De vrouw in het recht


Vrouwenrechten en discriminatie

"Er is een goed beginsel dat de orde geschapen heeft, het licht en de man, en er is een slecht beginsel dat de chaos geschapen heeft, de duisternis en de vrouw" (Pythagoras, geciteerd door S. de Beauvoir).1

Het logisch doordenken van de Verklaring van de Rechten van de Mens leidt tot een volledig herdenken van de hele nationale en internationale wetgeving. Dat is nog eens gebleken bij de formulering van de Rechten van de Vrouw .

In de Oudheid, de Middeleeuwen en lang daarna werd de vrouw aangezien als een minderwaardig, vrij lichtzinnig wezen, dat volledig ondergeschikt moest blijven aan de man. Een paar citaten: "de vrouwen hebben slechts een licht verstand, zoals knapen; de vrouw is maar een onvolkomen dier, en daarom is zij altijd bedrieglijk; een vrouw is een monster met het heerlijk uitzicht van een leeuw, met het lijf van een stinkende geit en gewapend met de giftige tong van een serpent."2

Volgens de leer van de apostel Paulus is "de man niet geschapen om de vrouw, doch de vrouw om de man" (1 Cor. 9). Door hem werd de vrouw ook gebannen uit het officiële kerkelijke leven: "het past niet voor een vrouw het woord te nemen in de gemeente" (1 Cor. 34). Daarmee was het lot van de vrouw in het christendom bezegeld voor eeuwen. Volgens Armstrong was de christelijke leer de grondslag en de oorzaak van een seksoorlog in het Westen.3 De vrouw werd afgeschilderd als de verleidster, de Eva, die de erfzonde veroorzaakte en de dood en het lijden in de wereld bracht. Later werd zij bij uitstek de heks, die gemeenschap had met de duivel. Zij kon zich slechts doen eerbiedigen als maagd door de begeerlijkheid af te zweren en zich te onthouden van seks. Maar ook in de Islam bleef de vrouw, door de wil van Mohammed zelf, een ondergeschikt wezen.

In het westelijk burgerlijk recht werd zij ondergeschikt aan haar echtgenoot; zij werd in zekere zin behandeld als een minderjarige. Slechts zeer onlangs kwam hierin verandering. In de conventie (Verenigde Naties) van 1951 wordt het beginsel gesteld: gelijk loon voor gelijk werk; in 1954 volgt de conventie over de rechten van de vrouw. Vreemd genoeg heeft de term "vrouwelijke e-MAN-cipatie" een bijklank. Oorspronkelijk betekende "emanciperen" verkopen, rechtens ondergeschikt maken aan een andere meester. Daar zij overgingen van het gezag van de vader naar het gezag van hun man, waren vroeger alle gehuwde vrouwen geëmancipeerde vrouwen.4 Als door de nieuwe wetgeving de vrouw geëmancipeerd wordt van het gezag van haar echtgenoot, dan kan men zich afvragen in wiens gezag zij overgaat: dat van de staat, van haar patroon? De term " emancipatie " is bijzonder slecht gekozen als die moet betekenen: "ontvoogding, gelijkberechtiging", termen die eigenlijk eerst inhoud krijgen door de concrete invulling, zij het door het gebruik, zij het door speciale wetten, zij het door de jurisprudentie. Een wet tegen discriminatie van de geslachten kan de gekste effecten opleveren die trouwens alleen door het gezond verstand van de betrokkenen kunnen gemilderd worden. Zo moeten alle scholen gemengd worden, omdat zij geen discriminatie mogen maken ten nadele van meisjes of jongens. Verschillende vonnissen bleken nu tegensprakelijk te zijn.5 Bepaalde scholen deden beroep op vrijheid van onderwijs en de vrije keuze van de ouders. De ene maal werden ze in het gelijk, de andere maal werden ze in het ongelijk gesteld.6 Zo kennen we nu vrouwen die tanks commanderen in het leger, doch ook mannen die "baker" willen worden, kleuterleidster en dgl. Toegegeven dat er "mannelijke" vrouwen en "vrouwelijke" mannen bestaan, toch ziet de psycholoog liever de typisch vrouwelijke hoedanigheden bij vrouwen aan bod komen en de typisch mannelijke bij mannen, en niet omgekeerd. Negeren, dat zulke geslachtsverschillen bestaan, is blind zijn voor de werkelijkheid. Elke cel van de vrouw verschilt biologisch van die van de man. Vrouwen hebben gemiddeld minder hersenweefsel dan mannen; hoe meer cultuur, hoe groter het verschil (gem. Zweden: mannen 1399 g, vrouwen 1248 g (Retzius)).

Recent onderzoek toonde aan dat mannen gemiddeld een groter inferieur parietale lobule hebben dan vrouwen en dat bewerkt dat zij superieur zijn in het waarnemen van de tijdsduur en de ruimte. Vrouwen hebben gemiddeld minder spierkracht. Vrouwen hebben een hoge stem en moeten gaan gillen, als ze absoluut willen gehoord worden. Wat het nu precies betekent 150 g minder hersenweefsel te hebben en een minder krachtig skelet, -(meer spieren vereisen meer hersenweefsel),- heeft de geschiedenis geleerd: wij zien de man vechten, zwaar werk presteren, domineren, ontwerpen, uitvinden, organiseren; we zien de vrouw kinderen baren en verzorgen, de leiding nemen bij de huishoudelijke en familiale bezigheden. Dat belet haar niet soms een zeer belangrijke rol te spelen in het gezin en daarbuiten. Zij kan het gezin tot een hemel of tot een hel maken; zij beloont of verwerpt haar man; zij voedt de kinderen op en verzorgt ze. Zij maakt het gezin tot wat het is, ook en vooral als de man veelal afwezig is.

