Recht en Onrecht, een gids voor onbevoegden


Hier volgen enkele hoofdstukken van een uitgebreide studie over de psychologie van het recht.


Woord vooraf


Aanvankelijk zou geen haar van mijn hoofd eraan gedacht hebben een studie te schrijven over het Recht. En al had ik een langdurige en diepgaande studie achter de rug van het Recht, de wetgeving, de moraal, de criminologie naast een nogal uitgebreide ervaring van de concrete rechtspraak, toch bleef ik er bij, dat ik geen rechtsgeleerde ben, geen advocaat, geen rechter, en dat ik dus best eerbiedig kon zwijgen. Doch anderzijds bleek dat juist de psychologie heel wat te zeggen had over dit speciaal soort gedrag van de mens, namelijk onder andere over de wijze waarop hij reageert op sociaal onaangepaste handelwijzen, op wat hij misdrijven en misdaden noemt, de rol die het rechtsgevoel speelt in de opbouw van de maatschappij en de onderlinge betrekkingen tussen de burgers. Inderdaad is de wetgeving en de rechtspraak een vrij typisch gedrag van de mens, waarbij deze zijn eigen handelen tracht te ordenen en te beoordelen. De motieven van zijn gedrag, het hoe en waarom ervan behoren tot het domein van de psychologie . Bovendien kan de psycholoog onbevangen en onbevooroordeeld waarnemen, zonder gehinderd te zijn door de gebruikelijke beroepsmisvorming van het oordeel bij juristen. Daarbij is dus de psychologie niet een hulpje van de psychiatrie voor de expertisen in strafzaken, doch een fundamentele wetenschap, die het hele terrein van het Recht en de rechtspleging bestrijkt.

Wilhelm Stern (1903), Hugo Munsterberg (1908), Sigmund Freud (1906 en 1959) suggereerden reeds vroegtijdig de rol van de psychologie voor het gerechtelijk gedrag.(1) In die vroege jaren was de aandacht vooral gevestigd op het tribunaal. In de jaren 20 was het vooral het gerechtelijk bewijs, dat de aandacht trok. Van 1930 tot 1960 kwamen er contributies van antropologen, sociologen en psychiaters. (2) De psychoanalyse (in het werk van Reik , Alexander en Staub) wees o.a. op het neurotische karakter van een aantal misdadigers, op hun wijze van zich zelf te bestraffen, op de noodzaak de justitie te bevrijden uit de sentimentaliteit (wraak, straf).(3) Rond 1970 kwamen er systematische studies betreffende de jury-rechtspraak, de rechtsbedeling, het ontstaan en aanleren van regels, de rehabilitatie. Rond de 8Oer jaren groeit het besef dat de samenwerking van psychologie en Recht een belangrijke vooruitgang kan betekenen voor de maatschappij, dat de psychologie een betekenisvolle bijdrage levert tot het documenteren van sociolegale en psycholegale evenementen, dat de wisselwerking van Recht en psychologie nieuwe inzichten baart in de wetenschap van de maatschappij.

Het schrijven van dit werk werd dus, naast een recapitulatie van heel wat verworven kennis, ook een ontdekkingstocht in een haast onbetreden gebied, althans weinig betreden door deskundige psychologen, alhoewel soms platgelopen door dilettanten en onbevoegden.

