<%@LANGUAGE="JAVASCRIPT" CODEPAGE="1252"%> KLACHTEN
 
V.Z.W. VERKEERSSLACHTOFFERS
Vereniging voor bijstand na een ongeval
Word geen tweede keer slachtoffer! Vraag tijdig Inlichtingen! Wij helpen U verder!
Juridisch - Voertuigtechnisch - Medisch
 
- Naar HOMEPAGE
Doel E-mail Contactpersonen Woordenlijst A-D / E-O / P-Z
Tips na een ongeval
Procedures
Vergoedingen
 
Voertuigschade
Lichamelijke schade
Juridische teksten
Psychologische hulp
Klachten
Adressen
Links
 
Woordenlijst
Heet van de naald
 
Inhoudstafel
 
E-mail onze V.Z.W.

EEN KLACHT INDIENEN

&

NUTTIGE ADRESSEN


Alle met* gemarkeerde woorden kan men met hun verklaring terugvinden in de Woordenlijst

 



KLACHTEN

 

Al dan niet terecht wensen slachtoffers soms een klacht tegen een persoon of een instantie te formuleren. Meestal is het aangeraden om eerst eens over uw ongenoegen te spreken met de betrokken persoon zelf. Bekomt u op die wijze geen voldoening, dan kan u zich in vele gevallen wenden tot een klachtendienst binnen de instelling zelf ofwel tot een meer overkoepelende ombudsdienst.

 

 

HIERNA WORDEN DE VOLGENDE SOORTEN KLACHTEN BESPROKEN:

A. MEDISCH

B. GERECHT

C. OVERHEID

D. ANDERE KLACHTEN (vnl. tegen een verzekeraar)

 

 

 

 

HOE MAAKT U DE KLACHTBRIEF OP ?

Bij de indiening van een schriftelijke klacht zal u rekening willen houden met de volgende bemerkingen :

a. U verzamelt eerst de bewijsstukken die uw klacht verduidelijken of ondersteunen; u stuurt uiteraard enkel een fotokopie van deze stukken op (en u behoudt dus de originelen).

b. Dan zet u in uw brief uiteen welke fouten werden begaan door de betrokkene én welke nadelen u daardoor heeft geleden; wees duidelijk, volledig maar ook beknopt. Inzover bepaalde uitleg blijkt uit de toegevoegde bewijsstukken dient deze uitleg niet volledig te worden herhaald.

c. U formuleert een duidelijke eis of voorstel. Bvb.: "Gelet op bovenstaande gevolgen van uw nalatigheid, vraag ik een totale vergoeding van 2.000 euro. Wil deze som binnen de 15 dagen storten op mijn rekening nr. .........; zo niet zal ik de vergoeding via gerechtelijke weg invorderen"; of aan de tuchtoverheid bvb.: "Gelet op de hierboven beschreven fouten die Dr. / Mr. / ... X heeft begaan vraag ik u de passende sancties tegen hem te ondernemen; wil mij daarvan op de hoogte houden".

Het is vaak aangeraden dat uw voorstel niet als onbespreekbaar wordt gesteld. Bvb. : "U kan uiteraard steeds een tegenvoorstel formuleren, binnen voormelde termijn van 15 dagen". Het is bovendien vaak aangeraden dat u voorziet dat uw voorstel, in het bijzonder na tussenkomst van een advocaat, nog kan worden gewijzigd of uitgebreid; bvb.: "De inhoud van onderhavige brief wordt geformuleerd onder voorbehoud van alle rechten en zonder enige nadelige erkentenis, en o.a. onder voorbehoud van wijziging en van uitbreiding van mijn eis".

d . Ook indien de klacht per e-mail wordt ingediend zal u uw volledige identiteitsgegevens willen vermelden (naam, voornaam, woonplaats en eventueel ook uw telefoonnummer) ; ook dezelfde identiteitsgegevens van de aangeklaagde volledig opgeven. Zo mogelijk tevens de referentie, contactpersoon, e.d. vermelden.

e . Vergeet uw brief niet te dateren en te ondertekenen (anders wordt de klacht mogelijks als ongeldig beschouwd).

f . Vooraleer de klachtbrief (met bijlagen) per post te verzenden zal u een fotokopie voor uzelf behouden.

g. Is de klacht gericht tot een tuchtorgaan of dergelijke, dan is het in principe meestal niet nodig de brief aangetekend te verzenden; maar als de klachtbrief naar de aangeklaagde zelf wordt verzonden is dit wel nodig, althans voor de eerste brief (zijnde de aanmaning of ingebrekestelling). Opmerking hierbij: als u van de aangeklaagde een vergoeding vordert wegens een foutieve uitvoering van de overeenkomst dan begint de (zogenaamde moratoire) intrest maar te lopen vanaf de (bewezen) ingebrekestelling.

 

 

Vooraleer bepaalde stappen te ondernemen kan u de voorgenomen klachtbrief best eerst voorleggen aan uw advocaat (of aan een andere vertrouwenspersoon). Boosheid is een slechte raadgever.

