http://www.meerlenhof.be/historiek.htm - Laatst gewijzigd op 2007.11.23 door Frans Janssens
Meerlenhof: Historiek Meerlenhof tot 1982 (vóór de fusie)

Frans Janssens, Nachtegaallaan 12 bus 12, B-2660 Hoboken

Het kasteel, gelegen Meerlenhoflaan 30, werd opgebouwd in 1916-1918 nadat het oude vervallen kasteel uit het begin van de 18de eeuw volledig was afgebroken. In 1963 was het kasteel echter opnieuw zo vervallen dat een grote restauratie nodig was, waarna het zijn huidig uitzicht verkreeg. (Thys, 1987:195).

Circa 1550 wordt het Meerlenhof opgericht door Jacques van Male, Antwerps brouwer (Corremans, 1997:28). Het Meerlenhof, in 1563 nog klein, ligt over het hof Beroydenborgh (naar het manuaal van pastoor Kenens) (Van Bladel, 1980:53). Het kasteeldomein met het huis van plaisantie werd zonder twijfel verlaten, geplunderd en vernield tijdens de rumoerige oorlogsjaren van 1578-1585. (Schobbens, 1930:118; Thys, 1987:196; Corremans, 1991:73; Arren, 1997:116). In 1588 laat Jean van Rome de Witte, "harinccooper" te Antwerpen, mevrouw Jacques van Maele-Roels juridisch onteigenen (naar Schobbens, 1930:118). In 1597 word het goed vermeld wanneer het werd overgedragen door Jean van Rome de Witte aan Pasquier de Deckere-Boot, handelaar, voor rekening van zijn schoonbroer Michel Boot, schepen te Antwerpen. De akte van overdracht beschrijft het domein als "...een speelhuys met hof, hulsten ende doornhagen rontomme, t'eynde d'Oude straet ende een kleyn veldeken, met de leye ende de boomen daervoor op de heyde, groot samen een bunder ..." (1 bunder = oude landmaat = 1 hectare 31 are 60 centi-are (Dierickx, 1982:387)). (naar Schobbens, 1930:118; naar Dierickx, 1954:341; ; naar Thys, 1987:196; naar Arren, 1997:116). Bij deze oudste beschrijving van het kasteeldomein is er sprake van een "lije" die langs het domein liep en vermoedelijk ontstond bij de oprichting van het kasteel Broydenborg rond 1540. De weg wordt in 1583 vernoemd als "meerelei" en heeft mogelijk te maken met de oude naam Meer of Meir die we reeds in 1447 als "mere" tegen komen. (Corremans, 1991:73). In 1610 verkocht schepen Michiel Boot het goed aan Joseph Van den Broeck, handelaar, zoon van Jean. Door latere aankopen vergrootte Joseph van den Broeck het domein tot 17 bunderen. Joseph van den Broeck verving het oude huys van plaisantie door een nieuw gebouw met torens, bereikbaar via een grote inkompoort met een ophaalbrug over de hofgracht. Tevens liet hij een speelhof aanleggen met diverse aanplantingen, dreven, bomen en versieringen (naar Schobbens, 1930:118; gewijzigd naar Dierickx, 1954:341; Van Bladel, 1980:53; naar Thys, 1987:196; Arren, 1997:116). De eertijds monumentale poort, bestaande uit staanders en bekroond met slanke vazen in rocaille-stijl, verdween echter volledig (Arren, 1997:116). Op dat ogenblik was het zeker één van de mooiste landgoederen in Hoboken (naar Schobbens, 1930:118; gewijzigd naar Dierickx, 1954:341; naar Thys, 1987:196). Op 8 maart 1614 ruilt koopman Joseph Van den Broeck enkele stukken land met Gerard Lambrechts en zijn echtgenote Margriet Vermeulen en de weduwe Maria Nimmegeers-Vermeulen. De laatsten verkrijgen een stuk land geheten 'de Verloren brug', groot ongeveer een bunder (Corremans, 1997:136). In 1617 kocht Joseph Van den Broeck eveneens het nabij gelegen, één bunder grote domein Beroydenborgh, een oud kasteel met hoge toren en omringd door water, van de erfgenamen van de weduwe van de Antwerpse schilder Louis Van Oort-Van den Putte (Schobbens, 1930:118; gewijzigd naar Dierickx, 1954:341; gewijzigd naar Thys, 1987:196; Arren, 1997:116). In 1636, doet Joseph van den Broeck afstand van het onroerend goed en wijst het uiteindelijk toe aan Robert de Smit, licenciaat in rechten, oud schepen te Antwerpen (Schobbens, 1930:118). Joseph van den Broeck, weduwnaar van Elisabeth van Opmeer, laat bij zijn dood in 1638 acht kinderen na: Pierre, Jean-Baptiste, Thierry, Joseph, Melchior, Nicolas, Luc an Thérèse (Schobbens, 1930:118; Arren, 1997:116). Het grote landgoed werd in 1638 toegewezen aan de oudste zoon, Pierre, drossaard van Contich, Reeth en Waerloos, voor de prijs van 24.000 florijnen (Schobbens, 1930:118; gewijzigd naar Dierickx, 1954:341; gewijzigd naar Thys, 1987:196; Arren, 1997:116). De gronden binnen de diepe en brede slotgracht, die het kasteel met onmiddelijke omgeving insloot, waren meer dan 2 bunders groot (Schobbens, 1930:118; gewijzigd naar Dierickx, 1954:341; Thys, 1987:196; Arren, 1997:116).

