Lijst geitenrassen    Lijst schapenrassen   Geiten/Schapen in 't wild  Nieuwigheden op de site    Home-page 

Het hertkleurig geitenras (Chamoisťe, Belgian Fawn)

 Dit geitenras werd sterk beÔnvloed door het
 Alpine ras  

 De volwassen bok heeft gemiddeld een schoft-
 hoogte van 81 cm en een gewicht van 65 kg.
 Voor geiten is dit 71 cm en 60 kg.

 Deze geiten zijn bruin of zwart van kleur, hebben
 korte haren en een zwarte huid. 

 De gemiddelde melkproductie ligt rond de 
 750 kg in ongeveer 235 dagen

 


 

 

  

Standaard van het hertkleurig geitenras

 (Nationaal Verbond van Geiten- en Melkschapenfokkers VZW - 10 oktober 1994)

1. Algemeen voorkomen

1.1. Type : Lammeren : middenhand zoveel mogelijk balkvormig tot licht wigvormig
       Strakke buikbespiering.
       Overjarige ooien : middenhand wigvormig
       Overjarige rammen : balkvormige middenhand
       De hertegeit heeft hoekige vormen. Het skelet is tamelijk zwaar zonder evenwel grof te zijn.
       Haar vormen zijn gracieus, en geven een stevige indruk en stralen veel kracht uit.

1.2. Gestalte : Geiten : minimum 70 cm op 18 maanden
       Bokken : minimum 85 cm op 18 maanden

1.3. Beharing : De ideale haarkleur is de bruine roodachtige hertekleur, bij voorkeur iets donkerder met
       uitsluiting van het zwartachtig bruin. De donker bruine kleur die het zwart benadert is ongewenst.
       Een zwarte aalstreep loopt over de rug vanaf de nek tot aan de staart. Deze aalstreep dient fijn, door-
       lopend en afgelijnd te zijn.
       De binnenkant van de oren, de keel, de borst, de buik, de binnenkant van de dijen, de bilnaadn de uier,
       het scrotum alsook het onderste gedeelte van de benen tot aan de knieŽn en de hakken zijn zwart.
       De kop zal een duidelijke aftekening vertonen met zwarte strepen vanaf de oren tot de neus.
       Het haar is kort.

2. Beschrijving van de kenmerkende onderdelen

2.1. Kop : De kop is fijn, eerder lang dan kort, met mooie insnijdingen onder de ogen, langsheen het neus-
       been. De kop is iets grover bij de bok dan bij de geit.

2.2. Oren : De oren zijn lang, fijn en licht, zeer beweeglijk en niet afhangend.

2.3. Hals :  De hals met of zonder lelletjes is van middelmatige lengte en ontwikkeling. De bovenkant is recht
       en afhellend van voor naar achter.

2.4. Ruglijn : De ruglijn is recht, strak en horizontaal vanaf de schoft tot aan het begin van het kruis. De rug is
       breed over de gehele lengte.

2.5. Schouders : De schouder is goed gespierd en goed aangesloten.

2.6. Borst : De borst is breed, diep met een niet vooruitspringend borstbeen. De ribben zijn goed gewelfd.

2.7. Buik : De buik is ruim, flink bespierd. Bij de bok is de buik cylindervormig. De buiklijn loopt evenwijdig 
       met de ruglijn. Bij de geit verloopt de buiklijn van voren naar achteren toe wigvormig met de ruglijn.

2.8. Kruis : Het kruis is breed, niet dakvormig en lichtjes afhellend.

2.9. Uier : De uier is vooraan en achteraan goed aangehecht. De uier is goed rond en breed aan de basis.
       De spenen zijn goed ontwikkeld en staan verticaal op de uier ingeplant. De uier is symmetrisch van vorm.

2.10. Ledematen : De benen zijn lang, fijn, sterk en droog. De klauwtjes zijn klein en gesloten.

2.11. Beenstand : De beenstanden zijn regelmatig. De achterpoten bewegen zich in hetzelfde vlak als de voor-
       poten.

 

3. Fouten

FOUTEN

LICHTE

ZWARE

UITSLUITING

Type

 

Lammeren :
Overdreven wigvorm in de middenhand
Overjarige dieren :
Geiten : te balkvormig of contra wigvorm
Bokken : wigvormige middenhand

 

Gestalte op
18 maand

Tussen 65 en 70 cm (geiten)
Tussen 80 en 85 cm (bokken)

Minder dan 80 cm (rammen)
Minder dan 70 cm (ooien)

 

Beharing

Te bleke beharing. Bruine beharing
op het scrotum. Bruine beharing op
de uier.

Lange beharing. Veel te donkere of veel te 
bleke kleur. Enkele witte haren op kop of
uiteinde staart.

Zwarte beharing.
Grote witte vlekken.

Kop

Zwarte kop. Asymmetrische hoorn-
stand bij niet onthoornde dieren.

Grove kop bij de geit. Ramskop.
Te vrouwelijke kop bij de bok.

Varkensbek.
Snoekbek.

Oren  

Dikke oren.
Afhangende oren.

Afhangende oren.
Muizenoren.

Rug

Zwakke rug.

Zeer zwakke rug. Karperrug.

 

Schouders

Losse schouders. 

Zeer losse schouders.

 

Borst

 

Kippenborst. Onvoldoende ontwikkeling
van de borst.

 

Kruis

Dakvormig kruis. Te kort kruis.

Smal kruis. Sterk afhellend kruis.

 

Uier

Gespleten uier.
Te weinig vooruier.
Te weinig achteruier.

Doorgezakte uier. Zwaar asymmetrische
uier. Vleesuier. Zeer bleke uier. 
Flesvormige uier.

Melkverlies.
Bokken : Uiervorming met
spenen van meer dan 5 cm.

Spenen

In verschillende richtlijnen geŲrienteerd.
Het onderste deel van de spenen komt
lager dan de hakken op de leeftijd van
18 maand

 

Bijspenen.

Scrotum

 

 

Te weinig ontwikkelde teelballen.
Zeer ongelijke teelballen.
Eťn enkele ontwikkelde teelbal.
Ontbreken van de teelballen.

Beenstand

Lichte koehakkigheid. Franse stand.
Gespreide stand.

Zware koehakkigheid. Zware sabelbenigheid.
Doorgezakte koten.

 

Staart

Scheve staart. Gebroken staart.

   

Conditie

Gebrek aan conditie. Overconditie.

Totaal gebrek aan conditie.