Jehovah’s Witnesses study the Bible as a document written by God himself. They interpret the text quite literally without true knowledge of the literary and historical context. This method is traditionally fixed as a current method in the middle Ages, and particularly since Luther claimed that anyone was competent to interpret the Bible. Of course this was not a warrant that these interpretations would be safe and truthful. After the birth of a number of sects, also Ch. T. Russell, a merchant, started to preach a doctrine, which he found first with the Adventists. This doctrine is centred round the Second Coming of Christ at the end of times. He thought he could compute the date from the text of the Bible. 1914 was the first date, than all faithful would be abducted to the heaven. This was an error. After that the witnesses had other dates such as 1975. None was true.



The study about Jehovah's Witnesses, their origin and history, was published in Dutch: Jehova's Getuigen.
Naar het einde van de wereldchaos. Antwerpen, Hadewijch, 1995.


Jehovah's Getuigen


Woord vooraf en inleiding


Wie schrijft over de Getuigen van Jehova schrijft in eerste plaats over mensen. Naast de organisatie en haar gedachtegoed, gegroeid uit een lange evolutie, gesproten uit een verleden dat reikt tot in de vroege eeuwen van de christenheid, blijven er nu over de hele wereld enkele miljoenen mensen hopen op een terugkeer van de Heer die voorgoed een einde zal maken aan het rijk van de Satan. Ongetwijfeld zijn daar veel eerlijke en goedmenende mensen bij, die met een vast geloof en grote toewijding deelnemen aan die verwachtingen.

Getuigen van Jehova worden niet graag een sekte genoemd. Als men sekte verstaat als een afgezonderde of afgescheurde groep, die eens deel uitmaakte van een ruimere godsdienst, dan zijn zij een sekte geworden wanneer de stichters zich afscheurden van de Protestantse kerken. Als men het woord sekte gebruikt als synoniem voor het Amerikaanse cult, - wij zouden in navolging van de Amerikanen ook het woord cult kunnen gebruiken, - dan worden ze onterecht ingeschakeld in die zeer onconventionele godsdienstige groepen, die zich sterk afzetten tegen de meer traditionele godsdienstinstituten. In de oorspronkelijke zin van het woord sekte was het eerste christendom ook sektevorming tegenover de joodse godsdienst, zo waren de Protestantse kerken ook sektevorming tegenover de Katholieke Kerk, en binnen de Protestantse kerken ontstonden vele afzonderlijke groepen, die men ook sekten kan noemen, enzovoort. Sekte is dus een gemakkelijk woord om gelijk welke ietwat speciale godsdienstige groep aan te duiden. In die zin gebruiken we dan ook het woord.(1) Vrij recent is het woordgebruik geëvolueerd, het woord sekten betekent nu veelal meer, zoals culten, alle speciale recente godsdienstige groepen zoals de Unification Church (Moon-sekte), de Hare Krishna, de Children of God, de Scientology Church, e.a., terwijl in het meer algemene woordgebruik het woord sekten ook de verschillende meestal Protestantse groepen aanduidt, zoals Presbyterianen, Baptisten, Methodisten, Amish, Mormonen, Getuigen van Jehovah, enz. Veelal worden die samengevat onder de noemer Protestantse kerken, al is dat woordgebruik ook niet helemaal waarheidsgetrouw. Men kan niet spreken van verschillende godsdiensten, veelal zijn zij immers van christelijke oorsprong. Het woord godsdienst, dat te algemeen is, wordt dan beter vervangen door het woord belijdenis. Dan legt men de nadruk op de leer en opvattingen van elke groep. Er is dus een soort dubbelzinnigheid in het karakteriseren van een groep als een sekte. Wij gebruiken het hier in deze tekst als een gemakkelijk woord om allerlei verschillende groepen en belijdenissen te noemen, soms hebben we om de duidelijkheid het woord cult gebruikt, of het woord belijdenis.

