TUCHT
of GEEN TUCHT?
Een tiental losse bedenkingen - daarom
niet de tien geboden - die
uitgebreid aan bod komen of vanuit een andere hoek worden bekeken in "De klas in de hand" en "Pubers
in de klas". Geen wondermiddelen, geen universele pleisters tegen
ongewenste voorvallen, maar alvast enkele hints:
1. Ruimer dan
"leraar en leerlingen". Over contextgegevens.
De zorgen van leraren rond tucht beginnen
op momenten dat leerlingen heibel maken, leraren beledigen, de les storen enz.
Het gekke is dat ze dat bij sommige leraren doen en bij andere leraren niet.
Uiteraard zal dit dus te maken hebben met 'het image' van de leraar, met de
'fama praecedens', maar evenzeer met de aard van het vak, met het tijdstip van
de dag, met het lesuur voordien. De grootte van het leslokaal kan een
(mede-)oorzaak zijn van het feit dat de leerlingen de les méér storen dan
bij een andere leraar. Logisch: hoe dichter ze bij mekaar zitten, hoe
makkelijker boodschappen en storende opmerkingen kunnen worden doorgegeven;
hoe makkelijker ze 'mekaar kunnen bereiken'; hoe minder durf het vraagt iets
te zeggen; hoe groter de kans dat ze mekaar fysisch aanraken ("Blijf 's van
mijn lijf, jong!")
Soms moeten theorielessen van andere vakken toch gegeven worden in een labo,
in een informaticalokaal waar verleidelijke dingetjes te vinden zijn waar de
leerlingen eigenlijk moeten afblijven. Een extra tuchtopdracht voor de leraar:
"Blijf daar af, Piet".
De twee voorgaande lesuren hebben ze goed getranspireerd tijdens de les L. O…
De grootte van de klasgroep: in een grote groep kan je je makkelijker achter
medeleerlingen verstoppen (letterlijk en figuurlijk), in een kleine groep sta
je voortdurend onder controle, moet je wéér antwoorden…
2. Tucht begint voor al het andere.
Dat leerlingen bij de ene leraar wél
heibel maken en bij de andere niet, heeft tegelijkertijd te maken met het feit
dat de leerling(en) ergens het signaal vandaan halen dat 'het bij deze leraar
kan'. Ze lijken te ruiken bij welke leraar het zal lukken…
Het komt er dus op aan duidelijk te maken
- door je manier van omgang met leerlingen - dat het bij jou "niet
kan", dat jij de baas bent. Sommige leraren hebben een stapje voor om de
baas te zijn: de fysieke verschijning speelt ontegensprekelijk een rol.
Anderen hebben niet zo'n indrukwekkende gestalte noch een overdonderende stem. En dan
moet je het uit kleine dingetjes halen die men meer en meer lijkt te vergeten.
Nog voor de les begint zelfs. Enkele tips.
- wanneer je voor je rang staat, geef je opmerkingen (indien nodig) "Ria,
rustig", "Johan, blijf in de rij", "De speeltijd is
voorbij, dus het babbeluurtje ook, Peter". Vele leraren doen dit niét
en blijven passief voor de rang staan. Ze denken waarschijnlijk 'Och, als ze
straks maar stil zijn. Laat ze nog even.' Of 'Ik ga me er nu nog niet druk
over maken, hoor.' Of misschien vinden ze het te bedreigend te reageren op de
leerlingen en vrezen ze de relatieve rust
te verstoren.
- voor je het klaslokaal binnengaat met de leerlingen let je er op dat de
jassen goed aan de kapstokken hangen en vraag je bijvoorbeeld of de
portefeuilles niet in de jassen blijven, maan je de leerlingen aan kalm het
leslokaal te betreden.
- in de klas stap je niet over de boekentassen tussen de rijen, maar wijs je
de leerlingen er op dat de boekentassen ordentelijk moeten geschikt zijn.
- tijdens een overhoring zit je niet vooraan achter je lessenaar, maar wandel
je tussen de rijen.
- je maakt duidelijk dat de klas jouw terrein is: je gebruikt de ruimte van de
klas. Je blijft dus niet vooraan op de trede, maar je beweegt je tussen de
leerlingen.
Tot daar enkele ideetjes om leerlingen
zonder woorden duidelijk te maken (of de indruk te geven?) dat jij er van
uitgaat dat je de leiding hebt van wat hier gebeurt.
3.
Afkoelingsperiode.
Misschien vergeten wij (leraren) te vlug
dat een lesdag van leerlingen uit verschillende onderdelen bestaat, die ze
telkens op een andere manier ervaren. Tussen die onderdelen is er uiteraard
een overgang. Hoe bruusker, hoe meer kansen op breekpunten.
Neem nu de lesuren na een speeltijd. Van
'spelen' (in de lagere jaren) of van 'babbelen' (in de hogere jaren) naar
'ernstig les volgen'. Wanneer de leerlingen op de speelplaats een rang moeten
vormen, kan men de afkoelingsperiode reeds daar laten beginnen door hen tot
kalmte aan te manen. De leraar die hen maar verder laat babbelen en wacht tot
ze in de klas zijn om hen tot rust aan te manen... heeft kansen verkeken.
