreet begrootbaar zijn, worden
vergoed tegen 20,- euro per dag a rato van 100 % arbeidsongeschiktheid
vanaf het hernemen van de professionele activiteit".
9.22 De huishoudelijke schade
a. De huishoudelijke schade
De
uitvoering van huishoudelijke taken heeft een economische
waarde, zodat het niet meer (of minder goed) kunnen uitvoeren
van het huishoudelijke werk vergoedbare materiële schade
uitmaakt. De huishoudelijke schade
slaat op de
materiële schade doordat men (als gevolg van het ongeval)
zijn vroegere, gebruikelijke huishoudelijke activiteiten niet
meer of minder goed kan verrichten. Zoals bij de professionele
schade is vergoeding voor de huishoudschade verschuldigd 1°
voor het verlies aan economische waarde (als huisvrouw / huisman),
dus voor de volledige of gedeeltelijke onmogelijkheid om huishoudelijke
activiteiten te verrichten, alsook 2° voor het moeten
leveren van meerinspanningen bij dergelijke activiteiten.
Voor
de huishoudelijke schade
worden de volgende richtvergoedingen voorgesteld:
*
zonder kinderlast:17,50 € per dag;
*
met één
kind dat gerechtigd is op kinderbijslag: 25 €
per dag; per bijkomend kind vermeerderd met 5 €.
Deze
vergoeding geldt per huishouden. Ze wordt aangepast in overeenstemming
met de (bewezen) concrete bijdrage die elke partner in het
huishouden levert; bij gebrek aan concrete gegevens (zoals
bijna steeds) wordt de bijdrage uitgesplitst in 65 % door
de vrouw en 35 % door de man.
Volgens
de I.T. 2008:
"14.
Als deze schade, meerinspanningen inbegrepen, hoewel hij
vaststaat, niet concreet kan worden begroot bij gebrek aan
valabele bewijzen en concrete elementen, wordt een forfaitaire
vergoeding voor het verlies van de economische waarde van
de huishoudelijke
arbeid toegekend, mits de schadelijder concrete elementen
aanbrengt die het bestaan van
deze schade minstens aannemelijk maken. Volgende vergoedingen
worden voorgesteld:
[1] zonder kinderlast: 17,50 euro per dag;
[2] met kinderlast: 25,- euro per dag voor één
kind, te verhogen met 5,- euro per bijkomend kind ten
laste van het globaal huishouden zolang hij gerechtigd
is op kinderbijslag.
Het betreft een vergoeding per huishouden en niet per individu.
De vergoeding wordt aangepast in functie van de bijdrage
die elke partner in het huishouden levert. Bij gebrek aan
concrete gegevens wordt de bijdrage gesplitst als volgt:
ten belope van 65 % voor de bijdrage door de vrouw en 35
% voor de bijdrage door de man".
Bij
voorbeeld: het gezin bestaat uit vader + moeder + 2 nog
inwonende kinderen; de volledige waarde van de huishoudelijke
bezigheden van man en vrouw samen wordt, volgens de indicatieve
tabel, bepaald op (25 + 5 € =) 30 € per dag;
het aandeel van de man wordt forfaitair geraamd op 35%,
dus op 10,5 €; als de man aangereden wordt zal hij
dus een vergoeding voor huishoudelijke schade ontvangen
van 10,50 € per dag van 100 % TAO, van (10,50 €
x 75 % =) 7,875 € per dag van 75 % TAO, enzoverder.
"13.
Als het niet of gedeeltelijk kunnen verrichten van huishoudelijke
arbeid, het gevolg is van een schadeverwekkend feit en een
behoefte aan hulp in het huishouden doet ontstaan, kan deze
schade concreet worden begroot en vergoed, door de kostprijs
van de noodzakelijk erkende hulp integraal te vergoeden".
Evenwel kunnen de kosten voor hulp in het huishouden
uiteraard niet bovenop de zopas besproken forfaitaire
vergoeding voor de huishoudelijke schade worden aangerekend;
dit zou een dubbeltelling, een tweevoudige vergoeding
van dezelfde schade, uitmaken. In de praktijk worden de
reële kosten dan ook in vele gevallen achterwege
gelaten (tenzij ze hoger zouden bedragen dan de forfaitaire
vergoeding).
b. De hulp van derden
Het
slachtoffer kan ook nood hebben aan hulp van derden. Vaak
zal het slachtoffer hulp van huishoudelijke aard nodig hebben
(schoonmaken, afwassen, strijken,...), maar dit valt onder
de huishoudelijke schade (of evt. onder de kosten en uitgaven)
en niet onder de eigenlijke hulp van derden. Met deze hulp
van derden wordt het volgende bedoeld: bij erge B.A.O., en
meerbepaald bij een vermindering van de zelfredzaamheid, heeft
het slachtoffer hulp nodig bij activiteiten van het dagelijkse
leven (A.D.L.), zoals bij zich voeden, zich wassen, zich aankleden,
zich verplaatsen, e.d. Deze hulp van derden vormt een andere,
bijkomende schadepost dan de eigenlijke huishoudelijke schade.
Deze schade bestaat vooral bij zeer ernstig gehandicapten.
De
indicatieve tabel 2008:
"
3. Hulp van derden
34. De noodzaak aan hulp van derden, buiten het huishouden,
en de omvang van de te verstrekken hulp moeten steeds in
concreto worden vastgesteld.
Wanneer de hulp wordt uitgedrukt per tijdseenheid, wordt
een bedrag per uur vastgesteld, in overeenstemming met de
vereiste kwalificatie van de hulpverlener.
Voor de wijze van vergoeden gelden dezelfde regels als voor
het toekomstige inkomensverlies.".
Deze
hulp van derden geeft vaak aanleiding tot een zeer hoge schadevergoeding.
Als bvb. de vergoeding daarvoor wordt vastgelegd op 2 uren
aan 10 euro per dag, dan betekent dit een levenslange vergoeding
van 7.300 euro per jaar. Maar mogelijks gaat het zelfs om
veel zwaardere schade, zodat bvb. de vergoeding overeenstemt
met het loon van 3 verpleegsters.
Het
meten van het aantal uren noodzakelijke hulp dient derhalve
zo nauwkeurig mogelijk te gebeuren, wat bij een medische expertise
vaak wordt vergeten. Een belangrijk meetinstrument is de Elida-schaal
(zie ook ADL-hulp).
9.23
De stoffelijke schade
Ook
alle andere geleden schade moet
worden vergoed, zoals kosten en uitgaven die het gevolg
zijn van het ongeval (zijnde meestal een verkeersongeval).
Onder "stoffelijke schade" vallen o.a. de medische
kosten, de voertuigschade, de kledijschade, de verplaatsingskosten,
e.d.
De
I.T. 2008:
"
Verplaatsingkosten - administratiekosten
6.
Een forfaitaire tegemoetkoming van € 62,- tot €
125,- in administratie-, correspondentie- en telefoonkosten
kan toegekend worden.
7.
Voor verplaatsingskosten, indien forfaitair berekend, ongeacht
het type van voertuig, is € 0,30 euro per kilometer
aanvaardbaar.
Kledij en bagage
8.
Als de schade vaststaat maar de omvang niet exact kan bewezen
worden, wordt ex aequo et bono € 375,- voorgesteld
voor de gehele kledij rekening houdend met de vetusteit".
Zie ook:
9.3
Morele*
schade
(morele - geestelijke - psychische schade)
9.31 Definitie
De
morele schade
(in de volksmond soms nog “pijnen
en smarten” genoemd) is
alle andere nadelige gevolgen dan de materiële schade.
Het gaat dus om nadelen die daadwerkelijk worden ervaren door
het slachtoffer maar die geen betrekking hebben op zijn financiële
toestand (zijnde op zijn vermogen, zijn patrimonium).
9.32
De
gewone morele schade
Deze
omvat de psychische trauma 's, lichamelijke pijnen, ongemakken,
en andere nadelen die algemeen gepaard gaan met een ongeval.
Opmerkingen:
- inzover
het gaat om buitengewone blijvende morele schade: zie
nr 9.33
- in
de mate dat deze morele nadelen ook een financiële
weerslag hebben gaat het tevens om materiële schade
(zie verder nr. 9.6).
De
algemeen gebruikelijke morele schadevergoeding tijdens de
T.A.O. (zoals voorzien in de indicatieve
tabel en zoals overigens zo goed als nooit wordt betwist)
beloopt 25 € per dag, in verhouding tot de graden van
T.A.O.
Deze
basisvergoeding wordt meestal bepaald op 31 € per dag
van hospitalisatie, die immers uiteraard heel wat bijkomende
ongemakken en hinder met zich brengt.
De
I.T. oktober 2008:
"Morele
schade
15. De deskundige begroot het quantum doloris op een schaal
van 1 tot 7 als volgt:
-
1/7: minieme pijn
- 2/7: zeer lichte pijn
- 3/7: lichte pijn
- 4/7: middelmatige pijn
- 5/7: ernstige pijn
- 6/7: zeer ernstige pijn
- 7/7: uitzonderlijke ernstige pijn.
Hij
houdt er rekening mee dat de fysische smarten van niveau
1 tot 3 vervat moeten zitten in de graden van arbeidsongeschiktheid
en/of invaliditeit.
De
morele schade omvat de normale pijn en smarten, en alle
courante ongemakken als gevolg van de vastgestelde letsels
evenals hun impact op persoonlijke activiteiten in tuin,
sport, hobby en het pretium doloris tot de graad van 3 op
een schaal van 7. Deze morele schade kan als volgt vergoed
worden:
-
€ 31,- per gewone dag hospitalisatie;
- € 25,- per dag zonder hospitalisatie bij 100 %
ongeschiktheid.
Deze
vergoeding bevat de voorzienbare fysieke smarten inherent
verbonden met de aangetaste fysieke integriteit en waarvan
de gevolgen vergelijkbaar zijn voor ieder individu.
Wanneer het pretium doloris niet in het hiervóór
vermeld forfait begrepen is omwille van het feit dat het
afzonderlijk wordt begroot door een medische expertise,
dan worden volgende bedragen per dag toegekend vanaf schaal
4:
| Schaal
|
met hospitalisatie |
zonder hospitalisatie
|
| 4/7 |
€ 31,- + € 10,- |
€ 25,- + € 10,- |
| 5/7 |
€ 31,- + € 12,50 |
€ 25,- + € 12,50 |
| 6/7 |
€ 31,- + € 15,- |
€ 25,- + € 15,- |
| 7/7 |
€ 31,- + € 17,50 |
€ 25,- + € 17,50 |
".
Soms
wordt voor de T.A.O. dus een bijkomende vergoeding voor "pretium
doloris" aangenomen (letterlijk vertaald "de
prijs voor de pijnen"). Dit is de bijzondere morele
schade wegens uitzonderlijke fysieke pijnen (bvb. wegens brandwonden).
De ernst van deze pijnen wordt meestal uitgedrukt door middel
van de zevendelige schaal (zoals voor de esthetische schade
- zie wat verder); daarbij betekent 1/7 (1 op 7) een minieme
graad van bijzondere pijn en 7/7 onhoudbare pijnen. In de
indicatieve tabel van 2008 is een bijkomende vergoeding voor
"quantum doloris" (de hoeveelheid van pijn)
voorzien, nl. ten bedrage van 10 euro per dag bij 4/7 en bijkomend
2,5 euro per graad boven 4/7.
Thans,
bij de nieuwe indicatieve tabel van oktober 2008, wordt een
beter onderscheid gemaakt tussen de graden van de pijn; tot
voordien werd enkel een vergoeding, t.b.v. 37,50 € per
dag, toegekend bij werkelijk erge pijnen of uitzonderlijke
fysieke hinder tijdens de hospitalisatie- of de revalidatieperiode.
Bijna
nooit wordt pretium doloris als blijvende schade
aanvaard (en dus enkel als schade TAO).
9.33
Bijzondere morele schade
Het
is logisch en billijk dat een bijkomende vergoeding wordt
toegekend wanneer het slachtoffer bovenop de blijvende gewone
morele schade een bijzondere morele schade ondervindt,
die andere slachtoffers niet lijden.
Deze
bijzondere vormen van morele schade worden meestal ex aequo
et bono geschat (zie over deze begrotingswijze verder nr.
9.51, 3°).
Hier
volgen de belangrijkste soorten van bijzondere morele schade
(dewelke dus supplementair wordt vergoed).
a.
Pretium doloris
(zie hierboven nr. 9.32), die soms als bijkomende (tijdelijke)
morele schadepost wordt aangenomen.
b.
Pretium voluptatis,
of seksuele schade
: de nadelen die rechtstreeks of onrechtstreeks verband
houden met de seksuele mogelijkheden. Deze schadepost omvat
op zeer ruime wijze alles wat een verminderde functionaliteit
van het geslachtsorgaan betreft (inbegrepen een vermindering
van de vruchtbaarheid).
