Seks en Recht


De seksualiteit is een drijvende kracht van het menselijk bestaan. Het Recht tracht zijn doel: de ordening van de samenleving, te bereiken door het promulgeren van een zeker aantal minimumnormen, begeleid door een repressief strafwetboek. In deze wetboeken zien we belangrijke hoofdstukken gewijd aan seksuele misdrijven: homoseksualiteit , overspel , aanranding en verkrachting , parafiele gewoonten , prostitutie , pooierij , paiderastie . Zij werden en worden nog zwaar gestraft in diverse contreien, zelfs met straffen die gaan tot levenslange opsluiting. Na de seksuele revolutie zien we in het Belgisch recht achtereenvolgens de schrapping van het overspel en de homoseksualiteit, terwijl we onder invloed van de vrouwenbeweging een verstrenging merken voor seksuele gewelddaden en het lastig vallen van vrouwen, en onlangs meer aandacht voor de vrouwenhandel(1) en binnenkort, na de kinderverdwijningen (Julie en Melissa), voor seksueel misbruik van kinderen.

Het is heel duidelijk, dat men geen weg weet met de seksualiteit en haar rol in het menselijk samenleven; enerzijds wil men garanderen dat ieder zoveel mogelijk moet kunnen genieten van alle soort seksueel genot, anderzijds is men geneigd en is men verplicht zekere perken op te leggen voor de bescherming van de vrouw en de minderjarigen .(2) Nu is het echter zo dat de seksualiteit niet zomaar een factor is met een beperkte impact, doch een fundamenteel instinct met een aanzienlijke invloed op het gedrag. Bovendien kan dit instinct beladen worden met allerlei afwijkingen en echte ziekten, die een bedreiging vormen voor het welzijn van de individuen, de gezinnen en de samenleving. Het was daarom altijd erg belangrijk normen te proclameren, perken te bepalen waarbinnen die seksualiteit moest beleefd worden.(3) Deze grenzen verschillen nogal volgens de perioden in de geschiedenis, de landen, de volkeren, de rassen. Een vaste baken vindt men overal: het huwelijk en het gezin vormen overal de kern, maar daarbuiten vindt men bijv. ook de polygamie , en bij monogame volkeren de prostitutie. Eveneens vinden we de franjes van die seksualiteit: voorechtelijke betrekkingen, overspel, incest , en de afwijkingen: homoseksualiteit, parafiele gewoonten, enz. Wegens de mogelijkheid van het opdoen van venerische ziekten werd de seksualiteit, en zeker het ongebonden beleven ervan, ook een factor van volksgezondheid. Tenslotte is de seksualiteit een instinct met belangrijke consequenties: de voortplanting en het bestaan van veel of weinig kinderen hangt er van af en wordt door de seksuele daad onmiddellijk veroorzaakt. Velen vergeten dat vrijen ook kweken betekent. Daarnaast wekt zij allerlei emotionele en neurologische bindingen tussen partners, en tussen dezen en hun kroost. Als daar niet een beetje orde heerst, dan komt men tot allerlei onmogelijke en zeer pijnlijke toestanden. Het huwelijk, het seksuele leven in 't algemeen, het gezin en het welzijn van de kinderen zijn dus geen louter private aangelegenheden, maar behoren tot de openbare orde.

Krachtens de wet van 20 mei 1987 werd in België overspel uit de strafwet gelicht. Minister Gol vatte bondig de redenen samen: "Wanneer het duidelijk wordt dat een strafwet geen enkel nut en geen enkele efficiëntie meer heeft, hetzij omwille van het feit van de systematische seponering van alle klachten of omwille van het belachelijke karakter van de straf, en als de belangen, die men wilde beschermen door deze wet, verdwenen zijn vóór een hoger belang, in dit geval de eerbied voor het privéleven, dan heeft de wetgever de plicht haar af te schaffen".(4)

Als we even alle beweringen op een rijtje zetten, dan vinden we:

deze strafwet heeft geen enkel nut en geen enkele efficiëntie;
het privéleven, en dat is in casu de vrije liefde heeft voorrang op de huwelijkstrouw;
elke wet waar de procureurs systematisch seponeren, moet afgeschaft;
elke wet met lichte straffen moet uit het strafrecht verdwijnen.

Dat is heel veel beweren.

Eerst en vooral zou men kunnen beginnen met de strafwet toe te passen, en dan eerst beoordelen of ze efficiënt is. De reden waarom de procureurs seponeren ligt in het feit, dat ze niet storend willen optreden in de vrije liefdesverhoudingen van de burgers. De redenering die eronder zit is de volgende: als de echtgeno(o)t(e) niet tevreden is, dan moet hij of zij maar scheiden. De scheiding is de straf voor de ontrouw . Vermits een klacht bij het Parket meestal slechts als inleiding van een echtscheidingsprocedure gebezigd wordt om de ontrouw van de man of de vrouw te doen constateren, kan men beter ineens de ontrouw door een gerechtsdeurwaarder laten vaststellen in het kader van een echtscheidingsprocedure . Een zaak is hier duidelijk: voor zover elke ontrouw van één der echtgenoten noodzakelijk tot scheiding aanleiding geeft, is het misschien praktischer direct de echtscheidingsprocedure in te leiden.