De wisseling van lessen. In sommige lessen
kan het er al ietwat losser aan toegaan, sommige leraren vragen daartegenover
iets meer stilte. In de manier waarop je je les aanvat kan (of beter
moet) je daarmee rekening houden.
Men kan deze afkoelingsperiode ook té
veel door de leerlingen laten bepalen. Zelfs al hebben de leerlingen de
leerkrachten verslagen tijdens een schoolwedstrijd, dan nog moet de leraar de
'afkoelingsperiode' tijdens dewelke de leerlingen even hun triomf kwijt
willen... in handen houden. Dus: in tijd beperken en zélf bepalen wanneer de
les aanvat.
4.
Populariteit.
Een leraar die enkel op populariteit uit
is, die enkel in de gunst van de leerlingen wil staan krijgt op lange (of
korte) termijn problemen. Er is een groot verschil tussen 'populair' zijn en
'gerespecteerd worden'. Verwijzen we even naar 'loyaliteit' in 'Pubers in de
klas'.
Wanneer de leraar enkel streeft naar geliefd worden, naar populariteit;
wanneer hij vreest de leerlingen tegen de
haren in te strijken en hen dus maar terwille is... heeft hij de leiding niet meer. Waardering en respect
hebben niet enkel met populariteit te maken. De leraren waaraan je later
terugdenkt? Enkel koplopers in de populariteitspoll? Of ook mensen waarvoor je
respect en waardering had omdat ze soms (verantwoorde) eisen stelden?
Omdat ze hun vak boeiend trachtten te maken? Omdat ze er waren als je hen
nodig had?
5. Ruimte.
Het is opmerkelijk dat dit steeds nieuw
lijkt te zijn voor leraren: het gebruik van de ruimte in een klaslokaal is
essentieel.
Teveel blijft de leraar vooraan, op de trede zijn les geven. Het gebruik van
de ruimte van het klaslokaal heeft o. a. volgende voordelen:
- een boodschap omtrent "ik voel me hier thuis, dit is mijn
terrein".
- je kan dichter bij de leerlingen staan. Zowel een gevoel van betrokkenheid
als een gevoel van voorzichtigheid bij de leerlingen. Een belhamel zal twee
keer nadenken wanneer je de gewoonte hebt tussen de leerlingen te lopen
terwijl je les geeft.
- stom maar het is nu eenmaal zo: je kan vlugger de (eventuele) fouten zien
die je aan 't bord hebt geschreven.
- je merkt meer op van wat de leerlingen doen, neerschrijven...
- de kans is groter dat leerlingen actief blijven omdat je in hun dichte
omgeving rondhangt.
6. De essentie van de les: de inhoud.
Vanzelfsprekend... Leraren zijn dan
ook goed opgeleid om de inhoud van hun les goed uit te bouwen en voor te
bereiden. Het probleem is echter dat lastig gedrag van leerlingen en klassen
zelden iets met de inhoud te maken heeft. Zoals we uit de
communicatietheorieën weten heeft elke communicatie naast het inhoudelijk
niveau ook een relationeel niveau... en dààr zitten de problemen met
leerlingen en klassen meestal vast. Tegelijkertijd is de leraar op dat vlak
meestal minder beslagen en loopt hij veelal verloren in de relationele
'spelletjes' van leerlingen. Tucht en leiding kwijtraken zijn relationele
aspecten van de communicatie in de klas. En dan steken emoties de kop op en
wordt de twijfel (aan zichzelf, aan de eigen rol) nog groter.
Ieder normaal mens heeft méér dan eens ondervonden dat reacties vanuit
emoties of weinig opleveren, of de zaak nog meer verzieken. Op een rustig
later moment weet men veelal wél wat men had moeten doen of zeggen.
Een mogelijkheid om al het voorgaande te
combineren is dat de leraar zo vlug mogelijk terug op de inhoud van zijn les
terugvalt en de relationele elementen uitstelt. Misschien kan hij de
weerbarstige leerling kalmeren door voor te stellen er in de pauze op terug te
komen, om na de les één en ander uit te praten. Tegelijkertijd gaat hij
terug naar de essentie van de les: de inhoud. "Laat dit even rusten, we
komen er straks op terug. Eerst werken we dit thema af."
Of hij kan inhoud en relatie scheiden door een tijdje uit te trekken om het
relationeel aspect uit te spitten maar na dit tijdje de les terug hervatten.
Dit wordt ook duidelijk gesteld naar de leerlingen. "O. K. Ik merk dat
jullie onderling problemen hebben. Willen jullie erover praten? Is het
dringend? Goed, we stoppen de les even, maar over tien minuten gaan we voort
met de oefening. Afgesproken? Vertel nu 's hoe de vork aan de steel
zit."
In beide gevallen krijgt of krijgen de leerling(en) aandacht, worden niet
genegeerd maar wordt tevens duidelijk gesteld dat de lesinhoud de essentie
is.