 

 

Hieronder worden de belangrijkste klachten- of ombudsdiensten, waar u een klacht kan indienen, verduidelijkt.

 

A. MEDISCH


1.
Klachten over een dokter

Voor een klacht tegen een dokter, zoals de verzekeringsarts of uw eigen raadsgeneesheer*, wend u tot:

Orde van geneesheren
Nationale Raad
de Jamblinne de Meuxplein 34-35
B-1030 BRUSSEL
Tel.: 02.743.04.00
Fax: 02.735.35.63
http://www.ordomedic.be/nl/contact-formulier/

Art. 15 § 1 Koninklijk Besluit nr. 79 van 10 november 1967 betreffende de Orde der Geneesheren: "De nationale raad stelt de algemene beginselen en de regels vast betreffende de zedelijkheid, de eer, de bescheidenheid, de eerlijkheid, de waardigheid en de toewijding die onontbeerlijk zijn voor de uitoefening van het beroep; deze beginselen en regelen vormen de code van medische plichtenleer".

 

Deze deonthologische code van de geneesheren vindt u hier : http://www.ordomedic.be/nl/code/inhoud/.

Enkele citaten uit deze code van de plichtenleer:

 

A. m.b.t. de behandeling van een patiënt (inclusief informatieverstrekking en medische fout):

"- art.29: De geneesheer moet pogen de patiënt voor te lichten over het waarom van elke voorgenomen diagnostische of therapeutische maatregel.

- art. 32: De al dan niet vrij gekozen geneesheer zal enkel op gewetensvolle wijze en op wetenschappelijke gronden beslissingen nemen.

- art. 33 (Gewijzigd op 15 april 2000): De arts deelt tijdig aan de patiënt de diagnose en de prognose mede; dit geldt ook voor een erge en zelfs voor een noodlottige prognose. Bij de informatie van de patiënt houdt de arts rekening met diens draagkracht en met de mate waarin hij wenst geïnformeerd te worden.

De arts verzekert de patiënt in ieder geval van een verdere aangepaste behandeling en begeleiding.

- art. 34 (Gewijzigd op 18 augustus 2001):
§1. Zowel voor het stellen van een diagnose als voor het instellen en voortzetten van de behandeling, verbindt de geneesheer er zich toe zijn patiënt zorgvuldig en gewetensvol de zorgen toe te dienen die stroken met de thans geldende wetenschappelijke kennis.

§2. Een slachtoffer van een medische fout heeft recht op vergoeding van de door die fout veroorzaakte schade en elke geneesheer dient hiervoor verzekerd te zijn."

B. m.b.t. het ereloon:

"- art. 78, al. 1: Het vragen van honoraria die merkelijk te hoog liggen duidt op een gebrek aan eerlijkheid en bescheidenheid en kan, onverminderd de bevoegdheid van de provinciale raden om uitspraak te doen over ereloonbetwistingen, aanleiding geven tot tuchtmaatregelen."

C. m.b.t. mededeling van informatie en het beroepsgeheim:

"C. Hoofdstuk III : Het medisch dossier

- art. 38: De geneesheer moet in principe voor elke patiënt een medisch dossier bijhouden.

- art. 39: De geneesheer die persoonlijk het medisch dossier heeft samengesteld en aangevuld, is verantwoordelijk voor de bewaring ervan. Hij beslist over de overdracht van het geheel of een gedeelte van het dossier met inachtneming van het beroepsgeheim.

- art. 40: Wanneer de medische dossiers evenwel worden samengesteld door een team en gecentraliseerd worden in een verzorgings- of andere instelling, hebben enkel de voor de verzorging van de zieken opgeroepen geneesheren toegang tot die dossiers. De inhoud en de bewaring ervan mogen door deze geneesheren enkel worden toevertrouwd aan personen die eveneens door het beroepsgeheim zijn gebonden.

- art. 41: Op vraag van de patiënt of met diens toestemming moet de geneesheer zo spoedig mogelijk aan een andere behandelende geneesheer alle inlichtingen verstrekken die nuttig of nodig zijn voor de vervollediging van de diagnose of de voortzetting van de behandeling.

Hoofdstuk V : Beroepsgeheim van de geneesheer

- art. 57: Het beroepsgeheim omvat alles wat de geneesheer heeft gezien, gehoord, vernomen, vastgesteld, ontdekt of opgevangen tijdens of bij gelegenheid van de uitoefening van zijn beroep.

- art. 58 (Gewijzigd op 22 december 2007): Binnen uitdrukkelijk vastgelegde perken, gelden wettelijke uitzonderingen voor de hierna opgesomde gevallen. De geneesheer moet in geweten oordelen of hij door het beroepsgeheim toch niet wordt verplicht bepaalde gegevens niet mede te delen.

