XML

Sampling
Home ] Analyse ] Auteursrecht ] Componeren ] Post-rock ]

 

Up
Sampling
Thuiskopie

 

Sampling in België en Nederland

T. LAURENS, "Sampling in België en Nederland", UA, 21 maart 2005

Inhoudstafel

Inhoudstafel
Inleiding
Terminologie
België en Nederland
    België
    Nederland
Oplossing in buitenlandse rechtspraak
Sampling in de praktijk
Besluit
Bibliografie

Inleiding

De voorbije jaren is duidelijk geworden dat de verschillende muziekstijlen meer en meer evolueren richting postmodernisme.  Men gaat niet meer op zoek naar vernieuwingen of grote nieuwe ideeën.  Meer en meer worden oudere stijlen herwerkt tot een nieuw geheel.  Er zijn talloze voorbeelden van hedendaagse popgroepen die overduidelijk hun muziekstijl en sound[1] overnemen van vergane glories.  Soms gebeurt dit als parodie, al te vaak is het een uitgekiend marketingconcept.  Ook bestaan er talrijke muziekgenres en –groepen waarvan nagenoeg het gehele repertoire bestaat uit combinaties van geluidsfragmenten (‘samples’) van anderen.  Zowel klassieke muziek als popmuziek wordt zo gerecycleerd tot iets nieuws.  Na de recente digitale revolutie is het ontzettend gemakkelijk geworden om zulke samples te bewerken.  Professionele geluidsstudiosoftware is quasi gratis te downloaden op het internet en zorgt er voor dat je op zo goed als elke computer een professionele opname kan maken en vooral bewerken.  Geluid bewerken kan op verschillende manieren: elke muzikale parameter kan naar hartelust worden gewijzigd: toonhoogte (melodie), toonduur (ritme en metrum), toonsterkte (dynamiek), toonklank (sound) en toonsamenklank (harmonie)[2],[3].  Vaak is het originele geluid onherkenbaar geworden. 

Deze scriptie heeft als doel de Belgische en Nederlandse regelgeving en praktijk m.b.t. het gebruik van allerlei soorten samples te beschrijven en te vergelijken[4]

Terminologie

Sampling, ook wel sound sampling of in oudere artikels klankjatten en geluidsbemonstering genoemd, is een handeling waarbij een kort[5] geluidsfragment (de sample) – al dan niet bewerkt – wordt overgenomen en geďncorporeerd in een ander, nieuw muziekwerk.  De structuur, compositie van het gehele oorspronkelijke werk zal niet terug te vinden zijn in het nieuwe werk[6].  In deze scriptie wordt er van uitgegaan dat het gesamplede werk[7] uitgegeven en bovendien auteursrechtelijk beschermd is[8] en dat het nieuwe werk een muziekwerk is.  Er wordt niet ingegaan op het gebruik van geluidsfragmenten in reclame of het coveren van nummers aangezien dit niets met sampling, maar alles met het klassieke adaptatiebegrip te maken heeft[9].  Ook een louter theoretische discussie over de vraag of je een onhoorbare[10] of onherkenbare[11] sample mag gebruiken, wordt niet besproken wegens irrelevant[12].

Sampling dient onderscheiden te worden van plagiaat of namaking, d.i. het kwaadwillig of bedrieglijk inbreuk plegen op het auteursrecht of de naburige rechten[13].  Bij sampling is dat niet de bedoeling, de samplende artiest gebruikt a.h.w. enkel andermans muzikale bouwstenen om zijn eigen werk te maken.

België en Nederland

België

Wie?

De Belgische Auteurswet[14] beschermt werken wanneer ze een concrete en een originele vorm bezitten.  Ideeën worden niet beschermd.  Een werk is volgens het Hof van Cassatie origineel als aan de basis ervan een aanwijsbare activiteit van de menselijke geest ligt en het het stempel van de persoonlijkheid van zijn maker draagt[15].  Van geen belang hierbij is de lengte of de artistieke waarde van het werk.  De vraag of het gebruik van samples in België is toegestaan, is dus dezelfde als de vraag of een sample een werk is in de zin van artikel 1 A.W.  De rechten die een auteur van een werk krijgt vallen uiteen in twee categorieën: de vermogensrechten en de morele rechten.  De deelaspecten daarvan die relevant zijn m.b.t. samples worden hier besproken.

Vermogensrechten

Reproductie- en adaptatierecht

Voor iedere reproductie is de toestemming van de auteur nodig, ongeacht het doel of de aard van de drager – hier zijn uiteraard wel enkele uitzonderingen op[16].  Het is duidelijk dat wanneer men zonder toestemming een lange sample gebruikt of wanneer er verwarringsgevaar is met het originele werk, men naargelang de omstandigheden met een verboden reproductie of verboden adaptie te maken heeft.   Hierbij is de lengte van de sample in principe niet belangrijk.  Wat verboden is, is het hernemen en manifest gebruiken van het werk van de eerste auteur[17].  Dit is een kwalitatief criterium dat als feitelijk gegeven door de rechter – al dan niet met hulp van een deskundige – moet worden onderzocht.  Hierbij wordt rekening gehouden met o.a. de lengte en het belang van de sample.  Ook de plaats waar de sample wordt gebruikt, kan invloed hebben.  Wordt bv. een ‘hook’[18] gebruikt, dan is de sample meestal kort, maar het belang ervan erg groot.  Er zal sprake zijn van een illegale reproductie als die sample dan op een prominente plaats wordt gebruikt of meerdere keren terugkomt.

Voor een bewerking (adaptatie) gelden dezelfde regels[19],[20].