Er
wordt een onderscheid gemaakt tussen
enerzijds
de schade betreffende het seksuele genot (bvb. impotentie,
vermindering van libido en lustbeleving, en dergelijke)
en
anderzijds het verlies van (de kansen op) een nageslacht.
Zo
omvat de sexuele schade :
1°
de vermindering (of het volledige verlies) van de genotservaring
tijdens de seksuele daad,
2°
de onmogelijkheid om nog seksueel actief te zijn (zodat
uiteraard geen seksueel genot meer kan worden ervaren en
zodat geen kinderen meer kunnen worden voortgebracht),
3°
de verminderde kansen op een huwelijk (of andere vaste relatie),
bvb. ingevolge uiterst erge esthetische schade of cerebrale
aantasting, en
4°
de verminderde kansen of zelfs de onmogelijkheid om nog
een kind voort te brengen (m.i.v. meer kansen op een miskraam).
Het
gaat hier bijna steeds om een blijvende morele schade (dus
vallend niet onder de TAO maar onder de BAO / BI).
De
vergoeding voor de pretium voluptatis wordt vaak op 25.000
€ of meer vastgelegd (ex aequo et bono).
De
indicatieve tafel 2008:
"6.
Seksuele schade
37. Deze schade is als zeer specifieke schade te vergoeden
afzonderlijk van de overige schadeposten.
Er moet een onderscheid gemaakt worden tussen enerzijds
de schade door verlies aan seksueel leven (bijvoorbeeld
impotentie, anorgasmie, aantasting van libido en gevoelloosheid)
en anderzijds het verlies van zekerheid op nageslacht,
waaronder steriliteit valt te catalogeren.
38. De kosten verbonden aan de noodzaak van bijvoorbeeld
een keizersnede of kunstmatige inseminatie worden vergoed.
Zowel de materiële schade (onder meer de aankoop
van medicatie, medisch materiaal, medische ingrepen…)
als de uit de noodzakelijke ingrepen spruitende morele
schade moeten vergoed worden.
39. De partner die bij weerkaatsing schade heeft, kan
om vergoeding ervan verzoeken".
c. Genoegenschade,
ook geneugteschade of plezierschade genoemd: de vermindering
van het levensgenot als gevolg van de verhoogde moeilijkheid
(of de onmogelijkheid) om nog deel te nemen aan bepaalde
aangename activiteiten, in het bijzonder om nog een bepaalde
sport of hobby te beoefenen.
De
indicatieve tabel 2008:
"8.
Genoegenschade
42. Indien niet vervat in de morele schade kan deze vergoeding
worden voorbehouden voor uitzonderlijke gevallen waarin
het slachtoffer als gevolg van het bewezen schadeverwekkende
feit een vooraf beoefende sport of hobby moet stopzetten
of drastisch verminderd ziet".
Valt
ook onder deze schadepost: het niet kunnen meemaken van
een geplande vakantie, bvb. omdat men op weg naar de luchthaven
werd aangereden of omdat men een week voor het vertrek werd
omvergereden. Maar over soortgelijke vormen van genoegenschade
zijn de laatste jaren geen vonnissen meer gepubliceerd.
De
begroting van de genoegenschade gebeurt meestal ex aequo
et bono (dus ruw geschat), maar zij steunt uiteraard op
de concrete gegevens. Daar deze gegevens zeer uiteenlopend
kunnen zijn - bij voorbeeld het niet meer kunnen voetballen
(als vrijetijdsbesteding) tegenover een bijna volledig verlies
van alle mogelijkheden om te genieten - zijn ook de toegekende
vergoedingen zeer verschillend (bij voorbeeld 500 euro tegenover
25.000 euro).
d. Genegenheidschade
of schade door weerkaatsing (of bij repercussie of bij weerslag):
de morele schade die door de verwanten wordt geleden door
het moeten aanzien van het zeer ernstige lijden van een
zeer nauw familielid of van de vaste partner.
Zo
is het begrijpelijk dat de ouders een uitzonderlijke onrust
moeten ondergaan wanneer hun kind in coma verkeert ; ook
de toestand waarbij een kind of andere naaste een blijvende,
erge (fysieke of psychische) aftakeling ondergaat brengt
genegenheidsschade met zich mee.
Deze
vergoeding wordt in principe eveneens begroot ex aequo et
bono, op basis van de concrete omstandigheden (zoals de
ernst van de toestand, de duurtijd ervan, de graad van verwantschap
en van genegenheidsband, en dergelijke).
De
I.T. 2008:
"Schade
door weerkaatsing
43. Dit is de schade die de verwanten lijden door het
aanzien van het leed en de pijn van het slachtoffer. Het
moet gaan om uitzonderlijke pijnen.
Er wordt een vergoeding toegekend wanneer het slachtoffer
in levensgevaar of coma verkeert, zodat de toestand uiterst
zorgwekkend is. Ook de situatie waarin naastbestaanden
verkeren die dagelijks en langdurend geconfronteerd worden
met een ernstige blijvende psychische, fysieke of mentale
aftakeling van het slachtoffer geeft recht op deze vergoeding.
Deze vergoeding wordt toegekend vanaf het moment dat de
familieband niet meer normaal kan worden beleefd."
e. Esthetische schade
: esthetische schade = de morele nadelen als gevolg van
de ontsieringen van het lichaam, zoals een litteken, huidverkleuring,
amputatie van een lidmaat, misvorming, hinkende gang, …
; hierdoor ontstaat een gevoel van minderwaarde en schaamte
bij het slachtoffer, dat hiervoor recht heeft op een bijzondere,
bijkomende vergoeding.
Opmerking:
de medische expert zal in vele gevallen enkel de littekens
en de zichtbare vervormingen aan het lichaam als esthetische
schade beschouwen; ten onrechte !; ook het manken, het
verlies van een been of een arm, en dergelijke zijn een
vorm van esthetische schade.
De
graad van de ontsiering wordt door de geneesheer-expert
vastgelegd aan de hand van de zevendelige schaal van Julin:
1 miniem, 2 zeer licht, 3 licht, 4 middelmatig, 5 ernstig,
6 zeer ernstig, 7 afstotend. De schaal van Julin geeft uiteraard
maar een persoonlijke en dus arbitraire schatting van de
expert weer; meestal is het aangewezen dat het slachtoffer
de ontsieringen visueel laat vaststellen door de rechter,
hoewel in vele gevallen foto’s van de esthetische
schade kunnen volstaan.
Bij
de begroting van de vergoeding voor deze esthetische schade
wordt bovendien rekening gehouden
1°
met de plaats van de ontsiering – hoe zichtbaarder
hoe hoger de vergoeding (litteken in uw gezicht
of op uw billen ?) –,
2°
met het geslacht van het slachtoffer (een vrouw
bekomt een hogere vergoeding dan een man),
3°
met de leeftijd, en
4°
met het sociale leven, dus de activiteiten, van het
slachtoffer (veel onder de mensen of niet?).
De
I.T. 2008:
"7.
Esthetische schade
40. Deze schade heeft niets te maken met de economische
schade die voortvloeit uit esthetische ontsiering.
De (arts)deskundige baseert zich op de gebruikelijke schaal
van 1 tot 7 (schaal van Julin). De
rechter moet rekening houden met de plaats van de ontsiering,
het geslacht, de leeftijd en de activiteiten van het slachtoffer.
Met activiteiten worden bedoeld niet alleen de professionele
activiteiten maar ook de sociale activiteiten zoals deelname
aan een toneelkring,
muziekgroep die een mens confronteren met anderen.
41. Daar de rechter moet appreciëren, is een gedetailleerd
advies van de deskundige noodzakelijk. Het is aan te bevelen
dat de arts-deskundige, naast de gebruikelijke quotering
van 1 tot 7, een gedetailleerde beschrijving geeft van de
schade, indien mogelijk ondersteund door foto’s, onverminderd
de mogelijkheid om de schade van het slachtoffer op de zitting
de visu vast te stellen.
Wijze
van vergoeden:
| Leeftijd |
1/7
miniem |
2/7
zeer licht |
3/7
licht |
4/7
middelmatig |
| 0 - 10 jaar |
540 |
2.150 |
4.850 |
8.625 € |
| 11 - 20 |
520 |
2.075 |
4.700 |
8.300 € |
| 21 - 30 |
490 |
2.000 |
4.400 |
7.850 € |
| 31 - 40 |
450 |
1.800 |
4.100 |
7.250 € |
| 41 - 50 |
400 |
1.600 |
3.600 |
6.500 € |
| 51 - 60 |
350 |
1.400 |
3.100 |
5.550 € |
| 61 - 70 |
275 |
1.100 |
2.600 |
4.400 € |
| 71 - 80 |
200 |
800 |
1.750 |
3.100 € |
| ouder |
115 |
450 |
1.050 |
1.850 € |
5/7
ernstig:
min. 10.000 €
(geen maximum) |
6/7
zeer ernstig:
min. 15.000
€
(geen maximum) |
7/7 afstotend:
min. 25.000
€
(geen maximum)
|
Bovenstaande
richtvergoedingen voor de esthetische schade zijn een
verfijning tegenover de vorige indicatieve tabel, waar
geen leeftijdsverschil werd gemaakt. Maar ze liggen
in vele gevallen nog steeds (merkelijk) lager dan wat
de rechter toekent. Zeker voor kinderen hebben vele
rechters de neiging een hogere vergoeding toe te kennen
dan voorgesteld in de indicatieve tabel. De tarifering
valt al te ongunstig uit voor jongeren: een vrouw van
65 jaar zou nog meer dan de helft van de vergoeding
ontvangen van deze voor een meisje van 15 jaar, voor
dezelfde levenslange ontsieringen...
f.
Andere bijzondere morele
schade: telkens het verantwoord is een bijkomende
vergoeding te bekomen bovenop de gewone vergoeding voor
de morele schade kan deze worden gevraagd. Zo is een dergelijke
bijzondere vergoeding gerechtvaardigd wanneer de vader
vóór zijn ogen zijn zoon heeft zien verongelukken,
wanneer het slachtoffer als gevolg van het ongeval een
P.T.S.S. (posttraumatische stressstoornis) of een ander
belangrijk psychisch trauma heeft opgelopen, of wanneer
de noodzakelijke chirurgische ingreep een bepaald nadelig
gevolg (bij voorbeeld een blijvende hese stem of incontinentie)
met zich heeft gebracht.
9.4
T.A.O.
en B.A.O.
(ijdelijke arbeidsongeschiktheid
en blijvende arbeidsongeschiktheid)
Een
ander onderscheid is deze volgens het tijdsverloop.
9.41
Op een bepaald tijdstip kunnen de letsels als gestabiliseerd
worden beschouwd; ze zullen niet meer verder genezen (maar
evenmin verergeren) vanaf een bepaalde dag. Deze dag wordt
de consolidatiedatum* genoemd.
9.42
De - evolutieve - periode tot aan deze consolidatie is
de tijdelijke arbeidsongeschiktheid (T.A.O.)
, ook T.W.O. (tijdelijke werkongeschiktheid) of T.O. (tijdelijke
ongeschiktheid) genoemd; soms is er geen economische ongeschiktheid
en dan noemt deze periode "tijdelijke invaliditeit"
(T.I.).
De
- levenslange - periode na deze consolidatiedatum is de
blijvende invaliditeit (B.I.*);
bestaat een blijvende arbeidsongeschiktheid, bovenop de
B.I., dan spreekt men van B.A.O.
Bij
de professionele schade TAO wordt
in principe enkel (of hoofdzakelijk) geoordeeld op basis
van het beroep dat men uitoefende op de dag van het ongeval.
Vanaf de consolidatiedatum
(dus BAO) worden alle mogelijke beroepen (gelet op de
beroepsopleiding, -ervaring, e.d.) in ogenschouw genomen.
9.43
De blijvende invaliditeit slaat op de opgelopen handicap(s),
op de verminderde mogelijkheden als mens, louter gezien
vanuit medisch (en dus niet-juridisch) oogpunt.
Blijvende
arbeidsongeschiktheid (B.A.O.),
ook blijvende werkonbekwaamheid (B.W.O.) genoemd, is een
vorm van B.I.; zij is meerbepaald deze blijvende invaliditeit
die een materieel (geldelijk) verlies met zich brengt
in de vorm van een - al dan niet rechtstreeks - verlies
aan inkomsten of aan economische (zijnde in geld waardeerbare)
waarde.
Wie
de activiteiten in zijn beroep of binnen het huishouden
minder goed kan verrichten, zelfs ondanks meerinspanningen,
lijdt een vermindering van zijn arbeidsgeschiktheid en
dus een verlies aan economische waarde.
