HET SCIENCE FICTION CYBERBOEK

 

 

Hoofdstuk 1.

 Het sterrenstelsel Andromeda.

De Stad met de Gouden Koepels.

Op weg.

De Transit-shuttle.

De laadruimte.

De ruimtehaven in zicht.

In de ruimtehaven OSSA

Hoofdstuk 2

   


 

 

 

Het sterrenstelsel Andromeda.

In het grote spiraalvormige sterrenstelsel Andromeda (foto), een naaste buur van ons eigen sterrenstelsel de Melkweg, wonen Ouzi, Har en Zanna. Ze wonen op de planeet Kaa. Deze aardse planeet maakt, samen met de grote gas-planeet Ree, deel uit van een zonnestelsel.



Ouzi, Har en Zanna liggen uitgestrekt op de grond naar de sterren te turen. Duizenden heldere sterren fonkelen aan de hemel. Ze proberen figuren in de sterren te herkennen. Plots richt Zanna (het meisje) zich op en wijst naar de hemel.


‘Zeg Har, wat is die mistige vlek daar tussen de sterren?'
‘Zo, weet jij dat niet, ik dacht dat je alles over de sterren wist' roept Har plagend.
‘Dat is toch geen ster, een kind ziet dat!' zucht Zanna geergerd.
‘Dat is het sterrenstelsel Q100 (De Melkweg)' roept Ouzie trots. ‘Het heelal bestaat uit miljarden sterrenstelsels.'
‘Oei, je hebt goed je les geleerd, Ouzi. Maar vertel mij eens, wat zijn sterrenstelsels?'
Ouzi staat recht.

‘Sterrenstelsels zijn enorme gaswolken waterstof. Sommige stelsels hebben de vorm van een spiraal, andere zijn bolvormig. Op sommige plaatsen zijn de wolken meer geconcentreerd. Daaruit ontstaan massa's sterren en ook planeten.'
‘Oké professor, het is al goed!' roept Zanna.
‘En Q100, welke vorm heeft dit sterrenstelsel?'
‘Het is een spiraalvormig sterrenstelsel met twee armen. Het is bijna even groot als ons eigen sterrenstelsel Andromeda, dat trouwens ook spiraalvormig is.'
‘Uitstekend gezegd, Har" zegt Ouzi.


Zanna gaat terug liggen en kijkt dromerig naar het mistige vlekje.
‘Stel je voor,' fluistert ze, ‘zouden er daar ook levende wezens wonen zoals wij?'
‘Ja hoor,' roept Ouzi, ‘en ze zien er allemaal zo uit'. Ouzi steekt zijn tong uit, knijpt zijn ogen halfdicht en maakt grommende geluiden.
De drie vrienden schieten in een luide lach.

 


 

 

 

De Stad met de Gouden Koepels.

 

Ouzi, Har en Zanna wonen met hun ouders in "De Stad Met De Gouden Koepels". De stad is omringd door hoge bergketens. De inwoners wonen in huizen die half boven en half onder de grond liggen. De koepelvormige daken zijn bedekt met een dikke laag goud. Ze schitteren mooi in de zon en onder de sterrenhemel.

Het is al laat en Har ligt reeds in bed. Hij kan de slaap moeilijk vatten. In de kamer boven zich hoort hij zijn moeder druk in de weer met potten en pannen.
De vader van Har is boordcommandant van een ruimteschip dat interstellaire (tussen de sterren) reizen maakt.

Har heeft zijn vader nog maar twee keer ontmoet. Sommige interstellaire reizen duren dan ook 4 tot 5 jaar.
Boven in de bergen ligt de Transit Ruimtehaven. Van hieruit vertrekt de bemanning aan boord van de Transit-Shuttle naar de Ruimte-haven Ossa, 400.000 km boven de planeet Kaa. Hier hangen tien grote bolvormige ruimteschepen te wachten op een nieuwe opdracht.

De vader van Har is commandant van het grootste ruimteschip De OSS1.