Citaatrecht

Vaak wordt gepoogd om het gebruik van samples te laten vallen onder de regeling van het citaatrecht.  Art. 21 A.W. zegt immers dat korte aanhalingen uit een werk (…) geen inbreuk maken op het auteursrecht.  Samples kunnen niet onder deze regeling vallen.  Het citaat mag immers niet in een commercieel werk worden gebruikt – de wet omschrijft immers nauwkeurig welke doelen toegelaten zijn, alle andere doelen zijn verboden[21].

Bestemmingsrecht

Heeft het zin dat een auteur op zijn werk een verbod tot samplen vermeldt?  Wat een auteur kan verbieden “wordt (…) begrensd door de prerogatieven van de auteur op zijn werk.”[22]  Vermelding of niet, dezelfde regels blijven dus van toepassing.

Morele rechten

Art. 1§2 A.W. geeft de auteur van een werk het recht op erkenning van vaderschap en het recht op integriteit.  Met ‘werk’ wordt hetzelfde bedoeld als in art. 1 §1.  Het enige gevolg van het recht op erkenning van vaderschap ijkt me te zijn dat een auteur die zijn toestemming geeft om gesampled te worden, kan eisen dat zijn naam wordt vermeld. 

Hoewel er in België bij mijn weten nog nooit een proces is over geweest, kan het recht op integriteit bij samples toch belangrijk zijn.  In 1989 bijvoorbeeld bracht de groep ‘Brussels Sound Revolution’ het nummer ‘Qui…?’ uit waarin samples werden gebruikt uit een persconferentie van voormalig premier Paul Van den Boeynants na zijn ontvoering.  Voor zover een persconferentie een werk is in de zin van art. 1§1 A.W. lijkt het mij zo te zijn dat – naast het reproductieverbod – het recht op integriteit is geschonden.

Naburige rechten

Hoofdstuk II van de A.W. regelt naburige rechten.   Deze titel beschermt de prestatie van de uitvoerende kunstenaar.  Dit kan zowel een zanger, instrumentalist, geluidsproducer, filmacteur,… zijn.  Niet helemaal duidelijk hierbij is of er voorwaarden zijn aan verbonden aan het begrip “prestatie”.  Er wordt geen bescherming gegeven aan louter technische handelingen[23], er moet een soort van creatieve prestatie of een intellectuele activiteit ontstaan die extern begrensd is omdat deze kunstenaar een werk van iemand anders uitvoert.[24]  Art. 35 §1 A.W. spreekt over de ‘reproductie’ van een prestatie naar analogie van het reproductierecht van de auteur.  Daarom lijkt het me dat hier dezelfde regeling geldt als voor de auteur.  Sommige auteurs beweren dat elk gebruik, hoe miniem ook, verboden is.[25]  Dit is onrealistisch, oncontroleerbaar en vooral onjuist.  Bij een appreciatie van een inbreuk op de Auteurswet moet rekening worden gehouden met de “karakteristieke elementen van het onderliggende werk of de onderliggende prestatie.”[26]  Er zijn in België nog geen rechterlijke uitspraken die dit nader interpreteren.  M.i. moet het eerder vermelde kwalitatieve criterium[27] naar voren worden geschoven, een verbod om de prestatie van een uitvoerend kunstenaar te hernemen en manifest te gebruiken[28].  Dit vermijdt zinloze vragen als ‘hoe gaat men bewijzen dat een onherkenbaar fragment eigenlijk is overgenomen uit een andere uitvoering’[29]?

Het gemene recht

Persoonlijkheidsrechten

Het kan commercieel bijzonder interessant zijn om een sample met daarop de stem van een bekend persoon te gebruiken, bv. in een reclamespot.  Vaak echter geeft zo’n bekend iemand daar geen toestemming voor.  Uit relatief recente rechtspraak blijkt dat het dan niet toegelaten is om een stemmenimitator die bekende persoon te laten nadoen.  Strikt genomen is er geen schending van het auteursrecht.  In de zaak Rocco Granata tegen B.V.B.A. Talkie stelde de rechter vast dat een stemimitatie geen schending van het auteursrecht kan zijn, maar wel een verwarring kan veroorzaken die “als foutief bestempeld dient te worden”[30].  Zulk een fout kan aanleiding geven tot schadevergoeding op basis van art. 1382 B.W.

In het buitenland waren er gelijkaardige zaken m.b.t. de stem van Bette Midler[31], Tom Waits[32] en Prins Bernhard[33].

Vordering tot staking

Sommige auteurs[34] beweren dat er een mogelijkheid bestaat om bij een onrechtmatig gebruik van een sample een vordering tot staking in te stellen op basis van art. 95 e.v. van de wet handelspraktijken[35].  Dit is alleen mogelijk als men het bestaan van een onrechtmatige mededinging kan bewijzen.  Art. 96 sluit immers daden van namaking die onder de toepassing vallen van de wetgeving op de auteursrechten uit.  Het belang m.b.t. samples lijkt me dus nihil.  Bovendien voorziet de A.W. zelf in afdoende rechterlijke middelen[36].

De Europese richtlijn 2001/29

Op donderdag 4 maart heeft de Kamer van Volksvertegenwoordigers wetsontwerp 1137 aangenomen.  Dit regelt de omzetting in Belgisch recht van de Europese richtlijn 2001/29 betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij.  Op dit ogenblik[37] is het nog niet duidelijk of, en zo ja, wanneer de wetswijziging in werking zal treden[38].  In het door de Kamer goedgekeurde ontwerp wordt artikel 1 A.W. uitgebreid, het zal elke reproductie in welke vorm ook, direct of indirect, tijdelijk of duurzaam, volledig of gedeeltelijk verbieden[39].  Een soortgelijke wijziging wordt doorgevoerd m.b.t. de naburige rechten.  Het is te vroeg om de impact van deze wijziging te kunnen inschatten, maar m.i. betekent het dat vanaf een sample herkenbaar is – door een leek of een deskundige – voor het gebruik ervan toestemming moet worden gevraagd.  Het gaat dus om een verregaande wijziging.

