DE
AFFAIRE LÉON
NON DA POPO?
Jean-Louis Larre
“Popo”
Jean-Louis Larre werd geboren te
Heleta (Hélette) op 6 april 1962. Al
zijn vrienden noemden hem “Popo”.
Vanaf de adolescentie lag zijn
engagement in de verdediging van de
Baskische cultuur. Hij maakte deel
uit van de dansgroep “Arrola” en van
de rugbyploeg van zijn geboortedorp
Hélette en nam deel aan het
culturele en sportieve leven van
Baigorri. Hij was ook een
formidabele acteur en trad als
dusdanig toe tot de toneelvereniging
"Xirristi Mirristi", gevestigd in
Baiona. Hoewel hij afstudeerde in de
elektronica en met dit diploma zijn
eerste beroepsjaren begon, was hij
ook leraar bij AEK-Alfabetatze
Euskalduntze Koordinakundea (een
organisatie, opgericht in 1980, die
er voor ijvert om het 'Euskara', de
Baskische moedertaal, terug over
heel Euskal Herria kenbaar te maken
en aan te leren).
Dit culturele parcours en zijn
gehechtheid aan het Euskara brachten
hem er toe zich politiek te
engageren om de rechten van zijn
volk te verdedigen. Hij trad toe tot Iparretarrak (IK,
die van het Noorden). Het jaar 1983
was voor Iparretarrak een bijzonder
belangrijk jaar, zowel op het vlak
van gewapende acties (alleen
aanslagen op gebouwen), als op het
vlak van politieke reflexie. Het is
het jaar dat “autonomie” op de
politieke agenda geplaatst werd,
“autonomie” als eerste stap naar de
bevrijding van het Baskische volk.
Op vandaag is de totaliteit van de
Abertzalebeweging en een groot deel
van de bevolking zich bewust van de
noodzaak om een specifiek instituut
voor Pays Basque Nord te installeren
en om maatregelen te nemen ten
gunste van het Euskara. Hoewel
de gewapende acties van Iparretarrak
alleen bedoeld waren om de problemen
van Baskenland in de kijker te
plaatsen, reageerde de Franse
overheid met botte repressie.
Op 7 augustus 1983 greep in de
omgeving van camping “Lou Pantaou”
te Léon (in de Landes tussen
Bordeaux en Baskenland)) een
vuurgevecht plaats. Er was een
confrontatie aan de gang tussen
militanten van Iparretarrak en twee
Franse gendarmen. Eén gendarm werd
gedood en de andere gekwetst. Voor
de confrontatie goed en wel
losbarstte, vluchtte Popo Larra weg,
en het laatste wat zijn kompanen van
hem zagen, was dat hij verdween in
de bossen van Léon.
Gedurende verscheidene maanden werd
niets maar van Popo gehoord. In de
kranten verscheen het verslag van
het gerechterlijk onderzoek, dat
volledig te wensen overliet. In
feite is er nooit een onderzoek
geweest, en als er al één geweest
was, werden de feiten in de doofpot
gestopt. Iparretarrak verspreidde
een communiqué waarin de gendarmerie
beschuldigd werd Popo gearresteerd
te hebben en hem definitief van de
aardbol te hebben doen “verdwijnen”.
Hierop werd de familie uitgenodigd
om het “officiële” dossier in te
kijken. In dat dossier stond dat
“mysterieuze” getuigen Popo nog
naderhand gezien hadden. Geen namen,
geen omstandigheden, niets
concreets. De verdediging van de
familie vroeg om alle ‘plans d'eau’
en ‘lacs’ van de regio te
onderzoeken (en er zijn er veel
daar). Er gebeurde echter niets. De
tijd verstreek. Er werden foute
elementen ontdekt in het dossier. De
ene onderzoeksrechter werd vervangen
door een andere. Nooit komt er nog
duidelijkheid in deze zaak, en
hierdoor wordt de thesis van moord
(en opruiming) alleen maar
bevestigd.