Bij heldere nacht kan Har de Ruimte-haven zien als een cluster van heldere sterren.

Verleden week heeft papa nog verteld hoe prachtig de planeet Kaa er uitziet. En hoe mooi ons sterrenstelsel Andromeda is vanuit de ruimte.

‘Adembenemend mooi', had hij toen gezegd met een stralend gezicht.
‘Zeg papa, wat gaan jullie allemaal verkennen?'
‘Och jongen, teveel om op te noemen. We proberen onze omgeving in kaart te brengen. We zoeken naar planeten met bepaalde grondstoffen en naar levende wezens zoals wij.'
‘En, al iets gevonden!'
‘Ja hoor! Er zijn ontzettend veel zonnestelsels met planeten. Leven is er ook, maar het is nog niet zo ontwikkeld. Onze ster is reeds 6 miljard jaar oud. De meeste sterren met zonnestelsels die we bezocht hebben zijn veel jonger. Het leven heeft zijn tijd nodig om van ééncelligen naar wezens zoals wij te evolueren,' lachte papa.'
'Later word ik ook piloot en ik maak heel verre reizen', riep Har toen enthousiast.

Dat was verleden week. Papa was toen reeds een maand thuis.


Har ligt in zijn bed diep na te denken als hij plots de luide stem van zijn vader hoort.
‘Ma, ik moet je iets vertellen. Verleden week heeft een team specialisten een vreemde boodschap in radiosignalen opgevangen. Ze hebben de signalen geanalyseerd en, raad eens?'


‘ Je moet terug weg', schrikt moeder.


‘De signalen zijn afkomstig van het verre sterrenstelsel Q100 (de Melkweg). Prachtig toch! En het beste komt nog! De signalen tonen twee figuren. Ze gelijken ontzettend goed op ons. Er is ook een schets bij, vermoedelijk van een zonnestelsel met 9 planeten. De bewoners die de boodschap verstuurd hebben wonen op de planeet Aarde. Ik hoop dat ik het goed uitspreek. Het is de derde planeet, gezien vanaf de ster die ze Zon noemen.'


De stem van vader wordt zachter en Har kan niet meer verstaan wat er verder wordt verteld.
‘ Papa zal terug op reis moeten en deze keer zal het lang duren. Arme Mama, ze zal er niet blij mee zijn,' zucht Har. Langzaam valt hij in een diepe slaap. Hij droomt van verre reizen en spannende avonturen.


 

De volgende dag, tijdens de middagpauze op school, vertelt Har zijn vrienden Zanna en Ouzi dat zijn pa binnenkort voor een verre ruimte-reis vertrekt.
Verder dan ooit iemand is geweest!
‘Whaw wat spannend', roept Zanna, ‘mogen er kinders mee?'
‘Natuurlijk niet!'


Har durft zijn twee vrienden niet goed aan te kijken;
‘Ik heb een plan', mompelt hij. Hij wacht op de reactie van Ouzi en Zanna.
Beide kinderen kijken hem recht aan.
‘Hoofd rechtop Har', zegt Ouzi, ‘ik kan onmogelijk je gedachten lezen.'


De bewoners van de planeet Kaa hebben tussen de ogen een donkere pigmentvlek. Deze vlek heeft het vermogen gedachten over te brengen. Zonder te spreken kan men iemands gedachten lezen. Er moet wel een belangrijke voorwaarde vervuld zijn: beide personen moeten elkaar diep in de ogen kijken anders lukt het niet.


Har heft het hoofd omhoog en kijkt zijn vrienden één voor één aan.
Binnen de seconde verandert de uitdrukking op de gezichten van Zanna en Ouzi.
Ze hebben de boodschap ontvangen en reageren enthousiast.