Dikwijls zijn de ouders er de oorzaak van dat een meisje zich minderwaardig gaat voelen tegenover de jongen en zich jaloers gaat opstellen, om het met Freudiaanse termen te zeggen, dat ze gaat lijden aan " penisnijd ".7 Sommige ouders kunnen het niet vergeven aan het meisje, dat het geen jongen was, - de jongen die zij zo vurig begeerden, - en gaan dan over tot een misprijzende, soms wreedaardig vernederende behandeling. De tweede of de derde dochter wordt wel eens meer dit lot beschoren. Deze meisjes krijgen dan ofwel een Assepoescomplex , ofwel gaan ze overcompenseren om te bewijzen dat ze evengoed zijn als een jongen (het Diana-complex ) door bijv. in de sport te gaan presteren, of in de studie. Simone de Beauvoir vertelt in haar autobiografie, dat zij de tweede dochter was, en dat haar vader eigenlijk een jongen had gewild. Haar werk is het protest tegen deze discriminatie, waarvan zij het slachtoffer was. De vrouw die wil bewijzen dat zij de gelijke en zelfs de meerdere is van de man in de specifiek mannelijke rolpatronen lijdt gewoonlijk aan een diep inferioriteitscomplex. Een aantal rolpatronen zijn niet louter conventioneel of traditioneel opgedrongen, zoals deze vrouwen wel eens beweren, maar vloeien voort uit het wezen van man en vrouw. De vrouw die slecht in haar vel zit als vrouw, zal proberen, als zij niet hoger kan staan op intellectueel gebied, zodra zij de macht daartoe heeft, de man te veranderen, te vernederen, te bestraffen.8 Feministische vrouwen verliezen allicht de formidabele dialoog tussen man en vrouw uit het oog, die aan de oorsprong van elk menselijk leven staat, en dan is dat niet alleen het romantische duet van de liefde, doch tevens de volle verstrengelde ontplooiing van de geestelijke en lichamelijke harmonie. Dat belet niet dat de visie op de vrouw nog steeds een onbehaaglijke polariteit vertoont: "Iedere vrouw", zegt Maslow, "kan onder het gezichtspunt der eeuwigheid worden gezien, in haar hoedanigheid als symbool, als godin, priesteres, sibylle, als moeder aarde, als de eeuwig vloeiende borsten, als de baarmoeder waaruit het leven komt, en als degene die het leven schenkt, die leven schept." Maar zij kan ook gezien worden in haar beperktheid "als een kreng, egoïstisch, leeghoofdig, dom, dwaas, katterig, platvloers, vervelend, gemeen en hoerachtig".9 Elk opgroeiend meisje dat stilaan niet alleen de polariteit man-vrouw ontdekt, maar ook de polariteit binnen haar vrouwzijn door haar identificatie met de moederfiguur kan daarbij enerzijds een vijandigheid ontwikkelen tegenover de volgens haar gepriviligieerde man, maar tevens een ambivalentie tegenover haar eigen seks. Zo komt het dat meisjes afstand nemen van hun toekomstige vrouw- en moederrol en zich storten op een beroep dat sommigen liefst zo mannelijk mogelijk wensen te zien in de zin van deelnemend aan de mannelijke privilegies (bestuur bijv.)10 Daarbij vergeten zij, dat de vrouw een gans andere macht uitoefent dan de man. Zij heeft macht over de man en door hem heen oefent zij soms een diepgaande invloed uit: wie is de pantoffelhelden vergeten?

Er is een hele geschiedenis verbonden aan de evolutie van het ideaalbeeld van de vrouw, o.a. in Amerika. Er is een malaise gegroeid vooral na Wereldoorlog II. Deze werd goed beschreven in het boek van B. Friedan, The Feminine Mystique.11 Zij ontleedt, wat zij noemt de verborgen ziekte van de vrouw in Amerika, die hoewel zij beschikken kan over alles wat zij maar kan dromen aan comfort, aan geldelijke middelen, aan een man, kinderen en een mooi huis, toch diep ongelukkig is. Zij heeft de " huisvrouwmoeheid ". Zij is overtuigd dat zij niets heeft voor zichzelf, niets waarin zij zich kan uitleven als persoon, eens zichzelf kan zijn, met één woord: een eigen leven hebben.12 Gaat zij zelf elders werken en bouwt zij een eigen carrière op, dan lijdt ze aan het schuldsyndroom van de carrièrevrouw , die haar gezin verwaarloost.13

De beginselen van deze mode werden reeds door Fr. Engels geformuleerd : Volgens hem werden de vrouwen door de man gedomineerd en uitgebuit als slavinnen nadat de man moest en kon zorgen voor het kapitaal in het gezin. "De huiselijke arbeid van de vrouw verzonk in het niet naast de arbeid voor de broodwinning door de man... Hier blijkt reeds, dat de bevrijding van de vrouw, haar gelijkstellling met de man een onmogelijkheid is en blijft, zolang de vrouw van de maatschappelijke productieve arbeid is uitgesloten en beperkt is tot huiselijke bezigheden. De bevrijding van de vrouw wordt eerst mogelijk, zodra zij op grote maatschappelijke schaal aan de productie kan deelnemen, en de huiselijke bezigheden haar nog maar in onbetekenende mate in beslag nemen, en dat is pas mogelijk geworden door de moderne grootindustrie, die niet alleen vrouwenarbeid op grote schaal toelaat, maar deze formeel eist en die ook meer de strekking heeft de private huiselijke bezigheden tot een openbare industrie te maken".14

De eenzijdige voorstelling door Engels van vrouwenarbeid als emancipatie heeft ertoe geleid dat in de moderne economie de vrouw ook arbeidsslavin is geworden. De plaats van de vrouw in de samenleving, en in 't bijzonder in het werkmilieu is tevens ook de resultante van de fundamentele karaktertrekken van haar vrouw-zijn. Zo is het bijv. al direct duidelijk voor de psycholoog dat de formule "gelijk loon voor gelijk werk" steunt op een misvatting. Slechts bij eenvoudige en bijna volkomen geautomatiseerde taken zullen vrouwen en mannen hetzelfde werk doen. Zij doen overigens doorgaans hetzelfde werk anders. Voor sommige taken zullen vrouwen superieur zijn, voor andere mannen. Als kassiersters in de supermarkt, als secretaressen zijn vrouwen bijzonder efficiënt, en werken vlug. Het is geen toeval dat secretariaatstaken bij voorkeur aan vrouwen worden toevertrouwd. Daarbij komt dat de mannelijke "boss" de voorkeur geeft aan een vrouwelijke zorgende aanwezigheid. Man en vrouw vullen elkaar immers biologisch en psychologisch aan.

De kwestie van het loon voor het werk of de prestatie heeft per se niets te maken met het geslacht van de arbeider, doch met de intrinsieke waarde van die prestatie en tegelijk in de vrije markteconomie met de marktwaarde ervan, dus ook met het mechanisme van vraag en aanbod. Het sociaal ingrijpen van de wetgever om bijv. de tendens vrouwelijke arbeidsnemers een lager loon uit te keren dan mannelijke voor oppervlakkig gezien gelijkaardig werk, te beknotten of om te vermijden dat vrouwen systematisch uitgesloten worden voor taken, die zij menen evenwaardig aan te kunnen, is volkomen inadequaat. Zolang twee beginselen worden aanvaard en verward, (oppervlakkige gelijkaardigheid tegenover intrinsieke waarde) die soms mekaar zullen steunen, soms volkomen tegenspreken, kan er geen klaarheid komen in deze kwestie.15

Het beginsel van louter vraag-en-aanbod dat gold tijdens de vooroorlogse periode van de industrialisatie (vóór 1914) werd verlaten wegens de al te duidelijke misbruiken. Het sociale minimumloon werd wettelijk opgelegd, omdat de partijen die het arbeidscontract moesten afsluiten niet evenwaardig tegenover elkaar stonden. De wet van vraag en aanbod kreeg nochtans nog altijd voldoende speelruimte, en het bleek dat de vrouwenarbeid , grotendeels ook wegens de mindere kwalificatie van de vrouwen, en tevens wegens de beperkingen van disponibiliteit en regelmatigheid (ongesteldheden, zwangerschap, familiale verplichtingen) lager ingeschat werd, zelfs al deden vrouwen tijdens de diensturen oppervlakkig gezien hetzelfde werk als mannen. Zo is het niet noodzakelijk altijd geweest.

