De Antichrist en het Beest uit de Openbaring ontsluierd



Het raadsel van de Apocalyps is een hoofdstuk uit het boek: Toen God sliep schreef de mens de Bijbel. De Bijbel belicht door een psycholoog. (uitgave : Facet Antwerpen).

Internet Links...

The personality of Jesus Christ, psychological study
The Beast of the Apocalypse 666
The Testimonium Flavianum reconsidered
Psychopathology and the Bible
Back to homepage.

Homepage of the Psychological Laboratory



Het raadsel van de Apocalyps


Men kan de vraag stellen of de Apocalyps van Johannes, net zoals het boek DaniŽl geen maakwerk is, samengekookt uit brokken van DaniŽl, EzechiŽl en Henoch. We beschikken niet over uitwendige getuigenissen betreffende de auteur. Wie is die Johannes , die zgn. het geschrift heeft samengesteld ? Door wie werd het bewerkt ? Of eventueel herschreven ? Wanneer juist ?

Het antwoord kan dus alleen van inwendige criteria komen. Ten eerste: het werk is geschreven door een jood, geen Griek, en zeker niet door dezelfde Johannes, die het Evangelie en de brieven schreef. Want die Johannes heeft een totaal eigen stijl, die grondig verschilt van die van de Apocalyps.

Hoewel zowel de auteur van de Apocalyps als die van het Evangelie, beiden slechts een beperkte woordenschat hebben, omdat zij in een vreemde taal schrijven, in tegenstelling bijv. met Filon van AlexandriŽ en Paulus van Tarsos, die opgroeiden in een Grieks milieu, zijn er heel typische stijlverschijnselen, zoals het gebruik van partikels (in de enge zin, zoals "men, de, eti...") zo belangrijk in het Grieks, en het gebruik van voegwoorden (kai), die in beide geschriften op een statistisch zeer significante wijze verschillen. Voor het gebruik van partikels staat in de rij van de schrijvers Filon aan het hoofd, dan komt Paulus, dan Johannes de Evangelist, en helemaal achteraan de Apocalyps. Aangezien het gebruik van dergelijke stijlelementen niet afhankelijk is van het behandelde onderwerp, maar wel van onbewuste taalgewoonten, is het een goed indicium om uit te maken of twee geschriften van ťťn en dezelfde auteur stammen.

Dit is maar ťťn voorbeeld, maar er zijn er andere. Alle samen geven ze een voldoende zekerheid.

Wie was dan tenslotte de schrijver van de Apocalyps ? Zoals voor vele documenten van die tijd (denk aan de brieven van Paulus) moet men rekening houden met de mogelijkheid van ťťn of meerdere redacteurs en ťťn of meerdere bronnen, zoals bij de evangelies van MatteŁs (de Hebreeuwse MatteŁs) en van Lucas (die put uit MatteŁs en Marcus). We kunnen dan alleen in de tekst, zoals die voor ons ligt, naar homogene elementen gaan zoeken, die mogelijk de initiŽle kern vormden, welke de redacteurs dan eventueel hebben aangevuld en geÔllustreerd.

Ten tweede : het is ook zeker dat het hele werk een specifiek joodse sfeer ademt. Er zijn voortdurende toespelingen op de profeten en er is een uitgesproken vijandigheid tegen de Romeinen omwille van de belastingen en de keizer-cultus. Het draagt het stempel van de botsingen van de joden met keizer Gaius en de pogroms o.a. in AlexandriŽ" " .

Ten derde : wij kunnen het ook precies dateren. Het werd gepubliceerd in 46-47 tijdens de regering van Keizer Claudius . De datering in het jaar 90 of zelfs later, die tot heden aanvaard werd, klopt helemaal niet met de tekst.2 De Apocalyps is derhalve het oudste christelijk document; het beschrijft de inspiratie van de primitieve kerk vanaf het allereerste begin.

a) Het apocalyptisch letterkundig genre


De openbaring of Apocalyps van Johannes blijft ťťn van de meest raadselachtige boeken ter wereld. Totnogtoe ziet niemand er klaar in; men wil wel aannemen dat visioenen nu eenmaal mysterieus zijn, maar toch wil men er iets op vinden om het geheel aannemelijk te laten lijken. Men zou bijv. aanvaarden dat er iets bestaan heeft als een "apokalyptisch letterkundig genre" met eigen regels. Wat het onderwerp betreft, zou het moeten gaan over het einde van de tijden (wat dit ook moge betekenen) en er moeten katastrofen in voorkomen. Men zou dus kunnen spreken van een katastrofale eschatologie. Dat is ongeveer alles wat men als regels voor het genre kan opgeven, en dit raakt kant noch wal, want als men zo redeneert dan behoren alle boeken over Wereldoorlog II tot het letterkundig genre van de oorlogsliteratuur.

Heel anders wordt het, indien we, onze methode getrouw, eerst gaan controleren of er wel een letterkundige intentie aanwezig was bij de auteur, en of het " katastrofen-ahnen " niet een bekend pathologisch symptoom is. Zo zou dit zgn.. letterkundig genre wel eens verwant kunnen zijn met typische ziekelijke tendensen.