‘Ik doe mee', gilt Zanna uitgelaten. Ze huppelt in het rond.
‘Ik ook, ik ook, dat wordt spannend. Goed bedacht Har', roept Ouzi, ‘wanneer beginnen we eraan.'
‘We moeten donderdag na schooltijd vertrekken. Vrijdag vertrekt het bevoorradingsschip naar het Ruimte-station Ossa. En we moeten mee aan boord.
Vrijdagnamiddag vertrekt het grote Ruimteschip De OSS1 aan zijn verre missie. Papa heeft me dit verteld. Hij is reeds aanwezig in de ruimtehaven om alles in goede banen te leiden voor het vertrek.'
‘We vertellen onze ouders pas woensdagavond dat we bij elkaar gaan logeren, Oke! .
‘Niet eerder hoor Zanna. Je belooft nu dat je ons geheim niet zal doorvertellen aan anderen, anders laten we je thuis.'
Zanna trekt een beteuterd gezicht. ‘Ik beloof jullie plechtig dat ik mijn mond zal houden, goed!'
‘Ik hoop het', zucht Har. ‘Jullie vrouwen kunnen moeilijk zwijgen. Je vertelt het aan niemand, ook niet op school!'
‘Wie zorgt er voor de memo-emails voor onze ouders?'
‘Is dat wel nodig', vraagt Zanna?'.
‘We moeten onze ouders toch niet ongerust maken, natuurlijk is dat nodig, We vertellen gewoon dat we veilig aan boord zijn van het ruimteschip. We zijn dan natuurlijk reeds ver weg. Ze kunnen ons dan zeker niet terugsturen.'
‘Goed, ik verstuur de memo-emails', zegt Ouzi. ‘De datum, wat denk je?'
‘Zet de memo-datum maar op zondag, dan zijn we zeker veilig', fluistert Har.
‘En... mondjes dicht! Afspraak donderdag na schooltijd aan het bospad. En doe maar enkele warme kleren aan en neem wat eten mee voor onderweg.'


 

Op weg.

 

Donderdag om halfzes staan Ouzi en Zanna reeds ongeduldig te wachten aan het bospad. Har laat op zich wachten. Zanna trekt haar dikke mantel open en toont Ouzi al het lekkere eten dat ze van thuis heeft meegebracht.
‘Dat wordt lekker smullen. Kijk eens wat ik heb meegebracht', giechelt Ouzi opgewonden. Hij haalt 20 repen chocolade uit zijn binnenzak.
‘Daar komt Har', roept Zanna blij.

Samen lopen ze zacht keuvelend het smalle bospad op.
De zuidelijke helling van de berg is dicht begroeid met hoge boomvarens, sparren en dichte mossen. Een smal bospaadje slingert zich naar boven. Het geluid van klaterende bergbeekjes verbreekt de stilte.
De Transit-ruimtehaven ligt helemaal boven op de berg. De haven is alleen toegankelijk voor het personeel via een lift. Iedereen die hier werkt moet langs de controlepost onderaan de berg om toegang te krijgen.

Har weet van zijn vader dat de controle grondig gebeurt. Daarom heeft hij besloten langs de zuidelijke helling van de berg de Transit-haven te bereiken. Een hele klim voor de drie kinderen.


Na vier uren flink te hebben doorgestapt vermindert het tempo. Har besluit een rustpauze in te lassen. De drie vrienden laten zich met een plof neerzakken op de dikke moslaag langs de rand van het pad. Zanna deelt het eten uit. Gulzig verorberen ze de voedzame koeken. Ouzi schept water uit een beekje om de dorst te lessen. Wat hebben ze een honger!
In de struiken horen ze geluiden van kleine boswezeltjes. Blinkende oogjes staren naar hen vanuit het dichte bladerdak van de boomvarens
‘Niet bang zijn Zanna, ze doen ons geen kwaad. Ze zijn alleen maar nieuwsgierig', sust Ouzi.

Tussen de boomstammen door kunnen ze beneden een glimp opvangen van de stad. Het is ondertussen aardig donker geworden. Enkele heldere sterren fonkelen reeds aan de avondhemel.
Na een uurtje te hebben gerust stappen de drie vrienden verder. Har heeft een heldere toorts te voorschijn gehaald.
Het bos ziet er nu echt geheimzinnig uit.
‘Is het nog ver?' vraagt Ouzi.
‘Ik weet het niet' zegt Har. ‘We zien wel.'