Maar dat is ver van de werkelijkheid. Een vrouw met kinderen, die afhankelijk is van het inkomen van haar man, en waarbij die man een liefdesaffaire onderhoudt met zijn secretaresse bijv., of bij gelegenheid, of zelfs regelmatig prostituees bezoekt, kan mogelijk geen echtscheiding wensen. Voor de bescherming van het gezin zijn hier maatregelen nodig, die de ontrouwe echtgeno(o)t(e) tot de orde roepen, en die zo mogelijk het gezin weer tot een normale functionering brengen. Het is niet de taak van het gerecht met behulp van correctionele straffen gestrande huwelijken weer vlot te trekken; de rechtbank is geen huwelijksconsultatiebureau. Wegens het gevaar voor de openbare orde, - denk aan de invloed op de kinderen, - kon men kan hier aan andere vormen van ingrijpen denken, zoals bijv. bij gevallen van kindermishandeling , die discreet, met de nodige tact, doch naar gelang de gevallen ook met de nodige krachtdadigheid een einde stellen aan de wanorde. Maar dat is niet de bedoeling van de wetgever. Die blijkt veel meer uit de circulaire, waarbij de veroordelingen wegens overspel volgens de oude wet, niet eens mogen vermeld worden op de getuigschriften van goed gedrag en zeden.(5) De onkuise wetgever heeft daarin zijn ware gezicht getoond. Ook wil hij nergens beperkende maatregelen uitdenken tegen de profiteurs, de hoerenbokken, de seksmaniakken, die dan toch de eerste oorzaak zijn van de prostitutie en alle andere seksuele misdrijven.

Door een tweede wet, in dezelfde zin, werd art. 372bis van het strafwetboek afgeschaft, waardoor homoseksualiteit niet meer strafbaar is, zodra de participanten ouder dan 16jaar zijn.(6) Daarmede werd de lat gelijk gelegd met de heteroseksualiteit. In het afgeschafte artikel was die leeftijdsgrens 18jaar. Let wel, in wezen gaat het hier om de bescherming van minderjarigen!(7)

Op eerste gezicht lijkt het wel vreemd, dat men, nu er zulke offensieve politiek gevoerd wordt door homoseksuele middens, de bescherming van jongeren door het recht gaat aantasten, en daardoor vrije loop laat aan de werving van jongere partners door oudere homoseksuelen, wetend dat de verleiding van jongere partners, zoals in de kinderprostitutie, meer genot bezorgt aan de ouderen.

Bij het nauwkeurig onderzoek van de argumenten die werden voorgebracht, valt op hoe ongelooflijk lichtzinnig hier werd omgesprongen met de zedelijke gezondheid van het volk, en bovendien met welke onbegrijpelijk domme argumenten die stellingen werden verdedigd.

Bij het neerleggen van het wetsvoorstel door L. Van Den Bossche, werd vooral verwezen naar een studie van Prof. R. Charles, die zowat de synthese is van de definitieve argumenten. Deze argumenten hernemen vooral het rapport Wolfenden van 1954 in Groot Brittannië.(8)

We kunnen hier geen volledig overzicht geven van de talloze studies, die aan de homoseksualiteit gewijd werden; we moeten ons beperken tot de voornaamste argumenten uit het rapport Charles en de hoofdlijnen van de kwestie.(9)

Een eerste probleem schijnt te zijn, steeds volgens Charles, dat de strafwet een voortdurend groter impact krijgt op het intieme privéleven van de burger.(10) Deze jurist schijnt niet te weten, dat het zogenaamd intieme privéleven van de burger een zaak van openbare orde kan worden, zodra het gaat interfereren met hogere belangen van de samenleving. De openbare ordening van het huwelijk is een goed voorbeeld.

Een tweede probleem is dat een jongere, die homofiele betrekkingen had met een meerderjarige, wegens de strenge bestraffing waaraan deze laatste zich blootstelde, chantage kan plegen op de volwassene. Men ziet niet goed in waarom alleen jongeren van 16jaar tot 18jaar dat zouden kunnen, en niet jongeren onder de 16jaar. Als men de mogelijkheid tot chantage wil uitsluiten, dan moet men dat op een andere wijze doen, of moet˙men de chantage incalculeren in de straf. Een oudere moet weten dat een minderjarige chantage kan plegen; dit zal misschien een reden zijn om hem te weerhouden dat misdrijf te begaan.

De aap komt echter uit de mouw, als men begint met het homoseksueel gedrag te bagatelliseren door aan te tonen, dat in andere perioden en bij andere volkeren er iets bestaat als een getolereerde homoseksualiteit tussen ouderen en kinderen, tijdens de klassieke periode in Griekenland bijv. ( Socrates en Sappho ), in het oude Rome ( Seneca , Nero ), en vooral in Afrika en Azië. Dat argument heeft evenveel waarde als het volgende: anthropofagie en polygamie hebben bestaan bij andere volkeren, en bestaan er ten dele nog. Waarom dan de polygamie niet uit het strafrecht halen? De anthropofagie staat er trouwens ook niet in. Doodslag en ander geweld behoort tot een van de constanten van de mensheid. Waarom behoudt men die dingen in het strafrecht? Is dat niet te wijten aan de neiging van de Staat zich te moeien met private aangelegenheden? Trouwens waarom regresseren we niet naar primitief recht en gaan we niet leven als wilden?

