Home
Gevel
Ontwerpen
Hoofdaltaar
Koepel
Klokken
Biechtstoelen
Communiebank
Preekstoel(en)
Kruisweg
Kapel H.Kruis
Kapel St-Anna
Altaar St-Jozef
Altaar St-Michiel
Beelden
Oriëntatie
KIK
Relicten
St-Jan Nepomuk
Barokgevel

1. Betekenis
De gevel van een jezuïetenkerk is zo opvallend en imposant dat hij alle aandacht van de voorbijganger opeist. Hij zegt als het ware: "Hier is het om te doen, hier is de kerk, hier is het huis van God, treedt binnen. Deze kerk wil een ontmoetingsplaats zijn, een hemel op aarde. Vol licht en blijheid.".
Alle andere gebouwen in de omgeving verdwijnen daarbij in het niets. Ook de kloostergebouwen. De gevel geeft ons reeds een beeld van hoe het interieur van de kerk er uit zal zien.

klik hier voor enkele frappante  foto's op de website Bits en bites van Carolien >>

2. Afmetingen

Foto vóór de restauratie 1996-97

Gevels van jezuïetenkerken hebben doorgaans een gemiddelde hoogte met uitzondering van Saint-Omer (39,5 m) en van onze St.-Michielskerk natuurlijk. De gevelpunt in het fronton bereikt een hoogte van 40 m. gemeten vanaf het vloerniveau - andere gelijkaardige hoge gevels zoals Brugge en Namen komen niet voorbij 35 m.
Meten we tot aan de top van het kruis dan vinden we 45 m. Daarbij komt dan nog de hoogte van de plint die over de hele breedte van de gevel loopt en die bedoeld is om de gevel boven de grond te tillen, om de oneffenheden van het terrein weg te werken en om de kerk tegen het vocht te beschermen.

3. Gevelopbouw der Belgische basilikale barokkerken
Eigenlijk had de kerk een heel eenvoudige gevel kunnen hebben. In de barok volstond het als het ware om bij gebrek aan een gotische westbouw, de 3 beuken van de kerk dicht te metselen met een muur. Op die manier ontstaat dan de gekende gevel met 3 niveaus. In het geval van de St.-Michielskerk is het allemaal zeer complex geworden.
Algemeen kan men stellen dat er een zeer grote gelijkenis is tussen de gevels van de jezuïetenkerken van Leuven, Brugge en Namen. Ook de grote lijnen van de verdwenen gevels in Brussel en Luik kunnen we daarmee wel goed inschatten. De groep is zo een beetje onstaan als tegenreactie op de luxueuze 'paleisstijl' van de Antwerpse St-Caroluskerk. De volgende foto's staan chronlogisch en het is duidelijk dat de Brusselse jezuïetenkerk van Jacobus Francart (Franquart) - schoonbroer van Cobergher - model stond voor alle andere volgende jezuïetenkerken in de Nederlanden. De Brusselse jezuïetenkerk (1676) lijkt me momenteel het best de gevel van de jezuïetenkerk te benaderen.

Begijnhofkerk Brussel 1676 - onbekende architect St-Michielskerk Brussel - Sanderus      St-F.Xaverius (Walburga) Brugge St-Ignatius (Lupus) Namen OLV-Onbevlekt (Michiel) Leuven H.Sacramentskerk Luik - SAUMERY

4. Plan
Wanneer we de mooie gevel van de St.-Michielskerk bekijken en dan vergelijken met de plannen zoals die door Willem Hesius sj.  gemaakt werden in 1650, dan kunnen we alleen maar besluiten dat deze helemaal niet gevolgd werden, of dat deze hoogstens een uitgangspunt waren. Ze waren zeker niet bindend en blijkbaar hing er veel af van het groepswerk van de ontwerpers en uitvoerders op de werf.

Problemen waren er al toen er bij de aanvang der werken ergens in de goedkeuringshiërarchie (rector, provinciaal, generaal) beslist werd om de kerk langer en hoger te maken zonder daarbij de onderlinge verhoudingen aan te passen. Strikt genomen heeft men zo toch de vertrouwde gotische principes m.b.t. proporties en constructies opnieuw binnengesmokkeld. De verhouding van de hoogte tot breedte is die van een rijzige gotische kerk geworden. Ribbengewelf, muurpilasters en luchtbogen (nu met voluten) zijn andere eigenschappen.