In het werk "Jezus, de Messias", hebben we aangetoond, dat als men aanvaardt, dat Jezus de kruisiging heeft overleefd, het voor de hand ligt, dat de Apocalyps rechtstreeks geÔnspireerd werd door de overlevende Jezus. Met deze vooropstelling voor ogen wordt de Apocalyps begrijpelijk en zelfs grotendeels helder.

Er is nl. een treffend parallellisme tussen de Apocalyps en de EvangeliŽn wat betreft de symptomen van de parafrenie . De kern van beide geschriften is dezelfde waanidee : nl. zelf de Zoon van God en de komende Mensenzoon te zijn, door de profeten "voorspeld". Deze waanidee wordt gestoffeerd met dezelfde symptomen: zeldzame hallucinaties , een uitgewerkt logisch systeem, paranoiede haat tegen diegenen, die de waanidee niet aanvaarden, en een geknakt narcisme . De Apocalypse is bovendien gesteld in een esoterische symbolische taal, die tot nog toe voor velen onbegrijpelijk is gebleven. Toch kunnen we, dank zij enige ervaring met zulke pathologische taal en dank zij de aanbreng van de klassieke filologie een deel van de sluier oplichten.3

b) Apocalyptische symbolen


Vijandige machten worden in de regel gedefigureerd tot monsters en beesten. Het eerste beest, dat op een luipaard geleek, met poten als die van een beer en een muil als die van een leeuw heeft zeven koppen en tien horens. (Het is niet duidelijk of elke kop een leeuwekuil heeft en tien horens, maar zo schijnt het wel.) Dit beest is evident een versmelting van de leeuw, de beer, de luipaard van de profeet DaniŽl (7, 1-8), maar hier symboliseert het de keizerlijke macht in het Romeinse imperium. Het Rijk zelf wordt vertegenwoordigd door de draak, Satan in hoogst eigen persoon.

" Ik zag uit de zee (ook bij DaniŽl komen de beesten uit de zee) een beest opstijgen. Het had tien horens en zeven koppen en op zijn koppen stonden godslasterlijke namen" (Apoc. 13, 1-18). De zeven koppen zijn de zeven "koningen" van Rome. (Onder de zevende moet Rome vergaan). Bedoeld zijn de caesares, later keizers genoemd. De tien horens zijn vermoedelijk de tien proconsuls of propraetoren, die elk ťťn van de tien provinciŽn van het Rijk besturen. Het beest komt uit de zee : men telde het begin van het Rijk vanaf de zeeslag te Actium waar Augustus Antonius overwon.

"Een van zijn koppen leek dodelijk gewond", inderdaad Julius Caesar was zonder twijfel de eerste caesar en werd vermoord, omdat men hem beschuldigde koning te willen worden. Hij "genas" door voort te leven in Augustus. "Hem werd de macht gegeven te heersen gedurende 42 maanden"; dit is juist de duur van de vervolging van Antiochus IV;, maar tegelijk de duur van de regering van Gaius , die de joden zoveel onheil bezorgde.

"Toen zag ik een ander beest : het had twee horens als een lam". Hier is duidelijk de Romeinse Senaat bedoeld met de twee consuls aan het hoofd. Het oefent de macht uit van het eerste beest onder diens ogen; m.a.w. onder de controle van de keizer vaardigt de Senaat de wetten uit.

"Het bewerkt dat alle bewoners van de aarde het eerste beest aanbidden"; m.a.w. de senaat decreteert de keizercultus (Caesar wordt divus, ook Augustus, Gaius, Claudius, enz.).

"Het doet grote tekenenˇ: het doet zelfs vuur uit de hemel op de aarde neerdalen ten aanschouwe van allen". Deze tekst bewijst dat de Romeinen dezelfde truc toepasten om het "vuur uit de hemel te doen neerdalen", als de joden. Wie kent het verhaal van Elia niet, die de Bašl-priesters uitdaagt om hun god een offer te doen ontsteken. Zij dansen en dansen, maar slagen niet. Ondertussen begiet Elia zijn offer met "water", en slaagt wel (1 Kon. 18, 20). In het boek der MakkabeeŽn vinden we een dergelijk verhaal : daar moeten de levieten in een grot het vuur gaan halen, maar vinden er alleen drabbig water. Dat brengen ze mee, en het wonder lukt (2 Makk. 1, 20). Dit was immers een oude priester-truc : het "drabbige water", dat licht ontvlambaar was, en volgens vers 36 "neftai" werd genoemd, was de zwarte ruwe olie, waaruit petroleum wordt gedistilleerd. Deze olie werd zowel in Zuid-MesopotamiŽ als in het bergland van Noord-Oost- MesopotamiŽ gevonden en reeds in de Oudheid geŽxploiteerd. In de omgeving van Susan-Arbela en elders waren tempels, waarvan het heilig vuur door een aardoliebron werd gevoed. Joden en Romeinen kenden het trucje en pasten het toe met sukses. En dit wekte de verontwaardiging van de auteur van de Apocalyps.