Op 31 maart 2000, 17 jaar na de
feiten, doet justitie in Parijs
uitspraak in de "Zaak Léon". Filipe
Bidart krijgt 20 jaar, Gabi Mouesca
15 jaar en Totte Etxebeste 4 jaar.
Tijdens dit proces was er veel
tumult rond de verdwijning van Popo
Larre. " Non da Popo? (Waar is Popo?).
Popo Larre is vanaf de start van het
vuurgevecht van de aardbodem
verdwenen. De "huissier" dreef op de
opening van het proces, op 22 maart
2000, het cynisme ten top met de
vraag: "Is Monsieur Jean-Louis Larre
aanwezig?" Naast Spanje, in de
zaak "Lasa en Zabala",
stond hier de Franse Staat voor
schut.
Dit
jaar 2008 zou Popo 46 jaar geworden
zijn, maar niemand weet na die 25
jaar exact wat er met hem gebeurd
is. Niemand weet waar hij zich
bevindt en in welke staat. Daarom de
oproep: “Waar is Popo? Non da Popo?”
De jongen uit Hélette drong al
vluchtend een bos binnen in de
omgeving van een camping te Léon,
waar hij een paar minuten eerder
getuige was van een confrontatie
tussen agenten van de Gendarmerie en
een commando van Iparretarrak,
waartoe hij ook behoorde. Een Franse
agent overleed en de tweede werd
licht gewond aan de hand. De drie
overgebleven leden van het commando
slaagden er in te ontsnappen met de
Renault4, de dienstwagen van de
gendarmen.
Onmiddellijk na dit voorval werd een
grootscheepse politieoperatie (“Plan
Epervier”) op het getouw gezet. Met
een regiment gendarmen en speciale
interventietroepen, vergezeld van
speurhonden en ondersteund door
helikopters, werden kilometers bos
omsingeld. Het bos waar Popo voor
het laatst, als vluchtend, was
opgemerkt.
Hiermee werd één van de meest
obscure episoden geopend waaraan
Euskal Herria het hoofd moest
bieden. De reconstructie van de
feiten en enkele gegevens die pas
jaren later bekend raakten, brachten
aan het licht dat de Franse
gewapende politie, een paar
ogenblikken voor de confrontatie,
een militant van Iparretarrak had
gearresteerd. Bij hem werd een
briefje gevonden waarop het adres
van de camping “Lou Pantaou” te Léon
neergeschreven was. Er was ook een
anoniem telefoongesprek geweest naar
de Gendarmerie, die daarop twee
agenten naar de plaats stuurde om de
militanten te onderscheppen.
Zeventien jaar na de feiten, zonder
dat er ooit een doeltreffend
onderzoek gebeurde naar de
verdwijning, startte te Parijs op 22
maart 2000 in een speciaal Hof een
bizar proces tegen de vier
militanten van Iparretarrak. De
enige reden dat het tot een proces
is gekomen, was de druk en de
hardnekkigheid van de familie van de
overleden gendarm. Zij wilden koste
wat het koste opheldering over wat
er werkelijk gebeurd was. Het
gerechtelijk onderzoek was namelijk
één grote farce geweest! Werden
gedurende die 17 jaar duistere
zaakjes onder de mat te vegen? De
onderzoeksrechters werden tot vijf
maal toe gewisseld en vervangen,
maar nooit kwam er ook maar enige
duidelijkheid. Een eerste verrassing
sloeg al in als een bom op de
vooravond van het proces: tijdens
het gerechtelijke onderzoek was men
er toch nog in geslaagd 167
onderzoekelementen aan te voeren,
maar om een nog duistere reden
werden die elementen nu drastisch
teruggebracht van 167 naar 37! Deze
elementen kunnen dus nooit meer
publiek gemaakt worden.
Filipe Bidart kreeg 20 jaar cel,
terwijl Gabi Mouesca 15 jaar achter
de tralies vloog en Ttotte Etxebeste,
inmiddels in een rolstoel, 5 jaar.
