stam 4 Platwormen (plathelmintes)

De Wormen In sommige boeken worden de wormen (helmintes) onder één stam gebracht voor de indeling wat eenvoudiger te maken. Er zijn echter 12 verschillende stammen waarin het woordje worm voorkomt. Alle dieren met een langgerekt lichaam noemen we immers worm. Die wormen zijn echter zo verschillend in bouw (van de zeer eenvoudige platworm tot de ver geëvolueerde pijlworm) dat we ze niet in één stam kunnen onder brengen.

In tropische wateren leven van deze stam prachtig gekleurde vertegenwoordigers. Sommige soorten leven echter in zoet water en er zijn zelfs soorten die op het land voorkomen. Een groot gedeelte van de platwormen leeft als parasiet. Platwormen zijn de primitiefste bilateraal symmetrische dieren. Voor het eerst treffen we zenuwcellen, spiercellen. uitscheidings- en voortplantingsorganen aan die in het lichaam liggen ingebed. Van een echte bloedsomloop of van een ademhalingssysteem is echter nog geen sprake. Bij platwormen liggen de zenuwcellen aan de voorkant van het lichaam geconcentreerd (= hersenganglion), plaats waar zich ook de ogen en het evenwichtsorgaan bevinden. Er is dus al sprake van een kop.

Overzicht van de stam PLATWORMEN

We zullen enkel de trilhaarwormen beschouwen omdat de andere platwormen enkel als parasiet voorkomen in oa vissen en daarbij zeer klein zijn zodat we ze als duiker nooit te zien krijgen. De platwormen komen voornamelijk in zee voor (tropische zeeën) maar sommige ook in zoet water of zelfs op land.

Kenmerken:

1) Plat lichaam

De platwormen zijn inderdaad plat (maximum 2à3 mm hoog) en worden tot 7 cm lang. De platwormen zijn de primitiefste bilateralia; dieren die tweezijdig symmetrisch zijn (links-rechts) en die dikwijls een duidelijk onderscheidbare kop en lijf hebben.

2) Drie lagen cellen

De neteldieren en de ribkwallen hadden een twee-lagen struktuur: een epidermis a.d. buiten- en een endodermis a.d. binnenkant. Tussen deze twee lagen cellen bevond er zich een gelei achtige tussenstof en géén cellen. De platwormen hebben deze tussenlaag vervangen door een volwaardige cellaag; het mesoderm (middenlaag). De passieve, afschermende lagen van de neteldieren zijn nu volwaardige organen geworden. De buitenste laag is bij het volwassen dier een echte opperhuid en noemt men epidermis. De binnenste laag is ook geëvolueerd tot een laag met darmepitheel zodat men spreekt van edodermis.

3) Ogen

De ogen vormen een gespecialiseerd orgaan van de platwormen. Inderdaad, bij de platwormen kunnen we reeds spreken over organen! De cellen van de epidermis boven de ogen bevatten géén pigment zodat het licht er ongehinderd door kan. Het oog zelf bestaat uit een bolle pigmentlaag die op iedere plaats licht doorlaat uit slechts één richting. Het licht valt in op de bekertjes die lichtgevoelige cellen bevatten en verbonden zijn met zenuwcellen die de prikkels verder geven naar de hersenganglia (zenuwknopen = primitieve hersenen)

4) Verteringsstelsel

Waar we vroeger spraken over gastrale holte en mond als aparte lichaamsdelen kunnen we nu spreken over het verteringsstelsel met organen als mond, darm en farynx. De farynx is een inwendige slurf die de platworm kan uitrekken en door de mondopening naar buiten brengen. De darm bestaat uit 3 hoofdtakken die allemaal vertakt zijn in kleinere zijtakjes zodat het voedsel overal terecht komt. De darmtakken beginnen aan het einde van de farynx, één tak loopt naar voren en de twee andere naar achteren.

5) Uitscheidingsstelsel

Zoals bij de neteldieren verlaat het verteerde voedsel het lichaam terug via dezelfde mondopening. Bij de platwormen is er nog een tweede manier om de verteerde voedsel resten te verwijderen; door vlamcellen. In het mesenchiem ligt een netwerk van dunne buizen die via poriën met de buitenwereld in verbinding staan. Zijtakjes van deze buizen eindigen blind in het mesenchiem in verbredingen die vlamcellen worden genoemd. Aan het blinde uiteinde bevindt zich namelijk een troefje trilharen die bij het slaan aan een flakkerende vlam doen denken. Het voornaamste doel van dit uitscheidingsstelsel is niet afvalstoffen van de stofwisseling te verwijderen, maar het watergehalte van de weefsels te reguleren.

6) Bewegingsstelsel

De platwormen hebben een volwaardig bewegingsstelsel; de onderkant van het lichaam is fel gespierd. Bij de platwormen onderscheiden we twee soorten beweging: de langzame kruipbeweging door het slaan van de trilharen waarbij hij z'n kop van links naar rechts beweegt om de omgeving af te zoeken en een snelle golvende spierbeweging als er gevaar dreigt. De platwormen bewegen zich naar het donker en tegen de stroming die hij gewaar wordt met de zintuiglobben die als ruitvormige flappen links en rechts van zijn kop hangen.

Voortplanting

Platwormen zijn hermafrodiet (zowel mannelijk als vrouwelijk) Ze hebben een ingewikkeld systeem van buizen en kamers dat na de voortplantingsperiode degenereert om dan de volgende periode terug te ontwikkelen. De bevruchting is een kruisbevruchting waarbij twee individuen omgekeerd tegen elkaar gaan liggen en elkaar bevruchten.

Platwormen hebben ook een fantastisch regeneratievermogen waarmee veelkoppige monsters kunnen gemaakt worden. Soms vermenigvuldigen de platwormen zich ongeslachtelijk door deling. Hierbij houdt het achterlichaam zich vast aan de bodem en de platworm trekt zichzelf in twee. Het achterlichaam krijgt dan een kop en het voorste deel krijgt een nieuw achterlichaam.


Interessante links op het internet:

Terug naar het dierenrijk