De taak van de vrouw in het oorspronkelijke boerengezin was zeer uitgebreid. Haar voornaamste werk was het ter wereld brengen van zoveel mogelijk kinderen. Zij stond in voor de hele huishouding, voeding, netheid, verzorging, doch ook voor de groentetuin, de voeding en verzorging van het pluimvee, de konijnen, eventueel een paar varkens, de hond en de katten; zij stond in voor de kledij; zij hielp bij de oogst, het plukken, verwerken en inmaken van het fruit en de groenten, bij het melken van de koeien; zij hield het oog op de kinderen en eventueel het personeel; zij vergaarde soms zelf het sprokkelhout en onderhield het vuur. Door haar inzet bevrijdde ze de man van de huishoudelijke taken, zodat deze nu kon instaan voor het zware werk, het bewerken van akkers, weiden en velden door te ploegen, te bemesten, te zaaien, te oogsten, te dorsen, het vervoer met paard en kar of tractor. De man ging vissen en jagen, kopen en verkopen; hij regelde de werkzaamheden, hij plantte en voorzag het komende jaar. Hij vertegenwoordigde het ultieme gezag in de familie. Hij besliste als het er op aankwam. Heel deze natuurlijke harmonie is in de moderne geïndustrialiseerde maatschappij gestoord: de vrouw lijdt aan functieverlies. Kinderen baren lijkt een bijkomstigheid: een luxe. Zij moet er alleen voor zorgen sexy en aantrekkelijk te blijven, en liefst onvruchtbaar. Het grootste deel van haar huishoudelijke bezigheden wordt ofwel zeer vergemakkelijkt door het comfort, of gewoon uit de hand genomen. Zij hoeft slechts eens per week te gaan winkelen, zij kan haar was uitgeven, voor talrijke dagen kan ze soms gewoon naar het restaurant gaan eten. Geen wonder dat zij naar bezigheid hunkert, en wel liefst winstgevende bezigheid, waardoor zij zich meer kan veroorloven. Nu draait ze niet meer als de spil van het gezin, maar als een klein radertje in een vreemde organisatie, een fabriek, een bank, een handelszaak... Ze heeft nu een onafhankelijke activiteit, die soms haaks staat op haar huwelijks- en gezinsleven. De vrouw verblijft ondertussen een groot deel van de tijd in een vreemd milieu. En zelfs de nacht wordt soms nog gestoord door het shiftwerk. Door haar werkzaamheid buitenshuis kan zij veelal de man niet meer bevrijden van de huishoudelijke taken, die hij nu moet delen en die hem zo kunnen belasten dat hij onder stress komt. Er blijft slechts een overschot van tijd waarin zij aanvullend en harmonisch kan functioneren. Het seksueel verkeer, dat vroeger zijn volle zin kreeg in een ongebreidelde voortplanting, draait nu zot16 en wordt uitsluitend een voldoen aan seksuele behoeften en gewoonten. Doch dan ziet men ook niet meer zo duidelijk waarom die bevrediging uitsluitend beperkt wordt tot de eigen echtgenoot of echtgenote. De hechte band tussen man en vrouw, zoals die bestond in het boerengezin, gaat verzwakken. Beide echtgenoten zijn in een belangrijk deel van hun leven gericht op een andere omgeving, met eventueel ook andere seksuele opportuniteiten. Zo riskeert ook de vrouw het spoor van de man te volgen en haar familie te verwaarlozen. Dit moet voeren tot een desintegratie van het gezin . Wil zij dat niet, dan komt de vrouw onder zware stress.

En dat terwijl een vrouw vanuit haar wezen gericht is op de voortplanting, de voeding en de zorg voor het kind, en daarin afhankelijk is van de man, die haar moet bevruchten, steunen, beschermen, geborgenheid verstrekken, vooral in de periode van de zwangerschap en na de geboorte van de kinderen. Van nature is de vrouw bestemd om de man te volgen, om de onmiddellijke werkelijkheid van de familie, de kinderen te beleven.17 Zij is daar om mee te voelen, te verzorgen, te troosten, te helpen. Daar ligt haar competentie en die is helemaal gericht op het familiaal gebeuren.18 De hormonale structuur van de vrouw verschilt trouwens van deze van de man. Ook buiten de familie kan zij die hoedanigheden en aanleg uitstekend benuttigen in beroepen als de verpleging, het secretariaat, de handel. Zij heeft meer geduld dan de man, zij heeft zin voor detail, netheid en uiterlijk verschijnen. Zij is handiger in werkjes waar er een nauwkeurige coördinatie van de fijne musculatuur of snelle herhaling vereist is.19 Zij is ook taalvaardiger. En dat is niet louter een kwestie van opvoeding, doch van instinct, natuurlijke aanleg en situatie. De vrouw heeft een hersenstructuur die verschilt van deze van de man.

De man is vooral gericht op het buitenfamiliale gebeuren, omdat hij zich daar waar moet maken in de strijd om het bestaan van zijn gezin, en dit impliceert voldoende technische kennis en kracht. Van de eerste kinderjaren af ziet men, ook in families waar er eigenlijk weinig aan opvoeding gedaan wordt, een typisch verschil van spontane interesse tussen de jongen en het meisje. Het meisje zal niet nalaten elk nieuw kleedje te komen laten bekijken en zal zich bijzonder gevoelig tonen voor elke blijk van waardering op dat punt, terwijl de jongen met zijn nieuw pak in de modder zal gaan spelen.20 Het meisje zal de vader volgen bij zijn werk, niet om dat af te leren, maar om bij hem te zijn, bij de moeder integendeel zal zij heel vroeg willen helpen in de keuken.21 De jongen integendeel zal bij de vader willen zijn om het vak af te kijken, en zich volkomen ongeïnteresseerd tonen voor het huiselijk gedoe. Eenmaal opgegroeid zal hij als man zijn spontane indrukken meer achteruit weten te stellen en zich door hogere cognitieve processen laten leiden; bovendien zal hij meer creativiteit betonen, wanneer hij voor nieuwe taken of situaties staat.22 En dat is belangrijk voor de uitoefening van een beroep of een ambt. Door zijn aanleg zal een man gericht zijn naar techniciteit. Het is dus gemakkelijk aan te tonen dat het tegennatuurlijk is een vrouw aan te stellen om bijv. technische situaties te beoordelen en op te lossen.23