Als gevolg van dit alles paste het ontwerp van de eerste voorgevel helemaal niet meer in de constructie. Eigenlijk werden er ook helemaal geen plannen teruggevonden van de huidige gevel. Grosso modo heeft men volgens John Gilissen (SRAB, 1938) het model van St.-Loup te Namen overgenomen dat door Pieter Huyssens sj. ontworpen werd (1621), maar dit werd ook reeds opgemerkt door Joseph Braun sj. in 1907. De sterke gelijkenis valt overal op maar vooral als we de kolommen met ringvormige banden (bossages)  bekijken, of het frontispice en fronton bovenaan. Of Hesius dat nu plezant vond is een andere zaak. Wat we wel weten is dat hij in 1656 aan de gouverneur van  de Nederlanden, aartshertog Leopold-Willem van Habsburg, bij diens bezoek aan  de werf een tekening overhandigde van de gevel. Deze tekening was blijkbaar  speciaal voor deze gelegenheid gemaakt. (Ref. J.Gilissen, SRAB, 1938)

Eén van de nefaste gevolgen van de verhoging van de kerk is verder het feit dat het doksaal een zeer onpraktische publieksruimte geworden is. (lees hier verder <<klik)

ondersre fries en ionische kapitelen-1         ondersre fries en ionische kapitelen-2
 

5. Methode Baalbek
De gevel is uniek doordat hij elke andere gevel in zijn soort torenhoog overklast met een totaal nieuw gegeven: de indrukwekkende overvloed aan beeldhouwwerk. Gekoppelde Ionische composietkolommen en -pilasters, loofwerk, nissen, friezen, frontons, kandelaars met vlampotten en festoenen. Uiterst weelderige barok. De onderste verdieping werd gebouwd op een manier die herinnert aan de antieke tempel van Baalbek (Libanon). Maar meer nog lijkt ze met de 4 grote zuilen, de poort geflankeerd door 2 kleinere zuilen en de zware bovenfries, bijzonder sterk op het gevelontwerp van de tempel van Salomon. Die 2 zuilen naast de poort zijn overigens typisch voor heilige tempels in de Semitische cultuur. In de tempel van Salomon hebben ze als namen Boaz (Jahweh is kracht) en Jakin (Jahweh maakt vast) en ze werden gekopieerd van de oude Hebreeuwse Betheltempel.

De ontwerpers hebben zich duidelijk ook sterk laten inspireren door de  jezuïetenkerk van Brugge, en meer nog door het beeldhouwwerk van Hans Van  Mildert in de gevel van St.-Carolus te Antwerpen.
Het is als het ware het rijk gebeeldhouwde interieur dat zich ook in openlucht verder manifesteert in een zeer ingewikkelde uitwerking. Zoals we vroeger van onderpastoor Godier leerden: deze gevel is de mooiste barokgevel van heel West-Europa. En zoals pastoor Schammel reeds aangaf, is de gevel op haar mooiste tijdens een zomeravond wanneer in het licht van de ondergaande zon de patina van de steen in smeltend goud schijnt te veranderen.
En dit beeldhouwwerk maakt de gevel ook zo immens duur in onderhoud en conservering. Niet voor niets was men bvb. bij de restauratie van 1863 wanhopig toen de commissie er zich rekenschap van gaf wat het ging kosten om het beeldhouwwerk op verantwoorde wijze te restaureren (Bulletin CRAA).

  artist impression - foto 1990-1993  artist impression gevel - 2  

Als men goed kijkt, ziet men de slang naar beneden kruipen op de hoorn van overvloed - een soort vruchtentros met druiven en granaatappels, symbool voor de overwinning van het geloof. Rechts op de gevel was er een soortgelijk motief.
Bij de restauratie in de jaren '90 werden beide ornamenten weggehaald en de voluutbogen glad gemaakt.

Is het een indruk van mij dat er vroeger beelden gestaan zouden hebben in  de beide grote nissen naast de hoofdingang? In Namen en Antwerpen vinden we wel  beelden, in Brugge ook niet (meer?).  