Filipe Bidart werd, bij een
politieoperatie op 20 februari 1988,
gearresteerd in Bokale in de
omgeving van Bayonne, samen met
Ttotte Etxebeste die hierbij zwaar
gekwetst werd.
 |
Filipe Bidart in de
rechtzaal:
“Iparretarrak heeft de
deelname van militanten
toegegeven bij de
confrontatie. Ik verklaar
mij solidair met alle acties
door IK uitgevoerd. Ik
beantwoord geen enkele vraag
die zou kunnen leiden naar
de identificatie van
militanten. Vast staat dat
Popo bij de confrontatie
aanwezig was. Er zijn genoeg
getuigen om dat te
bevestigen. Het probleem is
echter om te weten wat er
werkelijk gebeurd is. Wat is
er met Popo gebeurd?” |
 |
Ttotte Etxebeste in de
rechtzaal:
“Ik ben Bask en euskaldun
(Baskischsprekend). Mijn
moedertaal is het Euskara,
een taal die u mij verbiedt
hier te spreken. Ik zal niet
spreken over mijn persoontje
of over de feiten waarvoor u
mij hebt aangeklaagd. Ik heb
aanvaard om naar hier te
komen met één enkel doel:
‘Wat is er met Popo gebeurd?
Waar hebben de gendarmen
zijn lichaam achtergelaten?”
|
 |
Wat Gabi Mouesca betreft.
Uittreksel uit het
getuigenis van de
neuropsychiater die Gabi
onderzocht in voorbereiding
van een eventuele voorlopige
invrijheidstelling in juli
1998.
“Alvorens hem te ontmoeten,
heb ik een lijvig dossier
over hem geconsulteerd en ik
heb een enorm verschil
vastgesteld tussen wat in
dat dossier te lezen stond
en zijn werkelijk
psychologische profiel. Het
contrast kan niet groter
zijn. Jean-Gabriel Mouesca
is intelligent, boven het
gemiddelde. Hij vertoont
niet de minste
psychopathologie. Hij is
buitengewoon levendig,
humaan en sociaal. Hij heeft
een sterk ideaal en is
bijzonder actief. Hij heeft
opmerkelijke affectieve en
intelligente kwaliteiten.
Hij beschouwt zichzelf als
atypisch. Hij is absoluut
niet gevaarlijk, daarom gaf
ik ook mijn akkoord voor
zijn voorlopige
invrijheidstelling. Ik had
mij (aan de hand van het
dossier) aan een
onevenwichtige, gestoorde
persoon verwacht, wat zeker
niet het geval was. Deze
jongen heeft helemaal niet
het profiel van een
delinquent, verre van. |
Een paar dagen na de gebeurtenissen
te Léon, op 22 augustus1983,
verdween een jongen van 15 jaar te
Lacanau (Gironde), op 150 km afstand
van Léon. Hij bracht er een paar
dagen door met enkele vrienden. De
familie Dumont uit Carbon-Blanc
(Bordeaux) deed aangifte van de
verdwijning van hun zoon Pascal
Dumont. Op het strand van Porge
Océan (Gironde) werd 5 dagen later
een lijk ontdekt. Omstreeks 08.45u
in de morgen ontdekte een wandelaar
het lijk, en bijzonder merkwaardig
is het feit dat de Gendarmerie,
nauwelijks driekwartier later al
aanbelde bij de familie Dumont, om
hen te melden dat zij nog geen
definitief uitsluitsel konden geven,
terwijl de moeder, Yvonne Dumont,
later tijdens het proces verklaarde
dat een gerechtdokter al in het
bezit was van een doodsakte met de
naam van haar zoon, Pascal Dumont.
Bij de identificatie werd al vlug
duidelijk dat dit hun zoon niet was:
noch de leeftijd, noch het fysieke
aspect, nog de gelaatstrekken, nog
de zwembroek, konden met de beste
wil van de wereld in verband
gebracht worden met hun zoon. De
ouders getuigden en verklaarden: “Dat
is onze zoon niet!”
Hoewel de moeder “haar zoon” helemaal
niet herkende, werd hij toch
onder de naam Pascal Dumont
begraven. Nooit werd er een
DNA-onderzoek gedaan!