Als men nu het opgegroeide meisje voor taken spant waarvoor ze geen interesse heeft en waarvoor ze niet gemaakt is, en die vooral beroep doen op mannelijke kwaliteiten, doch die ze alleen aanvaardt om geld te verdienen, dan moet men niet versteld staan dat het peil van de prestaties vrij laag staat, en dus minderwaardig is vergeleken met het peil van de mannelijke prestaties. Men moet ook opmerken, dat de strekking en de druk om vrouwen op belangrijke posten te benoemen, zoals de magistratuur, de hoge ambtenarij, een typisch bourgeoisprobleem is, dat ontstond, toen de families alsmaar kleiner werden. Vroeger waren het de zonen voor wie een carrière geambieerd werd; toen er geen zonen meer waren, moesten de dochters instaan voor de opvolging in de vrije beroepen, in de politiek, aan het hoofd van de onderneming. Vandaar de eis dat meisjes evenveel kansen moeten hebben als jongens, en zelfs meer en dat is dus positieve discriminatie.

Door een aantal feministen, - er zijn zoveel strekkingen dat men moeilijk van HET feminisme kan spreken, - wordt enerzijds elk verschil tussen man en vrouw genegeerd of gebagatelliseerd, irrelevant verklaard, maar anderzijds wordt juist de "differentie" in het licht gesteld om privilegies te verwerven. Feministen zullen moeten uitleggen waarom aankomende meisjes plots schoentjes willen met hoge hakken en zijden of nylon kousen, terwijl jongens absoluut voetbalschoenen of zelfs bokshandschoenen, of een beetje later een motor willen. Dit verschil alleen brengt in de relaties van jongens tot meisjes een andere machtsverhouding. Het is dan ook tevergeefs dat feministen doen opmerken: "Wanneer vrouwen opkomen voor gelijkheid, dan claimen ze daarmee niet dat ze hetzelfde zijn, maar willen ze de irrelevantie van de verschillen met betrekking tot machtsposities onderkend zien".24 Het hele probleem van het feminisme ligt in de babelse verwarring tussen enerzijds de essentiële biologische en daaruit voortvloeiende psychologische trekken van het vrouw-zijn en de gevolgen daarvan voor de activiteit en gestaltegeving aan de persoonlijkheid en in 't algemeen het hele levenspatroon, de machtspositie en de sociale functie van de vrouw, en anderzijds min of meer bijkomstige overgeleverde culturele tradities en conventies. Het is moeilijk voor hen toe te geven dat zelfs een deel van die tradities tevens in zekere mate zo gegroeid zijn omdat zij gewoon uitvloeisels zijn van de psychologie van de vrouw, voornamelijk gevormd door de natuurlijke selectie van de evolutie.25

In de Kibbutzim (Israël) werd een radikaal feministisch experiment gewaagd. Het mislukte deerlijk. Vrouwen en mannen werden volkomen gelijkgeschakeld. Beide kunnen werkten op het land, deden hetzelfde werk. De bevoorrading, de voeding, de oppas en het onderwijs van kinderen, ziekenzorg, alles werd georganiseerd in gemeenschappelijke diensten. Wat zag men nu gebeuren: al vlug konden de vrouwen het zware werk niet meer aan, en moesten overgeschakeld worden naar meer typisch vrouwelijke diensten, zoals koken, naaien, zieken verzorgen, kinderoppas, enz... Doch daar liep het ook mis. Vrouwen werden ontevreden, als zij monotoon niet anders meer deden dan koken, of naaien, of kinderoppas, enz. Het gevolg was dat velen de Kibbutzim verlieten om een meer traditionele en gevariëerde vrouwenrol op zich te nemen.

De gelijkschakeling van mannen en vrouwen die het eigen wezen van elke kunne miskent, produceert dus ontevreden en ongelukkige vrouwen. Het feminisme heeft alles samen weinig gelukkige huwelijken voortgebracht, weinig vrouwen gelukkig gemaakt. En men ziet de tendens bij werkende vrouwen, om steeds meer privilegies op te eisen. Deze situatie moet tevens zijn weerslag hebben op de psyche van de vrouwen die bijv. in de magistratuur of in leidinggevende ambten werkzaam zijn. Het voortdurend belast worden boven de eigen capaciteit, de spanningen van het vrouw zijn thuis en man zijn op het werk of het tribunaal, de inwendige strijd tussen emotionele belasting en een onbereikbare objectiviteit, moeten een stress veroorzaken, die gepaard met de fysiologische cyclische veranderlijkheid, een bestendige hinderpaal vormt voor een serene ambtsuitoefening op hoog niveau. Het besef van die moeilijkheden deden procureur Delwaide in 1946 al verklaren : "Il faudra ainsi installer au Palais une pouponnière avec nurse et suspendre les audiences aux heures de tétée, qui ne peuvent cependant pas se faire en chambre de conseil".26 Men zal op het gerechtshof een kinderopvang moeten inrichten, de zittingen onderbreken op de tijdstippen voor de borstvoeding. Deze mag evenwel niet gebeuren in de raadkamer. De enige uitweg is dan er een potje van maken.27

Het Recht zou de uitdrukking moeten zijn van een verfijnde differentiële psychologie in plaats van een bundel simplistische stelregels. Daardoor zou eerst de echte rechtsgelijkheid van man en vrouw tenslotte tot een werkelijkheid worden. Anders is deze louter een juridische leugen, omdat het Recht ook de ongelijkheid moet weerspiegelen. Zodra het beginsel van de gelijkheid wordt gesteld, wordt trouwens tevens het beginsel van ongelijkheid opgeëist. Het verbod van nachtarbeid in de fabriek, zwangerschapsverlof en dgl. zijn daarvan concrete voorbeelden.