Het viel mij al dadelijk op, dat zodra men heel dit rechtskundig of rechtsonkundig gedrag door juristen of rechtsonderhorigen deskundig ging ontleden, men terecht kwam in een onoverzichtelijk moeras. Niet alleen de geschiedenis van het Recht was al een aardige warboel die men alleen kon verontschuldigen door het gebrek aan ontwikkeling van de mensheid aan te voeren, maar gewoon ook de actuele stand van het Recht wijst op een onvoorstelbare chaos. In elk land, in elke streek heersen verschillende rechtsbeginselen, verschillende wetgevingen; verschillende rechtscolleges spreken er recht volgens verschillende procedure-regels. En men weet niet eens welke de beste zijn; het is evenwel duidelijk dat de meesten niet deugen, indien men ze beoordeelt volgens criteria van efficiëntie, eerlijkheid, rechtvaardigheid.(4) Doch ook binnen elk land, binnen elke rechtbank zijn er notabele verschillen van opvatting en van rechtsinterpretatie. In een recent werk bracht Br. Schoenaerts een analyse van ongeveer alles wat organisatorisch verkeerd loopt bij het Belgische gerecht.(5) Alleen het vaststellen van dat feit is voldoende om te mogen beamen dat het Recht nog in een stadium verkeert dat geen aanspraak kan maken op volle maturiteit. Het vertoeft eerder, en dat sinds kort, in een toestand van versnelde gisting en reorganisatie. Terwijl we enerzijds naar een grotere verdeeldheid stevenen van lokale rechtsregels en wetten (in België bestaat nu naast de nationale wetgeving ook een gewestelijke in de Verenigde Staten heeft elke staat ook een eigen wetgeving) groeit boven dat alles een Europees en een internationaal Recht, dat hopelijk op de lange duur enige eenheid kan brengen in die verscheidenheid. Bovendien verkeert het gerecht in België in een crisistoestand: de herhaalde tekortkomingen in belangrijke criminele zaken (de bende van Nijvel, de verdwijningen van kinderen, de moord op een politicus) hebben een paroxysmale reactie verwekt, die belangrijke gevolgen heeft voor het vertrouwen in het gerecht en op wetgevend terrein tot talrijke maatregelen aanleiding geeft.

Een groot gedeelte van deze studie gaat terug op werken van erkende, soms wereldbekende experts, psychologen, criminologen, juristen. Derhalve beschrijft ze ook geen uitsluitend regionale toestanden. Het staat de lezer vrij te besluiten dat geen enkele beschouwing of kritiek toepasselijk is op België of Nederland, waar slechts vrij recent kritische geluiden te horen waren.(6) Men is te zeer gewoon geraakt aan het enthousiasme, dat tot uitdrukking komt in de uitroep: "il y a encore des juges en Belgique!"(7) en men is nog niet zo gewoon aan de kritiek uit professionele hoek, die vooral in Amerika, doch ook in Duitsland en Frankrijk en eindelijk in België is losgekomen. Initieel beschikken we sinds kort over de voorstellen Wathelet en het eerste regeeraccoord Dehaene , waarin de regering in naam van de Belgische Staat ootmoedig schuld bekent en op talrijke punten beternis belooft. In het regeeraccoord van het tweede kabinet Dehaene worden nog talrijke wijzigingen en verbeteringen beloofd die de huidige situatie moeten saneren. Ook bij de tragische gebeurtenissen die een speciale vervroegde parlementszitting (20.09.1996) veroorzaakten werden talrijke maatregelen aangekondigd. Langzamerhand is een beweging op gang gekomen die zowel de politiediensten als het gerecht moet hervormen. We stippen ze gaandeweg in de tekst aan. We zijn dus geneigd te vergeven en hopen op een volledige bekering. Aangezien echter het rechtsgedrag een menselijk fenomeen is en niet specifiek voor één of ander land of volk, is er ook een gemeenschappelijke basis, die we vanzelfsprekend met varianten in de verschillende rechtsculturen ontmoeten. Als we peilen naar die gemeenschappelijke basis, dan zullen we uiteraard voorbeelden vinden, die uit diverse rechtsculturen stammen, doch tevens in zekere mate gelijkenissen vertonen. Eigenlijk zijn er weinig regels nodig in een gemeenschap waar sociale wijsheid aanwezig is. Het is evenwel utopisch te verwachten dat zovele intellectueel en moreel minderbegaafden zich wijs zullen gedragen. Voor een deel zou het rechtssysteem dan ook een poging kunnen zijn om een zekere sociale wijsheid in de samenleving te waarborgen.

Het is te verwachten dat een strikt doorgevoerde psychologische analyse tot onverwachte resultaten zal voeren, niet altijd tot oplossingen voor de moeilijkste problemen, doch misschien wel tot een beter inzicht. De specifieke bijdrage van de psychologie is juist deze toename aan inzicht in de processen die zich afspelen, zowel in de rechtsvorming als in de rechtsvinding en in de toepassing van de rechtsregels en beginselen, tegelijk met een beter begrip voor de eeuwige mens in dit maatschappelijke spel.(8)

