| Meerlenhof: Biologische Waardering |
Frans Janssens, Nachtegaallaan 12 bus 12, B-2660 Hoboken
Francis De Decker, Nachtegaallaan 6 bus 62, B-2660 Hoboken
![]() |
Op de tweede versie van de Biologische WaarderingsKaart van Vlaanderen, betreffende de periode 1997 tot heden, met gedetailleerde en zo nauwkeurig mogelijke typering, is de biologische kwaliteit van het domein Meerlenhof,
op basis van een terreinbezoek door de karteerder tijdens de zomer 1998 (code 98z),
bepaald als 'een complex van biologisch minder waardevolle en waardevolle elementen' (code mw).
De grondgebruikseenheden zijn bepaald op 'Aanplanten en parken' (code PLPRK).
De bwkeenheden zijn bepaald als park (inclusief parkachtig kerkhof) (code kp).
Merk op dat de biologische waardering van het park Meerlenhof overeenstemt met die van meer dan een derde van de oppervlakte van het park Sorghvliedt. Ondanks de aanwezigheid van de 'biologisch minder waardevolle elementen' in dit park, is het toch volledig geklasseerd geworden.
![]() |
Zoals duidelijk te zien is op de orthografische kaart van de omgeving van het Meerlenhof (Afb.2)
is het park Meerlenhof (centraal op de foto) slechts door een smalle straat met enkelzijdige bouwzone gescheiden van het park Sorghvliedt (links onderaan op de foto).
Ook is duidelijk te zien dat de boomkruinen in de achtertuinen van de woningen gelegen in de Lijsterlaan (midden, verticaal op de foto) ook één natuurlijk geheel vormen met de boomkruinen van het park Meerlenhof.
Bovendien zorgt de open bebouwing (onderaan midden links op de foto) voor een natuurlijke verbinding voor planten en dieren van het park Sorgvliedt met het park Meerlenhof.
Ter illustratie hiervan vermelden we de observatie van de prachtige Gewone Eikenpage (dagvlinder) in het Meerlenhof op 29 augustus 2005 door Toon Verbruggen. De Eikenpage komt misschien meer voor dan gedacht, maar omdat ze zich vooral rond de toppen van oudere eiken bewegen worden ze zelden waargenomen. De Eikenpage werd reeds waargenomen in FortVII.
Het voorkomen van de Eikenpage in het Meerlenhof doet vermoeden dat ze ook voorkomen in het naburige park Sorghvliedt en FortVIII. Dit is voor Hoboken - voor zover we weten - het eerst waargenomen exemplaar van de laatste decennia!
Het bewijst het ecologisch belang van het Meerlenhof als oversteekgebied voor sommige diersoorten.
![]() |
Leucisme - Bij leucistisch wit wordt het enzyme tyrosinase (nodig voor de ontwikkeling van pigmenten (melaninen)) normaal geproduceerd, evenals melanine. Er is echter een 'storing' in de overdracht van pigmenten naar de veercellen met als gevolg kleurloze (witte) veren, op enkele plaatsen of over het hele lichaam. Belangrijke kenmerken bij leucistisch wit zijn dat de ogen donker zijn (leucistische vogels hebben een normaal gezichtsvermogen) en dat elke veer helemaal gekleurd is of helemaal wit.
Niet te verwarren met albinisme, waarbij het enzyme tyrosinase genetisch ontbreekt en waardoor melaninen volledig ontbreken (de vogels hebben dan rode ogen en zien slecht door de overbelichting van hun netvlies).
Klik op de foto om devolgende te zien.
| |
|
We moeten de boom koesteren dus.
Niet alleen voor onze Japanse bezoekers in het kader van Nello en Patrache.
En vooral dankbaar zijn dat we haar/hem te gast hebben in het Meerlenhof.
