Duikmateriaal 1*

 


Inhoud


Basismateriaal

Bril

Nut: De duikbril dient om te kunnen zien onderwater.

Kenmerk: Het kenmerk van een duikbril is dat de neus binnen in de bril zit en het soepele materiaal maakt het mogelijk om met de bril op het aangezicht de neus te kunnen dichtknijpen. Dit heeft 4 redenen:

Aandampen: doordat de bril binnenin warme vochtige lucht bevat en het glas koud is (van de watertemperatuur) dampt het glas aan. Dit is uitgesproken als de binnkant van het glas onzuiver is (vettig). Bij een nieuwe siliconen duikbril is er een dun siliconen damplaagje op het glas dat je er met tandpasta kan uitschuren. Voor ieder gebruik van de duikbril dient hij uitgewassen te worden met wat speeksel of met speciaal product.

Lekken: Lekken kunnen aan de oppervlakte al opgespoord worden door de bril eens op het aangezicht te plaatsen en lichtjes aan te duwen. De bril zuigt zich dan vast aan het aangezicht. Enkele oorzaken van lekken kunnen zijn:

 Soorten: De kwaliteit van een duikbril hangt af van:

Vinnen         

Nut: Vinnen dienen om je op een effectieve manier voort te bewegen in het water zonder gebruik te moeten maken van je handen. In geval van nood worden je vinnen plots enorm belangrijk en zal je effectieviteit het verschil kunnen maken. Het is dan ook belangrijk om de techniek juist aan te leren en je fysiek te trainen en goed te onderhouden. Een goede vinslag is een grote krachtige slag zowel bij de beweging naar boven als naar onder (upkick en downkick). Bij het snorkelen moeten de vinnen steeds onder water blijven waar vaak de hulp voor nodig is van een loodgordel. Leer eerst snorkelen zonder de knieën te plooien zodat je niet kan "fietsen".

Kenmerk: Een goede vin geeft je de meest effectieve voortstuwing. Wat voor jouw de beste vin is, is dat daarom nog niet voor iemand anders. Belangrijk zijn allesinds:

Belangrijk: Doe steeds je zwemvliezen uit voor te gaan aan de oppervlakte; naast belachelijk is het ook nog gevaarlijk ook. Voor zeer kleine afstanden kan je een klein stukje achteruit gaan. Doe nooit je lood aan als je geen vinnen aan hebt. Doe je vinnen in de praktijk pas uit als je niet meer in het water kunt vallen.De duikladders op de duikschepen zijn daarvoor speciaal gemaakt. Je vinnen zijn je veiligheid, leer ze gebruiken.

Soorten: We onderscheiden de zwembadvinnen of de vinnen met gesloten hiel naast de open water vinnen of de regelbare zwemvliezen met open hiel. In koud water moeten we laarjes aandoen zodat de zwembadvinnen in open water inderdaad ongeschikt zijn. Daarnaast biedt het botje ook bescherming van de voet tijdens het gaan naar de duikplaats. De openwatervinnen zijn krachtiger zodat het niet slecht is ook deze vinnen in het zwembad te gebruiken zodat je de vintechniek traint met dezelfde vin die je in het open water gebruikt. Nadelen hieraan zijn echter dat je aparte botjes nodig hebt (chloorwater tast aan) en vaak het zand dat er nog aan hangt van de openwaterduiken.

Tuba

Nut: Een tuba dient om tijdens het snorkelen te kunnen blijven ademen zonder steeds je hoofd uit het water te heffen.

Kenmerken: Een tuba:

 

Loodgordel

Nut: De loodgordel zorgt ervoor dat we met gevulde longen gewichteloos zijn in het water of (voor het zwembad) zelfs nog op de bodem kunnen blijven staan voor de apnea oefeningen. Normaal gesproken bestaat de loodgordel uit een brede nylon band met loodblokken in geweven en een gesp.

Hoeveel? De hoeveelheid lood varieert in het zwembad van 2,5 kg bij tengere tot 5 kg bij grote struize personen. In het open water zal je met een nieuw duikpak algouw 8 tot 12 kg nodig hebben dus heb je niet snel teveel gekocht voor het zwembad.

