http://www.meerlenhof.be/bwk.htm - Laatst gewijzigd op 2006.10.19 door Frans Janssens
Meerlenhof: Biologische Waardering

Frans Janssens, Nachtegaallaan 12 bus 12, B-2660 Hoboken
Francis De Decker, Nachtegaallaan 6 bus 62, B-2660 Hoboken

Inleiding

Een onderzoek, in 1996 uitgevoerd door het Provinciaal Instituut voor Hygiëne, in opdracht van het stadsbestuur van Antwerpen, vermeld dat het park Sorghvliedt, het domein Meerlenhof, het Hof ter Groen en Fort 8 biologisch waardevol zijn (Nieuwborg, H. et al, 1996:141). Het park Meerlenhof heeft een grotere natuurwaarde dan de meeste andere nabijgelegen kleinere parken (Nieuwborg, H. et al, 1996:147).

Bespreking

Afb.1. Biologische waarderingskaart omgeving Meerlenhof

Op de tweede versie van de Biologische WaarderingsKaart van Vlaanderen, betreffende de periode 1997 tot heden, met gedetailleerde en zo nauwkeurig mogelijke typering, is de biologische kwaliteit van het domein Meerlenhof, op basis van een terreinbezoek door de karteerder tijdens de zomer 1998 (code 98z), bepaald als 'een complex van biologisch minder waardevolle en waardevolle elementen' (code mw).
De grondgebruikseenheden zijn bepaald op 'Aanplanten en parken' (code PLPRK). De bwkeenheden zijn bepaald als park (inclusief parkachtig kerkhof) (code kp).

Merk op dat de biologische waardering van het park Meerlenhof overeenstemt met die van meer dan een derde van de oppervlakte van het park Sorghvliedt. Ondanks de aanwezigheid van de 'biologisch minder waardevolle elementen' in dit park, is het toch volledig geklasseerd geworden.

Het Meerlenhof als oversteekgebied voor sommige diersoorten

Afb.2. Orthografische kaart omgeving Meerlenhof

Zoals duidelijk te zien is op de orthografische kaart van de omgeving van het Meerlenhof (Afb.2) is het park Meerlenhof (centraal op de foto) slechts door een smalle straat met enkelzijdige bouwzone gescheiden van het park Sorghvliedt (links onderaan op de foto).
Ook is duidelijk te zien dat de boomkruinen in de achtertuinen van de woningen gelegen in de Lijsterlaan (midden, verticaal op de foto) ook één natuurlijk geheel vormen met de boomkruinen van het park Meerlenhof. Bovendien zorgt de open bebouwing (onderaan midden links op de foto) voor een natuurlijke verbinding voor planten en dieren van het park Sorgvliedt met het park Meerlenhof. Ter illustratie hiervan vermelden we de observatie van de prachtige Gewone Eikenpage (dagvlinder) in het Meerlenhof op 29 augustus 2005 door Toon Verbruggen. De Eikenpage komt misschien meer voor dan gedacht, maar omdat ze zich vooral rond de toppen van oudere eiken bewegen worden ze zelden waargenomen. De Eikenpage werd reeds waargenomen in FortVII.
Het voorkomen van de Eikenpage in het Meerlenhof doet vermoeden dat ze ook voorkomen in het naburige park Sorghvliedt en FortVIII. Dit is voor Hoboken - voor zover we weten - het eerst waargenomen exemplaar van de laatste decennia!
Het bewijst het ecologisch belang van het Meerlenhof als oversteekgebied voor sommige diersoorten.

Het Meerlenhof als woonplaats voor speciale dieren

Bonte Meerlenhofmerel, © 2006 Toon Verbruggen.
Sinds 2005 huisvest het Meerlenhof een zeer uitzonderlijke gast: een bonte merel. Een gast het Meerlenhof waardig. Het is een jong mannetje met een mooie symmetrische bonte schouder tekening. En met witte vlekjes aan de basis van de staart. Het is een gedeeltelijk leucistische merel. Geen aparte soort of ondersoort (vergelijk de foto met het bonte en het normale mannetje), maar een gedeeltelijk wit exemplaar zonder albino-ogen. Een afwijking met pigmentstoring. Mooi hé?

Leucisme - Bij leucistisch wit wordt het enzyme tyrosinase (nodig voor de ontwikkeling van pigmenten (melaninen)) normaal geproduceerd, evenals melanine. Er is echter een 'storing' in de overdracht van pigmenten naar de veercellen met als gevolg kleurloze (witte) veren, op enkele plaatsen of over het hele lichaam. Belangrijke kenmerken bij leucistisch wit zijn dat de ogen donker zijn (leucistische vogels hebben een normaal gezichtsvermogen) en dat elke veer helemaal gekleurd is of helemaal wit.
Niet te verwarren met albinisme, waarbij het enzyme tyrosinase genetisch ontbreekt en waardoor melaninen volledig ontbreken (de vogels hebben dan rode ogen en zien slecht door de overbelichting van hun netvlies).

Klik op de foto om devolgende te zien.

