Een andere Mohammed



                        Herman H. Somers

                         Dr. Psychologie



 

                                                           5

 

 

      

 

                                                           6

 

 

                                                           1

                                                           1

                                                           1

Inhoud

 

 

Woord vooraf                                               2

Inleiding                                                  4

Eerste Hoofdstuk : Geschiedenis of mythe                   7

Tweede Hoofdstuk : De berooide wees                       17

Derde Hoofdstuk :  Mohammed en zijn vrouwen               23

Vierde Hoofdstuk : Islam en seks                          36

Vijfde Hoofdstuk : De Profeet  en zijn tumor              40

Zesde Hoofdstuk : Allah is groot                          72

Zevende Hoofdstuk : Het zwaard van Allah                  76

Achtste Hoofdstuk : Mohammed, Mozes en Christus           92

Besluit : Mensenrechten en vrijheid van godsdienst        94

Bibliografie                                             100

 

 

                                                           7

 

 

 

 

Woord vooraf

Lang heeft het Westen geloofd, dat het christendom het

laatste woord had inzake beschaving en godsdienst. Het

mensdom werd door Christus verzoend met God, en zou

uiteindelijk door Hem geoordeeld worden. Dat was de

officiële waarheid. Onlangs werd datzelfde Westen echter

geconfronteerd met een oude bekende, maar sinds geruime tijd

vergeten mededinger van het christendom, de  islam1

Mohammed werd weliswaar nooit als een ernstige rivaal

beschouwd om definitief te gaan wegen op de

wereldbeschouwing van het Westen. Hij bleef wat hij eens

geweest was, een Arabisch fenomeen, een typisch Oosters en

dus voor ons begrensd verschijnsel. Toch heeft de immigratie

uit de islamitische landen zulk een invasie teweeggebracht

van compleet vreemde gedrags- en denkpatronen, dat zij een

schok veroorzaakten. Daarbij waren het niet alleen gebruiken

die verschilden, maar ook de volledige godsdienstige en

zelfs maatschappelijke referentiekaders. Christus, die

centraal stond, werd nu slechts een profeet tussen andere

profeten, soms zelfs volledig verdrongen door Mohammed, die

in de  koran de goddelijke openbaring meedeelde en zijn

eigen godsdienstige gebruiken en wetten formuleerde.2

Daarbij zijn de verschillen met het christendom niet zo

oppervlakkig: er is de polygamie, er is de heilige oorlog,

er is de verschillende seksuele moraal, het verbod op

alcoholische dranken, de dagelijkse en heel typische

gebedsgedragingen (de  salat),3  raka`  prosternatie

; maar er is bovenal het streven van de islam naar de

verwezenlijking van de godsdienstige éénheidscultuur volgens

de wetten van de koran. Dat godsdienstige fundamentalisme

____________________

1 Berque, p. 28: Het woord  islam heeft dezelfde stam als

salam, vanwaar het hebreeuwse shalom (vrede) is afgeleid en

betekent overgave, vrede, heil.

2  Qur'an of  koran betekent recitering, voorlezing.

3 De salat is de hele liturgie die zich telkens bij het

gebed, volledig of verkort afspeelt. De salat bevat

verschillende delen: Eerst de niya of intentieverklaring,

waardoor de gewijde sfeer wordt ingezet; deze wordt staande

verricht; dan volgt de recitatie van de koran. Daarop volgt

de raka` of vooroverbuiging van de romp; dan komt men weer

rechtop en heft men de handen (4 takbar's);  dan volgt de

prosternatie : djulus is de half knielende, half zittende

houding; sudjud is dan de volledige prosternatie; dan volgt

de geloofsbelijdenis al zittend en de salat over de profeten

en tot slot de afsluitende salam. Het aantal raka`s is

verschillend naargelang het tijdstip van de dag.  Het

morgengebed is salat al fadir 2 raka`s, het middaggebed is

de salat al zuhr 4 raka`s, het eerste namiddaggebed salat al

asr 4 raka`s, het avondgebed  salat al maghreb 3 raka`s,

eindelijk het nachtgebed salat al isha 4 raka`s;

oorspronkelijk waren er slechts twee raka`s.

 

                                                           8

 

 

omvat het fanatieke benadrukken van de uitsluitende waarheid

en superioriteit van die koran en van de islamitische

wetgeving.4 Voor de islam is elke vernieuwing, elke

afwijking van de wetten van de koran erger dan een dwaling,

het is een zonde, een misdaad.5 Daarbij wordt impliciet de

volledige evolutie van het recht en van de samenleving in

het Westen genegeerd en afgewezen, en daar zijn dan vooral

de vrijheid van godsdienst en meningsuiting of de

emancipatie van de vrouw patente voorbeelden van.

 

Daarom is de islam een probleem voor het Westen. Het is voor

een stuk een terugkeer naar voor de moderne westerling

verouderde en verlaten denkpatronen, die hij als middeleeuws

ervaart. Tegelijkertijd betekent de ontmoeting met de islam

ook een uitdaging, omdat die compleet achterhaalde

denkbeelden toch nog een aantrekkingskracht blijven

uitoefenen op miljoenen mensen en hun ideeënwereld fel

beperken. De confrontatie van deze beide werelden is één van

de prangendste problemen van de psychologie.

 

Ik dank alle specialisten, ori‰ntalisten en artsen, die hun

opmerkingen meedeelden en zodoende bijdroegen tot dit werk.

Met dank aan de uitgeverij Mosby (St Louis, Illinois) voor

de toelating tot reproductie van de afbeeldingen uit G.T.