In de discussie van de homoseksualiteit of de homofilie (men maakt daar synoniemen van, al zijn ze dat strikt genomen niet) vinden we een babelse taalverwarring.(11) De betekenis van woorden als abnormaal, afwijkend, ongewoon, pathologisch of ziekelijk, onnatuurlijk gedrag wordt door elkaar gemixt, of vervangen door normaal, gezond, gewoon, natuurlijk. `Normaal' betekent volgens de norm of de regel. De norm is hier een handelwijze die coherent is met de eigen aard van de mens en de doelmatigheid van de handeling, in casu van de seksualiteit, namelijk de voortplanting. `Gewoon' verwijst naar de frequentie waarmee een fenomeen voorkomt. `Natuurlijk' verwijst naar de eigen aard van de dingen. Daarom kan men niet eerlijk beweren dat de homoseksuele wijze de coïtus te bedrijven normaal is of natuurlijk. Wie anaal of oraal penetreert wijkt af van de natuurlijke wijze. Het is wel zo dat, omdat iemand op een ongewone of zeldzame wijze handelt, hij zelf nog niet abnormaal is, al kan dan wel de vraag gesteld worden of hij zich psychisch gezond gedraagt. Ziekelijk wordt het als het subject handelt onder een psychische dwang, en zich niet meer gewoon kan gedragen. Pathologisch noemen we dan zijn toestand, als deze volkomen afwijkt van het normale patroon, bijv. te oordelen volgens de frequentie, de overdaad, de onaangepastheid, enz. Vandaar dat de homoseksualiteit wordt genoemd bij de perversiteiten als fetichisme , necrofilie , pederastie , coprofilie , bestialiteit , exhibitionisme , voyeurisme , sado-masochisme , narcissisme , transvestitisme , enz. Al deze gedragingen zijn in die mate pervers als zij uitwassen zijn van een normale seksualiteit, en onvruchtbaar zowel voor de voortplanting van het leven als voor de affectieve hechting aan en van de partner. Voor een deel zijn ze ongeremde eigenliefde, voor een deel mislukte ontwikkeling van de seksuele drang.(12)

De term homoseksualiteit zelf wordt gebruikt in tal van verschillende betekenissen. Volgens Kinsey (in een voornaam deel van zijn statistieken) is homoseksueel hij die ééns een orgasme ondervond door fysisch contact met een partner van hetzelfde geslacht.(13) Daarmee sluit hij ook alle pseudohomoseksualiteit in, en daarmee bedoelen we alle seksueel contact tussen partners, waarbij één van de partners eigenlijk de plaats inneemt van een partner van het andere geslacht bij gebrek aan beter of door confusie van stimulatie. In het aanvoelen van de mannelijke dader is de homoseksuele partner eigenlijk een vrouw en omgekeerd. Daarenboven kent Kinsey geen verschil tussen toevallige, occasionele en habituele homoseksualiteit.

De term homoseksualiteit wordt dan verder uitgebreid tot elk erotisch gevoel, opgewekt door een prikkel uitgaande van een individu van hetzelfde geslacht of zelfs door een imaginatieve voorstelling. Dat kan eventueel ook het geval zijn bij pederastie of bij kinderlijke contacten. Hier schakelen we ook de term mutuele of unilaterale masturbatie tussen.

Als men ervan uitgaat dat één enkel gevoelen of daad voldoende is om van homoseksualiteit te spreken, dan moet men ieder die ooit een glas bier verorberde tot alcoholist proclameren. Evenzeer vergeet men dat ieder mens zowel mannelijke als vrouwelijke hormonen heeft, en dat deze beiden ook een specifieke psychologische invloed hebben. Vriendschap, zelfs tederheid, tussen mannen of tussen vrouwen onderling is niet per se homoseksualiteit, hoogstens homofilie.

Meestal evenwel zal de term homoseksualiteit bij de gewone sterveling gereserveerd worden voor habitueel seksueel contact tussen partners van hetzelfde mannelijk of vrouwelijk geslacht, en dan wel meer precies door anale of orale intromissie van de penis of een surrogaat.

Zo komt het dat men de statistieken van Kinsey ziet schommelen tussen 60% en 1% van de mannelijke bevolking. Vandaar ook dat sommigen de homoseksualiteit beschrijven als normaal , gewoon, natuurlijk, terwijl een andere definitie ze doet beschrijven als abnormaal, onnatuurlijk, ongewoon en uitzonderlijk.

Men voert aan dat zelfs het diagnostisch handboek van de Amerikaanse Psychiatrische Vereniging (bekend onder de naam DSMIII) de homoseksualiteit geschrapt heeft als geestesziekte. Dat is niet de volledige waarheid. Er bleef een categorie: ego-dystonische homoseksualiteit , waar de patiënt lijdt onder zijn afwijking.(14) Het feit dat men ingegaan is op de wens van de homoseksuele verenigingen om de syntone homoseksualiteit te schrappen als mentale ziekte heeft overigens zware kritiek uitgelokt van deskundigen, die de vereniging verwijten aan politiek en aan mode te doen veeleer dan aan wetenschap.(15)