Nederland

Wie?

“Van verveelvoudiging of openbaarmaking in de zin van de Auteurswet kan (…) pas sprake zijn als een sample een zelfstandig werk in de zin van diezelfde wet is.”[40]  Nederland kende tot voor kort geen aparte sampleregeling[41].  Art. 10 van de Nederlandse Auteurswet 1912[42] zegt dat onder werken van letterkunde, wetenschap of kunst deze wet verstaat muziekwerken met of zonder woorden,… en ieder voortbrengsel ervan op welke wijze of in welke vorm het ook tot uitdrukking is gebracht.  De Nederlandse Hoge Raad stelde een aantal eisen aan het begrip werk: het moet een eigen oorspronkelijk karakter en het persoonlijk stempel van de maker dragen.[43]  Doorslaggevend om te weten of je een sample mocht gebruiken was of dit voortbrengsel voldeed aan de voorwaarden van de Hoge Raad.  Ook dit was een kwalitatief criterium.  Het belangrijkste verschil met het Belgische kwalitatief criterium is dat in België het eerste werk manifest moet worden gebruikt vooraleer er sprake is van een overtreding van het verbod.  In Nederland was sneller sprake van een verboden reproductie. Als de sample het persoonlijk stempel van de maker droeg, mocht hij niet gebruikt worden.  In feite kwam dit erop neer dat vanaf de sample herkenbaar was, hij verboden was, terwijl het Belgische recht een manifest gebruik vraagt.

Naburige rechten

Artikel 2, lid 1 sub b en c van de Nederlandse Wet op Naburige Rechten[44] zegt dat een uitvoerende kunstenaar en een producent zich kan verzetten tegen de reproductie van een opname van zijn uitvoering resp. zijn opname.  Een sample is echter géén reproductie van een opname in zijn geheel.  Net zoals in het Belgische recht kunnen beiden zich wel verzetten tegen een gedeeltelijke reproductie, maar “dan moet toch eerder gedacht worden aan een (…) refrein (…) dan aan geluidsmonster van een (fractie van een) seconde.”[45]  Het wordt niet met zo veel woorden gezegd, maar mij lijkt het zo dat ook hier het kwalitatieve criterium geldt.

Het gemene recht

Persoonlijke levenssfeer

Ook in het Nederlandse recht is het niet toegestaan om een stem zodanig te imiteren dat er misleiding ontstaat.  De gebruikte techniek  doet niet ter zake[46].  Zo werd de stem van Prins Bernhard geďmiteerd in een reclamespot.  De Reclame Code Commissie oordeelde: “Door bij de aanprijzing van een produkt (sic), zonder dat daarvoor toestemming is gevraagd of verkregen, gebruik te maken van de ‘stem’ van Prins Bernhard wordt inbreuk gemaakt op zijn persoonlijke levenssfeer.”[47]  Dit geeft aanleiding tot schadevergoeding via art. 6:162 B.W.

Onrechtmatige Daad

Bescherming via een onrechtmatige-daadsactie, art. 6:162 B.W.[48], is altijd mogelijk[49].  Toch lijkt me dit bijzonder moeilijk.  De Nl. A.W. en de Nl. W.N.R. bepalen immers wat mag en wat niet.  De gesamplede artiest gaat dus moeten aantonen dat één van die twee wetten geschonden is.  M.i. is de art. 6:162 B.W. in casu louter een aanvulling op die twee wetten, in die zin dat een overtreding van de Nl. A.W. of van de Nl. W.N.R. aanleiding geeft tot schadevergoeding.

Mededingingsrecht

Een andere mogelijkheid is om sampling te regelen via het mededingingsrecht.  Hier heeft de Rechtbank van Haarlem[50] een uitspraak over gedaan.  Er werd geoordeeld dat samplen pas onrechtmatig is wanneer “sprake is van oneerlijke concurrentie door het disproportioneel profiteren van andermans prestaties”.  Ook dit komt neer op het gebruik van het eerder vermelde kwalitatieve criterium.

De Vaste Commissie Plagiaat

In 1967 heeft auteursrechtenorganisatie Buma/Stemra de Vaste Commissie Plagiaat opgericht.  Deze onafhankelijke commissie, bestaande uit vijf muziekauteurs en twee juristen oordeelt over plagiaatgeschillen.  Het is geen rechterlijk orgaan.  Het enige gevolg van een beslissing van de Commissie is dat Buma/Stemra haar auteursrechtgelden anders verdeelt[51].  Ook kan een uitspraak van de Commissie gebruikt worden als deskundigenadvies voor de rechtbank.  Zelden wordt er geoordeeld over samples, maar de regels m.b.t. plagiaat en het gebruik van samples zijn dezelfde.  In de praktijk heeft de Commissie – die op het eind van de jaren tachtig vreesde overspoeld te worden door klachten over samples – vastgesteld dat ze zich daar zelden over dient uit te spreken.  Meestal wordt toestemming gevraagd voordat een sample gebruikt wordt[52].

Het belang van deze Commissie zit erin dat ze de auteursrechthebbenden een relatief goedkope en vlotte rechtsgang biedt en dat ze zowel musicologische als juridische vakkundigheid combineert[53].

De Europese richtlijn 2001/29

De Europese richtlijn 2001/29 voorziet in artt. 5§2 en §3 een aantal mogelijke beperkingen of restricties op vermogensrechten.  Europese lidstaten kunnen uit de lange lijst kiezen welke beperkingen of restricties worden omgezet. 