Langzaam vermindert het aantal bomen langs hun pad. De weg wordt moeilijk begaanbaar. Grote en kleine rotsblokken versperren de weg. Na drie uur klimmen lopen ze tussen hoge rotsen. Hoog aan de hemel staan nu duizenden sterren te fonkelen.
Het is ondertussen koud geworden.
Plots ziet Har een helder licht in de verte.

‘Ik geloof dat we er bijna zijn', fluistert Har opgetogen.
‘Het werd tijd', zucht een vermoeide Zanna.
Na een half uurtje klauteren ligt plots de Transit-haven voor hen.


Wat een prachtig uitzicht!
Geheel omringd door hoge bergtoppen ligt een immens plateau. Op het plateau staan verschillende hoge en lage gebouwen opgetrokken in steen. Wat verderop staat de hoge lanceerbasis. Op een hoger gelegen plateau prijkt een gigantische telescoop. Het geheel wordt verlicht door honderden fakkels die een rozig licht verspreiden. Tussen de gebouwen spoeden zich kleine voertuigen.
De drie vrienden gaan zitten om op adem te komen.
‘We zijn al zo ver', lacht Har opgelucht naar Ouzi en Zanna.


 

De Transit-shuttle.

 

Zeven heldere sterren prijken hoog aan de donkere hemel.
‘Kijk', wijst Har ‘daar is de ruimtehaven Ossa. Daar moeten we heen. Ik tel 7 ruimteschepen. Drie schepen zijn op missie.'
We moeten ons verstoppen in de lading die wordt vervoerd naar Ossa. Maar waar staat de lading?'


Har kijkt gespannen uit over het plateau op zoek naar een herkenningspunt.
Op een rotsblok gezeten observeren de drie vrienden de activiteit op het plateau. Plots steekt Zanna haar arm uit en wijst in noordelijke richting.
‘Ik geloof dat er daar een bevoorradingsdepot staat met een lange transportband. Als je goed kijkt zie je grote pakken langzaam bewegen in de richting van het lanceerplatform waar de Transit-shuttle moet staan.'
‘Goed gezien Zanna', fluistert Har enthousiast.
‘We verstoppen ons tussen de pakken op de transportband en laten ons meevoeren tot in de shuttle. Daar zien we wel.'


De kinderen klauteren over de omheining. Ze lopen langzaam van schaduwvlek naar schaduwvlek, over het hobbelige terrein. Nu en dan blijven ze even gehurkt wachten. Wanneer ze het bevoorradingsdepot naderen zien ze twee mannen grote pakken plaatsen op de lage transportband. De mannen hebben gelukkig niet veel aandacht voor de omgeving. Ze staan luid te babbelen en te lachen.
Har toont Ouzi en Zanna dat ze héél stil moeten zijn. Hij wijst de plaats aan waar ze naast de transportband moeten lopen.
Wanneer ze ver genoeg van het depot zijn springen ze op de band. Har springt eerst en helpt Zanna en Ouzi aan boord. Alles verloopt rimpelloos.


Ze kruipen op een groot pakket en gaan languit liggen. Har haalt zijn laser-mes boven en begint een opening te snijden in de doos. Ouzi helpt hem terwijl Zanna spiedend om zich heen kijkt. Het mes snijdt zonder problemen een rechthoek uit de wand. Eén kant laat Har vastzitten aan de doos. Hij klapt het geïmproviseerde deurtje open, pakt zijn toorts en schijnt naar binnen.
'De doos zit volgestouwd met kleinere dozen.‘ We zullen er enkele moeten uithalen en naar beneden gooien! Kun je even helpen Ouzi?'
Har kruipt in de opening en sleurt enkele dozen naar buiten die hij aan Ouzi overhandigt.
‘Smijt maar naar beneden, we moeten voldoende plaats maken voor onszelf!'