1.(Gewijzigd op 20 september 2008)
Het verstrekken van inlichtingen, in het kader van de wetgeving op de ziekte- en invaliditeitsverzekering, aan de geneesheren-inspecteurs van de dienst voor geneeskundige evalulatie en controle van het Riziv, in zoverre die inlichtingen noodzakelijk zijn voor hun controle-opdracht en binnen de perken ervan blijven.
Het verstrekken van deze inlichtingen en het aanwenden ervan door de geneesheren-inspecteurs zijn onderworpen aan het eerbiedigen van het beroepsgeheim.

2. Het verstrekken van inlichtingen of medische gegevens over de verzekerde, aan de geneesheren-adviseurs van verzekeringsinstellingen tegen ziekte en invaliditeit en binnen de perken van de medisch-sociale raadplegingen.
De geneesheer-adviseur van een verzekeringsinstelling is, zoals elke andere geneesheer, gebonden door het beroepsgeheim; hij moet aan die instelling uitsluitend zijn besluiten op administratief vlak mededelen.

3. (...)
4. (...)
5. (...)

6. De afgifte van reglementaire geneeskundige getuigschriften nodig voor de aangifte van werkongevallen met vermelding van alle indicaties die rechtstreeks in verband staan met het oorzakelijk trauma.

7. Het afleveren van geneeskundige verslagen en verklaringen in uitvoering van de wettelijke voorschriften inzake de bescherming van de persoon van de geesteszieke en inzake de bescherming van de goederen van personen die wegens hun lichaams- of geestestoestand geheel of gedeeltelijk onbekwaam zijn die te beheren.

8. Het afleveren van medische verslagen in uitvoering van de wettelijke voorschriften met betrekking tot de beroepsziekten.

9. Het afleveren van geneeskundige verklaringen in uitvoering van de wettelijke voorschriften met betrekking tot de landverzekeringsovereenkomsten.

10. (...)"

"Hoofdstuk IV : De geneesheer als adviseur, controleur, deskundige of ambtenaar

-art. 119. De geneesheer belast met een deskundig onderzoek naar de lichamelijke of geestelijke bekwaamheid of geschiktheid van een persoon of met om het even welk klinisch onderzoek, met de controle van een diagnose of met het toezicht op een behandeling, of nog met een onderzoek naar de medische prestaties voor rekening van een verzekeringsinstelling, moet de bepalingen van deze Code naleven.
Hij mag geen opdracht aanvaarden die tegen de medische ethiek indruist.

- art. 128,
§1. De geneesheer die door een werkgever, een verzekeringsinstelling of een andere instelling met een controleonderzoek wordt belast, mag aan zijn niet-medische opdrachtgevers of aan derden de medische redenen die aan de basis liggen van zijn besluiten, niet bekend maken.

§2. Binnen het welomlijnde kader van hun opdracht zijn de geneesheren, verbonden aan maatschappijen voor levens- of ongevallenverzekeringen, niettemin gemachtigd hun opdrachtgevers in te lichten over alle nuttige vaststellingen gedaan bij kandidaat-verzekerden, of bij verzekerde zieken, gekwetsten of slachtoffers.

§3. De geneesheer-deskundige mag aan de rechtbank slechts de feiten bekendmaken die rechtstreeks betrekking hebben op het deskundig onderzoek en die hij bij die gelegenheid heeft ontdekt.
Al wat hij bij dit onderzoek heeft vernomen buiten het kader van zijn opdracht, moet hij verzwijgen.

Art. 129 De geneesheer met een van de door artikel 119 bedoelde opdrachten belast, moet vermijden de behandelende geneesheer ertoe te brengen het beroepsgeheim te schenden, dat laatstgenoemde zelfs tegenover hem moet bewaren.
De medische adviseur of controlerende geneesheer, van wie de beslissing betwist wordt, mag aan het rechtscollege bij wie de zaak aanhangig is gemaakt of aan de aangestelde deskundige de bescheiden of fotokopieën overmaken van al de onderzoekingen die door hem werden uitgevoerd of die hij heeft laten uitvoeren, voor zover hij ze aan de raadgevende geneesheer van de patiënt heeft medegedeeld.

Art. 130 De onder artikel 119 bedoelde geneesheer mag nooit een medisch dossier raadplegen zonder het akkoord van de patiënt en de toestemming van de geneesheer die voor de behandeling verantwoordelijk is; aan beiden moet hij zijn bevoegdheid en zijn opdracht kenbaar maken.

De behandelende geneesheer of de geneesheer-diensthoofd in een ziekenhuis die verantwoordelijk is voor het dossier van de zieke, moet beslissen welke documenten mogen worden medegedeeld.

Het onderzoek van deze documenten geschiedt op tegenspraak."


De Provinciale Raad van de Orde der Geneesheren heeft een tuchtrechtelijke bevoegdheid. De te volgen procedure is vastgelegd bij het Koninklijk Besluit nr. 79 van 10 november 1967 betreffende de Orde der Geneesheren (artikelen 20 tot 27) en het Koninklijk Besluit van 6 februari 1970 tot regeling van de organisatie en de werking van de Raden van de Orde der Geneesheren (artikelen 24 tot 28 en 36 tot 39).