6. Beeldhouwer
Het beeldhouwwerk van de gevel werd uitgevoerd door en o.l.v. de Mechelse beeldhouwer (broeder)  Jan (Johannes) van den Steen (1633 – 1725). Men schrijft ook van der Steene, of Vanden Steen, en nog andere combinaties. Hij werkte achtereenvolgens in de ateliers van A. Bauen (Bayens) in 1646, R.  (1653) en - heel belangrijk - van Artus II Quellinus.

In 1656 werd Jan jezuïetenbroeder en werkte samen met zijn broer Jasper aan de gevel van de Leuvense jezuïetenkerk. Joseph Braun sj. vermeldt dat hij in de periode 1659 tot 1666 als "sculptor templi" vermeld staat en dus het vooraamste stenen beeldhouwwerk voor de kerk gedaan zal hebben.
In de annalen staat vermeld dat de gevel klaar was in 1660 en dat hij toen gedurende 1 jaar aan de friezen gewerkt had (Ref. J.Gilissen, SRAB, 1938).

In 1667 verlaat Jan de jezuïeten om vooralsnog onbekende redenen. Daarna zien we hem werken met zijn broer aan de abdijkerk van Averbode (1668). Daarop vertrekt hij naar Engeland, waar hij een tijdje samenwerkt met Frans Langhemans eveneens uit Mechelen. In 1670 komt Jan terug naar Mechelen, waar hij meester wordt in de Sint-Lukasgilde.
Als beeldhouwer werkte hij veelal met steen – zoals zijn naam onwillekeurig suggereert – maar hij heeft natuurlijk ook met andere materialen gewerkt. Meer informatie kan u vinden door hier
website Jan van der Steen

artist impression gevel - 3

7. Onderste fries
Opmerkelijk in de gevel zijn de 2 friezen onder de zware kroonlijsten van niveau 1 en 2. In tegenstelling tot de kerk van Namen zijn deze friezen prachtig uitgewerkt geworden in beeldhouwwerk. De onderste fries wordt beschouwd als het meesterwerk van Jan van der Steen. Ze geeft de indruk door te lopen naar de middenbeuk van de kerk.

Fries en beeldhouwwerk in de kerk zouden volgens sommige auteurs vroeger in goud en azuur geschilderd zijn. Zoals weergegeven in  deze foto hebben we wellicht louter te maken met vochtwerking en een  chemische reactie van de bruine zandsteen in de oorspronkelijke grijsblauwe kalkverflaag. Dit effect doet zich thans voor in alle oorspronkelijke gedeelten...

Maar toch... Waar rook is, is vuur. Zo  zou vroeger het gewelf van de kerk wel degelijk in goud en azuur geschilderd zijn geweest ...   (klik hier voor meer info)

In de voortzetting van de fries in het transept (klik hier voor de fotorondleiding in het plan) en het koor duiken dan ook weer de engeltjes op in 24 tafereeltjes. In het transept zijn ze druk in de weer met druiventrossen. En, toegegeven, een aantal scènes van de 16 komen een beetje  bacchanaal over...

Binnenfries in het koor

In het koor zien we meer piëteit en afwisseling in de 8 taferelen: de engeltjes hebben dan een wierookvat, kruis, boek, misbel, kalabas, kelk en toorts. Eén enkel engeltje wordt knielend in gebed afgebeeld (zie foto boven). Jammer genoeg zit alles momenteel stevig onder een dikke laag witkalk.

Maar terug naar de gevelfries

In de fries van de gevel zijn er 16 tafereeltjes met de engeltjes, of beter de putti die zo typische waren voor het Quattrocento. Ze bewegen zich tussen slingers van druiventrossen en korenaren die de symbolen van de Eucharistie uitbeelden. Bij nader toekijken ziet men ook de dorsvlegel, de kelk, ciborie, misboek, misbel, bijbel, kruis, palmtak, orchidee en vredeskus. Een en ander herinnert toch ook aan de communiebank.
Deze kunstwerkjes zijn vrij moeilijk goed te fotograferen van op de begane grond omdat de lichtomstandigheden doorgaans slecht zijn. Een verrekijker biedt uiteraard meer soulaas. Toch heb ik gepoogd om hieronder een overzicht te geven van de toestand van de tafereeltjes in de jaren 1973 en 1976. Een vergelijking met de huidige toestand toont de magnifieke restauratie in de jaren '90 en getuigt van een grote vakkennis.