Ouzi werpt een 20-tal zware dozen naast de transportband. Hij krijgt het warm van het zware werk. Har werpt een blik naar buiten en ziet in de verte het verlichte lanceerplatform opduiken. De bolvormige transit-shuttle staat reeds klaar om te vertrekken. De transportband loopt gelukkig tot net voor de shuttle. Har ziet hoe twee mannen de pakken één voor één optillen en doorgeven aan anderen, die ze naar binnen dragen.
‘Kom Ouzi en Zanna, het is hoog tijd om ons te verbergen.'
De drie vrienden kruipen gehurkt in de vrijgekomen ruimte in de doos. Het deurtje sluit Ouzi mooi af.
Har maakt nog vlug enkele kijkgaten in de wand van de doos.
‘En nu maar afwachten en hopen dat we niet opgemerkt worden,' fluistert hij.

De spanning is bijna niet te dragen. Har en Ouzi kijken elk door een kijkgat, terwijl Zanna op haar nagels zit te bijten en nu en dan een diepe zucht slaakt.
Geruisloos naderen ze traag het eindpunt van de transportband. Een heldere toorts verlicht de omgeving. Mannen in witte pakken geven bevelen. Ze controleren de lading. Anderen dragen de grote pakken naar binnen.
Naast de shuttle staat een hoge lift met een loopbrug. Har ziet een groepje mannen een gebouw verlaten en met de lift opstijgen. Via de loopbrug gaan ze de shuttle binnen. De grijze bolvormige raket staat stevig verankerd aan de grond met zware kabels. Deze worden gelost wanneer het tuig klaar is om te vertrekken.


Har en Ouzi kijken gefascineerd toe. Plots gaat er een trilling door de shuttle. Bovenaan beginnen rode en groene lampjes te knipperen. Een zwaar zoemend geluid stijgt op vanuit het onderste van de raket.

De zwaartekrachtgeneratoren worden gestart om proef te draaien.
Plots worden de drie vrienden flink door elkaar geschud. Ze zweven enkele ogenblikken door de lucht om dan met een schok neer te vallen op een harde ondergrond.
Ze horen de mannen druk praten boven hun hoofden. Door het zware gezoem kunnen ze niet verstaan wat er gezegd wordt. Naast zich horen ze zware dozen neerploffen.
De trillingen nemen toe. Een hoge fluittoon vult de ruimte. Har en Ouzi kunnen niets zien door de kijkgaten. Ze horen het nerveuze gestommel van voetstappen.


En dan is het muisstil....

 

 

In de laadruimte.

 

Har steekt de toorts aan. Ouzi en Zanna kijken hem nieuwsgierig aan.


‘Is alles in orde, niet teveel pijnlijke kneuzingen opgelopen Zanna?'
Zanna trekt een pijnlijke grimas. ‘Het gaat wel over', zegt ze moedig.


Buiten rond het lanceerplatform is iedereen verdwenen. De drie vrienden zitten veilig verstopt in de laadruimte van de Transit-shuttle.
Ieder ogenblik kan de shuttle opstijgen. Hij staat reeds te trillen in de ankers.
De grijze wand van de bol is nu veranderd in een groene fluorescerende kleur. Plots worden de zware kabels gelost en suist de shuttle geruisloos omhoog. De snelheid wordt geleidelijk opgevoerd. Hij maakt een wijde bocht en verdwijnt uit het zicht in de donkere nacht.

 


Binnen in de doos worden de drie vrienden wat onrustig.
Ouzi stelt voor om de omgeving te verkennen. Har kijkt wat ongelukkig maar stemt dan uiteindelijk toe. Met vereende krachten duwen ze tegen de geïmproviseerde deur in de doos.
Na enkele pogingen vliegt de deur open. Har hoort enkele dozen over de kop gaan en met een plof neervallen op de grond. Ze blijven gespannen luisteren. Alles lijkt in orde.