LET
OP: u kan op verschillende gebieden een beoordeling
van uw B.I. / B.A.O. meemaken, met telkens een volledig
andere beslissing. Zo gebeurt het vaak dat de arbeidsongevallenverzekeraar
u een beslissing van genezenverklaring (dus 0 % BAO)
stuurt, dat u van de B.A.-verzekeraar de kennisgeving
van 4 % B.A.O. ontvangt, en dat u door uw ziekenfonds
wordt aanvaardt als zijnde meer dan 66 % invalide...;
zie ook de uitleg bij Vergoedingen
nr.
3, 6c en 6d (Gevallen
van vergoedbaarheid van de lichamelijke (en verwante)
schade).
Steeds een eigen, ervaren raadsgeneesheer raadplegen!
9.44 De
verzekeringsexpert, die zoals hierboven onder medische
expertise uiteengezet
normalerwijze als eerste medische besluiten opstelt, zal
steeds enkel maar tot blijvende invaliditeit (B.I.) en
dus niet tot B.A.O. besluiten. Vaak wordt dit door de
rechtbank geïnterpreteerd in die zin dat er enkel
morele (en dus geen materiële) schade overblijft.
Vanzelfsprekend
zal u een beduidend hogere vergoeding kunnen vragen indien
de tegensprekelijke expertise besluit tot B.A.O. (= B.W.O.),
en niet enkel tot blijvende invaliditeit
9.5
Wijzen
van vergoeding (of
juister : wijzen van begroting van de vergoeding)
9.51
De begrotingswijzen die relevant zijn in het kader van
schadevergoeding zijn:
1°
de terugbetaling van de werkelijk betaalde
prijs (voor de medicamenten,
medische onderzoeken, voertuigschade, ...), eventueel
na een aftrek wegens het toerekenen van een voordeel
(bijvoorbeeld wegens de eigen besparingen bij de huur
van een vervangingsvoertuig);
2°
de forfaitaire
vergoeding, waarbij de vergoeding niet effectief wordt
uitgerekend maar op een vast bedrag wordt geschat;
deze begrotingswijze kan worden onderverdeeld in twee
vormen:
a.
er wordt een bedrag voor één schadepost,
of één globale som voor meerdere schadeposten
gezamenlijk, vastgelegd, rekening gehouden met de
concreet vastgestelde toestand; zo kan de expert
met de schadelijder overeenkomen dat de voertuigschade
in haar totaliteit wordt begroot op bvb. 1.000 euro
(zonder te bepalen of het al dan niet een totaal
verlies betreft, of dergelijke); zie ook hierna
3°, begroting ex aequo;
b.
een andere vorm van forfaitaire begroting bestaat
erin dat de vooraf vastgelegde vergoedingscriteria
worden toegepast op dit concrete geval; zo wordt
voor de vergoeding ingevolge de B.A.O. zeer vaak
een begroting per punt (= per percent van blijvende
invaliditeit ) toegepast, volgens de indicatieve
tabel; daarbij wordt de vergoeding uitsluitend bepaald
door de graad (= het percentage) van B.A.O. of van
B.I. en door de leeftijd van het slachtoffer (en
dus niet door de andere relevante factoren, zoals
gezinssamenstelling, beroep en inkomen, ...);
3°
begroting van de schade ex
aequo et bono, dus "naar
billijkheid en goedheid", d.w.z. op grove wijze
forfaitair * geschat; het bestaan van kwestieuze schadepost
is afdoende aannemelijk en dus bewezen, maar tezelfdertijd
is het onredelijk om van de benadeelde te eisen dat
hij de exacte omvang van deze schade dient aan te
tonen; typevoorbeeld: de kledijschade als gevolg van
een ongeval wordt bijna steeds ex aequo et bono geraamd
(volgens de indicatieve tabel meerbepaald op 375 euro);
ook morele-schadeposten worden ex aequo et bono geraamd
(zie hoger onder nr. 9.33);
4°
de kapitalisatieberekening
: zie hierna nr. 9.53;
5°
de periodieke (geïndexeerde) rente
: zie hierna nr. 9.7.
9.52
De keuze tussen deze onderscheiden begrotingswijzen wordt
vooral bepaald door de vaststelling dat men al dan niet
voldoende cijfergegevens bezit om een berekening uit te
voeren.
9.53
Vanaf ongeveer 15 % B.A.O. (blijvende arbeidsongeschiktheid)
staat men vergoeding toe bij wijze van kapitalisatieberekening
*. Hierbij worden de verdere toekomstige professionele
schade en andere blijvende schade berekend uitgaande van
de actuele schadevergoeding per dag, maar rekening gehouden
met het voordeel van de vervroegde uitbetaling.
De
actuele indicatieve tabel (oktober 2008):
"III.
Blijvende arbeidsongeschiktheid en invaliditeit
A. Wijzen van vergoeding van de materiële
schade
(...)
Kapitalisatie
– splitsingsmethode
22. De kapitalisatie is een manier van berekenen van
de toekomstige schade.
23. Kapitalisatie is de omzetting in een kapitaal van
al de (jaarlijkse of maandelijkse te vervallen) renten
over de (vermoedelijke) periode waarover de vergoeding
verschuldigd is.
De rechter moet zich plaatsen op het ogenblik van zijn
uitspraak. Er moet een duidelijk onderscheid gemaakt
worden tussen de tot dan geleden schade en de schade
die voortloopt na de uitspraak. Enkel de vergoeding
van deze laatste schade kan door kapitalisatie berekend
worden.
Het in aanmerking te nemen basisloon (te bewijzen aan
de hand van stukken) is het loon van de laatste periode
voorafgaand aan de uitspraak. Als basisloon bij inkomensverlies
wordt het nettoloon genomen, met een reserve voor de
fiscale en sociale lasten opde vergoeding.
24. (...)
Rekening moet worden gehouden met de wettelijke pensioenleeftijd.
25. (...)
26. (...)
27. Wanneer de termijn waarover de rente moet worden
betaald, relatief lang is, moeten de opbrengsten van
de meest veilige beleggingsmethoden in aanmerking worden
genomen. Deze hebben traditioneel het laagste nettorendement.
Omdat ook rekening moet gehouden worden met een hogere
inflatie in 2008 dan 3,9 % en de nog bestaande roerende
voorheffing van 15 % op een renteopbrengst van OLO’s
(10 jaar) van gemiddeld 4,9 %, lijkt het verantwoord
nog 2 % als rentevoet voor kapitalisatie
te hanteren.
28. (...)
4. Sterftetafels
29. Gebruik steeds de meest recente overlevings–
of
sterftetafels. (...)".
De
levensduur stijgt de laatste decennia pijlsnel: sinds
de berekeningen van de levensverwachting bij de geboorte
vanaf eind 19° eeuw tot heden blijkt deze levensverwachting
elk decennium met meer dan 2 jaar te stijgen (dus
10 jaar geleden stierf men meer dan 2 jaar vroeger
dan nu, 20 jaar geleden meer dan 4 jaar vroeger enz.).
Kapitalisatieberekening met hantering van verouderde
sterftetafels resulteert voor levenslange schade (zoals
huishoudelijke en morele schade) dus tot een te lage
schadevergoeding.
Bovendien
kan worden betwist welke kapitalisatierentevoet moet
worden gebruikt. De I.T. oktober 2008 stelt 2 % voorop;
voordien was 3 % voorzien in de I.T. (wat een merkelijk
lagere vergoeding oplevert dan 2 %).
Uit
haar aard kan kapitalisatie enkel gebeuren voor toekomstige
verliezen (of andere nadelen), die dus nog moeten ontstaan
op de dag van de kapitalisatieberekening. Hier wordt
de splitsingsmethode toegepast, waarbij via de vastlegging
van een scharnierdatum de blijvende schade wordt opgesplitst
tussen deze in het verleden en deze in de toekomst.
In de praktijk is de scharnierdatum deze van het (toekomstige)
vonnis of deze van de dading*.
Bij
kapitalisatie moet dus eerst een scharnierdatum worden
bepaald, zijnde de datum waarop de dading of het vonnis
normalerwijze zal tussenkomen. Vervolgens moet een opsplitsing
worden gemaakt tussen 1° de periode in het verleden,
dit is de periode tussen de eerste dag vanaf wanneer
kwestieuze schade aanvat (meestal de consolidatiedatum)
en de scharnierdatum, en 2° de toekomstige periode,
dit is de periode vanaf de scharnierdatum tot de laatste
dag van die schade (dus tot de pensioenleeftijd voor
het beroepsinkomensverlies of tot de overlijdensdatum
voor huishoudelijke en morele schade). De kapitalisatieberekening,
bedoeld om het voordeel dat de benadeelde geniet door
de vervroegde uitbetaling van de schadevergoeding in
te calculeren, gebeurt uit haar aard uitsluitend voor
de toekomstige schade.
Voor de toekomstige schade neemt men meerbepaald aan
dat de vervroegde betaling (op vandaag) een voordeel
oplevert van bvb. 2 % per jaar (vanaf vandaag tot op
de laatste dag van deze schade, bvb. tot op de pensioenleeftijd).
Enkel de schade in het verleden kan worden vermeerderd
met vergoedende intrest, vanaf de gemiddelde datum van
deze periode.
Uitleg
over de kapitalisatie d.m.v. een voorbeeld.
Men berekent eerst welk netto-inkomen u normaal gezien
zonder het ongeval zou hebben verdiend - bij voorbeeld
1.500 euro per maand - . Veronderstel 1° dat u op
de vermoedelijke datum van het vonnis, zijnde de scharnierdatum,
nog 25 jaar (= 300 maanden) verwijderd zal zijn van
uw pensioenleeftijd en 2° dat u 50% BAO heeft opgelopen
door het ongeval en dat u slechts nog de helft van uw
loon, dus 750 euro netto per maand, verdient. Hoe wordt
uw toekomstig inkomensverlies dan berekend? Het basisbedrag
van uw inkomensverlies (750 €) wordt niet zo maar
vermenigvuldigd met het aantal maanden tot aan uw pensioenleeftijd
; dus niet zo maar 750 euro x 300 maanden = 225.000
€ schadevergoeding. Omdat u deze schadesom nu onmiddellijk
in één keer krijgt, terwijl u uw loon
normaal gezien pas maand na maand in de toekomst had
ontvangen, wordt de som van 225.000 euro verminderd
wegens het voordeel van de vervroegde ontvangst van
de som; dit gebeurt door een kapitalisatiecoëfficiënt
toe te passen. Bvb.: 750 euro (nettoverlies per maand)
x 12 maanden x 17,2557 (kapitalisatiecoëfficiënt
voor de duurtijd van 25 jaar) = 155.301,30 euro (of
bijna 70.000 € minder dan bij niet-kapitalisatie).
Er
worden verschillende kapitalisatietabellen gebruikt.
Sommige zijn zeer nadelig voor de schadelijder (bvb.
de tafels van Levie of van Jaumain); andere zijn aanvaardbaar
(zoals de wiskundige tabellen gecombineerd met de
meest recente sterftestatistieken, of de tafels van
Jacques Schrijvers). Schrijvers gaat uit van de mediaanlevensduur,
zijnde van de resterende levensduur die gemiddeld
door 50,01 % van eenzelfde groep personen wordt behaald;
u hebt dus iets meer dan de helft de kans nog even
lang te leven. Levie meent dat het slachtoffer oververgoed
zou worden indien zijn beroepsinkomensverlies zou
worden becijferd over de volledige resterende lucratieve
levensduur, dus over alle verdere jaren tot aan het
pensioen; immers, er bestaat een kans dat het slachtoffer
vroegtijdig overlijdt en deze kans moet worden ingecalculeerd.
De
gekapitaliseerde som zal een onvolledige vergoeding
uitmaken indien bij de kapitalisatieberekening een
te hoge rente, de tabellen van Levie, verouderde tabellen
of sterftestatistieken, tabellen met jaarlijkse (i.p.v.
maandelijkse) betalingen, of een te laag basisbedrag
(nettoloon) worden gebruikt. In veel gepubliceerde
vonnissen ziet men dat dergelijke berekeningsfactoren
al te nadelig zijn vastgelegd voor de benadeelde (omdat
diens advocaat niet de juiste berekeningsfactoren
heeft aangewend en omdat de rechter de vergissingen
niet mag rechtzetten); zo kan het verschil in het
nadeel van het slachtoffer gemakkelijk meer dan 10
% van de juist berekende vergoeding bedragen!
Dit
alles is een zeer technische aangelegenheid, voor
gespecialiseerde juristen!
9.54 In de meeste andere
gevallen wordt de blijvende schade op
forfaitaire * wijze vergoed (d.w.z. grof
geraamd). Zo wordt bij lagere graden van B.I.* (blijvende
invaliditeit) de vergoeding ervoor meestal bepaald door
de graad van B.I. te vermenigvuldigen met een vast bedrag
dat enkel wordt bepaald door de leeftijd van het slachtoffer
(zijnde de zogenaamde forfaitaire vergoeding per
punt).