"Hem werd zelfs toegestaan levensadem te geven aan het beeld, zodat het begon te spreken". Ook dit is een bekende truc van de priesters. Er zijn beelden bewaard, die voorzien zijn van een spreekkanaal, waardoor iemand vanuit een nabijgelegen ruimte door een gat in de hals of de borst van het beeld kon spreken.4 Het waren de zgn. orakelbeelden . Voorts was er het beroemde zingende beeld : de kolos van Memnon (Thebe, Egypte), dat in heel de oude wereld bekend was. 5 Mogelijk hadden de Romeinen een of ander beeld van Caesar of Augustus ook van een dergelijk spreekkanaal voorzien.

"En het bewerkte dat allen die het beeld niet aanbaden werden ter dood gebracht". Het beeld van de keizer niet erkennen was een " crimen majestatis " en werd met de dood bestraft. Dit schijnt een toespeling op de regering van Gaius , waaronder hevige incidenten ontstonden bij de joden omwille van de verering van het beeld van de keizer.

"En het maakte dat allen, kleinen en groten, rijken en armen, vrijen en slaven, een merkteken ontvangen op hun rechterhand of op hun voorhoofd, en niemand kan kopen of verkopen als hij dat teken, de naam van het beest of het getal (cf. infra) van zijn naam niet draagt". Dit is ongetwijfeld een toespeling op een belasting, een verkooptaks, "de centesima ", door Tiberius ingevoerd en verhoogd door Gaius. Op de rechterhand lag de speciale munt met het beeld, de naam en het getal van de keizer. Bij slaven werd het merkteken ingebrand op het voorhoofd. Het teken op het voorhoofd of op de hand is ook een bijbels symbool : bij EzechiŽl (9, 4) lezen we reeds : "Trek middendoor de stad... en zet een teken op het voorhoofd van de mannen die jammeren en klagen over alle gruweldaden die daar bedreven worden...". En mogelijk was dit reeds ge‹nspireerd door het Deuteronomium : "Bind ze (de geboden) als een teken op uw hand en als een band op uw voorhoofd..."(Deut. 6, 8).

De Apocalyps is barstensvol gevuld met toespelingen enerzijds op de profeten, en anderzijds op de keizertijd vůůr Nero . Er is geen enkele toespeling op markante trekken van de regering van Nero in te vinden. Niets over de terechtstelling van christenen (als toortsen en ingenaaid in dierenvellen), niets over de eigenlijke brand van Rome , zoals die verhaald wordt door Tacitus. Integendeel de ondergang van Rome, die voorspeld wordt, wordt beschreven zoals deze van de havenstad Tyros bij EzechiŽl : "En elke stuurman, en elke kustvaarder en al het scheepsvolk en wie zee bouwt, zij bleven ver weg en riepen uit : "'Welke stad is gelijk aan de grote stad ?" En zij strooiden stof op hun hoofd en onder tranen en geklaag riepen zij : "Wee, wee, de grote stad. Door haar schatten werden rijk allen die schepen hadden op zee..." Toen hief een sterke engel een steen als een molensteen op en wierp hem in zee, en zei : " Zo zal Babylon , de grote stad, worden weggeslingerd..."" (Apoc. 18, 19).

Bij EzechiŽl vinden we : "Allen, die de riemen hanteren, verlaten hun schepen. Luid verheffen zij hun stem en bitter klagen zij om u. Ze strooien stof op hun hoofd en bedekken zich met as. Jammerend heffen zij over u een klaaglied aan : "Wie is als Tyros, de sterke veste, met uw schatten en uw goederen maakt gij de koningen rijk" (Ez. 27, 29-35). Rome, de grote hoer, die vernietigd moet worden, is dronken van het bloed van de christenen. Velen hebben gedacht dat dit moest slaan op de regering van Nero of Domitianus, maar dit is niet zo. Tijdens Gaius en zelfs onder Claudius zijn er zeker heel wat joden en christenen onthoofd wegens majesteitsschennis : "Claudius veroordeelde gemakkelijker ter dood dan een hond zijn poot opheft", zegt Seneca .6 Alhoewel Claudius een veel evenwichtiger natuur was dan Gaius, toch had hij de joden al het recht van vergaderen afgenomen in 41.7 In 49 verjaagt hij de joden uit Rome, omdat, volgens Suetonius, er voortdurend onrust heerste wegens een zekere Chrestos (Suet., Cl., 26, 41). We kunnen aannemen dat er reeds tussen 40 en 45 christelijke missionarissen aankwamen in Rome met de blijde boodschap, dat Jezus de Mensenzoon was, die binnenkort zou terugkeren en Rome voorgoed zou wegvagen. Men kan zich gemakkelijk inbeelden, hoe dit moet geklonken hebben in de synagogen en... in de oren van de Romeinen. Net als elders ontstonden er rellen.