Het herdenken van de wetgeving gebeurt slechts zelden vanuit diepe inzichten in het wezen van man en vrouw, van het gezin, de voortplanting en de opvoeding. Tot nu toe was de wetgeving de uitdrukking ofwel van de oude beginselen van een godsdienstige moraal, - waar er veel meer sprake was over de plichten van man en vrouw, en dan vooral in echtelijk verband, - ofwel van de sociale druk van allerlei organisaties en belangengroepen. In deze samenhang spreken over de Rechten van de Vrouw is eerder verwarrend. Zoals we aangetoond hebben negeert men daarbij de basisfeiten van de natuurlijke aanleg en riskeert men te belanden in conflictrijke en stressvolle toestanden van ontevreden mensen en verscheurde gezinnen. Feministische kringen gaan wel zeer ver in die richting, zo willen ze bijv. de afschaffing van het begrip gezinshoofd, of simpelweg het begrip gezin .28

Buiten het echtelijk verband, bijv. in het beroepsleven, wordt de verhouding van man en vrouw tevens bepaald door een aantal andere maatschappelijke factoren. In dat opzicht zijn de Rechten van de Vrouw een aanvulling van de traditionele situaties. De tendens is er de man naast de vrouw te zetten in gelijkwaardige en gelijkaardige taken en bevoegdheden, en logischerwijze geen onderscheid te dulden dat op een discriminatie zou gelijken. Deze toestand is echter onverantwoord vanuit een psychologisch standpunt en voor een groot deel tegennatuurlijk.29 Rechten, en veelal vergeten plichten zijn hoogstens abstracte richtlijnen voor het gedrag. De verhouding van man en vrouw moet veeleer gedragen worden door een omvattende visie, door een natuurlijke harmonie, door een instinctieve drang, ontsproten uit de levensdrift van de natuur.

Juridisch komt men tot gewoonweg dolle situaties. Het Arbeidshof te Antwerpen (26 jan. 1989) sprak zonder blozen en zonder humor uit dat ontslag met opzegtermijn aan een vrouwelijke werkneemster om de reden dat zij moeder was geworden, terwijl aan de mannelijke werknemers geen ontslag wordt betekend als zij vader worden, in strijd is met de Wet betreffende de gelijkheid Man-Vrouw.

Als er ergens een natuurlijk en objectief verschil is tussen Man en Vrouw, dan is het wel een verschil van sekse, en het feit dat de een vader en de ander moeder wordt, en dat deze beide hoedanigheden grondig verschillen! En daar kan de wet niets aan veranderen. Indien het Arbeidshof van oordeel was, dat in de gegeven omstandigheden het feit van de zwangerschap en het moederschap geen groter bezwaar betekende voor haar functies dan normaal ook bij mannen voorkomt, dan had het zijn arrest anders moeten formuleren. In bepaalde functies is immers een werkneemster gemakkelijk te vervangen, als poetsvrouw bijv., doch in andere van vertrouwelijker en meer gespecialiseerde aard waar de functie continuïteit vereist zonder onderbreking kan inderdaad zwangerschap en moederschap een reëel nadeel opleveren. Het Hof van Justitie bepaalde dan ook,30 dat wanneer de toepassing van criteria als flexibiliteit en beroepsvorming de vrouwelijke werknemers systematisch benadeelt, de werkgever het hanteren van deze criteria kan rechtvaardigen door aan te tonen dat zij hun belang hebben voor de specifieke taken die aan de werknemers worden opgedragen.

De formulering is ietwat ongelukkig. De vrouw wordt niet systematisch benadeeld wanneer zij anders is als de man. Zij moet veeleer in haar anders zijn geëerbiedigd en benut worden. Zij heeft ongelijk als ze absoluut zich wil gaan gedragen als een man, en specifieke mannentaken voor zich opeist, waarin zij noodzakelijkerwijze minderwaardig zal presteren.31 Als gevolg daarvan kan zij een neurose ontwikkelen. Zij vergeet daarbij dat er vrouwentaken zijn, die misschien maatschappelijk veel waardevoller, en voor haar zinvoller zijn, en waarin ze meer geluk en voldoening zal vinden. Men moet de vrouw niet beletten door allerlei sociale restricties haar volle potentialiteit te ontwikkelen, doch men moet ze ook niet op een dwaalspoor zetten door te verkondigen dat zij alleen zichzelf kan zijn door taken te vervullen die buiten haar mogelijkheden en aanleg vallen.32

Er is duidelijk een begripsverwarring aan de basis van dergelijke rechtspraak: belangrijk is dat vrouwen niet gediscrimineerd worden tegenover mannen bijv. in sociale maatregelen louter omdat zij vrouwen zijn,33 maar het is onzinnig elk verschil tussen man en vrouw juridisch te gaan negeren.34 Het Arbitragehof35 sprak zich trouwens als volgt uit: De grondwettelijke regels van de gelijkheid der Belgen voor de wet en van de niet-discriminatie sluiten niet uit dat een verschil in behandeling volgens bepaalde categorieën van personen zou worden ingesteld, voor zover voor het criterium voor onderscheid een objectieve en redelijke verantwoording bestaat.

Deze uitspraken zijn nogal verschillend van toon vergeleken met het verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen opgemaakt te New York.36 Dit laatste blinkt niet uit door een sterke logica. Het verwart voortdurend onterechte discriminatie met terecht onderscheid. "Voor de toepassing van dit verdrag wordt onder " discriminatie van vrouwen" verstaan elke vorm van onderscheid, uitsluiting of beperking op grond van geslacht, die tot gevolg heeft de erkenning, het genot of de uitoefening door vrouwen van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden op politiek, economisch, sociaal en cultureel gebied, op het terrein van de burgerrechten of elk ander gebied dan ook, ongeacht hun echtelijke staat, op grondslag van gelijkheid van mannen en vrouwen aan te tasten of teniet te doen". Op te merken valt dat de aanwezigheid van een komma na de woorden "op grond van geslacht" een beperkende interpretatie van de rest van die zin uitsluit. M.a.w. deze formulering zegt dat elk terecht of onterecht onderscheid discriminatie is, en dat deze discriminatie tot gevolg heeft dat zij de gelijkheid van mannen en vrouwen teniet doet. Indien men het woord "onderscheid" had weggelaten tegelijk met de komma, dan had de bepaling een beperkende zin gehad, m.a.w. van discriminatie zou er alleen sprake zijn, indien de rechten van de vrouw zouden beperkt worden inzake rechten van de mens of inzake de fundamentele vrijheden of de burgerrechten. In art. 4, 2° moet dan trouwens terstond bevestigd worden dat bijzondere maatregelen ter bescherming van het moederschap niet beschouwd worden als discriminerend! Zijn ze dan geen inbreuk tegen de absolute gelijkheid van man en vrouw zoals die door de bepaling van discriminatie in het verdrag gesteld wordt? En daarmee is duidelijk dat dit verdrag lijdt aan verregaande onbewustheid.37 Tegelijkertijd zijn de Rechten van de Mens tot een nieuw soort humanistische religie geworden: een nieuwe Thora, een nieuwe sharia, een nieuwe absolute en onveranderlijke wet.