2. Grote trompetboom Catalpa bignonioides
Het was tijdens een wandeling in het zeer prachtige domein Vordenstein te Schoten dat ik de boom plots herkende. Onze trompetboom staat links achter het kasteel. Een relatief lage boom met een zeer brede kruin. En met zeer lange typische peulvruchten die aan erwten doen denken.
|
|
| |
| |
| |
|
Wanneer je een paardekastanjeboom in het park nadert zie je een wolk van kleine beestjes rond de boom zweven. Het beestje blijkt een motje te zijn. Microlepidoptera worden die zeer kleine vlinders en motten genoemd. De bladeren van de paardekastanje zijn aangetast op een typische manier: het bladgroen is in vlekken verdwenen. De gelige, bruinige opperhuid van het blad blijft echter intact. Het bladgroen is dus tussen de bovenste en onderste oppervlaktehuid van het blad verdwenen. Die vlekken zijn doorschijnend. Als je een blad naar de zon houdt zie je in die licht gekleurde vlekken donkere puntjes, meestal gegroepeerd. Dit zijn de uitwerpselen van de larve van de mineermot. Alles wijst er dus op dat de bladeren zijn aangevreten door larven van mineermotjes. De motjes leggen hun eieren op de bladeren. De larve (een minuscuul witgelig rupsje) boort zich een weg in het blad en eet al het bladgroen op tussen de bovenhuid en onderhuid van het blad. De larven brengen hun volledige ontwikkeling door in het blad. Uiteindelijk verpopt ze en wordt een motteke. Als je de mot met een horlogeloep bekijkt blijkt het een zeer mooi getekend motteke te zijn. Zilverkleurig met goudgele dwarsstrepen.
Waarschijnlijk heeft de hittegolf van juli der iets mee te maken. Maar in het algemeen komen door de globale opwarming van de aarde hoe langer hoe meer exotische beestjes meer noordwaarts gemigreerd. Ze hebben hier nog geen natuurlijke vijanden en komen hier dus in een paradijs terrecht.
Het mysterie opgelost. Dankzij een gouden tip van Hans Henderickx hebben we ontdekt wie de boosdoener is. Het blijkt de bladmineerder Cameraria ohridella te zijn. Nederlandse naam = paardekastanjemineermot. Deze mot werd voor het eerst beschreven in 1986 uit Macedonië (het oorspronkelijk verspreidingsgebied van de paardekastanje), nadat ze ongewild met een lading hout werd ingevoerd, en heeft zich sindsdien spectaculair uitgebreid over Centraal Europa. De herkomst van de soort is nog steeds onzeker, waarschijnlijk Azië. Het motje werd voor het eerst in België aangetroffen in november 1999 te Tervuren. Deze mot is strikt monofaag: ze tast alleen paardekastanjes aan. Eieren worden gelegd aan de bovenzijde van het blad, tot 300 eieren per blad. De eitjes komen uit na 10 dagen. De rups is ongeveer 1,5 mm lang en geelgroen van kleur. Iedere rups maakt een bladmijn tussen 2 bladnerven. Wanneer de rups volgroeid is maakt ze in het centrale deel van de bladmijn een verpoppingskamer. Er zijn 3 generaties per jaar: april-mei, juli en september-oktober. De pop van de 3de generatie overwintert. (naar De Prins & Puplesiene, 2000:1-6; naar FOVVVL, 2006).
Schade.
Door de mijngangen van de rupsen wordt het blad bruin, en gaat vroegtijdig afvallen.
Gevolg: de boom kan daardoor minder reserves opbouwen voor het volgende groei seizoen.
Gevolg: de aangestaste boom zal volgend jaar minder blad dragen.
Gevolg: de conditie van de boom gaat achteruit.
Gevolg: de boom wordt gevoelig aan ander ziekten, zoals bacterie en schimmel infecties.
Gevolg: de boom gaat dood.
(naar Hooftman, 2006:in lit.).
| |
| |
|
Als ze in Temse hun paardekastanjes kunnen redden van een gewisse dood, moet onze Hobokense groendienst onze Hobokense paardekastanjes toch ook wel kunnen redden neem ik aan?...
Hier volgen ter info twee adressen waar de produkten particulier kunnen worden bekomen:
Hiels bvba
Rupelmondestraat 299
9150 Bazel
Tel: 03/774.11.35
Achten Renaat Tuincentrum
Beerveldestraat 64
9160 Lokeren.
Tel: 09/349.13.31
Meer info over de biologische bestrijdingsmethode van de paardekastanjemineermot zoals toegepast in Temse is te vinden bij
Edialux NV
2880 Bornem
Tel: 03/886.22.11
Francis krijgt het warm, én deze keer niet door de globale opwarming: Volgend voorjaar evalueert het district een biologische bestrijding van de paardekastanjemineermot in een proefproject.
Enkele Hobokense paardekastanjes zullen voorzien worden van feromoonvallen en lijmbanden.
Wij gaan dat van zeer nabij opvolgen.