Wim De Craene - "Bepdibelem petua"

Hoe zal ik het gaan verhalen
Van het oh zo slimme dier
Bepdibelem petua, zo noem ik het pienter dier

En moet ik u nog zeggen
Hoe schrander het beest wel was
Hoe Loebeke nijdig wordt bij het zien van zo een ras

Oh, bepdibelem
Oh, mijn petua
Jij bent m'n lange leven, jij loopt me altijd na

Ja Jan, 't ontglipt mij uit den mond
Maar met trots, ik geef het toe
't Is een wonderbare hond en schoon, gij weet niet hoe

Ge moet eens komen kijken
Hoe hij de oren spreidt
Geen jachthond zal dan blijken, wordt meer dan hem benijdt

Oh, bepdibelem
Oh, mijn petua
Jij bent mijn lange leven, jij loopt me altijd na

En slaapt hij in z'n stede
Dan lijkt hij net m'n wijf
En dat is waar ook al deelt Nico mede dat ik dikwijls overdrijf

'k Zweer voorwaar, geen eten
Is de dappere wel genoeg
Hij is, zo mag het heten, de ster van heel de kroeg

Oh, bepdibelem
Oh, mijn petua
Jij bent m'n lange leven, jij loopt me altijd na

Je moet eens komen kijken
Naar het pientere exemplaar
Je zal ervoor bezwijken, maar dat is geen bezwaar

'k Zal je dus verwachten
Ik zet alvast wat thee
Je komt best tegen achten en breng Loebeke maar mee

Oh, bepdibelem
Oh, mijn petua
Jij bent m'n lange leven, jij loopt me altijd na
Jij bent m'n lange leven, jij loopt me altijd na

© Copyright De Craene