Tindall, Disorders of the Pituitary.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

____________________

4 Bukhari, inleiding.

5 Sell, p. 37.

 

                                                           9

 

 

Inleiding

Voor de psychologie stelt de islam twee problemen: het

eerste: wat is de essentie van de islam, in welke mate hangt

die samen met de psychologie van Mohammed, en derhalve welke

zijn daarin de blijvende waarden en welke de bijkomstige

tijdsgebonden elementen? Door sommige breed- en

moderndenkende moslims wordt daarenboven nog een andere

vraag gesteld. Welke elementen hebben islam, jodendom en

christendom gemeenschappelijk? Kunnen wij komen tot een

gezuiverde religie, die al deze godsdiensten omvat en de

basis zou kunnen vormen van een gemeenschappelijk

godsdienstig aanvoelen? Ook sommige christelijke theologen

( Küng) denken anders: Zou men het niet zo kunnen

opvatten, dat Mohammed in Gods plan dezelfde functie

vervulde als de andere profeten uit het Oude Testament en

als taak had het Arabische volk gevoelig te maken voor het

 monotheïsme? Dat wordt waarschijnlijker, omdat naar-ons-

aanvoelen bedenkelijke zijden van het karakter en het gedrag

van Mohammed ook in het Oude Testament schering en inslag

zijn; denk aan  Mozes,  Joshua en anderen, die oorlog

voerden en de overwonnenen niet spaarden. Als men er van

uitgaat, dat de oudtestamentische profeten  echte

godsgezanten zijn, dan ziet men niet goed meer in, waarom

Mohammed dat ook niet zou kunnen zijn. Vervelend is alleen

het feit dat Mohammed zo radicaal ontkent dat  Jezus Gods

zoon is en zo, gezien vanuit het christendom, zich opstelt

als de aartsketter. Hetzelfde bezwaar geldt trouwens voor

het jodendom, dat een andere Messias blijft verwachten en

ontkent dat Jezus dat zou zijn en tegelijkertijd ook

Mohammed verwerpt. Op het gebied van het dogma is verzoening

dus duidelijk niet mogelijk; overeenkomst nastreven is

hetzelfde als de quadratuur van de cirkel zoeken. Zelfs

abstractie gemaakt van het dogma is het aartsmoeilijk om een

spiritualiteit op te bouwen uit de gemeenschappelijke

elementen van die godsdiensten, want daar ook stoot men op

onverzoenlijke tendensen van de onderliggende dynamismen.

Een van de belangrijkste is het exclusivisme van al die

godsdiensten. Alleen Allah en zijn profeet, zal de moslim

zeggen. Alleen Mozes en de  Thora zal de jood zeggen.

Alleen Christus en zijn Kerk, zal de christen zeggen. In de

Grieks-Romeinse godsdienst was elke god welkom, hij kreeg

zijn plaats in het Pantheon. De bijbel integendeel sluit

alle andere goden uit. Er is maar één God, en dat is de

ware; al de rest zijn afgoden. Oorzaak van dit exclusivisme

is het onvoorwaardelijke en blinde geloof in de kerkelijke

leiders, de blinde gehoorzaamheid aan bisschoppen, rabbijnen

en imams, die niet mogen afwijken van de oorspronkelijke

orthodoxie en die daardoor elke rationele ontwikkeling

blokkeren. In het Westen is er niettemin zware en gegronde

kritiek ontstaan op dit geloof en die gehoorzaamheid. Het is

immers logisch beschouwd compleet onmogelijk dat alle

godsdiensten tegelijk  de volledige en enige waarheid

 

                                                           10

 

 

zouden bezitten. Ernstige studies hebben duidelijk gemaakt

dat vele godsdienstige `waarheden', eigenlijk geen waarheden

maar legenden en mythen waren, en een reeks `dogma's alleen

maar onhoudbare en soms zeer schadelijke waangedachten, die

de intellectuele ontwikkeling van het mensdom erg

vertraagden. Daarbij groeide ook de overtuiging, dat het

vertrouwen waarvan de kerkelijke en andere godsdienstige

overheden genoten absoluut niet gerechtvaardigd was,

integendeel. Heel recent heeft het verschijnsel van het

parasitisch vermenigvuldigen van allerlei  sekten,

waarvan zonder meer bewezen werd dat het zuivere oplichterij

was, veler ogen geopend.6 Toch blijven bij gebrek aan

adequate voorlichting en duidelijk inzicht in vele geesten

van gelovigen nog veel open vragen, veel duistere plekken,

veel zwarte gaten. Als het christendom het al zo moeilijk

heeft wegens de eeuwenoude tradities, als men voor het

jodendom zulk een inhibitie ervaart, des te meer omdat deze

ook op racistische en nationalistische basis gestoeld is,

zal een minder bekende godsdienst waarvan men niet goed weet

wat men er aan heeft, wegens de relatieve ruimtelijke

isolatie en beperking ervan, het nog moeilijker hebben. De

islam is die godsdienst, waarmee het Westen nu

geconfronteerd wordt en die het zo weinig aanvoelt, als zo

vreemd en dreigend ervaart, dat het er zich enerzijds met

zijn democratische beginselen  op een onhandige wijze

tegen verzet en anderzijds ge‹rriteerd raakt door het

voortdurende onbegrip in de wederzijdse betrekkingen.

Vandaar de chaotische diplomatie, de talrijke

inconsequenties in de politiek, en de verwarring in de

geesten. De fundamentele reden daarvan ligt in het gebrek

aan exacte benadering, klare logica en duidelijk denken.

Meestal ontbreekt het ook aan elk diepgaand begrip. In dit

werk trachten we meer duidelijkheid te scheppen.

Een tweede probleem is het volgende: Hoe komt het dat de

islam zo'n aantrekkingskracht heeft uitgeoefend, en nog

blijft uitoefenen op miljoenen gelovigen? Hoe is het

verklaarbaar dat iemand als Mohammed er toe gekomen is, zich

niet alleen een kring van gelovigen te vormen, maar

bovendien aan de oorsprong te liggen van het stichten van

een rijk , dat een van de machtigste werd van zijn tijd?