Elke ietwat speciale godsdienstige overtuiging wekt niet alleen belangstelling en verwondering, maar ook soms afkeer en verwerping. En dat des te meer naarmate de opvattingen en het gedachtegoed verschillen van de overheersende traditie. Elke nieuwe sekte moet voor de dag komen met originele openbaringen, een nieuwe exclusieve kijk op de werkelijkheid, zijn eigen gepatenteerde Coca-Colaformule (Brooke).(2) Zolang dit alles binnen bepaalde perken blijft zal niemand in een klimaat van verdraagzaamheid zich grote zorgen maken. Toch zijn er hevige reacties gegroeid, die ontstonden toen het duidelijk werd, dat er ergens limieten werden overschreden. Reeds vroeg was dat het geval bij het ontstaan van Jehova's Getuigen, maar deze reactie werd aangewakkerd en geactiveerd, wanneer er in Amerika een plotse bloei kwam van de meest verscheidene culten. Het was duidelijk dat er slachtoffers vielen ten gevolge van de activiteiten van bepaalde religieuze groepen. Omdat er o.a. veel gelijkenis is met het drugprobleem kan niemand die ooit in contact kwam met zulke slachtoffers onverschillig blijven toezien, want er zijn slachtoffers en uitbuiters. Er zijn ook heel veel onopgeloste vragen. In een geest van strikte objectiviteit probeerden we ze successief te benaderen in de hoop ergens klaarheid te scheppen.
Ik dank hier al diegenen die mij hielpen door hun opmerkingen. Ik dank ook Jehova's Getuigen, die mij hielpen door documentatie ter mijner beschikking te stellen.



Inleiding

 


"Laat ons gerust"

 


Eens belde aan mijn deur een jong en mooi meisje. Ze was twintig. Ze was secretaresse. Ik liet ze binnen. Ze vertelde me hoe ze Getuige van Jehova was geworden. Ze was nu pas gedoopt. Ze was vol ijver. Want ook zij had de opdracht gekregen huis aan huis rond te gaan om de goede boodschap te brengen. Voordat ze haar lesje ging opzeggen, had ik gedurende enkele minuten met haar een menselijk gesprek kunnen voeren. Ze vertelde me, dat ze wees was vanaf haar eerste jeugd, en gedurende die tijd eigenlijk geen houvast meer gevonden had. Ze was bezig geweest met allerlei vragen over godsdienst en over God en ze had nergens de steun en het licht gevonden dat ze nodig had. Ze had ook nooit diepgaand onderwijs genoten en de studie was bij haar stiefmoederlijk behandeld. Nu was ze overgelukkig, omdat ze eindelijk, naar ze dacht, zekerheid had. Ik nodigde ze uit om verder te praten over de Bijbel en aanverwante vragen, o.a. ter gelegenheid van het verschijnen van mijn werk: Toen God sliep, schreef de mens de Bijbel. De Bijbel belicht door een psycholoog.

Bij een volgend bezoek van de Getuigen, voor de gelegenheid een viertal, kwamen er twee bij mij, maar zij ging verder doorwandelen. Lang nadien kwam ze weer in gezelschap van een man en een vrouw. Alhoewel het regende, kwamen ze niet binnen. Ze kwamen mij uitnodigen om naar hun vergadering en lezing op Zondag te komen. De man in het gezelschap was duidelijk een ouderling. Dat bleek al onmiddellijk uit zijn autoritaire wijze van spreken. Ik had al verscheidene keren laten horen, dat ik alléén wilde praten met één enkele Getuige, en niet telkens met een door een ander gecontroleerde Getuige. Want de enige met wie ik gedurende enkele minuten een normaal gesprek had gevoerd, kwam niet, niettegenstaande herhaalde uitnodigingen. Hardnekkig kwamen ze telkens met twee of drie. Telkens als er Getuigen bij mij kwamen, had ik ze binnengelaten. Zij hadden getrouw hun les opgezegd en lieten ook telkens een of ander druksel na: de Wachttoren of zelfs een boek. Geen van allen mocht blijkbaar lang blijven en een discussie aangaan. Ik had ze geconfronteerd met moeilijke plaatsen in de Bijbel en met de evidentie dat ze een valse naam gebruikten voor Jahwe. Jehova is namelijk een foutieve versie, die vroeger wel gebruikt werd, doch nu helemaal verworpen is. E‚n zaak werd geleidelijk duidelijk: zij antwoordden altijd van uit een aangeleerd systeem, zonder dat gelijk welk redelijk argument daar enige vat op kon hebben. Omdat ik zelf een paar werken had geschreven over de Bijbel, kon ik hun gemakkelijk te woord staan en tonen dat ze zelfs de meest elementaire dingen over de Bijbel niet eens wisten of er nooit hadden over horen spreken. Ze bleken helemaal geen belangstelling te hebben voor echte bijbelwetenschap. Die werd gewoon afgewezen; alleen de leer van de Wachttoren, het magazine van de Getuigen, bevatte volgens hen de enige en juiste waarheid, die rechtstreeks van God kwam.