De vader, Germain Dumont, bevestigde
dat de politie hem zwaar onder druk
gezet heeft om het lijk alsnog als
zijn zoon te identificeren. Het
“gebrek aan overeenstemming” tussen
de familie en de politie werd pas
goed duidelijk toen de ouders op de
grafzerk volgend grafschrift lieten
aanbrengen:
| |
“ Hier
rust een onbekende die ons
op 27.08.83 door de
Gendarmerie, door de
Politie, door de Justitie en
door de medici
werd opgedrongen.” |
|
Het proces over de “Affaire Léon”
werd pas 17 jaar later ingeleid, op
22 maart 2000, te Parijs. De
onophoudelijke petities om het lijk
te laten opgraven uit het
familiegraf werd door de magistraten
zonder omkijken en weinig tactvol
keer op keer van tafel geveegd.
Uiteindelijk gaf een magistraat uit
Bordeaux in 2003, en 20 jaar na de
feiten, de toestemming het lijk op
te graven om vergelijkende tests met
DNA uit voeren. Maar het graf was 6
maanden eerder al onteerd. En in
december 2003 werden alleen een paar
restjes gevonden en een scheenbeen.
Bij
de start van het proces was iedereen
getuige van een bijzonder pijnlijk
en misplaatst voorval. De
verdediging interpelleerde het Hof
met de vraag of zij zich niet
gehinderd voelden dat zij geen
enkele bewijs hadden over de
“verblijfplaats” van de enige
geïdentificeerde kroongetuige. Het
enige antwoord kwam van de
voorzitter van het Hof zelf die de
gerechtsbode de opdracht gaf, om
zowel binnen als buiten de
rechtszaal, de vraag te stellen: “Is
de Heer Jean Louis Larre aanwezig?”
Van een bijzondere zwartgallige
“galgenhumor” gesproken.
Naast de tegengestelde
getuigenverklaringen tussen Politie
en Gendarmerie, en de verwoede, maar
vergeefse, pogingen van het Hof zelf
om het niet tot een proces te laten
komen, doken tijdens het proces
nieuwe elementen op die keer op keer
leidden naar één grote onbekende:
waar was Popo Larre?
Een ander merkwaardig en verder te
onderzoeken element, waar de
gendarmen geen antwoord konden op
geven, was het feit dat na het
vuurgevecht door de Franse politie
in Léon veel foto’s verspreid werden
van verdachten, maar geen enkele
foto van Jean-Louis Larre! Hij was
nochtans de enige militant die ze
hadden kunnen identificeren. Hij
moest dus blijkbaar niet meer
gezocht worden!
Een volgend vreemd element was het
feit dat de Gendarmerie pas
getuigenverklaringen begon af te
nemen twee dagen na de feiten, op 9
augustus 1983. Tot die datum hadden
ze alleen de eigenaar van de camping
en de lichtgewonde gendarm verhoord.
Het verloop van het proces te Parijs
onthulde ontelbare onregelmatigheden
en grijze zones in het gevoerde
gerechtelijke onderzoek. Voeg
daarbij de onsamenhangende
verklaringen van de getuigen: “Ik
herinner me niets meer”. “Ik weet
dit niet”. “In 1983 was ik wellicht
te categoriek”. “Ik werd door
politie zwaar onder druk gezet om
personen te herkennen op de foto’s
die zij mij voorlegden”.
De verdediging wilde dieper ingaan
op verklaringen van gendarm Peyre,
die bereid was te praten over de
arrestatie (?) van Popo. Dit werd
geweigerd. Twee gendarmen bekenden
pas laat te Léon zijn aangekomen en
dat zij niet de zoekactie
georganiseerd hadden. Die twee
werden dus opgeroepen om te
getuigen, terwijl gendarm Denis die
de leiding had van de zoekactie niet werd
opgeroepen (men vond hem niet,
hoewel hij nog steeds actief was als
gendarm).
Twee andere gendarmen die kwamen
getuigen waren van een heel ander
kaliber, vooral kolonel Mazères.
