racisme en xenofobie

 

 

De wet van 30 juli 1981 (B.S. 8 augustus  1981) veroordeelde  in België voor het eerst bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden. Zij werd nadien opgevolgd door de wet van 12 april  1994 (B.S. 14 mei  1994)  en tenslotte de wet van 7 mei 1999 (B.S. 25  juni 1999). In 1994 werd verklaard dat “racisme” en “xenofobie” moesten begrepen worden  als “discriminatie” naar de formulering van het Verdrag van New York van 7 maart 1966. Oorspronkelijk ging het om rassenhaat en aanzetting tot geweld tegen bepaalde rassen.

Racisme, xenofobie, segregatie, apartheid, raciale onrechtvaardigheid, discriminatie, ongelijkheid, rassenhaat zijn bijna evenzoveel varianten van  vormen van intergroup conflicts”, die individueel, cultureel of institutioneel kunnen  zijn, hetzij ouderwets of symbolisch. [1]  De behoefte om  het racisme te veroordelen ontstond vooral naar aanleiding van de leer van het nationaal-socialisme en  de excessen van deze rassenleer, te weten de uitroeiingkampen. Opmerkelijk werd zowel het ouderwets racisme, dat vooral in Amerika heerste jegens de negerpopulatie als nieuwere vormen zoals symbolisch racisme en institutioneel racisme tenslotte verwoord  in het begrip discriminatie.

Toch heeft er overal in de wereld en van ouds altijd  discriminatie geheerst. Toen heette dat nog niet racisme. Denken we maar aan het oude Romeinse rijk, gebouwd op slaven en burgers, patriciërs en plebejers. Een groot deel van de bevolking had geen burgerrechten.  Wanneer het Romeinse leger een volk had overwonnen was het de gewoonte een groot deel van de weerbare mannen te doden, de ouderlingen af te maken en de kleine kinderen weg te gooien, terwijl de jongere mannen en de jonge vrouwen  als slaven werden weggevoerd en verkocht  De slavenhandel heeft nog heel lang bestaan in het Westen en leidt nog een ondergronds bestaan in de uitbuiting van kinderarbeid. 

In het Romeinse rijk was er een grote mengeling van rassen  en volkeren: de Romeinse legioenen waren samengesteld uit talrijke verschillende volkengroepen en zij werden verspreid over grote gebieden, ook slaven die overal verkocht werden zorgden voor een bonte mengeling.  Zo kwam er een kolonie Joden in Rome zelf door geforceerde immigratie. Veelal had het verschijnsel discriminatie ook te maken met vreemdelingen, immigranten.

Het verschijnsel immigranten is niet nieuw. Sommige immigranten versmolten met de lokale bevolking, anderen vormden aparte kolonies  en behielden het bewustzijn een eigen ras te zijn, een eigen volk, zelfs een uitverkoren volk.

Uit de bijbel weten we dat joden zelfs door de babyloniërs verafschuwd werden, de geschiedenis van Esther getuigt ervan.  Tijdens de middeleeuwen werd deze houding gekristalliseerd en uitte die zich in de talrijke jodenvervolgingen tegen de synagoog van de duivel. Het is dan ook ironisch dat  het nationaal-socialisme dat de Nietzscheaanse theorie van de Uebermensch  toepaste op het arische ras en de eigenheid van het Germaanse volkstype in het vaandel droeg, tegelijk geloofde in de Protokollen van de wijzen van Sion en daar de vijand vond die vernietigd moest worden. Het bijbelse mandement van Mozes en Josua die bevel gaven alle bewoners van het Beloofde Land uit te roeien  werd hier toegepast op de Duitse joden zelf

Voor het nationaal-socialisme zou men kunnen spreken van echt racisme wegens de expliciete rassenleer en de theorie van de superioriteit van het arische ras.  Het is evenwel verkeerd die term te gebruiken voor  elke vorm van segregatie, apartheid of  ongelijkheid van vreemdelingen.

 

Wil men begrijpen  welke de diepe oorsprong is van ongelijkheid onder al zijn vormen, zoals de institutionele ongelijkheid,  bijv. apartheid, dan moet men die zoeken in het neurologisch systeem van de mens:  zijn perceptie is namelijk zo gebouwd dat elke prikkel die binnenkomt onmiddellijk geclassificeerd wordt als bekend of vreemd en ongewoon.  Wordt de prikkel als vreemd waargenomen  dan wekt hij de aandacht of irriteert hij.  Worden dit pakken vreemde prikkels dan gaan ze een alarmreactie verwekken.  Er komt een zelfverdedigingsreflex los. Dat is zo voor een individu, voor  een groep, een dorp of stad, een land of volk. Men gaat die vijandigheid ook rationaliseren. En dat is de reden waarom vreemden  geschuwd worden. Meestal zijn er heel wat trekken die in een vreemdeling  of een groep opvallen: kleur, taal, culturele en godsdienstige gewoonten, opvattingen, enz. Er is ook de concurrentie.