Art. 6 Koninklijk Besluit nr. 79 van 10 november 1967:

"De provinciale raden zijn bevoegd om :
1° (...)
2° te waken over het naleven van de regelen van de medische plichtenleer en over de handhaving van de eer, de bescheidenheid, de eerlijkheid en de waardigheid van de (...) geneesheren. Hiertoe zijn zij belast met het treffen van tuchtmaatregelen wegens fouten die deze geneesheren in de uitoefening van hun beroep of naar aanleiding ervan begaan, alsook wegens zware fouten bedreven buiten de beroepsbedrijvigheid, wanneer die fouten de eer of de waardigheid van het beroep kunnen aantasten".

Alle onderzoeken inzake tucht, op provinciaal niveau, geschieden achter gesloten deuren. De arts tegen wie een onderzoek loopt moet de waarheid zeggen.

Er zijn binnen de Provinciale Raad meerdere organen die uw klacht tegen een arts onderzoeken, namelijk: 1° het Bureau, 2° de Onderzoekscommissie, en 3° de Raad.

1. Bureau

Het Bureau is het dagelijks bestuur, bestaande uit de Voorzitter, de Ondervoorzitter, de Secretaris, de vertegenwoordiger van de Provinciale Raad bij de Nationale Raad en een Magistraat-Assessor.

Het Bureau kan pogen te verzoenen. Maar het kan ook beslissen uw brief als een werkelijke klacht te beschouwen. Doorgaans stelt het een Onderzoekscommissie aan.

Art. 20. § 1 Koninklijk Besluit nr. 79 van 10 november 1967: "De provinciale raad treedt op, hetzij ambtshalve, hetzij op verzoek van de nationale raad, van de Minister tot wiens bevoegdheid de Volksgezondheid behoort, van de procureur des Konings of van de geneeskundige commissie, hetzij op klacht van een geneesheer of van een derde.
Het bureau stelt de zaak in onderzoek. Het doet zelf het onderzoek of het duidt een of meerdere personen van de raad aan om samen met de bijzitter het onderzoek te doen. Het duidt een verslaggever aan".


2. Onderzoekscommissie

De Onderzoekscommissie is samengesteld uit een of meer artsen van de Raad en een Magistraat-Assessor. Deze waakt over de onpartijdigheid en over de rechten van elke betrokkene.

De Onderzoekscommissie beschikt over ruime onderzoeksmogelijkheden. Ook derden kunnen gehoord worden en - indien nodig - kunnen deskundigen aangesteld worden. Nadat de Onderzoekscommissie haar onderzoek heeft afgerond, geeft het zijn dossier door aan de Provinciale Raad.


3. De Provinciale Raad

De Raad oordeelt of er tegen de arts wel voldoende bezwaren bestaan. Zo niet, dan deelt zij dit mee aan de klager. Zo ja, dan wordt de geneesheer opgeroepen om zich te verdedigen. De klager wordt zelf niet uitgenodigd op de zitting van de Provinciale Raad.


Koninklijk Besluit van 6 februari 1970 tot regeling van de organisatie en de werking der raden van de Orde der geneesheren:

" HOOFDSTUK VI. - Procedure voor de provinciale raden.
Art. 24. In al de gevallen waarin een onderzoek wordt bevolen ten laste van een geneesheer wordt deze ervan zo spoedig mogelijk in kennis gesteld.
Na sluiting van het onderzoek, brengt de voorzitter de zaak op de agenda van één der eerstkomende vergaderingen van de raad.
Nadat de verslaggever zijn rapport heeft voorgelezen, oordeelt de raad bij een met redenen omklede beslissing, of de zaak zonder gevolg mag worden gelaten, of een aanvullend onderzoek moet worden ingesteld, dan wel of de geneesheer voor zijn gerecht moet verschijnen".

Nadat de betrokken arts (vaak bijgestaan door een advocaat) voor de Raad werd gehoord, beslist de Raad of de arts een deontologische fout heeft begaan. Is er geen sprake van een deontologische fout, dan betekent dit de vrijspraak. In het andere geval wordt er een sanctie opgelegd. Er zijn verbale sancties (zoals een loutere vermaning); maar de sanctionering gaat tot de schorsing, waardoor de arts van 1 dag tot 2 jaar geen geneeskunde meer mag uitoefenen, en zelfs tot de volledige schrapping van de lijst.

Art. 16 Koninklijk Besluit nr. 79 van 10 november 1967: "De provinciale raad kan de volgende sancties opleggen : waarschuwing, censuur, berisping, schorsing in het recht de geneeskunde uit te oefenen gedurende een termijn die twee jaar niet mag te boven gaan en schrapping van de lijst der Orde".


