The mysterious illness of the Prophet Muhammad identified



Theophanes, a monk (752-817), wrote in his Chronography that Muhammad suffered from epilepsy. From that time most historians repeated this opinion. When in the late 19th century better notions of psychopathology became common, this diagnosis was challenged. Some thought his disease was hysteria or hystero-epilepsy, although for most scientists epilepsy was excluded. There was no definitive answer to this question. A better scientific examination of the sources has made clear that all symptoms of acromegaly are present with some psychopathological paranoid traits. Acromegaly is caused by a small tumour of the hypophysis, beginning most of the time about the fortieth year and ending in the sixtieth year with an apoplexy of the hypophysis.

 

According to the hadith Muhammad suffered from a long-lasting disease, which he treated by means of bleeding. He walked as somebody who comes down from a hill. His skin-colour was peculiar, not white, not too tanned, somewhat rosy. His eyebrows were conspicuous. He was sweating heavily, especially when he was receiving revelations. He heard the noise of bells and voices. He had a great appetite and suffered from hunger. Notwithstanding his sexual relations with ten young women, he remained quasi-sterile: one only child after the age of forty years. During his last illness he suffered from intense headaches, losses of consciousness, back- and intestinal pains. He died at the age of 62 years. Psychologically he was known as trustworthy, somewhat retiring and prude. Initially, about at the age of forty years, he was depressed, retiring, and showed a tendency to suicide. He spoke slowly. Most typical were his great hands, dough feeling palms, great feet, a long fleshy nose, well developed ears and a peculiar voice.

These indications suggest that he suffered from acromegaly. This hypothesis allows to explain almost all details found in the hadith.

Acromegaly is caused by an adenoma of the pituitary, which causes an increase in growth hormone (somatotropine) and usually a deficiency or increase of other hormones such as gonadotropine. The disease begins in adult persons about the fourth decade of age. Most patients die about the age of 60 years. It is a long-lasting disease with slow progress, sometimes burning out. Most patients tolerate it reasonably well. The melanophore hormones secreted by the pituitary cause a peculiar straw-yellow skin-colour. Excessive sweating is sometimes caused by hyperthyroidism. Sweating can be oily and have an unpleasant odour. Patients suffer from high blood pressure. Some hirsutism is observed (eyebrows). The growth of all extremities after adult age causes also the vertebrae to extend and the spine to curve. This extension can cause pain as the nerves suffer pressure. Especially typical is the enlargement of the fingers and the dough like feeling of the palms when shaking hands. Rarely a bleeding of the pituitary occurs and causes dead: this apoplexy of the pituitary causes headaches, nausea, vomiting, losses of consciousness. Psychologically patients suffer initially from depression, brooding and irritability, also an increase of appetite and a loss of libido. Some patients are anxious and are lacking in self-confidence. When the adenoma exerts pressure on the third ventricle and the optic chiasma in the brain the patients may suffer from hallucinoses. Uniformly these patients are trustworthy. Their personality is characterised by conscientiousness, reliability and industriousness.

Confronting this picture of the symptomatology of acromegaly with the tradition about Muhammad one can only state the conformity. Moreover one understands some other traits of the personality of Muhammad. He washed himself often, till two or tree times successively. He indulged in men's scents, such as musk and ambergris; he used to burn camphor on odoriferous wood. This is understandable. He smelled the unpleasant odour of his sweat, and did not want it to be perceived by others. The use of bleeding, as a treatment can be understood as a remedy against his high blood pressure. His polygamy and the incessant acquisition of new young women can be explained by his wish for a masculine child. His young sons were all dead. He adopted two sons. But a son of his own was for him an absolute must. As the pituitary influences fertility his acromegaly reduced considerably the spermatogenesis. Ten wives could only give birth to one only masculine child, which died early. Changing wives he tried desperately to engender that masculine child. He was not a sex-maniac. His death was probably caused by a pituitary apoplexy. Psychologically he was considered as a trustworthy person. Initially depressed and devoid of self-confidence, he considered suicide. He suffered from hallucinoses and even hallucinations.
The complete report was published in Dutch:


 

Een andere Mohammed

Antwerpen, Hadewijch.