Ouzi kruipt als eerste door de smalle opening. Het is pikkedonker. Plots verliest hij het evenwicht en valt enkele meters naar omlaag tussen de dozen.
Naast zich hoort hij een plof en ziet Har en Zanna op de grond liggen. Har kruipt recht en gaat op zoek naar zijn toorts die hij is kwijtgeraakt. Zanna krabbelt overeind en wrijft over haar stramme ledematen.
‘Was dat even schrikken', fluistert ze naar Ouzi.


Hun ogen wennen vlug aan het schemerdonker.
Overal om hen heen staan hoge stapels dozen. Uit enkele smalle vensters valt er licht naar binnen. Ouzi kruipt op een doos en kijkt door een venster. Hij ziet tot zijn grote verwondering groene fluorescerende vlammetjes dansen over het vensteroppervlak. Nieuwsgierig als hij is probeert Ouzi enkele vlammetjes te grijpen. Een vlijmscherpe pijn verspreidt zich over zijn hand en arm. Hij trekt haastig zijn pijnlijke arm terug, verliest het evenwicht en valt van de doos.
Zanna snelt ter hulp en trekt Ouzi overeind.
‘Heb je pijn?' vraagt ze bezorgd. Hij kijkt beteuterd naar zijn vingers. Ze zijn rood en opgezwollen. Har komt er bij staan. Hij onderzoekt de hand en constateert dat Ouzi enkele lichte brandwonden heeft opgelopen.
‘Hoe kom je daaraan?' vraagt Har nieuwsgierig.
‘Gewoon, ik wilde enkele van die groene vlammetjes grijpen'. Met zijn hoofd wijst hij naar het venster.
‘Dat komt ervan als je zo nieuwsgierig bent. Ik heb niets meegebracht tegen de pijn. Je zult het moeten verdragen Ouzi!'.
Har keert zich om en zoekt verder naar de toorts. Zanna gaat naast Ouzi zitten op een doos. Ze probeert hem te troosten.


Ondertussen zoeft de shuttle geruisloos door de donkere nacht op weg naar de ruimtehaven Ossa. De heenreis duurt amper 24 uur.
Langzaam begint de vermoeidheid zijn tol te eisen. Zanna kan met moeite een luide geeuw onderdrukken. Ouzi zit ook reeds te knikkebollen.
'Kom', zegt Har 'we gaan slapen. Het is een lange en vermoeiende dag geweest'.

Hij loopt naar enkele omgevallen dozen die hij netjes rechtop zet. Achter de dozen laat hij een gang vrij waar de drie vrienden zich kunnen verbergen en slapen.
‘Kom, hier liggen we veilig. Je weet nooit dat er onverwachts bezoek komt'.
Har, Ouzi en Zanna kruipen dicht bij elkaar. Weldra zijn ze in dromenland.

 

 

 

De ruimtehaven in zicht.

 

 

 

Een luide bons doet de drie vrienden opschrikken uit een verkwikkende slaap. Met kloppend hart zitten ze rechtop te wachten. In de verte horen ze een bonkend lawaai en een luid gelach.

‘Er is niets aan de hand', fluistert Har ‘de bemanning is zich aan het amuseren.'
Ouzi en Zanna wrijven de slapers uit hun ogen en rekken de ledematen.


‘Ik heb lekker geslapen en jullie?' vraagt Zanna.

Ouzi heeft grote honger en vraagt wie er nog eten bij zich heeft. Ze verdelen hun rantsoenen onder elkaar.
Har zegt dat ze moeten beraadslagen over het verdere verloop van hun trip.
‘We moeten ons in een doos verbergen die bestemd is voor het grote ruimteschip DE OSS1. De opschriften van de dozen moeten onderzocht worden. Helpen jullie mee?'


De drie vrienden springen recht. Har duidt de dozen aan die Zanna en Ouzi moeten bekijken. Hijzelf neemt de lading onder de loep die het dichtst bij de uitgang gestapeld staat.
‘Hoeveel tijd hebben we nog?' vraagt Zanna.
‘Ik heb helemaal geen idee wanneer we aankomen', fluistert Har.


