HOOFDSTUK 2

Het vertrek.

In het ruimteschip de OSS1

Bijna dood!

Zanna

Har

Een Zwarte Ster


Naar Hoofdstuk 3
Naar Hoofdstuk 1
Naar de Inleiding

 



Het vertrek.

 

Zanna wordt als eerste wakker en wrijft over haar stramme ledematen.
'Brr wat is het toch koud', mompelt ze voor zich uit. Ouzi en Har zijn nog in dromenland.
‘Ik ga even de benen strekken', besluit Zanna.

Ze duwt voorzichtig het deurtje open in de doos en sluipt naar buiten. De koude doet haar rillen. Overal staan stapels dozen. Door een langwerpig venster valt licht naar binnen. Aan de andere kant van de opslagruimte, tegenover het grote raam, ziet ze een grote transparante schuifdeur die naar een kleine tussenruimte leidt. Het lokaaltje wordt door een kleine lichtbron verlicht. Ze ziet een grote kast staan tegen de wand. Er staat ook een kleine tafel en een stoel. Een tweede schuifdeur geeft weer toegang tot een andere ruimte. In de verte hoort ze nerveuze stemmen en zachte muziek.


‘Jeetje, wat is het hier toch koud! Ik geloof dat we in een koelruimte zijn terechtgekomen'.
Zanna loopt naar het grote langwerpige raam en kijkt nieuwsgierig naar buiten.
Duizend fonkelende sterren staan aan de zwarte hemel te schitteren. In de verte ziet ze de donkere contouren van de planeet Kaa. De stralende ster SETI komt juist achter de planeet te voorschijn .
‘Goeie morgen SETI', fluistert Zanna zacht voor zich uit. ‘Hoe gaat het met je? We gaan straks op reis, heel ver weg'. ‘Misschien zien we elkaar nooit meer terug', besluit ze triest. ‘Ik hoop dat je goed voor onze planeet zult zorgen'.
Zanna blijft nog een poosje het mooie spektakel gadeslaan.
Ze wuift nog enkele malen naar SETI, draait zich om en gaat op zoek naar Ouzi en Har in de doos.


‘Wakker worden luilakken, tijd om op te staan'.
Ouzi en Har brommen wat terug maar maken geen aanstalten om op te staan. Zanna kruipt dan maar terug in de doos. Het is hier toch een beetje warmer dan daarbuiten.
Ondertussen is het grote ruimteschip klaar om te vertrekken. De twaalf bemanningsleden zijn aan boord, samen met nog drie gevangenen.


De hoofdcommandant van het ruimtestation heeft een toespraak gehouden en de bemanning van de OSS1 een goede vaart toegewenst. Ze kregen elk een gouden medaille voor hun moed en ondernemingslust. Hij zei dat alle bewoners van de planeet Kaa trots op hen waren. Commandant Yuzar, de vader van Har, had iedereen bedankt. Hij zei dat het voor hen allen een grote eer is deze missie te mogen uitvoeren. Hij en zijn bemanning beloofden hun uiterste best te doen. 'Ik hoop van harte dat we elkaar terugzien', waren zijn laatste woorden. Iedereen drukte de bemanning van de OSS1 de hand en wenste hun een goede reis toe.


Commandant Yuzar geeft het sein om te vertrekken. De krachtige anti-zwaartekrachtgeneratoren worden aangezet. Het ruimteschip begint hevig te trillen. Een krijsend geluid weergalmt in het ruimtestation om iedereen te verwittigen voor het naderende vertrek van het ruimteschip. De OSSA1 maakt zich voorzichtig los van de aanlegsteiger en blijft op enkele meters afstand vrij hangen. Door al het kabaal en de hevige trillingen worden Ouzi en Har bruusk uit hun slaap gewekt. Ze kijken verdwaasd rond zich heen.
‘Hemeltje wat is het hier toch koud', moppert Ouzi. Ze kruipen alle drie uit de doos en proberen zich wat op te warmen door te bewegen met armen en benen.
Plots maakt het ruimteschip enkele schokkende bewegingen en schiet er als een pijl vandoor.
Door de bruuske bewegingen worden de drie vrienden door de opslagruimte geslingerd en vallen met een smak terug op de koude vloer.
Ze blijven bewusteloos liggen.