Waar is de drijvende kracht, de basis-energie, de sleutel

van die expansie, van die radicale omvorming van zovele

geesten, van die vaste overtuiging? Is er in de islam,

vergeleken met het christendom, meer innerlijk vuur, meer

inwendige kracht? Is Mohammed een betoverender figuur dan

Jezus van Nazareth? Of is alles gewoonweg een gevolg van de

intellectuele onderontwikkeling van een reeks volkeren, die

nooit de  Verlichting hebben gekend, de rationele kritiek

en slechts met mate de moderne universitaire cultuur, en

zelfs voor een groot deel bleven steken in een graad van

ongeschooldheid en onwetendheid.  Niettegenstaande ze

ongetwijfeld een zekere eigen cultuur hadden, werden ze meer

____________________

6 Van Acker,  (1986).

 

                                                           11

 

 

gelijkgesteld met de primitieven van Afrika dan

 

                                                           12

 

 

vergeleken met de doorsnee Westerling,  al is die ook

gemiddeld niet zeer goed geïnformeerd en onderhevig aan heel

wat intellectuele dwaling en verwarring.

Veelal wordt de dialoog, voor zover men daarvan kan spreken,

tussen godsdiensten of  sekten als een ideeënstrijd

gezien. Men stelt geloofsbelijdenissen op, men vaardigt

wetboeken uit, men stelt beginselen voorop. Daarvan wil men

niet afwijken. Men wil gelijk hebben en veroordeelt alle

anderen. Meestal verwaarloost men daarbij het onderzoek naar

de oorsprong en wel de menselijke oorsprong van die ideeën.

Tenslotte is de islam ontsproten uit het brein van Mohammed.

Welnu hoe stond het met dat brein? Wat ging daarin om? Deze

vraag kunnen we nu eindelijk  beantwoorden, dank zij de

vooruitgang van de psychologie, de psychopathologie en de

psychofysiologie.

 

                                                           13

 

 

 

Eerste Hoofdstuk : Geschiedenis of mythe

Iedereen weet dat geschriften en traditionele verhalen over

beroemde of beruchte personen veel legende bevatten. Het is

soms heel moeilijk waarheid van leugen te onderscheiden. Zo

komt het, dat ook over Mohammed, alhoewel hij dan in de tijd

dichter bij ons staat dan een figuur als Christus en er

relatief veel meer over hem geweten is, toch een waas van

geheimzinnigheid blijft hangen. Zowel bij Jezus van Nazareth

als bij Mohammed zijn we slechts redelijk zeker over de

hoofdlijnen van hun bestaan. Als we heel streng willen zijn

kunnen we zeggen dat we alles wat we over deze twee figuren

met echte historische zekerheid weten rustig op een kleine

briefkaart kunnen schrijven.  Zaid ibn Thabit  suhuf

Dat komt omdat we buiten laattijdige en bevriende bronnen

eigenlijk maar over weinig of geen onafhankelijke

getuigenissen van tijdgenoten beschikken.

En toch hebben we de indruk dat ze ons zeer nabij zijn, soms

levendig voor ogen staan dank zij de schilderachtige en

menselijk rijke benadering in de talrijke tradities, die ons

werden overgeleverd. Natuurlijk werden beide figuren daarin

geïdealiseerd: wonderen en hoedanigheden werden hun

toegeschreven, om ze goddelijker of belangrijker te maken.8

 sira

Dat belet niet, dat bepaalde feiten, bepaalde verhalen toch

een stempel van authenticiteit dragen. Wie de negen

boekdelen van het werk van Al- Bukhari (a. 870)

doorleest, die vooral `hadiths' ofwel  gezegden van en over

Mohammed bevatten, heeft sterk de indruk dat ze voor een

groot deel authentiek zijn. We vinden daar alle details over

____________________

7 Gätje, p. 24: oorspronkelijk werd de koran vooral

gereciteerd, sommige delen werden opgeschreven. Mohammed had

een secretaris:   Zaid ibn Thabit (+ ÷655) die de

documenten verzamelde tezamen met de orale traditie; dit gaf

aanleiding tot het ontstaan van reguliere bladen

( suhuf).

8 Lammens (1910, p. 28, 33 en 50) is zeer negatief tegenover

de historiciteit van de hadith en de  sira

(levensbeschrijving) beweert zelfs dat ze gewoon verzonnen

werden om bepaalde passages van de koran te illustreren. In

elk geval bestond de regel, dat alles strikt moest

overeenkomen met de tekst van de koran. Hij hanteert daarom

het betwistbaar criterium, dat om waar te zijn een tekst

volkomen onafhankelijk moet zijn van de koran. We menen

echter dat Lammens hier overdrijft. Toch geeft hij toe:

"Cette collection renferme de nombreuses parcelles de vérité

historique, sans que nous possédions encore le secret de

faire le triage de l'alliage suspect" (p. 50). Aangezien het

hier gaat over dezelfde persoon en bron, begrijpt men niet

goed, waarom er totale onafhankelijkheid vereist zou zijn

als criterium om als historisch betrouwbaar materiaal

beschouwd te worden. Het criterium, dat hij hanteert, is dus

niet geschikt om echte duidelijkheid te scheppen.

 

                                                           14

 

 

Mohammed, niet alleen over zijn uiterlijk verschijnen, maar

ook over hoe hij zijn gebeden deed, hoe hij een bad nam,

wanneer en hoe hij zich waste, hoe hij zich gedroeg als

Aisha, zijn geliefde hoofdvrouw, maandstonden had, hoe Aisha

en hij zich na de geslachtsbetrekkingen wasten met het water

uit één pot en dergelijke.9  We krijgen ook een idee

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

____________________

9 Bokhari(2), I, p. 99.

 

                                                           15

 

 

over allerlei opvattingen en beslissingen van Mohammed, niet

alleen over dagelijkse en banale dingen, maar ook over de

grote beginselen van de islam. Natuurlijk vinden we er ook

een portie  mythologie in, zoals de wolf die spreekt, de

palmboom die begint te kreunen, zoals de wonderbare

vermenigvuldiging van voedsel en dadels, maar het is

eenvoudig om die verhaaltjes eruit te halen.