>> klik op de afbeeldingen voor meer details <<

fries101 fries102 fries103 fries104 fries105 fries106
fries107 fries108 fries109 fries110 fries111 fries112
fries113 fries114 fries115 fries116    

8. Bovenste fries

Hier zijn de afbeeldingen louter figuratief gehouden. Reden is dat tafereeltjes met concrete inhoud op deze hoogte toch maar slecht zichtbaar zouden zijn vanaf de begane grond.


In het midden - boven de cartouche in de boog van het raam - valt duidelijk de kroon met de gekruiste palmtakken op, het symbool van de Hemelkoningin, O.L.Vrouw, de vroegere patrones van deze kerk.

Soortgelijke kroon vinden we overigens ook terug in de gevel van de Antwerpse St.-Caroluskerk die oorspronkelijk ook aan O.L.Vrouw toegewijd was.

9. Frontons en venster
Als tegenhanger van het fronton boven de poort heeft de gevel  een groot, open fronton onder het raam (foto links). Het middendeel schijnt als door een onzichtbare kracht opgetild tot boven het venster.
 

Aan dit venster is nog een anecdote verbonden. Op 13 juni 1653 gaf de Leuvense gemeenteraad gevolg aan het verzoek van de jezuïeten om een subsidie toe te kennen voor de bouwwerken. Ze verleende 2000 gulden, verdeeld over 4 jaren op voorwaarde dat het wapenschild van de stad in het grote raam van de gevel geplaatst zou worden. De paters vonden dit te ver gaan. Een subsidie is er dan ook nooit gekomen, denk ik. (Ref. E. Van Even, LDPP)

kroon in bovenste fries

Via vernuftig bedachte profielen in steen slagen de bouwers er in om sommige overgangen lichter van toon te maken. Hier het profiel van een overgangslaag onder het venster. Het effect ervan is dat men 2 zachte grijze lijnen ziet i.p.v. harde slagschaduwen.

10. Vensternostalgie: balustrade en schild
Het is jammer dat men de balustrade met zuiltjes in het grote venster weggelaten heeft bij de wederopbouw  na WO2. Deze was bij het bombardement in mei 1944 samen met het venster weggeslagen. De balustrade geeft alleszins de warmere indruk van een bewoond venster en heeft dan een beetje Vaticaanse allures...

(Foto rechts)
Een soortgelijke balustrade was er volgens de eerste plannen ook voorzien binnen in de kerk boven de grote kroonlijst en in de koepel. Deze zou dan niet alleen het wandelen op de richels een stuk veiliger gemaakt hebben, maar zou ook een zeer mooi picturaal effect gehad hebben op de gewelfbogen die nog hoger de hemel in zouden schieten.
Waarom deze weggelaten werd, is niet onmiddellijk duidelijk. Voor het werken met dergelijke balustrades hebben de ontwerpers duidelijk naar de Il Gésukerk te Rome gekeken.

Ook het schild boven het venster in de kerk blijkt na de restauratie niet meer het majestueuze schild dat vergelijkbaar was met de schilden boven de bogen van de zijbeuken. Er bestaan bij mijn weten ook geen goede foto's van. Eventueel kan de KIK-foto met clichénr. b25364 wel een beter beeld geven van hoe het vroeger was.  

11. Frontispice
Dit is misschien het belangrijkste deel van de gevel en staat volledig in het teken van de Apokalyps. In de meest gunstige zin dan. Vlak onder het raam krijgt de brede en ietwat logge basis een plotse stuwkracht. Alles schijnt opeens minder aan de zwaartekracht onderhevig te zijn.
In de top de gevel prijkt het grote schild met IHS omgeven door engelen die luid de overwinning en de roem verkondigen met hun Thebaanse bazuinen. Ze lijken zomaar naar de heme1 te zweven.

Bazuinen waren atijd het klassieke instrument bij uitstek om belangrijke berichten of bevelen aan te kondigen. Vandaar het uitbazuinen in ons taalgebruik. In de Apokalyps roept Christus op deze wijze de uitverkorenen door het geschal van de bazuinen. Deze verzamelingsaktie wordt uitgevoerd door de engelen (Hebr.1,14) en zal overigens de laatste dienst zijn die zij aan de gelovigen bewijzen.