Mogelijk had Claudius, die een intellectueel was en veel las, ook gehoord van de Apocalyps, en wilde hij zeker spelen. Seneca in zijn satire, schijnt hierop te zinspelen. Claudius had een hoofd-, tong- en handtremor en de typische gang van een dronkaard. Hij sprak vandaar vrij onverstaanbaar. Seneca geeft als titel aan zijn satire : Divi Claudii Apokolokyntosis, blijkbaar een vervorming van het woord Apocalyps uitgesproken met een bevende tong. Deze satire beschrijft inderdaad de aankomst van Claudius in de hemel. De betekenis van Apokolokyntosis : metamorfose in pompoen, speelt verder geen enkele rol in het verhaal, een reden te meer om te vermoeden dat hier eigenlijk het woord Apocalyps bedoeld is.

Was Claudius, als bijgelovig Romein, bang dat de profetie in vervulling zou gaan ? In de Apocalyps staat, dat de keizer, alias het beest, bij de wederkomst, tegelijk met de valse profeet (de Pontifex Maximus ?), levend zou verbrand worden (Apoc. 19, 20).

Als Nero later de christenen als levende toortsen gebruikt en ze, ingenaaid in dierenvellen, laat vechten met wilde dieren, dan kon niemand dat misverstaan : zij hadden de keizer beledigd door over hem te spreken en te schijven als een beest, dat levend moest verbrand worden. Zij kregen nu van hetzelfde laken een pak.

Dat de Apocalyps werkelijk al bekend kon zijn in Rome in 46 kan zonder meer bewezen worden door het ontraadselen van het getal 666, dat de naam onthult van de regerende keizer.

c) Het getal 666


"Nu komt het aan op scherpzinnigheid. Wie doorzicht heeft, kan het getal van het beest berekenen. Het duidt een mens aan, en het getal van die mens is 666" (Apoc. 13, 18). Het raadseltje 666 heeft de scherpzinnigste geesten op de dool gebracht. Met gemengde gevoelens leggen de meesten zich neer bij de volgende interpretatie : 666 zou de cijferwaarde zijn van de Hebreeuwse letters QSAR NRWN (Kaisar Neron). Jammer genoeg is de letter k verkeerd en gebruikten de joden die letters niet op die wijze om een getal te vormen; correct zou het getal 666 TRSW geschreven worden en dit heeft hier helemaal geen zin. Dan zou ook de voorspelde ondergang van Rome een profetie post factum zijn en zinspelen op de brand van Rome . Nero zou het beest zijn, dat zoveel christenen verslond. Maar men zit dan tevens in de knoei met andere passages, o.a. deze over de zeven koningen.

De echte reden waarom men het raadsel niet kon ontcijferen was de gebrekkige kennis van de filologie. Inderdaad het getal 666 wordt in het Grieks geschreven: Chi, Ksi, Digamma : nl. de Griekse letter chi betekent 600 de Griekse letter ksi betekent 60; de Griekse letter digamma betekent 6.

Er staat in de tekst : vijf koningen zijn gevallen, de zesde is er, en de zevende moet nog komen. De digamma moet dus betekenen de zesde, en ksi kan moeilijk iets anders zijn dan de afkorting van Kaisar of in het latijn Caesar. 66 is dus de zesde Kaisar, en 600 moet dus het getal zijn dat zijn naam onthult.

Nu weten we al dat dit ook een afkorting moet zijn. En het is zo dat de initialen van een naam ook wegens het numeriek stelsel van Grieken en Romeinen, interpreteerbaar zijn als getallen. Welnu 600 in het Latijnse schrift is DC; en nu wordt het klaar dat D noodzakelijkerwijze een afkorting is van divus , want langzamerhand was dit een gewone titel geworden voor de keizer. Blijft dus C en dit kan zowel Gaius als Claudius zijn.

De titel "divus" werd reeds officieel aan Julius Caesar toegekend in 42 vůůr Chr. : hij kreeg een beeld in de tempel van Venus Genetrix. Augustus was in Egypte "sunnaos", m.a.w. hij deelde de goddelijke eer met de Egyptische goden, zoals zijn opvolgers trouwens. Talrijke tempels werden opgericht voor de "theos sebastos", "divus Augustus". In 14-13 na Chr. werd de Genius Augusti officieel ingevoerd in de staatscultus. Deze eretitels werden toegekend door de Senaat en beantwoordden aan de bewondering van het volk. Maar Gaius eiste die titel voor zichzelf op als een vanzelfsprekend recht. Als Claudius die zeer lelijk was en er helemaal niet goddelijk uitzag, Gaius opvolgt, wekt de titel "divus" de hilariteit op van de Romeinen. De joden ergerden er zich aan dood.

