stam 3 Ribkwallen (ctenophora)

De ribkwallen werden vroeger samen met de neteldieren tot de holtedieren of Coelenterata gerekend. Ribkwallen bezitten echter geen netelcellen. Ze beschikken wel over kleefcellen die de prooi niet kunnen verlammen. Vele soorten zijn volkomen doorzichtig en kleurloos. Het watergehalte van het lichaam ligt vaak boven de 99%. De voortbeweging gebeurt door trilharen. Ze leven vrijzwemmend en vertonen geen generatiewisseling (Plaat 16, fig. 1 en 2). Vb. : Zeedruifje, Venusgordel

Kenmerken:

1) 2 Tentakels

De ribkwallen hebben twee tentakels waarmee ze prooidieren kunnen grijpen. De basis van deze tentakels ligt binnenin het lichaam zodat ze ze helemaal kunnen intrekken. Om voedsel te vinden (kleine garnalen of visjes) bewegen ze hun tentakels achter zich door het water (roerbeweging) waardoor ze een groot gebied bestreiken. Sommige ribkwallen hebben zeer korte tentakels. Ze voeden zich dan met larven en andere kleine organismen door de met trilharen bezette groeven waar ze naar de mond worden gezwiept.

2) Kleefcellen

De ribkwallen hebben géén netelcellen en behoren dus niet tot de neteldieren. Zij hebben kleefcellen op de tentakels om hun prooi te grijpen. Dit zijn echter niet dezelfde klevende draadkapsels als bij de neteldieren. De kleefcellen bevatten wel een opgewonden draad die als een veer naar buiten schiet als de kleefcel dreigt afgerukt te worden door een spartelende prooi.

3) 8 Rijen kammetjes

De ribkwallen bezitten acht rijen kammetjes die ze op en neer bewegen om te zwemmen. De kracht die ze daarmee kunnen ontwikkelen is echter zeer klein zodat ze voornamelijk door de stroming en de wind worden voortbewogen. Het bewegen van die kammetjes geeft een zeer kleurrijk lichtspel.

4) Zintuig

Aan bovenpool liggen zenuwcellen en zintuigcellen rondom een uitholling. In deze uitholling ligt een kalkdeeltje dat op vier zintuigcellen rust. Elke zintuigcel is verbonden met twee rijen kammetjes zodat het geheel een evenwichtsorgaan vormt dat de bewegingen van de kammetjes coördineert.

5) Vertakte gastrale holte

Aan de onderpool bevindt zich de mond die toegang geeft via de lange mondbuis tot een gastrale holte die takken heeft onder iedere rij kammetjes, tot aan het zintuig en langs de mondbuis.

6) Hermafrodiet

Alle ribkwallen zijn hemafrodiet; ze produceren eicellen en zaadcellen die via de mondbuis in het water terecht komen waar de eicellen bevrucht worden, uitgroeien van planula larve tot volwassen ribkwal.


Terug naar het Dierenrijk