Op deze wijze moet men ook de engelen verklaren in de Brugse preekstoel en in het gewijzigde plan van de koepel.
De letters IHS zijn oorspronkelijk de afkorting van de Griekse schrijfwijze voor de naam Jezus: IHSOYS. Dat het hier een jezuïetenkerk is zal men geweten hebben. Het akroniem werd vooral toegepast door de jezuïeten die het als afkorting zagen van Iesus Habemus Socium (wij hebben Jezus als gezel) of als understatement, Iesu Humilis Societatis - het nederige gezelschap van Jezus. De 3 nagels onderaan werden toegevoegd door de H.Ignatius om het lijden en sterven van Jezus te benadrukken.
 

Let ook op de ramskop onderaan het schild. Hij stelt Christus Jezus voor als het geslachte (en verrezen) Lam Gods uit de Apokalyps. De beeldende kunst uit het oude Egypte voor de god der schepping lijkt opnieuw geaktualiseerd en en men moet onmiddellijk denken aan de gehoornde god van de oude Hebreeën in Bethel en het bijhorende tempelaltaar met horens op de hoeken. Merkwaardig vind ik het dat het beeldje een ietwat beangstigende aapachtige, welhaast duivelse uitdrukking gekregen heeft. En dit is duidelijk niet te wijten aan de verwering van de steen.

12. Franse revolutie
De kerk met nog een klein gedeelte van het meubilair was sinds 19/1/1795 in gebruik als politieke tempel van de rede en het opperwezen. De oude poort was o.a. rood, wit, blauw geschilderd. Er hing een grote vlag op de gevel en er was een tekstbord aangebracht boven de ingang (zie Van Even). In 1776 werd ze tempel van de wet. In een hele reeks revolutionaire hervormingen werd beslist dat alle religieuze symbolen in het departement verder verwijderd moesten worden. Hous (en schoonzoon Lameere) noteren in hun kroniek dat men in de week na 18/2/1796 bezig was om het kruis en "den Zoeten Naem" [=IHS] weg te kappen... Zie ook het scherm Hoofdaltaar .

13. Gevelrestauraties
De kerkgevel is altijd al een zorgenkind geweest. Het probleem is de ontbinding van de steensoorten en het onvermijdelijke loskomen van brokstukken. Daarbij verdwijnt uiteraard het detail van het beeldhouwwerk.
In de 2e helft van de 19e eeuw is men bijna onophoudelijk met restauratiewerken bezig geweest. Zo werd de volledige gevel zeer grondig gerestaureerd in de periode 1853-1870 o.l.v. stadsarchitect Lavergne. Een volledige beschrijving van de restauraties in de 2 e helft van de 19e, en de 1e helft van de 20e eeuw kan men vinden in "De St-Michielskerk te Leuven: bijdrage tot een historische studie en architectuuranalyse", Benedicte Devos, 1989.
Een volgende zware gevelrestauratie vond plaats in 1996-1997. Hoewel het hier voornamelijk stabiliserings- en conserveringswerken betrof, is de onderste verdieping toch uitgebreid en grondig gerestaureerd geworden. Deze werken vormen de eerste stap van een totaaloplossing die in de nieuwe eeuw voorzien zal worden.
Als men de werking van de steen in de muurvlakken bestudeert, begrijpt men onmiddellijk waarom men in Duitsland en Oostenrijk andere conserveringsmethoden is gaan toepassen. Verf en bezetting zijn niet alleen veel kleurrijker, maar verhullen in Wenen soms ook gebouwen die nog niet zo lang geleden in hetzelfde bedje ziek waren als deze Leuvense gevel...

14. Op zeven trappen was de eeuwigheid...
"In 1669 werd nog aan het voorplein en het portaal gewerkt: een oude muur, overblijfsel van de vorige kerk [op de plaats van het huis van Aarschot], belemmerde het zicht op de gevel en werd afgebroken. De monumentale trap [met 10 treden] uit blauwe steen werd aangebracht..." (Ref. Benedicte Devos)

"De kerk belichaamt met alle beeldende kunst het contrareformatorische uitgangspunt dat de godsdienst een tastbare kwaliteit heeft. Als onderdeel van de poging om de belangstelling en betrokkenheid van de mensen opnieuw te krijgen, verkondigde de katholieke Kerk met luide stem de heerlijkheid van de hemel. Hemel en aarde, geest en materie werden aldus in de barokkerk verenigd. Zo trof men een hemel aan die de natuurlijke en gecultiveerde wereld in al zijn rijkdom in zich verenigde. Maar het stoffelijk aanzien van de hemel was ook voor lutheranen, swedenborgianen e.a. onderwerp van speculatie". (naar McDannell en Lang)

een bronzen vrouw ziet hoe in gewelven verbleekte gebeden opfleuren...