Van xenofobie spreken, zoals de wet doet,  is op zijn minst een verdraaiing  van de werkelijkheid: fobie betekent  meestal een neurotische aandoening. En veelal zijn  die niet strafbaar. Xenofobie is hier bedoeld als een afwijzen van vreemdelingen en dus is deze term in de wet volkomen verkeerd gebruikt.

Het schuwen van vreemdelingen is een volkomen algemeen menselijke reactie, die niets te maken heeft met rassenhaat en dgl.  Die geeft wel aanleiding tot wat men symbolisch racisme heeft genoemd, het moeilijk verdragen dat  vreemdelingen dezelfde rechten krijgen als autochtonen.

Een middel om de irritatie te milderen die de aanwezigheid van vreemdelingen teweegbrengt is ze scheiden van de autochtonen: de segregatie: de apartheid. Het is immers moeilijk te leven met mensen die andere opvattingen hebben, andere gewoonten, andere omgangsvormen. Dat vraagt een constante aanpassing en verwekt een verlies van eigenheid en identiteit.  Joden bewaren discreet die apartheid zodat ze zoveel mogelijk op zichzelf leven. De Islam integendeel  is veel  combatiever en  schuwt de confrontatie niet.

Een  Babelse mengeling maken van volkeren en godsdiensten, van talen en culturen, kan  niet leiden tot een pacifiek samenleven. De verschillen werken iedereen op de zenuwen en verwekken stress. In die omstandigheden  verbiedt de wet nu evenwel discriminatie van vreemdelingen.

Discriminatie wil zeggen in het oorspronkelijke Latijn: onderscheid maken zonder pejoratieve betekenis, en niet  volgens Van Dale:  verwerpende onderscheiding,  achterstelling, negatieve beoordeling en behandeling van iets,  iemand of een groep op grond van bepaalde, niets ter zake doende kenmerken, als ras, huidkleur, sekse, geaardheid, enz.  Of verschillende van die kenmerken niets ter zake doen lijkt betwistbaar. Een juridische definitie komt voor in de wet van  12 april 1994 die in art.  1 discriminatie bepaalt als elke vorm van onderscheid, uitsluiting, beperking of voorkeur, die tot doel heeft of ten gevolge heeft of kan hebben dat de erkenning, het genot of de uitoefening op voet van gelijkheid van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden op politiek, economisch, sociaal of cultureel terrein of andere terreinen van het maatschappelijk leven, wordt tenietgedaan, aangetast  of beperkt. Het gaat wel om discriminatie wegens ras, huidskleur, afstamming, afkomst en  nationaliteit  Het amendement  dat ook godsdienst en taal wilde bijvoegen werd verworpen. Vlamingenhaat is dus niet strafbaar volgens deze wet, ook niet de discriminatie tussen gelovigen en ongelovigen  of  andersgelovigen en sekteleden.  Meestal  wordt geaardheid en sekse als een  aparte discriminatie behandeld.

De meest fundamentele opmerking hier is het feit dat de wet zelf een verregaande discriminatie  uitoefent wegens nationaliteit. Er zijn legalen en illegalen; er zijn vreemdelingen en immigranten zonder burgerrechten, zonder sociale rechten, zonder politieke rechten, al zijn er opvangmaatregelen voor asielzoekers. 

Tijdens het debat in de Kamer werd opgemerkt door de heer Duquesne dat de strijd tegen daden van racisme en xenofobie absoluut niet uitsluit dat een staat wettig een zekere voorzichtigheid moet betonen in zijn politiek van immigratie omwille van objectieve redenen, waaronder de beveiliging van de wezenlijke waarden die  de grondslagen  vormen van de gemeenschap. Bovendien, zelfs ware het voor humanitaire redenen wenselijk, kan een land als België geen OCMW spelen voor de hele wereld. Mocht het aan die voorzichtigheid ontbreken dan voorziet  Duquesne dat er reacties  komen van de bevolking getuigend  van racisme en xenofobie.[2]

Er is een ondertoon  in het hele debat:  vreemdelingen moeten goed ontvangen worden  in het hele land, want ze zijn economisch nodig als goedkope  arbeidskrachten, ze zijn ook nodig om de teruggang van de bevolkingsdichtheid tegen te gaan in Wallonië. Overvloed van asielzoekers is overigens ook ongewenst.