Maar waarom zouden de hadiths leugens bevatten als ze

ons  Mohammed afschilderen als een heel bijzonder

uitziend man zoals er geen andere te vinden was.10 Hij was

een man van middelmatige gestalte, breed geschouderd, die

dus een atletisch lichaamstype (mesomorf) had. Tussen de

schouders had hij het zogenaamde zegel van de Profeet: een

soort grote wrat als een duivenei, dikbehaard, en donkergeel.

11 Hij had grote handen en voeten, maar zacht aanvoelende

handpalmen, lange armen12 en stevige dikke kuiten. Wanneer

hij lang gestaan had, waren zijn voeten gewoonlijk opge-

zwollen.13 Hij had een groot hoofd, een dunne hals, een

breed voorhoofd, en een rond aangezicht. 14 Zijn gelaat was

niet erg wit, maar ook niet donker getaand, eerder iets

rozig. Daarin blonken grote zwarte ogen, die nochtans iets

rood hadden (ze waren ontstoken (conjonctivitis ?)  en

waterig).15 Zij werden overbrugd door lange wimpers en brede

wenkbrauwen,16 die bijna ineengegroeid waren. Een lange neus

en een brede mond zonder snor,17 hier en daar een grijs haar

onder de lip, dat hij trouwens rood kleurde, vloeiden over

in een dikke volle baard die zelfs zijn nek bedekte en

reikte tot aan zijn oren. De witte haren in zijn baard kon

men gemakkelijk tellen.18 - Een grijze baard kon men

namelijk rood, geel of blauw kleuren, maar niet zwart. Bij

de verrijzenis zal Allah diegenen die hun baard zwart

kleurden niet eens een blik gunnen, zei hij.19 - Zijn oren

waren goed ontwikkeld 20. Die kon men zien onder  het kort

golvende haar, dat niet te zeer gekruld en ook niet stijf

was. Hij was corpulent, en de borst en buik bereikten

ongeveer dezelfde prominentie.21 "Ik ben corpulent

geworden", zei hij, "dus doe mij niet teveel staan (qiyam),

niet teveel buigingen doen tijdens het gebed (raka) en niet

teveel prosternaties (sudjud)".22  Hij zweette zodanig dat

de druppels paarlen leken. Zijn

____________________

10 Ibn Sa`d, I, p. 493.

11 Ibn Sa`d, I, p. 485; I, p. 186.

12 Ibn Sa`d, I, 489.

13 Ibn Sa`d, II, p. 260.

14 Ibn Sa`d, I, p. 489.

15 Ibn Sa`d, I, p. 487.

16 Ibn Sa`d, I, p.486.

17 Ibn Sa`d, I, p. 496.

18 Ibn Sa`d, I, p. 513.

19 Ibn Sa`d, I, p. 517.

20 Ibn Sa`d, I, p. 489.

21 Ibn Sa`d, I, p. 496 ss.

22 Ibn Sa`d, I, p. 496.

 

                                                           16

 

 

transpiratie had ook een eigen geur, sterker dan muskus.23

Zijn lichaam was behoorlijk behaard: er was haar op zijn

schouders, zijn armen en de uitstekende delen van de

borstkas; van af zijn sleutelbeen tot de onderbuik had hij

een brede strook beharing. Het leek wel een vertakte boom.24

Zijn oksels en zijn lenden waren wit. De beharing van de

schaamdelen epileerde hij met eigen hand.25 Zijn gang was

als van iemand die van een berg naar beneden stapt. Hij liep

enigszins gebogen.26 Ook zijn blik was meestal naar beneden

gericht. Als hij zich keerde, draaide hij heel zijn

lichaam.27 Hij sprak traag, met pauzes, zodat iedereen die

hem hoorde gemakkelijk kon onthouden wat gezegd werd. Zijn

stem was niet melodieus, doch eerder schril.28 Hij had een

slepende ziekte, en paste daarvoor zijn eigen medicatie toe:

aderlating met name via twee aders van de zijkant van de

hals en een in de achterkant van de nek, of in het midden

(?) van het hoofd. Mohammed raadde dit iedereen aan als een

remedie tegen hoofdpijn,  tandpijn, slapeloosheid en ziekte,

zelfs mogelijk geestesziekte.29 Hij leed dus periodiek aan

hoofdpijn.

 Hij zat gewoonlijk op zijn hurken. De maaltijd genoot hij

opgericht, niet liggend zoals de rijke lui. Hij had graag

kussens of een peluw van schapevacht. Hij voedde zich

hoofdzakelijk met brood, dadels en olijfolie, en soms vlees

(schapen, geiten en kamelen). Hij zou niet eten van als

aalmoes gegeven voedsel, alleen als het als geschenk werd

aangeboden. Hij reed gewoonlijk op een ezel of een witte

muilezel.30 Hij droeg gelapte schoenen, of simpele laarzen

en herstelde zelf zijn schoenen en lapte zijn kleren. Dat

belette niet dat er verteld wordt dat hij later eens een

kleed kocht ter waarde van 29 kamelen. Hij ging  zelf

winkelen. Zijn hemd was van katoen, - hij bezat twee groene

hemden, - toch droeg hij naast Syrisch bedrukt katoen ook

zuivere zijde. Een van zijn hemden kostte één gouden dinar.

Zijn hemd was eerder kort: vier ellebogen lang en twee

ellebogen en een hand breed. Zijn mantel was wit, rood of

saffraankleurig geel. Bij de intrede in Mekka droeg hij een

zwarte tulband. Hij deed zijn gebeden en had daarbij slechts

één kleed aan, nl. zijn slaapkleed, dat hij ook aanhield

tijdens de seksuele betrekkingen. Hij droeg het onder de arm

en dan over een schouder geslagen.31 Aan de vinger had hij

een zilveren zegelring met de inscriptie: Mohammed,

____________________

23 Ibn Sa`d, I, p. 484.

24 Ibn Sa`d, I, p. 484.

25 Ibn. Sa`d, I, p. 523.

26 Ibn Sa`d, I, p. 484.

27 Ibn Sa`d, I, p. 495.

28 Ibn Sa`d, I, p. 494 ss.: "He did not attune his voice to

 

pitches, but stretched his voice to some extent".