Om het raadsel nu helemaal op te lossen, moeten we nog de bevestiging hebben door de zesde caesar terug te vinden. Maar hier liep het volledig mis in de klassieke interpretatie. Men was ondertussen vergeten dat onze nummering van de keizers aan de tijdgenoten volledig onbekend was, want er bestonden geen keizers, wel leden van de familie van de caesares, en dat waren toevallig de echte machthebbers in de oude Romeinse republiek, die nog altijd officieel bestuurd werd door de senaat. Het was omdat de historiografen Augustus als de eerste keizer telden, Tiberius , de tweede, enz., dat men voor de zevende en de mysterieuze achtste, met wie men geen weg wist, ergens terecht kwam bij Otho en Vitellius , die allebei samen niet eens ťťn jaar regeerden. Men sloeg die dan maar over, en zo kwam men tenslotte terecht bij Domitianus . Dit was natuurlijk knoeiwerk.

In de tekst is sprake van een achtste, die ťťn van de zeven was... Het kwam bij niemand op, dat die achtste wel eens Octavius of Octavianus kon zijn, alias Augustus, die, en dan wordt het duidelijk, zeker ook ťťn van de zeven was, namelijk de tweede. Want de eerste was ongetwijfeld Julius Caesar. (Deze is ook de eerste en Augustus is ook de tweede in het IVe Boek Ezra, cf. infra.)

Een andere, die geredelijk vergeten werd door de historiografen, omdat hij nog vermoord werd tijdens de regering van Tiberius, was Germanicus , die reeds het imperium maius verworven had, en zonder twijfel ook een Caesar was. Welgeteld is dan Claudius de zesde en Nero de zevende, onder wie Rome moest vergaan.

Als de Apocalyps dateert van de zesde Caesar, dan werd de tekst gepubliceerd tussen 41 en 54 na Chr. Aangezien de joden uit Rome verbannen werden in 49 wegens de troebelen, en de aankomst van de christelijke missionarissen reeds vroeger kon hebben plaatsgevonden, kunnen we de datering preciseren tot de jaren 46-47.

Christelijke en andere joden verwachtten nu de wederkomst van de Mensenzoon tijdens de regering van Nero, de zevende koning, die niet lang zou regeren. Zij worden aangezet zich te wreken op Rome (wegens de pesterijen van Gaius) en de stad in brand te steken (Apoc. 18, 4-8). De vernietiging van Rome zou het sein zijn waarop de Mensenzoon, gehuld in een mantel gedoopt in bloed, op een wit paard zou verschijnen aan het hoofd van de hemelse heirscharen (Apoc. 19, 13). Alle aardse strijdkrachten van de gelovigen zouden zich bij hem aansluiten, gereed voor de vernietigende strijd.

Zoals ook later de joden dachten, konden zij de terugkeer verhaasten door een handje toe te steken, bijv. door alvast Rome in brand te steken. En dat hebben ze zonder twijfel gedaan, al was Nero daar niet zo rouwig om : hij wilde allang de stad herbouwen en brede straten aanleggen. Als opportunistisch romein is het zelfs best waarschijnlijk, dat hij zijn personeel gelastte nog vuurtjes bij te stoken. Dit verklaart het geroddel van de Romeinen na de ramp, want het was een immense ramp : een groot gedeelte van Rome werd in de as gelegd, veel oude en waardevolle gebouwen en voorwerpen gingen in de vlammen op.

Daarna kreeg Nero te kampen met politieke moeilijkheden (de samenzwering van Piso en het verraad van zijn leermeester Seneca ). Natuurlijk moest hij ook wraak nemen op de christelijke joden, de propagandisten van de Apocalyps. Misschien houdt de echtelijke ruzie tussen Nero en Poppeia , die door een stamp in de buik werd gedood, wel hiermee verband, want Poppeia was joods gezind. Deze rechtstreekse aanval tegen de hoofdstad van het Imperium was ook de oorzaak van een wending van de Romeinse politiek tegenover de joden. Vanaf het ogenblik dat Nero Vespasianus benoemt, volgt een lijnrechte politiek, die erop gericht was voorgoed af te rekenen met jodendom en christendom (o.a. door de verwoesting van de tempel en de stad Jeruzalem). Het werd een strijd tussen de Romeinse goden en Jahwe .

d) De Mensenzoon zelf


Nu is het eigene van de Apocalyps, dat de tekst niet alleen de mentaliteit van de joden weerspiegelt, maar heel persoonlijk de waan van Jezus zelf. Naast de eigentijdse toespelingen vinden we het persoonlijk engagement van Jezus : Hij is het die terugkeert als Mensenzoon, want Hij werd geofferd als een lam. Rond dat Lam staan allen geschaard in aanbidding. En dit bewijst dat de tekst ge‹nspireerd werd door een gefrustreerd narcisme en een immense grootheidswaan , die geen relatie meer heeft met een normale bekommernis om het joodse volk. Alles draait om het gekwetste Ik. Hier vindt men geen verstandelijke objectieve synthese, doch een subjectieve constructie rondom een waangedachte, geen droom, maar een nachtmerrie : een katastrofale uitroeiing van het Romeinse Rijk en een kosmische vernietiging van allen die niet geloven, een chaos van rampen en ellende, en tegelijk een kil en koel paradijs, waar het Lam alleen zal aanbeden worden door tienduizenden en tienduizenden.