In het  Vlaamse land ziet men de vreemdelingen minder graag komen, men ziet ze meer als concurrenten op de arbeidsmarkt, die hier steun en kindergeld krijgen en als parasieten leven op kosten van de belastingbetaler.  Bovendien  had Vlaanderen vijftig jaar geleden nog een vrij homogene bevolking.  Nu ziet men in de grotere steden kolonies van vreemdelingen, die bovendien tot een ander ras en godsdienst behoren  en inspraak vragen in het lokale bestuur.

Men moet geen groot psycholoog zijn om te voorspellen dat hier heibel van komt  Nu reeds kennen we opstootjes en troebelen waar jonge migranten auto’s vernielen, met stenen werpen en ruiten inslaan. Dingen die dertig jaar geleden ondenkbaar waren.

Men moet eraan denken dat vreemdelingen over het algemeen  geen eerbied en emotionele binding hebben met de autochtonen  Voor allochtonen  zijn dezen ook vreemden  en potentiële vijanden.

De wet vraagt iedereen de ogen te sluiten en blindweg  vreemdelingen niet alleen te aanvaarden, maar zelfs te bevoordeligen. De wet viseert heel speciaal de verhuurders van woonstgelegenheden  de uitbaters van horecazaken en dancings die weigeren allochtonen toe te laten. De heer Verwilghen liet opmerken dat het gemakkelijker werd een Belg te weigeren dan een allochtoon, want indien een allochtoon geweigerd wordt om gelijk welke reden wordt de eigenaar dadelijk verdacht van racisme. [3]

Wij menen dat hier de wetgever zijn boekje te buitengaat: de eigenaar is verantwoordelijk voor de orde in zijn eigendom en dat eigendom is geen publiek domein  zoals de straat. Derhalve kan hij regels stellen; toelaten wie hij wil. Als de staat  zich substitueert aan de eigenaar, dan moet de staat verantwoordelijk gesteld worden voor alle schade die kan voortvloeien uit de ongewenste aanwezigheden van allochtonen, - het moeten niet altijd allochtonen zijn, -  zoals een verminderd omzetcijfer, een vermindering van waarde van het eigendom, enz. De positieve discriminatie ten voordele van allochtonen is enigszins een gevolg van de wet en is tegelijk een negatieve discriminatie tegenover  de autochtone bevolking. [4]

In het parlement werden voor de stemming van de wet van 81 allerlei bezwaren voorgebracht zoals de beperking van de vrijheid van meningsuiting, of dat de wet wel eens een ongewenst instrument zou kunnen worden bij het beslechten  van communautaire geschillen. [5]

De staat moet omwille van de veiligheid en de goede orde de vreemdelingen die zich aanbieden in het territorium filteren volgens objectieve criteria. Een zeker procent van de bevolking kan welkom zijn en getolereerd worden, te meer daar deze vreemdelingen soms misschien reeds geïncultureerd zijn en zich aangepast hebben.

Bij de criteria die de filtering moeten leiden zijn goede taalkennis, goede opleiding, verwante cultuur, maar dat is niet het einde van het verhaal. Ik heb ooit kennis gemaakt met een jonge Turk,  een Iraanse, een Perzische zoals ze zich noemde, een Tutsi, een paar Chinezen, Joden,  een Arabier, een Filippijnse, een Vietnamees,  Nederlanders, Polen, Hongaren, Engelsen, Duitsers, Italianen, Amerikanen, Fransen, Kongolezen.  Vreemd genoeg voelde ik mij het dichtst bij de Perzische, waarmee ik kon spreken alsof ze mijn zuster was, de Tutsi,  de Arabier, de Chinese waren intellectueel nabij en sympathiek, de overigen waren veeleer half vreemd zodat men zich moest aanpassen om met hen te communiceren en dan was het nog niet altijd van harte. Een drietal Algerijnen waren het meest antipathiek en onbetrouwbaar.  Het is op die grond duidelijk dat het gevoel van vreemdheid zowel vanwege de immigrant als de autochtoon moet geminimaliseerd worden, alhoewel dit gevoel van vreemdheid soms niet is wat men denkt.