Het Meerlenhof als verblijfplaats voor speciale bomen

Ginkgo biloba
© 2006.08.14 Jef De Bruyn.
Ginkgo biloba, blad
© 2005.10.14 Frans Janssens.
1. Japanse notenboom Ginkgo biloba
Niet alleen Mechelen heeft zijn Japanse notenboom.
Naast de twee majestieuze hoge beuken, een gewone beuk en een rode beuk, biedt het Meerlenhof al jaren ook plaats aan een bescheidener, minder opvallende Japanse tempelboom, of Ginkgo biloba. Wordt ook pagodeboom genoemd. Oorspronkelijk afkomstig van Zuid-China. Er zijn veel verwante fossiele soorten van gevonden. De biloba is de enige nog levende soort van het geslacht Ginkgo. Daarom ook wel een levend fossiel genoemd. Die boomsoort is vele miljoenen jaren oud en werd in 1700 herontdekt in Japan. De boom is een overgangsvorm tussen naaldbomen en loofbomen. Door het feit dat hij al zolang overleeft, staat de boom wereldwijd symbool voor levenskracht. In Hirochima staat nog zo’n boom die de bom overleefd heeft, dus oersterk. Onze tempelboom staat vóór het kasteel op het ronde graspleintje aan de westkant. Ginkgo's zijn tweehuizige bomen. Dit wil zeggen, je hebt mannelijke en vrouwelijke bomen. We weten nog niet of onze boom een man of een vrouw is. Zelfs al is het een vrouwelijk exemplaar, noten zal ze nooit dragen, vermits ze maagd zal blijven bij ontstentenis van een Ginkgo man... Hiernaast een beeld van het typische ongenerfd, tweelobbige blad van onze Ginkgo met op de achtergrond het kasteel Meerlenhof.

We moeten de boom koesteren dus. Niet alleen voor onze Japanse bezoekers in het kader van Nello en Patrache. En vooral dankbaar zijn dat we haar/hem te gast hebben in het Meerlenhof.

2. Grote trompetboom Catalpa bignonioides
Het was tijdens een wandeling in het zeer prachtige domein Vordenstein te Schoten dat ik de boom plots herkende. Onze trompetboom staat links achter het kasteel. Een relatief lage boom met een zeer brede kruin. En met zeer lange typische peulvruchten die aan erwten doen denken.

Catalpa bignonioides
© 2006.08.14 Jef De Bruyn.
Catalpa bignonioides, vrucht
© 2006.08.03 Frans Janssens.

De paardekastanjes hebben het moeilijk in het Meerlenhof

Zieke paardekastanje
© 2006.08.26 Frans Janssens.
Mineermotje
© 2006 FOVVVL.
Aangetast blad
© 2006.08.26 Frans Janssens.
Aantasting detail
© 2006.08.26 Frans Janssens.
Het is u zeker ook al opgevallen. Onze paardekastanjes (Aesculus hippocastanum) staan er ziek bij. Bruingevlekte bladeren in het midden van de zomer zijn nu niet bepaald een teken van een blakende gezondheid... De bladeren beginnen ieder jaar, reeds in augustus te verschrompelen, lang voor het herfstseizoen. In 2003 leek het aan de droogte te liggen (we hadden toen een hittegolf), maar voor 2004, en zeker voor 2005 en 2006 gaat die theorie niet op. Zou het aan een virus liggen, waarvoor specifiek paardekastanjes gevoelig zijn? De jongere scheuten, onderaan de boom hebben er nog geen last van, maar dat zal wel zijn omdat ze jonger en sterker zijn, zeker? Wanneer je rondkijkt in Hoboken (en elders, bvb. in Ekeren, in de streek van Reet, Boom, e.d.) merk je trouwens hetzelfde verschijnsel bij paardekastanjebomen. Zo hebben ook de paardekastanjes in de Meerlenhoflaan er last van. De andere bomen, zelfs die in de onmiddellijke omgeving van die paardekastanjes, weten er niet van. Het blijkt dus iets typisch paardekastanjeboom gebonden te zijn. De tamme kastanje blijkt ongevoelig te zijn voor de ziekte.

Wanneer je een paardekastanjeboom in het park nadert zie je een wolk van kleine beestjes rond de boom zweven. Het beestje blijkt een motje te zijn. Microlepidoptera worden die zeer kleine vlinders en motten genoemd. De bladeren van de paardekastanje zijn aangetast op een typische manier: het bladgroen is in vlekken verdwenen. De gelige, bruinige opperhuid van het blad blijft echter intact. Het bladgroen is dus tussen de bovenste en onderste oppervlaktehuid van het blad verdwenen. Die vlekken zijn doorschijnend. Als je een blad naar de zon houdt zie je in die licht gekleurde vlekken donkere puntjes, meestal gegroepeerd. Dit zijn de uitwerpselen van de larve van de mineermot. Alles wijst er dus op dat de bladeren zijn aangevreten door larven van mineermotjes. De motjes leggen hun eieren op de bladeren. De larve (een minuscuul witgelig rupsje) boort zich een weg in het blad en eet al het bladgroen op tussen de bovenhuid en onderhuid van het blad. De larven brengen hun volledige ontwikkeling door in het blad. Uiteindelijk verpopt ze en wordt een motteke. Als je de mot met een horlogeloep bekijkt blijkt het een zeer mooi getekend motteke te zijn. Zilverkleurig met goudgele dwarsstrepen.