Bijvoorbeeld:
een slachtoffer tussen 15 en 25 jaar zal voor een lage
graad van B.A.O. doorgaans een forfaitaire vergoeding
van 2.062 euro per punt, zijnde per percent van B.A.O.,
ontvangen; dus: is de B.A.O. 3%, dan is de gebruikelijke
vergoeding 3 x 2.062 = 6.186 euro.
De
I.T., zoals aangepast in oktober 2008:
"Vergoeding
per punt
30. Deze vergoeding betreft een derde wijze van vergoeding
wanneer het niet mogelijk is voorgaande methodes te
gebruiken. (...)".
Hier
wordt bedoeld dat de inderdaad zeer ruwe raming
per procentpunt van B.I. / B.A.O. enkel toepasselijk
is wanneer de begroting niet via geïndexeerde
rente noch via kapitalisatie kan gebeuren. In de
praktijk wordt de vergoeding per punt zeker tot
10 % B.A.O. zo goed als steeds aangewend.
Verder
in de I.T.:
"Vergoeding
per punt of percentage blijvende arbeidsongeschiktheid/blijvende
invaliditeit
44.
Er moet rekening worden gehouden met de impact van
de letsels op de totaliteit van de activiteiten van
het slachtoffer. (...) De
basis van appreciatie is de leeftijd van het slachtoffer
op de datum van de consolidatie.(...)
Bij
ongeschiktheden lager dan 15 % kunnen de hierna voorgestelde
bedragen worden toegepast, rekening houdend met de
ernst, de impact en de graad van de restletsels.
45.
De tabel is de volgende:
< 15 jaar: € 2.200,-
< 25 jaar: € 2.062,-
< 30 jaar: € 1.925,-
< 35 jaar: € 1.925,-
< 40 jaar: € 1.787,-
< 45 jaar: € 1.650,-
< 50 jaar: € 1.512,-
< 55 jaar: € 1.375,-
< 60 jaar: € 1.237,-
< 65 jaar: € 962,-
< 70 jaar: € 825,-
< 75 jaar: € 687,-
< 80 jaar: € 550,-
< 85 jaar: € 412,-
> 85 jaar: € 275,-
46.
Bij blijvende ongeschiktheid wanneer de materiële
schade niet forfaitair begroot werd, wordt de morele
schade bepaald op basis van de helft van de bedragen
vermeld in bovenstaand tabel.
47.
In de gevallen van blijvende invaliditeit, dit is
zonder meerinspanning in het huishouden en professioneel
leven, wordt als morele schade de helft van de bedragen
uit bovenstaande tabel in aanmerking genomen".
Dus hier zijn enkel het percentage van B.I. / B.A.O.
en de leeftijd determinerend voor de schadevergoeding.
Bij voorbeeld: wie op de dag van de consolidatie
54 jaar oud is zal voor zijn 3 % B.A.O. meestal
(3 x 1.375 € =) 4.125 € ontvangen (meer
vergoedende rente vanaf de consolidatiedatum). Maar
als enkel 3% B.I. zonder meerinspanningen werd weerhouden,
dus enkel morele schade, dan zal dit slachtoffer
slechts de helft, zijnde 2.062,50 €, bekomen
voor zijn blijvende lichamelijke schade.
De richtvergoedingen van de I.T. 2008 zijn een
verhoging met 10 % van deze van de I.T. 2004. Helaas
heeft men niet van de gelegenheid gebruik gemaakt
om de richtvergoedingen merkelijk te verhogen, zeker
voor jongeren. Veronderstel:
het slachtoffer is 17 jaar wanneer het 10 % B.A.O.
oploopt; zijn vergoeding per punt beloopt amper
10 x 2.062 = 20.620 euro, voor zijn levenslange
morele schade en materiële (i.h.b. professionele
en huishoudelijke) schade gezamenlijk; nu 10 % B.A.O.
impliceert dat een blijvende vermindering van het
normale beroepsinkomen met 10 % mag worden aangenomen,
betekent voormelde schadesom van 20.620 € dat
hiermee in feite slechts 10 jaar beroepsinkomensverlies
wordt gedekt (uitgaand van een redelijk netto-inkomen
van 20.620 euro per jaar).
Bovenstaande forfaitaire vergoedingen per procentpunt
van BAO / BI gelden in principe enkel tot maximaal
15% BI / BAO. Maar ook als de blijvende ongeschiktheid
minder dan 15 % bedraagt is soms kapitalisatie gerechtvaardigd
(zodat een veel hogere vergoeding wordt bekomen).
9.6
Erge
B.I. zonder B.A.O.
(en omgekeerd)
Soms
is er erge morele schade
hoewel er geen B.A.O. is,
dus hoewel men even goed kan werken als vóór
het ongeval. Dan wordt daarvoor doorgaans een afzonderlijke
vergoeding toegestaan.
Enkele
voorbeelden uit de rechtspraktijk:
-
deze jonge vrouw kan als gevolg van het ongeval geen
sexuele genoegens meer ervaren en zij kan geen kinderen
meer baren: een bijzondere vergoeding, dus bovenop
de vergoeding voor de gewone morele schade (zie hierover
hoger onder 9.31 en 9.32),
voor deze seksuele schade of pretium voluptatis
* ( zie ook de woordenlijst, onder
P-Z
) van 25.000 euro;
-
het slachtoffer kan zijn vroegere hobby, nl. wielrennen,
niet meer uitoefenen: een vergoeding voor deze genoegenschade
* (dus zie ook de woordenlijst, onder E-O
)
van 5.000 euro; met de randbemerking dat in de praktijk
slechts eerder uitzonderlijk een afzonderlijke vergoeding
voor genoegenschade (ook genots- of geneugteschade
genoemd) wordt toegekend;
-
door het barbecue - ongeval werd haar gelaat grotendeels
verminkt: een vergoeding voor deze esthetische
schade (zie ook E-O)
t.b.v. 25.000 euro; met de bemerking dat ook voor
kleine littekens of andere lichte ontsieringen een
bijkomende, afzonderlijke vergoeding wordt toegestaan.
Omgekeerd
kan
een lichte blijvende invaliditeit , dus een lichte morele
schade, gepaard gaan met belangrijke materiële, dus
financiële, gevolgen.
Zo
is het mogelijk dat een eerder beperkte B.I. een volledige
B.A.O. met zich brengt. Bijvoorbeeld: een topkok die
zijn reukzin verliest zal wellicht een heel ander beroep
moeten zoeken (zo dit nog mogelijk is), zodat hier een
lichte B.I. erge B.A.O. en dus een erg financieel verlies
tot gevolg heeft. Zo ook: een fotomodel met een litteken
in het gelaat; een pianist die een pink verliest; een
ongeschoolde arbeider die geen kracht meer heeft in
zijn rechterpols; een chirurg die concentratiestoornissen
ondervindt...
Het
is van het grootste belang dat uw raadsgeneesheer en uw
advocaat de werkelijke omvang van de morele en van de
materiële (= financiële) gevolgen duidelijk
maken aan de gerechtsdeskundige en aan de rechtbank. In
voorkomend geval zullen zij bepaalde bijkomende onderzoeken
aanvragen (bvb. een ergologisch, psychiatrisch, ... onderzoek).
In
evenredigheid met de werkelijke schade moet u volledige
schadevergoeding bekomen; maar wat de werkelijke schade
is wordt in feite bepaald door de gerechtsdeskundige!
9.7
Zwaar
gehandicapten
9.71
Een uitzonderlijk hoge schadevergoeding
kan worden bekomen wanneer het slachtoffer een
hoge graad van B.A.O. overhoudt (zijnde
meer dan 50%).
Bij
werkelijk zware graden van B.A.O. kan een vergoeding bij
wijze van geïndexeerde
* rente worden bekomen. Dit houdt in dat
het slachtoffer voor één of meer schadeposten
vanwege de B.A.-verzekeraar een maandelijkse (of soms
jaarlijkse) uitkering ontvangt, die doorgaans jaarlijks
wordt geïndexeerd. Meestal kan deze uitkering ook
worden herzien, om de 3, 4, of 5 jaar (ten einde de maandelijkse
uitkering dan, dus bij de herziening, te kunnen aanpassen
aan de ondertussen gewijzigde omstandigheden).
De
geïndexeerde rente wordt het meest toegekend voor
beroepsinkomensverlies, tot aan de pensioenleeftijd (65
jaar). Zij wordt ook toegepast voor de hulp van derden
en voor de huishoudelijke schade, en soms voor de morele
schade; in deze gevallen gaat het om een rente die levenslang
wordt uitgekeerd (tot op de dag van het overlijden).
De
indicatieve tabel 2008:
"Geïndexeerde
rente
21. De geïndexeerde rente is de meest volledige
vorm van schadevergoeding wanneer een slachtoffer een
permanent periodiek verlies aan inkomen heeft. Deze
vorm van vergoeding houdt in dat het slachtoffer in
de toekomst en gedurende de volledige periode waarin
de vergoedbare nood bestaat een herzienbaar, eventueel
geïndexeerd, bedrag ontvangt."
Bij
voorbeeld: aan de patiënte met paraplegie (=verlamming
aan de 4 ledematen) wordt, naast enkele
forfaitaire schadebedragen (50.000 euro wegens pretium
voluptatis, 10.000 euro voor de genoegenschade, en
dergelijke meer), een geïndexeerde
rente toegekend 1° van 1.200 euro per
maand wegens het verlies aan beroepsinkomsten, 2°
van 600 euro per maand wegens het verlies aan huishoudelijke
waarde, 3° van 2.000 euro per maand wegens de
noodzakelijke hulp van derden, en 4° van 750 euro
per maand voor de morele schade; hetzij in totaal
4.550 euro per maand.
Zie
ook het becijferde voorbeeld onder nr. 10.2.
Dit
vergoedingssysteem biedt levenslang de nodige bestaanszekerheid
aan het ernstig gehandicapte slachtoffer.
9.72 Wij
herinneren in het kader van de ernstig gehandicapten ook
aan enkele specifieke schadeposten, die vooral voor hen
van belang zijn:
a. de hulp van derden -
zie 9.22
huishoudelijke schade;
b.
de bijzondere vormen van morele schade, vooral: genoegenschade
en sexuele schade van het slachtoffer en genegenheidsschade
van de gezinsleden - zie
9.33 bijzondere
soorten van morele schade.
Uiteraard
komen bovenstaande en ook alle andere schadeposten, zoals
inkomensverlies en huishoudschade, aan bod voor een jongere
of volwassene die levenslang erg gehandicapt zal blijven.
9.73 Begrijpelijkerwijze
is hier het advies van een ervaren
advocaat onmisbaar.
Let
op: als uw advocaat een te lage vergoeding voor een bepaalde
schadepost vordert mag de rechter geen hoger bedrag toekennen
!
Met
dank aan advocaat
Pascal Mortier
uit Gent.
|
Vraag
ook eens raad aan onze V.Z.W.
Tel.:
09/
339 17 30
GSM:
0473/ 38 00 88
|
10.
Een
paar praktische voorbeelden
10.1
VOORBEELD 1
Mevrouw
A. heeft bij het verkeersongeval een whiplash en
rugklachten opgelopen. Het gerechtsdeskundig
verslag besluit als volgt:
*
100 % tijdelijke arbeidsongeschiktheid
(afgekort “T.A.O.*”) vanaf 16/9/00 (datum
van het ongeval) t.e.m. 31/12/00, zijnde gedurende
107 dagen ;
*
75 % T.A.O. vanaf
1/1/01 t.e.m. 31/3/01, zijnde gedurende 90 dagen
;
*
50 % T.A.O. vanaf
1/4/01 t.e.m. 31/5/01, zijnde gedurende 61 dagen
;
*
25 % T.A.O. vanaf
1/6/01 t.e.m. 15/9/01, zijnde gedurende 107 dagen
;
*
consolidatie op 16/9/01,
met 10 % voor zowel de blijvende invaliditeit (afgekort
“B.I.”) als
de blijvende arbeidsongeschiktheid (afgekort “B.A.O.”).
Mevr.
A. is geboren op 15/2/69, is ongehuwd, en heeft
twee jonge kinderen ten laste.
a.
Voor de periode T.A.O. wordt haar
schade begroot als volgt.
a1.
De huishoudelijke schade wordt begroot op basis
van 30 euro per dag, in overeenstemming met de graden
van T.A.O. Aldus bekomt men :
*
100 % T.A.O. x 107 dagen
x 30 euro : 3.210,00 euro
*
75 % T.A.O. x 90 dagen
x 30 euro : 2.025,00 euro
*
50 % T.A.O. x 61 dagen
x 30 euro : 915,00 euro
*
25 % T.A.O. x 107 dagen
x 30 euro : 802,50 euro
---------------------------------------------------
totaal : =====================
6.952,50 euro (of 280.463 Bef.)
a2.