Gesp: Er zijn verschillende soorten gespen met elk hun voor en nadelen. Bedenk wel dat als je tijdens een duik je loodgordel verliest de gevolgen zeer zwaar zijn (decompressieongeval, longoverdruk, crash tegen een boot aan de oppervlakte,..) Niet alle gespen hebben een haakje voor de tussenbeenriem van de duikfles! Enkele veel geziene soorten zijn:

Schuiven: Om ervoor te zorgen dat de loodblokken niet schuiven kan je loodstoppers gebruiken.

Comfort: Het meeste comfort heb je van een loodgordel met veel kleine blokjes (1kg); grote zware blokken drukken op het bekken en zijn na een tijdje pijnlijk. Zorg ervoor dat je nooit een loodblok in het midden van de gordel hebt of gelijk waar onder de fles. Dit wordt al na korte tijd zeer pijnlijk.

Alternatieven: Voor het open water zijn er enkele alternatieven voor de gewone loodgordel. Bedenk wel dat het lood ten allen tijde moet kunnen afgeworpen worden in noodsituaties (loodreflex).  Er bestaan:

Veiligheid: Doe nooit lood aan als je geen vinnen aanhebt. Oefen de loodreflex en oefen je lood terug aan te doen. De loodreflex is het laatste redmiddel maar is tegelijkertijd zeer gevaarlijk aangezien je ongecontroleerd naar de oppervlakte schiet!


Duikpak

Laarsjes

Doel: naast isothermische bescherming geven de laarsjes ook bescherming tegen scherpe mosselen of oesters die je onvermijdelijk bij de kantduiken moet overwinnen.

Soorten:

 De zool: hoe dikker de zool, hoe meer bescherming je hebt tijdens het gaan over de sterk begroeide dijken (wat je zeker nodig hebt voor de Oosterschelde) maar hoe minder comfort je hebt voor het palmen. Het is dan immers lastiger je voet volledig te strekken. De skinboots geven onder water het grootste comfort maar zijn voor kantduiken niet geschikt.

Handschoenen

Doel: net zoals de laarsjes beschermen de handschoenen je zowel tegen de koude als tegen de scherpe randen van oesters, mosselen, stenen en wrakken.

Soorten: naast de dikte van het neopreen zijn er verschillende soorten te krijgen.

Winterhandschoenen: gebruik in de winter andere handschoenen dan in de rest van het jaar. De handschoenen waar je in de zomer mee duikt zullen sneller sponzig worden (gaan water doorlaten) en de vingertoppen verslijten snel zodat er veel koud water binnendringt. In de zomer (watertemp.>14°C) heb je geen handschoenen nodig tegen de koude. Je kan dan evengoed goedkope werkhandschoenen dragen zodat je je duikhandschoenen klaar houdt voor de winter.

Pak zelf

Doel: net zoals de handschoenen en laarsjes beschermt je pak je zowel tegen de koude als tegen de scherpe randen van oesters, mosselen, stenen en wrakken.

Soorten pakken:

Hoe verlies je warmte?

Accessoires

Niergordel: zoals aangehaald bij de pasvorm kan een niergordel een uitkomst bieden voor een waterzak op de rug waardoor je snel onderkoeld raakt.

Sinusband: de eerste twee minuten dat je onderdompeld in zeer koud water (5°C) barst je hoofd van de pijn alsof je een bol ijs volledig in je mond steekt. De oorzaak hiervan is het koude water tegen je sinussen. Een sinusband geeft hiervoor een oplossing.


Lucht

Ontspanner

1e en tweede trap: de druk van de fles wordt niet in één keer omgezet van 200 bar naar omgevingsdruk maar in 2 trappen. De eerste trap zet de flesdruk om tot een middendruk die zo'n 10 bar bedraagt aan de oppervlakte en de tweede trap zet de middendruk om tot omgevingsdruk. De eerste trap wordt op de fles gevezen terwijl aan de tweede trap het mondstuk zit. De ontspanners van de dag van vandaag geven allemaal voldoende lucht. De keuze van een ontspanner is er dus niet gemakkelijker op geworden. Alvast enkele puntjes om in overweging te nemen.