Ondertussen is het ruimteschip aan zijn lange reis begonnen. De snelheid wordt trapsgewijs opgedreven tot 300.000 km/sec. De OSS1 baant zich een weg tussen miljarden sterren naar de buitengrenzen van het sterrenstelsel Andromeda.

 

 

In het ruimteschip de OSS1

 

Commandant Yuzar staart nijdig en tegelijk bezorgd door een van de vele ramen op de commandopost. De snelheid van de OSS1 is ondertussen opgetrokken tot 5 miljoen km/sec, een duizelingwekkende hoge snelheid. Hulpcommandant Jakar kijkt bezorgd naar zijn overste.

‘Wat heeft die jongen nu weer uitgespookt! En waar zit hij, waarom komt hij niet naar huis?'
Zenuwachtig tokkelt Yuzar met zijn lange, magere vingers op het vensterglas. Hij maakt zich bezorgd en hij is nijdig omdat Har juist dit cruciale ogenblik durft uit te kiezen om weg te lopen van huis. Juist dit ene cruciale moment die hij reeds koestert van toen hij nog een kleine jongen was: een verre ruimtereis naar een ander sterrenstelsel maken! Hoe is het mogelijk!
Een uur geleden kreeg hij de verontrustende boodschap door van zijn vrouw: Har en twee kinderen zijn spoorloos verdwenen.
Yuzar draait zich om en gaat zitten in zijn hoge commando-stoel. Hij slaakt een diepe zucht en denkt na.

In het midden van de commandopost staat een grote, ronde tafel. Rondom zitten 8 mannen voortdurend data van het ruimteschip te controleren, de vluchtgegevens te verwerken en het interstellaire traject uit te stippelen.
De grote cirkelvormige ruimte van de commandopost is omgeven door een rij langwerpige vensters die een prachtig uitzicht geven op de donkere, mysterieuze sterrenhemel.
Commandant Yuzar is trots op zijn ruimteschip dat special is ontworpen om intergalactische reizen te maken. Boven bevinden zich de slaapkwartieren van de bemanning met een keuken en een ontspanningszaal. Helemaal beneden bevinden zich de bevoorradingsruimte, de ziekenboeg met de hibernatietoestellen en een serre waar eetbare planten en enkele dieren worden gekweekt. Er zijn ook drie slaapvertrekken voor de drie gevangenen. Zij staan in voor het algemene onderhoud van het ruimteschip en verzorgen de planten en dieren.
Yuzar staat recht en gaat een kijkje nemen bij de bemanning.
‘Alles in orde Jakar? We zijn nog op koers?'
‘Ja, alles is in orde en onder controle, commandant', antwoordt Jakar enthousiast.

Commandant Yuzar geeft hem een schouderklopje en loopt naar de lift. Geruisloos zoeft de lift naar de onderste verdieping. Een smalle gang leidt naar de ziekenboeg. Hij duwt met zijn wijsvinger tegen een groen plaatje. De deur schuift automatisch open. Hij komt in een klein portaaltje waar twee deuren op uitkomen. Yuzar opent de verste deur en komt in het kantoor van Dr. Anjii.
Er is niemand aanwezig. Plots hoort hij lawaai in het lokaal naast het kantoor. Hij opent een zijdeur en ziet Dr. Anjii. Ze is bezig de ziekenboeg te inspecteren en in te richten.

‘Hallo Yuzar. Kom je me helpen', roept ze plagend.
Yuzar schudt zijn hoofd en gaat zitten.
‘Ik zit met een probleem', begint hij. Yuzar vertelt haar het hele verhaal.
‘Wat vervelend voor je! Straks zijn de kinderen weer terecht, je zult zien. Je denkt er toch niet aan terug te keren naar huis?'
Yuzar schudt het hoofd.
‘Hoe staat het met de nieuwe hibernatietoestellen. Mag ik ze even bekijken?'
Dr. Anjii loopt naar een groot lokaal achterin de ziekenboeg. Er staan twintig bedden opgesteld tegen twee wanden. Boven ieder bed hangt een monitor en een infuusstaander. Op het bed ligt een aansluitend pak klaar om aan te trekken.
Dr. Anjii is een specialiste in de hibernatietechniek. Dat is het kunstmatig in slaap brengen van personen gedurende een lange tijd. Het hartritme, de ademhaling en het metabolisme worden op een zeer laag pitje gebracht. Hierdoor kan men met weinig voeding een zeer lange ruimtereis overleven. Via een infuus worden twee genen in het lichaam geactiveerd die instaan voor de hibernatie (winterslaap).
‘Alles ziet er in orde uit', zegt Yuzar. ‘Anders geen problemen?'
‘Neen, alles verloopt naar wens', lacht Dr. Anjii vriendelijk.
Plots begint een rood lichtje op de armband van de commandant te knipperen. Yuzar verontschuldigt zich en haast zich naar de commandopost.