Art.5§3 i) voorziet in een uitzondering t.a.v. ‘het incidentele verwerken van een werk of materiaal in ander materiaal.’ M.i. valt sampling hier ook onder.

Dit artikel is in België niet omgezet.  In Nederland is deze richtlijn omgezet[54] en in werking getreden[55].  Sinds 1 september 2004 is het Nederlandse auteursrecht grondig gewijzigd[56].  Het nieuwe artikel 18a zegt: “Als inbreuk op het auteursrecht op een werk van letterkunde, wetenschap of kunst wordt niet beschouwd de incidentele verwerking ervan als onderdeel van ondergeschikte betekenis in een werk.”  In de Tweede Kamer is lang gediscussieerd over het woord incidenteel.  De vraag werd gesteld wat de draagwijdte is van dit artikel: “De term incidentele verwerking kan zowel betrekking hebben op het toevallig gebruiken van een werk alsmede op het zo-nu-en-dan gebruiken van een werk. Bepalend voor de geoorloofdheid van een incidentele verwerking is of het gebruik een onderdeel van ondergeschikte betekenis

is. Bij de beantwoording van de vraag of het gebruik een onderdeel van ondergeschikte betekenis is, spelen niet alleen kwantitatieve, maar ook kwalitatieve aspecten een rol. Naarmate het gebruik minder toevallig, dus meer bewust plaatsvindt, mogen daaraan strengere eisen worden gesteld.  Het gebruik van bepaalde, weloverwogen gekozen geluidsfragmenten in een nieuw muziekwerk (sampling), hoewel van bescheiden omvang, zal niet zijn toegestaan gelet op het feit dat het gebruik plaatsvindt met het oogmerk van integratie in en vergroting van de waarde van het nieuwe muziekwerk. In kwalitatieve zin is er namelijk geen sprake van een verwerking van ondergeschikte betekenis.”[57]

Ik ben het hier niet mee eens.  Onder de ietwat ongelukkige zinsconstructie van artikel 18a moet m.i[58]. verstaan worden dat ze van toepassing is op samples.  Men lijkt immers te bedoelen dat het toegelaten is om een (bestaand) werk in een (nieuw) werk te verwerken zolang deze verwerking: (1) incidenteel is – d.w.z. het gebruikte deel moet van ondergeschikt belang zijn, m.i. wordt hiermee bedoeld dat het van ondergeschikt belang moet zijn in het bestaande, originele werk – en 

(2) slechts een onderdeel is van ondergeschikte betekenis in het nieuwe werk – d.w.z. dat het gebruikte deel in het nieuwe werk ook van ondergeschikt belang moet zijn. 

Bovendien voldoen korte geluidsfragmenten niet aan de definitie van artikel 10.  Zoals een enkel woord in principe te kort is om te kunnen voldoen aan de eis van originaliteit[59], zo is dat ook met een kort geluidsfragment.  Het is aan de rechter om die afweging te maken.

Oplossing in buitenlandse rechtspraak

Recent heeft het Amerikaanse Court of Appeals zich uitgesproken in een samplingzaak[60].  De Amerikaanse hiphopformatie Beastie Boys had in hun nummer “Pass the Mic” een zes seconden durende sample gebruikt uit “Choir” van en door James Newton.  Het Amerikaanse recht maakt een onderscheid tussen compositierechten en uitvoerdersrechten (‘the recorded performance’ ) – vergelijkbaar met ons onderscheid tussen auteurs- en naburige rechten.  James Newton had de uitvoerdersrechten verkocht aan ECM, de compositierechten bleven zijn eigendom.  De Beastie Boys hadden aan ECM toestemming gevraagd en - tegen betaling – gekregen om de sample te gebruiken.  Newton zelf had echter geen toestemming gegeven om de compositie te gebruiken.  De vraag was of een sample van zes seconden lang genoeg is om van een compositie te kunnen spreken.    Op het bewuste fragment was een bijzondere en nieuwe dwarsfluittechniek te horen: multiphonics. Dit is een techniek waarbij een fluitist zingt in het instrument en er tegelijkertijd andere noten op speelt; in casu een gezongen grondtoon do met daarboven de noten do-reb-do.  Newton legde in zijn klacht vooral de aandacht op het belang van zijn uitvoering.  Dit was irrelevant aangezien voor de uitvoerdersrechten reeds betaald was.  Wat onderzocht moet worden, is hoelang het duurt vooraleer de identiteit van dit muzikaal werk zich manifesteert[61].  Onbelangrijk hierbij is of het om een uitgeschreven, geďmproviseerde of anderssoortige compositie gaat.  Hierover is veel rechtspraak verschenen[62] en het valt op dat bijna elke rechter schijnbaar een andere lengte hanteert, gaande van zes noten tot acht maten.  Er wordt immers gebruik gemaakt van een kwalitatieve norm.  “The question is one of quality rather than quantity, and is to be determined by the character of the (original) work and the relative value (to the original work) of the material taken.”  G. Aelbrecht merkt hierbij terecht het volgende op: “Om die kwaliteit concreter in te vullen, zal men vooral oog hebben voor de commerciële waarde van het fragment en het belang van het fragment in het werk van de gesamplede en van de samplende”[63]

Het best werd dit alles uitgelegd door Lawrence Ferrara – muziekprofessor aan de Universiteit van New York en als deskundige opgeroepen in deze zaak – in een interview met Malcolm Gladwell, journalist van The New Yorker: 

