stam 23 De stekelhuidigen (Echinodermata)

Kenmerken

1) Stekels

De stekelhuidigen zijn dieren die er inderdaad stekelig uitzien. Deze stekels zijn scherp en hard tot stomp en zacht; ze beschermen de piepkleine tere kieuwblaasjes die op de huid verspreid liggen.

2) PedicellariŽn

PedicellariŽn zijn kleine tangen die de kieuwblaasjes van de stekelhuidigen beschermt tegen parasieten en andere belagers. De stekelhuidigen hebben als het ware hun eigen poetsstation.

3) Vijfzijdige radiale symmetrie

Bij de zeesterren is de vijfzijdige radiale symmetrie duidelijk zichtbaar: een klein centraal lichaam met daarrond vijf armen. Als we de schaal van een dode zeeŽgel onderzoeken zien we dat deze uit 5 schaaldelen bestaat. Hierop zijn echter enkele uitzonderingen zoals de 7-armige zeester. De larven zijn echter allemaal bilateraal symmetrisch.

4) Watervaatstelsel of ambulacraal stelsel

Een unieke uitvinding van de stekelhuidigen is een soort hydraulisch systeem waardoor bijvoorbeeld de zeester zich stevig kan vasthouden aan de harde ondergrond. Het geeft de stekelhuidigen tevens een handig hulpmiddel: de zuigvoetjes.

Het watervaatstelsel bestaat uit een ringkanaal vanwaar de kanalen naar de armen vertrekken en een zeefplaat die als filter dient voor het instromende water en via het steenkanaal verbonden is met het ringkanaal. De kanalen in de armen staan via korte zijtakken in verbinding met een groot aantal paren uitstulpbare voetjes, de zuigvoetjes of ambulacrale voetjes, via een gespierd voetblaasje. Als het voetblaasje samentrekt wordt het water in de voetjes geperst waardoor het uitgerekt wordt. Op dat ogenblik hecht de zuignap zich vast en door de zuiging verkort het voetje waardoor de zeester naar voren kruipt.

5) Coeloom of lichaamsholte

De stekelhuidigen hebben een grote lichaamsholte die bekleed is met trilhaarepitheel en waarin de organen liggen. Het coeloom is gevuld met een vloeistof die door het trilhaarepitheel in beweging wordt gehouden. Deze vloeistof heeft een transportfunktie en is dus een primitief bloedvatensysteem. De kieuwblaasjes zijn uitstulpingen van het coeloom. In het coeloom (van elke arm) liggen ook de voortplantingsorganen. De stekelhuidigen zijn van gescheiden geslacht en lozen alle cellen vrij in het water via porieŽn.

Overzicht van de stam STEKELHUIDIGEN

klasse 1 De haarsterren

Deze klasse bevat een 90-tal soorten waarvan de mond naar boven is gericht en die 5 armen bezitten die zich vlak achter de aanhechtingsplaats vertakken (10 armen). De jonge haarsterren leven vastzittend op een steel en worden zeelelies genoemd. De haarsterren zijn het volwassen vrijzwemmende stadium van die zeelelies. De haarsterren bezitten ook kortere armen die naar beneden gericht dienst doen als looppoten en voor de vasthechting; de vroegere steelaanzet. De andere 10 ondersteunen deze beweging door een slangster-achtige kronkelbeweging te maken. De armen van de haarsterren zijn gevederd. Ze leven vooral op zanderige bodem bij zeegrasweiden.

klasse 2 De zeesterren

Zeesterren zijn geen zeldzame ontmoetingen voor de duiker maar toch vertonen deze dieren enkele bijzonderheden. Zeer bijzonder is onder andere dat ze hun maag binnenste buiten keren in bijvoorbeeld een mossel om ze uitwendig te verteren. De opgeloste voedingssappen worden door de zeester terug opgezogen. Het voordeel hiervan is dat al de sappen die ze opzuigen dus verteerbaar zijn zodat ze geen darm of anus nodig hebben. De centrale maag vertakt in elke arm als een middendarmklier. Het maagoppervlak wordt daardoor sterk vergroot waardoor de voedingsstoffen van de middendarmklieren naar het coeloom diffunderen. Een uitscheidingsstelsel hebben de zeesterren niet; de stofwisselingsprodukten worden door amoeboÔde cellen in de coeloomvloeistof tot aan de kieuwblaasjes gebracht waar ze uitgescheiden worden. Zeesterren eten voornamelijk tweekleppigen (mosselen) maar soms ook een dode krab. De zeven armige zeester voed zich echter met vijfarmige zeesterren. De doornenkroon, een reuze zeester die de koraalzeeŽn bewoont voed zich met koraalpoliepjes.

