Lijst geitenrassen    Lijst schapenrassen   Geiten/Schapen in 't wild  Nieuwigheden op de site    Home-page 

Belgisch melkschaap

 Het Belgisch melkschaap werd sterk beďnvloed
 door het Fries melkschaap en behoort tot de 
 groep van de landschapen die voorkomen over
 de hele lengte van de Noordzeekusten.  

 De gemiddelde schofthoogte van een ooi is
 75 cm en van een ram 85 cm.

 Doordat melkschapen gemakkelijk aflammeren
 worden de rammen dikwijls ingezet voor
 kruisingen. 

Het Belgisch melkschaap is een groot schaap, het beenwerk is fijn.

De vacht is roomkleuring, maar de buik, de kop, de staart en de rozet rond de staart-
inplanting en een gedeelte van de nek zijn onbewold.



De typische ramskop is relatief smal, de fijne staart mag tot aan de hakken reiken.



Melkschapen hebben een hoge melkproductie. De melk heeft een hoog droogstofgehalte
waardoor ze goed geschikt is voor de kaasproductie.


Het Belgisch melkschaap staat op de lijst van de met uitsterven bedreigde veerassen.
Het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap (Administratie Land- en Tuinbouw) biedt
in een aantal gevallen de mogelijkheid tot subsidie in het kader van de bescherming van 
de genetische diversiteit. Voor meer informatie hierover, of voor het afsluiten van een
overeenkomst in dit kader kan u terecht bij de Ingenieurs voor duurzame landbouw van
het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap in uw provincie, of via het Nationaal 
Verbond van Geiten- en Melkschapenfokkers.
Naast het Belgisch melkschaap staan ook de volgende rassen op deze lijst : 
Ardense voskop, Entre-Sambre-et-Meuse schaap, Houtlandschaap, Vlaams kudde-
schaap, Vlaams schaap, Kempens schaap, Lakens schaap, Mergellandschaap en de 
Belgische hertegeit en het wit geitenras.

Standaard van het Belgisch melkschaap

 (Nationaal Verbond van Geiten- en Melkschapenfokkers VZW - 10 oktober 1994)

1. Algemeen voorkomen

- Type : Lammeren : middenhand zoveel mogelijk balkvormig tot licht wigvormig
       Overjarige ooien : middenhand wigvormig
       Overjarige rammen : balkvormige middenhand
       Het Belgisch melkschaap is een groot schaap met een fijn beendergestel.

- Gestalte : Ooien : minimum 75 cm op 18 maanden
       Rammen : minimum 85 cm op 18 maanden

2. Beschrijving van de kenmerkende onderdelen

- Kop : De kop is fijn uitgesneden en eerder lang. Hij is bedekt met korte, fijne, glanzende, zijdeachtige
       haren die een room-kleur hebben. Frontaal gezien is de kop niet te breed.

- Snuit : De snuit is lang, breed en kaal. De muil is breed. Boven de neus bevindt zich een rimpel van waaruit
       de kop zich regelmatig naar het voorhoofd toe verbreedt. De lippen zijn goed ontwikkeld en hebben
       een vleeskleur.

- Ogen : De ogen zijn groot en hebben een kalme uitdrukking. De pupil is zwart en zeer open. De iris heeft een
       lichtbruine of grijs-geelachtige kleur zonder vlekken en vormt een grote, smalle kring. De wenkbrauw-
       boog springt enigszins vooruit.

- Neusbeen : De neusbrug is, van ter zijde gezien, recht tot licht gekromd.

- Oren : De oren zijn lang, breed, dun en worden naar voor gedragen in een naar boven gerichte, schuine stand.

- Hals : De hals is lang en voldoende gespierd. De hals geeft de indruk korter te zijn bij de ram. De aanwezigheid
       van wol op hals en kossum is een kwaliteit en aanbevelenswaardig. De keel is niet bewold maar met 
       roomkleurige haren bedekt.

- Borst : De borst is breed en diep. Vooraan gezien moet de borstkas de wigvorm benaderen.

- Rug : De ruglijn is recht. De schoft steekt ietwat boven de ruglijn uit. Het kruis is licht hellend.

- Buik : De buik is ruim. Bij de ooi loopt de buiklijn wigvormig naar achteren toe ten opzichte van de ruglijn.
       Bij de ram loopt de buiklijn evenwijdig naar achteren toe ten opzichte van de ruglijn. Bij het volwassen
       schaap is de buik bedekt met zeer fijn haar en onbewold.

- Lendenen : De lendenen zijn breed en recht.

- Dijen : De dijen zijn breed, plat en spilvormig verlengd naar de kniebogen toe.

- Flanken : De flanken zijn lang en diep. De ribben zijn degelijk gewelfd.

- Staart : De staart is fijn, recht, soepel, tot aan de hakken reikend, zonder deze te overschrijden. Hij is bedekt
        met korte, ongekrulde roomkleurige haren, en volledig onbewold, zelfs rond de wortel. De inplanting
        van de staart bevindt zicht op het achterste deel van het heiligbeen, in een klein, half-cirkelvormig,
        onbewold maar behaard vlak, dat "maan" wordt genoemd.