Wanneer ik (Gladwell) hem vroeg om het arrest uit te leggen stapte hij (Ferrara)  naar de piano en speelde de drie noten: do-reb-do.  Hij riep: that’s it, er is niets méér! Dit is al dat gebruikt is.  Weet je wat dit is?  Het is niet meer dan een mordent[64], een versiering.  Het is miljoenen keren gebruikt.  No one can say they own that.  Dan speelde Ferrara het bekende vier-noten motief, het begin van de Vijfde Symfonie van Beethoven (sol-sol-sol-mib).  Dit was duidelijk Beethoven.  Maar is het origineel?  Dit is moeilijker, zei Ferrara.  In feite hebben andere componisten dat geschreven.  Beethoven heeft het zelf ook gebruikt in een pianosonate en je kan zo’n figuren vinden bij componisten van voor Beethoven.  De zaken liggen anders als je spreekt over da-da-da dummm, da-da-da dummm — die vier noten, met die bepaalde lengte, maar alleen deze vier noten sol-sol-sol-mib? Nobody owns those.” [65],[66]

In casu oordeelde de rechter dat het gebruikte fragment te kort is om een auteursrechtelijke inbreuk te zijn en hij heeft de Beastie Boys gelijkgegeven.  Hoewel ik het eens ben met de rechter – als je drie noten kan claimen, wordt het voor componisten onmogelijk om nog muziek te schrijven – heeft deze uitspraak een bizar gevolg.  Als ik morgen dezelfde James Newton-sample wil gebruiken moet ik hiervoor aan ECM toestemming vragen, maar ook aan de Beastie Boys.  Deze sample maakt immers o.a. doordat hij meer dan veertig keer wordt herhaald wél de essentie uit van de compositie “Pass the Mic”.

Sampling in de praktijk

In de praktijk stelt het gebruik van samples verrassend weinig problemen.  De meeste platenfirma’s proberen rechtszaken te vermijden en ‘clearen’ de samples op voorhand.  Door middel van een soort van minnelijke schikking vergoedt men de originele componist  en/of uitvoerder op voorhand.  Dit leidt soms tot lachwekkende resultaten.  Zo betaalde de Britse componist Mike Batt , van de popgroep The Planets, meer dan 100 000 dollar aan John Cage omdat zijn stuk One Minute Silence nogal geleek op Cages 4’33”-compositie uit 1952. Beide stukken bestaan uit volledige stilte[67].  Een ander bekend voorbeeld is dat van de popgroep The Verve die het volledige auteursrecht op ‘Bittersweet Symphony’ afstondt aan Allen Klein omdat een sample van twaalf noten was gebruikt en men had nagelaten vooraf toestemming te vragen.  Dat het nummer een wereldhit werd en ettelijke miljoenen opbracht hadden ze waarschijnlijk niet voorzien[68].

De uitvoerdersvergoeding wordt vaak omzeild door het fragment opnieuw in te spelen.  Hierbij moet wel opgelet worden dat men de persoonlijkheidsrechten van de originele uitvoerder niet schendt.

Een andere en nog veel meer gebruikte techniek is die van het herschrijven.  Het is perfect mogelijk om voor eender welke bestaande melodie of andere muzikale parameter één of meerdere tegenhangers te bedenken waarbij het voor een leek quasi onmogelijk is om het origineel van de herschreven versie te onderscheiden.  De deskundige zal echter moeten vaststellen dat er geen enkele overeenstemming bestaat tussen de twee en dat hoogstens een idee wordt overgenomen.  Ideeën worden echter door geen enkele auteurswet beschermd.

Besluit

Al het voorgaande leidt tot het pijnlijke besluit voor de gesamplede en de samplende artiest dat ze in het Belgische en in het Nederlandse recht niet weten waar ze staan.  De recente wetswijzigingen hebben de rechtszekerheid niet bevorderd.  M.i. is zelfs een stap achteruit gezet.  Tot voor enkele jaren was het gebruik van samples toegestaan – zolang niet werd overdreven. Dat gaf onbemiddelde artiesten de kans om op een eenvoudige manier vrij hun creativiteit te uiten.  Omdat geluid opnemen bijzonder goedkoop is geworden, lijkt het mij niet nodig om zeer korte opnames ernstig te beschermen.  Ik doel dan uitdrukkelijk enkel op die samples die zo kort zijn dat het hergebruik ervan niet kan beschouwd worden als plagiaat.  Wat beschermd moet worden zijn immers composities en niet bijzonder kleine fragmenten eruit.  Het zou toch al te lachwekkend zijn dat het – om eens een ander voorbeeld te nemen – verboden zou blijken om een woord of zelfs een korte zin uit een roman over te nemen.  Bovendien telt het muzikale alfabet minder letters, de westerse harmonie telt maar twaalf noten, het grootste deel van de popmuziek is gebaseerd op schema’s van drie (!) akkoorden.  De combinaties daarvan zijn niet eindeloos.  Als het verboden is om geluidsfragmenten van slechts enkele noten of enkele seconden vrij te reproduceren, dan is het voor eender welke componist mogelijk om op een dag tijd zo goed als alle mogelijke combinaties op te schrijven en dan het auteursrecht te claimen.  Vele componisten hebben het al meegemaakt dat ze door louter toeval een werk hebben geschreven dat op zijn minst ‘bijzonder gelijkenissen’ met een ander, voor hen onbekend, werk vertoont.

M.i. lijkt het een goede zaak dat aan de rechter een schijnbaar grote beoordelingsmarge wordt gegeven.  Het kwalitatieve criterium dat door o.a. de Belgische, en Amerikaanse rechtspraak naar voren werd geschoven, lijkt mij de best denkbare evenwichtsoefening tussen de rechten van de componist en van de sample-artiest.

Bibliografie

Rechtsleer

AELBRECHT, G. “Sampling in de muziekwereld: juridische aspecten en praktijken.  Proefschrift ingediend tot het behalen van de graad Gediplomeerde in de Gespecialiseerde Studies Intellectuele Rechten”, Katholieke Universiteit Brussel, 2001, onuitgegeven, 131 p.

