Brachiopoda('armpotigen')


Tweekleppige schelp waarvan de helften elkaars spiegelbeeld vormen. De kleppen zelf zijn verschillend van elkaar. Ze leefden vastgehecht aan de zeebodem, waar ze voedsel uit het zeewater filterden. Ze komen voor in afzettingen vanaf het Cambrium tot recent, maar waren het meest talrijk in het Paleozoicum.


 
Voorbeeld van een brachiopode. De schelp is symetrisch, maar de twee schelphelften niet.

Hun schelpen lijken op het eerste gezicht erg op die van sommige weekdieren, maar de bewoners zijn meer verwant met bepaalde primitieve wormen dan met de weekdieren. Brachiopoda zijn momenteel niet erg belangrijk. Er zijn slechts tweehonderd levende soorten, maar in het geologisch verleden hadden ze aanzienlijk meer succes: in sommige periodes waren ze met meer dan drieduizend soorten vertegenwoordigd. Overigens houdt n soort het al 500 miljoen jaar uit: de brachiopode Lingula is een echt levend fossiel, dat sinds het Cambrium vrijwel onveranderd alle geologische en biologische veranderingen op aarde heeft doorstaan.

Brachiopoda onderscheiden zich van de tweekleppige weekdieren op een aantal punten, maar de meest opvallende eigenschap is toch wel dat de schelp uit twee verschillend gevormde onderdelen bestaat (vormen dus niet elkaars spiegelbeeld, zoals de kleppen van een mossel) die bovendien een gezamenlijk symmetrievlak hebben dat midden door de twee schelpdelen loopt.


[Brachiopoda]

 

Oppervlakkig gezien lijken deze dieren wel wat op schelpdieren.
Net als een mossel woont ook een brachiopode tussen twee kleppen.
Maar daarmee houdt de vergelijking op. Een eenvoudig verschil tussen schelpdieren en brachiopoden is te zien aan de kleppen: bij de brachiopoden zijn de beide kleppen verschillend van vorm en grootte.
De grootste klep heeft aan de achterzijde een gaatje waardoor een steel naar buiten steekt waarmee het dier zich aan de bodem vast kan hechten.
Karakteristiek voor deze diergroep zijn verder de "lophophoren": vaak lintvormig orgaantjes die dienen als kieuwen en bovendien met behulp van trilhaartjes een waterstroom in de richting van de er achter gelegen mond in stand houden.
Een brachiopode kan dan ook alleen in helder water leven: te veel aanvoer van slib of zand leidt tot "verstopping".
Tegenwoordig vinden we brachiopoda dan ook alleen in diepere delen van zeen, in de Noordzee bijvoorbeeld alleen op diepten vanaf 200 meter.
Er zijn zo'n 30.000 fossiele soorten bekend. Nu komen er nog ongeveer 200 soorten voor.

 

Interessante links voor wie meer gedetailleerde info wenst over Brachiopoden of fossielen in het algemeen:

http://www.regional-geology.nl/Paleo/brachiopods1.htm (Engels)

http://www.mineralienatlas.de/index.php?Mineral=Brachiopoden&typ=1 (Duits)

http://tijdlijn.nandoonline.com/htm_docs/aarde/03_proterozoicum.htm (Nederlands)

http://www.visualact.nl/fossielen/paleon/fossielen3.htm (Nederlands)