Het kon moeilijk anders, maar zelfs de theologie heeft zich met deze kwestie ingelaten. De Bijbel moest ook voor de vrouwen ingeschakeld worden. Nu dateert die echter van een patriarchaal tijdvak, dat als zeer seksistisch beschouwd wordt. Ten eerste waren de feministen het er niet meer mee eens, dat voortdurend sprake was van een God de Vader, dus een man! Naar het woord van Daly: "Als God mannelijk is, dan is de man God". De idee alleen dat God mannelijk zou zijn is een soort kosmische grap.38 Ten tweede moest men besluiten dat christendom en feminisme incompatibel waren.39 Zulke stellingname leek evenwel eerder geïnspireerd door een verwerping van de vader, als oerbeeld van de man. Deze vaderhaat, dit verzet tegen de vader, gaf aanleiding tot een haat tegen alles wat man is, en de strijd voor de gelijkberechtiging van de vrouw werd meestal een dekmantel voor die diepe verwerping en die broeiende opstand tegen het vaderlijk gezag. Mogelijk projecteren die feministen de diepe ontgoocheling van hun moeders in het huwelijk en hun wrok tegen hun echtgenoot. Mogelijk vonden een aantal feministen geen liefhebbende vader, maar een moeilijke tiran. Zij hebben het dan ook heel moeilijk een man als man te bewonderen en graag te zien.40

De impasse waarin de rechtspraak dreigt te stranden, werd uitstekend belicht in een recent juristencongres, en goed geformuleerd in twee artikels in het Rechtskundig Weekblad 1° door K. Rimanque en 2° H. Cousy & M.E. Storme41. Cousy zegt o.a.: "Een horizontale doorwerking van de imperatief van gelijke behandeling kan leiden tot een juridisering van alle menselijke verhoudingen". Zij kan ook elke contractuele vrijheid in het private domein onmogelijk maken. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft dan ook getracht het gelijkheidsbeginsel nader te omschrijven. Het Hof maakt onderscheid tussen geoorloofde differentiatie en ongeoorloofde discriminatie volgens de volgende criteria: 1° een legitieme doelstelling van de norm die onderscheid maakt is noodzakelijk, 2° er moet een objectief onderscheidingscriterium gehanteerd worden, 3° de relevantie van het gehanteerde onderscheid voor het nagestreefde doel is vereist, zowel als 4° de evenredigheid van de aangewende middelen (onderscheid) met het met de norm nagestreefde doel. Alles samengenomen is het Hof verplicht nog andere criteria te aanvaarden, zoals "quieta non movere", (zaken die rustig zijn niet oprakelen), indien het delicate politieke situaties betreft en daar waar de bestaande regeling de vrucht is van een moeilijk genegotieerd politiek accoord.

Of men nu onderscheid maakt tussen formele gelijkheid van alle burgers voor de wet en materiële gelijkheid of reële evenwaardigheid, en dan bovendien uitzondering maakt voor situaties in het privaatrecht waar de partijen in een machtsonevenwicht tegenover elkaar staan, het feit blijft, dat de juristen in de purée zitten. Een concreet voorbeeld: de Raad van State verklaarde de volgende stelling onverenigbaar met het algemeen belang : Het verschil van loopbaan tussen het mannelijk en het vrouwelijk vliegend cabinepersoneel wordt verantwoord op grond van de veronderstelling dat stewardessen van meer dan veertig jaar oud een fysiek voorkomen hebben, dat de clientèle van luchtvaartmaatschappijen niet zal bevallen.42 Houders van prostitutiehuizen zullen dus moeten uitkijken als ze hun personeelsleden ontslaan omdat ze niet meer het door de klanten gewenste voorkomen hebben! Wetten en verklaringen van de rechten van de vrouw kunnen bepaalde tendensen versterken of afremmen, en zelfs de samenleving tot een chaos helpen maken. Dit verklaart de tegenstand van traditionalistische middens tegen de zogenaamde emancipatie. De aversie van de moslim bijv. voor de Westerse beginselen van gelijkberechtiging kan men ook zien als een protest tegen de verregaande verwildering en statusonduidelijkheid van de vrouw in de moderne maatschappij. Kechrid schrijft: "D'un être délicat, refuge d'amour et de tendresse, d'une maîtresse de maison qui est, de fait, le dirigeant de la barque, d'un bijou précieux voilé jalousement ů toutes poussières infamantes, on veut en faire des femmes-hommes effrontées, exténuées par le rôle contre-nature qu'elles veulent assumer, ů la merci de l'irrespect des passions sans honneur, si bien, qu'ů la fin, ce ne sont plus que des barques avariées et sans attache, des plantes déracinées au milieu d'une tempête cruelle".43 Van een wezen, schuilplaats van liefde en tederheid, van een huismeesteres, die in feite de boot bestuurt, van een kostbaar juweel, jaloers gesluierd tegen alle onterend stof, wil men schaamteloze manvrouwen maken, uitgeput door de tegennatuurlijke rol die ze willen spelen, ten prooi aan het gebrek aan eerbied van oneervolle passies, zo dat zij, ten slotte, niets meer zijn dan beschadigde sloepen op drift, ontwortelde planten in een wrede storm.

Het mannelijk autoritaire recht, dat zowel in het Westen als in het Oosten hoogtij vierde, heeft nu wel een tegengewicht gekregen door een soort antirecht, dat meestal democratisch werd verworven. Dit werd in zekere zin wel nodig door de structuur van het Recht, dat er tot nu toe slechts was om het gezag te verdedigen, en dit soms ten koste van de mens, en in vele gevallen de vrouw. Het fascisme en de autoritaire regimes zijn duidelijk meer mannelijk; zij leggen de nadruk op gezag, orde, gehoorzaamheid. Democratische regimes zijn even duidelijk meer vrouwelijk. Men houdt er van palaberen, roddelen, doen waar men zin in heeft. Toch is alles geen rozegeur en maneschijn. In het Recht blijft het ploeteren met vage beginselen en arbitraire beslissingen, ingegeven door maatschappelijke vooroordelen.44 Er is een tijd geweest, dat men als bewijs van de toepassing van het beginsel van de gelijkheid van alle Belgen aanvoerde, dat niemand geweerd werd uit de openbare parken en de patriottische manifestaties! 45 Het Recht blijft een spanningsveld tussen twee polen, waartussen het authentieke leven zijn weg zoekt. Die natuurkracht hinderen kunnen wetten en reglementen, ze volledig tegenhouden kunnen ze gelukkig niet.


Internet Links...