 

AELBRECHT, G. “Sampling in de muziekwereld: een juridische benadering”, A.M. 2003, afl. 3, p. 170-185

 

BERENBOOM, A., “Le nouveau droit d’auteur et les droits voisins”, Larcier, Brussel, 1995, 448p.

 

BUYDENS, M., “La protection de la quasi-création”, Brussel, Bruylant – Larcier, 1993, 825p.

 

ENGELFRIET, A.“Veel voorkomende vragen: werken en het auteursrecht daarop”, http://www.iusmentis.com/auteursrecht, 29 juli 2003

 

GIANNINI, M. “The substantial similarity test and its use in determining copyright infringement through digital sampling”, Rutgers Computer & Technology Law Journal 1990, afl. 16,  p.509-525

 

GLADWELL, M. The New Yorker, 22 november 2004, http://newyorker.com/fact/content/?041122fa_fact

 

GOTZEN, F., “De algemene beginselen van de vermogensrechten en van de morele rechten van de auteur volgens de wet van 30 juni 1994”, in F. GOTZEN (ed.), Belgisch auteursrecht van oud naar nieuw, Brussel, Bruylant, 1996, 548p.

 

HUGENHOLTZ, P., KOEDOODER, M. “Klankjatten: juridische aspecten van sound sampling”, N.J.B. (Ned) 1987, 1511-1515

 

KOEDOODER, M. “Recycling in de populaire muziek.  De juridische implicaties van sound sampling”, InfoRecht 1994, 131-138

 

KÖKBUGUR, S. “Sound sampling: artistieke creativiteit of maatschappelijk probleem?”, Ars Aequi 1994, p.554-562

 

MEIJER, O. “Als de maat vol is: de Vaste Commissie Plagiaat”, A.M.I. 2004, afl. 2, 51-59

 

VAN DEN AKKER, J.H.C., “Fight for your right to sample”, http://www.cmslegal.nl en http://www.cmderks.nl

 

VANHEES, H., “Artikel 21 Auteurswet 1994”, in X., Handels- en economisch recht.  Commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer”, Kluwer Rechtswetenschappen België, Antwerpen, losbl, 4dln, z.p., 5p.

 

VISSER, D. “De wijziging van wetsvoorstel 28 482: een redelijke tegemoetkoming?”, A.M.I.(Ned) 2003, afl. 3, p. 69-74

 

Tweede Kamer 2002-2003, 28 482, 21 maart 2003, nr. 5, 43p.

 

Tweede kamer 2002-2003, 28 482, 21 mei 2003, nr. 8, 22p.

 

X., “Composer pays for piece of silence”, www.cnn.com, 23 september 2002

 

X., “Three notes not enough”, Copyright World, november 2003, p.6

 

http://www.justitie.nl/publicaties/brochures_en_factsheets/factsheets/auteursrecht.asp

 

http://www.beeldrecht.nl/primosite/show.co?ctx=7619,21846&anav=8789

 

http://www.justitie.nl/themas/wetgeving/dossiers/auteursrecht/integrale_reacties/Stichting_Auteursrechtenbelangen.asp

Rechtspraak

Cass. 27 april 1989, Arr. Cass. 1988-89, 1006, Pas. 1989, I, 908, R.W. 1989-90, 362 en J.L.M.B. 1989, 1222

 

Cass. 2 maart 1993, Pas., 1993, I, 234 en Ing. Cons. 1993, 145

 

Rb. Haarlem 13 oktober 1989, (Ride on Time v. Love Sensation), B.I.E. 1991, nr. 6, p. 20

 

R.C.C. 23 december 1992, nr. 92 7522

 

Tom Waits v. Frito – Lay, Inc., 978 F. 2d 1093 (9th Cir. 1992), cert. Denied 113 S. Ct. 1047 (1993)

 

Arnstein v. Edward B. Marks Music Corp, 2d Cir., 82 F. 2d 275, 277

 

Middler v. For Motor Co, 849 F. 2d 460 (9th Cir. 1988)

 

Marks v. Leo Feist, Inc. 290 F. 959 (2d Cir. 1923)

 

Boosey v. Empire Music CO, 224 F. 646 (S.D.N.Y. 1915)

 

 

9th US Court of Appeals 4 november 2003, Beastie Boys v. Newton, http://mirrors.creativecommons.org/sampling/newtonopinion.pdf



[1] Om als popgroep commercieel succes te hebben blijkt het belangrijk te zijn om een eigen sound te ontwikkelen.  Door een combinatie van instrumentarium en arrangeerstijl wordt een klankbeeld of klankkleur –d.i. de ‘sound’– gemaakt die eigen is aan een bepaalde groep.  Zo kan een luisteraar gemakkelijk nieuwe nummers linken aan een voor hem bekende groep.

[2] Hedendaagse muziektheorie gaat uit van deze vijf parameters.  Dit in tegenstelling tot zowat elk juridisch artikel dat hierover verschenen is, waarin telkens ten onrechte wordt uitgegaan van drie parameters (ritme, melodie, harmonie).

[3] Je kan bv. echo’s toevoegen, een stuk achterstevoren laten afspelen, een stem wegfilteren,…

[4] Om praktische redenen is deze tekst afgesloten op 21 maart 2005.

[5] In principe duurt een sample maar enkele seconden.

[6] G. AELBRECHT, “Sampling in de muziekwereld: juridische aspecten en praktijken.  Proefschrift ingediend tot het behalen van de graad Gediplomeerde in de Gespecialiseerde Studies Intellectuele Rechten”, Katholieke Universiteit Brussel, 2001, onuitgegeven, p. 53

[7] d.i. het werk waaruit de sample is gehaald

[8] Als het gesamplede werk niet auteursrechtelijk beschermd is, dan stelt er zich immers geen enkel probleem en is iedereen vrij om samples uit dat werk te halen.

