<%@LANGUAGE="JAVASCRIPT" CODEPAGE="1252"%> juridische medische voertuigdeskundige
 
V.Z.W. VERKEERSSLACHTOFFERS
Vereniging voor bijstand na een ongeval
Word geen tweede keer slachtoffer! Vraag tijdig Inlichtingen! Wij helpen U verder!
Juridisch - Voertuigtechnisch - Medisch
 
- Naar HOMEPAGE
Doel   E-mail Contactpersonen Woordenlijst A-D / E-O / P-Z
Tips na een ongeval
Procedures
Vergoedingen
 
Voertuigschade
Lichamelijke schade
Psychologische hulp
 
Klachten
Adressen
Links
 
Woordenlijst
Heet van de naald
 
Inhoudstafel
 
E-mail onze V.Z.W.

U HELPEN

WAT DOEN WIJ IN DE PRAKTIJK?

ONS DOEL (Klik hier)

U HELPEN

 

De V.Z.W. Verkeersslachtoffers wil verhinderen dat een slachtoffer van een verkeers-, arbeids- of ander ongeval nogmaals, een tweede keer, slachtoffer wordt, nl. op het gebied van de schadevergoeding.

ALS U EEN TWEEDE KEER SLACHTOFFER WORDT IS DIT WEL AAN UZELF TE WIJTEN.

De VZW heeft haar doelstelling ruim gezien. Zij heeft zich begrijpelijkerwijze georganiseerd overeenkomstig de soorten vragen vanwege de betrokkenen bij een ongeval.

Deze vragen kunnen voor het overgrote deel worden onderverdeeld in de volgende vier categorieën:


A. vragen van algemene aard, zoals:

  • wat doe ik het best onmiddellijk na het ongeval, in het bijzonder om het bewijs te leveren van de fout van tegenpartij en van de omvang van mijn schade? - zie Tips na een ongeval

  • welke raadsgeneesheer, advocaat, of voertuigexpert kan ikzelf het best aanstellen om het standpunt van de verzekeringsmaatschappij na te zien en om eventueel verdere stappen te ondernemen?

B. problemen van juridische aard, zoals:

  • in welke gevallen heb ik recht op vergoeding ? - zie Vergoedingen

  • in welke mate dien ik het voorstel tot schaderegeling vanwege de verzekeringsmaatschappij te
    betwisten, en hoe dient dit te gebeuren ? Met andere woorden, hoe kan ik mijn rechten op volledige schadevergoeding veilig stellen? - zie
    Uw eigen raadsgeneesheer (voor lichamelijke schade) en/of De zienswijze van de verzekeringsexpert betwisten (voor voertuigschade)

  • wie is aansprakelijk voor het ongeval, gelet op alle gegevens ?
  • als ik een verkeersovertreding heb begaan, welke geldboete riskeer ik? - zie Bestraffing

  • kan ik werkelijk volkomen kosteloos procederen, nu ik dekking in rechtsbijstand geniet? - zie Uw advocaat , nr 18 tot 20

 

C. vragen van medische aard, zoals:

  • hoe komt het dat de raadsgeneesheer* van de arbeidsongevallenverzekeraar of van de B.A.-verzekeraar* soms een veel te laag percentage voor de blijvende arbeidsongeschiktheid toekent?

  • hoe kan ik mij verdedigen tegen de raadsgeneesheer van de verzekeringsmaatschappij? - zie Uw eigen raadsgeneesheer

 

D. vragen voor een voertuigdeskundige, zoals:

  • moet ik aanvaarden dat mijn voertuig als een totaal verlies wordt beschouwd en dus niet mag worden hersteld ? (Of omgekeerd:) kan ik ertoe worden verplicht om mijn voertuig te laten herstellen, hoewel het zeer zwaar beschadigd is?

  • wat moet ik doen als de expert van de verzekeringsmaatschappij een herstellingsprijs verdedigt die lager ligt dan de prijs die volgens mijn garagist nodig is om een degelijke herstelling uit te voeren? - zie Hoe kan u de zienswijze van de verzekeringsexpert betwisten ?