Dit werk is dus geen juridisch handboek. Het is niet mogelijk voor de vele opgeworpen vragen telkens een volledig juridisch tractaat te schrijven; wij moeten ons beperken tot enkele voorbeelden, die we liefst zo sprekend en indrukwekkend mogelijk verkozen. Toch trachten we telkens de relevante elementen te vermelden, die het mogelijk maken enigzins te oordelen over de besproken kwesties. Al de andere argumenten hoeven dan niet meer vermeld. Dit verklaart waarom de rechtsgeleerde, gewend aan de soms chaotische besprekingen, hier bepaalde gaten zal opmerken in de uiteenzetting, zolang hij er niet op let hoe sommige aangegeven elementen weleens doorslaggevend zouden kunnen zijn. Hij is ook gewend aan de besprekingen die ingedeeld zijn volgens de kapittels in het wetboek, en kan niet altijd dadelijk realiseren, dat er een andere indeling mogelijk is volgens bijv. de opgeworpen psychologische problemen, die hier aan de orde zijn. De uiteenzetting moge dan ook soms disparaat voorkomen bij juristen, die aan andere verbanden gewoon zijn. Op een onverwachte wijze kunnen verwijzingen naar de geschiedenis van het Recht zoals analogieën uit verschillende rechtsculturen licht werpen op hedendaagse problemen. Het is misschien ook niet helemaal duidelijk voor iedereen, dat bepaalde uitspraken of meningen, hier uitgedrukt, waarvoor dan niet altijd de volledige bewijsvoering kon bijgevoegd worden, soms doodgewone gegevens zijn, welbekend aan of evident voor psychologen. Dat betekent dus niet altijd, dat er geen bewijs bestaat voor die uitspraken of dat dit niet geleverd werd. In de mate van het mogelijke komen we aan deze nood tegemoet door te verwijzen naar de nota's onderaan de tekst, waar soms meer uitleg of de noodzakelijke verwijzingen naar vakwerken gegeven worden.

Aangezien de bewustwording van veel onuitgesproken tendensen kan bijdragen tot de therapie voor veel conflicten, voortspruitend uit onbewuste vooroordelen, uit verdrongen en niet-toelaatbare verlangens, uit van de kindsheid-stammende conditioneringen, kan dit werk beschouwd worden als een soort psychoanalyse van het rechtsgedrag. De rechtsgeleerde, de rechter, de advocaat zal hierbij alle weerstand ontwikkelen die moet verwacht worden wanneer niet alleen de gronden van zijn motivatie blootgelegd worden, doch tevens de zin en de onzin van zijn hele gedrag. Doch niet alleen diegenen, die rechtstreeks betrokken zijn bij het rechtsproces, doch ook de wetgevende en de uitvoerende macht, de administratie en alle geledingen van de staat nemen deel of liggen aan de oorsprong van veel zinnig en onzinnig gedrag, en worden dus hier ter verantwoording geroepen.

Aangezien het recht steeds een impact op mensen heeft, en er tegelijk weinig rekening gehouden wordt met de eigenschappen en kenmerken van de levende mens in onze maatschappij hebben we het nuttig geoordeeld in het tweede deel van dit werk een studie bij te voegen over recht en stress , dat is: een grondiger benadering van het menselijk substraat waarop het recht tenslotte ingrijpt. Onze hele sociale orde is niet van aard de ontwikkeling te bevorderen van gezonde en gelukkige subjecten.(9) Men zal dan vanzelf tot het besluit komen, dat het recht tenslotte weinig aangepast is om die menselijke werkelijkheid te benaderen. Want dat is precies het eigen domein van de psychologie (niet van de psychiatrie zoals sommige Amerikanen menen).(10) Na het lezen van het eerste deel van dit werk deden specialisten mij soms opmerken dat ik niet diep genoeg inging op een aantal psychologische problemen, die ter sprake kwamen. Daarom heb ik dit tweede deel toegevoegd waarin ik een deelprobleem iets dieper behandel, namelijk stress, omdat dit zo belangrijk is in het gedrag van de mens en omdat men daarmee zo gemakkelijk aantoont hoe mensvreemd het beeld is dat het recht heeft van de justitiabele.