Afb.1. Dreef Kasteel van 's Gravenwezel, 1995. (naar Corremans, 1919:46)
Een mooie dreef met eiken, de Meerleye geheten, liep langs de ingangspoort van het domein. (Schobbens, 1930:118; gewijzigd naar Dierickx, 1954:341; gewijzigd naar Thys, 1987:196; Arren, 1997:117). Maria Tholincx (1626-1708), weduwe van Gilles du Bois (1618-1687), eigenares van het kasteel Sorghvliedt, liet nadat zij het kasteel Broydenborg verwierf in 1689, tegenover de ingang van het kasteel Broydenborg, op de zogeheten Balheyde, in 1698, de Meerleye heraanleggen tot een 23 m brede met eiken afgezette laan, de Heykenleye, verdeeld in een hoofddreef met twee zijdreven. Deze laan moest het kasteel met de pas aangelegde Sint-Bernardsesteenweg verbinden, en zodoende 2 beken en de heuvel van de windmolen kruisen, doch ze werd slechts aangelegd tot ongeveer aan de huidige Karel Meyvis-straat. (gewijzigd naar Dierickx, 1954:341; gewijzigd naar District Hoboken, 1987:19-20; gewijzigd naar Thys, 1987:196; Corremans, 1991:73; Arren, 1997:116-117; naar Corremans, 1997:44). Marie Tholincx had de toelating van de schepenbank en de andere gegoeden nodig omdat deze dreef over gemeenschapsgrond, namelijk de heide van Hoboken, werd aangelegd (Corremans, 1997:152,337). De toelating werd verleend op 25.9.1698 met uitzondering van N. Hennekin. Maar in een aparte akte die volgt op de vorige heeft hij ook zijn instemming gegeven met de verontschuldiging dat hij eerst niet heeft kunnen ondertekenen "door het flerecijn alsdan hebbende in sijne handen." Dan werd de toelating door de drossaard en schepenen verleend voor:
"eene lije, bestaende in eene dobbele dreve, waer van de middelplaetse breet sal sijn 40 voeten ende de wedersijden elck 20 voeten ende alsoo tsamen 80 voeten (ca. 27 m) inde breeden te beginnen met eene halve maene soo ende gelyck die tegenwoordigh is afgesteken ende soo voorts linie recht loopende over de winterbeke ende den ouden meulenberch, ter extentie van rechte deure int geheel sonder de halve maene van 96 roeden en 6 voeren." (Corremans, 1997:152).
Deze dreef werd toegestaan mits een door de eigenaars van Broydenborg jaarlijks te betalen dorpscijns (Corremans, 1997:152; Arren, 1997:117).
In 1774 wordt de "Heykenleye" doorgetrokken tot de Sint-Bernardsesteenweg door Simon de Neuf, toenmalige eigenaar van Broydenborg. Hij verkocht de twee evenwijdige intersecties aan het gemeentebestuur en ontdeed zich van de jaarlijkse cijns waarmee de weg was belast (Corremans, 1991:73).

De dreef naar het Kasteel van 's Gravenwezel (Afb.1) (1995) geeft een goed beeld van de vroegere Heykenleye (gewijzigd naar Corremans, 1997:46).

Zonder aarzelen draagt Pierre van den Broeck, drie maanden na aanwinst in 1638, het landgoed over aan voornoemd Robert de Smit, gehuwd met Anne Meys. Van hier gaat het goed verder, eerst op zijn zoon, ridder Robert de Smit, en vervolgens, in 1673, op diens kozijn, testamentair aangesteld als universeel erfgenaam, Antoine-Joseph de Smit. In 1682, verkoopt Antoine-Joseph de Smit, dan schepen van Antwerpen, het landgoed met de gronden in de polder, in totaal 20,5 bunder, aan Louis-Marie Frarin, lid van de Grote Raad van Mechelen, voor de prijs van 15.600 florijnen (Schobbens, 1930:118; Dierickx, 1954:341; Arren, 1997:117). Raadslid Louis-Marie Frarin koopt gedurende volgende jaren verscheidene andere goederen te Hoboken, namelijk in 1683, een hoeve van 16 hectare aan de Zandweg, tegen de Schelde, en ontleent deze tenslotte voor 20.000 florijnen aan Georges Vecquemans (Schobbens, 1930:118).