 

Bijna dood!

‘Droom ik nu', vraagt Har zich verwonderd af!
Hij kijkt tegen het grijze plafond van de opslagruimte aan. Voorzichtig draait hij zich om en kijkt naar beneden.
‘Wat eng, ik hang tegen het plafond.'
Hij kijkt naar zijn handen en naar de rest van zijn lichaam, maar ziet niets.
‘Alles is weg en toch kan ik horen en zien', merkt Har verwonderd op. ‘Ik ben ook helemaal niet bang, integendeel ik heb mij nog nooit zo goed gevoeld, zo vredig!'


Hij probeert op te schuiven naar het midden van het plafond. En het lukt nog ook.
Tussen de opeengestapelde dozen merkt hij, op de vloer beneden zich, drie lichamen van kinderen. Hij herkent zichzelf en zijn twee vrienden Ouzi en Zanna.
Har kijkt naar zijn dode lichaam op de koude vloer maar voelt geen emoties.
‘Waar zijn Ouzi en Zanna? Hangen ze ook tegen het plafond?' Hij speurt het plafond af en ziet twee diffuse lichtjes naar hem toe zweven.
Ja, het zijn Zanna en Ouzi. Niet hun lichaam maar hun geest, of hoe noem je zo iets!
Har voelt aan wat ze zeggen. Ze zijn beiden gelukkig en voelen zich vredig, vertellen ze hem.
Ze zweven rond en genieten van hun bewegingsvrijheid. Zanna gaat een kijkje nemen bij de dode lichamen. Ze zweeft erboven en merkt hoe wit en koud ze zijn.
‘Zijn we dood? Moeten we hier eeuwig blijven rondhangen', vraagt ze aan Har.
‘Hoe kan ik dat weten Zanna. Ik ben nog nooit eerder dood geweest!'

 


De drie vrienden horen een vreemd ruisend geluid en merken dat de opslagruimte verandert in een grote draaikolk. Ze worden meegezogen en belanden in een nauwe, donkere tunnel.
Ze zweven door de tunnel naar een helder lichtpunt. Ze zijn niet alleen. Er zijn zeker wel duizenden diffuse lichtjes die hen op weg vergezellen naar het licht.
De drie vrienden genieten van hun reis.
Aan het eind van de tunnel merken ze dat het licht deel uitmaakt van een nieuwe wereld. Ze zweven uit de tunnel en worden opgenomen in het schitterende licht.
Wanneer ze éénmaal aan het licht gewoon zijn zien ze een landschap vol heldere regenboogkleuren en eigenaardige, vibrerende structuren.
'Wat is het hier toch mooi Har', fluistert een betoverde Zanna.
'Laten we een ontdekkingstocht maken', roept een enthousiaste Ouzi.
De drie vrienden zweven vol verwondering door het fascinerend landschap.
En dan...

Har hangt plotseling terug tegen het plafond. Hij draait zich om en kijkt naar beneden. Hij bevindt zich niet in de opslagruimte maar in de ziekenboeg. Onder zich ziet hij zichzelf, Zanna en Ouzi levenloos op een bed liggen. Ze zijn omringd door vier personen die hen proberen te reanimeren.
Hij ziet zijn vader bezorgd toekijken. Plots ziet hij de lichamen van zijn vrienden schokkend bewegen. Ze beginnen zelfstandig te ademen. Zanna begint met armen en benen te zwaaien en probeert rechtop te gaan zitten. Ze krijgt een hoestbui. Ook Ouzi komt terug tot leven.
Har ziet hoe een blonde vrouw over hem gebogen staat en hem een inspuiting geeft in de hartstreek.