Maar hij had een goed excuus, hij
was niet ter plaatse op het ogenblik
van de feiten. En natuurlijk had
niemand hem ingelicht over de
toestand, toen hij, volgens zijn
verklaring, 3 weken later zijn post
bezette in de Landes. Die
inlichtingen zijn nochtans een
belangrijk gegeven om te verifiëren
wanneer het dispositief voor de
zoekacties werd ontbonden. Het kon
een aanduiding zijn voor het uur
waarop Popo gearresteerd werd (of
had kunnen gearresteerd worden). Een
andere hooggeplaatste, kolonel
Denis, gooide het over een andere
boeg. Hij herinnerde zich weinig van
het gebeuren en trachtte het
dispositief dat ingezet werd voor de
zoekactie te minimaliseren. Alle
getuigen hadden nochtans de
machtontplooiing kunnen volgen: met
een regiment gendarmen en speciale
interventietroepen, vergezeld van
speurhonden en ondersteund door
helikopters, werden kilometers bos
omsingeld. Volgens de kolonel
beschikte het dispositief over
weinig middelen (hij sprak over 1
hond en een paar gendarmen, niet
over helikopters), en er had volgens
hem geen echte zoekactie
plaatsgevonden. Overigens, zo
verklaarde hij, was hij er zelfs
niet zeker van dat er een
vluchteling te voet in de bossen
liep.
Over één punt waren alle gendarmen
het wel eens: zij hadden niets met
de zoekactie te maken. Gendarm Peyre
verklaarde dat hij de hele nacht de
wacht optrok. Gendarm Rué
preciseerde dat hij iemand anders op
zijn plaats gezet had, om te kunnen
deelnemen aan een zoekactie, maar zeker
niet in het bos, wel in een
grote wagen. Kolonel Mazères was,
volgens zijn verklaring, helemaal
niet ter plaatse en kolonel Denis
loochende dat, wat zichzelf betrof,
hij niets te maken had met de
verdwijning van Popo Larre.
Gabi Mouesca onderstreepte met brio
de strategie van de Franse Staat: de
waarheid verborgen houden over wat
zij weten ten aanzien van de
verdwijning van Popo Larre. Die
houding neigt naar staatsmisdrijf
(staatsterrorisme). Net daarom, om
deze affaire in de vergeetput te
kunnen stoppen, heeft het gerecht
zoveel tijd nodig gehad om het tot
een proces te laten komen.
Filipe Bidart herinnerde er aan dat
het speciale Hof voor Assisen nooit
voor niets samengeroepen wordt. Er
zal, ongeacht de vele vragen, de
onopgeloste elementen, de
onregelmatigheden veroordeeld
worden. In om het even welk ander
land van Europa (Spanje
uitgezonderd) zou er zelfs geen
proces gevoerd worden. Maar in
Frankrijk, net zoals in Spanje,
primeert het “raison d’État”, zeker
als er Basken bij betrokken zijn
Al deze gegevens hebben er toe
geleid dat de verhoren in de
rechtszaal van de politieagenten
uitmondden in een grote chaos en
contradicties. Maar dat was voor het
Hof geen obstakel om verder te
procederen, zich niet storend aan de
vragen die door de verdediging
werden gesteld. Meer nog, de
minachting en de verachting ten
aanzien van de beklaagden was
overweldigend.
Vijfentwintig jaar na de feiten
blijft de verdwijning van Popo Larre
de Franse autoriteiten, die niet de
minste interesse vertonen om de zaak
op te helderen, achtervolgen. Het
doet ons herinneren aan
gelijkaardige feiten die zich
afspeelden in dat andere
“democratische” land. Ook de Spaanse
autoriteiten vertoonden geen enkele
interesse voor de verdwijning van Eduardo
Moreno Bergaretxe “Pertur”, of
voor de verdwijning van José
Miguel Etxeberria "Naparra"
(*)
|
(*)
José
Miguel Etxeberria
Alvarez
“Naparra”
11 juni 1980
Op 11 juni 1980 verdween Miguel
Etxebarria Alvarez “Naparra” of “Bakunin” die als
politiek vluchteling in het Noorden leefde,
spoorloos van de aardbodem. Het waren de gloriedagen
van de vuile oorlog tegen de Basken, en het
“Batallón Vasco Español” eiste meteen de ontvoering
en de moord op. De huurling, Gilbert Perret, zou
hierbij betrokken zijn.