Inhoud

Woord vooraf

Lang heeft het Westen geloofd, dat het christendom het laatste woord had inzake beschaving en godsdienst. Het mensdom werd door Christus verzoend met God, en zou uiteindelijk door Hem geoordeeld worden. Dat was de officiele waarheid. Onlangs werd datzelfde Westen echter geconfronteerd met een oude bekende, maar sinds geruime tijd vergeten mededinger van het christendom, de islam.(1) Mohammed werd weliswaar nooit als een ernstige rivaal beschouwd om definitief te gaan wegen op de wereldbeschouwing van het Westen. Hij bleef wat hij eens geweest was, een Arabisch fenomeen, een typisch Oosters en dus voor ons begrensd verschijnsel. Toch heeft de immigratie uit de islamitische landen zulk een invasie teweeggebracht van compleet vreemde gedrags- en denkpatronen, dat zij een schok veroorzaakten. Daarbij waren het niet alleen gebruiken die verschilden, maar ook de volledige godsdienstige en zelfs maatschappelijke referentiekaders. Christus, die centraal stond, werd nu slechts een profeet tussen andere profeten, soms zelfs volledig verdrongen door Mohammed, die in de koran ;de goddelijke openbaring meedeelde en zijn eigen godsdienstige gebruiken en wetten formuleerde.(2) Daarbij zijn de verschillen met het christendom niet zo oppervlakkig: er is de polygamie, er is de heilige oorlog, er is de verschillende seksuele moraal, het verbod op alcoholische dranken, de dagelijkse en heel typische gebedsgedragingen (de salat),(3) raka`; prosternatie ; maar er is bovenal het streven van de islam naar de verwezenlijking van de godsdienstige ‚‚nheidscultuur volgens de wetten van de koran. Dat godsdienstige fundamentalisme omvat het fanatieke benadrukken van de uitsluitende waarheid en superioriteit van die koran en van de islamitische wetgeving.(4) Voor de islam is elke vernieuwing, elke afwijking van de wetten van de koran erger dan een dwaling, het is een zonde, een misdaad.(5) Daarbij wordt impliciet de volledige evolutie van het recht en van de samenleving in het Westen genegeerd en afgewezen, en daar zijn dan vooral de vrijheid van godsdienst en meningsuiting of de emancipatie van de vrouw patente voorbeelden van.

Daarom is de islam een probleem voor het Westen. Het is voor een stuk een terugkeer naar voor de moderne westerling verouderde en verlaten denkpatronen, die hij als middeleeuws ervaart. Tegelijkertijd betekent de ontmoeting met de islam ook een uitdaging, omdat die compleet achterhaalde denkbeelden toch nog een aantrekkingskracht blijven uitoefenen op miljoenen mensen en hun ideeenwereld fel beperken. De confrontatie van deze beide werelden is een van de prangendste problemen van de psychologie.

Ik dank alle specialisten, orientalisten en artsen, die hun opmerkingen meedeelden en zodoende bijdroegen tot dit werk. Met dank aan de uitgeverij Mosby (St Louis, Illinois) voor de toelating tot reproductie van de afbeeldingen uit G.T. Tindall, Disorders of the Pituitary. Inleiding