Het Ik wordt letterlijk op een troon gezet en voor alle eeuwigheid in een narcistische houding gefigeerd. Dit is de karakteristieke trend van de waanzin. Een ander merkwaardig beeld is de vrouw in barensweeŽn : "En er verscheen een groot teken aan de hemel; een vrouw, bekleed met de zon, de maan onder haar voeten en op haar hoofd een kroon van twaalf sterren (de twaalf stammen van IsraŽl)... toen verscheen aan de hemel een ander teken : een grote vuurrode draak. Hij had zeven koppen en tien horens, op elke kop een diadeem (de zeven koningen of caesares en de tien provinciegouverneurs). En de draak stond vůůr de vrouw, die zou baren, om zodra zij gebaard had, haar kind te verslinden. En zij baarde een kind, een zoon, die alle volken zal weiden met een ijzeren staf (de Mensenzoon). En haar kind werd ijlings weggevoerd naar God en zijn troon. En de vrouw vluchtte naar de woestijn, waar zij een plaats heeft van God bereid, om daar gespijzigd te worden 1260 dagen (de duur van de regering van Gaius )..."

Totnogtoe is geen goede uitleg gevonden voor deze mysterieuze tekst. Vooral de identiteit van de vrouw blijft geheimzinnig. Natuurlijk heeft men gedacht aan de moeder van Jezus, maar daar blijft het bij.

De psychopathologie heeft hier wel een uitleg voor. Het gebeurt meer (cf. het geval Schreber door Freud geanalyseerd), dat een parafreen zich vereenzelvigt met een vrouw of in zijn waan een vrouw wordt, die bijv. een nieuw mensengeslacht zal baren, of in Jezus' geval : de Mensenzoon.

Zohaast we weten dat Jezus zelf die vrouw is, dan ligt de weg open naar een volledig begrip van die passage : "Toen spuwde de slang uit zijn muil de vrouw water na, een stroom gelijk, opdat die stroom haar zou meesleuren. Maar de aarde kwam de vrouw ter hulp. Zij opende haar mond en verzwolg de stroom, die de draak uit zijn muil had gespuwd".

Er is hier sprake van een woestijn en een stroom als een slang. Deze stroom verwekt overstromingen, maar na een tijd wordt het water opgenomen door de aarde. Wie denkt niet aan de Nijl en de woestijn van Egypte, ťťn van de weinige plaatsen waarop deze beschrijving toepasselijk is ? De vraag is dus : is Jezus gevlucht naar Egypte ? Hij werd er gebracht door de twee vleugels van een adelaar : zijn dat niet de twee zeilen van een boot ? M.a.w. werd Jezus niet in veiligheid gebracht over zee naar de woestijn van Egypte ? Blijkbaar tijdens de regering van Gaius, voor een duur van 1260 dagen...

Dan keerde de draak zich ook tegen de kinderen van de vrouw (Apoc. 12, 17). Inderdaad was er de jodenvervolging in AlexandriŽ vooral, maar ook elders. We begrijpen deze tekst maar als hij zinspeelt op de gebeurtenissen rond het jaar 40 na Chr.

Opmerkelijk is dat Jezus niet meer aanneemt, dat Hij na zijn lijden en kruisiging, onmiddellijk zal terugkeren als de Mensenzoon. Hij is nu een vrouw geworden, die de Mensenzoon heeft gebaard, en deze Mensenzoon is nu in de hemel, en van daaruit zal Hij terugkeren. Jezus werd geconfronteerd met het feit dat hij gewoon de kruisiging overleefd had, en moest voortleven als een gewoon sterveling. Jezus MOEST een uitleg vinden die overeenkwam met zijn waan.

Ineens is deze geheimnisvolle passage begrijpelijk geworden, zoals vele andere trouwens. En dit betekent dat de Apocalyps ingegeven werd door een parafreen proces, volkomen complementair met dat van de Evangelies. Als Jezus de kruisiging overleefd heeft, dan is het normaal dat we de sporen daarvan terugvinden.8

Wij kunnen hierdoor de hypothese formuleren, dat Jezus tijdens de regering van Gaius in de woestijn van Egypte verbleef, niet ver van de Nijl. Daar heeft Hij de tekst van de profeet Micha (4, 9) overwogen :