2. Klachten betreffende de wet op de rechten van de patiënt

Bij schending van het medisch beroepsgeheim, bij weigering door een arts om u bepaalde medische informatie over te maken, e.d. : Federale Ombudsdienst “Rechten van de patiënt”, Eurostation blok 2, Victor Hortaplein 40 bus 10, 1060 Brussel – www.health.fgov.be, rubriek “Patiëntenrechten - sylvie.gryson@health.fgov.be - tel. : 02 / 524 85 20 (ook antwoordapparaat) – fax : 02 / 524 85 38. De Nederlandstalige ombudsvrouw is Mevr. Sylvie GRYSON.

 

 

B. HET GERECHT


3. Klacht over seponeringen*

Bvb. : “Het is werkelijk onbegrijpelijk dat het Parket* tegenpartij niet vervolgt voor zijn zware verkeersinbreuk”. De seponering betreft een soevereine beslissing van het Parket op grond van de gekende elementen en in functie van de prioriteiten van het vervolgingsbeleid.

De benadeelde kan overigens steeds zelf de zaak aanhangig maken bij de Strafrechtbank, door middel van rechtstreekse dagvaarding of d.m.v. klacht bij de onderzoeksrechter (dus via zijn advocaat).

Zie hierover Procedures, onder nr 7 en ook nr 2.


4. Klachten over geldboetes
* en strafrechtelijke vonnissen.

Ook hiervoor dient u zich te wenden tot uw advocaat, die de nodige gerechtelijke procedures zal voeren, vaak op kosten van uw rechtsbijstandsverzekeraar.


5. Klachten betreffende de werking van het gerecht

Zich wenden tot de Hoge Raad van Justitie (via www.hrj.be) en dan rubriek "contact".

Maar gaat het om een lopende procedure: uw advocaat raadplegen.

 

6. Klachten over / tegen uw advocaat

6.1 Wanneer uw advocaat zijn werk niet naar behoren heeft verricht en wanneer u daardoor een nadeel lijdt, dan kan u klacht tegen deze advocaat neerleggen bij de Stafhouder, zetelend op het adres van de Rechtbank van Eerste Aanleg van elk rechtsgebied. Ga naar

- http://www.advocaat.be/page.aspx?pId=565&mIda=381&mIdb=0&mIdc=0&mIdd=0 (ofwel naar www.advocaat.be , klik "Lokale balies" aan, en u vindt zo de contactgegevens van de bevoegde Stafhouder)

of

- http://advocaat.dmenp.be/Page.aspx?genericid=55.

Formuleer uw klachtbrief duidelijk (zie de tips in het bovenkader).

Art. 458 Gerechtelijk Wetboek (Ingevoegd in juni 2006, inwerkingtreding 01-11-2006): "§ 1. De stafhouder ontvangt en onderzoekt de klachten tegen de advocaten van zijn Orde. Om ontvankelijk te zijn, moeten klachten schriftelijk worden ingediend, moeten ze ondertekend en gedateerd zijn, en moeten ze de volledige identiteit van de klager bevatten. De stafhouder kan eveneens ambtshalve of op schriftelijke aangifte door de procureur-generaal een onderzoek instellen.
De stafhouder leidt het onderzoek of stelt een onderzoeker aan, wiens taken en bevoegdheden hij omschrijft. De klager en de advocaat die het voorwerp uitmaakt van het onderzoek, worden van de instelling van het onderzoek schriftelijk op de hoogte gebracht.
De klager heeft het recht om tijdens het onderzoek gehoord te worden en kan, in voorkomend geval, bijkomende informatie en bewijsstukken verschaffen.
De verklaringen van de klager, van de advocaat en van de getuigen worden opgetekend in een proces-verbaal. De gehoorde personen ontvangen op hun verzoek een afschrift van het proces-verbaal van hun verklaringen.
De advocaat die het voorwerp uitmaakt van een tuchtonderzoek, kan zich tijdens het onderzoek laten bijstaan door de advocaat van zijn keuze, maar kan zich niet laten vertegenwoordigen.
§ 2. De stafhouder die na het onderzoek oordeelt dat er redenen bestaan om de advocaat te laten verschijnen voor de tuchtraad, zendt het dossier samen met zijn met redenen omklede beslissing over aan de voorzitter van de tuchtraad, zodat deze de tuchtraad kan samenroepen overeenkomstig de bepalingen van artikel 459. Hij brengt de advocaat en de klager hiervan op de hoogte.
Is de stafhouder van mening dat de klacht onontvankelijk, ongegrond of van onvoldoende gewicht is, dan brengt hij de klager en de advocaat hiervan schriftelijk op de hoogte. De klager kan de beslissing binnen drie maanden betwisten bij een ter post aangetekende brief gericht aan de voorzitter van de tuchtraad.
De advocaat of de klager kan zich eveneens tot laatstgenoemde richten binnen dezelfde termijn en op dezelfde wijze indien de stafhouder binnen een termijn van zes maanden na het indienen van de klacht geen beslissing tot buitenvervolgingstelling of tot vervolging heeft genomen
".