Voor de psychologie stelt de islam twee problemen: het eerste: wat is de essentie van de islam, in welke mate hangt die samen met de psychologie van Mohammed, en derhalve welke zijn daarin de blijvende waarden en welke de bijkomstige tijdsgebonden elementen? Door sommige breed- en moderndenkende moslims wordt daarenboven nog een andere vraag gesteld. Welke elementen hebben islam, jodendom en christendom gemeenschappelijk? Kunnen wij komen tot een gezuiverde religie, die al deze godsdiensten omvat en de basis zou kunnen vormen van een gemeenschappelijk godsdienstig aanvoelen? Ook sommige christelijke theologen ( Kung) denken anders: Zou men het niet zo kunnen opvatten, dat Mohammed in Gods plan dezelfde functie vervulde als de andere profeten uit het Oude Testament en als taak had het Arabische volk gevoelig te maken voor het monotheisme? Dat wordt waarschijnlijker, omdat naar-ons-aanvoelen bedenkelijke zijden van het karakter en het gedrag van Mohammed ook in het Oude Testament schering en inslag zijn; denk aan Mozes, Joshua en anderen, die oorlog voerden en de overwonnenen niet spaarden. Als men er van uitgaat, dat de oudtestamentische profeten echte godsgezanten zijn, dan ziet men niet goed meer in, waarom Mohammed dat ook niet zou kunnen zijn. Vervelend is alleen het feit dat Mohammed zo radicaal ontkent dat Jezus Gods zoon is en zo, gezien vanuit het christendom, zich opstelt als de aartsketter. Hetzelfde bezwaar geldt trouwens voor het jodendom, dat een andere Messias blijft verwachten en ontkent dat Jezus dat zou zijn en tegelijkertijd ook Mohammed verwerpt. Op het gebied van het dogma is verzoening dus duidelijk niet mogelijk; overeenkomst nastreven is hetzelfde als de quadratuur van de cirkel zoeken. Zelfs abstractie gemaakt van het dogma is het aartsmoeilijk om een spiritualiteit op te bouwen uit de gemeenschappelijke elementen van die godsdiensten, want daar ook stoot men op onverzoenlijke tendensen van de onderliggende dynamismen. Een van de belangrijkste is het exclusivisme van al die godsdiensten. Alleen Allah en zijn profeet, zal de moslim zeggen. Alleen Mozes en de Thora ,zal de jood zeggen. Alleen Christus en zijn Kerk, zal de christen zeggen. In de Grieks-Romeinse godsdienst was elke god welkom, hij kreeg zijn plaats in het Pantheon. De bijbel integendeel sluit alle andere goden uit. Er is maar een God, en dat is de ware; al de rest zijn afgoden. Oorzaak van dit exclusivisme is het onvoorwaardelijke en blinde geloof in de kerkelijke leiders, de blinde gehoorzaamheid aan bisschoppen, rabbijnen en imams, die niet mogen afwijken van de oorspronkelijke orthodoxie en die daardoor elke rationele ontwikkeling blokkeren. In het Westen is er niettemin zware en gegronde kritiek ontstaan op dit geloof en die gehoorzaamheid. Het is immers logisch beschouwd compleet onmogelijk dat alle godsdiensten tegelijk de volledige en enige waarheid
zouden bezitten. Ernstige studies hebben duidelijk gemaakt dat vele godsdienstige `waarheden', eigenlijk geen waarheden maar legenden en mythen waren, en een reeks `dogma's' alleen maar onhoudbare en soms zeer schadelijke waangedachten, die de intellectuele ontwikkeling van het mensdom erg vertraagden. Daarbij groeide ook de overtuiging, dat het vertrouwen waarvan de kerkelijke en andere godsdienstige overheden genoten absoluut niet gerechtvaardigd was, integendeel. Heel recent heeft het verschijnsel van het parasitisch vermenigvuldigen van allerlei sekten, waarvan zonder meer bewezen werd dat het zuivere oplichterij was, veler ogen geopend.(6) Toch blijven bij gebrek aan adequate voorlichting en duidelijk inzicht in vele geesten van gelovigen nog veel open vragen, veel duistere plekken, veel zwarte gaten. Als het christendom het al zo moeilijk heeft wegens de eeuwenoude tradities, als men voor het jodendom zulk een inhibitie ervaart, des te meer omdat deze ook op racistische en nationalistische basis gestoeld is, zal een minder bekende godsdienst waarvan men niet goed weet wat men er aan heeft, wegens de relatieve ruimtelijke isolatie en beperking ervan, het nog moeilijker hebben. De islam is die godsdienst, waarmee het Westen nu geconfronteerd wordt en die het zo weinig aanvoelt, als zo vreemd en dreigend ervaart, dat het er zich enerzijds met zijn democratische beginselen ;op een onhandige wijze tegen verzet en anderzijds geirriteerd raakt door het voortdurende onbegrip in de wederzijdse betrekkingen. Vandaar de chaotische diplomatie, de talrijke inconsequenties in de politiek, en de verwarring in de geesten. De fundamentele reden daarvan ligt in het gebrek aan exacte benadering, klare logica en duidelijk denken. Meestal ontbreekt het ook aan elk diepgaand begrip. In dit werk trachten we meer duidelijkheid te scheppen.