Het gevoel van vreemdheid is gradueel  en  multidimensioneel.  Soms vormen bepaalde dimensies een moeilijk overkombare brug, soms zijn het gemakkelijk te nemen obstakels.  Veel zal afhangen van uiterlijke en innerlijke omstandigheden, veel hangt af van gewoonte en sleet…

Bepaalde dimensies kunnen op een zeker ogenblik zo de doorslag geven dat ze totaal dominant worden;  bij de bevolking van Sarajevo dat gemengd had geleefd,  kristalliseerde het conflict zich plots in groepen die elkaar naar het leven stonden.  Ook in Kosovo gaf de etnische  wortel de doorslag.

Men mag dus de oppervlakkige aanpassing niet te zeer overwaarderen, de meesten blijven trouw aan hun roots. En dat merkt men in geval van crisis. Een multiculturele samenleving is een oppervlakkige utopie, zoals eens het communisme was.[6]

Veel hangt af van de dosering van vreemdheid en eigenheid. Een te hoge dosis vreemdheid kan  een explosieve mengeling worden. Een wet kan daar niets aan veranderen. Uit wrijvingen ontstaat vuur. Een wet kan geen vuur blussen.  De politici gelijken teveel op pompiers, die alleen komen als er reeds brand is. 

Een hechte monoculturele samenleving kan maar ontstaan uit talrijke rassen en culturen als over een aantal generaties o.a. door gemengde huwelijken en vermenging van genen de verschillen tussen de groepen en individuen  zo wegdeinen, dat men er geen aandacht meer aan schenkt. Vlamingen hebben blond, ros, bruin en zwart haar.  Dat is zo verspreid dat men daar geen enkel belang meer aan hecht.  De neiging blijft evenwel dat een aantal groepen hun  culturele, traditionele, godsdienstige identiteit trachten in stand te houden.  Denken we aan het  Iers of  Keltisch tegenover het Engels. Het Fries tegenover het algemeen Nederlands,  het Bretoens tegenover het Frans, het  Baskisch tegenover het Spaans, het Jiddisch tegenover de lokale omgangstaal.

Niets is zo taai als culturele verschillen gebouwd op historische traditie.. . Het zal wel zeer zeldzaam zijn dat vooraanstaande politici zich fanatiek rasechte Walen of francofonen proclameren al verraadt hun naam  hun Vlaamse of Nederlandse roots: en omgekeerd er  zijn ook politici  met een franse naam die de Vlaamse cultuur verdedigen. Dat is zo verwarrend als joden met palestijnse namen en palestijnen met joodse namen. Stel u voor dat de volgende paus Mohammed of  Ali zou  heten.

De taal speelt een belangrijke rol in de integratie. Daarom moet ze nauwkeurig  gecultiveerd worden.

Daar stelt zich tevens een probleem.  Er zijn zo talrijke talen. Een dominante wereldtaal kan veel oplossen, maar lang niet alles Zij kan de wetenschap, de handel, de internationale, zelfs een aanzienlijk deel van de culturele betrekkingen  tot een gemeenschappelijke  noemer herleiden. Toch blijven  we met een reusachtig overschot aan vreemdheid en dus aan conflictmaterie. Alleen voorzichtige dosering van gefilterde vreemdheid kan een territorium leefbaar houden.

Een naïeveling zou zich kunnen afvragen: waarom bestrijdt de wet alleen discriminatie tegenover vreemden? Is haat en ophitsing tot geweld dan toegelaten of tenminste niet strafbaar  tegenover de eigen medeburgers?  Kunnen medeburgers dan geen slachtoffer zijn van discriminatie, bijvoorbeeld omdat zij niet de juiste partijkaart hebben of omdat zij tot de supporters behoren van de verkeerde voetbalploeg? Het gevoel van vreemdheid beperkt zich niet tot allochtonen, binnen  de gemeenschap van een staat is er mentale separatie, bijvoorbeeld tussen rijken en armen, gelovigen en ongelovigen, tussen  frans- en nederlandstaligen.  Al deze categorieën vormen spontaan groepen, die elk een eigen groepsbewustzijn  hebben en die aanleiding geven tot discriminatie. De discriminatie tegenover vreemdelingen, die duidelijker herkenbaar zijn, valt alleen meer op.

De hele wet is duidelijk geïnspireerd door de slagzin van de Franse revolutie: ”liberté, égalité, fraternité”.  In onze contreien werd daarbij een politiek van verfransing gevoerd, die niets ontzag en natuurlijkerwijze  een scherpe reactie ontketende, waarvan de Boerenkrijg slechts één van de symptomen was. Deze gelijkheid was een soort éénrichting gelijkheid: het was Franse gelijkheid.