Har loopt naar de verste stapel dozen. Hij duwt enkele dozen weg om de achterkant te kunnen bekijken. Plots blijft hij geschrokken staan.

De wand van de opslagruimte die zich achter de dozen bevindt, heeft een bizarre structuur. Hij haalt zijn toorts uit. De wand heeft een mooie parelmoerkleur die glanst in het licht. Het lijkt of de wand uit gelei is gemaakt die zachtjes trilt.
Hij probeert met zijn toorts de wand aan te raken en voelt helemaal geen weerstand. Har steekt zijn toorts gemakkelijk door de wand. Met bonzend hart raakt hij met zijn hand het oppervlak aan. Het doet gelukkig geen pijn. De wand voelt glibberig en koel aan. Zijn hele arm verdwijnt door de wand. Hij wordt zo in beslag genomen door zijn ontdekking dat hij niet gemerkt heeft dat Zanna en Ouzi naast hem zijn komen staan.


Ouzi tikt op zijn schouder en zegt dat hij enkele dozen heeft ontdekt voor het ruimteschip DE OSS1. Har schrikt zich bijna een ongeluk.
‘Jeetje Ouzi, dat is even schrikken. Kijk eens wat ik ontdekt heb.'

Prompt geeft Har een demonstratie van zijn kunnen. Ouzi en Zanna volgen vlug zijn voorbeeld.
Hun enthousiasme is niet meer te stuiten. Al spelend geeft Zanna Ouzi een flinke duw in de rug. Hij valt door de wand en verdwijnt uit het zicht. De wand sluit zich terug.


‘Ouzi, waar ben je?' roept ze verschrikt.
‘Hemeltje Zanna, wat heb je nu gedaan!'
Zanna staat verbouwereerd te kijken naar de plaats waar Ouzi is verdwenen. Plots haalt ze diep adem en loopt door de wand.


Har blijft alleen achter en weet niet wat te doen. Hij loopt heen en weer te ijsberen en probeert door de wand te gluren, maar kan niets onderscheiden. Dan waagt hij het toch maar! Hij gaat, trillend van angst, voor de wand staan en duwt zich erdoor.
Har hoort een zacht ritselend geluid terwijl hij door het membraan stapt. Hij voelt geen weerstand. Even later staat hij gezond en wel in een andere kamer. Hij ziet Zanna en Ouzi staan voor een groot venster. Har loopt naar hen toe.

In de kamer staan grote panelen vol knipperende lichtjes en kleine computerschermen.
Door het venster ziet Har de ruimtehaven opdoemen. Het is een prachtig zicht. Zanna en Ouzi draaien zich verschrikt om. Ze zijn blij Har te zien.
‘Kijk', wijst Har ‘die grote grijze bol is het ruimteschip DE OSS1.'

Ze blijven nog enkele minuten ademloos toekijken door het venster.
Plots horen de drie vrienden luide stemmen naderen.


‘Kom', fluistert Har gebiedend. Ze sprinten naar de andere kant van de kamer waar ze vliegensvlug door het membraan stappen.
Terug in de opslagruimte toont Ouzi de dozen aan die naar het ruimteschip DE OSS1 vertrekken.
Har snijdt vlug met zijn laser-mes een deurtje in een doos. De doos zit barstensvol levensmiddelen. De helft van de inhoud wordt verwijderd en zo goed mogelijk verstopt.


De shuttle maakt plots een onverwacht maneuver. De drie vrienden horen een hoog fluitend alarm afgaan.
‘Tijd om in de doos te kruipen Zanna', verwittigt Har. De drie vrienden verstoppen zich in de doos en wachten gespannen af.


Ondertussen nadert de shuttle de ruimtehaven en maakt zich klaar om aan te koppelen. Zachtjes plaatst de shuttle zich tegen de steiger onderaan de ruimtehaven. De zwaartekrachtgeneratoren worden afgezet en de groen fluorescerende shuttle wordt terug metaalgrijs van kleur.