Afb.2. Kaart Meerlenhof jaren 1770. (naar Corremans, 1997:32,73)
Louis-Marie Frarin overleed in 1703 en liet zijn belangrijk fortuin en bezittingen na aan zijn twee dochters Isabelle-Louise en Anne-Marie. Anne-Marie Frarin, gehuwd met Pierre-François Geens, heer van Fiennes, bekwam het domein (Schobbens, 1930:118; Arren, 1997:117). De naam verschijnt voor het eerst in 1728 als "meirlehoff". (Corremans, 1991:73). Hun dochter, Isabelle-Jeanne-Gabrielle Geens, gehuwd met Jean-Baptiste du Bois de Fiennes, verkocht het domein publiekelijk in 1733 aan Jean-Guillaume Mertens, kerkmeester in de kathedraal van Antwerpen, en weduwnaar van Angèle-Catherine van Praet (overleden te Antwerpen 29 mei 1721), voor 13.200 florijnen. In de verkoopakte werd het landgoed beschreven als "...Merlehof, rontsomme in watergrachten met visch gelegen...", met hoeven, bijgebouwen, landen, dreven en aanplantingen tegen de Balheyde, nabij de rue Vieille, en een perceel grond in de polder, in totaal 19 3/4 bunderen groot. (Schobbens, 1930:118-119; gewijzigd naar Dierickx, 1954:341; gewijzigd naar Thys, 1987:196; Arren, 1997:117). Jean-Guillaume Mertens (Antwerpen 14 april 1682 - Antwerpen 31 juli 1754) herbouwde de voorgevel en omringde de herenwoning opnieuw met een brede gracht (Schobbens, 1930:119; gewijzigd naar Dierickx, 1954:155,341; gewijzigd naar Thys, 1987:196; Arren, 1997:117). Op een groot schilderij van 1736 van F.H. Van Hamme, bewaard op het districtsarchief, zien we het nieuw gebouwde kasteel met de mooi aangelegde tuinen (District Hoboken, 1987:15; Thys, 1987:196; Corremans, 1991:73; Arren, 1997:117). Op het schilderij leest men: "Praetorium ter Meirle, Dni. Guillmi Mertens in Ducati de Hobocque. F.H. Van Hamme, 1736" (Schobbens, 1930:119; naar Corremans, 1991:73; naar Arren, 1997:117). (Afb.2, volgens de kabinetskaart van de Oostenrijkse Nederlanden, opgenomen op initiatief van graaf de Ferraris (1771-1778) (Corremans, 1997:31,32,73)). Zoals op dit schilderij bleef het kasteel tot in het begin van de twintigste eeuw bestaan. (Afb.5) (District Hoboken, 1987:15; Thys, 1987:196; Arren, 1997:117). Jean-Guillaume Mertens en Angèle-Catherina van Praet hadden vier kinderen: Jacques-Willem, Maria-Catherina, Filip-Jozef en Antoine (Arren, 1997:117-118). Maria-Catherina-Augustina Mertens (Antwerpen 1717 - Antwerpen 5 augustus 1788), huwde in 1748 met Jean-Baptiste-Karel Soolmaecker (geboren Antwerpen 8 januari 1710), zoon van Jan-Baptiste Soolmaecker en van Maria-Anna van den Bossche. (Arren, 1997:117-118). In 1755 procedeerden Jacques-Guillaume Mertens - De Wael en Marie-Catherine-Augustine Mertens, weduwe van Jean-Charles Soolmaecker, over de verdeling van de erfenis van hun vader, oud-kerkmeester van de kathedraal te Antwerpen, overleden op 31 juli 1754 (Schobbens, 1930:119). De oudste zoon, Jacques-Guillaume Mertens, verwierf het grote huis van de handelaar, canal des Récollets, 21, geschat op 20.000 florijnen, evenals het landgoed van 18 bunderen, geschat op 16.000 florijnen (gewijzigd naar Schobbens, 1930:119). Jacques-Guillaume Mertens overleed zonder nageslacht; zijn goederen gingen over naar de dochters, Antoinette en Angèle Soolmaecker, van zijn zuster Marie Soolmaecker, weduwe van Jean-Baptiste van Scherpenbergh (Schobbens, 1930:119). Antoinette en Angèle Soolmaecker ontdeden zich al heel vlug van het kasteelgoed. (Arren, 1997:117-118).

Afb.3. Kaart Meerlenhof 1811. (naar Corremans, 1997:45)
In de belangrijkste oude inventaris voor alle eigendommen te Hoboken, het Metingboek van Stijnen (1780-1782), worden 17 domeinen vermeld, waaronder 13 als hof, inclusief het Meerlenhof (Corremans, 1997:36):
op folio 96: "Jouff. de Wed. Mertens, 346 't hof met bassecour, hoveninge ende waeteringe" (Corremans, 1997:336). In het Metingboek van Stijnen (1782) wordt alleen de 'Oudestraet' (=Broydenborglaan en Oudestraat) als openbare weg bij naam vermeld (Corremans, 1991:88).

Op de oudste kadasterkaart, de Tableau d'Assemblage du Plan cadastral parcellaire de la Commune de Hoboken, Canton de Wilryck, Arrondissement de Anvers, Dép.t. des Deux-Nèthes; Terminé sur le terrein le 19 Octobre 1811 (Afb.3), is het Meerlenhof begrensd door de Chemin du bois de Chêne (de huidige Meerlenhoflaan en Eikenlei), de Chemin Vieux (de huidige Broydenborglaan) en de Pavé de Hoboken (de huidige St Bernardse Steenweg) (gewijzigd naar Dierickx, 1954:183; Corremans, 1997:45). De Oudestraat is één van de oudste straten van Hoboken en bestond reeds in oorsprong rond het jaar 900. Deze weg vormde de oostgrens van 3 velden: de Kapellevelden, de Middenvelden en Buitenvelden. De weg verbond het Wilrijks gehucht "den ouden hof" met het dorpscentrum te Hoboken. (Corremans, 1991:24,27-29).