Dezelfde verwarring heerst er als men ons wil doen geloven dat de kinderen reeds heel vroeg bewust zijn van hun homoseksuele gerichtheid. Als bewijs voert men aan dat er een kinderlijke masturbatie bestaat, dat er een kinderlijke seksuele activiteit bestaat... Men zou zelfs juister kunnen beweren, dat het kind vanaf zijn geboorte seksueel actief is.(16) Het feit, een jongen of een meisje te zijn, drukt zich zeer vroeg uit. Het volle bewustzijn ervan groeit iets langzamer, maar kan zich reeds zeer vroeg uiten in nieuwsgierigheid, al of niet gevolgd door bekijken of betasten volgens de omstandigheden. Toch zijn er allerlei misverstanden die gangbaar zijn zonder dat zij kritiek uitlokken. Waarom beschouwt men een jongen die het prettig vindt tezamen met de meisjes touwtje te springen bijv. eerder dan te gaan voetballen met de jongens als homoseksueel, als hij dan toch duidelijk het andere geslacht verkiest ? Een jongen die met zijn kameraden gaat voetballen is dan met zekerheid heteroseksueel! In tegenstelling van wat in het artikel van Charles beweerd wordt, dat kinderen heel vroeg bewust worden van hun homoseksuele gerichtheid, - welk echte jongen speelt niet liever met jongens dan met meisjes? - blijkt uit het onderzoek van Dannecker dat een zekere twijfel eerst opkomt rond 16.4 jaar, en dat deze twijfelperiode zowat drie jaar duurt tot 19.4 j. Zelfs zijn er die op 20jaar nog blijven twijfelen.(17) Veelal komt het ook voor dat de jongere een zekere schuchterheid toont en een angst tegenover het mysterie van de voortplanting, en diensvolgens tegenover het meisje. Slecht voorgelicht en onnozel gehouden kunnen ze dan gaan geloven dat ze homoseksueel zijn. De mate waarin deze jongeren aangetast worden hangt hier natuurlijk af van individuele omstandigheden. "Het psychoseksueel trauma is de differentiërende factor bij de genese van de geëigende vorm waarin de mens zijn seksueel-afwijkend gedrag actualiseert" (De Batselier)(18).

Tevens wordt er beweerd, dat kinderen die zich laten verleiden eigenlijk daartoe bestemd zijn door hun eigen aard, meer nog dat ze, als ze eenmaal heteroseksueel gericht waren, toch niet veranderen in homoseksuelen.(19) Als ze verleid werden, dan is het effect ervan later verwaarloosbaar. Dit argument herinnert ons aan vroegere opvattingen aangaande de verkrachting: meisjes die verkracht werden hadden daartoe zelf meestal aanleiding gegeven, en verlangden eigenlijk om verkracht te worden. Bovendien konden ze ervan genieten. Hetzelfde argument duikt nu op inzake verleiding tot homoseksueel contact. Bovendien beweert men dat vele kinderen de relatie tot een volwassen homoseksueel positief ervaren. Al deze argumenten blinken uit door de meest volslagen onwetendheid omtrent de meest elementaire psychologie.(20) Vooreerst is er een immens verschil tussen de verschillende daden en toestanden, die men als homoseksueel aanziet. Tegelijk lezen we dat DE homoseksualiteit eigenlijk niet bestaat en evenmin DE homoseksueel. Over wat praten we dan eigenlijk?

Iedere psycholoog weet, dat een orgasme of een andere seksuele gewaarwording veroorzaakt wordt bij de man door de prikkeling van de eikel van de penis , bij de vrouw door de prikkeling van de clitoris en de vagina , in 't bijzonder en in 't algemeen van de genitalia en de erotische zones. De wijze waarop zij geprikkeld worden door wrijving of door streling van de huid met de hand of de tong of de mond, van een dier, een vrouw of een man is weinig belangrijk en absoluut niet specifiek.(21) Vandaar dat zowel door normale intromissie van de penis in de vagina , als de intromissie in de anus of de mond een orgasme kan opgewekt worden. Het is daarbij mogelijk toevallig of met opzet geconditionneerd te worden tot één of meerdere van deze vormen van stimulatie. De stimulatie door de anus bijv. is het object van een leerproces. Zelfs kent men bij vrouwen een ontwikkeling van clitoris- naar vaginale gevoeligheid. Het leerproces van het seksueel gedrag en het bewustzijn ervan is gedeeltelijk te wijten aan instinctieve factoren (een bundel gecoördineerde reflexen) die een rijpingsproces doormaken en op het gewenste ogenblik in het bewustzijn doordringen, een leerproces door conditionering, anderzijds aan cognitieve en ervaringsinformatie, die door anderen meegedeeld wordt. Deze meedelingen en ervaringen kunnen emotioneel anders verwerkt worden naar gelang de particuliere situatie, waarin een individu, vooral dan een minderjarige, verkeert. Heeft deze laatste bijv. meer nood aan affectie, omdat hij daar thuis van verstoken blijft, dan kan hij gemakkelijker aangetrokken worden door een paiderast, die het vooral gemunt heeft op erotische en affectieve contacten. Is hij anderzijds fysiologisch en anatomisch minder te onderscheiden van een meisje, door een zekere fijnheid bijv., dan riskeert hij `verkracht' te worden en misbruikt voor hardere vormen van homoseksualiteit zoals anale of orale intromissie. Is hij reeds dicht bij de meerderjarigheid en wordt hij aangesproken en overtuigd door een volwassene, dan is het zeker, dat hij bepaalde dingen leert, ze misschien leert waarderen, en dieper geconditionneerd wordt. Al deze ervaringen worden ingeschreven in zijn neurologische outfit, en zullen hem in zijn verder leven blijven vergezellen. Als een maagd verkracht werd bijv., zal zij dat nooit vergeten. En het is heel waarschijnlijk, dat ze daar in haar huwelijksleven sporen zal van dragen.