En plots zit ook Har terug in zijn lichaam. Hij snakt naar adem en begint wild om zich heen te slaan. Hij voelt overal pijn. Hij opent zijn ogen en kijkt in de mooie, blauwe ogen van Dr. Anjii die hem onderzoekend aankijkt.
Ze lacht hem vriendelijk toe en zet een stap opzij. Commandant Yuzar komt bij het bed staan en neemt Har bij de hand. Hij kan met moeite zijn tranen bedwingen.
‘ Je hebt ons doen schrikken jongen. Het scheelde niet veel of we waren jullie voorgoed kwijt. Welkom aan boord van de OSS1, kinderen!'
Har is opgetogen dat zijn vader niet boos is. Hij wuift nog eens naar Zanna en Ouzi en valt in een verkwikkende slaap.

 

 

Zanna.

 

 


Na enkele uren slaap is Zanna klaarwakker. Ze wrijft in haar ogen en gaat rechtop zitten in bed.
‘Hemeltje, wat een gesnurk!'
Har en Ouzi geven een snurkconcert weg. Plots schuift de deur open en dokter Anjii komt de kamer binnen.
‘Hallo Zanna, ben je reeds wakker. Hoe gaat het met je.'
Ze komt naar Zanna toegelopen en gaat op het bed zitten.
‘Je vrienden zijn nog in dromenland zo te horen!' Har en Ouzi knorren om het luidst. Dr. Anjii en Zanna schieten in een luide lach.
‘Kom Zanna, we gaan je in een lekker warm bad stoppen. Je kleren moeten nodig in de was. Gusii is reeds nieuwe pakken voor jullie aan het maken.'
‘Wie is Gusii', vraagt Zanna?
‘Gusii gaan we straks opzoeken, kom.'

Dr. Anjii helpt Zanna uit bed en samen lopen ze naar een ruime badkamer achter de slaapvertrekken. Zanna doet vlug haar vuile kleren uit en stapt in een grote, metalen kuip vol warm water.
‘Zit je goed Zanna! Daar gaan we!'
Dr. Anjii drukt op enkele rode knopjes. Het water slingert plots door de badkuip en beweegt over en rond het lichaam van Zanna. Het lijkt of tientallen handen haar ter zelfde tijd inzepen en masseren.
‘Dat doet goed', kreunt Zanna. Ze sluit de ogen en geniet.

‘Dokter Anjii', vraagt Zanna plotseling,' Hoeveel vrouwen zijn er aanwezig op het ruimteschip?'
‘Waarom wil je dat weten, Zanna?' ‘Ik ben de enige vrouw aan boord en met jouJou beurt' erbij zijn we met twee.'
‘Heeft dat geen problemen aan boord', vraagt Zanna nieuwsgierig verder? ‘U weet wel wat ik bedoel!'
‘Ja, ja, ik weet waar je naar toe wilt. We hebben daarvoor een oplossing bedacht', lacht Dr. Anjii.
‘De lucht, die we gebruiken om te ademen, wordt voortdurend gerecycleerd maar ook ontsmet. We willen voorkomen dat iedereen door luchtinfecties ziek wordt Maar, er wordt naast een ontsmettingsmiddel ook een andere stof toegevoegd die inwerkt op de mannelijke en vrouwelijke hormonen. Hierdoor is er minder agressiviteit aan boord, iedereen is rustiger en men heeft minder behoefte om zich voort te planten. Is dat een antwoord op je vraag!'
‘Ja hoor', knikt Zanna en ze steekt haar hoofd onder water.

Dr. Anjii gaat de kamer uit en komt enkele ogenblikken later terug met een witte tuniek.
‘Hij is wat groot voor je, maar ik heb niets gevonden dat beter past.'
Zanna stapt uit het bad en laat zich droog föhnen.
Ze trekt de tuniek aan.
‘Kom, we gaan iets eten. Ik denk dat je grote honger hebt, is het niet?'
Ze neemt Zanna bij de hand en leidt haar naar de refter. De kok zet haar een lekkere maaltijd voor die ze gretig verorbert.
‘Zanna, ik laat je nu eventjes alleen. Ik kom je straks ophalen. Tot straks!'

Dr. Anjii spoedt zich vlug naar de slaapzaal.
Ouzi is wakker maar Har snurkt nog naarstig door. Ouzi staat op en neemt ook een lekker bad. Even later zit hij bij Zanna in de refter.
Dr. Anjii maakt zich grote zorgen om Har. Hij heeft een witte kleur en ademt diep met grote tussenpozen. Plotseling stopt hij met ademen.
Dr. Anjii schiet razendsnel in actie. Ze drukt op een alarmbel en begint Har kunstmatig te beademen en geeft ondertussen hartmassage.
Har is ondertussen wakker uit zijn droom en hangt plots terug tegen het plafond. Hij kijkt naar zichzelf in het bed en Dr. Anjii.
Hopelijk loopt alles goed af!