Merk: Een ontspanner moet jaarlijks nagezien worden. Ondanks het feit dat bijna alle ontspanners vlekkeloos werken, hebben niet alle merken in België een even goede service. Een eerste stap is uiteraard de zaak waar je je ontspanner gekocht hebt. Daar breng je hem ook binnen voor het jaarlijks nazicht. Als een een koopje gedaan hebt op een beurs via de post, dan is de service soms een probleem. Van een goede service in België ben je zeker als je je houdt aan de grote merken Scubapro, Mares, Spirotechnique. Misschien heeft je winkelier een eigen service van andere merken zoals Cressi-sub, Seac-sub,... en kan je hiervoor dus ook terecht.

Piston of membraam: De eerste trap is ofwel een piston ofwel een membraamontspanner. Een pistonontspanner herken je aan de gaatjes rondom. Een pistonontspanner heeft slechts één bewegend deel: de piston. Dit maakt de pistonontspanner zeer robuust. Door de gaatjes komt het water met haar vervuiling echter binnenin de ontspanner waardoor hij gevoeliger is aan invloeden van de vervuiling. Er zijn in water altijd stofdeeltjes opgelost die inderdaad in de ontspanner dringen. Uiteraard de ontspanner op een zanderige bodem leggen is ook een doodzonde. Stof kan het binnenwerk van de ontspanner onherroepelijk beschadigen. De membraamontspanner daarentegen is een precisieinstrument met zeer veel kleine onderdelen. De membraamontspanner herken je aan z'n niet cylindrische vorm. Door zijn werkingsprincipe komt er geen water binnenin de onspanner zodat hij geen hinder heeft van de vervuiling. Hij is ook minder gevoelig voor bevriezing in koud water.

Gecompenseerd of niet: De eerste trap geeft een middendruk die enkel afhangt van de diepte en niet afhangt van de flesdruk. Dat is het geval bij een gecompenseerde ontspanner. Bij een niet gecompenseerde ontspanner hangt de middendruk lichtjes af van de flesdruk. Hierdoor is de niet gecompenseerde ontspanner iets zwaarder afgeregeld zodat hij bij volle flessen niet vanzelf zal gaan blazen. Hij ademt dus iets zwaarder (bijna niet merkbaar)

Bevriezing: In koud water (vanaf 5°C) koelt de ontspanner bij elke ademhaling af tot onder het vriespunt zodat het water dat in de ontspanner zit kan bevriezen. De onspanner bevriest steeds open dwz dat hij bij bevriezing zal blijven blazen totdat de fles leeg is. De bevriezing begint meestal bij de 1e trap waardoor de 2e trap gaat blazen en onmiddellijk ook bevriest en blijft blazen. Bevriezing ligt vooral aan een te zware ademhaling (te grote diepte). In koud water is diepte en inspanning uit den boze! Een anti-vrieskit die achteraf geïnstalleerd is is vaak een nepoplossing aangezien het siliconen er bij elke pistonbeweging terug uitgeduwd wordt en er zo toch water binnenkomt. Ook aan het vocht dat in de fles zit en als ijskristallen de ontspanner doet bevriezen aan de binnenkant kan door een anti-vrieskit niet verholpen worden, net zomin als aan een membraamontspanner. Een membraamontspanner is beter, twee apart gemonteerde ontspanners en een rustige, ondiepe duik nog beter.

Kostprijs: De goedkoopste ontspanner is de clubontspanner of de niet gecompenseerde membraamontspanner die je reeds voor ca 7000 Bef kan kopen. De duurste ontspanner is de membraamontspanner die steeds gecompenseerd is en vanaf zo'n 15000 Bef te koop is. Voor een gecompenseerde pistonontspanner betaal je zo'n 12000 Bef. Profiterend van je angst om zonder lucht te vallen onder water probeert menig verkoper je de duurste ontspanner te later kopen. Door hun veilig werkingsprincipe zal bij een fout de ontspanner steeds blijven blazen zodat je altijd nog enkele minuten lucht hebt. Alle ontspanners zijn veilig en moet je je hierdoor niet laten beïnvloeden.