Omdat de familie wilde weten waar
zijn lichaam gebleven was, dienden ze in september
1999 een aanklacht in wegen “illegale ontvoering” en
“ terroristische moord”, om op die manier tot een
ondervraging van Perret te komen. Op 31 maart 2004
weigerde het Hoog Gerechtshof deze eis. Op 19
november 2004 raakte bekend dat volgens de Spaanse
Justitie niet kon bewezen worden dat Perret
actief deelnam aan de ontvoering en dat niet kon
bewezen worden dat ‘Naparra’ verdwenen is en dood.
Op een berg boven Lizartza kreeg
Miguel Etxebarria Alvarez een sobere gedenksteen in
een weide, van waaruit hij een prachtig zicht heeft
over de Baskische groene “jachtvelden” waarvan hij
zoveel hield. |
Gaby Mouesca in
“La
Nuque raide”:
Twintig jaar na de feiten is alles
onveranderd. Geen sprankeltje hoop, Popo
blijft onvindbaar. Terwijl alle middelen
ondernomen werden om de betrokkenen of
verdachten van betrokkenheid bij de
fusillade in het nauw te drijven, werd
niet langer naar Popo gezocht! Dit leek
eerder verdacht. De rijkswacht liet
uitschijnen dat Iparretarrak achter de
verdwijning van Popo zat. Ook de media
bewaarden het stilzwijgen over deze
verdwijning alsof de verdwijning van
militanten enkel afschuw kon wekken
wanneer dit in het Chili van de jaren
zeventig of het Zuid-Afrika van de
Apartheid gebeurde.
De gelijkenissen met wat “Pertur”
overkwam zijn angstvallig
gelijklopend.
Filipe Bidart in
de krant Egunkaria (04-02-2000): “Wij hebben op
je gewacht Popo, gewacht op een teken. We hebben
je, lange tijd, gezocht in de Landes, in
Bordeaux, overal. Dikwijls zonder de
veiligheidsregels in acht te nemen. Naarmate de
dagen, weken en maanden voorbij gingen moesten
wij wel tot de vaststelling komen dat het
ondenkbare gebeurd was, geloven wat wij
weigerden te geloven: dat de politie je te
pakken had gekregen, hardhandig ondervraagd,
gefolterd tot ter dood om je uiteindelijk te
dumpen in een gat. Onze twijfels werden
zekerheid toen we ontdekten dat de politie de
opsporingsberichten, met jouw foto, die overal
op de openbare gebouwen geplakt waren, had laten
weghalen. Voor ons was dit het bewijs dat zij
wisten dat je nooit zou terugkomen.”
Bron:
“gara.net” , “nun-da-popo.hautetfort.com”,
“amnistia.net”
en “pagespersoorange.fr/francis.etcheverry”
Vandaag, 8 december
2008, zou Popo Larre 46 jaar oud
geworden zijn. Vandaag is het
25 jaar gelden dat hij voor het
laatst gezien werd. Vandaag is een
verschrikkelijk einde gekomen aan
het hermetische stilzwijgen van de
Franse Justitie. De Franse Justitie
heeft bij monde van de Speciale
Rechtbank te Parijs kurkdroog
verklaard dat Popo Larre officieel
dood is, en dat de zoektocht (die er
nooit geweest is)
naar de jongen
wordt opgeheven. De
zaak is afgesloten.
Voor wie de Franse taal beheerst,
ziehier een artikel in het Frans,
van de Baskische journalist Allande
Socarros:
|
http://www.amnistia.net/

|
Par Allande Socarros,
journaliste basque |
Mardi 21 mars 2000 |
Le
7 août 1983, à la sortie du camping Lou
Pantaou à Léon dans les Landes, une
fusillade opposait quatre militants de
l'organisation clandestine Iparretarrak
(IK) à deux gendarmes. L'un
des militaires était mortellement touché
et le second légèrement blessé à une
main. Les militants d'IK, eux, prenaient
la fuite dans la R4 des gendarmes puis,
un peu plus tard, s'emparaient d'une
voiture de vacanciers et réussissaient
finalement à échapper au dispositif de
gendarmerie immédiatement déployé.