Sommigen zullen misschien het gevoel hebben dat alleen de negatieve zijden van het Recht hier worden behandeld en dat er helemaal niet wordt gesproken over de positieve zijden. Het is een feit dat zowel het recht als het gerechtelijk apparaat, de rechtsstaat en de wettelijke orde tot nu toe nogal geïdealiseerd werden en voorgesteld als verheven boven alle kritiek. Dat is een gevolg van de opvatting dat het gezag vanzelfsprekend boven alle kritiek staat en zonder meer door allen moet aanvaard worden. Tenslotte zegeviert hier nog altijd het autoritaire paternalisme. "Le Pouvoir est le Pouvoir, parce que c'est le Pouvoir." Anderzijds moet men er zich rekenschap van geven dat de idealen van het Recht niet zonder meer ook verwezenlijkt worden in de dagelijkse realiteit. Men kan zich zelfs afvragen in hoever zij zelfs maar in de verste verte verwezenlijkbaar zijn gegeven de natuur van de mens. Indien men als psycholoog de werkelijkheid van het Recht benadert, stoot men vooral op die negatieve aspecten en onvolkomenheden, die helaas niet altijd bijkomstig, maar meestal fundamenteel zijn en gewoonlijk weinig of niet in de aandacht liggen van de wetgever en de rechtsgeleerde gemeenschap. Men beschouwe dit werk dus als een aanvulling op de traditionele benadering. Er is trouwens een algemene waarheid: elk moment worden miljarden fouten en flaters bedreven door de gemeenschap der mensen; meestal zijn ze daar niet verantwoordelijk voor, het zijn grotendeels fouten wegens onwetendheid. Niemand heeft nu eenmaal de wijsheid in pacht. Verwonderlijk is het dus helemaal niet dat er heel veel fouten zowel de wetgeving als de rechtspraak binnensluipen. Men kan zich op elk moment van de dag daaraan ergeren. Het helpt niet. En men doet er beter aan kalm werk te maken om er enigzins iets aan te verhelpen. Wij danken hier de specialisten, die dit werk door vele nuttige opmerkingen hebben helpen verwezenlijken. 

Inleiding

Summum ius, summa crux.

Rechtvaardigheid en Recht zijn twee begrippen, die, nauw verwant, dikwijls elkaar overlappen, zelfs veel verward worden, doch tegelijk diametraal tegenover elkaar staan.(11) Recht betekent in onze maatschappij het geheel van geschreven of zelfs ongeschreven normatieve ordeningen, toepasselijk op allerlei situaties. Deze moeten het gedrag regelen van de onderhorigen. We noemen dit een wetgeving en/of een gewoonterecht. Deze schept tegelijkertijd een rechtsverwachting , die op haar beurt een norm voor het gedrag wordt. Een voorbeeld: als er verordend wordt dat iedereen op de openbare weg rechts moet houden, dan schept dit de rechtsverwachting voor de weggebruiker dat een tegenligger rechts gaat houden. Een dwingende ordening voor één partij schept zo rechten voor een andere partij. Had u gedacht dat dit altijd zo was? Dan hebt u het mis. Rechten zijn opeisbaar of niet, en dat zijn zij soms in rechte, en niet in feite. Een voorbeeld is weerom de voorrangsregel in het verkeer . Voorrang verlenen voor rechts is een plicht, doch diegene die recht op voorrang heeft mag van dit recht slechts met voorzichtigheid gebruik maken, wat dan wel niet wil zeggen, dat men gewoonlijk, om het zich gemakkelijk te maken, niet systematisch gaat oordelen, alsof de voorrangsregel een absolute norm zou zijn...

Recht is essentieel een twijfelachtige entiteit, vooral als het afhangt van talrijke ingewikkelde ordeningen, die soms zelfs met elkaar in tegenspraak of dubbelzinnig zijn. De moderne proliferatie van wetten, decreten en koninklijke besluiten, reglementen van allerlei soort, een telkens bijna exponentieel groeiende jurisprudentie draagt ertoe bij dat de burger niet meer weet wat recht is, en zelfs dat de rechter dat niet meer weet.(12) Het recht is dus als een kwaadaardige kanker, die de normale samenleving vergiftigt. Bovendien schept elke nieuwe wet of verordening nieuwe overtredingen , misdrijven of zelfs misdaden, en dus ook overtreders of misdadigers.(13) Een overvloed van reglementen lokt overtredingen uit, omdat het leven veel ingewikkelder is dan die reglementen en de mens nu eenmaal geen rechtsrobot.(14) Een aantal "overtredingen" worden doodgewoon vereist door het gezond verstand. Een witte lijn op een verkeersweg mag niet overschreden worden, doch als een hindernis de weg verspert, is elke autobestuurder wel verplicht over de witte lijn heen zijn weg voort te zetten. In een bepaalde straat is zowel parkeren als stationeren verboden. Het wil dan juist lukken, dat men daar een pak moet afgeven, dat men zo maar niet onder de arm kan nemen. Gebeurt er dan iets, dan is diegene die zijn gezond verstand gebruikte in fout.