Oktopus: Een oktopus is een tweede ontspanner die een extra lange luchtslang heeft waardoor het mondstuk wisselen eenvoudiger wordt. Bij het monteren van een tweede ontspanner sta je voor de keuze of je er zelf aan moet kunnen ademen of je buddy. Als hij voor jouw gemonteerd is zal hij voor je buddy ondersteboven staan voor ermee te zwemmen. Met de extra lange slang is het eenvoudiger. Een alternatief is een "Air2" of een tot ontspanner opgedreven inflator. 

Manometer: op de hogedrukuitgang (HP) van je ontspanner bevestig je de manometer zodat je je luchtvoorraad in het oog kan houden

Fles

Volume: Als beginneling is het moeilijk te weten hoe groot je fles moet zijn als je er een wilt kopen. De meest verkochte fles is de 15 liter fles. Enkel indien je echt veel minder verbruikt kan je kiezen voor een 12 literfles of zelfs 10 liter. Denk eraan dat ook lucht bijhebt voor je buddy in nood en dat je altijd een reserve over houdt in je fles. Het beste doe je de eerste 20 duiken met een klubfles zodat je je verbruik kent. Je verbruik zal immers drastisch dalen na de eerste 20 duiken zodat je niet te snel moet beslissen over het volume dat je kiest.

Stempels: Op de fles staan aldijd stempels met de belangrijkste gegevens. Deze gegevens hebben de keuringsinstanties nodig om de fles te identificeren:

Fleskeuring: Iedre fles moet om de 5 jaar hydraulisch (op druk) getest worden Er wordt een letter R met de keuringsdatum en het symbool van het keuringsorkanisme ingeslagen. Een duikfles daarentegen moet om de 2,5 jaar gekeurd worden en wordt daarom tussenin optische gekeurd. Voor een optische keuring wordt er een RR stempel ingeslagen. In het fabriek wordt een fles voor het eerst gekeurd en krijgt als stempel een E, gevolgd door de datum van de keuring. Voor de keuring moeten de flessen naakt aangeboden worden (zonder kraan). Als de flessen geschilderd moeten worden doe dat dan na de keuring 

Enkele of dubbele kraan: Als je wil duiken in koud water heb je twee ontspanners nodig op twee aparte kranen. 

Nooit de fles volledig leeglaten omdat er dan vocht kan binnendringen.

Slechte lucht: Als je een tijd lang niet duikt (winterstop) laat dan je flessen leeglopen tot zo'n 30 bar. Lager de fles rechtop. Lucht die langer dan 6 maand in de fles zit kan een grote hoeveelheid giftig CO bevatten door de reactie met de staalwand.

Kraan opendraaien: draai je kraan steeds volledig open. Als je bijvoorbeeld je kraan maar een beetje opendraait om bijvoorbeeld je manometer af te lezen, bestaat de kans dat je achteraf vergeet ze volledig open te draaien. Aan de oppervlakte merk je dat misschien niet, maar op diepte krijg je niet genoeg lucht meer. Volledig opendraaien wil zeggen opendraaien en een kwart slag terug dicht op de spindel te ontlasten.

 

Jacket

Nut: een jacket geeft je drijfvermogen aan de oppervlakte en je kan je er gewichteloos mee uittrimmen onderwater zodat je comfortabeler kan duiken. Na wat oefening zal je door goed uit te trimmen:

een jacket dient allszinds niet om opstijgingen te maken en kan enkel door een geoefend duiker als stijghulp gebruikt worden. 

Kenmerken: de kwaliteit van een jacket hangt af van een aantal criteria zoals:

Gevaren:

Soorten:

 


Instrumenten

Lamp

Een duiklamp maakt het verschil onder water of je iets ziet of niet. De kwaliteit van je duik hangt rechtstreeks af van de kwaliteit van je duiklamp. Je bent toch ondergedoken om iets te zien! Wel dan is de belichting van zeer groot belang. Enkele zaken om in overweging te nemen voor de aanschaf van een duiklamp:

Vermogen (Watt) (P = U x I ) Het vermogen van de lamp hangt af van de zichtbaarheid van het water en van je duikstijl. In water met een slechte zichtbaarheid zal je dteeds dicht bij de bodem zwemmen en kan je goed belichten met 20 tot 30 watt. In zeer helder water is het een fantastische belevenis om het rif van enkele meters te bekijken. De gorgonen zijn zo'n 3 meter groot en dan ga je automatisch wat afstand nemen. Dan heb je een bredere spiegel nodig en om dan nog wat licht te hebben, heb je direct 50 to 100 watt nodig.