De wet zorgt nu voor een soort Belgische gelijkheid: iedereen gelijk voor de wet, de Belgische wet natuurlijk. En daar schort het: kan men vreemdelingen, gewoon aan andere rechtssystemen, andere tradities,  zo maar een wildvreemd  rechtssysteem opdringen dat op sommige punten ingaat tegen hun eigen rechtsaanvoelen?  Denken we maar aan de polygame en andere huwelijkswetgeving, de sharia, enz. Ook als vreemdelingen met de mond belijden dat ze de Belgische wet zullen observeren dan is het toch duidelijk dat ze dat niet van harte zullen doen.  Ze zullen diep in hun hart trouw blijven aan hun oorspronkelijk ingeprent rechtsgevoel. Een oppervlakkige acculturatie lost de problematiek niet op.

Als men wil ingaan op de diversiteit van de bevolkingsgroepen dan komt men tot een mozaïek van rechtssystemen, die mogelijk haaks op elkander staan. Als men daar orde op zaken wil stellen zal er meer nodig zijn dan een wet tegen het  racisme.

Er is een aanzet in België tot een separaat rechtssysteem voor de Vlaamse, de Waalse en Brusselse  gewesten die eigen decreten kunnen uitvaardigen. Aparte rechtsregels en rechtbanken voor joden, moslims, afrikanen zijn nog in een embryonaal stadium. Deze gemitigeerde vorm van segregatie kan voorlopig een aantal wrijvingen oplossen, zolang de verschillen tussen de groepen nog te groot zijn. De wet verbiedt evenwel de promotie van segregatie van  rassen, volkeren, bevolkingsgroepen, enz. Men wil van de hele bevolking een smeltkroes maken, die alle identiteiten zal vervagen en uitwissen in vrijheid, gelijkheid  en broederlijkheid… 

Het Romeinse rijk is daar niet in gelukt, al is het zeer ver gegaan in de latinisering van de onderworpen volkeren, de Amerikaanse Verenigde Staten zijn daar tot nu toe niet in gelukt,  ook al hebben ze de eigen wetgeving van de staten behouden, Canada en Zwitserland werden federale staten. Vanaf 1830 heeft België geprobeerd Vlaanderen te verfransen, het plan is deerlijk mislukt;  het is onwaarschijnlijk dat België, ook al werd het een federale staat, in het opzet van pacifieke multiculturele samenleving zal slagen. De multiculturele samenleving is een utopie die onder zal gaan aan  haar eigen problematiek.

Nu zal men zeggen: in feite is er al een multiculturele samenleving vooral in de grote steden en langzamerhand groeiend in de kleinere.  Men kan daar reeds observeren in beperkte mate waartoe een multiculturele samenleving leidt.  Vreemdelingen scholen samen in buurten, die langzamerhand exclusief worden. Ze veroveren in groeiende mate een groter territorium  waardoor de oorspronkelijke bewoners stilaan ontheemd worden. Er zijn groeiende problemen van onveiligheid, omdat deze groepen gehoorzamen aan hun eigen wetten en hun eigen leiders. Zij pogen ook inspraak te verwerven in het bestuur van de staat om als ze talrijk genoeg zijn  de autochtonen te verdringen. Als men niet voorzichtig is zal de bevolking, zoals voorzien door de heer Duquesne,  sterk geneigd zijn tot racisme en racistische overtuigingen. De wet zal dan een papieren tijger worden.

 

----------------------------------------------------------------------------------------

 

1. Ph. Katz & D.A. Taylor,  Eliminating Racism. New York, Plenum,  1988.

2-3.  Kamer van volksvertegenwoordigers. Parlementaire Handelingen, 30 en 31 maart 1994. 1294. 3-93/94.

 4. W. Van Laethem, Ik ben geen racist, maar… De toepassingsmogelijkheden van de racismewet, in: Vigiles, 1998, 1,1-4.

 5.  L. Dupont, De wet van 30 juli 1981, in  Panopticon, 1981, 504-506.

 6. J. Leman , Kleur bekennen. Omdat België multicultureel zal zijn. Tielt, Lannoo,  1994.

 ---------------------------------------------------------------------------------------

 Home:

Verwante sites:

 

http://users.skynet.be/sky50779/home.htm

http://users.compaqnet.be/cn080523/home.htm

http://users.skynet.be/sky50779/jus2.htm

http://users.skynet.be/sky50779/recht.htm

http://users.skynet.be/sky50779/jus2.htm

-------------------------------------------------------------------------------------



tyle='mso-bookmark:_ftn5'>[5]