Tegen zulk een koppige stellingname kon ik zelfs als psycholoog niet op. In de hoop toch ergens tot een menselijk en verstandig gesprek te komen, werden ze steevast uitgenodigd terug te keren. Nooit kwamen dezelfden terug. Telkens kwamen anderen. Mijn eerste pogingen waren er op gericht ergens een menselijk contact te krijgen. We zouden dan kunnen ervaren, wie deze mensen waren, hoe ze dachten en voelden, en we konden dan pogen ze misschien te helpen, als ze dat verlangden. Toch ervoeren we heel vroeg, dat dit niet de geschikte methode was. Zij werden immers gewaarschuwd tegen niet slechts alle bijbelstudie door anderen, doch ook alle opvattingen die men kan vinden in kranten, alle politiek, alle goede raad die competente lui hun konden geven, kortom alles wat niet direct van de Wachttoren kwam. Al dat andere was des duivels. Als ik met ze wou praten dan kon ik dus slechts een soort Satan in hoogst eigen persoon zijn, wiens eigenlijke bedoeling het was ze te misleiden. En daar praat men toch niet mee.

Ik stond voor een enigma. Op welke wijze kon ik een menselijk contact opbouwen met dergelijke lui, aan wie het bovendien verboden was te spreken met iemand die ze beter kon inlichten.

Nadien, bij het schrijven van dit werk, gebeurde het dat ik bepaalde informaties alleen kon bekomen via de organisatie zelf, zoals recente cijfers over haar publicaties. Telefonisch kwam ik terecht bij een ouderling of dienaar, zoals die nu heten. Onmiddellijk trof mij diezelfde autoritaire toon. Omdat ik voorzag, dat hij mij ging vragen waarvoor dat moest dienen, zegde ik hem onmiddellijk, dat ik een werk over de Getuigen aan 't schrijven was. Dadelijk kreeg ik het verwaten antwoord: "Maar wat weet gij over de Getuigen van Jehova? Wat wilt gij daarover schrijven?" Toen ik hem antwoordde, dat ik alleen correcte informatie zocht, kreeg ik het antwoord, dat zij daar niet op ingingen. "Gij zijt een schrijver, gij kunt van alles schrijven!" Ik deed hem opmerken, dat ik helemaal niet `van alles' wilde schrijven, maar juiste gegevens wilde. Toen kwam het antwoord: "We zijn voor televisie geweest, en alle gegevens komen van mensen die wij uitgesloten hebben wegens overspel. Allemaal leugens!" Toen vertelde ik hem nogmaals, dat ik geen leugens wilde verbreiden, doch juiste informatie. Toen kwam weerom het antwoord: "Wat kunt ge met die gegevens en cijfers doen, wat hebben de mensen daaraan?". Toen hij mij niet los geraakte, - ik stelde hem ook voor mijn werk met de Getuigen te confronteren, zodanig dat ze alle gelegenheid hadden mogelijke onjuistheden recht te zetten, - kwam het antwoord: "Gij moogt alles schrijven wat gij wilt". Nadat ik hem deed opmerken, dat zulke houding niet goed zou overkomen aangezien de Getuigen toch een publieke organisatie zijn, beloofde hij tenslotte iemand anders te raadplegen, en dat hij wel iets zou laten weten... Als men met dergelijke lui spreekt heeft men de indruk in een koude tocht te staan. Wij kondigen het Koninkrijk aan en de rest interesseert ons niet, dat verklaren ze. Daarover geen discussie. Vooral de ietwat plompe autoritaire houding valt op. Die kan indruk maken op onontwikkelde lui op intellectuelen niet.

Ieder die ooit getracht heeft met Getuigen te praten begrijpt mij als ik zeg dat men dikwijls de indruk heeft tegen een radio te praten. Men hoort woorden en zinnen, maar die worden nooit een echt gesprek.