 

In de Ruimtehaven OSSA.

 

Het is muisstil in de opslagruimte.
‘We zijn aangekomen', mompelt Har stil voor zich uit.

Plots floept het licht aan. In de verte naderen luide stemmen. Een deur wordt opengeschoven en vier mannen treden de opslagruimte binnen. Ze kijken rond zich en inspecteren de opschriften van de dozen.
‘Genoeg levensmiddelen voor DE OSS1, commandant? Of moet er nog iets extra's bij voor noodgevallen'?
Een rijzige, magere man stapt de voorraadruimte binnen. De vraag wordt aan hem gesteld. Hij neemt de lijst ter hand en leest de gegevens.
‘Inderdaad, het lijkt mij een goed idee nog iets extra's achter de hand te hebben. Ik wil extra watervoorraad, voedselpakketten en extra kledij voor de bemanning. Het wordt trouwens een lange reis. Straks komt het hoofd van het medische team met jullie bespreken welke voorraad hij zal meenemen. Ik moet nog de reserveonderdelen voor het ruimteschip controleren. Komaan mannen, vooruit! We hebben niet veel tijd meer'.

De anderen mompelen wat terug en spoeden zich naar alle uithoeken van de laadruimte.


Har zit met rode wangen te luisteren naar de stemmen. Plots begint zijn kleine hartje hard te kloppen en knikken zijn knieën. Hij herkent de harde stem van de commandant. Hij gluurt angstvallig door een kleine spleetje in de doos.
Har slikt even. De rijzige figuur is inderdaad zijn vader. Hij ziet er niet erg vriendelijk uit, zo nors en bazig. Hij lijkt wel iemand anders!
Har verliest wat van zijn zelfzekerheid. Voor het eerst begint hij de ware toedracht van hun plan te beseffen en de gevaren. Hij begint te twijfelen.
Zanna geeft Har een vriendelijke duw in de rug.
‘Is die norse stem deze van je papa', fluistert ze hem toe.
Zanna voelt dat Har met zichzelf in de knoop ligt. Ze wrijft zachtjes over zijn rug om hem moed in te spreken.
‘Je papa is nerveus voor de grote reis', troost ze hem. ‘Het komt allemaal wel in orde'.
Ouzi, die eventjes was ingedommeld, probeert ook Har te troosten.
‘Niets van aantrekken', mompelt hij resoluut. ‘Mijn vader heeft soms ook van die nukkige buien en mijn moeder nog meer'!


Ondertussen zijn enkele mannen in witte pakken de opslagruimte binnengekomen. Ze dragen een smalle goudkleurige halsband met rode knipperlichtjes. Eén voor één dragen ze de pakken, via een lift, naar het ruimtestation. Daar worden de pakken op een brede transportband geplaatst. De band loopt in een eigen bedding en doorkruist de hele ruimtehaven. Een computer leest de gegevens op de pakken af en ziet toe dat de juiste pak in het juiste ruimteschip belandt. Alles verloopt vlekkeloos.
Na een uurtje gespannen wachten wordt de doos met de drie vrienden netjes afgeleverd in het ruimteschip DE OSS1, waar ze in een kleine opbergruimte tussen andere dozen wordt gestapeld.
Ouzi kijkt door een spleet in de doos en ziet overal mannen in witte pakken rondlopen. Ze zien er triest uit.
‘Wie zijn die vreemde mannen', vraagt hij aan Har.
‘Het zijn gestraften. Ze werken en leven in de ruimtehaven en doen al het zware werk. Ze worden ook ingezet als proefpersoon om als eersten een nieuwe planeet te koloniseren. Ze mogen niet terug naar onze planeet tot hun strafperiode voorbij is'.
‘Het is hun eigen stomme schuld', fluistert Zanna.
De drie vrienden maken het zich gemakkelijk in de doos. Ze proberen de tijd te doden met een welverdiend dutje.


naar Hoofdstuk 2

naar de Inleiding

 

© Maertens Annemie


[ Home ]