Cependant, des
quatre militants abertzale seuls trois parvenaient à
échapper ainsi aux gendarmes. Le
quatrième militant, dès le début de la fusillade,
s'enfuyait, au vu de nombreux témoins, en direction
de la forêt qui entoure le camping de Léon. Dès
cet instant, plus personne ne reverra Jean-Louis
Larre 'Popo', si
ce n'est ceux qui ont eu raison de lui et ont
maintenu, depuis 17 ans, un lourd et terrible
secret.
La chape de
silence se brisera néanmoins ce mercredi 22 mars
2000 avec le procès de 4 militants d'IK devant la
Cour d'Assises Spéciale de Paris. Devant
un jury uniquement constitué de juges professionnels
sont donc appelés à comparaître Filipe
Bidart, Gabi Mouesca, Ttotte Etxebeste... et Popo
Larre!
Longues et
vaines recherches
Pour
Iparretarrak les choses sont tragiquement claires.
Popo Larre n'a pu, en aucune façon, échapper au
dispositif et à la traque des gendarmes dans
une forêt landaise qui s'est refermée sur lui comme
un piège mortel. A la suite de l'arrestation, le 1er
mars 1984 à Bayonne, de Gabi Mouesca, lors de
laquelle son chauffeur Didier Laffitte était tué
d'une balle tirée dans le dos par un inspecteur de
la Police Judiciaire, l'organisation
clandestine accusait clairement l'Etat français et
plus précisément les gendarmes d'avoir intercepté
Popo Larre, lui avoir fait subir "les pires
brutalités et tortures" pour, à la fin des fins, le
faire disparaître.
17 ans sont
passés, ponctués
par une
procédure singulièrement longue et
durant laquelle 145
scellés sur 167 ont "disparu" dans la nature,
"perdus" par les services de l'administration
judiciaire. Le
temps a fait son oeuvre d'anesthésie des consciences
et le
procès du 22 mars servira déjà à raviver les
mémoires défaillantes, à
comprendre combien reste grande la souffrance d'une
famille confrontée à un impossible deuil. A rappeler
aussi qu'Iparretarrak n'est pas resté inerte
lorsqu'il devint évident que quelque chose de
terrible était arrivé à Popo Larre.
Ainsi, dans une
tribune libre parue dans le quotidien Egunkaria (04-02-2000), Filipe
Bidart évoquait
ainsi les jours et les semaines qui suivirent
l'affrontement de Léon: "Nous
t'avons attendu Popo, attendu
que tu nous fasses signe; puis
nous t'avons cherché Popo, longtemps,
très longtemps, dans
les Landes, à Bordeaux, ailleurs, parfois
au mépris des règles les plus élémentaires de
sécurité, mais à mesure que les jours, les semaines
et les mois passaient, nous
avons dû nous résoudre à imaginer l'inimaginable, à
croire ce que nous refusions de croire. Que les
flics t'avaient attrapé, sauvagement interrogé,
torturé même, jusqu'à la mort et qu'enfin ils
t'avaient jeté dans un trou. Nos
doutes se sont mués en certitude lorsque nous nous
sommes aperçus que les flics avaient retiré des
lieux publics ta fiche de recherche; cela a été, à
nos yeux, leurs aveux flagrants, la preuve qu'ils
savaient que tu ne reviendrais plus".
L'étrange
affaire Pascal Dumont.
Dans sa lettre
ouverte, Filipe Bidart évoque
également la
très étrange affaire Pascal Dumont, un
jeune homme de la région bordelaise disparu à la
même époque que la fusillade du camping de Léon. Un
corps rejeté
par la mer quelque deux semaines après
l'affrontement du 7 août 1983 sera
découvert sur la plage de Lacanau-Océan, un
corps totalement méconnaissable mais que les parents
de Pascal Dumont furent quasi-contraints de
reconnaître comme étant celui de leur fils. Quelques
temps après l'enterrement, les
parents du jeune girondin demandèrent l'exhumation
du corps afin d'expertises poussées visant à une
identification formelle. Une
demande plusieurs
fois réitérée et à chaque fois repoussée par les
autorités judiciaires compétentes.