Een studie van Tolsma wordt geciteerd. Deze onderzocht 132 subjecten, die door de politie wegens homoseksualiteit waren opgepakt. Een vrij selecte groep dus. Van de jongeren die verleid werden, waren er 6% debiel, van de verleiders zelf 19.3%.(22) Alle subjecten hadden een neurotische karakterstructuur. 80% van de gevallen waren tot de homoseksualiteit gekomen door prepuberale verleiding .(23) Bij 10% van de gevallen was de homoseksualiteit met alle zekerheid daaraan toe te schrijven.(24) Dergelijke gegevens worden aangehaald als definitieve bewijzen tegen de verleidingstheorie en om te staven dat men de wettelijke bescherming van de jongeren moet opheffen.

Als bekroning van de argumentatie lezen we dat geen enkele therapie ooit positieve resultaten heeft gegeven en nog nooit een homoseksueel blijvend in een heteroseksueel veranderd heeft.

Eerst en vooral zijn die beweringen niet juist. Alhoewel doorwinterde homoseksuelen gelijken op doorwinterde criminelen - ze zijn heel moeilijk te behandelen - toch kent onze criminoloog niet het belangrijke werk van Allen , die bevestigt, en zijn praktijk staat borg voor de waarheid van zijn bevestigingen, dat op voorwaarde dat men wel degelijk onderscheid maakt tussen de verschillende soorten `homoseksuelen', er wel degelijk therapie mogelijk is, en met succes. Wat eenmaal geconditionneerd werd, kan terug gedeconditionneerd worden. Zelfs een korte psychoanalyse maakt het soms mogelijk een verkeerde orientatie terug recht te trekken. Daarbij staat Allen helemaal niet alleen.(25) Nu wordt de therapie van homoseksuelen wel bemoeilijkt door een aantal factoren: ten eerste het is geen homogene groep, sommigen zijn neurotici, anderen psychopaten, debielen, depressieven, maniakken met ingewortelde gewoontevorming. Thompson beweert zelfs dat homoseksualiteit eerst en vooral een karakterstoornis is. Als de karakterstoornis verdwijnt, verdwijnt ook de homoseksualiteit.(26) Allen onderscheidt bovendien nog heel specifiek verschillende groepen. 1° De schuwe, onrijpe man, die de vrouw vreest, en daarom zich richt tot gemakkelijker bereikbaar publiek. Deze zoekt eerder therapeutische hulp op en beantwoordt beter de therapie. 2° De homoseksueel die ook lijdt aan een neurose, gewoonlijk hysterie of angstneurose. Bij therapie van de neurose verdwijnt ook de homoseksualiteit. 3° De compulsieve homoseksueel: bij deze man is de homoseksualiteit zijn neurose; behoefte aan genegenheid heeft hij niet en hij is gewoonlijk erg agressief. Toch is hij toegankelijk voor therapie. 4° De homoseksueel die lijdt aan deprivatie-homoseksualiteit zoals in gevangenissen en in de marine. De homoseksualiteit verdwijnt na een therapeutisch gesprek. 5° De zogenaamde biseksueel, eigenlijk een gedeeltelijk heteroseksueel, die ietwat te veel homogericht is. Ook deze is toegankelijk voor therapie. 6° De homoseksueel die overigens vrij normaal is en een nuttig sociaal leven leidt. Zijn antwoord op therapie hangt volledig af van zijn wens genezen te worden. 7° De homoseksuelen met een bijkomende endocriene deficiëntie: gewoonlijk testiculaire insufficiëntie, oude orchitis, eunuchoïdisme, enz. Moeilijker gevallen. 8° De homoseksueel waarbij de inversie de hele persoonlijkheid verandert: hij spreekt met een falcetstem, kleurt zijn haar, draagt extravagante kleren en is algemeen gezien exhibitionnist. Zulke subjecten verlangen helemaal niet genezen te worden. Ze zijn praktisch ontoegankelijk voor psychotherapie. 9° De homoseksuele psychopaat. Deze voelt helemaal geen inhibitie tegenover gelijk welke vorm van misdrijf. Hij bedrijft de homoseksualiteit vooral met het oogmerk de partner te chanteren en uit te plunderen. 10° De homoseksuele alcoholist. Alleen een symptomatische behandeling voor zijn alcoholisme zal ten hoogste geduld worden. 11° De homoseksueel die lijdt aan een psychose, dikwijls schizofrenie ofwel Kempfs acute homoseksuele paniek.(27) Hier wordt de psychose behandeld. 12° De homoseksueel bevangen door hersenletsel. Dit komt voor bij dementie, amentie, soms haemorragieën, thrombosen of andere letsels. Hier is ook geen therapie beschikbaar. Er zijn mogelijk nog andere typen. (28) Deze informatie, komende van autoriteiten in het vak, werpt een heel ander licht op de realiteit van de zogenaamde homoseksualiteit.(29)

Ernstig is het bedrijf van diegenen, die gewoontematig seksuele betrekkingen hebben met partners, soms zeer veel wisselende partners, en er naar streven steeds meer partners te betrekken in hun activiteit. Hoogstens vormen zij 1-2% van de mannelijke bevolking. Men kan niet ontkennen, dat deze individuen wel een probleem stellen voor de openbare orde. En, zo ze dan al niet moeten gestraft worden, ze tenminste niet mogen verwaarloosd worden. De volksgezondheid vereist een hoge graad van zorg voor deze afwijkende individuen. En dat is nogmaals scherp in het licht gesteld door de recente AIDS-epidemie.