[9] G. AELBRECHT, o.c., p. 53

[10] Bv. een fragment van één microseconde

[11] Hiermee wordt bedoeld ‘voor iedereen onherkenbaar’, dus ook voor de deskundige.

[12] Een sample komt immers per definitie in een muziekstuk terecht en muziek is per definitie louter auditief.

[13] A.W. art. 81

[14] B.S., 27 juli 1994, zoals laatst gewijzigd door het K.B. van 20 juli 2000, B.S.,30 augustus 2000; hierna ‘A.W.’

[15] Cass. 27 april 1989, Arr. Cass. 1988-89, 1006, Pas. 1989, I, 908, R.W. 1989-90, 362 en J.L.M.B. 1989, 1222; Cass. 2 maart 1993, Pas., 1993, I, 234 en Ing. Cons. 1993, 145

[16] art. 1 §1 A.W.

[17] A. BERENBOOM, “Le nouveau droit d’auteur et les droits voisins”, Larcier, Brussel, 1995, p. 110, n. 79

[18] D.i. het fragment dat een leek na een nummer eenmaal te horen, onthoudt en waarrond vaak een hele compositie is opgebouwd.  Het standaardvoorbeeld van een hook zijn de eerste vier noten van de vijfde symfonie van Ludwig van Beethoven.

[19] art. 1 §1 2e lid A.W. 

[20] Zo moest de manager van het Belgische dj-duo “2 Many DJ’s” – die een mix-album hadden uitgebracht met zo goed als alleen samples (187 in totaal) voor elk van die 187 toestemming vragen.  Aan die toestemming werden ook voorwaarden verbonden: De rechten werden enkel geclaimd voor de Benelux.  Verbazend genoeg (cf. infra) weigerden o.a. de Beastie Boys hun toestemming te geven.

Belangrijk is wel dat het hier telkens om bijzonder lange samples ging en dat hier vaak meer sprake was van reproductie i.p.v. sampling.

[21] H. VANHEES, “Artikel 21 Auteurswet 1994”, in X., Handels- en economisch recht.  Commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer”, Kluwer Rechtswetenschappen België, Antwerpen, losbl, 4 dln., p. 129

[22] F. GOTZEN, “De algemene beginselen van de vermogensrechten en van de morele rechten van de auteur volgens de wet van 30 juni 1994”, in F. GOTZEN (ed.), Belgisch auteursrecht van oud naar nieuw, Brussel, Bruylant, 1996, 74

[23] G. AELBRECHT, o.c., p. 72

[24] G. AELBRECHT, o.c., p.  72

[25] M. BUYDENS, “La protection de la quasi-création”, Brussel, Bruylant – Larcier, 1993, 237; G. AELBRECHT, o.c., p. 76

[26] G. AELBRECHT, o.c., p. 76

[27] cf. supra: reproductie- en adaptatierecht

[28] Naar analogie van A. BERENBOOM, “Le nouveau droit d’auteur et les droits voisins”, Larcier, Brussel, 1995, p. 110, n. 79

[29] AELBRECHT, G., o.c., p. 78; cf supra - inleiding

[30] Rb. Brussel, 19 januari 2001 (Rocco Granata t/ Talkie-O), A.M. 2002, 453-545, noot F. BRISON.  Er was ook het vonnis Kh. Brussel (kortged.), 5 juni 1984, Ing. Cons. 1984, 333 m.b.t. de stem van Shirley Bassey.  Omdat de rechtsoverwegingen in dit vonnis op zijn minst voor discussie vatbaar zijn, wordt hier niet op ingegaan.

[31] Middler v. For Motor Co, 849 F. 2d 460 (9th Cir. 1988); G. AELBRECHT, “Sampling in de muziekwereld: juridische aspecten en praktijken.  Proefschrift ingediend tot het behalen van de graad Gediplomeerde in de Gespecialiseerde Studies Intellectuele Rechten”, Katholieke Universiteit Brussel, 2001, onuitgegeven, p. 99

[32] Tom Waits v. Frito – Lay, Inc., 978 F. 2d 1093 (9th Cir. 1992), cert. Denied 113 S. Ct. 1047 (1993)

[33] Cf. infra

[34] G. AELBRECHT, o.c., p. 105 e.v.

[35] Wet betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument, B.S. 29 augustus 1991 zoals laatst gewijzigd door de Wet van 1 september 2004, B.S. 21 september 2004

[36] artt. 80-87 A.W.

[37] 21 maart 2005

[38] Het ontwerp is doorgestuurd naar de Senaat die zijn evocatierecht heeft gebruikt.

[39] Art. 2, Wetsontwerp houdende de omzetting in Belgisch recht van de Europese richtlijn 2001/29/EG van 22 mei 2001 betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij, www.dekamer.be

[40] S. KÖKBUGUR, “Sound sampling: artistieke creativiteit of maatschappelijk probleem?”, Ars Aequi 1994, 3.2, p 557

[41] cf. infra

[42] hierna Nl A.W.

[43] Hierover is bijzonder veel rechtspraak verschenen o.a. H.R. 28 juni 1946, N.J. 1946, 712; H.R. 5 januari 1979, N.J. 1979, 339; H.R. 29 november 1985, N.J. 1987, 880; H.R. 1 juni 1991, Ars Aequi 1991, p. 71-80; H.R. 21 februari 1992, N.J. 1993, 164.

[44] hierna Nl. W.N.R.