Tegelijkertijd wilde ik zelf vaststellen wat er precies gebeurde in die vergaderingen. Op een Zondag toog ik er naartoe. Ik kwam terecht in een mooie, moderne en comfortabele zaal in het Koninkrijkshuis. Een tachtigtal personen, naast enkele kinderen een paar oudere en vooral individuen van twintig tot veertig jaar, allen netjes gekleed, kwamen stilaan de zaal binnen. Ik verklaarde mijn identiteit en mijn bedoelingen, en ik werd dadelijk welkom geheten. Een secretaris van de groep begeleidde mij naar mijn plaats, en er ontspon zich een vriendelijk gesprek. Er was een grote bereidwilligheid mij zelfs verder door te sluizen naar het nationale Bethel in België‰. Toen begon de zitting: een vreemde spreker zette gedurende een volle uur de doctrine uiteen: de wereld is ziek, zij is slecht, er is overal misdaad en oorlog, en ze wordt nog slechter: de ellende neemt toe. Denk maar aan de drugs. Dat kan maar verklaard worden doordat Satan door Christus uit de hemel op de aarde is geslingerd. De mens is niet in staat daaraan te verhelpen. Maar God zal er iets aan doen. Het zal niet lang meer duren: alle bozen zullen vernietigd worden, en wij zullen voor eeuwig in welzijn en welstand kunnen leven. Jehova's slaven (de nu nog levende Getuigen, die het jaar 1914 nog hebben beleefd en behoren tot de 144.000 uitverkorenen) zijn de gelukkigste mensen op aarde, en wij moeten dankbaar zijn, dat zij de schapen deelachtig maken aan de goede boodschap. Wij zien inderdaad dat overal het aantal Getuigen toeneemt over de hele wereld. Met de modernste middelen wordt die boodschap, overal dezelfde, verkondigd.

Tijdens het tweede uur werd een artikel uit de Wachttoren paragraaf per paragraaf voorgelezen, en na elke paragraaf werden vragen gesteld, waarop het antwoord natuurlijk in de tekst stond. De aanwezige Getuigen hadden die teksten op voorhand bestudeerd, en gaven dan elk het gewenste antwoord op de vragen die voorgelezen werden en die vooraf onder aan de tekst gedrukt stonden. Tussen de verscheidene delen van de samenkomst werd een lied gezongen en voor en na de vergadering werd een gebed gezegd tot Jehova. Achter aan de zaal is er een soort winkel, waar de geschriften van de Getuigen te koop zijn en waar bijdragen kunnen gedeponeerd worden. Verder worden de regelingen voorgelezen voor de velddienst, o.a. de straten die in aanmerking komen voor de deur-aan-deur-bezoeken. Alles ziet er erg onschuldig uit.

Opvallend is, dat er geen vragen gesteld worden, dat er geen discussie is, doch dat ieder precies zegt wat hij overigens in de tekst gevonden heeft, en wat van hem verwacht wordt. Het lijkt op een opvraging van de catechismus door de pastoor bij de voorbereiding tot de eerste communie. Ik herinnerde mij een vraag uit de Mechelse Catechismus: waarom worden engelen afgebeeld met vleugels? Antwoord: om aan te tonen met welke snelheid zij de geboden van God volbrengen. Vragen en antwoorden in de Wachttoren zijn ongeveer van hetzelfde allooi: waarom vinden velen God niet, ofschoon zij hem zoeken? Hoe vormde Jezus een schril contrast met de religieuze leiders van zijn tijd? Welke geruststellende verzekering geeft Jehova zijn dienstknechten met betrekking tot geestelijke overvloed? (3) enz. Uur na uur, vergadering na vergadering, wordt zo gememoriseerd wat de Wachttoren verkondigt. En dat is het, wat men te horen krijgt bij de verkondiging. Het was dus helemaal niet meer verwonderlijk, dat men zo moeilijk een discussie kon voeren met een Getuige. Hij kan niets anders dan antwoorden met de aangeleerde formules.

Bij een tweede bezoek aan de Koninkrijkszaal viel ik weer op die negatieve dienaar, waarop mijn aanwezigheid werkt als een rode doek op een stier. "Wat gij schrijft, interesseert ons niet; alles wat anderen schrijven interesseert ons niet, wij hebben onze eigen boeken. Wij zullen niet meewerken. Laat ons gerust. Ik zal Bethel verwittigen."

Daarna kreeg ik contact met de staf op het Belgische Bethel. Daar ontspon zich tot mijn stomme verbazing wel een gesprek. En zelfs een hoopvol gesprek. Zij stonden erop mij informatie te zenden uit eerste hand. De vragen die ik mij stelde, zouden nu misschien een antwoord krijgen.