29 Ibn Sa`d, I, p. 521

30 Zijn ezel heette al-Yafur, zijn muilezel Duldul, en die

overleefde hem.

31 Ibn Sa`d, I, 534-561.

 

                                                           17

 

 

boodschapper van Allah. Hij was steeds zeer decent in zijn

algemene houding en zijn woordgebruik. Bepaalde uitingen van

Mohammed zijn

 

                                                           18

 

 

pittig en duidelijk, niet bedoeld om te stichten. Men sprak

bij voorbeeld in aanwezigheid van de Profeet over een man,

zeggende dat hij niet opgehouden had te slapen tot de

volgende morgen zonder op te staan om het gebed (de salat)

te doen. De Profeet antwoordde daarop: "De duivel heeft hem

in het oor gepist".32  Hij had een zacht karakter, was nooit

brutaal of hard. Hij was eerder verzoenend en

vergevensgezind. Hij maakte geen lawaai op de markt. Hij zei

nooit neen; hij zei ofwel ja, ofwel zweeg hij.33 Als er iets

lachwekkends werd gezegd, glimlachte hij eerder.34 Hij zou

nooit iemand of iets geslagen hebben behalve wanneer hij

ging vechten voor Allahs zaak.35 Zijn wapens waren afkomstig

uit de buit. Zo was er zijn zwaard (dhu al faqar) met

zilveren hecht, buitgemaakt in de slag bij Badr, een schild

met de afbeelding van de kop van een ram, buitgemaakt op de

Kainuka-joden en een drietal bogen en speren van dezelfde

oorsprong.36 De  woningen van zijn vrouwen waren

opgetrokken uit gedroogde bakstenen, de binnenmuren

bestonden uit palmtakkenloof, bepleisterd met aarde; voor de

deur hing een zwart haren gordijn.37  Dat is het beeld dat

de traditie ons van Mohammed achterliet, en we zien niet in

waarom het onbetrouwbaar zou zijn.

Als we geschiedenis bestuderen, dan maken we eerst een

studie van de bronnen. Wij vragen ons af: Over welke bronnen

beschikken we, hoe betrouwbaar zijn ze? Over Jezus van

Nazareth en over Mohammed beschikken we niet over directe

echt historische rapporten, slechts over nadien opgetekende

orale tradities van gelovigen. Het is alsof we in een

assisenproces alleen beschikten over getuigenissen ten

ontlaste van vrienden en kennissen van de verdachte zoals

die in de krant worden weergegeven. Dat wil natuurlijk niet

zeggen, dat daarin ook niet veel waarheid kan schuilen. Het

probleem ligt alleen in het toetsen van het

waarheidsgehalte.

De traditionele historische kritiek en  tekstkritiek

beschikt over een zekere ervaring met historische teksten.

Zelden komt men echter tot definitieve besluiten; men blijft

veelal achter met ernstige twijfels, die men dan naar gelang

de persoonlijke aanleg en voorkeur zal beslechten. Daarom

waren historische studies dikwijls vrijblijvend, en gaven

zij soms zeer uiteenlopende visies op de personages die zij

behandelden. Bovendien zijn er in de godsdienstige figuren

zoals Christus of Mohammed steeds twee aspecten: er is het

historische en er is het gelovige aspect. De Christus of

Mohammed van het geloof is niet de Christus of Mohammed van

de geschiedenis. De gelovige transformeert immers het object

van zijn

____________________

32 Bokhari(2), I, p. 371.

33 Ibn Sa`d, I, p. 425.

34 Ibn Sa`d, I, p. 484-495.

35 Ibn Sa`d, I, 432.

36 Ibn Sa`d, I, 580.

37 Ibn Sa`d, I, p. 429-593.

 

                                                           19

 

 

geloof tot een ideaal, zoals hij dat zich voorstelt of

droomt. Zo werd de Christus van het geloof het zoeterige

Heilig Hart en de hemelse bruidegom voor de kloosterzusters,

terwijl de historische Christus integendeel droomde van de

bloedige en definitieve vernietiging van het Romeinse Rijk.

 Mohammed werd de wijze wetgever, de schrandere

diplomaat, de geniale legeraanvoerder, en vooral de Grote

Profeet. In de moslimfolklore is er het getuigenis van de

gazelle, de wolf, de salamander, de kat, die spreken of

getuigen voor de Profeet. Hij is de zoete prins, de

bruidegom, de wolk van barmhartigheid, het zegel van het

profetendom; hij verenigt het wetgevend gedrag van Mozes met

de beminnelijkheid van Jezus om zo een model te zijn voor

het mensdom. Tot diep in de moderne tijden was Mohammed ook

een soort incarnatie van de duivel, een pseudoprofeet, een

bedrieger. In de christelijke literatuur werd Mohammed

bovendien voorgesteld als oorlogs- en roofzuchtig en

seksueel bandeloos. Christelijke auteurs leggen de nadruk op

het feit dat hij ` ummi' was, een ongeletterde,

gemakkelijk misleid door twijfelachtige godsdienstige

personen, joodse en christelijke

ketters.38 djinn djahannam sura Moslims

argumenteerden daartegen:  Was Mohammed een ongeletterde,

dan was de goddelijke oorsprong van de koran bewezen, want

alleen God kon hem dan geïnspireerd hebben.39 In de moderne

tijden kwam een ander beeld van Mohammed op de voorgrond:

Mohammed was de veroveraar, de wetgever, de bescheiden en

tegelijk fanatieke priester.  Voltaire schilderde hem zo

af, terwijl hij eigenlijk de geestelijkheid van zijn tijd

viseerde.40 Mohammed werd ook voorgesteld als de profeet-

moordenaar41 en tegelijk de edelmoedige verzoener.42 Was hij

dat ook in werkelijkheid?