klasse 3 De slangsterren

Tegenover de trage zeester staan de snelle slangsterren. De ambulacrale voetjes van de slangsterren zijn gesloten zodat ze geen zuignapjes hebben. Daarom bewegen ze door met hun dunne armen te slaan. In de Oosterschelde vormen de slangsterren op bepaalde plaatsen een dik tapijt. Deze brokkelsterren hangen allemaal in elkaar waardoor ze de sterke getijdestroming kunnen weerstaan. Dikwijls liggen ze op hun rug en steken enkele armen in de stroming om zwevende deeltjes te vangen. De slangsterren hebben in hun armen zeer dikke wervels waarrond twee paar spierbundels liggen die een snelle beweging mogelijk maken. Hierdoor is hun coeloom veel kleiner geworden.

klasse 4 De zeeŽgels

Op het eerste gezicht verschillen zeegels sterk van zeesterren. Als we echter de bouw vergelijken zien we veel overeenkomsten. De stekels zijn bij de zeeŽgels veel langer waardoor de ambulacrale voetjes verscholen liggen.

De vijfstralige symmetrie is pas zichtbaar aan de schaal van een dode zeeŽgel. Ze bestaat uit kalkplaatjes die aan elkaar hangen en zo vijf grote kalkschalen vormen. In de kalkschaal zijn rijen gaatjes waardoor de ambulacrale voetjes steken. Op de schaal bevinden zich ook knobbeltjes waarop de stekels staan. We zien onderaan de schaal een grote opening waar zich het kouwapparaat bevindt en bovenaan een kleinere opening waar zich de anus, de geslachtsopening en de zeefplaat bevinden. Tussen de beweeglijke stekels bevinden zich, net zoals bij de zeester, pedicellariŽn.

ZeeŽgels voeden zich met algen die ze afgrazen met hun kauwapparaat, een papegaaiebekachtige mond met vijf monddelen. Sommige zeeŽgels prikken plantaardig materiaal aan hun stekels en bewegen het naar de mond toe.

Naast deze symmetrische zeeŽgel, kennen we ook de asymmetrische zeeŽgel of hartegel. Zijn schaal is meer afgeplat (ovaal) en de anus bevindt zich achteraan. Op de rug staat een mooie tekening met vijf armen. Deze tekening wordt gevormd door de rijen gaatjes van de zuigvoetjes.

klasse 5 De zeekomkommers

Zeekomkommers zijn op het eerste zicht weerloze dieren met een lang lichaam met vlezige stekels. Ze bezitten echter een dodelijk wapen. Aan de anus, op het einde van de darm monden de zogenaamde buizen van Cuvier uit. Deze darmen zijn gevuld met een kleverige stof die de zeekomkommer als een web van draden over zijn aanvaller spuit. De draden zijn zeer sterk en kleven ook aan het substraat. De volledig geketende aanvaller sterft dan een hongerdood. Na ťťn maand zijn de Cuvier darmen terug volledig gevuld.

De bouw van een zeekomkommer is tamelijk eenvoudig. de darm loopt recht door het lichaam en wordt vooraan begrensd door een mond, omgeven met 5 tentakels, achteraan door de anus. De zeekomkommer heeft lengtespieren om te verkorten en kringspieren waardoor de druk in de coeloomvloeistof het dier doet verlengen. Onder de leerachtige huid heeft de zeekomkommer losse kalkplaatjes. De ambulacrale voetjes zijn gesloten zodat de zuignapjes eveneens ontbreken en ze liggen verdeeld over drie rijen aan de buikzijde en twee over de rug. De zeekomkommers eten bodemslik en zand waaruit het detritus gehaald wordt als voedingsstof. De uitwerpselen (net zandworstjes op een hoopje) vinden we veel op de bodem van de zeeŽn.

Philippe Mertens ***I Yellow Diving School


terug naar het hoofdmenu

terug naar overzicht van het dierenrijk