Rechtvaardigheid is een heel ander begrip. Het heeft iets absoluuts, iets instinctiefs, door de natuur ingegeven. Rechtvaardigheid wordt weleens gedefiniëerd als het gedrag waardoor men ieder het zijne geeft; ik vermijd te zeggen: waarop ieder recht heeft, want dan zitten we vast met het begrip `recht'. Rechtvaardigheid schijnt een zekere gelijkheid te impliceren van alle mensen; daarom spreekt men van sociale rechtvaardigheid. De rechtvaardigheid moet de betrekkingen van mens tot mens beheersen, en, zoals gezegd, belangrijk is een zekere gelijkheid. Dat wist St Thomas al (15). Het Recht doet dat in zekere mate ook, doch zo dat iemand, in het actieve recht, in zijn voordeel iets mag doen waartegen niemand redelijkerwijs zich kan verzetten. Hier domineert dus een meer egocentrische tendens. Het passieve recht integendeel omvat de verplichting tegenover een ander. De rechtvaardigheid vereist dat men het passieve recht eerbiedige en uitvoere. In het laatste geval overlappen de beide begrippen dus soms elkaar. Alleen deze begripsonduidelijkheid zorgt al voor een intellectuele chaos. Een partij zal beweren dat zij recht heeft op iets, en de andere zal beweren dat dit niet rechtvaardig is. Begrijpe wie kan.(16) Verwant met het begrip rechtvaardigheid is het begrip billijkheid : in het Latijn "equitas". Het wordt vooral gebezigd voor de concrete voorwaarden van een overeenkomst of een vonnis, vooral wanneer deze niet zo strikt kunnen bepaald worden door het Recht als dusdanig of toegepast op het subject, of waar een strikte toepassing van de wet tot ongerijmde toestanden aanleiding geeft.(17) Veelal wordt verwacht dat elk rechtssysteem een zekere rechtvaardigheid zou nastreven en verordenen. En dan maakt men onderscheid tussen een commutatieve rechtvaardigheid, die de uitwisselingen en verbintenissen tussen personen regelt, een wettelijke rechtvaardigheid, die aan de basis moet liggen van de wetten en verordeningen uitgevaardigd door de staat en de overheid, en tenslotte een distributieve rechtvaardigheid die ervoor moet zorgen dat de lasten en de voordelen voortspruitend uit de gemeenschap billijk verdeeld worden onder de burgers.

Zover dan voor de verklaring van de termen; doch dat zegt nog niets over wat die begrippen in concreto in het praktische leven gaan dekken, of in de mentaliteit en de opvattingen van de rechtsonderhorigen gaan betekenen. Tijdens de Romeinse Oudheid vindt ieder het normaal dat een slaaf geen enkel recht heeft. Wat niet belet dat een heer toch een zekere minimale rechtvaardigheid tegenover zijn slaven moet tonen.(18) Alhoewel : als een Romein een visvijver heeft waar hij lekkere vleesetende vissen kweekt, dan gebeurt het wel eens dat hij een verder nutteloze slaaf als voeder geeft aan die vissen. Als hij geen visvijver heeft, dan kan hij een oude, versleten slaaf ook vrijlaten, om hem niet meer te moeten onderhouden.

Denken we in onze moderne maatschappij aan de "rechtvaardige verdeling" van de belasting en bijv., dan stellen we alras vast dat de middenklasse en de armen veel zwaarder belast worden dan de opperklasse. (19) Vele rechtsgeleerden houden niet van het woord en het begrip rechtvaardigheid. Het speelt geen rol van betekenis in de dogmatiek van het Recht, nauwelijks in de legitimatie ervan. En daar is een reden voor. Het Recht of de rechtsordening is gewoonlijk de uitdrukking van wat een bepaald machtig individu of groep tijdens een bepaalde periode als rechtmatig en billijk weet te doen aanvaarden.(20) Een dictator, een tiran, een absolutistische heerser, een aristocratische groep, een partij, een clan, een coalitie van partijen, het zijn allen machthebbers die tenslotte zelden werkelijk uitsluitend het algemeen belang van het volk en het individueel welzijn van alle burgers op het oog hebben. Merkwaardig genoeg gaat dit partijdige en eenzijdige recht nu een normatieve rol spelen voor het rechts- en rechtvaardigheidsgevoel van de onderhorigen. Rechtvaardig wordt dan wat het Recht heeft bepaald. Ieder is nu gelijk voor de wet, hoe "onrechtvaardig" de wet ook moge zijn.(21)