[45] S. KÖKBUGUR, “Sound sampling: artistieke creativiteit of maatschappelijk probleem?”, Ars Aequi (Ned.) 1994, p. 559

[46] S. KÖKBUGUR, l.c., p. 562

[47] R.C.C. 23 december 1992, nr. 92 7522; S. KÖKBUGUR, ibidem; G. AELBRECHT, o.c., p. 98

[48] Art. 6:162 B.W.: “1. Hij die jegens een ander een onrechtmatige daad pleegt, welke hem kan worden toegerekend, is verplicht de schade die de ander dientengevolge lijdt, te vergoeden.

2. Als onrechtmatige daad worden aangemerkt een inbreuk op een recht en een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht of met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, een en ander behoudens de aanwezigheid van een rechtvaardigingsgrond.

3. Een onrechtmatige daad kan aan de dader worden toegerekend, indien zij te wijten is aan zijn schuld of aan een oorzaak welke krachtens de wet of de in het verkeer geldende opvattingen voor zijn rekening komt.“ , http://www.wetten.nl

[49] S. KÖKBUGUR, l.c., p. 559

[50] Rb. Haarlem 13 oktober 1989, B.I.E. 1991, nr. 6, p. 20 (Ride on Time v. Love Sensation)

[51] O. MEIJER, “Als de maat vol is: de Vaste Commissie Plagiaat”, A.M.I. (Ned) 2004, afl. 2, p. 52

[52] O. MEIJER, l.c., p. 58

[53] O. MEIJER, l.c., p. 59

[54] op 6 juli 2004

[55] op 1 september 2004

[56] Stb. 2004 336 en 409

[57] Tweede Kamer 2002-2003, 28 482, 21 maart 2003, nr. 5, p.37-38 (toelichting door de minister van Justitie);  D. VISSER, “De wijziging van wetsvoorstel 28 482: een redelijke tegemoetkoming?”, A.M.I.(Ned) 2003, afl. 3, p. 73; zie ook http://www.justitie.nl/publicaties/brochures_en_factsheets/factsheets/auteursrecht.asp , http://www.beeldrecht.nl/primosite/show.co?ctx=7619,21846&anav=8789 en http://www.justitie.nl/themas/wetgeving/dossiers/auteursrecht/integrale_reacties/Stichting_Auteursrechtenbelangen.asp waar gepoogd wordt het begrip incidenteel nader te omschrijven.

[58] Hierover is echter nog geen rechtspraak gepubliceerd.

[59] A. ENGELFRIET, “Veel voorkomende vragen: Werken en het auteursrecht daarop”, iusmentis.com/auteursrecht, 29 juli 2003

[60] 9th US Court of Appeals 4 november 2003, Beastie Boys v. Newton, http://mirrors.creativecommons.org/sampling/newtonopinion.pdf;   X., “Three notes not enough”, Copyright World, november 2003, p.6; M. GLADWELL, The New Yorker, 22 november 2004, http://newyorker.com/fact/content/?041122fa_fact ; J.H.C. VAN DEN AKKER, “Fight for your right to sample”, http://www.cmslegal.nl

[61] G. AELBRECHT, “Sampling in de muziekwereld: een juridische benadering”, A.M. 2003, afl. 3, p. 172

[62] Arnstein v. Edward B. Marks Music Corp, 2d Cir., 82 F. 2d 275, 277 (twaalf noten); Marks v. Leo Feist, Inc. 290 F. 959 (2d Cir. 1923) (zes maten); Boosey v. Empire Music CO, 224 F. 646 (S.D.N.Y. 1915) (zes noten).  Opgemerkt dient te worden dat het telkens een andere muziekstijl betrof en dat de keuze tussen twaalf noten of zes maten musicologisch redelijk eenvoudig te verklaren valt.  Logischerwijs manifesteert de identiteit van een dodecafoon muziekstuk zich doorheen een sequentie van twaalf noten.  Bij popmuziek duurt het vaak langer (zes ŕ acht maten) vooraleer een stuk zich manifesteert, behalve als het om de hook gaat (dan volstaan enkele noten).

[63] G. AELBRECHT, “Sampling in de muziekwereld: een juridische benadering”, A.M. 2003, afl. 3, p. 172; M. GIANNINI, “The substantial similarity test and its use in determining copyright infringement through digital sampling”, Rutgers Computer & Technology Law Journal 1990, afl. 16, p. 524

[64] “Een mordent is een aanduiding voor een versiering van een noot in uitgeschreven bladmuziek. Afhankelijk van de muziekstijl wordt deze soms anders geďnterpreteerd, maar de meest gebruikelijke speelwijze is: <genoteerde noot> <halve of hele noot hoger> <genoteerde noot> “,  definitie uit Wikipedia, http://nl.wikipedia.org/wiki/Mordent

[65] vrij vertaald uit M. GLADWELL, The New Yorker, 22 november 2004, http://newyorker.com/fact/content/?041122fa_fact

[66] Bedoeld wordt dat de vier noten op zich wel gebruikt mogen worden, maar dat die vier noten met dat ritme in dat arrangement in principe niet mogen worden overgenomen omdat in dit geval die vier noten wél een bijzonder belangrijk, zo niet het belangrijkste deel (de hook) van die compositie uitmaken.  (Uiteraard is het auteursrecht op de Vijfde Symfonie van Beethoven al vervallen, deze discussie dient enkel als voorbeeld).

[67] X., “Composer pays for piece of silence”, www.cnn.com, 23 september 2002

[68] G. AELBRECHT, “Sampling in de muziekwereld: juridische aspecten en praktijken.  Proefschrift ingediend tot het behalen van de graad Gediplomeerde in de Gespecialiseerde Studies Intellectuele Rechten”, Katholieke Universiteit Brussel, 2001, onuitgegeven, p. 52

 

 

 

 

-------
(c) Tijs Laurens
-------
Reageer
-------