De Stafhouder zal u - wellicht schriftelijk - de nodige inlichtingen geven; indien het blijkt te gaan om een werkelijk conflict met uw raadsman zal de Stafhouder bemiddelen of u doorverwijzen. In bepaalde gevallen kan de Stafhouder de tuchtrechtelijke procedure voor de Raad van de Orde opstarten.

Uw advocaat heeft trouwens een verzekering voor zijn beroepsaansprakelijkheid gesloten; hij zal dus niet met zijn eigen geld uw schade moeten vergoeden.

Bij voorbeeld: uw advocaat is vergeten hoger beroep aan te tekenen; u moet een vergoeding aan de andere partij betalen wegens een tergende en roekeloze procedure (terwijl uw advocaat integendeel had laten verstaan dat de procedure goede kansen op slagen had); uw advocaat heeft vergeten bepaalde bewijsstukken te gebruiken en zo heeft u de zaak verloren of zo heeft u niet de volledige vergoeding van uw schade bekomen.

6.2 Wanneer het gaat om een werkelijk ernstige misdraging (inbreuk op een essentiële deonthologische regel , op een ernstige strafrechtelijke bepaling, of dergelijke) zal uw advocaat via zijn Stafhouder een sanctie oplopen. Er zijn meerdere sancties mogelijk (verwittiging, blaam, schorsing - zijnde het niet meer mogen uitoefenen van het beroep gedurende een zekere periode -, of desnoods zelfs definitieve schrapping - zijnde het nooit meer mogen uitoefenen van het beroep van advocaat -).

Art. 460 Gerechtelijk Wetboek (Ingevoegd in juni 2006, inwerkingtreding 01-11-2006): "De tuchtraad kan bij een met redenen omklede beslissing, naar gelang van het geval, waarschuwen, berispen, schorsen voor een termijn van ten hoogste één jaar, schrappen van het tableau, van de lijst van advocaten die hun beroep uitoefenen onder de beroepstitel van een andere lidstaat van de Europese Unie of van de lijst van stagiairs. Iedere advocaat die voor de tweede maal geschorst wordt, kan krachtens dezelfde beslissing worden geschrapt van het tableau, van de lijst van advocaten die hun beroep uitoefenen onder de beroepstitel van een andere lidstaat van de Europese Unie of van de lijst van stagiairs".

De volgende Disciplinaire of Tuchtraden bestaan in Vlaanderen:

Tuchtraad voor advocaten
Nederlandstalige Ordes rechtsgebied BRUSSEL
Koningsstraat 148
1000 Brussel

Tuchtraad voor advocaten
Ordes rechtsgebied GENT
Gerechtsgebouw, lokaal 17 (gelijkvloers)
Koophandelsplein 23
9000 Gent

Tuchtraad voor advocaten
Ordes rechtsgebied ANTWERPEN
Bolivarplaats 20/17
2000 Antwerpen

Tuchtraad van beroep
Koningsstraat 148
1000 Brussel.

6.3 Elke advocaat moet zijn ereloon begroten op verantwoorde en niet-overdreven wijze.

Art. 446ter Gerechtelijk Wetboek (Ingevoegd in juni 2006, inwerkingtreding 01-11-2006): "De advocaten begroten hun ereloon met de bescheidenheid die van hun functie moet worden verwacht. Een beding daaromtrent dat uitsluitend verbonden is aan de uitslag van het geschil, is verboden.
Ingeval het ereloon niet met een billijke gematigdheid is vastgesteld, wordt het door de raad van de Orde verminderd, met inachtneming onder meer van de belangrijkheid van de zaak en van de aard van het werk, onder voorbehoud van de teruggave die hij beveelt, indien daartoe grond bestaat, dit alles onverminderd het recht van de partij om zich tot het gerecht te wenden indien de zaak niet aan een scheidsgerecht is onderworpen.
Wordt de zaak voor de rechtbank gebracht, dan wordt zij in openbare zitting behandeld, tenzij de partijen eenstemmig vragen dat zij in raadkamer wordt behandeld
".

 

Wanneer u niet akkoord kan gaan met het ereloon aangerekend door uw advocaat, dan kan u via zijn Stafhouder vragen om te oordelen over dit ereloon.

a. Acht u de staat van kosten en ereloon van uw advocaat te hoog, dan kan u de bemiddelingsdienst van de Balie vragen om te verzoenen. Een andere advocaat, lid van de Raad van de Orde, zal bemiddelen om een minnelijke regeling na te streven.

b. Als alternatief kan u vragen dat een 'Arbitragecommissie' (of Taxatiecommissie) oordeelt over het dossier en het gevraagde ereloon bevestigt dan wel vermindert.

Verloop :
1° uw raadsman en uzelf moeten eerst een overeenkomst tot arbitrage ondertekenen; de formulieren daarvoor zijn ter beschikking op het secretariaat van de balie;
2° de ondertekende overeenkomst wordt daarna op het secretariaat van de balie ingediend;
3° beide partijen worden vervolgens schriftelijk opgeroepen om te verschijnen voor de Arbitragecommissie;
4° zij mogen hun argumenten uiteenzetten voor deze commissie;
5° tenslotte wordt de zaak in beraad genomen (om te beslissen over de toe te kennen som voor het ereloon en de kosten).