Brandduur Als je op vakantie bent ga je dikwijls twee of zels drie duiken doen op een dag. Het is belangrijk dat je je lamp minstens twee duiken kan gebruiken zonder tussendoor te laden. Dat wil zeggen zo'n 90 minuten. De brandduur hangt af van de hoeveelheid lading (Q) die de batterij kan bevatten en wordt meestal uitgedrukt in Ampère-uur (Ah). Uiteraard hangt het ook af van hoeveel watt je verbruikt. De brandduur van je lamp kan je berekenen door: duur = (Ah x U) / P waarbij U de spanning van de lamp is.

Spiegel Om in nauwe spleten te kijken heb je best een smalle spiegel; dwz dat het licht uitgestraald wordt in een zeer smalle bundel. Om in helder water een overzicht te krijgen heb je best een brede bundel (daar heb je wel heel wat meer watt voor nodig). Sommig lampen hebben een brede bundel met een heldere spot in het midden (Uk 800)

Plastic of aluminium behuizing Een plastic behuizing is veel goedkoper dan een aluminium behuizing en vaak ook sterker! Een nadeel aan plastic is dat het smelt als het te warm wordt en dat houdt in dat je tot maximaal 30 watt kan gaan in vermogen en dat je ze vaak niet uit het water mag laten branden. Vaak is ook de spiegel van plastic en dat schilfert af na enkele jaren omdat het rondom het lampje zeer heet wordt. Hierdoor kan niet al het licht weggestraald worden en wordt het nog heter dan anders. Zo ben je dringend aan een nieuwe spiegel toe of je kan om de 5 duiken een nieuw lampje steken (en die zijn ook niet goedkoop).

Lood of NiCd: De loodbatterijen zijn goedkoper, maar hebben enkele nadelen waardoor ze niet zoveel meer verkocht worden. Ze hebben een grotere zelfontlading (zonder te gebruiken zelfs om de drie maanden terug opladen) en ze zijn zeer gevoelig voor diepontlading. Diepontlading wil zeggen dat ze helemaal plat is en je ontlaad nog verder (je schakelaartje staat nog aan). Omdat als de batterij plat is zie je het lampje ook niet meer branden en dan weet je misschien niet of ze nu aan of uit staat. Een NiCd batterij gaat zo ook stuk, maar bij een loodaccu is dat een garantie. Een voordeel aan NiCd is dat je ziet wanneer de batterij bijna leeg is; het licht begint geleidelijk te minderen. Spaar dan je accu om je instrumenten te lezen en zet de lamp uit. Een belangrijk nadeel aan NiCd is het zogenaamde geheugeneffect. Dit wil zeggen dat als je aan accu die normaal één uur meegaat na elke duik van een half uur terug volledig oplaadt, dat ze op den duur slechts een capaciteit meer heeft van een half uur! Nochthans is het volgens sommige fabrikanten even slecht om ze volledig te ontladen zodat ze toch aanraden na elk gebruik opnieuw te laden. Sommige laders gaan om het geheugeneffect te vermeiden eerst de lamp ontladen vooraleer ze terug op te laden.

Oplaadduur: een batterij moet normaal gezien belast worden dat ze op ca 1 uur leeg is en 12 uur moet laden. 12 uur laden is soms lang en daarom zijn er snelladers op de markt. Bedenk daarbij dat hiermee de levensduur van de batterij sterk verkort wordt. Het kan in sommige omstandigheden echter een uitkomst bieden dat je accu op ca 5 uur al opgeladen is). Een goede lader zal als de accu opgeladen is overschakelen op druppellading; dwz dat de batterij vol blijft maar steeds blijft laden, ontladen, laden, ontladen... Het gaat hier maar om een druppeltje dus de batterij zit tjokvol maar blijft in beweging. Dit is zeer goed voor de batterij. Sommige laders geven een constante laadstroom en moeten van de batterij afgekoppeld worden als ze vol is. Sommige hebben zelfs geen lader maar een spanningsadapter! Dit toestel is helemaal niet geschikt om een batterij mee op te laden ondanks dat het wel werkt maar is zeker niet zo gezond voor de batterij.