Afb.4. Kaart Hoboken 1860. (naar Dierickx, 1954:188)
In 1823 is het domein voor een deel eigendom van Joseph, Charles en Gérard Beeckmans, renteniers van Anderlecht, kinderen van Jean-Baptiste et de Marie-Antoinette van Scherpenbergh en voor het ander deel eigendom van Philippe-Joseph Herry, luitenant van de nationale militie, Marie-Antoinette Herry, Constant Herry, huzaar van het achtste regiment, Alphonse-Charles, et Albert Herry, allen van Antwerpen, kinderen van Philippe en Anne-Marie van Scherpenbergh, zuster van Marie-Antoinette, dochters van de voornoemde Jean-Baptiste van Scherpenbergh-Soolmaecker (Schobbens, 1930:119). Het Meerlenhof, omvattende 9,5 ha, werd in 1824 verkocht aan Servais Le Brasseur, handelaar uit de Korte Nieuwstraat te Antwerpen, voor de prijs van 11.000 Hollandse florijnen (Schobbens, 1930:119; gewijzigd naar Dierickx, 1954:341; gewijzigd naar Thys, 1987:197; Arren, 1997:118).
De hoeve aan de Broydenborglaan 137, bij de Kopenhagenstraat, is rond 1830 opgericht en de eerste bewoners vinden we terug vanaf 1847. Deze hoeve heeft steeds tot het domein Meerlenhof behoord. Hier ontdekken we een onafgebroken reeks van landbouwersfamilies te beginnen met Joannes Verbeeck-Catharina De Decker en 12 kinderen, vanaf 1870 Cornelius Vervliet, weduwnaar en 2 gehuwde kinderen, opgevolgd door Petrus Barbiers-Anna Vervliet en 4 kinderen tot diens overlijden in 1919, dan de hovenier Joannes Belis-Maria Wouters, terug een landbouwer Constant Wouters-Catharina De Vos en 2 kinderen, die er bleven tot 12.11.1945, waarna de woning kwam leeg te staan en kort daarop afgebroken. (Corremans, 1997:268).

Afb.5. Kasteel Meerlenhof in 1857. Ets van A.J. Van den Eynde (1822-1861). Stadsarchief Mechelen, foto M.Stuer. (naar Corremans, 1991:96)
De weduwe van Servais le Brasseur, Marie-Louise Benoît, geraakte terug in het bezit van de aanliggende gronden, van de kinderen Herry, tot aan de Sint-Bernardsesteenweg, 14 ha, voor de prijs van 24.000 frank zodat het domein in 1835 terug 24 ha bedroeg. (Schobbens, 1930:119; gewijzigd naar Dierickx, 1954:341; Thys, 1987:197; Arren, 1997:118). De twee zonen, Antoine en Henri, van echtgenoot Le Brasseur-Benoît, procedeerden over de erfenis in 1839. Het lusthof komt in handen van Antoine Le Brasseur-de Gruytters, handelaar te Antwerpen. (Schobbens, 1930:119; gewijzigd naar Dierickx, 1954:341). De merkwaardige kluis met een beeld van een neerliggende St-Antoine, in gebed, wordt dan opgericht (Schobbens, 1930:119). In 1860 veroorzaakt de aanleg van de Krijgsbaan, die de talrijke forten (die ondertussen reeds lang verouderd en zonder enige defensieve waarde zijn) van de Brialmontvesting rond Antwerpen moest verbinden, een noodlottige verwoesting van onze mooie landgoederen. Het Meerlenhof wordt in twee gespleten: het volledige landbouwgebied gelegen tot aan de grote steenweg wordt afgesneden. (Schobbens, 1930:119; gewijzigd naar Dierickx, 1954:341; gewijzigd naar Thys, 1987:197; Arren, 1997:118). Op de Kaart der Gemeente Hoboken van 1860 (Afb.4) staat het domein nu vermeld als Hof Le Brasseur gelegen aan de Eikelei (gewijzigd naar Dierickx, 1954:188). In 1866 vinden we nog 12 buitenplaatsen terug, waaronder Le Brasseur (Meerlenhof) (Kuyl, 1866:39 naar Corremans, 1997:41,335,337). Het besloten erf van het landgoed, ongeveer 15 ha groot, komt in handen van Rosalie Le Brasseur, wanneer zij op 15 januari 1868 procedeert, samen met haar broer Henri en haar zuster Emilie, later Mme Victor van de Vin, over de verdeling van de erfenis van hun vader (Schobbens, 1930:119; gewijzigd naar Thys, 1987:197). Na de verdeling van de bezittingen van haar ouders trad Rosalie Le Brasseur in het huwelijk met Albert Havenith (10.7.1827 - Antwerpen, 14.4.1913) en zo komt het dat het Meerlenhof in de volksmond heden nog het Hof van Havenith word genoemd. (gewijzigd naar Dierickx, 1954:341; District Hoboken, 1987:16; Arren, 1997:118). Sedert die tijd wordt het Meerlenhof opmerkzaam verfraaid en dankzij de intelligente aanpak en voortdurende zorg van M. Albert Havenith, worden de tuinen en waterlopen perfect onderhouden; het lusthof, met zijn mooie wandelpaden, zijn vijf bruggen, zijn standbeelden, zijn waters en kanalen mag zeker gerangschikt worden bij de meest charmante en pittoreske landgoederen uit de omgeving van Antwerpen (Schobbens, 1930:119). Albert Havenith bezat er ook een privétennisterrein. Na de tweede wereldoorlog kon de tennisclub T.C. Sorgvliet een overeenkomst sluiten met de familie Havenith om de privé-tennisbaan, gelegen in het Hof van Havenith, te gebruiken.

Afb.5a. Château 't Merlenhof, 1900. West- en zuidgevel.
(boven naar Dierickx, 1985:48)
(onder naar Dubois, 1972:34)
In 1901 ging het domein over op de beide zonen uit het vorige huwelijk: Jozef en Evrard Havenith. (District Hoboken, 1987:16; naar Thys, 1987:197; Arren, 1997:118). Albert Havenith en Rosalie Le Brasseur, wonende te 3 avenue Van Eyck, Anvers, bleven tot 1914 ook eigenaar van het château 't Meerlenhof, 2-4, avenue des Chênes, á Hoboken (Tout-Anvers-1914:264).

