Hoogbegaafdheid


Hoogbegaafdheid, een probleem.


Woord vooraf

Wie meende dat hoogbegaafdheid een zegen was, heeft het verkeerd voor. Hoogbegaafdheid is een handicap. In een maatschappij waar de meerderheid relatief tot de hoogbegaafden minderbegaafd is, is het noodzakelijk de hoogbegaafde die in het ongelijk wordt gesteld. Het is de meerderheid die de publieke opinie vormt, het is de meerderheid die beslist over de wetgeving: de democratie is immers niets anders dan de tirannie van die meerderheid, en derhalve van de middelmatigheid. De hoogbegaafde is steeds de dupe. Hoogoriginele en waardevolle inzichten worden weg gebonjourd in de discussies, en vervangen door vooroordelen, oppervlakkige dogma's en taboes. Voor promotie in de geledingen van de staat en van de industrie komen alleen diegenen in aanmerking die best passen in de kaders die zij moeten opvullen, en dat zijn nu eenmaal niet de hoogbegaafden.

Hoogbegaafden worden veelal beoordeeld door minderbegaafden, en deze laatsten zijn de mening toegedaan dat zowel het oordeel als het gedrag van hoogbegaafden niet beantwoorden aan de gewone normen, of aan de normen die minderbegaafden passend en noodzakelijk achten. Voor vele hoogbegaafden begint de miserie al vanaf de prilste jeugd. Meestal kunnen ze al lezen en schrijven vůůr ze naar school gaan. En dan worden ze veroordeeld, om in het gezelschap van minderbegaafden en minderontwikkelden opnieuw te gaan leren wat zij allang kennen. Zij worden gedwongen hun vriendjes te vinden bij kinderen die geen interesse hebben voor meer geŽvolueerde onderwerpen. Zij voelen zich soms niet goed op hun plaats in de cohorte van de middelmatigen. Sommigen isoleren zich dan. Anderen worden gemeden en zoeken dan aansluiting bij ouderen, indien dat mogelijk is. Meestal zijn ze er zich helemaal niet van bewust welke de oorzaak is van een relatieve eenzaamheid, van een zeker gevoel van er niet bij te horen, van een gevoel zelfs minderwaardig te zijn en niet mee te kunnen met het sociale leven. Zij zitten niet op dezelfde golflengte, en zij zijn blij als zij toevallig stoten op een aangepaste toehoorder, iemand die hen begrijpt, geÔnteresseerd is in dezelfde dingen en vooral op dezelfde wijze de werkelijkheid benadert.

Door de systematische ontmoediging van hoogbegaafden gaat veel talent verloren en zo komt het dat de meest verantwoordelijke posten toevertrouwd worden aan minderbegaafden. Dit verwekt een langzame verloedering van alle mechanismen van de staat, van het gerecht, van de administratie. Scholen en universiteiten worden broedplaatsen voor middelmatigheid en conformisme. De ingewikkelde problemen, die ontstaan in een moderne maatschappij en vooral in een maatschappij, die geregeerd wordt door minderwaardige beginselen, kunnen niet meer adequaat opgelost worden, en die toestand brengt chaotische situaties voort.

Hoogbegaafden zijn een zeldzame rijkdom voor een land. In plaats van ze te elimineren dient men ze te cultiveren.

Inleiding

Bij de studie van de hoogbegaafdheid (hopelijk niet uitgevoerd door minderbegaafden) komen talrijke problemen aan de oppervlakte. Over een juiste bepaling van de hoogbegaafdheid zijn de experts het niet eens, sommigen willen alleen cognitieve hoogbegaafdheid in aanmerking nemen, anderen een veel ruimere gamma van begaafdheden, zoals talent voor kunst, muziek, en dgl. Voor weer anderen moet men de cognitieve hoogbegaafdheid uitbreiden met creativiteit, mogelijkheid om originele oplossingen te vinden en nieuwe aspecten van een probleem te behandelen, gepaard aan intellectueel dynamisme en soepelheid.

Sommigen beperken het aantal van diegenen die in aanmerking komen tot 1% van de populatie, anderen tot 5% of 10%, sommigen zelfs tot 20% of meer. Dat is duidelijk een misvatting. Echte hoogbegaafdheid is zeldzaam. En men moet onderscheid maken tussen de adequate zorg voor begaafden en meerbegaafden (20% van de populatie) en de erkenning van de echte hoogbegaafdheid (maximaal 1-2% van de populatie).

Een tweede probleem is het opsporen van een hoogbegaafde; een probleem dat moeilijker wordt naarmate het kind jonger is. Want het is belangrijk een hoogbegaafde reeds van in de wieg te herkennen, omdat men dan onmiddellijk weet welke moeilijkheden te verwachten zijn, hoe men het gedrag van het kind moet interpreteren en erop inspelen, hoe het kind begeleiden in zijn verdere ontwikkeling om die te optimaliseren.