Voorwoord en Inleiding tot de miserie van het recht
Onrecht, recht en macht
Recht en corruptie
Recht en zekerheid.
Balans van de rechtspraak
De staat als dief
Rechters, eerlijk of oneerlijk.
Seks en Recht

De miserie van het recht
De hervorming van justitie
Home page of the psychological Laboratory


  1. S. de Beauvoir die veel invloed heeft gehad op het feminisme, heeft blijkbaar heel veel romans gelezen, en put uit die oppervlakkige psychologie een hele filosofie. De vrouw is een cultureel product, de meisjes worden gedwongen in een rollenpatroon van jongsaf aan. De bevrijding van het meisje is de eerste vereiste voor onze beschaving. De vrijheid, in die zin verstaan, zal eerst de vrouw gelukkig maken. (Le deuxième sexe, 1949).
  2. J. Sprenger en A. Institor, Der Hexenhammer, Darmstadt, 1974.
  3. Armstrong (1987).
  4. Bij een huwelijk "cum manu", zoals in de vroege periode van de Romeinse republiek de gewoonte was, ging de vrouw volledig over in het bezit van haar echtgenoot; later was er het huwelijk "sine manu" waarbij de vrouw het recht op echtscheiding kreeg en andere rechten.
  5. Cf. infra: de rechterlijke bias.
  6. Er is duidelijk nog altijd geen wetenschappelijke zekerheid over het feit of een school of een gedeelte van de school die gemengd is, pedagogisch de voorkeur verdient boven een niet-gemengde meer homogene school.
  7. Thompson (p. 131) verklaart zeer goed het inferioriteitsgevoel bij het meisje en soms de jaloesie tegenover de jongen. Freud heeft gezegd in zijn schrift "Analysis terminable and interminable" dat het sterkste motief voor de vrouw in psychoanalyse te gaan is het verlangen op enigerleiwijze een mannelijk orgaan te krijgen".
  8. Knijn, p. 99-111.
  9. Maslow, p. 98-99.
  10. Parsons, p. 276-281.
  11. Friedan (1963).
  12. Friedan, p. 31-38.
  13. Ibid., p. 353.
  14. Engels, p. 137.
  15. Oppervlakkig gezien verdienen vrouwen slechts 65% van wat mannen verdienen.
  16. Het zotdraaien van de seksualiteit is typisch voor een seksualiteit die niet meer op voortplanting gericht is, en zelfs niet meer op de wezenlijke binding met de partner.
  17. Parsons, ibid.
  18. Gerlach meent dat het oestrogeen weinig of geen invloed heeft op het gedrag. Daartegenover staan de evidenties van de psychologie (cf. Archer, cit. Feingold) die aantoont dat mannen meer assertief zijn, terwijl vrouwen angstiger zijn, vertrouwend en zachter. Vrouwen hebben een grotere emotionele sensibiliteit, een lager fysiologisch en psychologisch welzijn, enz..
  19. Broverman, p. 23-50.
  20. Bij het ongedwongen en spontaan uitkiezen van lectuur in een bibliotheek kiezen meisjes andere boeken dan jongens en hechten aan andere dingen belang. Jongens kiezen voor avontuur en ruimtevaart, meisjes voor romantische en meer gewone verhalen.
  21. Een uitgebreide analyse van de wording van de seks-rol bij kleine kinderen vindt men bij Kohlberg, p. 347-480, inzonderheid p. 430-431, als gevolg van identificatie en cognitieve ontwikkeling. Nieuwe ontdekkingen in de morfologie van het brein bevestigen dat het gewicht van het brein seksueel dimorf is. Alleen de hypothalamus wordt ervan verdacht het voornaamste substraat te zijn van de geslachtelijke verschillen, vooral met betrekking tot de regelende functie in de reproductieve processen. In 1985 werd voor het eerst de sex dimorphic nucleus in de pre-optische area van de hypothalamus beschreven. In volwassen mannen is deze kern wat betreft volume en cellenaantal dubbel zo groot als in volwassen vrouwen. Deze kern wordt reeds waarneembaar vanaf het midden van de zwangerschap. Bij de geboorte is het volume en het cellenaantal rond de 20% van het volume en cellenaantal tussen twee en vier jaar. Er is geen seksdiscriminatie tot vier jaar, daarna vermindert het aantal cellen bij vrouwen en blijft stabiel bij mannen. Cf. Gooren en van der Reijt, in : Handbook of Forensic Sexology, p. 188.
  22. Broverman, p. 23-50.
  23. Dank zij een geëvolueerde opvoeding zijn meisjes nu ook in staat een hoog technisch peil te bereiken. Zowas het ons mogelijk twee jongens te vergelijken met twee meisjes, die alle vier een doctoraat voorstelden in de statistische mathesis van hoog niveau. Er was een opmerkelijk verschil tussen de wijze waarop de meisjes zich van hun taak kweten en deze waarop de jongens dat deden. Bij de meisjes observeerden we een volmaakte gedetailleerde presentatie, volgens alle regels van de kunst, en hun bijdrage was tevens veeleer te danken aan de toepassing van de regels dan aan globale creativiteit en overzicht. Bij de jongens was de presentatie iets slordiger, minder gedetailleerd, doch bood meer inzicht.
  24. Boeiende beelden, p. 35; citaat van J.W. Scott in: Die Frau (Ed. Pissarek-Hudelis, p. 91-119).
  25. Een goed overzicht van de meningen van vrouwen over hun status geeft: Chombard (1967). Archer (p. 909-917) relativeert zeer sterk de theorie van het rollenpatroon als de voornaamste oorzaak van de verschillen van man en vrouw. Het nieuwe Darwinisme verklaart de verschillen door de evolutie van de genen en hun invloed op de natuurlijke selectie. Als er al in de meeste culturen een consistent patroon is van geslachtsstereotypen en van geslachtelijk sociaal leren, als de ethnografischde analyse van 93 maatschappijen uitkomt op een mannelijke zelfdefinitie van aggressiviteit, hardheid, moed, een vrouwelijke van gehoorzaamheid, ijver, verantwoordeljkheid. en meer seksuele terughoudendheid, dan is dat tegelijk een effect van de genetische selectie. Deze selectie geldt vooral in de voortplanting en de partnerkeuze.
  26. Scheepers, p. 1938-1951.
  27. Een goede analyse van de bijdrage van de vrouw in het gerechtelijk ambt vindt men in S.E. Martin en N.C. Jurik. Deze beide vrouwen nuanceren zeer sterk het feministische standpunt.