Afb.6. Avenue des Chênes, 1910. (naar Dierickx, 1985:9)
De Avenue des Chênes (de huidige Meerlenhoflaan en Eikenlei) rond 1910 (Afb.6). De huizen links van de foto behoren tot de huidige Fakkelstraat (gewijzigd naar Dierickx, 1985:9). De gronden links zijn bebouwd na 1945 en de gronden rechts gedeeltelijk vóór 1940 en na 1945 (Dubois, 1972:28).

Afb.6a. Kaart Meerlenhof, 1919. (naar Corremans, 1919:46)
Evrard Havenith.
Na het overlijden van Albert Havenith te Antwerpen op 14 april 1913, kwam, bij de herverdeling van het familiebezit, in 1914, het domein Meerlenhof in bezit van Evrard Havenith (Antwerpen, 31.8.1876 - Hoboken, 7.12.1960). Bij collegebesluit van 28.12.1915 bekwam hij van het gemeentebestuur de toelating om het ondertussen vervallen kasteel af te breken en een nieuw te bouwen. Dit nieuwe kasteel, Hof van Havenith genoemd, werd voltooid in 1918. (Dierickx, 1985:48; District Hoboken, 1987:16; naar Thys, 1987:197; Corremans, 1991:73; Arren, 1997:118). [nvdr: de gevelsteen geeft aan 1914-1919]. Detail van de gemeentekaart van 1919, bewaard in het Archief van het District Hoboken, kaarten & plans 9, vak E (Afb.6a) (Corremans, 1997:46).

Afb.7. Het Kasteel Meerlenhof, 1930. (naar Dierickx, 1985:48)
Op een prentkaart van de hoofdingang van het kasteel Meerlenhof (jaren 1930) (Afb.7) bemerkt men rechts de toegang over de toenmalige vestingsgracht. (gewijzigd naar Dierickx, 1985:48). In 1931 besloot Evrard Havenith om al zijn bezittingen te Hoboken te verkopen. Hij bracht ze onder in een maatschappij "Hoboken-West", die reeds talrijke gronden te Hoboken verkaveld had. (District Hoboken, 1987:17; naar Thys, 1987:197; Arren, 1997:118). De bedoeling om de gronden Meerlenhof te verkavelen bestond reeds vóór de Tweede Wereldoorlog zoals blijkt uit een ontwerp van bouwlijnplan van 27.2.1934 waarbij de straten Nachtegaallaan, Pauwenlaan en Grasmuslaan ongeveer de huidige vorm hadden (Corremans, 1991:151).
In een procedure ter gelegenheid van een aanvraag om een staatstoelage voor de aankoop door de gemeente Hoboken van het domein Sorghvliedt in 1936 stelt het gemeentebestuur voor om de aanleg van de nieuwe wijk Meerlenhof enigzins te wijzigen, in het kader van een betwisting met de bouwmaatschappij "Hoboken West" over het ontwerp van aanleg (Corremans, 1997:290). Evrard Havenith was een bekend duivenmelker. In 1932 verkocht hij een wereldberoemde duif “de Kaers”.

Afb.7b. Simonne Gijsels aan kasteeltrap (Pasen 1939).
© Gijsels, S.
Alfons Jozef Gijsels was de laatste hovenier van de familie Havenith, en dit van 1932 tot 1942. De hovenier woonde met zijn familie (fig.7a) in de hovenierswoning gelegen in het kasteeldomein. Hiernaast ziet men Simonne Gijsels (fig.7b), de jongste dochter van de hovenier, aan de trap van het kasteel, tijdens Pasen in 1939. Simonne verbleef in het domein van haar 4 maanden tot haar 10de levensjaar. Men bemerkt de originele stenen ballustrade van de trap en de vaas met slangenmotief.

Afb.7a. Familie Gijsels in tuin vóór hovenierswoning (Pasen 1939). © Gijsels, S.

Afb.8. Kaart Meerlenhof 1945, V2 inslagen. (naar Dierickx, 1954:295)
Op 20 januari 1941 verkocht de maatschappij Hoboken-West het kasteeldomein aan het echtpaar De Ren-De Meyer en deelnemers, die het op hun beurt op 8 februari 1943 doorverkochten aan dame Jeanne-Yvonne Franssens (District Hoboken, 1987:17; naar Thys, 1987:197; Arren, 1997:118).
Tijdens de tweede wereldoorlog, in 1944?, werd het domein geteisterd door twee V2 inslagen. Het kasteel werd net niet geraakt. (Afb.8) (gewijzigd naar Dierickx, 1954:295).