"Maar waarom jammert gij nu zo luid ? Hebt gij dan soms geen koning meer of is uw raadsman verdwenen ? dat weeŽn over u komen als over een vrouw in barensnood ? Ja, krijg maar weeŽn en zwoeg maar, dochter Sion, als een vrouw in barensnood..." "Gij echter Betlehem zijt gij klein onder Juda's geslachten, toch zal er, zeg ik, iemand uit u komen, die over IsraŽl gaat heersen. Daarom zal Hij hen niet langer overlaten aan hun lot tot aan de tijd dat zij die baren zal haar kind gebaard heeft. Dan neemt Hij de macht in handen, dan weidt Hij het door de kracht van Jahwe" (Micha 5, 1-3). In de geest van een parafreen moet die tekst op hemzelf toepasselijk zijn. De symboliek die de gestalte van de vrouw omringt is veelzeggend: Zon, maan en sterren omringen haar: de zon is het teken van de goddelijkheid (denk aan de Egyptische Re), de maan is de scheiding van het hemelse, sublieme, van het koude, duivelse en duistere dat onder de maan zit. De maan onder de voeten hebben is dan ook de uitdrukking van de overmacht over de duivel. De kroon van twaalf sterren (twaalf stammen van IsraŽl) is ook een teken van zegenrijk hemels koningschap. De Vrouw is dus een figuur, die de macht over de duivel symboliseert.9 Hier zien we ook een fenomeen van splitsing van de persoonlijkheid. Hij is de Mensenzoon, de Moeder van de Mensenzoon, de Vrouw met hemelse macht, de Dienaar van de Mensenzoon, zowat als de Dienaar van Jahwe. Op zichzelf is deze logica niet uitzonderlijk, we vinden ze nog in de schizofrenie. In de parafrenie geldt ook een bepaalde "losheid" in de wijze waarop de conclusies worden opgebouwd. Jezus stond voor geen klein probleem : Hij had zich gedragen als de Dienaar van Jahwe, hij had het overleefd, maar Hij was niet teruggekeerd in glorie als de Mensenzoon. Hij moest dus een zwangere vrouw zijn, die in pijn de Mensenzoon gebaard heeft.

Men kan moeilijk bewijzen dat deze interpretatie de juiste is, maar gegeven de hypothese van parafrenie werkt ze verhelderend. De vraag is of we teksten vinden die ze kunnen bevestigen.

Bij Paulus (Gal.1, 15-17) vinden we een eigenaardige passage : "Maar toen Hij, die mij vanaf de geboorte had uitgekozen en mij riep door zijn genade, besloot zijn zoon te openbaren, opdat ik hem onder de heidenvolkeren zou verkondigen, toen ben ik aanstonds, zonder een mens te raadplegen, zonder naar Jeruzalem te gaan naar hen die eerder apostel waren dan ik, vertrokken naar ArabiŽ, en vandaar weer teruggekeerd naar Damascus. Pas drie jaar later ging ik naar Jeruzalem om met Kefas (Petrus) kennis te maken".

De vraag stelt zich door wie Paulus tot apostel werd bevorderd. Hij had wel de stem van Jezus gehoord, maar dat is nog geen benoeming en zending, vooral geen die erkend wordt door de andere apostelen. Opmerkelijk is ook, dat er wel gezegd wordt ArabiŽ, maar dat er geen precieze localiteit wordt vernoemd. Waarom niet ? Onmiddellijk na zijn verblijf in ArabiŽ begint hij te prediken; hij is daar dus tot apostel geworden... Iemand tot apostel maken dat kan alleen Jezus, of het hele college van de apostelen... Toch wacht hij drie jaar vooraleer hij kennis gaat maken met Petrus. Moeten we veronderstellen dat hierachter een geheim schuilgaat ? Wie was daar in de woestijn ? Verbleef Jezus toen nog in een geheime schuilplaats, en maakte hij Paulus daar tot apostel ? Het was toen nog zeer vroeg : twee jaar na de zgn.. verrijzenis. Vanwaar komen de doctrines die Paulus zomaar uit zijn mouw schudt ? Heeft hij die uitgewerkt gedurende zijn langdurige contact met Jezus ? Is Jezus dus eerst verborgen in de woestijn, is hij daarna naar Klein-AziŽ gebracht en tijdens de regering van Gaius naar de woestijn in Egypte, daarna teruggekomen bijv. naar Patmos, waar de Apocalyps te boek werd gesteld ? We kunnen alleen vermoedens rechtvaardigen. Maar als we veronderstellen dat de hypothese juist is, dan kunnen we nakijken of er nog iets meer kan verklaard worden. Bij Paulus bijv. moet Jezus' boodschap sporen nagelaten hebben. In de brieven van de periode 45 tot 53 vinden we uitlatingen betreffende de nakende terugkeer van de Mensenzoon (2 Tess. 2, 1-11) : "Wij moeten u echter verzoeken, broeders, in verband met de komst van Onze Heer Jezus Christus en onze hereniging met Hem, niet zo gauw uw bezinning te verliezen en u niet te laten opschrikken door profetieŽn, uitspraken of brieven, die van ons afkomstig zouden zijn, en die beweren dat de dag des Heren is aangebroken. Herinnert ge u niet, dat ik u dit meermalen heb gezegd, toen ik bij u was..." En dit verwijst naar zijn eerste brief (52 na Chr; 1 Thess. 2, 4-17): "Broeders, wij willen u niet in onwetendheid laten over het lot van hen die ontslapen zijn, gij moogt niet bedroefd zijn. Wij geloven immers dat Jezus is gestorven en weer opgestaan. Evenzo zal God hen die in Jezus zijn ontslapen, levend met hem meevoeren. En dit kunnen wij u meedelen, volgens een woord van de Heer, wij die in leven blijven tot de komst van de Heer, wij zullen de doden in geen geval voorgaan. Want wanneer het bevel gegeven wordt, als de stem van de aartsengel weerklinkt en de bazuin van God, dan zal de Heer zelf van de hemel neerdalen, en eerst zullen de doden, die in Christus zijn, verrijzen, daarna zullen wij die nog in leven zijn met hen in een oogwenk op de wolken in de lucht worden weggevoerd, de Heer tegemoet".