 

Har

Gedurende vier lange weken heerst er een bedrukte stemming aan boord.
Har ligt nog altijd in een diepe coma. Zanna en Ouzi houden de wacht aan zijn bed in de ziekenboeg. Ze spelen spelletjes om de tijd te doden.
Ondertussen is het ruimteschip de buitengrenzen van het Andromeda sterrenstelsel genaderd.

Plots opent Har de ogen en kijkt rond zich. Zanna en Ouzi zitten aandachtig te staren naar een metalen blad voor zich.
‘Jouw beurt', fluistert ze tegen Ouzi.
Hij duwt enkele malen op een rood lampje. Zanna werpt ondertussen een verstrooide blik op het bed. Ze verstijft plots en springt recht.

‘Har is wakker', roept ze uitgelaten!
Ze wrijft over zijn arm en zwaait met haar hand over zijn gezicht.
‘Hier Har, hier zijn we!'
Har staart haar wezenloos aan, maar dan komen de glinsterlichtjes terug tot leven in zijn ogen. Hij herkent zijn beide vrienden. Har probeert te spreken maar dat lukt niet te best. Alleen een hees gebrabbel komt uit zijn mond.
‘Stil maar Har', zegt Zanna, ‘alles komt wel weer in orde.'
Ouzi heeft ondertussen Dr. Anjii opgeroepen.


Na enkele dagen is Har helemaal hersteld. Iedereen is blij en opgelucht aan boord. Er wordt terug gelachen en grapjes gemaakt.
Trots tonen Zanna en Ouzi hun gezellige kamer met de kleine badkamer.
Twee stapelbedden staan tegen de wand. Enkele zitbanken, een kleine tafel en een grote kas maken het overige meubilair uit.
Maar het mooiste van al is het grote venster dat een blik werpt op de sterrenhemel die voorbij flitst. De sterren lijken lange heldere strepen op een donker canvas.

Har ziet bleek en is nog vlug vermoeid. Hij is blij dat hij de ziekenboeg kan verlaten en bij zijn vrienden slapen.
Commandant Yuzar, de papa van Har, was zo blij dat hij iedereen gul trakteerde met een lekker drankje. ‘Morgen laten we Andromeda achter ons en komen we op onbekend terrein', had hij Har verteld.
'Je zal eens zien hoe mooi ons sterrenstelsel is van op afstand. Ik zal jullie dan ook vertellen over het heelal en waar we heen reizen.'
Har ziet de lichtjes in zijn vaders ogen oplichten. Een oude jongensdroom gaat in vervulling denkt hij stilletjes bij zichzelf.
‘Was mama boos?' durft hij uiteindelijk vragen. ‘Ik heb van haar gedroomd toen ik ziek was', vertelt hij aan zijn vader.
Commandant Har schudt zijn hoofd. ‘Eerst was je mama erg ongerust, maar toen we jullie hadden gevonden was ze toch blij. Ze weet niet dat je ziek bent geweest. Ze wenst je het beste toe en ook je vrienden. Ik moest haar natuurlijk beloven goed voor jullie te zorgen en terug naar huis te brengen'.
Yuzar vertelt er echter niet bij dat Hars moeder stond te wenen en erg depressief was. Ze mist haar jongen heel erg.
Met de planeet Kaa kan niet meer worden gecommuniceerd. De afstand is te groot geworden. De boodschap zou te lang onderweg zijn.
‘En nu allen naar bed en lekker slapen', beveelt Yuzar lachend. Hij keert terug naar boven en de kinderen nestelen zich in hun knusse bedjes.

 

Een Zwarte Ster.

In de commandopost heerst er een zenuwachtige drukte. Er wordt voortdurend vergaderd.
‘Is er wat loos', vraagt Zanna.
‘Ik weet het niet, antwoordt Har.
‘Waarom vraag je het niet aan je vader boven, of durf je niet', fluistert een nieuwsgierige Ouzi.