Afb.9. Kaart Meerlenhof 1950. (naar Dierickx, 1954:350)
Van het oorspronkelijk domein vinden we in 1950 nog een schuur in baksteen opgetrokken. Ook bestond toen nog de bakstenen brug over het omringende water. Langs de toenmalige Eikenlei bevond er zich eertijds de monumentale poort, bestaande uit staanders en bekroond met slanke vazen in een soort rocaille-stijl; ze dateerde wellicht uit de 18de eeuw. De stukken ervan lagen in 1950 over het domein verspreid en waren nog volledig. Enkele jaren vóór 1950 werd ze afgebroken, samen met de herstrukturering van de prachtige Eikenlei [nvdr: Beukenlaan in Dierickx, 1954:342 is een lapsus calami], welke liep vanaf het kasteel Broydenborg naar de St Bernardse Steenweg, in de Meerlenhoflaan en Eikenlei (Afb.9). (gewijzigd naar Dierickx, 1954:342). De eerste eigenlijke verkaveling is vastgelegd in het bijzonder plan van aanleg nr. 25 "wijk Meerlenhof", goedgekeurd bij Koninklijk Besluit van 14.6.1950, gewijzigd op 30.4.1952, 23.10.1965 en 23.4.1975. In functie van dit plan zijn er een groot aantal afzonderlijke verkavelingsplannen opgesteld die de effectieve uitvoering hebben vastgelegd. Zo waren de meeste straten voorzien in het bij collegebesluit van 23.3.1955 vergunde plan. (Corremans, 1991:151).

Afb.10. Kaart Meerlenhof 1959. (naar Strecker, 2005)
Jeanne-Yvonne Franssens verkocht het kasteel samen met de gronden van de voormalige houtzagerij, groot 80.000 m2, aan het gemeentebestuur van Hoboken op 7 januari 1963, voor de prijs van 13.800.000 BEF. (gewijzigd naar Dierickx, 1985:48; District Hoboken, 1987:17; gewijzigd naar Thys, 1987:197; Corremans, 1991:73; Arren, 1997:118; Corremans, 1997:41). Het kasteel Meerlenhof was echter zo deerlijk gehavend dat een grondige restauratie, door het gemeentebestuur uitgevoerd, noodzakelijk was in 1963-1964. In het kasteel werden de gemeentelijke administratieve diensten, zoals de sociale dienst en de psycho-sociale dienst van het O.C.M.W., ondergebracht. (gewijzigd naar Dierickx, 1985:48; District Hoboken, 1987:17; gewijzigd naar Thys, 1987:197; Corremans, 1991:73; Arren, 1997:119).

Afb.11. Kaart Meerlenhof 1982. (naar Dierickx, 1982:223)

Tijdens de "golden sixties" met hun economische expansie trekt Hoboken opnieuw veel jonge gezinnen aan (gewijzigd naar Dierickx, 1985:VI). Het landgoed Meerlenhof werd voor een deel verkaveld tot een nieuwe woonwijk, terwijl de rest van het goed, rond het kasteel, openbaar park werd (Arren, 1997:118). In die periode ontstond aldus de woonwijk Meerlenhof, samen met onder andere de woonwijken Vinkevelden, Heide A en B. (gewijzigd naar Dierickx, 1985:VI). De eerste goedgekeurde privé-verkavelingen in de wijk Meerlenhof dateren reeds van 1954. Van 1962 tot 1976 volgen dan de verkavelingen van de Regie Grondbeleid. (gewijzigd naar Dierickx, 1982:225; Thys, 1987:23). De eigenlijke motor van de verkaveling is de gemeentelijke grondregie geweest die een paar van de grootste delen voor haar rekening had genomen. Die ontwikkeling is trouwens niet van een leien dakje verlopen, want toen de straten werden open verklaard voor het verkeer op 29.5.1957 met uitzondering van Lijsterlaan die in 1964 en Distelvinklaan, Meeuwenlaan en Oudstrijderslaan (van Distelvinklaan tot Goedentijdstraat) in 1970 waren aangelegd, stelden een aantal eigenaars een rechtsgeding in tegen het gemeentebestuur als zouden deze straten wederrechtelijk zijn gerealiseerd. Dit geschil liep van 1958 tot eerst bij akte van 10.11.1967 de zaak definitief werd geregeld. (Corremans, 1991:151). In deze periode werden ééngezinswoningen, appartementen en villa's in de wijk gerealiseerd. (gewijzigd naar Dierickx, 1982:225).

In 1972 werd het domein Meerlenhof in het prototype van het gewestplan impliciet bestemd als bestaande groene ruimte gelegen in woongebied, de wijk Meerlenhof. In 1978 waren alle percelen in de wijk Meerlenhof verkocht [nvdr: behalve het perceel aan de Meerlenhoflaan 30: het Meerlenhof] (Dierickx, 1982:219).

Straatnamen

Hierna volgt de beknopte historiek en etymologie van enkele van de straatnamen betrokken in de historiek van het domein Meerlenhof.

Broydenborglaan.
1429: "d'Oudestraet" (deel van) (Alg. Rijksarchief Brussel, archief Ursel, R 123, geciteerd naar Corremans, 1991:213).
1460: "douwestraete" (deel van) (Topnymie van Hoboken, nr. 666, geciteerd naar Corremans, 1991:213).
1782: "oudestraete" (deel van) (Stijnen, 1782, geciteerd naar Corremans, 1991:89).
1811: "Chemin vieux" (deel van) (Kadasterkaart, 1811, geciteerd naar Corremans, 1991:213).
1844: "Oude straet, deel van buurtweg nr.3" (deel van), weg van de kerk van Hoboken naar Hemiksem en naar Wilrijk (Heuschling, 1844, geciteerd naar Corremans, 1991:90).
1864: "Groote Elststraet" (deel van) (Raadsbesluit, 1864.05.03, geciteerd naar Corremans, 1991:213).
1878: "leggen steenweg van de vollestraat langs de 'kleine Elststraat tot aan de Elst'" (deel van) (Raadsbesluit, 1878.09.26, geciteerd naar Corremans, 1991:213).
1880: "de buurtweg genaamd kleine Elststraat" (deel van) (Collegebesluit, 1880.05.22, geciteerd naar Corremans, 1991:213).
1905: "Oudestraat" (deel van) (Straatnaamlijst, 1905, geciteerd naar Corremans, 1991:213).
De naam wijst op het feit dat de weg die door het centrum van Hoboken liep en de eerste doorgangsweg was, 'oud' werd toen later de Sint-Bernardsesteenweg werd aangelegd (Corremans, 1991:213).
1931 "Broydenborglaan" (Collegebesluit 1931.11.25, geciteerd naar Corremans, 1991:213).
Genoemd naar het kasteel met die naam dat rechtover de Meerlenhoflaan staat. Het bestond reeds in 1540 "Beroydenborch" en de naam zou verwijzen naar de plaats van afkomst van de stichter Balthasar van Wissenborch. (Corremans, 1991:194).