God was vroeger in de 7e hemel te vinden. De beroemdste middeleeuwe mystieker in Brabant, Jan van Ruusbroec de Zalige, beschreef in zijn boek «Van Seven Trappen» hoe men Hem in diepe trance kon bereiken.

De gevel van de St.-Michielskerk duidt alleszins ook de weg aan. Maar iets blijkt er intussen grondig veranderd te zijn. Waar zijn al die zekerheden gebleven die vroeger zo gewoon waren? Dit gevoel wordt mooi beschreven in het gedicht van Mark Meekers: "
Sint-Michielskerk (Leuven)" (<klik hier).

15. De 4 wachters...
Als je goed kijkt, dan zijn ze er bij speciale lichtinval, de 4 wachters. Je moet ze zien! Ze bewaken de nissen van de voorgevel. Ze stellen de 4 windstreken voor, of de 4 uitersten van de mens, zijn levensgetijden... Ook Nostradamus heeft ze gebruikt aan het begin van zijn eerste 4 hoofdstukken in de Profetieën...
Soortgelijke motieven werden ook nog veel in de renaissance gebruikt. Een Leuvens voorbeeld zag ik recent in de lambrizering van de  biechtstoelen in de St-Jacobskerk. Het zijn eigenlijk de acanthusmannen - ook wildemannen, groene mannen of feuillous geheten - de eeuwenoude behoeders van orde en eerbied in de maatschappij...

16. Getallensymboliek
Het is indrukwekkend hoeveel stenen engelkopjes er op de gevel en op de muren van het kerkinterieur staan. Geen 2 zijn dezelfde. Ik had een tijdje geleden zo het idee dat de bouwers er indertijd wel eens een symbolische boodschap in verstopt zouden kunnen hebben.

Eerst tellen dan maar. Let wel: we tellen enkel de al dan niet gevleugelde kopjes die onder normale omstandigheden zichtbaar zijn. En ook geen 'lichamelijk volledige' engeltjes in de friezen, in de cartouches, of in het meubilair bijvoorbeeld.
Op de voorgevel vinden we er 19: d.w.z. 17 op de voorkant en 2 op de zijkanten. In de kerk zelf zijn er 154, maar 6 ervan zijn 'halve', dus tellen die maar voor 3, hetgeen 151 geeft.
 
Samen geeft dit dus 170 volledige kopjes: de som van de spirituele getallen 17 en 153.

Vraagje: zou het toeval zijn dat men in het koorgestoelte van Averbode een soortgelijk aantal van 172 kopjes aantreft?

De mogelijke 'verborgen' betekenis?

De klassieke rozenkrans bestaat bestond vóór de uitbreiding van Johannes Paulus II (2002) uit 17 onzevaders en 153 weesgegroetjes (ook 3 rozenhoedjes of 3 paternosters genoemd).
Toeval of niet, 153 is met 17
verbonden als zijnde de som 1+2+3+...16+17.

17

153

De H.Augustinus vond dit een heilig getal. Het is het getal van de H.Geest, samengesteld uit 7 en 10.

-- 7 stelt het aantal gaven van de H.Geest voor (zie biechtstoel 2).
-- 10 staat voor de Openbaring en de Goddelijke wet die we dank zij de H.Geest kunnen kennen.
Ook Pythagoras beschouwde dit getal reeds als symbool van het universum en de menselijke kennis.

17 is dus het symbool van de mens die zowel de geestelijke als de materiële wereld verenigt.

Het Mariagetal bij uitstek.
Het Ave Maria (weesgegroet in Latijnse versie) telt 153 letters. Mooi is ook wel dat Maria gedurende een periode van 153 dagen verscheen te Fatima (13/5 tot 13/10/1917).

Het getal wordt door de kerkvaders beschouwd als universeel en karakteristiek voor de zending van Christus in het NT. Zo werden er 153 gekende personen door Jezus gezegend en/of genezen tijdens zijn openbaar optreden, en de apostelen vingen 153 vissen tijdens de wonderbare visvangst (Joh.21:11).

