Faillissement

Ooit was de scheepsbouw één van de meest technologische en belangrijkste sectoren van België. In het Oostvlaamse Waasland bracht de Boelwerf niet alleen rijkdom en welstand maar het zorgde ook voor een bruisend sociaal leven op en rond de scheepswerven. Nadat in 1982 de Hobookse scheepswerf Cockerill Yards failliet ging werd de Boelwerf zo goed als gedwongen om dit bedrijf over te nemen. Door deze overname werkten er nu ongeveer 3 500 mensen voor deze scheepswerf en zou de overheid medeaandeelhouder worden. Pas later wordt dit moment omschreven als een scharniermoment in de bedrijfsgechiedenis van de Boelwerf. Een eerste negatief signaal kwam er in de herfst van 1986 toen er 1 200 mensen moesten afvloeien door de aanhoudende internationale crisis en de groeiende concurrentie van goedkopere Aziatische scheepswerven. De scheepswerf ontsnapte in januari en juni van 1987 tweemaal aan het faillisement waardoor het bedrijf zeer moeilijke tijden kende. In januari 1992 werden uiteindelijk nog drie bestellingen voor schepen door de Boelwerf binnengehaald. De gastanker Kemira Gas droeg bouwnummer 1 546 zou uiteindelijk de laatste opdracht worden voor de vele werknemers. Toen in september ’92 bleek dat er geen akkoord meer was over de toekomst van de scheepswerf besloten de arbeiders en bedienden om de Boelwerf volledig te bezetten. De toegang tot het bedrijf wordt voor kaderleden en directie volledig ontzegt en de werknemers bezetten het afgewerkte schip Franders Harmony. Op 28 oktober 1992 werd de Boelwerf onderneming failliet verklaard waardoor er zeven schepen onafgewerkt achter bleven op de scheepswerf. De Franders Harmony wordt na enkele maanden uiteindelijk toch vrijgegeven door de woedende arbeiders waarna op 4 april 1993 opnieuw 1 300 mensen aan het werk konden op de scheepswerf nadat de onderneming terug werd opgestart onder de naam Boelwerf Vlaanderen. In dit nieuwe bedrijf waren zowel de Vlaamse overheidsholding Gimvindus alsook de Nederlandse Begemanngroep aandeelhouder. Begemanngroep zou 50,01% van de aandelen in zijn bezit hebben. Ondanks het feit dat er geen enkel nieuw contract werd binnengehaald, werkten de 1 300 werknemers vijf van de zeven overgebleven schepen volledig af. Het laatste schip dat op de Boelwerf gebouwd werd, verliet op 19 december 1996 Temse. Met bouwnummer 1 540 vertrok de kabellegger Navigator richting Antwerpen waarna het werkmateriaal voorgoed opgeborgen bleef op de scheepswerf.

Dertig november 1994 zal voor eeuwig en altijd omschreven worden als een zwarte dag voor de scheepsbouw in Vlaanderen. Op die dag maakte handelsrechter Herman Huygens met zijn vonnis een einde aan een geschiedenis van 165 jaar scheepsbouw in Temse. De onderneming Boelwerf Vlaanderen werd failliet verklaard. De bevolking van Temse en omliggende gemeenten besefte al gauw dat er door dit vonnis een einde zou komen aan de economische welvaart door het succes van deze werkgever. Op het ogenblik van het definitieve faillisement werkten er nog 1 100 mensen op de Boelwerf waarvan de helft woonachtig was in Temse. Het werkloosheidscijfer in Temse steeg van 640 voor het faillisement naar meer dan 1 300 na het tweede faillisement. Naast de ecomonische ramp van dit faillisement zat de gemeente Temse met nog een enorm probleem. Gedurende vele jaren was de Boelwerf een grote sponsor van de gemeente. Zo investeerde de scheepswerf honderdduizenden franken in het lokale sociale en culturele leven.

Op 30 juni 2009 valt dan het definitieve doek over de Boelwerf wanneer de strafrechtbank van Dendermonde geen straffen uitspreekt in het proces tegen vier reders. Onder de vier beklaagden bevond zich Lubbe Bakker, consul van Indonesië. De vier moesten zich voor de rechtbank verantwoorden voor oplichting en misbruik van vertrouwen. Begin de jaren ’90 zouden de vier reders de prijzen van de laatste twee afgewerkte Boelwerf-schepen (Navigator en Discovery) kunstmatig hebben opgedreven met behulp van valse offertes en facturen. Uiteindelijk besliste de rechtbank vijftien jaar na het faillisement dat de feiten verjaard zijn waardoor er geen straffen konden worden uitgesproken.