De uitspraak van de Arbitragecommissie is definitief en niet vatbaar voor hoger beroep.

Deze commissie is samengesteld uit advocaten, die dus maar al te goed weten welke erelonen normaal zijn.

c. In geval het ereloon het voorwerp uitmaakt van een betwisting voor de Rechtbank kan u aan de Rechtbank " taxatie " vragen, wat inhoudt dat zij het (vrijblijvend) advies inwint van de Orde van Advocaten.

 


7. Klachten over / tegen een politie-agent :

wend u tot

  • zijn politiecommissaris

ofwel tot

  • het vast comité van toezicht op de politie, kortweg comité-P, via www.comitep.be , of via het klachtenformulier (of tel. 02/ 286 28 11, zijnde het centraal nummer van het parlement).

     

8. Klachten over een gerechtsdeskundige : zie mogelijke maatregelen tegenover een gerechtsdeskundige die niet naar behoren werkt.

 

 

C. DE OVERHEID


9. Klacht over een sociale dienst erkend door de Vlaamse Gemeenschap

Werd uw vraag niet beantwoord, uw bezwaarschrift onterecht afgewezen, uw aanvraag nog steeds niet behandeld, uw tegoed nog niet terugbetaald, ...?

1° U stapt met uw opmerking, vraag of klacht eerst naar de ambtenaar die uw dossier behandelt.

2° Is het probleem daarmee niet opgelost, dan wendt u zich tot de klachtenbehandelaar van de dienst: door middel van een e-mail naar http://start.vlaanderen.be/contact.php vraagt u zijn gegevens op, of bel gratis naar 1700.

3° Mocht u dan nog niet geholpen zijn, dan klopt u aan bij de Vlaamse Ombudsdienst. Daar kunt u niet langer terecht met alle klachten, maar alleen met klachten die niet op de betreffende dienst zelf uitgeklaard konden worden. Neem dus pas na stappen 1° en 2° contact op met de Vlaamse Ombudsdienst, zijnde:

De Vlaamse Ombudsman, Leuvenseweg 86, 1000 Brussel – www.vlaamseombudsdienst.be - klachten@vlaamseombudsdienst.be of info@vlaamseombudsdienst.be -
tel. : 02 / 552 48 48 of gratis nummer : 0800 / 24 00 50 (van 9 tot 18 uur, behalve vrijdag tot 17 uur) – fax : 02 / 552 48 00.
Voor alle soorten niet-opgeloste klachten tegen een Vlaamse Overheidsdienst (inbegrepen bouwvergunningen, studiebeurzen, …).

 


10. Belgische Ombudsdienst

voor klachten over één van de verschillende ministeries, over het RIZIV of andere parastatalen, e.d. : College van de Federale Ombudsmannen, Hertogstraat 43, 1000 Brussel – www.mediateurfederal.be - email@federaalombudsman.be - tel. : 02 / 289 27 27 (9-12 uur en 14-17 uur) – fax : 02 / 289 27 28.

 

11. Voor een verkeerde berekening van de pensioenen : Ombudsdienst Pensioenen, WTC III, Simon Bolivarlaan 30 bus 5, Ombud.pen@skynet.be - www.mediateurpensions.be - tel. : 02 / 274 19 80 (9 tot 17 uur) – fax : 02 / 274 19 99.

 


D. ANDERE KLACHTEN

12. Een klacht tegen een verzekeringsmaatschappij

Een klacht tegen een verzekeringsmaatschappij, zoals tegen uw rechtsbijstandsverzekeraar* of de B.A.-verzekeringsmaatschappij*, kan het best worden gericht tot : VZW Ombudsdienst voor Verzekeringen

Tot eind 2006 kon men bij drie verschillende diensten klacht indienen tegen een verzekeringsmaatschappij, nl. 1° de Federale Overheidsdienst Economie, 2° de dienst Consumentenzaken van de Commissie voor Bank-, Financie- en Assurantiewezen (CBFA), en 3° de Ombudsman voor de Verzekeringen.
Deze drie diensten zijn - helaas - thans versmolten, tot voormelde VZW “Ombudsdienst Verzekeringen”.

Op 21 juni 2006 werd een Koninklijk Besluit uitgevaardigd tot wijziging van het Koninklijk Besluit van 22 februari 1991 betreffende de controle op de verzekeringsondernemingen (en van twee andere K.B.’s) ; bij dit K.B. wordt de mogelijkheid om nog klacht in te dienen bij het C.B.F.A. afgeschaft en worden de belangrijkste taken van VZW Ombudsdienst Verzekeringen omschreven als volgt :

1° alle klachten van de verzekerden en andere betrokkenen bij de uitvoering van de verzekeringsovereenkomst te onderzoeken, inzover deze klachten betrekking hebben op activiteiten van een verzekeringsonderneming of een verzekeringstussenpersoon in België of in een ander land van de Europese Economische Ruimte ;

2° na de kennisname van een dergelijke klachten bemiddelen om tot een minnelijke schikking te kunnen komen.

