De Oerknaltheorie

De Oerknaltheorie is en blijft een theorie die aansluit bij het scheppingsverhaal van de Bijbel.
Niet alle wetenschappers geloven in de Oerknal.


Laten we in de tijd terugreizen naar het tijdperk toen het heelal nog maar enkele seconden oud was, na de 'Oerknal'.


Het heelal is superheet en heeft een temperatuur van 10 miljard Kelvin. ( 1 Kelvin = -273 graden Celsius). Het heelal is gevuld met een homogeen plasma dat bestaat uit een mengsel van materiedeeltjes (vrije protonen en neutronen) en straling (vooral gammastraling en neutrino's). Het is een ondoordringbare mist waaruit het licht (fotonen) niet kan ontsnappen.


Het heelal dijt uit en koelt langzaam af. Op een bepaald moment wanneer de temperatuur ideaal is, treden er kernfusies op die de vrije neutronen en protonen samenvoegen in atoomkernen van drie stabiele elementen nl. helium4, neutrale waterstof, lithium7.

Vanaf dat moment kan ook het licht (fotonen) de reis door het heelal beginnen. Deze fotonen herkennen wij, vandaag, als kosmische achtergrondstraling. Deze straling werd in 1965 ontdekt door Dr Penzias en Dr Wilson.


In het uitdijende heelal komen kleine dichtheidschommelingen voor. Deze kleine fluctuaties groeien, onder de invloed van de zwaartekracht, die de neiging heeft steeds meer massa in een klein volume te verzamelen.

Groepjes grote sterren ontstaan uit deze minieme dichtheidsverschillen in de materie. Deze groepjes klonteren samen tot sterrenstelsels, die zich op hun beurt samenvoegen tot grote clusters en superclusters.
Recente waarnemingen met de Hubble ruimte-telescoop hebben, op hele grote afstand in de ruimte, "klonten van sterren" gezien die de bouwstenen van latere sterrenstelsels zijn.


Wat is de toekomst van het heelal ?

De uitdijingssnelheid van het heelal door de oerknal wordt tegengewerkt door de zwaartekrachtwerking van de zichtbare materie (sterrenstelsels, moleculaire wolken en gas) en onzichtbare materie.

Naar de onzichtbare materie is men nog altijd op zoek. Het is de grote onbekende. Er zijn bewijzen gevonden van het bestaan van die materie door de zwaartekrachtwerking die ze uitoefent op de zichtbare materie.

Het is belangrijk dat die onzichtbare materie gevonden wordt, om de toekomst van het heelal te kunnen voorspellen.
Is de totale massa van de zichtbare en onzichtbare materie groot genoeg, dan kan ze de uitdijingssnelheid van het heelal een halt toeroepen. Er kan een evenwichtssituatie ontstaan en het heelal blijft stabiel.

Of, de massa van de materie kan zó een grote aantrekkingskracht uitoefenen dat het heelal terug inkrimpt en naar zijn oorspronkelijke toestand terugvalt (het tijdstip vóór de oerknal).