  • is het juist dat bij totaal verlies een berekening mag worden gemaakt op basis van de werkelijke aankoopprijs, dus niet op basis van de aankoopwaarde, en dat bovendien geen rekening moet worden gehouden met de B.T.W.? - zie Enkele bijzondere voertuigschadeposten


De hierboven staande vragen worden beantwoord op onze website. Voor meer concrete vragen zal u zich uiteraard moeten wenden tot de V.Z.W. zelf. Deze zal u mogelijks moeten doorverwijzen naar een meer gespecialiseerde persoon (geneesheer, voertuigdeskundige, advocaat, ...).

 

De V.Z.W. is telefonisch bereikbaar van 10 tot 22 uur:


09/ 339 17 30

of 0473/ 38 00 88

 

ONS DOEL

 

Ons hoofddoel, beknopt: wij willen verhinderen dat u een te lage schadevergoeding ontvangt.

 

Als je akkoord gaat met een te lage schadevergoeding, is dit dan ook de schuld van de aanrijder?

 

De statuten van onze V.Z.W. (zoals gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 28 september 2000) omschrijven het doel van de V.Z.W. als volgt:

Het verstrekken van inlichtingen en het verlenen van bijstand aan personen die betrokken zijn geweest bij een ongeval.

Deze personen zijn voornamelijk dezen die wegens een verkeersongeval recht hebben op vergoedingen voor de door hen geleden schade (voertuigschade, lichamelijke schade, uitgaven t.g.v. het ongeval, en zo meer), en dezen die wegens een arbeidsongeval gerechtigd zijn op de wettelijk voorziene uitkeringen.

De V.Z.W. geeft daarenboven informatie en bijstand aan personen die strafrechtelijk en/of burgerrechtelijk verantwoordelijk worden gesteld voor het ongeval, die het slachtoffer zijn geworden van een medische fout, …

 

e-mail ons uw vragen (zelfs anoniem) -

wij antwoorden u zo spoedig mogelijk!

 

BESEF: u heeft recht op volledige vergoeding van alle geleden schade!

Geen kluitje in het riet, geen ootje, geen in de doeken...

 

 

V.Z.W. VERKEERSSLACHTOFFERS kan jullie enkel helpen dankzij onze bereidwillige medewerkers die zich kosteloos inzetten. Onze V.Z.W. ontvangt geen enkele subsidie noch sponsoring. Onze enige inkomsten zijn de lidgelden. Op vandaag tellen wij minder dan 10 leden.

Je wordt lid (voor een jaar) door storting van slechts 15 € op bankrekening 979-9574501-24 (IBAN: BE81 9799 5745 0124 - BIC: ARSPBE22).

Waardeer jij ons bestaan ? Wij verzoeken elke sympathisant om lid te worden. Enkel door deze - minder dan 10 - leden kunnen we overleven, wat tot nu net gelukt is.

Door het lidgeld word je tevens op de jaarlijkse Algemene Vergadering uitgenodigd en gehoord.

 

 

 

De V.Z.W. Verkeersslachtoffers ijvert ook voor allerlei wetswijzigingen.

 

Zo heeft zij naar de bevoegde instanties geschreven om de volgende wijzigingen aan de wet te vragen:

1. Bij een arbeidswegongeval (zijnde een verkeersongeval van of naar het werk) bekomt het slachtoffer - hierna A genoemd - een lagere vergoeding dan indien het niet zou gaan om een arbeidsongeval. Dit lijkt toch niet rechtvaardig te zijn. Meerbepaald moet A zich tevreden stellen met de forfaitaire vergoeding van zijn professionele schade volgens het arbeidsongevallenrecht en mag hij voor deze schadepost dus niet de integrale (en hogere) schadeloosstelling volgens het gemeen recht (dus volgens art. 1382 B.W.) vorderen. Deze regeling is opvallend nadelig voor personen die minder dan 5 % B.A.O. hebben; dan zal A niet alleen de plafonnering van de berekeningsbasis (het basisloon) ondergaan, maar ook de halvering van de arbeidsongevallenuitkeringen (ingevolge een besparingsmaatregel).