De drie vrienden zitten aan tafel in een lege refter.
‘Kom', roept Zanna luid. ‘We gaan het eens vragen hierboven'.
Ze springt vastberaden van haar stoel en blijft wachten op haar vrienden bij de deur. Deze komen schoorvoetend nader. Veel zin tonen ze niet.
‘Allé jongens, wat scheelt er', roept ze boos. ‘Ik ga anders wel alleen hoor!'.
‘Het is al goed, het is al goed', mort Har.
Jeetje, wat zijn we slecht geluimd vandaag, denkt Ouzi bij zichzelf.

Plots gaat de deur van de lift open en commandant Yuzar loopt hen bijna omver.
‘Dag kinderen', wuift hij verstrooid. ‘Alles in orde?'
Hij wacht niet eens op een antwoord en is al snel bijna de hoek om.
Zanna heeft Har een flinke duw in de zij.

‘Vraag het nu eens', roept ze geïrriteerd in zijn oor.
Har werpt haar een boze blik toe en roept dan hardop ‘papa, papa'.
Yuzar draait zich om.
‘Papa, is alles boven in orde', vraagt Har met een bedeesde stem.
Zanna kan haar mond weer niet houden. Met een luide stem roept ze tegen de commandant.
‘Gaat alles naar wens, commandant. Hebben we Andromeda reeds verlaten en wat gaat er nu gebeuren?'
‘Jullie zijn erg ongerust hoor ik', antwoord Yuzar. ‘Kom maar mee naar boven.'

Yuzar stapt terug de lift in en de kinderen volgen hem gedwee.
Ze komen de grote commando-ruimte binnen. Iedereen kijkt gespannen naar twee grote schermen tegen de wand.
‘Neem hier plaats.' De commandant wijst naar enkele zitbanken in de hoek.
‘Ik zal proberen alles duidelijk uit te leggen'.

‘We zijn, zoals je reeds weet, aan de buitengrenzen van ons sterrenstelsel aangekomen. Om helemaal aan de aantrekkingskracht van Andromeda te ontsnappen en genoeg snelheid te halen om onze intergalactische reis verder te zetten , hebben we een extra boost (energiestoot) nodig.'
De drie vrienden knikken.
‘Het object dat ons deze extra kracht zal geven is een Zwarte Ster. Zo'n ster zijn we aan het zoeken.'
Yuzar wijst naar de mannen en de schermen.
‘Deze sterren zijn moeilijk opspoorbaar en toch moeten we er eentje vinden. Jullie zien dat het niet gemakkelijk is.'
‘Ik dacht dat alle sterren licht uitstraalden en niet zwart waren', vraagt Ouzi.
Commandant Yuzar legt uit.
‘Een Zwarte Ster, ook wel een neutronen-ster genoemd, is de naakte kern van een grote ster die lang geleden is ontploft. Alleen de kern bleef nog over. Deze is niet groot; amper zo groot als onze planeet. De Zwarte Ster is wel enorm zwaar en heet. Ze straalt ook geen licht uit. Na miljarden jaren koelt ze langzaam af.

‘Wat gebeurt er als we zo'n ster hebben gevonden', vraagt een nieuwsgierige Zanna opgewonden.
‘Wel, we vliegen met ons ruimteschip recht op de ster af. Door het feit dat ze erg zwaar is krijgen we extra snelheid bij.'
‘Oei', roept Ouzi verschrikt. ‘We vliegen te pletter!'
‘Of nog erger', roept Zanna. ‘We worden levend verbrand!!'
‘We zoeken een Zwarte Ster die reeds héél oud is en voldoende afgekoeld zodat we geen gevaar lopen', sust Yuzar de verschrikte kinderen.

‘En dan, wat gebeurt er dan', roept Ouzi.
‘Wanneer we de ster dicht zijn genaderd, veranderen we van koers en maken een toertje rond de ster. We worden als het ware meegezogen in haar kielzog.
Dat duurt amper één seconde. We steken de anti-zwaartekracht motoren aan en weg zijn we.
We hebben dan voldoende snelheid om grote afstanden in het heelal te overbruggen.'

Yuzar kijkt de kinderen lachend aan. ‘Wat staan jullie gezichtjes ernstig', zegt hij plagend..
‘Nu moeten jullie terug naar beneden want er is veel werk aan de winkel.'
Hij loopt naar de liftdeur en houdt deze open. De kinderen volgen hem gelaten.

 



Naar Hoofdstuk 3

 

Terug naar Hoofdstuk 1

Terug naar Inleiding

 

© Maertens Annemie