Want dat is het derde probleem: een hoogbegaafde moet deskundig begeleid worden, wil men hem een harmonische ontwikkeling waarborgen. Het is niet vanzelfsprekend dat een hoogbegaafd kind beter presteert en harmonischer opgroeit dan zijn leeftijdgenoten. Integendeel, de uitzonderingspositie van een hoogbegaafde beÔnvloedt zijn hele psyche, zijn zelfbeeld en ook zijn imago voor de anderen. Hij is daarin niet anders dan om het even welke gehandicapte. Niet alleen zijn sociale positie, maar ook zijn intellectuele standing kan positief of negatief gericht worden. Veel hangt hier af van het milieu dat een hoogbegaafde omringt. Is dat sympathiek, begrijpend en bevorderend, dan wordt de kans groot dat een hoogbegaafd kind de beloften van zijn jeugd inlost. Is het vernederend, afstotend, belemmerend, dan kan veelal zelfs een hoogbegaafd kind niet veel anders dan blijvend vegeteren in een sfeer van mislukking.

Een vierde probleem is het feit dat de meeste echte hoogbegaafden volledig onwetend en onbewust zijn. Zij kennen hun mogelijkheden niet. Zij zien zich zelf met de ogen van hun omgeving, als min of meer oninteressante individuen, die niet meekunnen met de groep of apart zijn. Bij sommigen dreigt een heus minderwaardigheidscomplex: in de school zijn ze middelmatig. Franklin Roosevelt, John Kennedy, Winston Churchill, Einstein, Pasteur waren middelmatig in de examens. Werner von Braun, de raketspecialist, mislukte zelfs voor mathesis en fysica bij het hogeschoolexamen.(1) Andere beroemdheden die slechte leerlingen waren, zijn: Bismarck, Michelangelo, Newton, Darwin, Zola, Oscar Wilde.(2)

Daartegenover staan evenwel ook uiterst vroegrijpe jonge geesten: de mathematici Abel, Euler, Gauss, Galois, de fysicus Max Planck, Norbert Wiener die op 15 jaar afstudeerde aan de universiteit. Ook Einstein was vroegrijp, al werd hij nadien toen hij toegang vroeg tot de Polytechnische Hochschule van ZŁrich geweigerd, en verkreeg hij na zijn doctoraat geen academische job.(3) Vroegtijdige originaliteit toonden ook Mozart, Beethoven, Mendelsohn.(4)

Dergelijke feiten zijn verwarrend, omdat het zo verleidelijk is hoogbegaafdheid te verwisselen met uitstekende prestaties op school. Zelfs als men aan die verleiding niet toegeeft, dan is er nog het gevaar, dat men hoogbegaafdheid bepaalt als een uitmuntende uitslag op de intelligentietest. Men verwacht van een hoogbegaafd kind dat het vroeger dan zijn leeftijdgenoten rijpt, een paar jaar of meer vooruit is op de normale intellectuele ontwikkeling, dan uitzonderlijk presteert op school, en nadien op de universiteit, maar het is een feit dat zelfs velen van die veelbelovende leerlingen eigenlijk het niet zo uitzonderlijk ver brengen daarna.(5)

De zorg voor hoogbegaafden heeft veel geleden omdat de hoofdbekommernis het opsporen van genieŽn in spe was, meer nog het opfokken van genieŽn door intensieve zorgen. Voor Amerika was de Spoetnikervaring zo vernederend, dat plots een sterke beweging ontstond: niet alleen kwam er een brain-drain op gang uit Europa, maar ook een brein-jacht in het land zelf. En naarmate men begreep dat de opvoeding en de vorming een essentieel en onmisbaar deel waren van de breincultuur, ging men niet alleen die vorming richten naar hogere breinprocessen, maar haar ook versnellen, ontwikkelen en uitbreiden. Tenslotte kwam het er op aan de breincultuur te industrialiseren.

In Amerika gaf men er zich allengs rekenschap van dat de scholen op een te laag peil stonden om de begaafden, de meebepaalden en vooral de hoogbegaafden fatsoenlijk op te vangen. Vandaar pogingen om tot 50% van de leerlingen te laten "profiteren" van gevorderde leergangen, versnelde curricula, verrijkte lesroosters.

Daarbij domineert enerzijds de vrees ook maar ťťn hoogbegaafde onterecht uit te sluiten, anderzijds de zorg om iedereen, die ook maar een teken geeft of een symptoom vertoont van begaafdheid, te betrekken in de geboden mogelijkheden.