Opgemerkt moet worden, dat de eventuele behandeling van dergelijke gevallen best verloopt in de private praktijk en minder goed in de grote klinieken. Voor het welslagen van een behandeling is het essentieel dat de betrokkene wenst geholpen te worden. Tegen zijn wil in kan men niemand helpen. In de praktijk maakt men onderscheid tussen de dystone parafilie (waar men meer te doen heeft met neurotici, die lijden onder hun afwijkingen) en de syntone parafilie (in gevallen o.a. van psychopaten, psychotici, debielen en dgl.), waarbij de betrokkenen vooralsnog in een staat van opwinding en voldoening verkeren. Bij de eerstgenoemden kan men gemakkelijk de medewerking bekomen, bij de anderen wordt het moeilijker. In een reeks minder zware gevallen kan men aan de betrokkenen de keuze laten tussen opsluiting in een gespecialiseerde instelling en psychotherapeutische behandeling op voorwaarde dat ze daarbij willen meewerken. In een aantal gevallen kiezen ze oprecht voor het tweede alternatief.

De verplichte behandeling wordt nochtans soms op een vrij verrassende wijze toegepast: sommigen werden op bevel van de rechter gecastreerd: een behandeling, die niet altijd 100% resultaat heeft, en vooral die door meer moderne middelen overbodig kan gemaakt worden. Als het soms nodig is homoseksuelen op te sluiten, ze uit de samenleving te verwijderen, omdat ze gevaarlijk zijn, dan is niet de gevangenis, doch wel de kliniek de aangewezen plaats. Sommige juristen verdedigen hier de stelling, dat niemand tegen zijn wil mag behandeld worden, en vergeten dan dat de gevangenis ook een behandeling is, en wel, zoals aangetoond, een heel slechte.

Dat belet niet dat de psychopathologie, die de ervaring verzamelde van talrijke gevallen, ook nu tot het besluit kwam, dat de hele strafwetgeving niet alleen in grote mate onzinnig was, doch bovendien schadelijk en eigenlijk dom. In de mate dat men overtuigd raakt dat homoseksuelen tenslotte zieken zijn, zal men moeten toegeven dat zieken niet moeten gestraft doch behandeld worden. Vele andere afwijkingen, zoals bestialiteit, transvestitisme, pederastie, incest, verkrachting, sadisme, masochisme, zijn zoals homoseksualiteit voor een groot deel behandelbaar, in tegenstelling met wat door Charles beweerd wordt en zoals blijkt uit de praktijk en de publicaties van bekende psychopathologen.(30) Charles geeft wel toe, dat er al eens een positief geval gesignaleerd wordt, doch beweert dan dat zo iets verwaarloosbaar is. Het is te begrijpen dat een criminoloog niet weet hoe geneeskunde te werk gaat: het vaccin van de pokken van Jenner , het vaccin van Pasteur tegen de hondsdolheid, de penicilline van Fleming werden eerst uitgeprobeerd op één enkel patiënt. Deze gevallen waren niet `zonder relevantie'. Dat er niet zo heel veel en zo gemakkelijk succes geboekt wordt in de therapie van de homoseksualiteit is in 't algemeen ook te wijten aan het gebrek aan vaardigheid en kennis der psychologie van de psychiaters en artsen, die in deze gevallen meestal en ten onrechte worden geraadpleegd, de duur en de kost van de behandeling, de neurologische verankering van de afwijking naarmate zij voortschrijdt en het gebrek aan motivatie bij diegenen die zouden moeten behandeld worden - een deel wenst helemaal geen behandeling. Een psychotherapeut is afhankelijk van de gewillige meewerking van zijn patiënt en kan niet optornen tegen de vereende krachten van goedkope misleiding en onwil. Zoals bij de criminelen wordt bij een aantal hun afwijking nog verder gerationaliseerd en daarenboven gesteund door een milieu, het homodom.

Anderzijds bestaat er ook zoiets als een socioneurose van de homoseksuele gemeenschap, die soms op een bijna paranoïde wijze zich gaat verzetten tegen de normale maatschappij, en een protest cultiveert tegen de psychotherapie en de wetgeving.(31)

De publieke afkeuring en de sociale sancties tegenover de homoseksuelen maken de zaak nog erger, verwekken een zware stress, die zowel de therapie als de zelfaanvaarding en de integratie van de homoseksueel in de weg staat. De emotionele reacties van de omgeving in gevallen van verkrachting, van pederastie of homoseksualiteit verwekt een traumatizering bij de betrokkenen.(32) Het beste wat men kan doen, voor zover therapie niet helpt, is de homoseksueel te aanvaarden zoals hij is, geen sociale obstakels in zijn weg te leggen en hem er toe te brengen ook zichzelf te aanvaarden. Dat beweren diegenen die uitgaan van de sociologische aspecten van de homoseksualiteit. Zij vergeten daarbij dat een zekere sociale druk vele homoseksuelen ertoe kan bewegen therapie te zoeken. Die druk hoeft niet precies strafrechterlijke vervolging te zijn.

