Lijst geitenrassen    Lijst schapenrassen   Geiten/Schapen in 't wild  Nieuwigheden op de site    Home-page 

Heidschnucke (Lunebergs heideschaap)

Van de heidschnucke zijn er meerdere variëteiten gekend : de grijze gehoornde heidschnucke, de witte gehoornde heidschnucke en de moorschnucke (moerasschaap) of witte hoornloze heidschnucke. Van deze laatste variëteit ontbreken er voorlopig nog foto's op deze site. 



De heidschnucke kent zijn oorsprong op de voedselarme gebieden van de Lünenburger Heide (Niedersachsen), maar in de laatste jaren ook in de overige gebieden van de Bondsrepubliek Duitsland en in Zwitserland. Door het afgrazen van de heide zorgen ze ervoor dat het typische karakter van dit landschap bewaard blijft. Het vlees van de heidschnucke smaakt naar wild en is zeer mals. Er zijn nogal wat restaurants in de buurt van de Lünenburger Heide die dan ook deze delicatesse op hun menukaart hebben.

In het noorden van Duitsland was de Heidschnucke het belangrijkste schaap, in 1848 bedroeg de populatie ervan nog bijna 400.000 stuks (volgens andere bronnen zouden er het rond 1870 zelfs meer dan 1.500.000 geweest zijn), sindsdien gaat het bestand echter voortdurend achteruit in aantal, niet in gemiddeld gewicht, want dat blijkt sinds 1921 met bijna 50 % opgevoerd. De oorzaak van deze terugval moet gezocht worden in het feit dat de schapenhouderij algemeen minder belangrijk werd, en ook omdat er belangrijker schapenrassen waren die dit vrij primitief ras verdrongen. De Heidschnuck is inderdaad een vrij primitief schaap, hij zou nog vrij dicht tegen de Moeflon staan.


   Op deze foto's staan de grijze gehoornde en de witte gehoornde heidschnucke naast elkaar.

De heidschnucke hoort thuis in het rijtje van kortstaartige Noordwest-Europese schapen en heeft een kenmerkende kop met lichtgebogen profiel. Hij stelt weinig eisen en kan tegen een stootje. Het zijn tamelijk kleine lichtgebouwde dieren (ooien ongev. 45-50 kg. rammen ongev. 60-75 kg.) met fijne poten. De schofthoogte variëert van 60 cm voor de ooi tot 67 cm voor de ram, de witte variëteit is ongeveer 10 cm kleiner. De hoefjes zijn erg sterk. De onbewolde lichaamsdelen zijn zwart (kop, staart en poten), behalve bij de witte variëteit. De jaarlijkse wolproductie gaat van 2 kg bij de ooien tot 3,5 kg bij de rammen, de kleur is grijs (Lüneburger heide) of wit (Oldenburger Münsterland).

Op een leeftijd van 18 maanden kunnen de ooien voor de eerste maal gedekt worden, de bronst is wel seizoensgebonden. Eerstejaars ooiens laten zich niet altijd dekken, en als het dan toch gebeurt is het meestal vrij laat, januari / februari. Ook bij de oudere ooien is de bronst vrij laat in het seizoen, zodat de lammertijd meestal pas in april begint. Ze hebben zeer goede moedereigenschappen en lammeren meestal gemakkelijk af. Het aflammerpercentage ligt met 100 % wel laag.

De lammeren zijn zwart bij de geboorte, hun wol doet wat aan die van de Karakul denken en verkleurt gedurende hun eerste levensjaar. Pas na de eerste scheerbeurt, als het dier ongeveer een jaar oud is, krijgt het zijn kenmerkende grijze kleur.


De horens van een volwassen ram kunnen bijzonder indrukwekkend zijn, de ooien hebben sikkelvormige horens.


  De Heidschnucke is een tamelijk klein schaap, oorspronkelijk afkomstig uit Niedersachsen in Duitsland.

Zowel de rammen als de ooien hebben mooie horens, bij de ooien in de vorm van een halve cirkel, bij de rammen zijn ze één keer, en voor de oudere rammen zelfs twee keer, gedraaid.

De witte gehoornde heidschnucke is door fokselectie uit de grijs gehoornde heidschnucke ontstaan in het begin van de jaren 1900. Bij de witte hoornloze heidschnucke zijn zowel de ooi als de ram hoornloos. Deze variëteit is vrij zeldzaam, er zouden slechts een paar honderd exemplaren meer van leven. Deze variëteit noemt men Moorschnucken, mogelijk zou het hier om een apart ras gaan.

Zoals de naam al aangeeft is het een schaap van de heidevelden, van een sobere begroeiďng. Economische gezien stelt dit ras niet veel meer voor, maar ze zijn wel zeer waardevol voor de begrazing van natuurterreinen. Mensen die meer informatie hebben over de Heidschnuckes, of die fokkers kennen (in België of daarbuiten) mogen dit steeds aan de webmaster doorgeven.