VZW Ombudsdienst Verzekeringen heeft derhalve geen bevoegdheid om echt te sanctioneren (zoals het C.B.F.A. wel kon). Bovendien zetelt de VZW op hetzelfde adres als de vroegere Ombudsman van de Verzekeringen (die een bediende was van de Vereniging van de Belgische Verzekeringsmaatschappijen…). De vraag rijst dan ook hoe ernstig de klachten van verzekerden en andere betrokkenen worden afgehandeld; onze VZW ontvangt hierover toch vrij regelmatig negatieve geluiden…
Ter illustratie: ombudsman Josette Van Elderen relativeerde het totale aantal klachten in 2010: '3.786 klachten is eigenlijk weinig in het licht van de honderdduizenden afgesloten verzekeringen, het grote aantal uitgekeerde schadegevallen en aangepaste contracten.' (De Standaard, 5 mei 2011).

Assuralia (het vroegere BVVO, Belgisch Verbond van Verzekeringsondernemingen) heeft 'Gedragsregels voor klachtenmanagement in de verzekeringsondernemingen' opgesteld, midden 2008. Deze tekst voorziet richtlijnen voor de verzekeringsmaatschappijen ingeval van een klacht vanwege een verzekerde of een verzekeringstussenpersoon. De definitie van een 'klacht'': "Elke uiting van ontevredenheid, met betrekking tot de verzekeringsactiviteiten van de onderneming, waarop impliciet of expliciet een antwoord wordt verwacht". Bijvoorbeeld: de dossierbeheerder bij uw verzekeringsmaatschappij doet niet wat hij moet doen/ uw rechtsbijstandverzekeraar weigert tussen te komen na een schadegeval/ u gaat niet akkoord met het bedrag van de vergoeding/ uw makelaar heeft een zware fout begaan. Wel wordt aan de verzekerde die klaagt verzocht in eerste instantie de klacht te formuleren bij de persoon over wie men ontevreden is of bij diens overste; volgt daarop geen passende reactie dan kan men bij de Ombudsdienst van de Verzekeringen terecht.

Men kan bij de Ombudsdienst op 4 verschillende manieren klacht indienen:

-per brief aan Ombudsman van de Verzekeringen, de Meeûsplantsoen 35, 1000 Brussel;
-per fax 02/ 547.59.75;
-per e-mail naar info@ombudsman.as
-via het standaardformulier

Per telefoon (02/547.58.71) kan je de eerste informatie bekomen.


13. Een klacht tegen een journalist (verkeerde berichtgeving, schending privacy,...): Raad voor de Journalistiek,Residence Palace, blok C, lokaal 3/217, Wetstraat 155, 1040 Brussel - helplijn (op maandag, dinsdag, woensdag en donderdag, van 9 uur tot 12.30 uur): 02/230.27.17 - klacht indienen (in principe gratis): zie www.rvdj.be .

 

14. Klachten die slaan op een misdrijf* - zoals een verkeersinbreuk, al dan niet opzettelijke verwondingen, diefstal, en zo meer-. Daarvoor wendt u zich tot de politie en/of uw advocaat.

 

 

 

Vooraleer verdere stappen te ondernemen kan u de voorgenomen klacht best eerst voorleggen aan uw advocaat. Zeker wanneer men kwaad is.
Welke bewijzen zijn er? Is het nastreven van een minnelijke regeling niet meer aangewezen dan een klacht? Wat zal het normale eindresultaat zijn, enerzijds tegenover de aangeklaagde en anderzijds wat de nadelen voor uzelf zijn (kosten, tijdverlies, problemen, reactie van de aangeklaagde,...).
Maar bestaat er één goede reden om klacht neer te leggen, wacht daarmee dan niet!

 

Het staat u vanzelfsprekend steeds vrij om via gerechtelijke weg vergoeding te vorderen voor de schade veroorzaakt door uw arts, de politieagent, uw advocaat, ...

 

 

 

 

Zie ook :

NUTTIGE ADRESSEN

en

LINKS

 

 

 

Je wordt lid voor een heel jaar door storting van slechts 15 €.
Lidgelden zijn onze enige bron van inkomsten!
Word lid van de V.Z.W. Verkeersslachtoffers door storting van slechts 15 € op bankrekening 979-9574501-24 (IBAN: BE81 9799 5745 0124 - BIC: ARSPBE22).


Met een kleinere bijdrage helpt u onze vzw ook al.

 

 

 
 
   
Naar pagina top
Uw rechtsbijstandsverzekering dekt alle kosten van Uw verdediging
 
HZetel: Persijzerstraat 77, 9080 Lochristi
Etienne Verniers van 10 tot 22 uur
H 
09/ 339 17 30
H
Hbijstand@verkeersslachtoffers.be
0473/ 38 00 88
H