Het te vergoeden inkomensverlies wordt berekend
op basis van het attest daarover vanwege de werkgever.
Dergelijk verlies mag uiteraard geen 2 keer worden
vergoed; inzover de werknemer al
een gewaarborgd loon, uitkeringen vanwege het ziekenfonds,
... heeft ontvangen moeten deze eerst in mindering
worden gebracht.
Bij
werkhervatting (waardoor het loonverlies ophoudt)
wordt vanaf dan doorgaans een forfaitaire vergoeding
wegens meerinspanningen aan 20 euro per dag toegekend,
in overeenstemming met de graden van T.A.O.
a3.
Er bestaat uiteraard tevens morele schade, die wordt
begroot aan 25 euro per dag, eveneens overeenkomstig
de graden van T.A.O. (zie a1).
Per
dag hospitalisatie wordt doorgaans bijkomend (31
- 25 =) 6 euro toegekend.
b.
De schade ingevolge de B.A.O. wordt
in principe vergoed per procentpunt. Voor een slachtoffer
van minder dan 35 jaar beloopt de richtvergoeding
volgens de indicatieve* tabel 1.925 euro per punt,
zodat Mevr. A. gerechtigd is op (1.925 euro x 10%
BAO =) 19.250 euro. Beloopt de B.A.O. minstens 15
%, dan wordt de vergoeding vaak berekend d.m.v.
kapitalisatie, wat heel wat hogere vergoedingen
oplevert.
c.
Uiteraard dienen bovendien allerlei kosten en uitgaven
te worden vergoed, zoals deze voor de verplaatsingen,
voor de medische onderzoeken en behandelingen, e.d.
d.
Daarenboven worden de schadebedragen vermeerderd
met vergoedende rente; deze wordt thans doorgaans
bepaald op 5 % voor de forfaitaire vergoedingen
(die immers periodiek worden aangepast aan de inflatie)
en op de wettelijke rentevoet - zijnde 7 % behalve
6 % voor het jaar 2007- voor de niet-geïndexeerde
vergoedingen (zoals de betaalde uitgaven).
10.2
VOORBEELD
2
Bij
een zware handicap worden andere
vergoedingprincipes toegepast (zie ook hierboven
onder nr 9.6 en 9.7).
Een meisje van 21 jaar rijdt met haar verloofde,
die dronken is, naar huis. De auto slipt tot tegen
een stilstaande vrachtwagen. Daardoor wordt de rechterknie
van het meisje verbrijzeld en daardoor lijdt zij
bovendien zeer ernstige cerebrale schade (N.A.H.
of niet-aangeboren hersenschade). De gerechtsdeskundige
besluit tot 100 % B.A.O., met esthetische schade
van 5/7 (ernstig), en met hulp van derden, nl. permanent
passief toezicht en 2 uren per dag actieve hulp
bij de activiteiten van het dagelijkse leven (A.D.L.).
De Politierechtbank, bevestigd door de Rechtbank
van Eerste Aanleg (zetelend in graad van hoger beroep),
kent aan het meisje de volgende vergoedingen toe
:
a. morele schade T.A.O. : 25.476 € (op basis
van 37,50, erna 31 en tenslotte 25 euro per dag)
b. huishoudelijke schade T.A.O. : 7.942 €
c. verlies van een schooljaar en van verdere beroepsopleiding
: 7.500 €
d. professionele schade T.A.O. : 32.063 €
e. gewone morele schade B.A.O. : een maandelijkse
geïndexeerde rente van 913 €, levenslang
f. esthetische schade, vooral wegens de hinkende
gang en de littekens in het aangezicht: 12.500
€
g. de seksuele schade, nl. zowel het verlies aan
seksueel leven als het verlies op een nageslacht
: 50.000 €
h. genoegenschade : 10.000 €
i. professionele schade B.A.O., in het bijzonder
het toekomstig inkomensverlies : een geïndexeerde
rente van 1.485 € per maand, tot de leeftijd
van 65 jaar
j. bijkomende vergoeding wegens pensioenverlies
en wegens de postlucratieve schade : 10.000 €
k. huishoudelijke schade B.A.O. : 250.000 €
l. hulp van derden : 7.400 € per maand, te
indexeren
m. naast de vergoeding voor de ouders, t.b.v.
in totaal 25.000 € per ouder
n. uiteraard worden daarenboven alle andere reële
kosten en uitgaven vergoed, mits daarvoor afdoende
bewijsstukken worden voorgelegd
o. voormelde bedragen worden, vanaf onderscheiden
data, vermeerderd met vergoedende interest, meestal
aan 5 % per jaar en gedeeltelijk ook aan 7 % en
vanaf 1/1/07 6 % per jaar
p. daarnaast wordt fiscaal voorbehoud toegekend
en worden de reserves voorzien in het gerechtsdeskundig
verslag bevestigd door de rechtbank.
-------------------------------------------------------
11.
Enkele losse weetjes
11.1 De
kledijschade en andere schadeposten die niet precies
kunnen worden begroot zullen op een forfaitaire
wijze (met de natte vinger) worden geraamd, rekening
gehouden met de relevante omstandigheden;
maar voor de andere schadeposten moeten degelijke bewijsstukken
worden voorgelegd; u bekomt geen vergoeding voor medische
en andere kosten zonder de bewijsstukken terzake.
11.2
De
vergoeding voor uw professionele schade
tijdens de T.A.O. wordt bepaald door de graad van arbeidsongeschiktheid
(en niet door uw afwezigheid op het werk); als u bvb.
tijdens de 8° maand na het ongeval nog steeds niet
is gaan werken, en als achteraf volgens het medisch
verslag blijkt dat u tijdens deze 8° maand wel had
kunnen werken, dan zal u geen vergoeding voor deze maand
bekomen.
11.3
Wat
de verdere levenslange lichamelijke schade betreft is
het onderscheid tussen B.I. en B.A.O.
essentieel (zie ook hoger onder nr 9.4); zonder deze
hele problematiek hier te kunnen uitleggen, wordt erop
gewezen dat de schadevergoeding meestal hoger zal worden
bepaald voor 10 % B.A.O. dan voor 13 % B.I. (zonder
B.A.O.).
11.4
Sinds
enkele jaren wordt de vergoeding voor de huishoudelijke
schade bepaald per gezin, en wordt daarvan 65 % toebedeeld
aan de vrouw en 35 % aan de man ; dus ook de echtgenoot
is gerechtigd op vergoeding voor huishoudelijke schade
(wat vaak over het hoofd wordt gezien);
11.5
Ook
leerlingen en studenten lijden materiële
schade*, in de vorm van het moeten leveren van meerinspanningen
om van en naar de lessen te gaan, om de lessen te volgen,
om de opgelegde taken uit te voeren, om te studeren,
en zo meer; vanzelfsprekend is ook voor een schoolgaande
sprake van materiële schade op professioneel
vlak ingevolge de B.A.O. ("blijvende
arbeidsongeschiktheid"), daar dit betrekking heeft
op een levenslange toestand en daar ook toekomstige
schade, die volgens redelijke verwachtingen mag worden
aangenomen, moet worden vergoed.
De I.T. (indicatieve tabel)
stelt voorop:
"
C. Verlies schooljaar
16.
Wanneer bewezen wordt dat het slachtoffer ingevolge
de onrechtmatige daad een schooljaar heeft verloren,
moet ook deze schadepost worden vergoed. Deze schade
bestaat uit een materiële schade, een morele
schade en een financieel verlies naar de toekomst.
Eerst
en vooral is er de schade bestaande uit de kosten
van het verloren schooljaar. Het verlies van een
schooljaar gaat bovendien gepaard met specifieke
morele schade wegens het verlies van bijzondere
schoolactiviteiten en de frustratie van de leerling/student
als ‘zittenblijver’ te worden beschouwd.
17.
Wanneer er een vergoeding ex aequo et bono
wordt toegekend, kan deze als volgt begroot worden.
a.
Materiële schade
18. De materiële schade wordt als volgt vergoed:
Schadepost
|
Vergoeding
|
| lager
onderwijs |
€
390,- |
middelbaar
onderwijs
(ASO-TSO-BSO) |
€
1.000,- |
hoger
onderwijs
- op kot
- thuis |
€
4.300,-
2.500,- |
universiteit
- op kot
- thuis |
€
4.000,-
2.000,- |
".
Blijkbaar
kost een niet-universitair meer dan een universiteitsstudent...
b.
Morele schade
19. Voor alle onderwijstypes: 3.750,- euro.
c.
Achterstand in de loopbaan
20. Het verlies van een schooljaar kan een schade
aan de toekomstige beroepsactiviteit of loopbaan
teweegbrengen. Wanneer de achterstand in de loopbaan
wordt bewezen, bestaat de schade uit de actuele
waarde van het eerste jaar beroepsinkomen".
11.6
Aangezien
volgens de regels van de burgerlijke aansprakelijkheid*
alle schade volledig moet worden vergoed, is dit tevens
het geval voor eerder ongewone schade,
zoals voor het niet kunnen meemaken van een geplande
vakantie (wegens de letsels), een psychische shock,
het niet meer kunnen tuinieren, en zo meer.
11.7
U
kunt in afwachting van een definitieve beslissing over
de schadevergoeding aan de BA-verzekeraar* een provisie
vragen, op gemotiveerde wijze. Zie
hierover
Enkele
principes betreffende de uitbetaling van de vergoeding
door de verzekeringsmaatschappij (in
hoofdstuk "Vergoedingen").
12.
Kosten na de consolidatiedatum
Uw
bijzondere aandacht wordt gevraagd voor medische en
aanverwante kosten na de consolidatie*.
Meestal worden dergelijke kosten slechts vergoed tot
aan de consolidatie, omdat de kosten nadien gemaakt
de toestand van het slachtoffer niet meer kunnen verbeteren
en dus nutteloos zijn.
Het
ongeval is gebeurd op 1 januari 2005. Op voorschrift
van uw huisarts blijft u bepaalde behandelingen (kinesitherapie,
medicatie, …) ondergaan. De verzekeringsdeskundige
besluit op 1 oktober 2006 dat de consolidatiedatum
wordt vastgelegd op 1 januari 2006. U stelt op 1 december
2006 uw eigen raadsgeneesheer aan, die op 15 februari
2007 meedeelt dat hij een gerechtelijke expertise
verkiest (boven een
minnelijke medische expertise, M.M.E.). U stelt
uw eigen advocaat aan, die ervoor zorgt dat een gerechtsdeskundige*
wordt aangesteld, nl. bij vonnis van 10 april 2007;
deze gerechtsdeskundige laat bijkomende onderzoeken
uitvoeren, en hij houdt 3 expertisezittingen; hij
maakt zijn voorverslag kenbaar op 10 juni 2008 en
zijn eindverslag op 20 september 2008. Pas nu verneemt
u dat de gerechtsdeskundige besluit tot consolidatie*
op 1 januari 2006 en dat dit betekent dat vanaf die
datum de medische en aanverwante kosten niet meer
worden aanvaard omdat zij vanaf dan nutteloos zijn.
Plots wordt het slachtoffer geconfronteerd met een
heel pak kosten die niet-vergoedbaar zijn…
De enige uitzondering in de praktijk : bij de tegensprekelijke
(minnelijke of gerechtelijke) expertise is in het verslag
vermeld dat bepaalde kosten na de consolidatiedatum
verantwoord zijn. Zorg er dan ook voor dat uw raadsgeneesheer
over dit punt de nodige argumenten naar voor brengt!
De
indicatieve tabel (I.T.) 2008:
"Medische
kosten na consolidatie
9.
Om voor vergoeding in aanmerking te komen, moeten
deze kosten het gevolg zijn van het bewezen verklaarde
schadeverwekkende feit en medisch gerechtvaardigd
zijn. De deskundige moet in deze optiek aandacht besteden
aan de mogelijke medische uitgaven na consolidatie.
10.
De vergoeding van de medische kosten en prothesen
(bijvoorbeeld tandprothesen en rolstoelen), die slechts
in de toekomst zullen worden verstrekt en aangeschaft,
kunnen vergoed worden via kapitalisatie, door nominale
vervangingen, vergoeding ex aequo et bono of via een
reserve voor de toekomst".
Dit betekent dat de vergoeding voor toekomstige protheses
o.a.kan worden berekend door de actuele prijs voor
deze prothese te vermenigvuldigen met het aantal toekomstige
vervangingen ervan (zonder kapitalisatie van de som).
