Treeworker.be     |     home
Over Bomen   |   Fotosynthese   |   Basisanatomie   |   Houtwoordenboek   |   bomen zoeken   |   Keltische - bomenkalender
Basisanatomie

Basisanatomie blad

Alle volwassen bladeren hebben een vergelijkbare anatomie die ze danken aan hun gespecialiseerde functie in de fotosynthese. Hier beneden wordt de basisanatomie van het blad beschreven aan de hand van een dwarsdoorsnede door het blad van de klimop, Hedera helix.
Je kunt verschillende weefseltypen en cellagen in de figuur onderscheiden.


Wat valt je op aan de bouw van het blad?
Een eigenaardigheid van de meeste bladeren, ook die van de klimop, is dat ze zowel aan de bovenkant (de adaxiale zijde) als aan de onderkant (de abaxiale zijde) er van buiten en van binnen verschillend uit zien. Zo'n blad heeft een zogenaamde tweezijdige of bifacialestructuur.

Celtypen blad

Epidermis
De epidermis is de buitenste laag cellen (soms meerlagig) en dient ter bescherming van de onderliggende weefsels. In een dwarsdoorsnede door een blad vindt je de epidermis dan ook zowel aan de onderkant als de bovenkant terug, waarbij de cellen van de bovenepidermis er anders uit kunnen zien dan de cellen van de onderepidermis. Epidermiscellen hebben doorgaans dikke wanden, bevatten geen bladgroenkorrels (chloroplasten) en sluiten goed op elkaar aan. Ze bieden bescherming tegen a) uitdroging, b) overmatig zonlicht (ultraviolette (UV) straling en hitte), c) mechanische beschadigingen, d) vraat door herbivoren (planteneters van insect tot vee). Om zich beter tegen een of meer van deze bedreigingen te beschermen kunnen er aanpassingen van de epidermis (zoals meerdere lagen, haren, tanninecellen e.d.) optreden. Omdat voor landplanten vooral uitdroging (vochtverlies) een dreiging is, scheiden de epidermiscellen een vettige beschermlaag, de cuticula, af. Deze cuticula bestaat uit een laag cutine met daaroverheen een waslaag.
 
Huidmondjes
Een ander type aanpassing in vooral landplanten is het hebben van afsluitbare huidmondjes (stomata), om toch gaswisseling mogelijk te maken ondanks een verder ondoorlaatbare epidermis. Ondergedoken waterplanten hebben daarentegen geen huidmondjes, maar laten hun gaswisseling via een dunne epidermis verlopen.
Het openen en sluiten van de huidmondjes wordt geregeld door gepaarde sluitcellen, al dan niet ondersteund door omringende buurcellen. Sluitcellen werken als poorten die de uitwisseling van gassen regelen tussen de binnenkant en de buitenkant van het blad. Wanneer de sluitcellen door vochtopname onder spanning komen te staan vervormen ze en gaan de spleetvormige huidmondjes open. Het openen en sluiten van de huidmondjes hangt af van de lichttoestand (in tegenstelling tot andere epidermiscellen bevatten sluitcellen wel bladgroenkorrels), de luchtvochtigheid, de temperatuur en het CO2- gehalte.
Huidmondjes openen doordat de sluitcellen water opnemen waardoor de interne druk sterk stijgt (van zo'n 1,5 naar 3 Mega Pascal). Doordat de wanden van de sluitcellen bij de opening (het huidmondje = stoma) het meest rekbaar zijn, zetten de sluitcellen in verticale richting uit en wordt het huidmondje geopend.


 
Bladmoes
Het weefsel dat het meeste betrokken is bij de fotosynthese is het bladmoes of chlorenchym. Dit is vaak opgedeeld in palissadeparenchym en sponsparenchym.
 Het palissade- (paalvormige) parenchym bevindt zich vlak onder de bovenepidermis. Deze cellen in deze laag staan loodrecht op het bladoppervlak. Ze zijn cylindrisch van vorm en bevatten veel chloroplasten (bladgroenkorrels; meer details in fotosynthese gedeelte). Daarom wordt ze ook wel het palissadechlorenchym wordt genoemd. Dit weefsel speelt de hoofdrol bij de lichtopvang voor de fotosynthese.
 Het sponsparenchym wordt gekenmerkt door een open netvormige structuur met ademholten tussen de cellen (de intercellulaire ruimtes). Het sponsparenchym wordt ook sponschlorenchym genoemd omdat het chloroplasten (bladgroenkorrels) bevat.
Het sponsparenchym draagt bij aan de lichtopvang voor de fotosynthese. De belangrijkste functie van het sponsparenchym is het transport van zuurstof, koolzuurgas en waterdamp. De sponsparenchymlaag speelt ook een belangrijke rol in de aanvoer van water en de afvoer van suikers in het fotosynthese proces. Het sponsparenchym staat dan ook in nauw contact met het ? bovenliggende ? palissadennparenchym en de vaatbundels. Wanneer er geen duidelijke differentiatie is opgetreden tussen het palissadeparenchym en het sponsparenchym, dan wordt dit weefsel mesophyl of chlorenchym (bladmoes) genoemd.
 
Vaatbundels
De vaatbundels (nerven in een blad) liggen verspreid temidden van het mesophyl (= bladmoes = palissade- + sponsparenchym). De vaatbundels zorgen voor de aanvoer van water via het xyleem (houtvaten) en de afvoer van suikers via het floëem (bastvaten).