Waarschijnlijk heeft de hittegolf van juli der iets mee te maken. Maar in het algemeen komen door de globale opwarming van de aarde hoe langer hoe meer exotische beestjes meer noordwaarts gemigreerd. Ze hebben hier nog geen natuurlijke vijanden en komen hier dus in een paradijs terrecht.

Het mysterie opgelost. Dankzij een gouden tip van Hans Henderickx hebben we ontdekt wie de boosdoener is. Het blijkt de bladmineerder Cameraria ohridella te zijn. Nederlandse naam = paardekastanjemineermot. Deze mot werd voor het eerst beschreven in 1986 uit Macedonië (het oorspronkelijk verspreidingsgebied van de paardekastanje), nadat ze ongewild met een lading hout werd ingevoerd, en heeft zich sindsdien spectaculair uitgebreid over Centraal Europa. De herkomst van de soort is nog steeds onzeker, waarschijnlijk Azië. Het motje werd voor het eerst in België aangetroffen in november 1999 te Tervuren. Deze mot is strikt monofaag: ze tast alleen paardekastanjes aan. Eieren worden gelegd aan de bovenzijde van het blad, tot 300 eieren per blad. De eitjes komen uit na 10 dagen. De rups is ongeveer 1,5 mm lang en geelgroen van kleur. Iedere rups maakt een bladmijn tussen 2 bladnerven. Wanneer de rups volgroeid is maakt ze in het centrale deel van de bladmijn een verpoppingskamer. Er zijn 3 generaties per jaar: april-mei, juli en september-oktober. De pop van de 3de generatie overwintert. (naar De Prins & Puplesiene, 2000:1-6; naar FOVVVL, 2006).

Schade. Door de mijngangen van de rupsen wordt het blad bruin, en gaat vroegtijdig afvallen.
Gevolg: de boom kan daardoor minder reserves opbouwen voor het volgende groei seizoen.
Gevolg: de aangestaste boom zal volgend jaar minder blad dragen.
Gevolg: de conditie van de boom gaat achteruit.
Gevolg: de boom wordt gevoelig aan ander ziekten, zoals bacterie en schimmel infecties.
Gevolg: de boom gaat dood. (naar Hooftman, 2006:in lit.).

Feromoonval
© 2006.09.25 Wilfried Hooftman.
Jute lijmband
© 2006.09.25 Wilfried Hooftman.
Pancarte (klik om te vergroten)
© 2006.09.25 Wilfried Hooftman.
Wat is er aan te doen? In Temse zijn de meeste paardekastanjes niet aangetast. Daar weten ze dus hoe ze de mot moeten aanpakken. Ik ben ten rade gegaan bij mijn vriend en Temsenaar Wilfried Hooftman. In Temse pakken ze de motten biologisch aan. De biologische bestrijding van de motten gaat als volgt. Eind april, vóór de eerste generatie voorkomt, worden er feromoonvallen in de bomen opgehangen om de mannelijke motten weg te vangen. De vrouwelijke motten kunnen slecht vliegen en kruipen langs de stam omhoog. Daarom worden op de stam onder de eerste vertakkingen 2 lijmbanden aangebracht. In het najaar worden de afgevallen bladeren, waarin de poppen overwinteren, verzameld en verbrand. Voor meer uitleg over de methode, zie de pancarte hiernaast.

Als ze in Temse hun paardekastanjes kunnen redden van een gewisse dood, moet onze Hobokense groendienst onze Hobokense paardekastanjes toch ook wel kunnen redden neem ik aan?...

Hier volgen ter info twee adressen waar de produkten particulier kunnen worden bekomen:

Hiels bvba
Rupelmondestraat 299
9150 Bazel
Tel: 03/774.11.35

Achten Renaat Tuincentrum
Beerveldestraat 64
9160 Lokeren.
Tel: 09/349.13.31

Meer info over de biologische bestrijdingsmethode van de paardekastanjemineermot zoals toegepast in Temse is te vinden bij
Edialux NV
2880 Bornem
Tel: 03/886.22.11

Francis krijgt het warm, én deze keer niet door de globale opwarming: Volgend voorjaar evalueert het district een biologische bestrijding van de paardekastanjemineermot in een proefproject. Enkele Hobokense paardekastanjes zullen voorzien worden van feromoonvallen en lijmbanden. Wij gaan dat van zeer nabij opvolgen.

Besluit

De ecologische oppervlakte van het park Meerlenhof is dus veel groter dan de kadastrale oppervlakte van het park. Bovendien vormt het park Meerlenhof ecologisch één groot geheel met het park Sorghvliedt, het park Broydenborg en Fort VIII.

Referenties