 

Wil men nu min of meer de zuivere waarheid benaderen, dan

zijn er technieken en methodes nodig die ons toelaten met

een grotere relatieve zekerheid te opereren.

In de psychologie zijn recent twee methodes van onderzoek

ontwikkeld die niet helemaal nieuw zijn, maar die,

nauwkeuriger en met meer inzicht toegepast, toelaten met

grotere zekerheid en wetenschappelijkheid te werk te gaan.

 

De eerste methode steunt op de verworvenheden van de

 psychopathologie. Deze is een wetenschap die de

symptomatologie van de geestesziekten beoogt te

classificeren en ze beschrijvend te identificeren. Na een

zeer vroege aanzet in de Griekse Oudheid, waaraan ze een

deel van haar terminologie trouwens te danken heeft, werd

____________________

38 s.v. Muhammad, The Encyclopedia of Islam, p. 376-384.

39 Tabari, p. 50.

40 Voltaire,  Fanatisme ou Mahomet le Prophète, werd

vertaald door Goethe.

41 Rodenstedt Fr., Liedern der Mirza Shaffy, 1851.

42 Boulainvilliers, La vie de Mahomet, Londen, 1730.

 

                                                           20

 

 

zij vooral ontwikkeld in de late 19e en

 

                                                           21

 

 

begin de 20ste eeuw. In de Oudheid kende men al

geestesziekten als de  epilepsie, de manie, de

 paranoia. Het is nochtans pas in de 20ste eeuw en dan

vooral na 1950 dat de psychopathologie een degelijke

wetenschap werd. Deze wetenschap is totaal onafhankelijk van

oude teksten en oordeelt volgens hedendaagse criteria.43 Zij

kan dus als een onafhankelijke maatstaf gehanteerd worden.

Als in oude teksten syndromen worden beschreven, die, hoewel

toentertijd onbegrepen, voor ons identificeerbaar zijn

doorheen de soms onhandige verwoordingen van de tijdgenoten,

dan zijn we zeker dat deze getuigen iets beschreven dat ze

in werkelijkheid hadden gezien. Een heel treffend voorbeeld

is de merkwaardige en heel nauwkeurige beschrijving van een

kinderlijke  epilepsie in het evangelie van

Marcus.44  Het `door de duivel bezeten' kind leed aan een

complicatie van een perinatale oorontsteking, die een

 thrombo-flebitis in de hersenen veroorzaakte. Deze was

de rechtstreekse oorzaak van de epileptische toevallen. De

tekst van Marcus geeft alle details om een dergelijke

diagnose te stellen: niet alleen de volledige symptomatiek

van een epileptische aanval wordt correct vermeld, nl. de

initi‰le kreet, de stuiptrekkingen, het  schuim op de

mond, en tenslotte de  cyanose of het blauw of lijkbleek

worden, maar ook de etiologische elementen ontbreken niet:

van bij de geboorte leed het kind aan bewustzijnsverlies

(het viel zomaar in het water of in het vuur), het was

doofstom (wat wijst op een oorontsteking).

 Voor historische personages worden rechtstreekse

getuigenissen veelal vervangen door onrechtstreekse

tradities, die bij het overleveren bepaalde transformaties

hebben ondergaan. Dit maakt de taak van de historicus

____________________

43 DSM3 is een modern handboek dat een eenvormige

terminologie en classificatie beoogt van de geestesziekten:

Volledige titel: Diagnostic and Statistical Manual,

uitgegeven door de American Psychiatric Association.

44 Somers (1986), p. 64-66. Mc. 9, 14-29: "Een uit de

menigte gaf hem ten antwoord: `Meester, ik heb mijn zoon

naar U toe gebracht omdat hij in de macht is van een stomme

geest. En waar deze hem overweldigt, werpt hij hem tegen de

grond, en de jongen krijgt het  schuim op de lippen,

knarsetandt en wordt helemaal stijf..'. Ze brachten hem bij

hem (Jezus), maar zodra de geest Hem zag, liet hij de jongen

stuipen krijgen; deze viel neer en rolde over de grond met

het  schuim op de lippen. Jezus vroeg aan de vader: `Hoe

lang heeft hij dit al?' Deze antwoordde: `Vanaf zijn

kinderjaren. Hij heeft hem ook dikwijls in het vuur en in

het water geworpen om hem te doden...' Toen Jezus zag dat de

mensen te hoop liepen, gebood hij op strenge toon aan de

onreine geest: `Stomme en dove geest, Ik gelast je, ga uit

hem weg...' Onder geschreeuw en hevige stuiptrekkingen ging

hij uit hem weg; de jongen zag eruit als een lijk, zodat de

meesten dachten dat hij dood was. Maar Jezus vatte hem bij

de hand en richtte hem op".

 

                                                           22

 

 

bijzonder complex en delicaat, want nu moet hij ook kunnen

onderkennen op welke wijze en in welke mate bepaalde

tendensen de gegevens vervormd hebben. Natuurlijk bestaan

hier ook bepaalde gewoonten: schandalige, aanstootgevende,

minder fraaie elementen worden verdoezeld; wonderen,

verbazingwekkende evenementen worden verdicht, bijgevoegd en

verzonnen, soms met ergens een basis in de werkelijkheid, en

dat

 

                                                           23

 

 

maakt het niet altijd gemakkelijk. De ervaring heeft ons

geleerd een deel van deze elementen wegens bepaalde

kenmerken onmiddellijk als verzonnen te catalogizeren,

terwijl andere elementen de kenmerken vertonen, die ze ons

als eventueel authentiek kunnen laten herkennen. Zo zijn er

in bepaalde wonderverhalen een aantal clichés, die

onmiddellijk duidelijk maken dat het om vervalsingen gaat,

zoals het stralend witte licht bij de verschijningen van

engelen.45 Anderzijds zijn er soms details vermeld, die

wegens hun concrete irrelevantie alleen kunnen stammen uit

rechtstreekse waarneming. Het epileptische kind bij Marcus

krijgt een crisis bij de ontmoeting met Jezus. En dat is een

element waarin de deskundige onmiddellijk het ware karakter

van die  epileptische crisis erkent: zij wordt uitgelokt

door een emotionele gebeurtenis zoals de confrontatie met

een onbekende profeet.46

Uit ervaring weet een deskundige welke elementen speciaal

herinnerd en opnieuw vermeld worden door een echte getuige,

en welke als ingebeeld moeten worden beschouwd. De zekerheid

van dit inwendige criterium is weliswaar niet zo groot als

de zekerheid van het uitwendige criterium der

psychopathologie, toch laat het soms toe heel scherp

onderscheid te maken tussen verscheidene verhalen.