Het inzicht in de mechanismen, die de homoseksualiteit veroorzaken, is langzamerhand gegroeid. Nadat het zoeken naar hormonale, anatomische, erfelijke afwijkingen (uitgezonderd misschien hermafroditisme) niet op groot succes kon bogen, is men vrij unaniem ertoe gekomen in bepaalde gevallen psychologische factoren verantwoordelijk te stellen. Enerzijds was daar de theorie van Freud, waarin de homoseksualiteit gezien werd als een groeistoornis, een regressie van de libido. Met meer succes werd anderzijds het oedipoescomplex aangekaart, maar dan in een specifieke vorm: emotionele problemen met de ouder van hetzelfde geslacht(33), een verdrongen vijandigheid tegen vader of moeder, een overafhankelijkheid van bijv. een te dominante moeder, of de invloed van een heteroseksueel inadequate vader werden aangewezen(34) als mogelijke factoren in de neiging tot homoseksualiteit. Seksueelpervers gedrag vertegenwoordigt ook wel eens een protestreactie in een wereld, die als niet leefbaar wordt ervaren.(35)

Naast de eigenlijke homoseksuelen, volwassenen, die habitueel relaties hebben, soms met honderden partners, kent men heel andere categorieën van jeugdige, meestal occasionele, zondaars. Sommigen werden ingewijd door volwassenen en gaan dan door met kameraden. Daarnaast kenden de internaten de vele `bijzondere vriendschappen'. Men zou kunnen denken dat de homoseksualiteit als een aangeboren defect, als een handicap, de toekomst van een kind bedreigt.

Welnu, terwijl het duidelijk is dat de hormonale activiteit niet bij alle mannen, of bij alle vrouwen identiek is, - er zijn mannen met meer vrouwelijke hormonen en vrouwen met meer mannelijke hormonen,- toch is het bewezen door bloedanalytische onderzoeken bij homoseksuelen van beide geslachten dat allen zonder uitzondering behoorden tot hun eigen biologisch geslacht.(36) Meer nog: dierpsychologisch onderzoek vindt bij Albinoratten homoseksueel gedrag op voorwaarde dat men elke heteroseksuele poging om te paren bestraft met een elektrische schok.(37) Vandaar dat men meent dat vele homoseksuelen, niet door een natuurlijke aangeboren geaardheid, zoals men nu dikwijls beweert, maar door de psychische beïnvloeding door een moeder of een vader, met teveel liefde of met hardheid, of ten gevolge van een onmenselijke behandeling, geconditionneerd worden tegen de vrouw als het jongens betreft, of tegen de man als het meisjes betreft. Enerzijds wordt ofwel de vrouw aangevoeld door mannen als een bovenmenselijke, goddelijke "reine" incarnatie van de menselijke "driftwensontoegankelijkheid", anderzijds als het wijf, een bijdegronds, zielloos, verachtelijk schepsel dat beneden elke wereld van het begeren gesitueerd is.(38) Meestal gaat het om een gevoelloze, harde, liefdeloze, dominerende of afkeerwekkende moeder.

Homoseksualiteit zou dus voornamelijk een neurologisch geconditionneerde inhibitie zijn van de normale seksuele liefde, waardoor de homofiele verhouding onderworpen blijft aan vele functionele deficiënties en geen echte menselijke diepgang kan bereiken. Mahrer ontwikkelde een theorie waarbij de disintegratieve actie van een dieperliggend potentiaal, zich uitend in homoseksualiteit, kan ontwikkelen tot een integratie van dit dieperliggendpotentiaal op een positieve wijze. Daarbij verdwijnt het homoseksueel gedrag om plaats te maken voor een intensere beleving van genegenheid, kameraadschap, en vriendschap en een ontdekking van de heteroseksuele liefde.(39)

Men mag de gevolgen van een homoseksuele houding niet bagatelliseren, zeker niet voor jongeren. Elke psycholoog weet hoe het zenuwstelsel kan geconditionneerd worden, hoe verkeerde houdingen en attitudes kunnen aangeleerd worden, en hoe die later grote invloed kunnen uitoefenen op het huwelijksleven en in 't algemeen op de geestelijke gezondheid van de volksgemeenschap. Zorg voor een gezonde psychische ontwikkeling van de jongeren zou de eerste bekommernis moeten zijn van de overheid. Meestal is zij dat niet. Welnu, dan is het voorspelbaar, dat deze jeugd een broeinest wordt voor criminaliteit, en onder invloed van sekten, zoals de satanische sekten, een broeinest van perversie.