  28. Wie het feministische proza leest staat verstomd over de kwantiteit regelrechte onzin (ik citeer Simone de Beauvoir) die daarin te vinden is. Als Poulain de la Barre schrijft : "Tout ce qui a été écrit par les hommes sur les femmes doit être suspect, car ils sont ů la fois juge et partie" dan moet men evenzeer stellen: Alles wat door vrouwen geschreven is over mannen (of vrouwen) moet verdacht zijn, want daarin zijn zij tegelijk rechter en partij. Bij Lerner bijv. vinden we tot onze grote verbazing de volgende affirmatie: "Until the most recent past these historians have been men, and what they recorded is what men have done and experienced and found significant. What women have done has been left unrecorded, neglected and ignored in interpretation" (p. 4). Deze dame heeft blijkbaar nooit veel geschiedenis gelezen, geschreven door mannen. Zelfs de patriarchale Bijbel vertelt over Eva, Esther, Judith en andere vrouwen. Het Nieuwe Testament kent er een hele reeks en de profane geschiedenis kent er veel vanaf Cleopatra tot Queen Victoria en Elisabeth, om van vele anderen niet te spreken. En wie kent Madame Curie niet? Volgens Lerner allemaal verzwegen door mannen ! Deze feministische literatuur staat vol met dergelijke gratuite affirmaties. En men is geneigd aan te nemen, dat inderdaad een aantal vrouwen niet in staat zijn tot objectiviteit die op een gelijk peil staat met die van de man. Cf. ook Ruether (1975). Volgens deze laatste is alles maar dominantie van de man. Weg ermee.
  29. Storr heeft zeer lezenswaardige bladzijden over de agressie bij de man en de vrouw (p. 69-81).
  30. H.v.J. nr. 88-109, 17 october 1989.
  31. Thompson, p. 143.
  32. Friedan stelt zonder bewijs dat de huisvrouwneurose vooral door het zoeken naar een eigen taak buiten het gezin zal verholpen worden (p. 353 en volg.). Een deel van de huisvrouwneurose kan als volgt verklaard worden: door het moderne confort en de organisatie van de samenleving valt veel werk weg voor vrouwen zonder kinderen, of met slechts één of twee kinderen. Wanneer deze vrouwen ook een hogere opleiding hebben genoten voelen zij zich minder geneigd tot het huishoudelijk werk en dragen vanuit hun opleiding het gevoelen mee dat zij daarmee hun tijd verliezen. Zij voelen zich onvoldaan hoe meer zij benomen worden door die routine huishoudelijke taken. Zij willen meer, en verlangen ernaar de vaardigheden die zij ontwikkelden door hun opleiding tot gelding te brengen. Vooral indien zij meerdere kinderen hebben, kan dit tot conflicten aanleiding geven met de echtgenoot, die zij willen dwingen zijn deel van de huishoudelijke bezigheden op zich te nemen. Daarrond wordt dan een hele argumentatie opgevouwd van de gelijkheid van de seksen, de onafhankelijkheid van de vrouw, de identiteit van de vrouw, en dgl. alleen maar omdat ze niet in staat zijn een duidelijke keuze te maken, een oplossing te vinden voor hun inderdaad moeilijke situatie tegelijk vrouw te zijn, echtgenote en moeder en hun verlangen daarbuiten nog een soort mannentaak op zich te nemen. Een ander aspekt mag ook niet verwaarloosd worden. Omdat de vorming van jongens steeds meer ontwikkelde naar universitaire scholing, kwam er de nood voor het meisje, wilde zij een partner vinden, ook meer ontwikkeling te zoeken. Vele meisjes richten zich dus ook tot het universitair onderwijs, niet zodanig omdat zij daardoor geïnteresseerd zijn, maar omdat zij hopen gemakkelijker een echtgenoot te vinden. Daarbij helpt die supplementaire scholing hun ook de man beter te begrijpen, hem beter te kunnen bijstaan, en draagt bij tot het vormen van meer homogene koppels, die daardoor een betere basis tot wederzijds begrip meebrengen in het huwelijk. Daarbij komt dat voor de meisjes de specifieke voorbereiding op het vrouw-, echtgenote- en moeder-zijn wegvalt, en dat zij, vooral indien hun technische vorming buiten de gezichtssfeer valt of niet aanvullend is van die van de echtgenoot, de indruk zullen hebben van niet helemaal tot ontplooiing te komen, indien hun activiteit beknot wordt tot het huishoudelijke, waartoe zij slecht voorbereid zijn.
  33. Richtlijn van de Raad EEG nr. 79/7, 19 december 1978. Art. 4, lid 1 verbiedt iedere discriminatie op grond van geslacht op het gebied van de sociale zekerheid.
  34. Het Hof van Cassatie (11 mei 1983) bepaalde dat de omstandigheid dat tijdens de gesprekken die voorafgaan aan de beslissing van burgemeester en schepenen tot benoeming van een leraar gewag wordt gemaakt van de voorkeur voor kandidaten van het mannelijk geslacht en de schriftelijke bevestiging van deze zienswijze, een inbreuk vormt op de bepaling van art. 121 v.d. Wet v. 4 augustus 1978 op de economische reoriëntering, die de gelijkheid van behandeling tussen mannen en vrouwen met betrekking tot de arbeidsvoorwaarden strafrechterlijk sanctioneert.
  35. Arbitragehof nr. 89/23, 13 october 1989.
  36. Verdrag van 18 december 1979, B.S. 5 november 1985, decreet van Vlaamse Raad B.S. 18 april 1985.
  37. Stone (p. 346) bespreekt uitvoerig de onduidelijkheid van het begrip gelijkheid in het recht. Hij geeft als voorbeeld de uiting van Aristoteles, dat men slaaf is van nature, en dus geen rechtssubject.
  38. M. Daly, Beyond God the Father, 1973, p. 19 en 72, cit. Hampson (1990).
  39. "Boeiende beelden" geeft een goed overzicht van de feministische tendensen in de katholieke wereld met betrekking van de rechtssituatie van de vrouw in de kerk en in de maatschappij.
  40. Het feminisme wordt aanzien als een factor die de misdadigheid bij de vrouw bevordert: het alleenstaan, de ontvoogding, de drang naar wapenbezit, de haat van de man kan van de vrouw een seriemoordenares maken (Skrapec, p. 241-268).
  41. R.W., 56/1, p.1-15.
  42. R.v.St., 2 sept. 1987, nr 28435.
  43. Kechrid, p. 71.
  44. Cl. Thompson analyseert op een luciede wijze de psychische gevolgen van de zogenaamde ontvoogding van de vrouw (p. 130-161) in twee bijdragen van psychoanalytische inspiratie betreffende enerzijds de zogenaamde penisnijd, die zij gedeeltelijk terecht terugleidt tot culturele factoren, anderzijds de aanpassingsproblemen van de moderne vrouw die haar vervulling niet meer vindt in het kinderrijk gezin.
  45. R.W., 56/1, p. 1-15.

Dr. Herman H. Somers
Send e-mail to herman.somers@skynet.be

Copyright © 1998 Dr. Herman H. Somers.
Page created 13 December 1999. Last updated 13 December 1999 at 8:34 PM.
Produced with Webford 2.0.