Lijst geitenrassen    Lijst schapenrassen   Geiten/Schapen in 't wild  Nieuwigheden op de site    Home-page 

Dwerggeit                                                

Standaard van de Belgische dwerggeit. (8 maart 1996)

1° Algemeen voorkomen.

     Gestalte : een maximale schofthoogte voor :

                      -volwassen bokken is 55 cm op 24 maanden

                      -volwassen geiten is 50 cm op 24 maanden

      Voorkomen : hun aspect dient een indruk van levendigheid te geven, met voldoende
                           ruimte in de middenhand.

       Beharing : de haren dienen zo kort mmogelijk te zijn, behalve de manen en de kam 
                        bij de bokken. Ook moeten de haren glad en glanzend zijn.  

2° Beschrijving van de karakteristieke delen.

     Kop : fijne kop, goed geproportioneerd; virieler, doch sierlijk bij de bok. 
              
Symetrische horens die dezelfde richting uitgaan, naar achteren afhellend.

     Oren : glad en rechtopstaand.

     Ogen : helder en glinsterd.

     Hals : met of zonder belletjes, is van middelmatige lengte en ontwikkeling.

     Ruglijn : deze vormt een lijn, met een vloeiende overgang van de hals naar het kruis, en 
                  lichtjes afhelt van het kruis tot de staartinplanting.

     Schouders : zijn goed gespierd, goed ingeplant en niet te steil.

     Borst : breed en diep. Bij de bok is de breedte en diepte van de borst meer ontwikkeld 
                dan bij de geit. Deze eigenschappen bezorgen aan de mannelijke dieren de typische
                balkvorm en aan de vrouwelijke dieren de typische wigvorm.

     Buik : dient stevig te zijn, mag geen te diepe flanken vertonen en ook niet te gevuld zijn.

     Kruis : dient breed en lichtjes afhellend te zijn.

     Staart : kort, goed ingeplant en correct gedragen.

     Uier : dient goed aangezet, symmetrische en gaaf te zijn, met slechts twee spenen en zonder
              bijspenen.  

     Ledematen : rechte stevige poten in harmonie met het lichaam, goedgevormd springgewricht. 
                        De hoeven zijn klein en de poten zijn eerder kort dan lang gekoot. 
                       
Zij dienen gaaf van uitzicht en goed onderhouden te zijn.

     Gang : is levendig. Het dier beweegt zich correct, met soepelheid, in een evenwijdig verband.  

3° Lichte gebreken :

n    asymetrische en ongelijkvormige horens.

n    rechtopstaande of gebroken horens.

n    afhangende of behaarde oren.

n    aanwezigheid van slecht geplaatste belletjes.

n    recht of te afhellend kruis.

n    holle flanken.

n    dikke buik.

n    slecht aangezette of ongelijkvormige uier.

n    gebroken of scheve staart.  

4° Ernstige gebreken :

n    te lange haren over het hele lichaam.

n    dikke of ruige kop.

n    gebogen of doorgezakte rug.

n    slechte houding, sabel- of koehakkigheid, doorgezakte koten, te wijde hoefspleten.

n    al de bovenvermelde lichte gebreken die op te duidelijke wijze naar voren komen.  

5° Uitsluiting :

n    schofthoogte op 24 maanden ouderdom :

                        meer dan 55 cm bij de bokken

                        meer dan 50 cm bij de geiten

                        minder dan 40 cm bij de bokken

                        minder dan 35 cm bij de geiten

n    afwezigheid van de baard bij de volwassen bokken.

n    anomalieėn aan de voortplantingsorganen.

n    niet op elkaar sluitende kaaksbeenderen; varkens- of snoekbek.

n    sporen van kruising.

n    ontbreken van horens.

n    bijspenen of littekens van verwijderde bijspenen.

n    zichtbaar geschoren dieren.