Mes

Een duikmes is een verplicht uitrustingsstuk en kan je bevrijden uit een benarde situatie (netten, draden waarin je vast geraakt) Een duikmes is tevens een werktuig dat je als duiker steeds bij hebt. Let erop dat je tijdens het duiken je mes niet kan verliezen (dat gebeurt toch met je eerste mes, anders zou ik nog geen collectie hebben) maar dat je het langs da andere kant toch kan trekken als je het nodig hebt (bereikbaar). Voor fijne netten van tegenwoordig is een schaartje soms meer geschikt dan een mes. Een duikmes wordt gekenmerkt door een snijkant, een zaagkant en een draadsnijgleuf.

Compas

Een belangrijk instrument om je onder water te oriënteren is het compas. Enkele belangrijke puntjes hierbij zijn:

Console of op de pols? Alle duikers die het aangeleerd hebben met console hebben het zeer moeilijk om om te schakelen op de pols en andersom habben alle duikers die het aangeleerd hebben op de pols het moeilijk om om te schakelen naar console. De keuze is aan U, toch nog enkele belangrijke bemerkingen hierbij: De manometerslang wringt tegen als je de console echt recht voor je wil houden om je compas af te lezen (hiervoor zijn er nu schuin afleesbare consoles). Als je je console niet vast hebt, hangt hij vaak over de bodem te ploegen zodat het compas na een jaar niet meer afleesbaar is. (Hiervoor moet je zelf een systeem uitdocteren met een touwtje of zo) Mij lijkt het alleszinds wat kerstboom-achtig, maar ja ik heb het ook anders aangeleerd en waarschijnlijk daarom mijn vooroordelen. De twee gaan echter even goed! Nog één bemerking: op de pols komen alle instrumenten los te zitten als je op diepte komt omdat je pak door de druk dunner wordt. Hierdoor loop je kans je instrumenten te verliezen. Het bandje van het compas is echter zeer eenvoudig bij te spannen.

Duikcomputer zie hoofdstuk de duikcomputer


Algemeen onderhoud

Alles

Na elke zoutwaterduik alles goed spoelen met zoet water voordat het de kans krijgt op te drogen. Opdrogend zout is namelijk de grote boosdoener van het duikmateriaal! Een tweede booswicht is de zon! Juist, datgene wat je het meest ziet gebeuren, na de duik alles even in de zon leggen om op te drogen is het slechtste voor je materiaal. Hannibal gebruikte de truuk met het zout om rotsblokken te splijten, de kracht van het zout is enorm. Vooral je pistonontspanner waar binnenin zoutwater zit, komt op de rustpositie van de piston een zoutrandje dat versteend en niet keer verdwijnt. Hierdoor zal de middendruk van de ontspanner stijgen en de tweede trap zal beginnen blazen, een teken voor een onderhoudsbeurt. Zeker de ontspanner niet laten drogen en goed spoelen met zoet water. Voor je ontspanner is het al even belangrijk om niet met zand en stof in aanraking te komen.

Ritsen

Ritsen leiden bijzonder onder het zout en moeten ook goed gespoeld worden alvorens het zout heeft kunnen opdrogen. Geregeld de ritsen met was of kaarsvet inwrijven, zeker geen siliconen, daar blijft immers vuil aan kleven wat de rits terug stroef maakt.

Neopreen & Seals

Neopreen verslijt door de druk maar dat is uiteraard onvermijdelijk. Een duikpak gaat zo'n 500 duiken mee en dan begint het neopreen echt dun en stug te worden. De belangrijgste bootschap is hier: houdt je pak uit de zon! Latex seals (droogpak) verdienen je bijzondere aandacht want zonder onderhoud leven ze geen jaar. Je moet ze na iedere duik ofwel intaklen na het drogen ofwel behandelen met seal-saver.  


Download hier materiaal 1* in acrobat PDF formaat

Terug naar theorie