Men weze gewaarschuwd tegen een eigenaardige wijze van

redeneren van bepaalde `geleerden', hetzij historici, hetzij

medici. Zij gaan ervan uit dat de ons bewaarde tradities

vrij laattijdig opgetekend werden, dat zij moeilijk te

controleren zijn, en dat sommigen duidelijk behoren bij de

mythologie. Op basis van dergelijke onzekere gegevens een

diagnose opstellen lijkt zuivere onzin. En dus, zeggen ze,

kan een diagnose geen enkele wetenschappelijke waarde

hebben. Zij vergeten daarbij dat zij zelf uitgaan van een

onbewezen en betwijfelbare stelling, namelijk dat alle

gegevens in de bronnen onjuist en onbetrouwbaar zouden zijn.

En vanuit dergelijke  onbewezen stelling trekken zij hun

conclusie. Met een dergelijke valse redenering kan men

natuurlijk onwetende en onnozele lezers om de tuin leiden.

Want waar gaat het om? Ten eerste bewaart de traditie een

aantal al dan niet betrouwbare gegevens, dat is een

onomstootbaar feit. Ten tweede beschikt de moderne

wetenschap over een grote informatie betreffende allerlei

ziekten. Die informatie-elementen noemen we symptomen. Deze

bundelen zich in syndromen. Als een arts een diagnose stelt,

dan tracht hij doorheen de symptomen het syndroom te vinden

dat onthult met welke ziekte hij te doen heeft. Tot onze

verbazing stellen we nu vast, dat de feiten die de tradities

ons overleveren nauwkeurig overeenkomen met de in de moderne

wetenschap gekende symptomen en syndromen. Welnu als deze

tradities zo exact de feiten schilderen, DAN ZIJN ZE OOK

BETROUWBAAR. Het bewijs

 

____________________

45 Undeutsch, p. 52-66.

46 Somers (1986), p. 64-68.

 

                                                           24

 

 

van hun betrouwbaarheid wordt geleverd door hun strikte

overeenkomst met de moderne wetenschappelijke criteria. En

op die betrouwbare gegevens kan men een diagnose vestigen.

In de logica noemt men deze procedure inductie. Het is door

inductie, die uitgaat van de feiten, dat de wetenschap

opgebouwd wordt. (Meestal gebeurt dat niet door deductie die

uitgaat van abstracte beginselen.) We vertrekken dus van de

zekerheden van de moderne wetenschap, die symptomen en

syndromen kent als indiciën van ziekten. Vanuit dat zekere

criterium beoordelen we de gegevens van de traditie, om vast

te stellen dat ze volmaakt overeenkomen, en DUS betrouwbaar

zijn.

 

Gewapend met deze supplementaire criteria zullen we nu

vragen tegemoet gaan als:  Wat bewoog Mohammed om te worden

wat hij geworden is? Welk psychisch proces heeft zich bij

hem voltrokken en wat is de juiste aard van dat proces?

Mohammed is een figuur, tegenover wie men niet onverschillig

blijft, ook niet als men geen Arabier is. Hij incarneert een

Godsgeloof, een moraal, een levensbeschouwing, een brok

cultuur, die enerzijds in het verlengde liggen van de joodse

en de christelijke godsdienst en anderzijds er zich scherp

van onderscheiden, en dat op essenti‰le punten.

Men zal tevergeefs de verklaring zoeken van Mohammeds

invloed in zijn leer : ook de joden kenden het

 monotheïsme, ook zij kenden de  polygamie, joden en

christenen bezaten heilige boeken, waaruit zij wijsheid

putten, de christenen geloofden in een uiteindelijk

 laatste oordeel, in een  hemel en een  hel. Het is

slechts als Mohammed verklaart de engel  Gabriël gezien

te hebben, een openbaring gekregen te hebben en tot Profeet

bevorderd geweest te zijn, dat er beweging en reactie komen

in zijn volk.

Net als  Jezus van Nazareth wordt hij in den beginne

aangezien als een krankzinnige, bezeten door de duivel of

door een  djinn.47 Sommigen noemen hem een waarzegger of

een tovenaar.48  madjnun   kahin   sahir

____________________

47 Sura 68, 51: ( Sura betekent hoofdstuk) "Zij die

ongelovig zijn zouden u haast omverwerpen door hun blikken,

wanneer zij de Maning horen, terwijl zij zeggen: `Hij is

waarlijk een bezetene'"; Sura 15,6: "En zij zeggen: `O gij

op wie de Maning is neergezonden, gij zijt waarlijk een

bezetene'".

De  djinns worden als volgt beschreven in de koran: Sura

7, 179: "En voor  Djahannam hebben wij geschapen velen

van de djinns en de mensenkinderen, welke harten hebben,

waarmede zij niet verstandig denken, en welke ogen hebben,

waarmede zij niet zien, en welke oren hebben, waarmede zij

niet horen". Allicht doet die terminologie ons denken aan de

typische woorden van Christus: "Zij die oren hebben, om te

horen..."  Mt. 13,43.

48 djinn-bezetene:  madjnun waarzegger:  kahin

tovenaar:  sahir.