- Uier : De uier is goed ontwikkeld, goed aangesloten breed en in twee gelijke helften verdeeld. De spenen, ten 
       getale van twee, mogen lichtjes naar voren gericht zijn. De uier is voorzien van een fijne soepele huid,
       vleeskleurig of geelachtig van kleur zonder bruine of donkere vlekken. De uier is weinig behaard.

- Scrotum : De teelballen zijn ovaal van vorm. Het scrotum of balzak is bij de rammen, van meer dan één jaar
       oud, helemaal onbewold.

- Ledematen : De ledematen zijn sterk, stevig en hebben regelmatige standen. De gewrichten zijn breed, en 
       droog. De klauwen geel-groenachtig van kleur, zijn goed gesloten. De ledematen zijn bedekt met wol tot 
       op een handbreedte boven de knieën en de hakken. De begrenzing tussen haren en wol moet scherp 
       afgetekend zijn.

- Vacht : Deze moet zuiver, homogeen en roomkleurig zijn. Zij moet samengesteld zijn uit niet gekrulde maar 
       gegolfde, fijne, half-lange, dicht bijeen groeiende wolvezels. De vacht, in de vorm van een kort dekschild,
       bedekt het lichaam met uitzondering van de kop, de buik, de poten, de staart en een gedeelte van de nek.

- Kleur en pigmentvorming : De haren en de wol zijn geel-romig en niet wit-krijtachtig. De snuit en de lippen
       hebben een vleeskleur. De iris of het regenboogvlies is geel-bruinachtig getint zonder vlekken. De hoeven
       hebben een geel-groenachtige kleur.

3. Fouten

FOUTEN

LICHTE

ZWARE

UITSLUITING

Type

 

Lammeren :
Overdreven wigvorm in de middenhand
Overjarige dieren :
Ooien : te balkvormig, contra wigvorm
Rammen : wigvormige middenhand

 

Gestalte op
18 maand

Tussen 80 en 85 cm (rammen)
Tussen 70 en 75 cm (ooien)

Minder dan 80 cm (rammen)
Minder dan 70 cm (ooien)

 

Vacht

Aanwezigheid van een weinig wol op
nek keel en buik

Nek, keel en buik, uier en/of scrotum
gedeeltelijk bedekt met wol op de leef-
tijd van 18 maand. Grove, harige wol.

 

Kop

Kleine zwarte vlekjes op de neus-
spiegel. Zwarte vlekken aan de ogen.

Zwarte vlekken op de neusspiegel. 
Gespikkelde kop. Bruine of rosse haren
op de kop. Vrouwelijke kop bij de ram.
Ramskop bij de ooi. Sterk gekromd neus-
been. Neerhangende smalle of korte oren.
Meerdere zwarte vlekken op de oren.

Bruine- of geelachtige kop.
Geheel zwarte neusspiegel.
Zwarte haren op de kop.
Maanogen. Wolkuif op het voor-
hoofd. Vaste hoorns. Varkensbek
of snoekbek. Veel te vrouwelijke
kop bij de ram. Zeer sterk gekromd
neusbeen.

Rug

Lichte karperrug. 
Lichte zadelrug.

Uitgesproken karperrug of zadelrug.
Zeer zwakke rug.

 

Buik

 

Hangbuik.

Volledig bewolde buik op de leeftijd
van 18 maand.

Borst

 

Onvoldoende ontwikkeling van de borst-
omvang.
Te weinig gebogen ribben.

 

Kruis

Dakvormig kruis.

Te kort kruis zodat het schaap de achter-
benen niet soepel kan gebruiken met stijve
gang tot gevolg. Smal kruis.
Sterk afhellend kruis.

 

Uier

Gespleten uier.
Te weinig vooruier.
Te weinig achteruier.

Bruine- of licht zwarte vlekken op de uier.
Doorgezakte of flessen uier.
Zwaar asymmetrische uier.

Bewolde:uier.

Spenen

Lichtjes verkeerd geörienteerd.
Het onderste deel van de spenen komt
lager dan de hakken op de leeftijd van
18 maand

Spenen duidelijk in verschillende richtingen
geplaatst.

Bijspenen.

Scrotum

 

Bewold scrotum op de leeftijd van 
18 maand. Zeer ongelijke teelballen.

Totaal onbewold scrotum op de 
leeftijd van 18 maand.
Eén enkele ontwikkelde teelbal.
Ontbreken van de teelballen.

Beenstand

Lichte koehakkigheid. Lichte sabel-
benigheid. Franse stand.
Gespreide tenen.

Zware koehakkigheid. Zware sabelbenigheid.
Doorgezakte koten.

Bruine- of gele poten.
Volledig zwarte hoefjes.
 

Staart

Lengte tussen 3/4 van de ideale lengte.
Te lange, gebroken, stijve of met lange
of kuilharen bezette staart.

Staartlengte tussen 3/4 en de helft van de 
ideale lengte.

 

Conditie

Gebrek aan conditie. Overconditie.

Totaal gebrek aan conditie.