Een tweede probleem is het volgende: Hoe komt het dat de islam zo'n aantrekkingskracht heeft uitgeoefend, en nog blijft uitoefenen op miljoenen gelovigen? Hoe is het verklaarbaar dat iemand als Mohammed er toe gekomen is, zich niet alleen een kring van gelovigen te vormen, maar bovendien aan de oorsprong te liggen van het stichten van een rijk , dat een van de machtigste werd van zijn tijd? Waar is de drijvende kracht, de basis-energie, de sleutel van die expansie, van die radicale omvorming van zovele geesten, van die vaste overtuiging? Is er in de islam, vergeleken met het christendom, meer innerlijk vuur, meer inwendige kracht? Is Mohammed een betoverender figuur dan Jezus van Nazareth? Of is alles gewoonweg een gevolg van de intellectuele onderontwikkeling van een reeks volkeren, die nooit de Verlichting hebben gekend, de rationele kritiek en slechts met mate de moderne universitaire cultuur, en zelfs voor een groot deel bleven steken in een graad van ongeschooldheid en onwetendheid. Niettegen­staande ze ongetwijfeld een zekere eigen cultuur hadden, werden ze meer gelijkgesteld met de primitieven van Afrika dan vergeleken met de doorsnee Westerling, al is die ook gemiddeld niet zeer goed geinformeerd en onderhevig aan heel wat intellectuele dwaling en verwarring.

Veelal wordt de dialoog, voor zover men daarvan kan spreken, tussen godsdiensten of sekten; als een ideeenstrijd gezien. Men stelt geloofsbelijdenissen op, men vaardigt wetboeken uit, men stelt beginselen voorop. Daarvan wil men niet afwijken. Men wil gelijk hebben en veroordeelt alle anderen. Meestal verwaarloost men daarbij het onderzoek naar de oorsprong en wel de menselijke oorsprong van die ideeen. Tenslotte is de islam ontsproten uit het brein van Mohammed. Welnu hoe stond het met dat brein? Wat ging daarin om? Deze vraag kunnen we nu eindelijk beantwoorden, dank zij de vooruitgang van de psychologie, de psychopathologie en de psychofysiologie.

  1. Berque, p. 28: Het woord islam ;heeft dezelfde stam als salam, vanwaar het hebreeuwse shalom (vrede) is afgeleid en betekent overgave, vrede, heil.
  2. Qur'an of koran betekent recitering, voorlezing.
  3. De salat is de hele liturgie die zich telkens bij het gebed, volledig of verkort afspeelt. De salat bevat verschillende delen: Eerst de niya of intentieverklaring, waardoor de gewijde sfeer wordt ingezet; deze wordt staande verricht; dan volgt de recitatie van de koran. Daarop volgt de raka` of vooroverbuiging van de romp; dan komt men weer rechtop en heft men de handen (4 takbar's); dan volgt de prosternatie : djulus is de half knielende, half zittende houding; sudjud is dan de volledige prosternatie; dan volgt de geloofsbelijdenis al zittend en de salat over de profeten en tot slot de afsluitende salam. Het aantal raka`s is verschillend naargelang het tijdstip van de dag. Het morgengebed is salat al fadir 2 raka`s, het middaggebed is de salat al zuhr 4 raka`s, het eerste namiddaggebed salat al asr 4 raka`s, het avondgebed salat al maghreb 3 raka`s, eindelijk het nachtgebed salat al isha 4 raka`s; oorspronkelijk waren er slechts twee raka`s.
  4. Bukhari, inleiding.
  5. Sell, p. 37.
  6. Van Acker, (1986).

Vervolg: Een andere Mohammed


Een andere Mohammed


Back to Home page :

Homepage of the Psychological Laboratory (Leuven)



Dr. Herman H. Somers
Send e-mail to
herman.somers@skynet.be

Copyright © 1997 Dr. Herman H. Somers.
Page created 11 November 1997. Last updated 1 May 1999 at 16:30 PM.
Produced with
Webford 2.0.