Wanneer het relationele tot na de les kan worden uitgesteld, is het duidelijk
dat de emoties dan ook meer zullen afgekoeld zijn.
7. Negeren van relationele boodschappen.
In vorige paragraaf werd ingegaan op de
communicatie op relationeel vlak. De leertheorie stelt echter dat ongewenst
gedrag (de voortdurende relationele spelletjes, de gevechten om de leiding, de
pogingen het gezag van de leraar te ondergraven) verdwijnt wanneer het wordt
bestraft of genegeerd. Men zou vanuit die hoek dan ook kunnen redeneren dat de
aandacht voor de relationele boodschappen hierboven niet tot een vermindering maar tot een vermeerdering
van dat gedrag zou kunnen leiden. Het antwoord is nochtans vrij
eenvoudig: het moet duidelijk overkomen dat aandacht wordt gegeven aan 'de
leerling(en)', aan de persoon en niét aan het negatieve gedrag.
Een belangrijk onderscheid waarvoor we verwijzen naar de Acco-publicaties.
Daarom ook deze paragraaf: soms heb je
leerlingen die voortdurend in de belangstelling willen staan, voortdurend
opmerkingen maken, de andere leerlingen aan het lachen willen brengen. Het is
een soort gewoontegedrag geworden. Elke leraar reageert hier op... wil dit
stoppen... en toch is het steeds méér van hetzelfde. Sancties brengen weinig
aarde aan de dijk. Misschien heeft dit dan wel te maken met het feit dat het
ongewenste gedrag voortdurend aandacht krijgt (ook een sanctie is aandacht) en
daardoor niét vermindert. Hoe moeilijk het ook is, negeren lijkt dan een
aantrekkelijk alternatief.
Enkele tips:
- zorg ervoor dat de 'clown' of hoe je hem noemen wil niét voortdurend in je
vizier zit. (Verplaats hem desnoods)
- dwing jezelf niét naar hem te kijken wanneer hij opmerkingen maakt maar ga
verder met je les (inhoud). De terechte repliek dat hij dan 'de orde
verstoort' geldt echter evenzeer wanneer je wél reageert, méér nog: dan
slaagt hij erin de les te onderbreken... dus?
- wanneer je nog niet de gewoonte hebt verder te stappen dan de trede van je
lokaal, doe dit dan zo vlug mogelijk. Wanneer je ergens anders in het lokaal
staat, hoef je hem niet frontaal aan te kijken. Draait hij zich toch in je
richting om een opmerking te maken, wees hem dan voor: "Je zal nekkramp
krijgen als je voortdurend achterom kijkt, je kan beter op het bordschema
volgen. Over welk aspect had ik het daarnet trouwens? " (Dit is 'terug
naar de inhoud').
- wanneer hij een lachwekkende opmerking maakt, kan je ook een andere leerling
aanduiden en vragen (in eigen woorden) te herhalen waarover je het net
voordien had. ('Terug naar de inhoud')
8. "Wie bang is, krijgt ook
slaag"
Een poos geleden merkte een leraar op:
"Eigenlijk denk ik dat heel veel leerkrachten te veel schrik hebben van
hun leerlingen en zich daarom inhouden. Ze kijken liever opzij of laten de
hele situatie liever blauw-blauw uit schrik." Het is inderdaad wel een
feit dat leerlingen iets minder volgzaam en iets meer mondig zijn. In feite
heeft onze maatschappij jaren opgeroepen tot meer mondigheid, tot meer verbale
vlotheid. Het is ook zo dat jongeren minder schrik hebben van leraren in het
bijzonder en van autoriteit in het algemeen (ook rijkswacht en politie kunnen
daarover meespreken).
Door niét te reageren komen we echter in een vicieuze cirkel terecht. Het
feit dat de leraar niét reageert, geeft een duidelijke boodschap aan de
leerling. Deze laatste voelt zich nog zekerder, heeft gewonnen...
Vergeet niet: zelfs als je niets zegt, geef je toch boodschappen door.
Onbedoeld, misschien zelfs onbewust, maar 'je kan niet niet-communiceren"
(Eerste axioma van de Palo Alto-communicatietheorie).
9. "Verzorg je houding"
zei mijn moeder altijd. Nu we het toch hebben over de communicatietheorie,
er nog even de nadruk op leggen dat je houding, je mimiek, je gebaren e.d. een
grote rol spelen in hoe je overkomt.
Je kan je klein maken, je kan je groot maken.
Je kan jezelf wegcijferen, je kan jezelf duidelijk aanwezig maken.
Je kan je achter je lessenaar 'verbergen' of je kan frontaal voor de
leerlingen gaan staan, je kan tussen hen in lopen...
10. Dreig niet met straffen die je niet kan waarmaken.
Je kan (als leraar) geen dreigementen gebruiken als "pas op of ik gooi
je van deze school". Immers, niet een leraar beslist over het al dan niet
verwijderen van een leerling uit een school... Ook de leerlingen weten dit en
het zou héél vervelend zijn dat je een klassenraad ervan probeert te
overtuigen een leerling "van school te gooien" en dat dit niet lukt.
Dàn heb je de klas helemaal verloren...