Voorstel van VZW Verkeersslachtofers: het slachtoffer van een arbeidsongeval bekomt steeds volledige vergoeding van zijn schade volgens het gemeen recht. De plafonnering van het basisloon en zeker de vermindering met 50% (tot minder dan 5% BAO) en met 25% (van 5 tot minder dan 10 % BAO) moeten worden afgeschaft.

2. Wat de gerechtelijke expertise betreft moet worden geconstateerd dat de rechtbanken nog vaak een expert als gerechtsdeskundige aanstellen die daarbuiten dag in dag uit werkt voor de vergoedingsplichtige verzekeringsmaatschappij, dus voor de tegenpartij van de benadeelde. Vele benadeelden ervaren het, begrijpelijkerwijze, als onrechtvaardig dat hun schadevergoeding wordt bepaald door een verzekeringsdeskundige, zijnde een persoon wiens inkomen vooral afkomstig is van degene die moet betalen.

Hoe onafhankelijk kan zo een persoon zijn ?

Een concreet voorbeeld. A wordt aangereden door B, die niet tijdig heeft geremd. BM, de verzekeringsmaatschappij van B, heeft drie voertuigexperten als bedienden in dienst, en doet daarnaast regelmatig beroep op B.V.B.A. Expertisegroep BE. De voertuigexpert-bediende van BM raamt de vervangingswaarde van de totaal vernielde auto van A op 10.000 euro. A gaat daarmee niet akkoord en stapt naar de rechter. Deze stelt de zaakvoerder van BE aan als gerechtsdeskundige, en aldus wordt het standpunt van BM, dus t.b.v. 10.000 euro, bevestigd.

Soortgelijke omstandigheden komen uiteraard ook voor bij de aanstelling van een gerechtsdeskundige-geneesheer, die de lichamelijke schade van het slachtoffer moet evalueren.

De huidige regeling voorzien in art. 966 e.v. Ger.W. (betreffende de wraking) voldoet zeker niet; de gronden van wraking zijn al te beperkt en worden door de rechtspraak bovendien te restrictief geïnterpreteerd om voormelde belangenvermenging te vermijden.

De rechters willen overigens soms niet inzien dat het niet aangewezen is om als gerechtsdeskundige een persoon te benoemen die zijn hoofdinkomen behaalt bij de vergoedingsplichtige tegenpartij ; zij merken trouwens op dat zij onmogelijk van al die experten kunnen weten voor welke maatschappijen zij werken.


De meeste praktische oplossing wordt dan ook gevonden in de volgende reglementering : de aangestelde gerechtsdeskundige moet vóór (of ten laatste tezelfdertijd als) de aanvaarding van zijn gerechtelijke opdracht schriftelijk bevestigen dat hij in de 12 maanden voorafgaand aan het vonnis waarbij hij is aangesteld noch rechtstreeks noch onrechtstreeks een expertise-opdracht heeft aanvaard voor één van de partijen of voor één van de vergoedingsplichtige verzekeringsmaatschappijen betrokken in deze zaak. Heeft hij daarentegen wel minstens één expertise-opdracht in voormelde periode verricht voor één van de betrokkenen, dan moet hij zijn gerechtelijke opdracht weigeren (zoals voorzien in art. 967 Ger.W.). Er kan een uitzondering worden voorzien voor het geval dat alle partijen in het geding expliciet laten weten dat zij zijn aanstelling toch aanvaarden. Ingeval de aangestelde expert liegt (en dus tegen de werkelijkheid in beweert dat hij geen expertise-opdrachten heeft verricht voor een betrokkene) stelt hij zich bloot aan strafrechtelijke vervolging.


