Lijst geitenrassen    Lijst schapenrassen   Geiten/Schapen in 't wild  Nieuwigheden op de site    Home-page 

Walliser zwarthalsgeit

De “gletsjer”-geit of “zadel”-geit uit het kanton Valais in Zwitserland is verschillend van andere Zwitserse geiten. Het grootste verschil zit hem in de lange, gebogen en lichtjes gedraaide horens. Alle andere Zwitserse geiten hebben kromzwaard- of sabelhorens. Ook het tweekleurig haarpatroon springt in het oog, net zoals dit van de Repartidageit in Brazilië. Het voorste gedeelte is zwart, de rest van de lange haren zijn wit. Het gewicht van de geit ligt tussen de 45 en  50 kg, dat van de bok ligt rond de 70 kg. De schofthoogte van de geit is 70 tot 80 cm, de bok wordt tussen de 75 en 85 cm groot.

Volgens sommige geschriften zou de origine van dit ras in Afrika liggen, ergens rond het einde van de 10de eeuw zouden ze in Zwitserland ingevoerd zijn via de immigratie van Afrikaanse volkeren. Daar zou het ras zich ontwikkeld hebben in het Zwitserse Unter- en Oberwallis. In de late negentiende eeuw was de gletsjergeit in grote getale aanwezig in de Rhône vallei. Eind van de jaren 60 was deze geit bijna uitgestorven, de Zwitserse populatie was gedaald tot 148 vrouwelijke dieren en 26 bokken. Gelukkig werd er tijdig gerealiseerd dat dit een stil en nuttig melkdier was met een mooi uiterlijk; een leuke attractie voor de toeristen. Rond 1973 was het aantal dieren verdubbeld. De daaropvolgende jaren werd de melkgift opgetrokken tot bijna 1400 kg in één lactatie. Momenteel worden ze meestal gehouden om hun decoratieve waarde, te vergelijken met de soortgelijke bagotgeit. Er zouden ongeveer 1600 dieren ingeschreven zijn in het stamboek (waarschijnlijk zijn er rond de 5000 dieren in totaal) met daarenboven nog een 300-tal raszuivere dieren die in Italië voorkomen, rond Novara, waar ze gekend zijn als de Vallesana.

De Walliser zwarthalsgeit is een sobere, zeer geharde geit, die gekend staat als een traaggroeiende geit. Nadat de dieren gemolken worden kunnen ze gemakkelijk de nacht doorbrengen in de bergen, al worden ze uiteraard niet gehouden voor de melkproductie. De melkopbrengst is beduidend lager dan bij andere geitenrassen het geval is.

De bok heeft lange gespreide horens, een kort voorhoofd, grove spieren, een heel lange dikke baard, weelderige haargroei op de nek en borst, dikwijls een kuif van lang haar op het voorhoofd en een lange snorbaard op de wangen. De geit heeft rozige horens, die dikwijls kort bij elkaar staan. De oren worden rechtopstaand of zijdelings gedragen.

In Zwitserland vertegenwoordigt de Walliser zwarthalsgeit het laagste aantal dieren, slechts rond de 2 % van het totaal aantal geiten.