Bvb. Op de scharnierdatum, zijnde op de vermoedelijke
datum waarop het vonnis zal worden geveld, zal het
slachtoffer Z. 34 jaar zijn. Dan zal zijn resterende
levensduur nog 46 jaar zijn (volgens de statistische
gegevens). De prothese kost nu 5.000 euro en ze moet
vijfjaarlijks vervangen worden. De huidige prothese,
die reeds werd vergoed, is op de scharnierdatum 2
jaar oud en kan vanaf dan dus nog 3 jaar worden gebruikt.
Z. zal derhalve in de toekomst nog 9 protheses nodig
hebben. De vergoeding aan "nominale waarde"
beloopt 9 x 5.000 euro = 45.000 euro.
Hier bestaat geen voordeel van de vervroegde uitbetaling
voor een uitgave die pas in de toekomst moet worden
betaald. Er moet hiervoor dus geen aftrek wegens een
dergelijk voordeel te worden toegepast, bvb. door
middel van kapitalisatie. Immers, vastgesteld moet
worden dat de prijs voor een prothese minstens even
snel stijgt als een belegd kapitaal; zelfs wanneer
Z. voormelde 45.000 € goed zou beleggen zal hij
wellicht net toekomen om al zijn protheses te betalen.
| |
|
|
| |
(zelfs
anoniem) |
|
|
|
wij
antwoorden u spoedig ! |
13.
Vergoeding bij overlijden
13.1 Medische kosten
Indien
het slachtoffer nog geneeskundige zorgen
of dergelijke heeft genoten vooraleer te overlijden,
dienen de kosten voor de medische behandelingen (inbegrepen
het vervoer per spoedopname en dergelijke) te worden
vergoed aan de nabestaanden.
13.2
Begrafeniskosten
Daarnaast
dienen de begrafenis- en andere kosten
te worden vergoed. Hier dient men voor ogen te houden
dat er zeer veel verschillende dergelijke kosten bestaan
(kledijschade, drukwerk zoals de doodsbrieven en de
doodsprentjes, eventuele publicatie in dagbladen, rouwmis,
grafconcessie, rouwkledij, bloemen, soms een zangkoor,
doodskist, rouwmaaltijd, vervoer per lijkwagen, en meerdere
andere begrafeniskosten).
13.3 Aanverwante kosten
De
kosten voor de akte van bekendheid en voor de uittreksels
uit de burgerlijke stand worden door de rechtspraak
meestal aanvaard als zijnde vergoedbaar.
In
het algemeen worden de uitgaven voor transport, personeel,
een lijkkist en de huur van een tijdelijke grafkelder
aanvaard. Uit de rechtspraak blijkt dat de aangerekende
prijzen zeer sterk verschillen.
De
kosten voor een grafkelder en grafzerk worden vanzelfsprekend
in principe volledig vergoed. Dit is niet altijd het
geval wanneer de kosten als ongewoon of overdreven worden
geacht, zoals de aanstelling van een architect om de
grafsteen te ontwerpen, het aanleggen van een voetpad
in graniet langs het grafzerk, en het gebruik van abnormaal
dure materialen zoals zilver en graniet.
De kosten voor de kerkelijke plechtigheid, inbegrepen
voor de muzikale opluistering en de tekstboekjes, zijn
in principe vergoedbaar, zeker wanneer het gaat om een
verongelukt kind.
Het kan eigenaardig worden genoemd dat de bloemen en
kransen niet vergoedbaar worden geacht in vele gevallen,
omdat de uitgave ervoor enkel een uiting van een persoonlijk
eerbetoon zou zijn.
De uitgaven voor een rouwmaaltijd worden wel vergoed.
Het probleem stelt zich wel betreffende al te hoge kosten
voor de drank…
13.4
Rouwkledij
Voor
de rouwkledij wordt bijna steeds naar
billijkheid ("ex aequo et bono"), dus volgens
een ruwe schatting, een vergoeding toegekend, bvb. van
200 €, o.a. omdat deze kledij ook bij latere begrafenissen
kan worden gebruikt. Wanneer het niet gaat om specifieke
rouwkledij wordt vaak geoordeeld dat het gaat om klederen
die in het gewone leven kunnen worden gebruikt zodat
geen vergoeding wordt toegekend.
De huurkosten voor specifieke rouwkledij worden wel
volledig vergoed.
Daarnaast is er de schade aan de kledij van de overledene
zelf. Opmerkelijk hierbij is dat men blijkbaar enkel
maar vergoeding vordert voor de kledij die bij het ongeval
zelf werd vernield ; het is toch logisch dat ook de
klederen die in de kleerkast van de overledene hangen
zo goed als waardeloos zijn geworden door het overlijden,
zodat ook daarvoor vergoeding zou kunnen worden gevraagd.
13.5
"Speciale" kosten
Tenslotte
zijn er de vergoedingen naar aanleiding van een overlijden
waarover slechts weinig rechtspraak kan worden teruggevonden.
Dit komt doordat het gaat om een slechts uitzonderlijk
voorkomende schadepost ofwel omdat het blijkbaar niet
de gewoonte is vergoeding terzake te vorderen.
De weinig in de rechtspraak voorkomende, maar wel toegekende
schadevergoedingen zijn o.a. :
*
de aankoop van een hondenhok omdat de hond van de
overledene diende te worden geplaatst bij een andere
persoon ;
* de kosten voor psychotherapie, nodig om het overlijden
te verwerken ;
* de repatriëringskosten naar Turkije ;
* de kosten betreffende het openvallen van de voogdij
van het kind.
13.6
Herleiding van bepaalde schadebedragen
In
vele gevallen wordt niet de totale uitgave vergoed,
maar wordt zij herleid op één of andere
wijze. Deze herleiding kan forfaitair worden geraamd
door de rechter, op bvb. 50 %, of kan worden berekend
door middel van kapitalisatie.
Deze herleidingen gebeuren vooral om de volgende redenen
:
a.
de uitgave werd niet uitsluitend gemaakt voor de persoon
die bij het verkeersongeval is overleden ; bvb. :
de grafconcessie geldt niet alleen voor de overledene
maar ook voor zijn echtgenote ;
b. het gaat om al te luxueuze en dus te dure zaken
; bvb. rouwprentjes in speciale druk, in kleur, of
publicatie in al te veel dagbladen ;
c. het gaat louter om een vervroegde betaling van
de begrafenis- en aanverwante kosten ; zo is het begrijpelijk
dat slechts een deel van deze kosten wordt vergoed
wanneer de overledene reeds een zekere leeftijd had
; de begrafeniskosten zouden hoe dan ook later moeten
worden gemaakt, en het is dus enkel maar het nadeel
dat deze kosten vervroegd moeten worden betaald dat
moet worden vergoed ; de berekening gebeurt vaak door
middel van kapitalisatie.
De
indicatieve tabel 2008:
"48. De begrafeniskosten maken een last van
de nalatenschap uit. De feitenrechter kan echter
soeverein vaststellen wie de schade door de uitvaartkosten
effectief heeft geleden.
49. De begrafeniskosten zelf, mits voorlegging van
de nodige bewijsstukken, worden aanvaard doch er
wordt rekening gehouden met de status van de overledene
en diens nabestaanden. Buitensporige uitgaven worden
herleid.
Bij vergoeding van grafkelders, grafzerken, grafmonumenten
en concessies wordt eventueel rekening gehouden
met het aantal plaatsen.
50. Er moet rekening mee gehouden worden dat deze
uitgaven meestal vervroegde betalingen zijn (...)".
13.7 Inkomstenverlies door het overlijden.
De
overlevende echtgenoot (of echtgenote), de kinderen
en soms andere rechthebbenden hebben recht op vergoeding
voor het verlies van het persoonlijke voordeel dat zij
haalden uit de inkomsten van de overledene. Dit verlies
moet volledig worden vergoed aan elk van de benadeelden.
In principe komt elke vorm van inkomen van de overledene
in aanmerking, dus ook het rust- of brugpensioen, de
werkloosheids- of invaliditeitsuitkeringen, …
Het Hof van Cassatie heeft zelfs aanvaard dat aan de
weduwe een vergoeding moet worden toegekend omdat zij
het voordeel heeft verloren van kosteloze gezondheidszorgen
door haar overleden echtgenoot, een arts.
Bij de begroting van het persoonlijk nadeel geleden
door de nabestaanden gaat men meestal uit van het inkomen
dat de overledene behaalde. In principe kan enkel rekening
worden gehouden met het netto-inkomen, na aftrek van
de sociale en fiscale lasten (waaruit men immers niet
rechtstreeks een voordeel haalt). Bovendien worden de
eigen kosten van onderhoud van de overledene in mindering
gebracht van het basisinkomen (de kosten voor voeding,
kleding, vrije tijd, …).
Het
financieel verlies dient zo precies mogelijk
te worden berekend. Dit is geen eenvoudige zaak, daar
rekening moet worden gehouden met de eventuele toekomstige
inkomensstijging die de overledene normalerwijze zou
hebben behaald, met de pensioenleeftijd van de overledene,
met het voormelde aandeel van de eigen kosten van onderhoud
van de overledene, met de geraamde duur dat de kinderen
ten laste zouden zijn gebleven, en met het voordeel
van de vervroegde betaling.
Wat
dit laatste betreft wordt erop gewezen dat de benadeelden
nù een volledige vergoeding bekomen voor hun
persoonlijk nadeel door het overlijden, terwijl zij
bij het overleven van het slachtoffer slechts van dag
tot dag in de toekomst de voordelen geput uit het inkomen
zouden hebben genoten. Kapitalisatieberekening is dus
hier aan de orde.
De
I.T. 2008:
"IV.
Overlijden
D. Economische schade bij overlijden
54. Hoewel de dood geen schade meer oplevert voorde
overledene zelf, is het overlijden de gebeurtenisbij
uitstek die aanleiding geeft tot schade voor de nabestaanden.
Dit is zeker het geval voor de nabestaanden die voordeel
haalden uit het beroepsinkomen van de overledene.
Zij kunnen slechts aanspraak maken op dat deel van
het inkomen waaruit ze persoonlijk voordeel genoten.
Het is dan ook belangrijk te weten welke uitgaven
het gezin niet meer
zal doen voor de kostwinner zelf.
Het aandeel van de persoonlijke uitgaven van de kostwinner
in het gezinsbudget is niet steeds exact te berekenen,
zeker wanneer het slachtoffer met andere gezinsleden
woonde. De aftrek voor de eigen onderhoudskosten kan
dan ook in een aantal gevallen forfaitair gebeuren
bij gebrek aan gegevens van een andere aard.
Bij de begroting van het aandeel voor het eigen onderhoud
moet onder meer rekening gehouden worden met de leeftijd
van de echtgeno(o)t(e) en de kinderen, de vaststelling
dat het om een eenverdienergezin dan wel om tweeverdienergezin
gaat, het inkomenspeil, de levensstandaard van het
gezin, het beroep van de overledene, de vraag of het
echtpaar een gemeenschappelijk vermogen zou opbouwen
en hypothecaire lasten.
55. Bij gebrek aan actualisering van schalen voor
de berekening van het eigen aandeel in de gezinsuitgaven
kan volgende formule als vuistregel gehanteerd worden:
g e z
i n s i n k o m e n 100 %
totaal
aantal gezinsleden vóór overlijden
+ 1
56. Bij het vaststellen van het aantal gezinsleden
kan rekening gehouden worden met het feit dat de
kinderen op een bepaalde leeftijd het ouderlijke
huis verlaten, waardoor het eigen aandeel van de
overledene zal vergroten. Men kan dus voor de toekomst
in verschillende periodes met onderscheiden
percentages voorzien. Bij gebrek aan andere criteria
wordt het verlaten van de ouderlijke woonst aanvaard
op de leeftijd van 25 jaar ."
In
elk geval geldt ook hier het principe dat de benadeelden,
zoals de echtgenoot en de kinderen, op financieel vlak
in dezelfde toestand moeten worden hersteld alsof het
ongeval nooit was gebeurd.
Weet
dat aan ongehuwde partners thans volledig dezelfde vergoedingsbedragen
worden toegekend als aan gehuwden (mits het vast, duurzaam
karakter van de relatie voldoende wordt aangetoond).
Maar de rechten op sociaal vlak zijn
nog niet gelijkgeschakeld !
13.8
Er zijn specifieke vergoedingen bij
overlijden voorzien :
a.
wanneer het gaat om een dodelijk arbeids(weg)ongeval
: zich wenden tot de arbeidsongevallenverzekeraar
;
b. bij de pensioendienst van uw gemeente kan u het
overlevingspensioen (weduwe- of weduwnaarspensioen)
aanvragen ;
c. de administratie van de pensioenen, afdeling begrafenisvergoedingen,
betaalt voor overleden ambtenaren en gelijkgestelden
een begrafenisvergoeding uit ;
d. het ziekenfonds betaalt een beperkte tussenkomst
in de begrafeniskosten ;
e. ook de vakbond betaalt een zekere vergoeding uit
;
f. de bank (waar de overledene een spaarrekening had)
betaalt meestal eveneens een zeker bedrag uit ;
g. tot het Fonds voor Kinderbijslag dient u zich te
wenden voor de verhoogde kinderbijslag (wezengeld).