Une bien
curieuse attitude, propice
à toutes les interrogations et, en particulier,
celle de savoir si
véritablement le corps enterré comme étant celui de
Pascal Dumont est bien le sien. Et si des expertises
montraient - aujourd'hui cela serait possible avec
l'ADN - que ce ne sont pas les restes mortels de
Pascal Dumont qui ont été enterrés sous son nom, il
faudrait bien répondre à un certain nombre de
questions comme, par exemple: qui est réellement le
corps porté en terre comme celui de Pascal Dumont ?, pourquoi
aurait-on eu recours à une telle supercherie? qu'est
alors devenu Pascal Dumont? Pourrait-il s'agir de
Popo Larre? Ces
questions là seront sans doute posées lors du procès
du 22 mars et
on verra alors quelle sera l'attitude des juges et
du procureur.
A la suite des
accusations d'Iparretarrak, la
famille de Popo Larre porte plainte et
se constitue partie-civile. L'antenne P.J. de
Bayonne se livre alors à un
semblant d'enquête dont
je fus personnellement un des témoins. En
effet, alors
que je me trouvais en villégiature à la Maison
d'Arrêt de La Santé à Paris, je reçus, en février
1989, la visite du commissaire Marc Pasotti, chef -
à l'époque - de l'antenne P.J. de Bayonne, qui me
posa la question suivante: "avez-vous connu
Jean-Louis Larre?". Il ne me fut même pas nécessaire
de mentir pour répondre par la négative. Par
contre je profitais de cette visite surprenante pour
préciser, qu'à mon sens, la police ne cherchait pas
vraiment dans la bonne direction et qu'il fallait
plutôt qu'elle s'intéressât à ses collègues de la
maréchaussée. La moue dubitative du commissaire
Pasotti me fit instantanément comprendre que, de ce
côté là, la Police Judiciaire ne ferait pas grande
investigation.Ils ont beau se détester cordialement,
pils ont le même employeur et ils servent les même
intérêts...
La rumeur
ignoble et les zélés zélateurs
Le commissaire
Pasotti me demanda aussi -
c'était peut être essentiellement ce qui expliquait
sa démarche - si,
par hasard, Popo Larre n'avait pas été éliminé par
IK, pour
le punir de s'être enfui lors de l'affrontement de
Léon! Une
rumeur très opportunément colporté en Pays Basque
Nord, dès les premiers mois de la disparition de
Popo... Plutôt
que de répondre par le mépris, ce qui aurait été
amplement justifié, je
lui rétorquais que c'était bien mal connaître la
mentalité d'Iparretarrak.
Si l'on admet comme plausible que la rumeur selon
laquelle IK avait supprimé Popo soit partie de la
gendarmerie, tout au moins de certains de ses
services, sa diffusion, en revanche, doit beaucoup
aux milieux opposés à un processus de lutte
abertzale autonome en Pays Basque Nord.
Qu'avez-vous
fait de Popo?
La rumeur
insidieuse n'allait pas tarder à faire long feu car
elle ne résistait pas à la plus élémentaire des
réflexions. Cependant, le souvenir de la disparition
de Popo a eu à subir l'épreuve du temps qui passe
et, en faisant traîner la procédure judiciaire au
delà de toutes les limites connues, la "justice"
française savait sans doute ce qu'elle faisait. Il
n'est pas à exclure en outre que le pouvoir
judiciaire comptait sur l'usure du temps pour se
prémunir d'une mise en accusation trop vivace.
Le procès du 22 mars doit pouvoir servir à retourner
l'accusation.
On peut faire
confiance à Filipe Bidart, Gabi Mouesca et à Ttotte
Etxebeste pour
dire tout cela, et pour poser encore une fois
publiquement la question: qu'avez
vous fait de Popo? |