Eikenlei.
1583: "meerelei" (Kuyl, ????:41, geciteerd naar Corremans, 1991:197), "Meerleye" (Schobbens, ????:118, geciteerd naar Corremans, 1991:197), "Meerelei" (Corremans, 1991:211).
1698: "Heykenleye" (Schobbens, ????:118, geciteerd naar Corremans, 1991:197).
1754: "Dreve van d'Heer Fraula" (Kaart van de Grote Molenheide, geciteerd naar Corremans, 1991:197).
1782: "drève vanden heere de Neuf d'Aische" (Stijnen, 1782, geciteerd naar Corremans, 1991:197).
1811: "Chemin de bois de Chêne" (Kadasterkaart, 1811, geciteerd naar Corremans, 1991:197).
1844: buurtweg nr.8 "Eykeleystraet", weg van d'Elstraet naar de baan van Schelle naar Antwerpen (Heuschling, 1844, geciteerd naar Corremans, 1991:90,197).
1866: "Eikenlei" (Kaart 1866, geciteerd naar Corremans, 1991:197).
Zoals uit de aanleg in 1698 blijkt, is de straat genoemd naar het feit dat men deze met eikebomen had afgezet (Corremans, 1991:74,197).

Goedentijdstraat.
1844: "buurtweg nr.18 "Goedentijdstraet", weg van de Eykeleystraet naar de baan van Schelle naar Antwerpen (Heuschling, 1844, geciteerd naar Corremans, 1991:90,199).
1844: "aen het gehucht genaemt goedentijd" (Raadsbesluit, 1844.04.03, geciteerd naar Corremans, 1991:199).
1885: bouwtoelating aan de "provinciale steenweg ter plaetse de Goedentijd" (Collegebesluit, 1885.02.28, geciteerd naar Corremans, 1991:199).
1886: "in de goeden tijdstraat" (Collegebesluit, 1886.01.02, geciteerd naar Corremans, 1991:199).
1891: "Goe-dentijdstraat" (Collegebesluit, 1891.10.10, geciteerd naar Corremans, 1991:199).
De herberg 'In den Goeden Tijd' bestaat nog steeds aan de Sint Bernardsesteenweg 1162. De naam is een typische herbergnaam. (Corremans, 1991:199).

Lijsterlaan.
1963: "Lijsterlaan" (Collegebesluit, 1963.10.16, geciteerd naar Corremans, 1991:211).
Genoemd naar de zangvogel Turdus (naar Corremans, 1991:211).

Meerlenhoflaan.
1931: "Beukenlaan" (Collegebesluit, 1931.11.18, geciteerd naar Corremans, 1991:211).
1931: "Meerlenhoflaan" (Collegebesluit, 1931.11.25, geciteerd naar Corremans, 1991:211).
De naam staat vermoedelijk in verband met de oude naam Meer of Meir. In 1447 vinden we "een bunder lans ... gel(egen) te hoeboken inde mere", in 1493 "stuck lants geleegen inde meere" en in 1787 "den huyse ... alhier gestaen ende gelegen op den meir ontrent den steenwegh". Deze naam heeft waarschijnlijk dezelfde betekenis als de Meir te Antwerpen, namelijk een stilstaand water of poel (heidemeer).
Maar de naam Meerlenhof kan mogelijk ook afgeleid zijn van de vogel, de merel (zwarte lijster) want op de inscriptie van 1736 zien we deze vogel inderdaad driemaal afgebeeld en meerle is hetzelfde als merel.
Eerst had men de straat Beukenlaan willen heten in aansluiting met Eikenlei, maar toen men ontdekte dat er in Antwerpen al een weg met die naam was, werd terecht het oude speelhof herdacht. (Corremans, 1991:73-74,211).

Nachtegaallaan.
1956: "Nachtegaallaan" (Collegebesluit, 1956.11.28, geciteerd naar Corremans, 1991:212).
Genoemd naar de zangvogel Luscinia megarhynchos (naar Corremans, 1991:212).

Oudstrijderslaan.
1956: "Oudstrijderslaan" (Collegebesluit, 1956.11.28, geciteerd naar Corremans, 1991:213).
Genoemd naar de soldaten en gelijkgestelden uit de twee wereldoorlogen (Corremans, 1991:213).

Roodborstlaan.
1956: "Roodborstlaan" (Collegebesluit, 1956.11.28, geciteerd naar Corremans, 1991:214).
Genoemd naar de zangvogel Erithacus rubecula (naar Corremans, 1991:214).