3. Enkele jaren geleden werd in de wet op de landverzekeringsovereenkomst de volgende rechtsregel opgenomen (art. 84 W.L.O.) : een kwitantie betekent voor de benadeelde niet dat hij van zijn rechten afziet, en zij moet in elk geval de bestanddelen van de schade vermelden. De verzekeringsmaatschappijen omzeilen deze regel thans door aan de benadeelde niet meer een kwitantie maar wel louter een dading voor te leggen ; deze dading ontsnapt aan voormelde regeling voor de kwitanties en legt op defintieve wijze de rechten van de benadeelde vast. Wanneer deze een dading t.b.v. een zekere som, bvb. 10.000 euro, ondertekent kan hij nadien nooit meer een hogere vergoeding vorderen.

Derhalve zou ook de dading wettelijk moeten worden geregeld. Zo kan worden voorzien dat de dading nauwgezet alle bestanddelen van de schadevergoeding moet bevatten en dat de benadeelde voor alle bestanddelen die niet expliciet zijn opgesomd later toch nog schadevergoeding kan vorderen.

Het zou uiteraard nog beter zijn dat een definitieve minnelijke regeling aangaande blijvende lichamelijke schade enkel geldig zou zijn nà instemmend advies vanwege een vrij gekozen advocaat, op kosten van de verzekeraar. Maar wellicht is dit te hoog gegrepen…

4. De voorwaarden onder dewelke de verzekeringsmaatschappij regres (of verhaal) mag uitoefenen moeten strenger worden gemaakt. Een voorbeeld : een jongen van 16 jaar rijdt met een bromfiets die in feite 50 km/uur kan rijden, zodat het in werkelijkheid gaat om een motorfiets ; hij is door dit feit niet meer geldig verzekerd en hij zal bij een aanrijding door zijn onvoorzichtigheid alles uit zijn eigen zak moeten betalen. Een soortgelijk voorbeeld : indien een jongere van 17 jaar met zijn bromfiets een vriend vervoert kan hij hierdoor geen verzekeringsdekking meer genieten, aangezien men 18 jaar moet zijn om een andere persoon te vervoeren per bromfiets.

Het spreekt vanzelf dat het hier gaat om onrechtvaardige toestanden in het voordeel van de verzekeringsmaatschappij.

Ter vergelijking : wanneer iemand dronken aan het stuur zit en daarbij een verkeersongeval begaat, moet de verzekeringsmaatschappij volgens de huidige wetgeving wel alle schade vergoeden aan de benadeelden en kan zij enkel maar de schadevergoeding terugvorderen indien zij bewijst dat de bestuurder wel degelijk dronken was (en dus niet enkel onder invloed van drank) en dat bovendien deze dronkenschap de werkelijke oorzaak van het ongeval is. Dus iemand die na alcoholinname achter het stuur van een wagen kruipt geniet een betere bescherming tegen de terugvordering van de verzekeringsmaatschappij dan een jongere die rijdt met een iets te rap rijdende bromfiets of met een passagier ; in dergelijke gevallen moet de verzekeringsmaatschappij zelfs niet bewijzen dat er een oorzakelijk verband bestaat met het ongeval.

Ons voorstel: regres wordt enkel toegestaan als de inbreuk de hoofdoorzaak van het verkeersongeval uitmaakt. Als bijvoorbeeld het ongeval voortvloeit uit de te jonge leeftijd, dus voornamelijk uit een gemis aan rij-ervaring, dan kan het verhaalsrecht worden uitgeoefend door de verzekeraar.

5. Een brandend probleem betreft de verhouding tussen de rechtsbijstandsverzekeraars en de advocaten. Het is begrijpelijk dat een rechtsbijstandsverzekering zo weinig mogelijk uitgaven wil doen (om alzo voldoende - of nog meer - winst te behalen). Maar de laatste jaren moet men vaststellen dat heel wat rechtsbijstandsverzekeraars de tussenkomst van een advocaat blijven weigeren, zodat de benadeelde geen onafhankelijk en degelijk advies omtrent zijn rechten (vooral op schadevergoeding) kan bekomen.

Doorgaans argumenteert de rechtsbijstandsverzekeraar dat zijzelf het nodige doet, zodat de tussenkomst van een advocaat overbodig is.