Voor de Adressen
van voormelde instellingen verwijzen wij u naar ons
hoofdstuk terzake.
13.9
Morele schade ingevolge overlijden
A.
Bij
overlijden dient uiteraard een passende vergoeding te
worden toegekend voor de morele schade,
zijnde het leed en de smart, wegens het verlies van
een naaste verwant.
Meestal
worden de forfaitaire bedragen van de indicatieve* tabel,
opgesteld door de Belgische Verenigingen van Magistraten,
toegepast, hoewel deze schadebedragen ondermaats zijn.
De
indicatieve tabel, zoals aangepast in oktober
2008:
"Morele
schade van de nabestaanden
52.
Deze (delicate) menselijke schade heeft betrekking
op de affectieve band met de overledene. De
voorgestelde bedragen mogen onderling niet vergeleken
worden, moeten niet automatisch toegekend worden
en kunnen verhoogd of verminderd worden rekening
houdend met speciale en concrete omstandigheden.
53.
De lijst van schadelijders is niet limitatief.
Slachtoffer -----------vergoeding
echtgenoot/echtgenote : € 12.500,-
samenwonende levenspartner (duurzame samenwoning):
€ 12.500,-
verloofde: € 5.000,-
feitelijk gescheiden partner: € 3.750,-
ouder inwonend: € 7.500,-
ouder niet inwonend: € 3.750,-
kind inwonend (per ouder): € 12.500,-
kind zelfstandig wonend (per ouder): €
5.000,-
ongeboren kind (miskraam): € 2.500,-
broer/zus inwonend : € 2.500,-
broer/zus niet inwonend : € 1.500,-
stiefvader/stiefmoeder inwonend : € 5.000,-
stiefvader/stiefmoeder niet inwonend : €
2.500,-
stiefzoon/stiefdochter inwonend : € 5.000,-
stiefzoon/stiefdochter niet inwonend : €
2.500,-
grootouder inwonend : € 2.500,-
grootouder niet inwonend : € 1.250,-
kleinkind inwonend : € 2.500,-
kleinkind niet inwonend : € 1.250,-
schoonouder inwonend : € 1.750,-
schoonouder niet inwonend : € 1.150,-
schoonkind inwonend : € 1.750,-
schoonkind niet inwonend : € 1.150,-".
OF OVERZICHTELIJKER:
| Het
verongelukte slachtoffer is |
SAMENWONEND
|
NIET
SAMENWONEND |
| echtgenoot/echtgenote |
12.500 |
3.750 |
| levenspartner |
12.500 |
5.000
(verloofde) |
| ouder |
7.500 |
3.750 |
| kind |
12.500 |
5.000 |
| broer/zus |
2.500 |
1.500 |
| stiefouder |
5.000 |
2.500 |
| stiefkind |
5.000 |
2.500 |
| grootouder |
2.500 |
1.250 |
| kleinkind |
2.500 |
1.250 |
| schoonouder |
1.750 |
1.150 |
| schoonkind |
1.750 |
1.150 |
| ongeboren
kind (miskraam) |
2.500 |
|
B. Het
is mogelijk dat het slachtoffer gedurende enkele dagen
het ongeval heeft overleefd en dat hij daarbij morele
schade heeft ervaren. De vergoeding voor deze morele
schade valt in de nalatenschap ("haeres")
van het slachtoffer en deze schadevergoeding ex haerede
komt dus de erfgenamen toe.
B.
Schade ex haerede
51. Wanneer het slachtoffer zich bewust was van
zijn nakend overlijden, kan hiervoor als vergoeding
voor morele schade aan de rechthebbende een forfaitair
bedrag van 75,- euro per dag toegekend worden.
Zo het slachtoffer bij bewustzijn was, maar zich
geen rekenschap kon geven van het nakend overlijden
is de gewone morele schade zoals bij tijdelijke
ongeschiktheid te vergoeden.
Als het slachtoffer in de periode na het ongeval
en vóór het overlijden niet bij
bewustzijn is geweest, is er geen vergoedbare
schade ex haerede.
Deze schade mag niet verward worden met de schade
door weerkaatsing noch met de gereflecteerde schade.
Het is een schade van de nalatenschap".
VOOR DEZE TEKSTEN
BEDANKEN WIJ VAN HARTE ONZE JURIDISCHE ADVISEUR,
ADVOCAAT PASCAL MORTIER UIT GENT !
|
|
C. DE
BELANGRIJKSTE ADVIEZEN AAN HET SLACHTOFFER
Hieronder
volgen enkele praktische raadgevingen aan de slachtoffers,
teneinde de volledige vergoeding voor de lichamelijke schade
te bekomen.
14.
Medische
verslagen
Vaak
ondervindt u na het ongeval allerlei klachten (hoofdpijn,
nekpijn, bewegingsbeperking, krachtverlies, vermindering van
het zicht, duizeligheid, concentratiestoornissen, en zo meer).
Vraag aan uw behandelende geneesheer (bvb. uw huisarts) een
attest van arbeidsongeschiktheid,
ook al heeft u bvb. maar hoofd- en nekpijn geleden gedurende
enkele dagen.
Dit
attest ziet er bijvoorbeeld uit als volgt:
"Mijn
patiënt X heeft als gevolg van de letsels aan zijn
rechterbeen, veroorzaakt door het verkeersongeval van 17
maart 2006, de volgende graden van arbeidsongeschiktheid
ondergaan:
100%
T.A.O.* vanaf 17/3/06 tot 16/4/06
75%
van 17/4/06 tot 16/5/06
50%
17/5/06 tot 1/12/06
25%
van 2/12/06 tot heden en later nog verder te bepalen".
Als
de klachten na een paar weken blijven aanhouden, dient u zonder
verwijl aan uw dokter tevens te vragen om de klachten en letsels
schriftelijk vast te leggen in een medisch
verslag. Pas op: wees volledig!
(zie ook verder nr 17)
Ter
verduidelijking een voorbeeld.
Mevrouw A werd achteraan aangereden op 1 april
2005. Reeds op 18 april laat zij door haar huisarts de volgende
verklaring opstellen: "Mijn patiënte A heeft
mij medegedeeld dat zij als gevolg van het ongeval van 1
april 2005 1° nekpijn lijdt, ter hoogte van C3 - C4,
2° hoofdpijn, aan beide slapen, vooral naar de avond
toe, en dan stekend, 3° slapeloosheid, nl. inslaapstoornissen
en 's nachts wakker schieten, vooral als gevolg van voormelde
nekpijn, en 4° lumbale pijn". Deze
medische verklaring is op zichzelf degelijk opgesteld. Maar
het duurt een hele tijd vooraleer A begint in te zien dat
zij bovendien aandachts- en concentratiestoornissen heeft
opgelopen; daarna verlopen nog meerdere maanden eer zij
zich afvraagt of deze klachten niet een gevolg kunnen zijn
van het ongeval; pas op 29 september 2006 (dus anderhalf
jaar na na het ongeval) wordt dit door een arts genoteerd.
Kan men daarna nog bewijzen dat deze bijkomende klachten
werkelijk zijn veroorzaakt door het ongeval ?
Bovendien
dient u kort na het ongeval en wellicht nogmaals enkele maanden
later specialistische
onderzoeken
te laten verrichten. De beeldvorming (NMR, scan, RX, …)
en de medische verslagen zullen bij de medische expertise
goud waard zijn.
Het is logisch dat beeldvorming en medische verslagen daterend
van meer dan een jaar na het ongeval meestal geen of zeer
weinig bewijswaarde bezitten.
Wie
een jaar na het ongeval aan de geneesheer - deskundige enkel
mondeling kan uitleggen dat hij heeft geklaagd over bepaalde
pijnen of hinder, zonder dat deze door een arts werden onderzocht,
zal mogelijks nooit meer kunnen bewijzen dat deze schade veroorzaakt
werd door het ongeval.
Het
is ten stelligste àf te raden de originele bewijsstukken
uit handen te geven. Maak om die reden enkel fotokopies van
de medische verslagen en van andere bewijsstukken over, en
vraag de RX-foto’s onmiddellijk terug. Op het ogenblik
dat deze stukken opnieuw dienen te worden voorgelegd blijken
zij immers al te vaak verdwenen te zijn…
15.
Uw kosten
bewijzen - U kan slechts vergoeding bekomen
inzover de kosten en de andere schade worden bewezen. Verzamel
dus van in het begin alle nuttige bewijsstukken. Excuses zoals
"ik was te ziek om de bewijsstukken betreffende de
medische uitgaven bij te houden" worden door de
Rechter niet aanvaard. Ook de stoffelijke schade die u bij
het ongeval zelf heeft opgelopen moet u zo goed mogelijk bewijzen;
wij herinneren hier aan de mogelijke bewijzen betreffende
een bril die bij de aanrijding werd beschadigd (zie Tips
na een ongeval,
onder nr. 1.2).
16.
Eigen
raadsgeneesheer - Het is van het grootste
belang dat u een degelijke raadsgeneesheer contacteert van
zodra u de medische besluiten* vanwege de raadsgeneesheer
van de verzekeringsmaatschappij heeft vernomen. Deze besluiten
zijn uiteraard opgemaakt door een arts die dag in dag uit
werkt voor de verzekeringsmaatschappij die de vergoeding van
uw lichamelijke schade moet betalen! Enkel uw eigen raadsgeneesheer
kan op onpartijdige wijze nazien of deze besluiten al dan
niet aanvaardbaar zijn (zie ook hoger nr. 3).
Hij kan uw "advocaat op medisch vlak" worden genoemd.
Wij
herinneren aan de zeer praktische adviezen van de raadsgeneesheer
Prof.Dr. Herregodts in De
medische expertise , onder
nr. 7.
Vanzelfsprekend
is het in feite aangeraden om reeds een raadsgeneesheer te
raadplegen van zodra blijvende letsels mogen worden gevreesd,
dus reeds kort na het ongeval. Want enkel uw eigen raadsgeneesheer
-
kan u laten weten welke bijkomende onderzoeken moeten gebeuren
en wanneer (sommige moeten bvb. 3 maand na het ongeval doorgaan)
-
kan u de nodige uitleg geven aangaande de medische verslagen,
de bevindingen van de raadsarts van tegenpartij, e.d.
Kunnen uzelf en uw raadsgeneesheer akkoord gaan met het verslag
van de raadsgeneesheer van tegenpartij, dan kan uw advocaat
op basis van dit medisch verslag een (ontwerp van) schadebegroting
opstellen. Maar in vele gevallen zal uw raadsgeneesheer beslissen
dat de medische besluiten van de tegenpartij niet kunnen worden
aanvaard en dat een tegensprekelijke expertise moet doorgaan.
17.
Hoe de medische
expertise voorbereiden ?
17.1
Het
slachtoffer dat wordt uitgenodigd voor een eerste zitting
van een eenzijdige medische expertise zou in feite het best
voordien een eigen raadsgeneesheer inschakelen. Maar vaak
zal het daarvoor van de rechtsbijstandsverzekeraar pas de
toelating bekomen nadat de eenzijdige expertise van de raadsgeneesheer
van de verzekeringsmaatschappij - tegenpartij voltooid is
(zie hoger onder nr. 3 t.e.m. 5.2).
Het
slachtoffer moet zich verwachten aan allerlei vragen, eerst
vanwege de raadsgeneesheer van de verzekeringsmaatschappij
(de B.A.-verzekeraar of de arbeidsongevallenverzekeraar),
en daarna vanwege de twee raadsgeneesheren aangesteld in het
kader van de M.M.E.* ofwel vanwege de gerechtsdeskundige-geneesheer.
Als men niet vlot kan antwoorden op de vragen worden de
antwoorden soms als ongeloofwaardig geacht, en minstens
zal het risico ontstaan dat de expert geïrriteerd geraakt.
En dit terwijl de vragen toch niet steeds zo eenvoudig zijn…
17.2
Zo zal de geneesheer - deskundige op de eerste expertisebijeenkomst
meestal de volgende vragen stellen :
a.
hoe is het ongeval gebeurd ? ;
b. welke letsels heeft u precies opgelopen bij het ongeval
? ;
c. hoe zijn deze letsels behandeld en door wie, en welke
medicatie of dergelijke werden voorgeschreven ? ;
d. welke schoolopleiding heeft u genoten, en in welke jaren
? ;
e. wat is uw beroepservaring tot op heden, met opgave van
de identiteit van uw vroegere werkgevers, de duurtijd van
elke arbeidsbetrekking, en zo meer ? ;
f. gedurende welke dagen heeft u precies niet kunnen werken,
na het ongeval ? ;
g.
wat is de gezinssamenstelling, met opgave van de geboortedata
van uw kinderen ? ;
h. welke ongevallen met letsels heeft u vroeger al meegemaakt
?; heeft u nog andere handicaps of gezondheidsproblemen
?;
i. en
dergelijke meer.