  1. De Stoop en Attink (1993).
  2. GosseLIn publiceerde een psychanalyse van de pedofilie, waar een pedofiel zijn zaak bepleit vanuit het standpunt dat elk kind tot het maximum moet kunnen genieten van seks.
  3. De poIitiek van liberalisatie wordt sterk ondersteund door seksuologen, zoals Mosher e.a. (Cf. Handbook Forensic Sexology). Zij stellen dat ieder maximaal moet kunnen genieten van seks op welke wijze ook voor zover er geen schade uit voortspruit voor anderen en zuiver privé blijft. Elke ingreep van de wet in het privé-leven beschouwen ze als immoreel. Merkwaardig is de eenzijdigheid van hun betoog: zij veronderstellen dat iedereen rationeel handelt en tot rationeel handelen in staat is, derhalve is het immoreel en schadelijk voor de persoonlijke waardigheid de vrijheid te beperken. Zij veronderstellen zonder bewijs dat homoseksualiteit en parafilie bedreven wordt door psychisch gezonde rationele personen, en dat het bedrijven van homoseksualiteit en parafilie geen schade toebrengt aan de partners, jongeren, kinderen en de hele gemeenschap. Q.E.D. Zij stellen ook ten onrechte dat elke wettelijke maatregel noodzakelijk een strafwet is, en dat straf een onterechte ingreep is in het privéleven.
  4. Pasicrisie 1987, I, p. 918.
  5. Circ. 20 februari 1989, «te;B.S»te;. 25 februari 1989, 3.576, tot wijziging van de algemene onderrichtingen van 6 juni 1962 betreffende de getuigschriften van goed zedelijk gedrag. Betreft: (niet meer) vermelden van veroordelingen wegens overspel op voormelde getuigschriften (gedepenaliseerd krachtens W. 20 mei 1987: 87-05021).
  6. Wet van 20 mei 1987, SB 12 juni 1987.
  7. Ingevoerd als art. 87 door de wet op de jeugdbescherming van 8 april 1965.
  8. H. Montgomery Hyde, The other Love. P. 23 na de afwijzing van de homoseksualiteit als een zonde, als een misdaad, volgt de afwijzing als een ziekte. Homoseksualiteit is alleen een andere wijze van zijn.
  9. Giese, Perverse Fehlhaltungen, p.213-245. Schultz, Die perverse Fehlhaltung, p. 246-262.
  10. Charles, p. 809: "une intrusion profonde dan la vie intime des citoyens".
  11. "The term `homosexual' as used in psychoanalysis has come to a kind of wastebasket into which are dumped all forms of relationships with one's own sex" zegt Cl. Thompson, p. 211.
  12. Giese, Perverse Fehlhaltungen, p. 213-245.
  13. Kinsey, p. 623.
  14. DSMIII, p. 281.
  15. Vergelijk de hele bibliografie aangegeven door Dynes, p. 581-582.
  16. Kinsey, p. 176, cf. ook Gooren, in: Handbook Forensic Sexology, p. 188: seksuele differentiatie van de hersenen begint reeds in de moederschoot.
  17. Dannecker, p. 41.
  18. De Batselier, p. 110.
  19. Schofield en Tolsma.
  20. Cf. ook Gosselin. Het is wel duidelijk dat in de seksuele ontwikkeling van de vrucht iets mis kan gaan en aanleiding kan geven tot pseudohermafroditisme bijv. Transseksualisme en dgl. blijven betwist. Cf. Gooren, p. 189-190.
  21. Masters (1979) p. 208-209.
  22. Tolsma, p. 129.
  23. ibid.
  24. Tolsma, p. 139.
  25. Men kan ook verwijzen naar de werken van Bieber, Gotlind, Clippinger en de bibliografie in Dynes.
  26. Thompson, p. 213.
  27. Als bij een individu een latente homoseksualiteit word blootgelegd, gebeurt het dat het in paniek geraakt en een grote angst ontwikkelt. Ey, p. 372-373.
  28. Allen, p. 187-188.
  29. Giese, II,p. 213-245, Schultz, II, p.246-262.
  30. Allen, Gotlind, Clippinger, Hatterer, Bieber, e.a.
  31. Dannecker. Recent werd en wetsvoorstel ingediend met betrekking op de discriminatie van homo's en lesbiennes. Elke discriminatie zou strafbaar worden. Zoals terecht opgemerkt, gaat dit in tegen de vrijheid van denken, aangezien een dergelijke bepaling insluit dat scholen bijv. geen homo's of lesbiennes mogen uitsluiten voor de opvoeding van de kinderen...
  32. De Batselier, p. 113.
  33. Gotlind (1974); Gosselin, p. 118..
  34. Allen (1958).
  35. De Batselier, p. 122.
  36. Schultz, Die perverse Fehlhaltung, p. 259, citeert de ontdekking van Barr en Bertram aan de gangliën van de kat (1949) en de gemakkelijke aanwendbare methode van de biologische geslachtsdiagnose in vivo die Th. Lers toepaste bij het onderzoek van een aantal homoseksuelen van beider geslacht. Zonder uitzondering behoorden deze homoseksuelen tot hun eigen biologisch geslacht.
  37. Rasmussen (1956) geciteerd door Schultz, p. 259.
  38. Schultz, p.260.
  39. Mahrer, p. 47.

Internet links...

Voorwoord en Inleiding tot de miserie van het recht
Onrecht, recht en macht
Recht en corruptie
Recht en zekerheid.
Balans van de rechtspraak
De staat als dief
Rechters, eerlijk of oneerlijk.

Home page of the psychological Laboratory

Een aantal hoofdstukken kunnen later volgen.


Dr. Herman H. Somers
Send e-mail to herman.somers@skynet.be

Copyright © 1998 Dr. Herman H. Somers.
Page created 20 July 1998. Last updated 1 may 1999 at 8:34 PM.
Produced with Webford 2.0.