Rechtsgeleerden weten dat de letterlijke toepassing van de wet kan leiden, niet alleen tot de grofste onrechtvaardigheden, doch zelfs tot het bereiken van het tegengestelde van wat eens door de wetgever bedoeld was. Summum jus, summa iniuria. Het hoogste recht is tegelijk het hoogste onrecht. Daarom moet men niet meer iets rechtvaardig noemen, wanneer het slechts wettelijk is. Toch wordt gedoceerd, en dat vooral door de meest positivistische onder de rechtsgeleerden, dat rechtvaardig is wat de wet voorschrijft. Meer problemen moet men zich niet op de hals halen. Rechtsgeleerden worden dan vooral wetgeleerden, - moeten we zeggen: schriftgeleerden? "Willen wij", zegt Crombach , "systeemconsistente beslissingen rechtvaardig noemen, dan zullen wij moeten afspreken dat de juridische theorie als geheel, een, onder meer mogelijke, definitie van rechtvaardigheid is".(22) De moderne wetgeving is daardoor een blijvende bron van onrechtvaardigheden.(23) En zij is dat op een systematische wijze: m.a.w. het rechtssysteem zelf geeft daartoe aanleiding.(24) Het negeert beginselvast de mens als rechtssubject. Het is immers de Wet die steeds de absolute norm is waarnaar de mens zich moet voegen. "Dura lex, sed lex": hoe hard de wet ook zij, het is de wet. Als er al eens over verschoning of heirkracht wordt gesproken, dan is dat de grote uitzondering. Men wil een systeemconsistente rechtsvorming, waarbij leemten met behulp van een soort metatheorie van het Recht worden aangevuld.(25)

De vraag is hier: waarom heeft de mens, zich beroepend op het Recht, zich steeds zo "onmenselijk" gedragen? Waarom duldt hij dat abstracte regels en reglementen de voorrang krijgen op de nood en de behoeften van een concreet mens? Waarom gedraagt hij zich zo harteloos? Is het alleen uit onmacht, omdat hij het probleem niet aan kan? Of is hij dan werkelijk dat pretentieuze, onredelijke dier dat ambitieus, schijnheilig en kortzichtig louter zijn schijnbare machtspositie zoekt te behouden en te versterken ten koste van de zwakkeren?

Om de Mens te verdedigen tegen het Recht was men derhalve verplicht de Rechten van de Mens te proclameren. Zij moesten een buffer vormen tegen machtsmisbruik, een waarborg voor de eerbiediging van de meest elementaire rechtvaardigheid in de wetgeving.(26) Een fundamentele vraag blijft dus: Welke is de juiste verhouding tussen macht en menselijkheid? Hoe wordt die uitgedrukt in het Recht?