 

                                                           25

 

 

Meer nog: in het allereerste begin twijfelt Mohammed aan

zichzelf en staat hij op het punt zelfmoord te plegen. Hij

gelooft in de djinns en neemt aan dat zij die waan

veroorzaken.49  djinn. Zoals Jezus in de woestijn maakt

hij een crisis door. Zoals Jezus doorstaat hij deze crisis,

herwint zijn zelfvertrouwen en

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

____________________

49 De  djinns komen veelvuldig voor in de eerste sura's

van de koran.

 

                                                           26

 

 

predikt zijn uitverkiezing. Jezus predikt de komst van het

Rijk Gods, want hij is de  Mensenzoon, Mohammed predikt

de openbaring van de koran, want hij is de Profeet. En dat

was nieuw.

Steeds weer zien we in de geschiedenis van de godsdienst dat

er profeten opstaan, die beweren dat ze een zending gekregen

hebben van God zelf : Abraham, Mozes, Isaja, Jeremia,

Ezechiël, Daniël, Henoch, Jezus, Baruch, Ezra, Johannes,

Mohammed en dichter bij ons Swedenborg,  Smith, Lou de

Palingboer en vele anderen.50 Tegelijk groeit het besef dat

voor een deel van deze `roepingen' een  psychopathologische

verklaring voor de hand ligt. Het is immers een vast gegeven

van de psychopathologie dat de geestesziekte zich dikwijls

manifesteert door de plotse openbaring aan de betrokkene van

een wereldwijde roeping door God zelf. Deze kan gepaard gaan

met visioenen, met het horen van stemmen, met het ontvangen

van bevelen. Kortom, het is voor de betrokkene, maar ook

voor diegenen, die hem omringen, een fantastische,

sensationele belevenis.  Om een voorbeeld te kiezen dat

dichter bij ons ligt, Emmanuel  Swedenborg (1688-1772),

natuurvorser en technicus, krijgt op 57-jarige leeftijd

hallucinaties en waanideeën. Hij vertelt over zijn omgang

met engelen en geesten. "Het was mij toegelaten met engelen

om te gaan en met hen te spreken van man tot man, en zo te

zien wat er in de hemel en de hel is, en dat nu al dertien

jaar;  en wat ik gehoord en gezien heb is mij toegelaten te

schrijven."51 Sinds 1736 beleeft Swedenborg visioenen in

waaktoestand, sinds 1744 Christusvisioenen en in 1745 krijgt

hij de overtuiging dat hij volledig verkeer heeft met de

wereld der geesten. Hij wint meteen miljoenen volgelingen.

Algemeen wordt hij door de wetenschappelijke wereld al

spoedig als geesteszieke aangezien, meer bepaald als een

paranoialijder.52

Maar niet alle profeten worden zo vlug herkend als zieken.

De boodschap van  Henoch, de vermoedelijke Leraar der

gerechtigheid voor de sekte der  Essenen (÷ 100 v¢¢r

Chr.), verschilde niet veel van die van Swedenborg. Ook hij

mocht zien wat in de hemel en de hel gaande was, hij werd

door engelen begeleid doorheen het heelal en had een

____________________

50 Eigenlijk Svedberg, cf. Kant, p. 975. Cf. ook: K.

Jaspers, Strindberg et van Gogh, Swedenborg, H"lderlin.

Etude psychiatrique comparative. Parijs, 1953.

51 Swedenborg, I,2.

52 Kant, II, 969 en 975; Lange-Eichbaum, p.434-437. Paranoia

is een vrij zeldzame psychose, die zich meestal rond de

veertiger jaren manifesteert door waangedachten. Veelal gaan

die gepaard met auditieve en visuele hallucinaties. De zieke

hoort stemmen bijv. die hem bevelen geven. Zeer dikwijls

komt er nog een vervolgingswaanzin bij. De parafrenie is een

variante van de paranoia. Hier komen de hallucinaties

uiterst zelden voor, mogelijk is er alleen een

beginhallucinatie, maar ligt meer de nadruk op de fabulatie,

veelal met genetische inslag. Cf. Ey.

 

                                                           27

 

 

ontmoeting met God, waarin hij vernam dat hijzelf de

Uitverkorene was.53  Hij beleefde zichzelf als de

 Mensenzoon die alle bozen zal oordelen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

____________________

53 Somers (1990) , p. 129-136; Somers (1986), p.80-83.

 

                                                           28

 

 

 K.  Jaspers, de psychopatholoog en fenomenoloog,

beschreef heel nauwkeurig de typische belevenissen van

dergelijke zieken: het zijn metafysische

openbaringsprocessen met kosmische draagwijdte die zij

ervaren. De zieken maken enorme revoluties mee. De hele

geschiedenis van het mensdom wordt herbeleefd. De zieke

speelt de hoofdrol, doorkruist het heelal, wordt belast met

een immense taak.54

Alle profeten zijn diep overtuigd van de belangrijkheid van

hun zending. Allen zijn zij sensationeel, omdat zij

fantastische openbaringen doen, die zij onmiddellijk van God

ontvingen. Allen zijn zij egocentrisch.

Mohammed en Jezus van Nazareth delen beiden in die sfeer.

Beiden werden belast met een immense taak en een grote

waardigheid, en dat door God zelf. Dat feit staat vast. Geen

onderdeel van de traditie is te verklaren, indien we niet

aanvaarden dat dergelijk geloof de basis was van hun gedrag.

Dit is een eerste gegeven, dat we als historisch kunnen

beschouwen en  dat als basis kan gelden voor elk verder

onderzoek. Zowel Mohammed als Jezus leven vanuit een

overtuiging, de eerste dat hij de Profeet is van Allah, de

andere dat Hij de Mensenzoon is, de Christus.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

____________________

54 Jaspers, 1948, p. 238, p. 247-248.

 

                                                           29

 


Naar tweede hoofdstuk : De berooide wees

De berooide wees


Back to Home page :

Homepage of the Psychological Laboratory (Leuven)