Maar logischerwijze dient men het volgende voor ogen te houden :

a. voor de rechtsbijstandsverzekeraar is een goede zaak deze die zo spoedig mogelijk wordt afgesloten, ongeacht het behaalde resultaat voor de benadeelde-verzekerde ; m.a.w., hoe minder kosten zij moet maken hoe beter ;

b. zij bezit bovendien heel wat minder kennis en ervaring inzake de passende schadevergoeding dan een advocaat die gespecialiseerd is in de materie ;

c. art. 93 van de wet op de landverzekeringsovereenkomst voorziet dat de benadeelde het advies mag inwinnen van een advocaat, op kosten van de rechtsbijstandsverzekeraar; maar deze weigert vaak om deze rechtsregels na te leven, dus om het ereloon voor het advies te betalen.

Op die wijze moet de benadeelde zich de laatste tijd vaak tevreden stellen met een te lage schadevergoeding. In dit kader kan erop worden gewezen dat het aantal rechtszaken aangaande de schadevergoeding ingevolge een verkeersongeval zeer sterk is gedaald op een tweetal jaren tijd, wellicht naar minder dan de helft dan vóór een vijftal jaren…

Het past rekening te houden met de vaststelling dat de tussenkomst van een advocaat hoge uitgaven met zich meebrengt, zodat deze enkel maar in bepaalde gevallen gerechtvaardigd zijn, maar tezelfdertijd dient men voor ogen te houden dat de polisvoorwaarden en art. 93 van de wet op de landverzekeringsovereenkomst moeten worden nageleefd door de rechtsbijstandsverzekeraar.

 

Wij stellen het volgende voor:

  • Het zou aangeraden zijn dat de wetgever optreedt om nog duidelijker te stellen dat elke benadeelde automatisch zijn zaak mag voorleggen aan een advocaat, die adviseert over de passende schadevergoeding, en dit op kosten van de rechtsbijstandsverzekeraar.
  • Tevens zou de vroegere Controledienst voor de Verzekeringsondernemingen, welke dienst ondertussen is opgenomen in het overkoepelende orgaan C.B.F.A. (en aan het afsterven is), in ere moeten worden hersteld. Integendeel zou deze controledienst moeten worden versterkt en doeltreffend (en kosteloos) moeten kunnen optreden bij gerechtvaardigde klachten van een verzekerde tegen zijn verzekeraar.

 

6. Gedurende lange tijd kon men met een klacht tegen een verzekeringsmaatschappij terecht bij een onafhankelijk orgaan, namelijk de Controledienst voor de Verzekeringsmaatschappijen. Deze dienst werkte goed. Maar ze werd afgeschaft. Voor een klacht omdat de verzekeringsmaatshappij haar contractuele verplichtingen niet naleeft, of dergelijke, moet men zich thans wenden tot een bediende van de verzekeringsmaatschappijen zelf, nl. de Ombudsman van het B.V.V.O. (Belgische Vereniging van de Verzekeringsondernemingen), thans "Assuralia" genoemd.

Het is meer dan nodig dat terug een onafhankelijke dienst voor klachten tegen verzekeringsmaatschappijen wordt opgericht (mét voldoende personen en middelen en met een afdoende sanctioneringsbevoegdheid).

 

WIE ZELF GOEDE DERGELIJKE VOORSTELLEN HEEFT KAN DEZE NAAR ONS e-mailen.

 

 

 

De V.Z.W. is telefonisch bereikbaar van 10 tot 22 uur:


09/ 339 17 30 of 0473/ 38 00 88

 

 

BEZOEK VERDER ONZE WEBSITE

- via de Inhoudstafel met hyperlinks

of

- via de navigatiebalk links bovenaan elke pagina.

 

 

Word lid van de V.Z.W. door storting van slechts 15 €/jaar op bankrekening 979-9574501-24 (IBAN: BE81 9799 5745 0124 - BIC: ARSPBE22).

 
   
Naar pagina top
HZetel: Persijzerstraat 77, 9080 Lochristi
Etienne Verniers van 10 tot 22 uur
H
H
09/ 339 17 30
H
H
0473/ 38 00 88
H