  1. J.L. Tapp, Psychology and law : A look at the interface, in : Psychology and the Legal Proces, p. 1.
  2. Ibid., p. 1-3.
  3. Reik, Alexander en Staub, p. 383-387, p. 225: "dass gerade der Fortschritt des Strafrechts in einer immer grösseren Lockerung der objektiven Normen durch Einlass der Psychologie besteht".
  4. Ehrenzweig, p. 270-281 : "In terms of social psychology, legal proceedings are play, and like all play, serve the Pleasure Principle" (p. 279).
  5. Schoenaerts, 1995. De minister wil nu een magistraat-manager aanstellen, die in elk tribunaal zal controleren op welke wijze de activiteit van de tribunalen verloopt, d.w.z. zonder al te grote uitstellen, e.d.
  6. Van Delm (1993).
  7. Oorspronkelijk: in Berlijn!
  8. J.L. Tapp, Psychology and Law : A look at the interface, in : Psychology and the Legal Process, p. 1-15. Van Gerven (1987): "Recht zoeken en recht vinden blijft een boeiende, maar niet altijd gemakkelijke en in veruit de meeste gevallen een delicate onderneming die als menselijke activiteit nooit af is en waarvan de resultaten steeds voor verbetering vatbaar zijn."
  9. Mullahy, Introduction, p. XVII.
  10. Sullivan (p. 98) bepaalt psychiatrie als volgt: "Psychiatry as a science is concerned with the thinking and doings of persons, real and illusory". Wij bepalen psychologie als de wetenschap van het denken en doen van de mens, kortom het hele gedrag. Psychiatrie is dat deel van de geneeskunde dat zich bezighoudt met die ziekten, die men oneigenlijk geestesziekten noemt, omdat de fysiologie ervan nog onbekend of problematisch is.
  11. Stone (1965) geeft een overzicht van de meest uiteenlopende pogingen om te formuleren wat eigenlijk recht en rechtvaardigheid met elkaar gemeen hebben. Reeksen theorieën worden achtereenvolgens besproken.
  12. Inflatie en wildgroei worden veroorzaakt door de opvatting dat wetgeving en vooral strafwetgeving een passe-partout geneesmiddel is voor alle mogelijke sociale kwalen en ook een administratief instrument om de gemeenschap te ordenen. Cf. Dupont, p. 265. Er zouden in België op dit ogenblik zowat 220.000 wetten bestaan.
  13. v. Hentig,I, p. 2 : "Wenn wir Gesetze schaffen,...so produzieren wir Verbrecher, die es ehedem nicht gab."
  14. In het regeeraccoord voor het kabinet Dehaene wordt beloofd: de regering wenst de burger beter in te lichten over zijn rechten en zijn verplichtingen.
  15. Génicot, I, 394-395; Thom. 2.2. q. 57. Levinas (cf. het luciede boek van Decorte) noemt rechtvaardigheid positief beantwoorde verantwoordelijkheid: "Rechtvaardigheid als inzet voor de Ander is een absolute en onontkoombare eis" (Levinas, p. 34)... Decorte vervolgt (p. 159) : "Deze rechtvaardigheid is de grondslag voor het recht. Het recht vertrekt niet vanuit het sterke ik, als een soort compromis, sociaal contract, gewapende vrede tussen diverse totaliserende subjecten in de oorlog van allen tegen allen. Het ware recht verdedigt niet zozeer de rechten van het ik als wel die van de Ander." Dit is maar zo in zoverre het recht de rechtvaardigheid verwezenlijkt.
  16. Ehrenzweig spreekt over de "individual justnesses" (p. 200).
  17. Dumon, p. 6 en 19.
  18. Cf. passim Buckland, p.76 : "Servile caput nullum ius habet ".
  19. Uit "Law and Order" p. 7, ed. Blumberg citeren we het volgende : "According to 1969 tax returns, 21.317 people earning more than $20.000 paid no federal taxes. In that group were 56 persons who earned more than $1 million for the taxable year. ... As a consequence, the corporate tax rate over the past 20 years has been cut in half. This had led to some bizarre situations. In 1970 Texaco, with an income of $1.1 billion, paid 6.4 percent in taxes, and Standard Oil of Ohio paid nothing on an income of $66 million."
  20. Stone (p. 347) bepaalt deze situatie als evolutieve enclaves van rechtsbewustzijn in een groep.
  21. Storme (1991) spreekt hier over de `onrechtstaat' (p. 46).
  22. Crombag et al., p. 25. Erger nog: "De institutionaliseringsnorm van de rechtspraak brengt een monopoliepositie van één bepaalde `ideologie' met zich mee" (Maris, p. 209-210).
  23. Soms voor sommige domeinen lichtelijk gecorrigeerd door het ontstaan en de uitwerking van een sociale wetgeving.
  24. Auerbach, p. 143-146 : "The cynisme about the legal system increases...Law can symbolize justice, or conceal repression... The rule of law usually inspires celebration, not lamentation, especially among the rulers. Their doubts should remind us that while there is much to celebrate in the rule of law, law remains a terrifying, no less than inspiring, symbol in the twentieth century. Conjoined with bureaucracy and state, it has demonstrated limitless capacity for evil."
  25. Crombag, p. 7-25.
  26. Cf. van der Maas.

Internet Links...

De miserie van het recht
Recht en macht
Recht en corruptie
Recht en zekerheid.
Balans van de rechtspraak
De staat als dief
Rechters, eerlijk of oneerlijk.

Home page of the psychological Laboratory

Dr. Herman H. Somers
Send e-mail to herman.somers@skynet.be

Copyright © 1998 Dr. Herman H. Somers.
Page created 4 June 1998. Last updated 4 June 1998 at 5:42 PM.
Produced with Webford 2.0.