17. Duivel en wind
Als je de hoek van de gevel voorbijloopt om van de St-Michielskerk naar de Naamsestraat te gaan, of omgekeerd, dan voel je dikwijls een koude wind. In Rome hebben ze daarvoor een verklaring gevonden. Ik denk dar hier hetzelfde aan de gang is. De uitleg gaat zo.
Op de hoek van de Il Gesukerk waait het vrijwel altijd. En dat komt omdat de duivel en de wind lang geleden eens op stap waren. Toen ze bij de kerk kwamen, ging de duivel met de wind een weddenschap aan dat hij in een debat met de jezuïeten kon winnen. Overmoedig en beneveld door drank ging hij de kerk binnen. De wind zou wel eventjes op hem wachten. En hij wacht daar nog steeds op de duivel omdat de discussie nog volop bezig is...

18. Hertogin
De gevel staat zowat pal boven het vroegere hof van Aarschot (Chièvres). In dit herenhuis met tuin, naast het Koningscollege, verbleef de hertogin van Aarschot, Maria de Hamal, weduwe van Willem de Croy, tijdens de periode 1522-1525. In afwachting dat het nieuwe Celestijnenklooster klaar zou zijn, had ze namelijk de recent toegekomen paters het pas nieuwe kasteel van Heverlee ter beschikking gesteld. (Ref. "De Celestijnenpriorij te Heverlee", Mark Derez, Anne Verbrugge)
Het Celestijnenklooster was trouwens een gigantisch opgezet memorialproject dat Willem de Croy voorzien had voor zijn eeuwige zielezorg en dat van zijn verwanten en nakomelingen.
Er zijn geen aanwijzingen dat de oude kelders van dit huis nog zouden bestaan of dat ze ooit van enig nut geweest zijn voor de nieuwe kerk.
 


 

19. Verdriet van een fotograaf
Omdat de jezuïeten hun kloosters in het midden van de stad bouwden, kwamen de kerken in een moeilijk parket. Zelden is er een vrij zicht op de gevel. Meestal is er ook geen plein voor de kerk voorzien en indien wel, zoals te Antwerpen, dan staat er ergens wel een gebouw dat het zicht belemmert. Weliswaar oogt de gevel dan nog hoger en rijziger maar dit maakt het niet eenvoudig om een levensechte afbeelding ervan te maken.
In de loop der jaren zijn er met wisselend succes heel wat postkaarten gemaakt van de gevel. Men voelt hoe fotografen, en in mindere mate ook schilders en tekenaars, zich in allerlei pijnlijke bochten en standpunten wrongen om de gevel toch maar mooi in beeld te brengen. Maar steeds weer schijnt de hele zaak zonder technische ingrepen achterover te tuimelen. Vreemd toch dat het menselijke brein hier automatisch het correcte cameraperspectief als fout beschouwt.

Mijn eerste poging om een volledige gevelfoto te maken, bestond er in om een collage te maken van een 6-tal opnamen. Het was winter 1969-70 en ik werkte met de degelijke Kodak Retina. Het resultaat was niet helemaal onbevredigend en ik kan me nu vergenoegen met de idee dat het principe ook al was toegepast door beroemde fotografen zoals Arthur Klitzsch rond 1929. Hieronder beide beelden ter vergelijking.

(simulatie) mijn eerste opname van de volledige gevel 1969-70 postkaart van Klitzsch rond 1929

Om gevels en torens recht te 'trekken' maken fotografen gebruik van het Scheimpflugeffect - een principe dat overigens al bekend was bij de renaissanceschilders.
Fraai is dat de lijnen daarna mooi evenwijdig naar boven lopen en dat er helemaal geen onscherpte optreedt. Maar in het geval van de St-Michielskerk is er jammer genoeg wel één groot nadeel: het kruis lijkt telkens veel te groot. Dit verklaart dan meteen waarom dit werd weggemoffeld op de meeste postkaarten.

** Bij vragen of opmerkingen mag u me altijd mailen:

Copyright © 2010-2018 Guido Abts - Alle rechten voorbehouden.
Deze pagina is het laatst gewijzigd op 10/1/2016

sitadra386@yahoo.com