Het is duidelijk : de wederkomst wordt verwacht binnen een korte tijdspanne; de meesten zullen nog in leven zijn. In de brief aan de HebreeŽn staat : "nog een heel korte tijd, en Hij, die komen zal, zal komen, zonder uitstel." In de eerste brief van Petrus: "het einde van alle dingen is nabij" (Hebr. 10, 37; 1 Petr. 4, 7). Als Paulus ziet dat hij niet meer lang zal leven, schrijft hij aan TimoteŁs: "Nu wacht mij de krans van de gerechtigheid, wanneer de Heer, de rechtvaardige Rechter, mij zal belonen op de grote dag, en niet alleen mij, maar allen die met liefde uitzien naar zijn komst" (2 Tim. 4, 6).

De boodschap is unaniem; in de Apocalyps klinkt ze : "Hij die alles waarborgt, spreekt : "Ja, Ik kom spoedig" (Apoc. 22, 18). Johannes in zijn brief bevestigt : "Kinderen, het is het laatste uur, Gij hebt gehoord dat de Antichrist moet komen..." (1 Jo. 2, 8). Jacobus : "Heb dus geduld, broeders, want de komst van de Heer is nabij..." (Jac. 5, 7). Aan Timoteus schrijft Paulus : "Houd rekening met het feit, dat er moeilijke tijden voor de deur staan, zoals te verwachten is in dit laatste beslissend tijdperk" (2 Tim. 3, 1). In elke brief herhaalt hij : de Heer is nabij (Fil. 4, 4; Rom. 13, 11; Fil. 3, 20; Kol. 3, 2; 1 Kor. 15, 51-54). Vůůr 54 is dus de boodschap twijfelloos bevestigd : het is voor binnenkort.

Na 54 verandert deze boodschap volledig : in de Apocalyps worden de gelovigen nog aangezet liever te sterven dan belasting te betalen (het kenteken van het beest op de rechterhand te houden); de keizer moet levend verbrand worden en Rome vernietigd. Plots worden de christenen aangezet geen aanstoot te geven, belastingen te betalen en de keizer te eren. In 't jaar 56 schrijft Paulus aan de Romeinen : "Geeft ieder wat hem toekomt, belastingen en rechten aan wie gij belastingen en rechten schuldig zijt, ontzag en eerbied aan wie ontzag en eerbied toekomen" (Rom. 13, 11). In 60-64 vinden we in de eerste brief van Petrus : "Onderwerpt u aan alle menselijke instellingen terwille van de Heer, aan de Keizer als het hoogste gezag... vreest God, eert de Keizer..." (1 Petr. 1, 13-17).

Men durft zijn oren niet geloven... we zijn juist vůůr de brand van Rome. Duidelijk is dat de beginnende Nero grote verwachtingen had gewekt; zijn tweede echtgenote Poppeia was immers een pro-joodse figuur. Was Jezus ondertussen overleden ? En bepaalden Petrus en Paulus het nieuwe beleid van de Kerk ?

Maar de christenen werden ongeduldig. Dit blijkt uit de tweede brief van Petrus (2 Petr. 3, 2) : "Gij moet vooral weten, dat er in de laatste dagen spotters zullen komen... die honend vragen : "Waar blijft nu die wederkomst, die Hij u heeft toegezegd ? ". Maar de dag de Heren zal komen als een dief. Dan zullen de hemelen dreunend vergaan..."(2 Pet. 3, 8-14). In diezelfde brief wordt ineens de wederkomst heel ver in de toekomst verschoven : "Eťn ding echter, vrienden, mag u niet ontgaan : voor de Heer is ťťn dag als duizend jaren , en duizend jaren als ťťn dag. De Heer talmt niet met zijn belofte, zoals sommigen menen, maar hij heeft geduld met u..." (2 Petr. 3, 8).

We kunnen besluiten : de eerste Kerk was vervuld van de verwachting van een spoedige wederkomst. Zij was overtuigd dat die niet lang zou uitblijven. Als het juist is dat Jezus in 54 overleden is, dan moest die zekerheid aanzwellen, want nu kon Hij terugkeren uit de Hemel. Was de onderdaniger houding tegenover het Romeins gezag en tegenover de keizer alleen maar schijn ? Of was zij ingegeven uit vrees voor de Romeinse spionnen ? Denken we eraan : Nero is de zevende koning, die niet lang zal regeren... Dan zal Rome verwoest worden...



Dr. Herman H. Somers
Send e-mail to herman.somers@skynet.be

Copyright © 1998 Dr. Herman H. Somers.
Page created 26 March 1998. Last updated0 1 May 1999 at 10:50 AM.
Produced with Webford 2.0.