Tegelijk ontwikkelde men een hardnekkige weerstand tegen het afzonderen van hoogbegaafden in speciale scholen of klassen. Dit houdt verband met het algemene gelijkheidsideaal dat vele Amerikanen zo lief is. Iedereen heeft recht op een maximale ontwikkeling, waarom dan nog speciale afdelingen en leergangen voor hoogbegaafden? Toch waren Platoon in de Oudheid, Karel de Grote, een sultan uit de 15e eeuw door de oprichting van een paleisschool, Comenius en Jefferson, de Amerikaanse President, voorstanders van de systematische selectie van hoogbegaafden. Terwijl de publieke opinie minder moeite heeft met bijzonder onderwijs voor minderbegaafden en mentaal gehandicapten, toch blijft men sputteren tegen een bijzonder onderwijs voor hoogbegaafden. Men ziet dit als het vormen van een geprivilegieerde groep op kosten van de staat. Hoogstens verdraagt men enkele aanpassingen in overigens algemeen toegankelijke scholen voor leerlingen die bijv. enkele bijzondere leergangen willen volgen.

Het probleem van de hoogbegaafdheid wekt dus acute reacties in de publieke opinie en in de bestaande scholen. Het gaat zo ver dat op een vraag van een onderzoeker: hoeveel hoogbegaafden er in de school aanwezig waren, een directeur antwoordde, dat er geen waren. Een aantal scholen negeren gewoon het probleem, of doen alsof ze erom bekommerd zijn, maar doen niets.(6) Eigenlijk is dat niet verwonderlijk. Waarom zouden minderbegaafden zich bemoeien met de problemen van de hoogbegaafden? Malicieus schreef Shaw: "Zij die het kunnen, doen het; zij die het niet kunnen onderwijzen."

De tekortkomingen van de school en hun invloed op de prestaties worden allicht verward met de gevolgen van minderbegaafdheid, of terecht of ten onrechte toegeschreven aan niet erkenning van hoogbegaafdheid.

Er bestaan ondertussen verenigingen van ouders van zgn. hoogbegaafde kinderen, die ijveren voor een uitzonderlijke behandeling van hun kinderen en dat in de gewone scholen. Daartegenover staat de tendens hoogbegaafde leerlingen te verzamelen in speciale scholen. Deze loopt parallel met de overtuiging dat hoogbegaafde leerlingen ernstige nadelen ondervinden van de behandeling die zij ondergaan in de gewone scholen, en dat deze nadelen niet voldoende kunnen opgevangen worden door deze scholen.

Als er al veel verwarring heerst over het begrip hoogbegaafdheid zelf, over de kwalificatie van een kind als hoogbegaafd, over het nut en de noodzaak van zulke kwalificatie, over de speciale maatregelen die nuttig en nodig zijn bij de opvoeding en het onderwijs van zulk kind, is de chaos compleet; er is absoluut geen eensgezindheid. Daarenboven worden er vragen gesteld over de toekomst van hoogbegaafden in de maatschappij, over hun plaats in de gemeenschap, eenmaal volwassen. Want het blijkt dat de maatschappij niet altijd zeer open staat, zeer aanmoedigend, zeer aanvaardend is voor werkelijk hoogbegaafden.

Het fenomeen "miskend genie" ligt op ieders lippen, hoewel dit begrip eigenlijk foutief is. Juister moet men spreken van "miskend talent" en vooral "miskende begaafdheid". Want daar ligt de oorsprong van de negatieve houding tegenover hoogbegaafdheid. Men beoordeelt de uitingen en de tekens van deze begaafdheid als negatieve kenmerken bij het kind, of, in minder manifeste gevallen als onbelangrijk en bijkomstig. Volgens Lombroso (1891) werden Pestalozzi, Humboldt, Newton, Balzac en Boccaccio als min of meer zwakzinnig versleten.

Anderzijds komt het voor dat minder verstandige ouders hun kind absoluut willen doen doorgaan als hoogbegaafd en dan door speciale trainingsprogramma's uitzonderlijke prestaties verlangen van het kind. Wanneer ze opgroeien en volwassen worden verdwijnt echter het wonder van deze wonderkinderen als sneeuw voor de zon. Een deel ervan zijn louter receptief of reproductief, ze zijn met alles bezig, en sterven vroeg.(7)

Daarom hebben we besloten enkele begrippen in het klare te trekken, enkele ideeŽn vooruit te schuiven, enkele richtlijnen te formuleren. Een klare probleemstelling is de eerste stap naar een oplossing.


  1. Torrance, p. 29.; Thompson, p. 39-48.
  2. Lange-Eichbaum, p. 50-52, 74.
  3. Gardner, p. 179.
  4. Ibid. p. 87.
  5. Terman,, The gifted group...(1959).
  6. Gifted Children, 1977.
  7. Lange-Eichbaum, p. 87.

Internet Links...

Hoogbegaafdheid, talent, genie
Intelligentie
Slim of verstandig
Diagnose van de hoogbegaafdheid
Whitmore en anderen
Prestatie als norm
Verworven expertise

Bibliografie

Home page of the psychological Laboratory





Dr. Herman H. Somers
Send e-mail to
herman.somers@skynet.be

Copyright © 1998 Dr. Herman H. Somers.
Page created 10 June 1998. Last updated 19 July 1999 at 3:31 PM.
Produced with
Webford 2.0.