Zorg ervoor dat u op bovenstaande vragen toch in belangrijke
mate onmiddellijk kan antwoorden en dat u bovendien de belangrijkste
gegevens kan bewijzen aan de hand van bewijsstukken (zoals
medische attesten en verslagen, een overzicht vanwege uw ziekenfonds
aangaande uw genoten mutualiteituitkeringen, uw loonbrieven
waarbij de periodes van afwezigheid worden vermeld, en zo
meer).
17.3
Zowel op de eerste als op de tweede bijeenkomst van de (minnelijke
of gerechtelijke) medische expertise zullen aan u allerlei
vragen worden gesteld over Uw klachten.
Het
is dan ook van het grootste belang dat u voorafgaandelijk
goed nagaat welke klachten u lijdt, en dat u deze volledig
en duidelijk kan uiteenzetten. U kunt daarbij voorbeelden
aanwenden, zoals : “Nu moet ik na een half uur strijken
minstens 10 minuten rusten, terwijl ik vroeger wel 4 uur na
elkaar kon blijven strijken" - " Voor het ongeval
kon ik gemakkelijk aan elke hand een volle emmer water dragen,
maar nu kan ik nog maar met moeite een halfvolle emmer dragen"
- "Als ik nu een uur achter de computer zit ..."
- e.d.
Als
er heel wat klachten zijn, kan het nuttig zijn dat u deze
opsomt in een bepaalde volgorde. Bijvoorbeeld te
beginnen vanaf de kruin van het hoofd, en aldus te dalen naar
beneden ; bvb. 1° de hoofdpijn, de concentratiestoornissen
en de vergeetachtigheid, 2° de vermindering van het zicht,
3° de oorsuizingen, 4° de nekpijnen, 5° de schouderpijnen,
6° …
Hierbij dient u de klachten voldoende nauwkeurig
te omschrijven (bvb. niet alleen “soms hoofdpijn”
of “af en toe nekpijn” opgeven, maar
tevens beschrijven hoeveel keer per week en onder welke omstandigheden
deze pijn optreedt, waar deze pijn en de eventuele uitstralingen
ervan precies worden gevoeld, hoe de aard van de pijn is –
zoals stekend, klemmend, licht, …-, e.d.m.). Het is
aangeraden de klachten volledig en duidelijk kenbaar te maken,
maar zonder te overdrijven ; wanneer overdrijving
wordt vastgesteld of zelfs maar wordt vermoed, valt de expertise
doorgaans negatief uit.
17.4
Op de tweede expertisezitting zal doorgaans eens te meer aan
u worden gevraagd om uw klachten te beschrijven. Zorg er uiteraard
voor dat u dan goed weet welke verbeteringen zijn opgetreden
sinds de eerste zitting. Besef dat de deskundige zal
nazien in welke mate u andere of tegenstrijdige antwoorden
geeft ten opzichte van uw antwoorden op de eerste bijeenkomst;
tevens zal hij nazien inhoever de klachten stroken met de
medische bevindingen en andere gegevens.
17.5
Meestal zullen bepaalde bijkomende onderzoeken nodig zijn.
Vraag vóór de eerste (minnelijke of gerechtelijke)
expertisebijeenkomst aan uw eigen raadsgeneesheer welke bijkomende
onderzoeken nuttig zijn en welke specialist het best zo een
onderzoek kan uitvoeren.
|
18.
Uw advocaat
Vraag
steeds advies aan uw advocaat vooraleer een document te ondertekenen,
zeker wanneer dit afkomstig is van een verzekeringsmaatschappij.
Een provisionele kwitantie* kan wel zonder risico worden ondertekend.
Iedereen
kan begrijpen dat degene die moet betalen zo weinig mogelijk
wil betalen en dus niet uw vriend is. De verzekeringsmaatschappijen
zijn heden trouwens nog meer op winst - en dus op zo weinig
mogelijk uitbetalen- belust dan vroeger!
Uiteraard
kan enkel uw advocaat op objectieve en deskundige wijze nazien
inhoever het schaderegelingvoorstel vanwege de verzekeringsmaatschappij
volledig en aanvaardbaar is. Zeer vaak is dit niet het geval,
en dienen onderhandelingen te worden aangevat ; zo nodig moet
een gerechtelijke procedure worden ingeleid.
19.
Uw advocaat + rechtsbijstandsverzekeraar
U
kunt, op kosten van de rechtsbijstandverzekeraar*, een advocaat
naar vrije keuze aanstellen. Deze aanstelling is niet enkel
nodig om een gerechtelijke procedure aan te vatten; zij kan
o.a. tevens gebeuren:
1°
voor de strafrechtelijke verdediging (bvb. wegens een snelheidsovertreding,
dronkenschap of een andere verkeersinbreuk)
;
2° om
na te gaan of u gerechtigd is op bepaalde vergoedingen,
rekening gehouden met de voorliggende bewijzen en met de
wettelijke bepalingen ;
3° om
een gerechtsdeskundige* te
laten aanstellen ;
4° om
over de passende schadevergoeding
onderhandelingen te voeren.
De wet waarborgt aan het slachtoffer de volledige vrije keuze
van advocaat. In de praktijk laat de rechtsbijstandsverzekeraar
toe dat u ook de raadsgeneesheer vrij kiest.
Voor
meer uitleg : zie
aanstelling
van een advocaat ( = Procedures,
nr. 11 t.e.m. 13; o.a.: wetteksten m.b.t. aanstelling van
een advocaat - de rechtsplegingsvergoeding, dus de terugbetaling
van de advocatenkosten - wanneer mag u een advocaat op kosten
van de verzekeraar rechtsbijstand aanstellen? - vervanging
van advocaat).
20.
Rechtsbijstand
De
rechtsbijstandverzekeraar zal alle kosten in verband met de
nodige betwistingen
dragen, zoals :
-
de staat van ereloon en kosten vanwege de advocaat, de raadsgeneesheer,
de raadgevende voertuigexpert, en de gerechtsdeskundige
- alle procedurekosten
- de eventuele kosten van gedwongen uitvoering.
Het is meer dan aangeraden om (via uw makelaar) voorafgaandelijk
de toestemming te bekomen vanwege de verzekeraar
van de rechtsbijstand
om een raadgevende expert of een advocaat aan te stellen.
Normalerwijze zal uw raadsgeneesheer of uw advocaat trouwens
zelf deze toestemming aanvragen. Het is begrijpelijk dat de
rechtsbijstandsverzekeraar alle kosten zoveel mogelijk wenst
te vermijden, maar uiteindelijk zal zij toch moeten instemmen
met de tussenkomst van uw raadsgeneesheer en/of van uw advocaat.
Gaat het om een arbeidsongeval, dan zullen de kosten m.b.t.
de procedure, met inbegrip van de kosten van de gerechtelijke
expertise, in principe volledig ten laste vallen van de arbeidsongevallenverzekeraar,
maar niet de kosten van Uw eigen raadsgeneesheer* noch van
uw advocaat. Meestal voorziet de polis
van de verzekering
in rechtsbijstand
geen tussenkomst voor een procedure voor de Arbeidsrechtbank.
Het
is begrijpelijk dat de verzekeringsmaatschappij van de rechtsbijstand,
die alle kosten gepaard gaand met uw verdediging (dus de
kosten van een eigen voertuigexpert, eigen raadsgeneesheer
en eigen advocaat) moet betalen, deze kosten in de mate
van het mogelijke wil beperken. Dit neemt niet weg dat de
verzekeraar rechtsbijstand
haar
verbintenissen conform de verzekeringspolis met u moet naleven
en dus uiteindelijk voormelde kosten van verdediging zal
moeten dragen. Het volstaat niet dat u uw rechten kent,
u moet ze ook willen verdedigen !
Wanneer de waarde van de betwisting beperkt is (minder dan
1.000 euro) en wanneer u niettemin aandringt op een gerechtelijke
procedure zal de rechtsbijstandsverzekeraar soms - maar niet
altijd ! - verkiezen u het bedrag van de betwisting uit te
betalen (om de zaak op deze manier zonder procedure te kunnen
beëindigen).
Zorg
voor een voldoende ruime dekking in rechtsbijstand, en niet
alleen in het kader van uw autoverzekering. U dient immers
ook gedekt te zijn als zwakke weggebruiker* (fietser, voetganger,
ruiter, passagier, …), bij een arbeidsongeval, en eventueel
zelfs bij medische aansprakelijkheid.
Pascal
Mortier
advocaat
te Gent
pascal.mortier@skynet.be
|
| |
| |
|
|
- Lid:
"De minnelijke medische expertise
is volledig verkeerd afgelopen. Mijn huisarts ging op de
expertisezitting met alles akkoord, en ik ben daar na een
kwartier moeten buiten gaan. Enkele maanden later heb ik
het eindverslag ontvangen, en daarbij is sprake van slechts
5 % blijvende invaliditeit. Wat kan ik nog doen ?"
V.Z.W.: Het gaat hier om een vrij klassiek
scenario. Wij kunnen enkel herinneren aan het nut van
een degelijke, ervaren raadsgeneesheer (zie hoger onder
nr. 3 de
belangrijke rol van uw eigen raadsgeneesheer en
16 Uw
eigen raadsgeneesheer) en aan het feit dat u na
de ondertekening van de overeenkomst tot M.M.E.* meestal
geen enkele inspraak meer heeft in de medische besluitvorming
(zie hoger nr. 5 hoe
zorg ikzelf voor een goed verloop van de expertise?).
- Lid:
"Op 5 januari 2003 stonden
ik en mijn zuster Marleen voor de rode verkeerslichten
te wachten. Plots voelden wij een harde botsing: de achterligger
had onze auto te laat gezien. Wij hebben beiden een minnelijke
medische expertise aanvaard.
Voor
mijn whiplash waren de besluiten : consolidatie op 5/1/04,
met 5 % blijvende invaliditeit Ik heb vrijwillig het bedrag
van in totaal 12.500,00 € aanvaard (vanzelfsprekend
naast de vergoeding voor mijn autoschade).
De
besluiten voor mijn zuster, die ook een whiplash had opgelopen,
waren: consolidatie eveneens op 5/1/04, maar met slechts
4 % blijvende invaliditeit. Mijn zuster is koppiger dan
ik ; zij heeft het voorstel van de verzekeringsmaatschappij
niet aanvaard en zij heeft op kosten van de rechtsbijstand
een advocaat onder de arm genomen. Verleden week heeft
zij het vonnis van de Politierechtbank ontvangen ; hoewel
zij een kleinere blijvende invaliditeit heeft, is haar
schadevergoeding bepaald op in totaal 15.526,00 €.
Dus veel meer dan ik! Werd ik beduveld ?"
V.Z.W.: Vooreerst is het goed mogelijk
dat uw zuster zwaardere materiële schade, zoals inkomstenverlies,
heeft geleden (zie daarover hoger onder nr. 9.21 professionele
schade). Maar ook indien dit niet het geval is kan
het verschil in vergoeding begrijpelijk worden genoemd:
bij een minnelijke regeling veronderstelt de verzekeringsmaatschappij
dat u water bij de wijn wil doen.
Zo wil ik u uitnodigen om de afrekening die uzelf heeft
ontvangen van de verzekeringsmaatschappij te vergelijken
met de afrekening in het vonnis betreffende de vergoeding
aan uw zuster. In deze laatste afrekening zullen ongetwijfeld
schadeposten staan die niet voorkomen in uw afrekening,
zoals : vergoeding voor de huishoudelijke schade en voor
de meerinspanningen, zowel tijdens de T.A.O. als tijdens
de blijvende invaliditeit , administratiekosten, intresten,
e.a. Bovendien zal bij de vergelijking van de twee afrekeningen
wellicht blijken dat bepaalde schadeposten door de verzekeringsmaatschappij
lager worden vergoed dan door de rechtbank.
Laat
steeds het voorstel tot schaderegeling van de verzekeringsmaatschappij
minstens eens nazien door een ervaren advocaat
! Dit wordt trouwens ook aangeraden door het Ministerie van
Justitie (in meerdere brochures).
|
|
|
raadsarts
advocaat vergoed lichamelijke schade letsels vergoeding
schadevergoeding gehandicapte been
arm voet hersenschade N.A.H. verzekering
|
| |
| |
|
|
|  |
|