Sint Bernardsesteenweg.
1493: "heerwech" (Toponymie van Hoboken, nrs 33, 90, 313, 314, 315, 335, geciteerd naar Corremans, 1991:216).
1628: "aende herbaene streckende naer hemissem" (Toponymie van Hoboken, nrs 33, 90, 313, 314, 315, 335, geciteerd naar Corremans, 1991:216).
1633: "herbaene" (Toponymie van Hoboken, nrs 33, 90, 313, 314, 315, 335, geciteerd naar Corremans, 1991:216).
1643: "op de breestraet" (Toponymie van Hoboken, nrs 33, 90, 313, 314, 315, 335, geciteerd naar Corremans, 1991:216).
1645: "Heijerwech" (Toponymie van Hoboken, nrs 33, 90, 313, 314, 315, 335, geciteerd naar Corremans, 1991:216).
1648: "bane gaende naer heijmisse" (Toponymie van Hoboken, nrs 33, 90, 313, 314, 315, 335, geciteerd naar Corremans, 1991:216).
1651: "baene gevende naer hemisse" (Toponymie van Hoboken, nrs 33, 90, 313, 314, 315, 335, geciteerd naar Corremans, 1991:216).
1691: "heirbaene" (Toponymie van Hoboken, nrs 33, 90, 313, 314, 315, 335, geciteerd naar Corremans, 1991:216).
1754: "Waterwegh" (Kaart van de Grote Molenheide, 1754, geciteerd naar Corremans, 1991:216).
1754: "baene van Antwerpen naer Schelle" (Kaart van de Grote Molenheide, 1754, geciteerd naar Corremans, 1991:216).
1757: "heirbaene naer Ste Bernaerts" (Toponymie van Hoboken, nr 313, geciteerd naar Corremans, 1991:216).
1760: "heuvelstraete" (Toponymie van Hoboken, nr 335, geciteerd naar Corremans, 1991:216).
1782: "baene van Schelle naer Antwerpen" (Stijnen, 1782, geciteerd naar Corremans, 1991:216).
1782: "breistraet" (Stijnen, 1782, geciteerd naar Corremans, 1991:216).
1782: "Cassijwegh" (Stijnen, 1782, geciteerd naar Corremans, 1991:89,216).
1811: "Chemin large le Pavé de Hoboken à Anvers" (Kadasterkaart, 1811, geciteerd naar Corremans, 1991:216).
1835: "steenweg van Antwerpen op Schelle" (Raadsbesluit, 1835.07.19, geciteerd naar Corremans, 1991:216).
1844: "la route de Schelle à Anvers" (Heuschling, 1844, geciteerd naar Corremans, 1991:216).
1844: "Provinciale weg van Antwerpen naar Puurs" (Collegebesluit, 1844.07.20, geciteerd naar Corremans, 1991:216).
1847: "Grotebaanstraet" (Wijkboeken, 1847, geciteerd naar Corremans, 1991:216).
1847: "Provinciaelen steenweg" (Raadsbesluit, 1847.08.21, geciteerd naar Corremans, 1991:216).
1850: "steenweg van Antwerpen naar Niel" (Collegebesluit, 1850.10.31, geciteerd naar Corremans, 1991:216).
1856: "Provinciale weg van Antwerpen op Schelle" (Collegebesluit, 1856.09.10, geciteerd naar Corremans, 1991:216).
1856: "Provinciale steenweg van Antwerpen op Hellegat Veer binnen de gemeente Niel" (Raadsbesluit, 1856.10.23, geciteerd naar Corremans, 1991:216).
1859: "Provinciale steenweg van Antwerpen naar Niel" (Collegebesluit, 1859.08.13, geciteerd naar Corremans, 1991:216).
1872: "Sint Bernardsesteenweg" (Toponymie van Hoboken, nr 780, geciteerd naar Corremans, 1991:216).
1875: "Chaussée de St. Bernard" (Collegebesluit, 1875.12.09, geciteerd naar Corremans, 1991:216).
1879: "de steenweg van St. Bernard" (Collegebesluit, 1879.07.05, geciteerd naar Corremans, 1991:216).
1881: "provinciale steenweg" (Collegebesluit, 1881.04.30, geciteerd naar Corremans, 1991:216).
1881: "Sint Bernardschen steenweg" (Collegebesluit, 1881.08.18, geciteerd naar Corremans, 1991:216).
1947: "Sint Bernardsesteenweg", ingevolge de nieuwe spelling (Collegebesluit, 1947.06.18, geciteerd naar Corremans, 1991:216).
De straat is genoemd naar de abdij van Sint Bernardus te Hemiksem (Corremans, 1991:216).

Besluit

Merk op dat het domein Meerlenhof in woongebied ligt, maar, vermits het park bestemd is als groene ruimte, er niet mag worden gebouwd, in tegenstelling tot wat Marc Van Peel (CD&V) in de media beweerd heeft.

Dankwoord

Wij danken, in chronologische volgorde, Mevrouw Anita Van Deun, Mevrouw Jonckheer-Loos, het personeel van de Infowinkel District Hoboken, Mevrouw Rita Jalon, conservator collectie scheepvaart en industrieel erfgoed te Antwerpen, de Heer Robert Bosiers, districtssecretaris te Hoboken, de Heer Raymond Corremans, districtsfunctionaris te Hoboken, de Heer Wim Strecker, de Heer Patrick Pieters, de famile Van Leemput, Mevrouw Simonne Gijsels voor hun medewerking en het bereidwillig verstrekken van informatie.

Referenties