Gedichten over de dood
 

Rouwgedichten, afscheidsgedichten

 
 
 
 

Zo ver weg

Altijd heb je voor ons klaargestaan
geen dag of nacht was jou teveel
en nu, heel alleen en in alle stilte
ging jij van ons heen

een allerlaatste reis, naar het licht
liefdevol wordt er op je gewacht
je eigen plekje tussen de sterren
zo ver weg en tegelijk heel dichtbij.

© Hendrik Hoogland.

 
 
 

Ik zocht

Ik zocht tot voorbij de einder
naar je woorden, naar iets
van herkenning om verder
te kunnen gaan

ik zocht naar je zinnen
verhuld in de muren
je plaats bij het raam

doch er is slechts
oorverdovende stilte
in de verlatenheid
van zwijgend behang

© Hendrik Hoogland.

 
 
 

Bestemming

Arm of rijk
integer of verwaande grootsheid
van dorpsgek tot geleerde
van minnaar tot pezewever

’t is al gelijk
in tijd zijn we voer voor de maden
of met wat geluk reizen we
de wereld af, als stof en as.

© Hendrik Hoogland.

 
 
 

Er is iemand

Ergens ver in tijd van deze nacht
die je warm ingeduffeld heeft in z’n hart

sluit nu met gerust gevoel je ogen maar
slaap zacht

een engel op je schouder
leidt je door de nacht.


© Hendrik Hoogland

 
 
 

November

Over mijn schouder, het blauwe van ’t voorbije
voor me uit strekt zich het winters grijze
wat zal ik, wat zal ik nu jij er niet meer bent?

minuten worden uren, dagen worden maanden
waarin hoegenaamd niets lijkt te vervagen

je plek aan het raam, de lege stoel,
het was jou geen plaats om te blijven en
’s nachts voelt het nu koud in het ledikant

wat zal ik, wat zal ik opdat ik niet gek ga doen?
in gedachten neem ik je overal met me mee en
’s ochtends dek ik nog steeds de tafel voor twee.


© Hendrik Hoogland

 
 
 

Een moeder

Aan de randen van een diep verborgen pijn
haalt ze herinneringen aan vroeger open
hoe ze zwoegend door het leven kon lopen
en toch met liefde zorgde voor ons welzijn

nu haar dunne vingers zo krachteloos grijpen
vanuit oude moederhanden  verweerd en wit
naar het laken, dat zich niet meer schikt
en hoe machteloos ik enkel kan toekijken

een sprankje hoop klaart nog in haar gezicht
in de wilskracht welke haar langzaam verlaat
met ogen die mij vragen nu ik dicht bij haar zit

en ik weet niet hoe het aan de andere kant gaat
het antwoord blijf ik  machteloos schuldig
aan de stille, liefdevolle blik op haar gelaat.


© Hendrik Hoogland

 
 
 

De dag van morgen

Als ik de dag van morgen er niet meer ben
huil dan niet om wat ten aarde is gedragen

zie me leven op zachte westenwinden,
over een uitgestrekte zee in ’t avondrood
in het silhouet van een meeuw zo wit
zie de tederheid in een klaproos zo broos
voel me in de korrels zand in jouw hand

doch treur niet om wat zal gaan tot stof
aanhoor het fluisterende lied van de wind
en weet me in de dag van morgen voor
altijd bij jou zoals het gisteren zou.


© Hendrik Hoogland

 
 
 

Heengaan

Gisteren zag ik in de najaarslucht
een vlucht vogels naar verre einders reizen
en ik wist, ze komen ook weer terug

nu jij bent heengegaan, op weg naar zielsrust
is dat heengaan niet hetzelfde als weggaan

heengaan is als een deur die je nooit
helemaal afsluit, omdat men op je wacht
alsof je er elk moment terug kunt staan

en ik weet, jij hebt de deur niet afgesloten
heengaan is ook een beetje terug thuis komen
want in ieder van ons leeft en blijft een
deel van jou, altijd voortbestaan.


© Hendrik Hoogland

 
 
 

Klokkengelui

Dwaaltocht door de velden
van vredig geurende prilte,
verten vagen klanken
kerkklokken voor
een hart dat ooit trilde

de herkenning ontrijmt
begraven droefnis van
een symfonie zoals ze
destijds weergalmde,
de herinnering pijnt

spitsend op ‘t stervend
klokgelui, prevelend
zacht m’n woorden
laat me weten...

een warm zonlicht
overspoelde de velden.


© Hendrik Hoogland

 
 
 

Wending

Het tij werd gekeerd
hij die ooit bloeide,
onverdroten ploegde
en zwoegde van akkers tot
boskant, zijn levenslicht

‘t wolkte weg, ontnomen
als langs geknepen engte
van een zandloper
tot dood, een wereld stil

en toch, onvermoeibaar ten
gelande, langs veld en kant
ruist voor immer, in de bomen
die hij ooit had aangeplant,
zijn zachtjes wuivende hand.

 
 
 

Roos van de troost

Als je gevoel loopt over
schrale grond
alles tot stilte vervaagt
in ’t weidse rond

weet dan, in bermengrond
groeit bloedmooi
door mythe bestemd,
het symbool
van het omstreden veld

in ’t niet een roos van troost
verguist, miskent
soms door je gevoel herkent
haar enigste zuiverste rood
’t verlaat haar nooit

wat maakt tot wat je bent
in ’t land van ijzer en wake
de klaproos -roos van troost-
trouw wordt herdacht, uitbeeldend
de herinnering aan het verleden
klaproos.. troost in het heden.

 
 
 

Ver vandaan

Ver ben je van mijn aardse lichaam vandaan
zacht weet ik je verlicht door dezelfde maan
in gedachten roep ik je naam en zie je als
helderste ster aan de hemel schitteren staan

ik voel nog steeds de warmte van je hand
fluister jou naam elke keer als ik je mis
mijn traan die in een levensboek vol foto’s valt
herinneringen die me resten als gedachtenis

als de tijdsklok in mijn leven stilvalt
mijn naam tot verleden is geschreven,
dan zullen we saam aan de sterrenhemel staan
als engelen van het licht in elkaars bestaan.


© Hendrik Hoogland

 
 
 

© Hendrik Hoogland, gedichten over de dood.

 

Home Over de liefde Romantische Uit het leven Liefdesgedicht Valentijn gedichten Liefdesverdriet Spreuken Over de dood Fotocollage Info Feedback

Deze pagina is voor het laatst bijgewerkt op 04 augustus 2014