Enkele dagen later kreeg ik een omslag. Daarin een exemplaar van de Wachttoren. Dat scheen hun medewerking... Na een lang telefoongesprek kwam de verrassing. Een belangrijk naslagwerk van 750 bladzijden, dat heel veel gegevens en foto's bevatte, en een overzicht van de hele geschiedenis van de Getuigen werd mij bezorgd. Met behulp van deze bron konden we talrijke precieze data aan onze tekst toevoegen.

Elke verantwoording van hun doctrine en hun actie sluiten de Getuigen gewoonlijk evenwel uit. Ieder begrijpt natuurlijk, dat ze niet staan te trappelen om doorgelicht te worden. Toch zou elk oprecht man het waarderen, indien hij gewezen wordt op dwalingen en fouten, waarvan hij trouwens zelf het slachtoffer is.

Mocht mijn tekst in handen vallen van simpele Getuigen, die hem trouwens misschien niet eens zullen lezen, dan kan ik voorzien, dat ze hem zullen aanzien voor een vijandig boek, dat tegen hen geschreven is, eerder dan een studie, die juist voor hen de achtergronden kan belichten van wat zij aanvaarden de waarheid te zijn. Teksten als deze versterken de leden nog in de mening dat Satan zelf ze bestrijdt. Zo sterk is de vervorming van hun perceptie. Daarom is het zeer moeilijk voor hen te schrijven. Zij weigeren gewoon elke informatie te aanvaarden die niet van de Wachttoren komt, alhoewel zij toch zouden moeten beseffen, dat dit werk geschreven is uit een diepgevoeld medelijden. Zij zijn immers slachtoffers.

Zij zullen menen, dat dit werk eigenlijk niet eerlijk is, dat het de lezers manipuleert vooral door te wijzen op de gelijkenissen van de Getuigen met andere meer moderne culten waartegen zij zich uitdrukkelijk afzetten, ook door alleen de Getuigen in focus te brengen daar waar ook de officiële Kerken gelijkaardige trekken vertonen. Zij zullen zich dan een beetje als zondebok behandeld voelen, terwijl ze toch trachten een respectabele kerk te zijn, die een ware godsdienst belijdt. Zo zullen de gelovigen zich voelen.

Wat zij niet weten, wat zij niet kennen zijn de achtergronden, historische en actuele, die de beweging kenmerken en de leiding inspireren. Dit werk tracht inzicht te verwerven en mee te delen in die verdoken tendensen en strategieën, waarvan de leden de onbewuste speelbal zijn. Het was ook niet mogelijk uitsluitend de Getuigen van Jehova te behandelen, alsof ze op een eiland ontstonden en leefden. Men kan ze maar begrijpen in de hele historische context, d.w.z. hun oorsprong vanaf de tekst van de Openbaring, de adventistische bewegingen, tot actueel de talrijke culten die ontstonden in Amerika. Zij delen in een actuele mentaliteit, in een huidige sfeer, waarvan zij zelf componenten zijn. Zij worden beoordeeld en begrepen vanuit de moderne inzichten in de psychologie en de sociologie.

Tegelijk stelde ik mij de vraag: hoe gelukte men er in mensen zo te programmeren, dat ze steeds dezelfde dingen vertellen, dat ze onbekwaam worden tot menselijk communiceren, dat ze ongevoelig worden voor de vreemdheid van hun eigen gedrag, dat ze ontoegankelijk worden voor de meest redelijke argumenten en voor de duidelijkste evidenties? Want, zoals zal blijken, is het vrij eenvoudig te bewijzen dat de doctrines van de Getuigen volkomen ongeloofwaardig zijn. Wat deed men hun om ze volkomen blind en doof te maken voor de meest elementaire feiten, ze tot een soort robots te maken, zodanig dat ze niet eens zien hoe dom en onjuist een aantal van die beweringen zijn? Van welke degraderende manipulatie waren zij het slachtoffer?


  1. In Amerika wordt het woord cult gebruikt in verschillende betekenissen. Soms kan cult gewoon betekenen: een systeem van geloofswaarheden en rituelen, soms meer pejoratief: een minoritaire religieuze groep die er een onorthodox of vreemd geloof op na houdt.( Ch. Clark, p. 388).
  2. Ch. Clark, p. 388.
  3. Wachttoren, 1 mei 1987, p.11.

Here are some links:


Back to Home Page


You can reach me by e-mail at: herman.somers@skynet.be